De opkomst van de internationale beweging tegen de neoliberale globalisering is een bepalend element in de huidige politieke conjunctuur op wereldschaal. In verschillende teksten van de Vierde Internationale en van individuele leden daarvan is zowel het proces van globalisering als het verzet daartegen geanalyseerd (Zie ook de tekst voor het wereldcongres in Grenzeloos nummer 55 mei/juni 2000). In deze tekst kijken we welke vorm deze beweging in Nederland heeft aangenomen, wat haar karaktertrekken zijn, welke perspectieven ze heeft en hoe wij als SAP het best in deze beweging kunnen werken.
De omvang
In tegenstelling tot een aantal andere Europese landen is de globaliseringsbeweging in Nederland zeer beperkt. Het verschil met bijvoorbeeld de solidariteitsbewegingen met Latijns Amerika, Zuidelijk Afrika en Midden Amerika in de jaren zeventig en tachtig, toen er sprake was van permanente structuren (plaatselijke en landelijke comités) waarin tientallen of honderden mensen actief waren en mobilisaties van vele tienduizenden is groot. En dan hebben we het nog niet eens over de omvang en mobilisatiekracht van de vredesbeweging in de jaren tachtig, laat staan de brede radicalisering onder jongeren in de jaren zestig.
Deze beperkte omvang van de beweging betekent echter niet dat de beweging in de huidige politieke omstandigheden niet van heel groot belang is.
De uitstraling van de beweging in Nederland is veel groter dan haar beperkte omvang en ontwikkeling zou doen vermoeden. Dat komt aan de ene kant omdat ze onderdeel uitmaakt van een beweging die internationaal veel stof doet opwaaien, maar het is zeker ook een gevolg van het feit dat de problemen die door de beweging aan de orde worden gesteld bij velen weerklank vinden. Vooral omdat traditionele organisaties als de vakbeweging en de sociaal-democratie de neoliberale globalisering ondersteunen, is de globaliseringsbeweging het enige tegenwicht.
Systeem kritiek
In tegenstelling tot de bovengenoemde bewegingen uit de zeventiger en tachtiger jaren van de vorige eeuw kunnen we bij de globaliseringsbeweging spreken van systeemkritiek. De beweging richt zich niet alleen tegen allerlei gevolgen, maar bekritiseert het sociaal-economische en politieke systeem zelf. Over de vraag wat dat systeem is waar men zich tegen richt lopen de opvattingen in de beweging echter uiteen. Sommigen omschrijven het als ‘de geglobaliseerde economie’, ‘het geglobaliseerde kapitalisme’, als ‘het kapitalisme’, ‘de macht van het geld”, of als ‘de macht van het grote geld’.
Achter deze verschillende omschrijvingen gaan evenzoveel verschillende analyses en politieke opvattingen schuil. We vinden in de beweging dan ook zowel uitgesproken antikapitalistische krachten als stromingen die terug lijken te verlangen naar het nog niet geglobaliserde kapitalisme en nationalistische en protectionistische stromingen.
Samenstelling
Waaruit bestaat de globaliseringsbeweging in Nederland?
Er zijn - met uitzondering van Attac - in Nederland eigenlijk geen organisaties of bewegingen die zich specifiek als globaliseringsbeweging definiëren. De organiserende kaders van de beweging zijn met name mensen die in allerlei verschillende organisaties actief zijn en elkaar incidenteel of op meer structurele basis weten te vinden, in afzonderlijke of gezamenlijke initiatieven. De eenmakende werking van het proces van globalisering leidt er toe dat mensen en organisaties die zich in het verleden specifiek op een werkterrein of thema richtten, (milieuproblematiek, derde wereld enz.) dat nu veel meer zien als onderdeel van een bredere beweging tegen de neoliberale globalisering.
Daarbij gaat het zowel om mensen die actief zijn in betrekkelijk kleine non-gouvernementele organisaties als XminY, TNI, Prime, Both Ends en SOMO, als mensen die werkzaam zijn bij grotere en meer gevestigde organisaties als Milieudefensie, Novib, Greenpeace enzovoort. Daarnaast is er een zeer beperkt aantal politieke organisaties dat zichzelf als onderdeel van de beweging opvat en er op de een of andere manier in werkt.
Dit betekent dat we niet duidelijk kunnen zeggen wat er wel en wat er niet tot de beweging behoort. Vooral bij grotere organisaties die zich bezig houden met de derde wereldproblematiek, milieu, en dergelijke zijn er individuen, afdelingen of sectoren die er dichter bij staan dan andere. Of er zijn thema’s of werkterreinen waarbij dat meer of juist minder het geval is.
Naast deze organiserende kaders is er natuurlijk een veel bredere kring van mensen die zich herkent in de opvattingen van de beweging en die incidenteel deelneemt aan acties en initiatieven. Ook de omvang van deze groep is tot nu toe beperkt en omvat eerder enige honderden dan duizenden mensen.
De participatie van jongeren in de beweging is betrekkelijk beperkt. Natuurlijk nemen er jongeren deel aan acties en mobilisaties, maar hun aantal is beperkt, en onder de organiserende kaders van de beweging vormen ze een kleine minderheid. De jongeren die in de beweging actief zijn zitten vooral in de anarchistische stroming en in de Internationale Socialisten.
Politieke organisaties en stromingen
De rechtse politieke partijen zijn vanzelfsprekend fervente tegenstanders van de beweging, hoewel er binnen delen van het CDA enige sympathie bestaat voor een aantal eisen en actiepunten van de beweging(met name schuldenkwijtschelding en de Tobintax). Ook de PvdA staat in het algemeen negatief tegenover de beweging, al bestaat er bij delen van de partij en daarmee verwante organisaties als de Evert Vermeer Stichting enige sympathie en heeft de partij de Tobintax in haar verkiezingsprogramma opgenomen.
Ook GroenLinks heeft nauwelijks enige affiniteit met de beweging, en ziet deze zeker niet als iets dat mee opgebouwd zou moeten worden. Er zijn zeker een behoorlijk aantal leden van GL actief in de beweging, maar de organisatie als zodanig, en ook specifieke partijorganen leveren geen bijdrage aan de opbouw van de beweging. Uitzondering hierop is de jongerenorganisatie Dwars die vertegenwoordigd is in ‘de wereld is niet te koop’ (voorheen d 14) en soms een rol speelt in mobilisaties.
De SP is de enige landelijke politieke partij die ondubbelzinnig stelling neemt tegen de neoliberale globalisering. Ook maakt ze deel uit van ‘de wereld is niet te koop’en levert ze soms een bijdrage aan mobilisaties (Brussel). Ze doet echter dit steeds op de typische SP manier: met een flink oog op de eigen profilering en opbouw, en niet door consequent mee te werken aan mobilisaties en de opbouw van structuren van de beweging.
Een aantal kleinere linkse organisaties en groepen spelen wel een actieve rol in de beweging. In de eerste plaats zijn dat anarchistische of anarchiserende groepen veelal voortkomend uit de kraakbeweging (Eurodusnie, Infogroep Wageningen enz.). Vooral in een eerdere fase van de beweging (de mobilisaties voor Praag, Gotenburg en Genua) speelden zij een niet onbelangrijke rol in de mobilisaties. Eurodusnie en Infogroep Wageningen) organiseerden samen met de IS de bijeenkomst op 16 juni. Sinds Brussel is hun rol in de beweging minder (zichtbaar). Ze deden niet mee met d 14 en hebben de neiging om minder belang aan de beweging te hechten nu minder radicale krachten daar een grotere rol in spelen.
Een opvallende rol speelt de IS. Zij richten zich met name op het mobiliseren en sinds het ontstaan daarvan op de opbouw van ‘d 14’ nu ‘de wereld is niet te koop’. Ook Offensief en de NCPN zijn aangesloten bij ‘de wereld is niet te koop’
Vanaf de start is ook Amsterdam Anders/De Groenen bij ‘de wereld is niet te koop’ betrokken en een belangrijk deel van deze organisatie beschouw zich duidelijk als ‘anders globalisten’.
Tot slot de SAP. Behalve onze betrokkenheid bij Attac en de individuele betrokkenheid van en klein aantal leden bij eerdere initiatieven (zoals de mobilisaties voor Praag, Götenborg en Genua) hebben we ons vanaf de bijeenkomst van juni 2001 in Leiden systematischer ingezet in de beweging. We zijn van het begin af aan betrokken bij d 14 en spelen daarin een niet onbelangrijke rol.
Perspectieven en strategie
De globaliseringsbeweging is bij uitstek een internationale en internationalistische beweging. Het is een beweging die de heersende neoliberale ideologie in de praktijk ter discussie stelt, en daarmee de weg opent voor een effectieve strijd daartegen. Het is een beweging die verschillende inhoudelijke thema’s en stukken strijd bij elkaar brengt, en daarmee een cruciale rol speelt in het proces van heropbouw, herstructurering en vernieuwing van links. Daaraan ontleent de beweging ook in Nederland haar belang, ondanks haar nog beperkte omvang en kracht.
De globaliseringsbeweging is dus niet zo maar een nieuwe sociale beweging naast andere sociale bewegingen. Het is in eerste instantie vooral de doorwerking in het bewustzijn van de eenmakende werken van het proces van globalisering binnen verschillende sociale bewegingen. Dat bepaalt ook het zeer ongelijkmatige karakter van de beweging, en het feit dat de organiserende kaders in eerste instantie voortkomen uit de (voorheen versnipperde) deelbewegingen. Tegelijkertijd heeft de beweging door haar internationale karakter; haar analyses van het proces van globalisering en de gevolgen daarvan; haar strijd daartegen en de discussie over de alternatieven een grote aantrekkingskracht op nieuw radicaliserende jongeren.
Dit karaker van de beweging brengt met zich mee dat ze in zeer verschillende vormen en structuren en rond zeer verschillende thema’s actief kan zijn. Dit veelvormige en veelkleurige karakter van de beweging is haar grote kracht, en er is geen enkele reden om haar organisatorisch of wat betreft thematiek persé op één lijn te willen krijgen. Het is juist van belang om structuren te ontwikkeling die voldoende flexibiliteit en openheid combineren met een minimaal noodzakelijke coördinatie.
Het ligt voor de hand om in navolging van de ontwikkelingen elders in de wereld te werken in de richting van de vorming van een Nederlands Sociaal Forum. Om dat werkelijk succesvol te kunnen doen zullen er tegelijkertijd en gecombineerd twee ontwikkelingen plaats moeten vinden. Een de ene kant de verdere uitbouw van de beweging als activistische beweging, aan de andere kant de verdere inschakeling van (delen van) bestaande organisaties in de globaliseringsbeweging.
Het is makkelijk gesteld dat er in principe geen tegenstelling bestaat tussen de noodzaak van verbreding van de beweging en het radicale karakter van haar eisen, in de praktijk zal het de grote uitdaging van de beweging zijn om dat ook in haar werking duidelijk te maken.
Tot nu toe is de beweging in Nederland vooral gericht de gevolgen van de neoliberale globalisering elders in de wereld: mondiale milieuproblemen, concrete gevolgen van de globalisering in de derde wereld of het voormalige Oostblok. Het is van belang om ook in te zien dat allerlei ontwikkelingen in Nederland, waar mensen door geraakt worden, te maken hebben met het proces van neoliberale globalisering. En dat de strijd tegen de neoliberale globalisering niet alleen de strijd tegen de Wereldbank het IMF, de WTO en de G8 enz. is, maar ook tegen de privatisering van het GVB en Schiphol, tegen de versterking van de marktwerking in het onderwijs enz. enz.
De opstelling van de SAP
Onze benadering van de beweging is gebaseerd op het uitgangspunt dat de overgrote meerderheid van de wereldbevolking de dupe is van het huidige proces van neoliberale globalisering, en dat de opbouw van de beweging daar ook op gericht moet zijn.
Dat betekent dat wij consequent werken aan de verbreding van de beweging, zowel in sociaal opzicht als qua thematiek. In tegenstelling tot een ultra-linkse benadering gaan wij er niet vanuit dat een dergelijke verbreding van de beweging haaks staat op haar strijdbare en radicale karakter. De radicaliteit van de beweging zit hem in de eisen die ze formuleert en in de consequente en vasthoudende wijze waarop ze die verdedigd. Het op langere termijn opbouwen van de beweging staat voor ons centraal.
Daarvoor is naast verbreding en verdieping vooral noodzakelijk dat er gewerkt wordt aan concrete actieperspectieven en dat er een grote mate van openheid, transparantie en interne democratie bestaat in de beweging. Iedere schijn van manipulatie, uitsluiting van bepaalde stromingen en andere vormen van instrumentalisering van de beweging moeten bestreden worden.
We steunen die initiatieven die er op gericht zijn de beweging te versterken, te verbreden en te verdiepen. We verzetten ons tegen pogingen om de beweging als een specifiek ‘anti kapitalistische’ of ‘socialistische’ beweging op te bouwen. Niet omdat we niet ‘antikapitalistisch’ of ‘socialistisch’ zijn, maar omdat het bij voorbaat op willen plakken van dergelijke labels in de huidige situatie een rem vormt bij het opbouwen van de beweging. Het gaat er om of men werkelijk een constructieve bijdrage wil leveren aan de opbouw van de beweging, niet om de vraag onder welk label men dat wil doen.
De organisatorische vormen die de beweging in de loop van de tijd aan zal nemen kan variëren en zijn niet op voorhand te voorspellen. Het kan de vorm aannemen van de groei van afzonderlijke organisaties; van de uitbouw van bepaalde samenwerkingsverbanden; van een grotere betrokkenheid van meer traditionele organisaties; van wisselende coalities voor bepaalde mobilisaties, en allerlei combinaties daarvan. Voor ons is niet de vorm van de beweging van belang maar haar dynamiek.
Ondanks haar beperkte omvang kan de SAP een serieuze rol spelen in dit proces van opbouw van de beweging. Vooral omdat wij de ervaringen van verschillende sociale bewegingen en verschillende perioden van strijd vertegenwoordigen kunnen we een rol spelen in het bij elkaar brengen van die ervaringen. Onze rol is dan ook vooral een politieke rol. Die kunnen we alleen optimaal spelen als we open staan voor de dynamiek en het potentieel van deze beweging in opbouw.
Zoals we hierboven al constateerden kampt de beweging met een reëel generatieprobleem. Het merendeel van de organiserende kaders bestaat uit mensen die in een andere politieke periode geradicaliseerd en actief geworden zijn terwijl het potentieel van de beweging natuurlijk bij jongeren ligt. Dat is overigens geen specifiek Nederlands probleem. Ook in landen waar de beweging veel omvangrijker is speelt dit. Het antwoord op dit probleem bestaat noch uit het ontkennen ervan, noch uit het geforceerd alleen op jongeren richten van het werk van de beweging. Het omvatten van meerdere generaties is voor iedere beweging op langere termijn een geweldig voordeel, hoe bepalend jongeren ook zijn voor een actieve beweging.
In haar hele manier van functioneren zal de beweging zo ingericht moeten zijn dat jongeren daarbinnen optimaal kunnen functioneren. De bestaande organiserende kaders zullen daarin een belangrijke voorwaardenscheppende rol moeten spelen. Ook op dit vlak kan de SAP, waarin ervaringen van verschillende perioden en bewegingen samen komen, een rol spelen.
Prioriteiten
Praktisch gezien zullen de komende periode met name de volgende punten in ons werk in de globaliseringsbeweging centraal staan: Het verbinden van de ervaringen van de verschillende bewegingen waarin we werken met de globaliseringsbeweging in opbouw. Het bijdrage aan de versterking en uitbouw van Attac Nederland en haar integratie in de internationale Attac beweging. Het versterken en uitbouwen van het samenwerkingsverband ‘de wereld is niet te koop’ en het werken in de richting van de tot stand koming van een Nederlands sociaal forum.
Add new comment