Borderless

17 July 2019

Van huis tot huis nemen we onze universiteit terug

De afgelopen maanden zagen we grootschalige protesten van studenten en medewerkers van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Het protest tegen het neoliberale beleid van de Universiteit van Amsterdam leek plotseling op te komen maar heeft diepe wortels.

In de zomer van 2014 ligt het begin. Het universiteitsbestuur verhuisde toen de sociale wetenschappen van het stadscentrum naar een nieuw complex buiten het centrum. Na de verhuizing bezetten studenten en andere activisten het Spinhuis, voorheen een door studenten beheerde gemeenschappelijke ruimte. De bezetters heropenden het Spinhuis als een café en een centrum voor activisten. Deze bezetting was een soort generale repetitie voor het protest dat dit jaar in Amsterdam en daarbuiten opkwam. Het verloop van de bezetting gaf ook al duidelijk aan wat de rol van het universiteitsmanagement van het College van Bestuur (CvB) zou zijn; onmiddellijk na het begin van de bezetting werden er beveiligers geplaatst die met hun waakhonden moesten voorkomen dat de activisten verder het gebouw in zouden komen. Op hypocriete wijze pretendeerde het CvB open te staan voor een 'dialoog' met de studenten maar tegelijkertijd dreigde zij met juridische stappen en eiste ze uiteindelijk een dwangsom van 10.000 euro per dag per student. Met de instemming van rector Dymph van den Boom spande het CvB een rechtszaak aan waarna het Spinhuis ontruimd werd. Het verloop van de volgende bezetting, die van het Bungehuis waar voorheen de menswetenschappen gehuisvest waren, verliep volgens eenzelfde patroon.

Deze bezettingen waren de vroege stappen van een brede protestbeweging. In het bijzonder de menswetenschappen zijn geraakt door de neoliberale hervormingen aan de UvA en worden geteisterd door gekorte budgetten, een kleinere staf en integratie in andere faculteiten. Het Bungehuis is verkocht aan Soho House, een dure bourgeois club – de ironie zou vermakelijk zijn als het niet zo beledigend was.

De Nieuwe Universiteit (studenten) en Humanities Rally (studenten en staf) begonnen protesten tegen het neoliberale beleid te organiseren en eisten dat de UvA gedemocratiseerd zou worden en de managers verantwoording af zouden moeten leggen. Opnieuw reageerden de UvA managers met dreigementen en eisen van hoge dwangsommen. Uiteindelijk greep de politie hardhandig in en bij het ontruimen van het Bungehuis werden 46 studenten gearresteerd. Dit optreden trok echter ook veel aandacht. Onmiddellijk daarna, in februari, bezetten studenten tijdens een demonstratie het Maagdenhuis, het bestuurlijke centrum van de UvA. Hier kreeg een radicale beweging vorm als een democratische, veelvormige poging om de neoliberale universiteitshervormingen te weerstaan en alternatieve vormen van politiek te ontwikkelen. Het Maagdenhuis is per slot van rekening een belangrijk politiek symbool, de locatie van belangrijke studentenbezettingen in 1969 en daarna.

Het creëren van een democratische, rechtvaardige universiteit gaat niet zonder slag of stoot. Terwijl in het Maagdenhuis de discussies over de toekomst van de universiteit vorm kregen, sloten verschillende universiteitsmedewerkers, vooral van het vak antropologie, zich als ReThink UvA aan bij de beweging. Het was tijdens de bezetting dat de beweging tot bloei kwam; de activisten organiseerden, à la Occupy, algemene vergaderingen en een manier van werken gebaseerd op directe democratie om samen uit te vinden wat de doelen van de beweging waren. Ondertussen werd een hele reeks van activiteiten georganiseerd; lezingen door bijvoorbeeld de activistische wetenschapper David Graeber, muziekoptredens, kunsttentoonstellingen en meer. In een petitie spraken prominente intellectuelen als Judith Butler, Noam Chomsky en David Harvey hun steun uit voor de bezetting. Door dit proces heen werd duidelijk hoe groot de obstakels waren voor de beweging.

Sommige activisten eisten het aftreden van het CvB, sommigen alleen dat van voorzitter Louise Gunning, andere waren er weer tegenstander van afzonderlijke personen tot doelwit te maken, andere spraken zich uit tegen een terugkeer naar de oude universiteit van witte burgerlijke mannen. Nadat er enkele kleine overwinningen geboekt waren (de erkenning van het CvB dat er inderdaad een probleem was op de UvA en het begin van een reeks debatten hierover, het voorlopig gedogen van de bezetting) neigde een aantal van de activisten, vooral staf-leden, ertoe concessies te maken. Andere realiseerden zich echter dat de strijd maar net begonnen was en dat daadwerkelijke overwinningen een zaak van lange adem zouden zijn.

Tegen de neoliberale universiteit

Waar wel overeenstemming over bestond was dat de beweging zich moest keren tegen het neoliberale, ondemocratische karakter dat de UvA steeds meer aannam, tegen 'flexibele' tijdelijke contracten, tegen het dogma van 'efficiëntie' in productie, tegen de marktwerking en winstbejag die zelfs tot speculatie met vastgoed leidden (de UvA is eigenaar van verschillende grote gebouwen in het centrum van Amsterdam). De drie actiegroepen begonnen te overleggen met de vakbond (FNV), de studentenraad (CSR) en ondernemingsraad om ideeën uit te wisselen en zo mogelijk samen te organiseren.

Nadat hun beproefde tactiek van het combineren van intimidatie en lege retoriek faalde besloten de UvA managers dat ook het Maagdenhuis ontruimd moest worden. De bezetters hadden al aangekondigd na een Science Festival het gebouw te zullen verlaten maar de managers stuurden daarvoor, op 11 april, al de politie erop af. De politie, in grote getale en met groot materiaal aanwezig, trad wederom hardhandig op en verschillende activisten werden opgepakt. Deze nieuwe daad van intimidatie zal waarschijnlijk niet de laatste zijn. De ontruiming was duidelijk overbodig en leidde tot veel publieke afkeuring. Studenten, medewerkers en OR zegden hun vertrouwen in Gunning op waardoor zij in feite gedwongen werd een paar dagen later af te treden. Opvallend was dat de daaropvolgende verklaringen van het CvB en Gunning zelf niks zeiden over de redenen voor haar vertrek; in plaats daarvan werd zij geprezen en gesteld dat er op dezelfde weg doorgegaan moest worden. Rector Dymph van den Boom werd interim-voorzitter van het CvB.

Ondertussen hadden de algemene vergaderingen geleid tot de eis dat er twee onafhankelijke commissies gevormd zouden worden om onderzoek te doen naar het financiële beleid van de UvA en naar manieren waarop de universiteit meer democratisch zou kunnen functioneren. Deze eis werd geaccepteerd door het CvB. Belangrijk is dat de actiegroepen een meerderheid zullen hebben in de commissies. De beweging boekt nog steeds vooruitgang en blijft in stand.

Zowel studenten als medewerkers zijn actief, en onvrede over de manier waarop de bezetting van het Maagdenhuis werd beëindigd is nog steeds aanwezig. Activisten namen ook deel deel aan de viering van 1 Mei en de actiegroepen organiseerden gezamenlijk een picknick die dag. Op 3 mei organiseerde De Nieuwe Universiteit alsnog een Science Festival in Felix Meritis met meer dan 1000 deelnemers. ReThink-leden zijn actief op de faculteiten waar ze opkomen voor betere arbeidsomstandigheden, democratisering en de aansprakelijkheid van mensen in leidende functies. De beweging heeft zich verspreid door het land, en ook buiten Amsterdam zijn ReThink en 'Nieuwe'  groepen opgekomen. Tot in Groot-Brittannië en Canada werden studenten geïnspireerd om hun eigen protesten te organiseren.

Beweging in beweging

Er is veel onvrede in Nederland. Sinds jaren is de kapitalistische economie in crisis maar in Nederland is de politieke reactie hierop uitgesproken rechts, en de UvA is geen uitzondering. Toen in de jaren negentig de banden tussen de universiteit en de overheid verzwakt werden, begon de UvA leningen af te sluiten, managers in te huren en zelf voor financiële kapitalist te spelen. 'Efficiency', 'excellence' en 'competitiveness' werden de nieuwe modewoorden. Managers probeerden deze concepten op te leggen aan de universiteit en gingen zich te buiten aan vastgoedspeculatie terwijl bestuurskosten verder opklommen. Het was geen succesverhaal voor de UvA die nu voor honderden miljoenen in het rood staat. De overschakeling naar deze nieuwe aanpak kwam onverwacht en was overduidelijk merkbaar. Veel van de betrokken mensen, zowel medewerkers als studenten, begonnen over alternatieven na te denken.

Ironisch genoeg hebben enkele van de veranderingen die door de managers doorgevoerd werden geleid tot verzet tegen het neoliberale beleid; nadat alle sociale wetenschappen verhuisd werden naar een nieuw complex op Roeterseiland kwamen ze voor het eerst bij elkaar in een gebouw. Hierdoor werd het organiseren van verzet makkelijker. Het hele verhuizingsproces was nooit op democratische wijze besproken en werd opgelegd als een economisch alternatief voor de 'te dure' oude gebouwen. Deze oude gebouwen, zo karakteristiek voor de UvA en door veel studenten en medewerkers als een thuis ervaren, werden door de managers aan de markt overgeleverd. Op deze wijze werden ze symbolisch voor de beweging.

De poging om de universiteit neer te zetten als een merk dat 'concurrentievermogen', 'excellentie' en 'efficiëntie' uit moet stralen is tegenstrijdig. Het hele idee van een universiteit als een geheel is abstract. De UvA wordt gevormd tot een piramide van programma's, scholen en faculteiten met de managers aan de top, maar academisch onderzoek en hoger onderwijs bestaat uit verschillende groepen met verschillende aandachtsvelden die weinig met elkaar gemeen hebben. Het vormgeven van 'de universiteit' is een poging om een gecentraliseerde organisatie op te zetten die functioneert als een bedrijf.

De meerderheid van de mensen die getroffen worden door de veranderingen zijn studenten en medewerkers met een onzekere positie. Beide groepen moeten steeds langere uren werken. De universiteit is al lang niet meer een vrijhaven voor de geprivilegieerden. Voorbeelden uit andere landen tonen waar de neoliberale aanpak toe leidt; in de Verenigde Staten is de totale studieschuld tot onvoorstelbare hoogte gezwollen (een biljoen dollar), in Groot-Brittannië wordt academisch onderzoek uitbesteed aan freelancers. Dat gebeurt allemaal onder mooie slogans als 'onderzoek kost geld, onderwijs brengt geld' en de verzekering dat academici zichzelf gelukkig zouden moeten prijzen omdat hun liefde hun werk zou zijn. Om marktwerking en bezuinigingen te rechtvaardigen spreekt de overheid van de noodzaak om zuinig om te springen met belastinggeld. Rechtse politici tonen zich bezorgd over publieke uitgaven terwijl in feite dit geld zo snel mogelijk overgeheveld wordt naar de markt.

Natuurlijk is niet alleen hoger onderwijs het doelwit van bezuinigingen en neoliberaal beleid. Alle publieke goederen zoals bijvoorbeeld gezondheidszorg en huisvesting worden aan de markt uitgeleverd terwijl arbeidsrechten worden afgebroken. Veel van de activisten op de UvA zijn zich hier maar al te zeer van bewust en vanaf de eerste vergaderingen in het Maagdenhuis werd er opgeroepen tot het smeden van coalities en verbreding. Er was zelfs sprake van staken, een zacht gezegd ongebruikelijk woord voor Nederlandse academici. Het geeft hoop dat veel mensen inzagen dat ze loonarbeiders zijn, en dat dit niet teniet wordt gedaan door het verrichten van werk dat prettig en creatief zou zijn. Het werd ook de hoogste tijd om iets te doen aan de ongelijke vertegenwoordiging aan de UvA: een overwegend wit bolwerk in een multiculturele stad. De 'University of Colour' groep richt zich specifiek op dit probleem.

Binnen de beweging bestaat een breed scala aan opvattingen, iets dat meer dan eens tot conflicten leidde. Binnen de beweging bestaat steun voor radicale acties en eisen als het aanklagen van de financieel verantwoordelijken van de UvA maar ook voor het prijzen van de voormalige voorzitter en van elke kleine stap als het houden van debatten tussen het CvB en medewerkers en studenten.

Vooruit kijken

Twee dingen zijn overduidelijk. Ten eerste had niemand deze beweging kunnen voorspellen. Activisten die ook betrokken waren in de recente beweging organiseerden bijvoorbeeld in mei 2014 een bijeenkomst over het effect van neoliberaal beleid op hoger onderwijs waar veel mensen op af kwamen – maar niemand verwachtte wat enkele maanden later gebeurde. Dergelijke bijeenkomsten en de acties die aan de bezetting van het Maagdenhuis vooraf gingen brachten wel al mensen samen die later een centrale rol zouden spelen en verspreiden belangrijke informatie en ideeën.

Dat brengt me tot het tweede punt. Voor Nederlandse activisten is de beweging een historische buitenkans om de beweging voor sociaal verzet te versterken. De beweging heeft momentum en talrijke nieuwe radicalen voortgebracht. Vergelijkbare bewegingen in Groot-Brittannië, Canada, de VS, Chili en Spanje zijn een bron van inspiratie en werden op hun beurt geïnspireerd door de protesten in Nederland. We hebben ons lang stil gehouden en zijn vaak nog langer van stof maar academici kunnen ook welbespraakt, rationeel en strategisch zijn als ze in beweging komen. De beweging heeft zich buitengewoon snel ontwikkeld van een bescheiden begin in herfst 2014 naar daadwerkelijke invloed op de UvA en toegang tot de landelijke politiek. Intellectuelen zijn vaak conservatief maar meer en meer intellectuelen zijn deel van de arbeidersklasse en met liberalisering zijn universiteiten en hoger onderwijs net als andere werkplekken plaatsen van strijd en potentiële radicalisering geworden.

Yannis Tzaninis is promovendus aan de Universiteit van Amsterdam en lid van Grenzeloos.

 

 

Soort artikel: 

Add new comment

Plain text

  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.

Reageren