Borderless

10 December 2019

Big History

Een frisse wetenschappelijk wind waait door het voortgezet onderwijs. Het gaat om een project van meerdere vakken onder de verzamelnaam Big History. In de hogere klassen van de HAVO en het VWO wordt aandacht besteed aan wat je met recht Grote Geschiedenis mag noemen. Bij elkaar 13,8 miljard jaar, beginnend bij de Oerknal en eindigend met een blik vanuit het Heden in de nabije Toekomst. Een fascinerend experiment!

Wat is Big History?

Big History is héél grote geschiedenis. Groot in de zin van 'diep', want ze begint heel lang geleden, om precies te zijn 13,8 miljard terug, bij de Oerknal. Groot ook in de zin van 'breed', want de geschiedenis wordt vanuit verschillende invalshoeken benaderd. Het zijn vooral disciplines als natuurkunde, scheikunde, geologie, biologie, economie, sociologie en filosofie waaruit wordt geput. Dat gebeurt met aanwending van de meest recente wetenschappelijke bevindingen en inzichten.
Als rode draad loopt door Big History de opvatting dat er sprake is van toenemende complexiteit in ons universum.

Big History is tevens een lesmethode. De opbouw daarvan kent acht onderwerpen of fasen, die ook wel worden bestempeld als drempels in de toenemende complexiteit. Die drempels zijn:
1. De Oerknal, de Big Bang, het ontstaan van het heelal.
2. De Sterren, het ontstaan van sterrenstelsels en hun zonnen.
3. De Elementen, het ontstaan van deeltjes, atomen, moleculen.
4. De Aarde, het ontstaan van de aarde, de zeeën en de continenten.
5. Het Leven, het ontstaan van organisch materiaal, planten en dieren.
6. De Evolutie, de ontwikkeling van planten, dieren en de mens.
7. De Mens, de ontwikkeling van de mens van jager/verzamelaar tot boer en arbeider.
8. De Moderne Tijd, de hedendaagse samenleving en de toekomst.

Als lesmethode is Big History vakoverstijgend. Lesuren voor tal van vakken kunnen worden benut. Er is weinig tot geen aandacht voor nationale geschiedenis, koningen, oorlogen, politiek, regio's en specialismen. Big History geeft een wetenschappelijk gefundeerde context. Een totaaloverzicht waarin specifieke geschiedenissen kunnen worden ingepast.

De geschiedenis van Big History

De aanpak à la Big History komt niet uit de lucht vallen. Al in 1980 kwam de Amerikaanse sterrenkundige en filosoof Carl Sagan met een gelijkaardige visie op de geschiedenis. In dertien televisie-programma's behandelde hij de historie van ons heelal van oerknal tot en met de tegenwoordige tijd. Met veel mooie beelden en animaties. Zijn serie 'Cosmos' werd in 60 landen uitgezonden en door 600 miljoen mensen bekeken.

In 2003 trad de schrijver Bill Bryson in de voetsporen van Sagan met zijn boek 'Een kleine geschiedenis van bijna alles'. In Nederland in 2006 uitgegeven, prachtig geïllustreerd. Ongeveer tezelfdertijd introduceerde de Amerikaanse historicus David Christian het begrip Big History. Met recht kan hij de oervader van Big History worden genoemd. In 2010 richtte hij de International Big History Association op.

Maar de echte Oerknal voor zijn methode kwam pas in 2012. Dat was toen Bill Gates een lezing van Christian bijwoonde en na afloop spontaan tien miljoen dollar op tafel legde om de methode verder uit te werken. Op school had hij gesnakt naar zoiets als big history om allerlei gebeurtenissen in de wereld beter te kunnen plaatsen. Met zijn geld werd een Big History Project gestart, met een website en aansprekend ondersteunend lesmateriaal.

Nog in hetzelfde jaar namen in Amerika 50 scholen voor voortgezet onderwijs Big History op in hun lesprogramma. In Australië deden er 25 scholen mee en her en der nog eens 11. Inmiddels krijgen in Amerika 15.000 highschool-leerlingen Big History-les en doen in Nederland 12 VO-scholen mee.

Big History in Nederland

In Nederland is Big History 'binnengehaald' door Fred Spier, cultureel antropoloog en sociaal historicus aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Hij verzorgt lezingen en cursussen.
De vertaalslag naar het Nederlandse voortgezet onderwijs komt voor rekening van de filosofe Constance van Hall. Zij ging aan de slag op haar school, het Roland Holst College in Hilversum en maakte de lesmethode 'Big History – een vakoverstijgende oriëntatie op de wetenschappen'. Deze methode wordt nu op meerdere scholen gehanteerd.

De methode wordt onder andere ingezet op het Ashram College in Alphen aan de Rijn. De docent Levensbeschouwing Jan Duits gaar daar samen met zijn collega's voor de vakken biologie en natuurkunde in 5 VWO (Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs) in college-vorm met Big History aan de slag. Voor de hoorcollege-stijl, met 5 VWO-klassen tegelijk in de aula, is gekozen:
 als voorbereiding van de leerlingen op die onderwijsvorm op de universiteit,
 om externe sprekers te kunnen laten optreden,
 om de school bij die colleges eventueel te kunnen openstellen voor geïnteresseerde ouders en buurtbewoners.

Jan is gecharmeerd door de vakoverstijgende en daardoor samenhangende aanpak die een helikopterview mogelijk maken. Bovendien is hij enthousiast over het mooie, volle en aansprekende lesmateriaal, zowel in het bijbehorende boek als op de site. Leerlingen die al een kijkje hebben genomen in het materiaal, delen zijn enthousiasme.

Enthousiasme is eveneens aanwezig bij Nathalie van den Heuvel. Zij is als docente Engels verbonden aan het Maaswaal College in Wijchen. Daar verzorgt ze sinds dit jaar samen met haar collega's geschiedenis, maatschappijleer/Unesco-studies en natuurkunde in 5 VWO de lessen Big History. Een positieve reden om dit te doen is de inzet op een meer algemene brede ontwikkeling. Geschiedenis wordt zo 'realistischer' in beeld gebracht, aangezien normaliter de nadruk ligt op de mensheid en zijn rol in het geheel. Volgens Nathalie kleven er geen echte bezwaren aan de methode, hooguit dat het materiaal zo uitgebreid is, dat een selectie als lastig kan worden ervaren. De 'receptie' van Big History door de leerlingen is wisselend, mede afhankelijk van hun profiel. Gelukkig zijn er verschillende 'drempels' (afgebakende onderwerpen), zodat er voor elk wat wils is.

Sinds kort heeft Big History ook in het primair onderwijs voet aan de grond gekregen. Jos Werkhoven en Anne-Marie Poorthuis hebben voor leerlingen op de basisschool vereenvoudigde lesstof gemaakt. Zij sluiten aan bij de kosmische opvoeding en het kosmisch onderwijs (KOO), zoals dat op montessori-scholen wordt aangeboden. Jos Werkhoven daarover:'Ieder mens op aarde heeft het recht het grote verhaal te horen.
Ieder kind mag weten wat onze geleerden ook weten.

We moeten de kinderen niet plagen met losse stukjes aardrijkskunde, geschiedenis, natuurkunde of biologie.
Je kunt nooit van één los stukje genieten. De HELE puzzel, dat is pas mooi!
Dan pas zie je en begrijp je hoe alles in elkaar zit!'

Kritiek?

Natuurlijk is met Big History de geschiedenis niet aan zijn eind gekomen. Er kan altijd wel wat worden verbeterd.
Jan Duits verwacht dat sommige leerlingen misschien moeite zullen hebben met het niveau waarop nu enkele onderwerpen worden behandeld. Voor de leerlingen met een talen- en economiepakket zijn de lessen waarin de bètawetenschappen de overhand hebben, best zwaar. En dan werkt Jan nog met jongeren uit de hogere klassen van het VWO. Wat wordt er ondernomen om ook de jongeren in het beroeps- en praktijkonderwijs te laten delen in de wijsheid en rijkdom van Big History? Worden de lageropgeleiden weer overgelaten aan emoties, onderbuik, imams, alcohol en drugs? Misschien kunnen de ervaringen die worden opgedaan in het basisonderwijs behulpzaam zijn bij het aanbieden van de stof op maat, op verschillende intellectuele niveaus en wellicht met meer praktische actie.

Veel kritiek op Big History is er overigens niet. Het is al weer twee jaar geleden dat de onderwijskundige Katherine Edwards haar bezwaren in The Guardian naar voren bracht. Zij vindt dat de methode te breed is en te weinig ruimte laat voor diepgaander duiken in een onderwerp, periode of gebied.

Tsja, nergens sluit Big History verdieping of specialisatie uit, maar het is waar dat als de lestijd schaars is stukjes klassieke geschiedenis in de verdrukking kunnen komen. Anderzijds zijn die geschiedenissen zonder fundament en context betrekkelijk zinloos.

Verder ergert Katherine Edwards zich aan het feit dat een nieuwe lesmethode kennelijk alleen een kans maakt als een particuliere multimiljonair zoals Bill Gates zich opwerpt als sponsor. Daar heeft ze een punt. Dat zou niet nodig zijn als de publieke onderwijsinstanties hun plicht zouden doen. Maar het is nauwelijks iets dat je Big History zelf kunt verwijten.

Al met al lijken de voordelen van Big History ruimschoots op te wegen tegen de eventuele nadelen. Het stimuleert kennis en inzicht, het bevordert kritisch onderzoek naar de geldingskracht van en bewijsvoering bij claims op de werkelijkheid, het scherpt het logisch denken aan, het bepleit een integrale aanpak en de benodigde samenwerking daarbij. Het schept voorwaarden voor het realiseren van een betere wereld. Het lijkt warempel wel wat op het projectonderwijs dat veel onderwijskrachten ooit voor ogen hadden!
________________________________________________________________________________

Na de revolutie overal invoeren!
Het was 1980.
Onderweg naar een vergadering vroeg een kameraad: 'Heb je die serie van Sagan gezien?'. Hij doelde op de dertiendelige tv-serie Cosmos van Carl Sagan. Daarin wordt op populaire en mooi geïllustreerde wijze, maar wetenschappelijk stevig gegrondvest, een beeld gegeven van het ontstaan van het universum, van het leven en van de ontwikkeling van de mens tot in het heden. Ik bevestigde aan de kameraad dat ik de gehele serie aan de buis gekluisterd had gevolgd.'Ha', zei hij vervolgens, 'dan vind je zeker ook dat we na de socialistische revolutie die serie als verplichte lesstof op alle scholen moeten invoeren!'. Ik deelde zijn enthousiasme, bij die verplichting had ik weliswaar enige aarzeling, maar ik meende ook dat voor Cosmos bij opvoeding en onderwijs in de toekomst een grote rol kon zijn weggelegd.

Wat vonden wij zo aantrekkelijk aan die serie en de aanpak van Carl Sagan?
Om te beginnen: we waren jonge aankomende docenten en marxist. Hij econoom en ik historicus. Actief in linkse kringen. We wilden wat met deze wereld. We wilden zeker bijdragen aan een groter en beter begrip van die wereld om hem te kunnen verbeteren. Bewustmaking stond hoog op de agenda. Als basis voor een doelgerichte strijd voor een beter bestaan. We wilden ons lot in eigen hand nemen! In onze werkzaamheid als leraar leek ons projectonderwijs daarbij het meest geëigende middel.

Projectonderwijs betekende voor ons:
 géén opeenvolging van autoritaire solisten en specialisten vóór de klas, maar op basis van gelijkheid samen en vakoverstijgend een onderzoek doen naar mens, maatschappij en wereld.
 daarbij gebruik makend van de inmiddels verworven inzichten en methoden zoals aangedragen door de, in onze ogen, toppers op het gebied van theorie en praktijk, d.w.z. de marxisten.

De tv-serie Cosmos van Carl Sagan leek een heel eind in die richting te gaan. Géén onderdanig of religieus geneuzel, maar een op wetenschap gebaseerde verklaring van onze Omgeving en van onze eigen Wording. Nog wonderschoon vormgegeven ook.

Marx

Bij de bepaling van de inhoud van het door ons gewenste projectonderwijs werd groot belang gehecht aan een benadering die paste bij de doelstelling. Bevrijding van de mensheid kon slechts gebaat zijn bij ontketening op weg daar naar toe. Géén goden en geboden mochten struikelblokken vormen, géén grenzen gesteld door specialismen mochten die weg versperren. Als breekijzer werd de door Karl Marx en Friedrich Engels ontwikkelde denkwijze van het dialectisch en historisch materialisme omarmd.
Grofweg komen de uitgangspunten van het dialectisch materialisme neer op:
1. de materie is eeuwig en oorspronkelijk; er zijn geen goden die de wereld hebben geschapen, er zijn geen ideeën mogelijk zonder een stoffelijke werkelijkheid.
2. de materie is in een constant proces van verandering en beweging; niets blijft ooit hetzelfde; alles ontstaat, groeit en vergaat.
3. de ontwikkeling der dingen voltrekt zich in een voortdurende wisselwerking tussen omgeving en object; niets staat louter op zichzelf, overal zijn relaties en invloeden.
4. de ontwikkelingen in de wereld vinden plaats langs de lijnen van tegenstellingen; de 'formule' die daarbij vaak gehanteerd wordt is die van 'these – antithese – synthese', waarbij de synthese een nieuwe these is op een hoger niveau.
5. in de veranderingen die plaatsvinden worden lange periodes van relatieve rust opgevolgd door korte heftige explosies; krachten ballen zich samen en barsten dan uit oftewel: kwantitatieve ontwikkeling slaat om in kwalitatieve verandering.

Over het historisch materialisme wordt wel gezegd dat dit de toepassing is van het dialectisch materialisme op de geschiedenis van de mensheid.
Wat betreft het materialisme kun je daarbij denken aan de zwaarwegende rol van de economie in de maatschappij, zoals vervat in de stelling dat de basis in grote mate de bovenbouw bepaalt. Voor Marx stond vast dat het maatschappelijk zijn een enorme impact heeft op het bewustzijn. De marxist Bertolt Brecht verwoordde dat in de beroemde uitspraak: 'Erst kommt das Fressen und dann kommt die Moral.'

De dialectiek vinden we in het historisch materialisme o.a. terug in het concept van de klassenstrijd en de uiteindelijke revolutie, de omwenteling naar een wezenlijk nieuwe vorm van samenleven in het communisme.

En toen...

Tegenwoordig zijn er niet veel mensen meer die zich nog marxist noemen. En zelfs zij die dat wel doen, zijn geneigd op een aantal punten de filosofie bij te stellen, aan te passen en te moderniseren. Het materie-begrip is vaak al vervangen door 'energie', de dominantie van de economie en de klassenstrijd is inmiddels meestal verder gerelativeerd met oog voor bijvoorbeeld het milieu, de vrouwenbeweging en de positie van minderheden. De bij Marx nog sterke hang naar 'wetmatigheden' is vervangen door een grotere openheid voor meerdere opties en uitkomsten.

De totstandkoming van projectonderwijs langs de lijnen van het historisch en dialectisch materialisme is niet erg van de grond gekomen. Traditie en gevestigde belangen waren hardnekkiger dan gedacht en stonden dit niet toe. Zelfs een vorm langs de gematigder lijn van Carl Sagan's Cosmos kwam niet werkelijk van de grond. Ondanks dat zijn tv-serie in 60 landen door 600 miljoen mensen werd bekeken. Ook de recente opvolger, de serie Cosmos: A Spacetime Odyssey gepresenteerd door Neil deGrasse Tyson, kreeg in het onderwijs geen vaste voet aan de grond.
Maar nu is er …. Big History.

Soort artikel: 

Comments

Submitted by Carl Doeke Eisma (not verified) on

Vooral dat vakoverstijgende spreekt mij aan. Het gaat immers om het grote geheel. De lesstof uitsluitend opdelen in aparte vakjes is niet verstandig. Jan Ligthart heeft dit overigens rond 1900 al bedacht! Een goed verhaal Rob.

Add new comment

Plain text

  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.

Reageren