Borderless

10 December 2019

Italië: een links zonder ruggengraat sleept zich naar de verkiezingen

De balans van slechts een jaar van de nieuwe regering Berlusconi stemt droevig. Het onderwijs is drastisch hervormd met als doel het aan de markt uit te leveren. Door optreden van de regering is de veiligheid op arbeidsplaatsen verminderd en is uitbuiting en flexwerk toegenomen. Het zijn vooral immigranten die mikpunt zijn van de regering. Door het kanaliseren van klassen-tegenstellingen in etnische en culturele conflicten probeert de regering haar sociale basis intact te houden en de economische crisis door te komen.

Racisme en xenofobie, aangewakkerd door de regering, nemen toe in Italië. Maar we moeten in gedachten houden dat de acties van de regering zijn gebaseerd op een hele serie wetten met betrekking tot immigratie, werk en onderwijs die al door de eerdere Berlusconi-regering waren ingevoerd en die door de centrum-linkse regering van Prodi onaangetast zijn gelaten. In tegendeel, de regering Prodi verergerde de wet met betrekking tot immigratie nog verder.
Door middel van een mediacampagne probeert Berlusconi, tegen alle bewijzen in, de bevolking te overtuigen dat de Italiaanse economie in goede gezondheid verkeert. De gevolgen van de crisis op de levensstandaard van mensen en de sterke studentenbeweging van vorige herfst hebben de steun voor de rechtse regering echter aangetast. Sinds januari is de populariteit van de regering onder de vijftig procent gezakt tot 44 procent in maart. Het vertrouwen in Berlusconi als premier is nog steeds 52 procent - toch beduidend minder dan de triomfantelijke 62 procent in oktober.
Desondanks blijft de basis van de regering redelijk stabiel. Italië is het laboratorium geworden voor een autoritair soort liberalisme met populistische trekjes. De regering van Berlusconi poogt de economische crisis het hoofd te bieden door enerzijds maatregelen te treffen die economisch sterk liberaal zijn en anderzijds door het inperken van democratische en burgerlijke rechten. Het doel is het creëren van een consensus waarin xenofobie hand in hand gaat met vertrouwen in een charismatische leider en een afkeer van collectieve actie.
Het vormen van de nieuwe rechtse partij, Popolo della Liberta - Volk van de Vrijheid of PDL - door het fuseren van Berlusconies Forza Italia en de ex-fascistische Alleanza Nazionale was een stap voorwaarts voor rechts. Duizenden vertegenwoordigers bevestigden daar het nauw aan de katholieke kerk en de persoon van Berlusconi verbonden karakter van Italiaans rechts.
Zo stabiel als de positie van de regering en Berlusconi is, zo instabiel is links. Links is er niet in geslaagd een geloofwaardig alternatief te bieden - het is duidelijk dat dit het gevolg is van de teleurstelling en verwarring die het gevolg waren van de ervaringen met de regering Prodi waar ook zogenaamd radicaal-links aan deelnam.
Het afgelopen jaar heeft de Democratische Partij van Walter Veltroni, de grootste oppositiepartij, een rampzalige koers van 'gematigde oppositie' gevoerd. Zelfs de vier-uurs staking op 12 december waar de grootste vakbond van Italië, de CGIL, toe opriep werd niet gesteund door de Democratische Partij.
Dit optreden gaf rechts nog meer zelfvertrouwen en verslechterde de electorale vooruitzichten van de oppositie. Na de zoveelste electorale nederlaag, ditmaal in Sardinië - ooit een bolwerk van centrum-links - nam Veltroni eindelijk de beslissing terug te treden. De retoriek van de nieuwe voorzitter, Dario Franceschini, is harder van toon maar tot nu toe blijft het optreden van de Democratische Partij ongewijzigd.
De CGIL blijft de enige oppositionele kracht. Zoals de grote demonstratie van 4 april bewees is de vakbond nog steeds in staat mensen op de been te brengen. De CGIL wordt bij tijd en wijle gedwongen een meer confronterende houding aan te nemen omdat de regering de vakbeweging continu aanvalt en in een poging deze te isoleren alle onderhandelingen afwijst. Het resultaat van dit alles is duidelijk in de peilingen voor de Europese verkiezingen: de Democratische Partij haalt niet meer dan 25 procent, Berlusconies PDL staat op 38,6 procent.
Radicaal-links is zwak, verdeeld en niet in staat een alternatief gebaseerd op een breuk met het sociaal-liberalisme van Prodi naar voren te brengen. De electorale nederlaag vorig jaar en het verdwijnen uit het parlement van alle radicaal-linkse partijen betekende het einde van het project van een 'Linkse Regenboog'. Dit project had Die Linke in Duitsland als voorbeeld en was ondernomen door de voorzitter van de Parti Communista Rifondazione, de Partij van Communistische Hervestiging - PRC, Fausto Bertinotti. De PRC was de belangrijkste partij van Italiaans radicaal-links en speelde nationaal een aanzienlijke rol maar nu is de organisatie verdeeld en verzwakt.
De stroming rond Bertinotti behaalde een relatieve meerderheid op het laatste partijcongres - 47,3 procent - maar verloor de controle over de partij. Een bondgenootschap van stromingen rond Paolo Ferrero, een voormalige minister in de regering Prodi, controleert nu de partij. Ferrero uitte enige kritiek op de regering Prodi en de recente koers van de PRC maar hij trekt de uitgangspunten die hiertoe hadden geleid niet in twijfel.
De verdeeldheid leidde er uiteindelijk toe dat de pro-Bertinotti stroming de partij heeft verlaten om een'Linkse Beweging' op te richten. Het is moeilijk te bepalen hoeveel mensen de PRC hebben verlaten maar het lijkt om ongeveer een kwart van de leden te gaan. De Linkse Beweging wil verder gaan waar het project van de Linkse Regenboog eindigde maar is nog gematigder. Het streven is om vorm te geven aan een 'progressieve' vorm van sociaal-liberalisme. Vanwege de politieke overeenkomsten is dit project sterk verbonden met de Democratische Partij.
In de Europese verkiezingen zal de beweging deelnemen met een lijst gevormd samen met Democratisch Links, de Groenen en de Socialistische Partij. Ook de PRC heeft een bredere lijst gevormd, samen met de Partij van Italiaanse Communisten en twee kleine organisaties. Deze lijst draait voornamelijk om het levend houden van de lange communistische traditie in Italië.
Beide lijsten zullen het moeilijk krijgen om boven de kiesdrempel van 4 procent te komen, een drempel die met instemming van de Democratische Partij ingevoerd is door de regering Berlusconi. Geen van beide stromingen heeft werk gemaakt van een serieuze analyse van de catastrofe van radicaal-links in Italië. Geen van beide stelt voor om duidelijk te breken met de uitgangspunten van de regering Prodi - ook al was de deelname in deze regering de reden dat de supporters van radicaal-links hun vertrouwen hebben verloren. Deze weigering zal de positie van links alleen maar verder te verzwakken en een nieuwe electorale overwinning van rechts zal de linkse ontmoediging en verwarring verder vergroten. Deze houding past goed bij een links dat door de socialistische publicist Perry Anderson recent werd beschreven als 'ruggengraatloos'. Het radicaal-linkse Sinistra Critica, Kritisch Links, stelde twee maanden geleden voor om als voorbereiding op de Europese verkiezingen gezamenlijk in debat te gaan teneinde een verenigde linkse lijst te vormen op basis van de volgende uitgangspunten: onafhankelijkheid ten opzichte van de Democratische Partij, een discussie over de ervaringen van deelname in gemeentelijke en regionale besturen, een symbolische breuk met het verleden en een lijst met kandidaten uit de sociale bewegingen en immigrantengemeenschappen. Noch de PRC noch andere organisaties namen deze voorstellen over.
Sinistra Critica was daarom niet in staat een lijst te vormen die volgens ons zowel een duidelijke breuk met de rampzalige koers van de regering Prodi als een lange-termijn strategie voor de her-opbouw van antikapitalistisch links vertegenwoordigt. Daarom zullen we niet deelnemen aan de Europese verkiezingen. We zullen echter wel deelnemen aan de gemeenteraadsverkiezingen, op basis van een duidelijke positie van antikapitalisme en steun voor de sociale bewegingen.
Er is een lichtpuntje in dit sombere politieke landschap: de campagne voor een minimumloon, een initiatief van Sinista Critica, is er in geslaagd 70.000 handtekeningen te verzamelen. We moeten nu doorgaan met druk uit blijven oefenen op het parlement zodat zij dit voorstel wel moeten bespreken. We zijn ervan overtuigd dat er meer nodig is dan allianties die er slechts op gericht zijn een plekje in de instituten te behouden. Italië kan leren van het voorbeeld van de Franse Nouveau Parti Anticapitaliste: een nieuw programma, nieuwe organisaties en een nieuw project zijn noodzaak.

Cinzia Arruzza, is lid van Sinistra Critica, een stroming die de PRC verliet nadat senator Franco Turigliatto uit de partij werd gezet omdat hij weigerde in te stemmen met het budget voor de oorlog in Afghanistan van de regering Prodi. Daarnaast is ze lid van het Internationale Comité van de Vierde Internationale.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren