Borderless

22 September 2019

Hun crisis, onze problemen

Betekent de kredietcrisis het eind van kapitalisme zoals wij het kennen? Om kort te zijn: nee. Kapitalisme wordt gekenmerkt door terugkerende korte en lange termijn crisissen van dalende winstmarges en economische stagnatie. Maar zoals Marx 150 jaar geleden al opmerkte beschikt kapitalisme ook over interne mechanismen die het in staat stelt om zich van deze crisissen te herstellen; mechanismen als het verlagen van lonen, de reorganisatie van werk, grootschalige bankroeten. Kapitalisme zal niet uit zichzelf instorten – het zal afschaft moeten worden.

Wat betekent de huidige financiële crisis? De implosie van de markt voor goedkope hypotheken was de onmiddellijke aanleiding van de crisis, ook al nemen zoals Doug Henwood opmerkte, de zogenaamde 'subprimes' hoogstens een kwart van de gehele hypotheekmarkt in beslag. En slechts 10 tot 15 procent van deze leningen kunnen misschien niet terugbetaalt worden. De deregularisering van de financiële markt – begonnen onder Reagan en Bush senior en voltooid onder Clinton – heeft geleid tot een explosieve groei van financiële producten die maar weinig te maken hebben met echt kapitaal dat geïnvesteerd in gebouwen, machines, gereedschap en aandelen in goederen in diensten is – met de zogenaamde 'echte economie' dus. Voor voorbeelden van deze producten, denk aan hedge funds, leningen met een hypotheek als onderpand et cetera.
Maar de groei en daaropvolgende ineenstorting van fictief kapitaal – in Marx' woorden de 'circulatie van eigendomsrechten' - is kenmerkend voor een cyclus in een kapitalistische economie. Als de cyclus over zijn piek heen is gaan kapitalisten op zoek naar nieuwe, winstgevende investeringsmogelijkheden. Als de productie van goederen en diensten minder winstgevend wordt vloeit er meer kapitaal richting financiële constructies, constructies die fungeren als claims op toekomstige winsten. Er wordt er dus op gewed dat de economie zal blijven groeien en de al geclaimde winsten in de toekomst werkelijkheid worden. Financiële bubbels als deze knappen onvermijdelijk als de vertraging van de groei in de echte economie de waarde van de goederen waarop het fictieve kapitaal rust doet dalen, zoals gebeurde met huizen. De resultaten zijn ondertussen maar al te goed bekent; paniek onder investeerders, vallende aandeelprijzen, een golf van bankroeten in de financiële sector.
De laatste 25 jaar hebben we een reeks van dergelijke crisissen gezien – de aandelencrash in 1987, de ineenstorting van Savings and Loans in de late jaren tachtig, vroege jaren negentig en het barsten van de 'dot.com' bubbel kort na de eeuwwisseling. Geen van deze financiële crisissen leidde echter tot een ineenstorting – een diepe recessie of zelfs depressie – van investeringen en productie in de 'echte economie'. Na een financiële injectie door de staat stabiliseerde de financiële sector zich en na het wegebben van de paniek herstelde de groei in de echte economie en op Wall Street.
In de laatste instantie was het de veerkracht van de 'echte economie' die de impact van deze financiële crisissen opving. Een golf van bankroeten, overnames en fusies elimineerde onrendabel vast kapitaal, 'gestroomlijnde' productie zorgde voor een toename van de arbeidsproduktiviteit – en gestegen uitbuiting dus - neoliberaal overheidsbeleid liberaliseerde de financiële markt en de arbeidsmarkt. De winsten stegen weer. Een lange voorgaande periode van toenemende kapitaalaccumulatie beperkte de duur en diepte van de financiële crises.
Nu komt de 'meltdown' echter in een periode waarin er talrijke tekens zijn dat de Amerikaanse en kapitalistische economie wereldwijd een nieuwe lange periode van stagnatie ingaan. De groei van investeringen – vooral de groeiende mechanisering van productie waardoor arbeid vervangen werd door kapitaal – tijdens de lange groeispurt van de afgelopen kwart eeuw slaat nu om in het tegendeel. Dit duidt op een lange periode van afnemende winsten en stagnerende accumulatie van kapitaal. Deze crisis, die begon in de hypotheekmarkt en zich uitbreidde naar het hart van Wall Street, is zeer slecht nieuws in een context van een nieuwe, langdurige val van de winstmarges. Bankroeten of bijna-bankroeten zoals die van Bear Stearns, AIG et cetera en de instabiele aandelenmarkt geven aan dat er een diepe recessie aankomt. Als de financiële bankroeten zich ongehinderd zouden verspreiden zou er een volledige ineenstorting zoals in 1929-1931 volgen.
Toch is een echte depressie onwaarschijnlijk. De terechte angst die kapitalisten voelen betekent dat zowel Republikeinse als Democratische politici enkele neoliberale geloofsstukken laten vallen en ,na enige politieke koehandel, instemden met Bush's reddingsplan van 700 miljard voor de verzekeringsbedrijven en de voormalige investeringsbanken. Banken die nu omgevormd zijn of opgenomen door gewone banken. Deze subsidie en de gedeeltelijke en tijdelijke staatscontrole zal de financiële sector waarschijnlijk stabiliseren en de komende recessie beperken. Ondertussen doen nieuwe bedrijven, zoals de grote autofabrikanten, al aanspraak op hun deel van dit 'bedrijfskeynesianisme'.

Kapitaal zal zeker een verlies lijden door deze bailout. Een economische ineenstorting, en de politieke ramp die dit zou betekenen, worden vermeden maar de onderliggende oorzaak van de dalende winsten – een overschot aan vast kapitaal – blijft ook na de redding van de financiële sector bestaan. Als gevolg daarvan zullen de winsten na een recessie te laag blijven om substantiële nieuwe investeringen in de productie van goederen en winsten aantrekkelijk te maken. Tegelijkertijd vergroot de gigantische financiële injectie in de banken door de staat, betaald met een toename van het overheidstekort, de hoeveelheid beschikbaar geld. Het waarschijnlijke resultaat is te veel geld en te weinig goederen – een nieuwe inflatiegolf dus.
Wie dan ook de nieuwe Amerikaanse president wordt na november zal waarschijnlijk geconfronteerd worden met dezelfde stagflatie – een combinatie van inflatie en economische stagnatie – die in de jaren zeventig Nixon, Ford en Carter plaagde. Voor de meesten van ons zal het voornaamste gevolg van de crisis een hernieuwde aanval op de levensstandaard van werkende mensen zijn. Revolutionair links kan alleen maar hopen dat een terugkeer van stagflatie ook bijdraagt aan de terugkeer van de arbeiders- en sociale bewegingen van eerdere decennia.
Er zijn een paar belangrijke punten die activisten moeten benadrukken in de huidige crisis. Ten eerste socialiseert de bailout de verliezen maar blijven de winsten privé. Maar als er iemand zou mogen profiteren van het staatsingrijpen zijn het de gewone burgers, in de eerste plaats de miljoenen gezinnen die het gevaar lopen hun huizen te verliezen als gevolg van stijgende hypotheeklasten en nieuwe, meer strikte bankroet wetten.
Als er geld gevonden kan worden om ineenstortende financiële giganten overeind te houden dan zou het toch ook mogelijk moeten zijn om huizenbezitters die in de problemen zitten te helpen. En om een programma op te zetten om banen te creëren door middel van het bouwen van betaalbare, energie-efficiënte huizen, ziekenhuizen, scholen en voorzieningen voor openbaar vervoer.
En waarom zouden we een deel van dat geld niet gebruiken om sociale voorzieningen te beschermen en een algemene gezondheidszorg in te voeren? Medische problemen zijn oorzaak nummer één van bankroet. Algemene gezondheidszorg helpt bij het stabiliseren van de huizenmarkt! Als onze samenleving zich bepaalde 'luxe' niet meer kan veroorloven dan is dat de luxe van empire en oorlog – de Irakoorlog zal uiteindelijk één tot twee triljoen dollar kosten, er staan 150 Amerikaanse militaire bases verspreid over de wereld en na een eerdere verhoging van zes procent heeft het Pentagon in 2009 een budget van 621,5 miljard dollar. Dat is inclusief 68,6 miljard voor de oorlogen in Irak en Afghanistan maar exclusief de 'dringende' extra uitgaven waar later ongetwijfeld nog om gevraagd zal worden.
Ten slotte moeten we uitleggen waarom de regering wel voorziet in de behoeften van grote bedrijven maar niet in die van de meerderheid van de bevolking. De woede over het reddingsplan dwong de regering en het Congres om een paar timide beperkingen op te leggen aan de 'exorbitante' salarissen van bedrijfsleiders. Maar maatregelen als deze verhullen niet dat in tijden van crisis de staat de verliezen van kapitalisten 'socialiseert' en de basisbehoeftes van iedereen anders privatiseert.

Charlie Post onderwijst sociologie in New York, is actief in de vakbond in de City University of New York en is lid van Solidarity. Dit artikel verscheen eerder in Against the Current

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren