4 April 2020

Fidels revolutie bladdert af

Cuba is een prachtig land. Met veel prachtige mensen. Ondanks een zinderende hitte het hele jaar door is het eiland vruchtbaar en groen. Groen in alle tinten. Boven de gewassen, struiken en bossen steken overal de kronen van de koningspalmen af tegen een strakblauwe lucht. En overal cirkelen op grote hoogte de donkere silhouetten van zwarte gieren in sierlijke vlucht.
Een paradijs om doorheen te zoeven in een airconditioned bus. En af en toe te stoppen voor het drinken van een mojito, een frisse cocktail van rum, limoen en munt. Of voor een bezoek aan een Casa de la Trova, waar salsabandjes zelfs in de meest vermoeide reiziger nieuw leven blazen, tokkelen en trommelen. Maar hoe gaat het met de Cubanen?

Op Cuba is de gezondheidszorg goed georganiseerd. En gratis. Voor elke honderd gezinnen is er een huisarts. Kindersterfte ligt er op een even laag niveau als in Europa. Daar kan geen ander Derde Wereldland aan tippen. Ook het onderwijs is goed en gratis. Van kleuterschool tot en met universiteit. Kinderen en jongeren maken vrijwel zonder uitzondering een gezonde, vitale en vrolijke indruk. Op Cuba sterft niemand van honger op straat en zijn er ook geen miljonairs. Een unicum in de Derde Wereld.
Het zijn verworvenheden van de revolutie van 1959. De revolutie van Fidel Castro en Che Guevara. Het zijn verworvenheden die passen in het streven om op Cuba een socialistische samenleving te vestigen.

Andere kant
Het is helaas niet het hele verhaal. Tegenover de lage kindersterfte staat een groot aantal zelfmoorden. Op een bevolking van 12 miljoen beroven ongeveer 2.500 Cubanen zich jaarlijks van het leven. Dat is het hoogste percentage van Latijns Amerika. Tegenover de hoge opleidingen staat een kleine kans op passend werk. Als je al werk kunt vinden. De economie verkeert sinds 1990, toen de steun van de Sovjet Unie wegviel, in een diepe crisis. Het gevolg is dat er weliswaar geen puissant rijken zijn op Cuba, maar dat er wel alom armoede heerst. Het gemiddelde maandinkomen bedraagt ongeveer 20 dollar.
De huizen, dorpen en steden zijn schilderachtig, maar nogal verveloos. Daar komt bij dat de vrijheden op Cuba zijn ingeperkt. Het is de Cubanen niet toegestaan zich vrij te verplaatsen op het eiland, laat staan het te verlaten. Er is geen vrije meningsuiting. In april 2003 werden 75 journalisten, vakbondsmensen en schrijvers veroordeeld tot gevangenisstraffen van 6 tot 28 jaar. Omdat ze een referendum over de toekomst wilden organiseren. Veel Cubanen snakken naar wat meer welvaart en vrijheid.

Tijdens het touren en rondwandelen op Cuba vallen de armoede en de economische crisis niet direct op. Weliswaar zijn de huizen haveloos, maar achter de bladderende buitenmuren goed gemeubileerd, inclusief televisie. En het straatbeeld is overal druk en levendig. De semi-illegale handel in sigaren, rum en seks tiert welig, maar echte bedelaars en verkommerende daklozen kom je nauwelijks tegen. Toch is bijvoorbeeld die prostitutie een bedenkelijk symptoom. Na de revolutie was men fier op het feit dat er een einde was gemaakt aan een Cuba dat diende als ‘het bordeel van de Amerikaanse maffia’. Inmiddels is het weer zo dat iemand met een vuistvol dollars op Cuba geen nacht alleen hoeft te slapen. Iets anders dat opvalt, dat is dat auto’s, waaronder talloze ‘Amerikanen’ uit de vijftiger jaren, en motoren op hellende straten en wegen naar beneden hun motor afzetten. Om benzine te sparen. Brandstof is schaars. Energie is schaars: de elektriciteit wil nog wel eens uitvallen. Het lijkt de Cubanen niet te deren, maar als je ze wat langer spreekt dan blijkt er wel degelijk onvrede te heersen.
Carlo, een goedgebruinde veertiger, getrouwd en twee jonge kinderen, met een baan bij een ministerie in Havana: ‘Het zijn zware tijden. Jullie toeristen kunnen hier met dollars vrijwel alles krijgen, maar met onze peso’s komen we niet ver. Dankzij een rantsoeneringsyteem komt iedereen wel aan zijn eerste levensbehoeften, voedsel en goedkope kleding, maar iets extra’s is niet te betalen. Ik heb het anders meegemaakt. De zeventiger en tachtiger jaren waren jaren van overvloed. De Sovjet-Unie steunde ons om politieke redenen met 50 miljard dollar per jaar, dat is ruim 10 dollar per Cubaan per dag. Er was van alles genoeg. Dat heeft ons gemakzuchtig gemaakt. Er is te weinig geïnvesteerd in onze eigen industrie. En toen na de val van de Muur in 1989 de Russische steun wegviel, zijn we in een diep gat gevallen. We raakten de helft van onze brandstoftoevoer kwijt, handel en industrie stortten in. Dat is opgevangen met de Período Especial, een combinatie van bezuinigingen en wat meer economische vrijheid. Daardoor zijn er samenwerkingsverbanden gekomen met buitenlandse, vooral Spaanse, bedrijven en is het toerisme tot bloei gekomen. Het gaat wel iets beter maar niet goed genoeg. Natuurlijk heeft het Amerikaanse embargo een negatieve invloed. Een schip dat hier aanlegt, mag een half jaar geen Amerikaanse haven in. En een Spaanse hotelketen die hier investeerde, moest zijn vestigingen in Florida sluiten. Dat werkt zeker tegen en natuurlijk moet die boycot van de baan. Maar zolang ik leef is dat embargo er al. Voor de meeste Cubanen, voor mij ook eigenlijk, is dat geen acceptabele verklaring meer voor onze crisis. Een geldig maar versleten argument. We zullen op eigen benen moeten leren staan. Een nieuwe koers inslaan, voorzichtig experimenteren met vrijheden.’

Vrijheid
Van het gebrek aan vrijheden is in het straatbeeld weinig te merken. Het ontbreken van billboards en neonreclames is geen gemis. En de overal op muren geschilderde leuzen en portretten van Che bladderen ook al af en lijken door niemand nog te worden opgemerkt. Er lopen, of liever: zitten, wel veel mensen in uniform, maar die maken geen erg actieve indruk. Wat wel opvalt dat is dat er buiten Havana geen krant of tijdschrift valt te ontwaren. En in Havana moet je het doen met een enkele Granma of Rebelde, officiële organen van de communistische partij en de communistische jongerenorganisatie.
Carlo: ‘Een kwestie van gebrek aan papier en inkt. Vroeger waren er wel meer bladen, maar ook geen oppositionele. Sinds de Período Especial is het niet meer mogelijk een abonnement te nemen. Wie voor 1990 al een abonnement had, krijgt de Granma nog steeds wel thuis bezorgd. Voor nieuws en amusement zijn we aangewezen op de tv. Wie elektriciteit heeft, die heeft ook een televisie. Er zijn 4 kanalen die alle vier door de regering worden gecontroleerd. Seks en geweld zijn taboe. Buitenlandse zenders ook. Behalve in hotels en sommige instellingen. Op mijn werk kan ik bijvoorbeeld CNN of Discovery bekijken, maar thuis niet. Het is ook niet mogelijk om thuis te internetten. En als ik op mijn werk een e-mail wil versturen, dan moet ik daar schriftelijk toestemming voor vragen. Wat ik dan verstuur, wordt wel gecontroleerd, denk ik. Er is veel controle. Je kunt in het openbaar niet zeggen wat je wilt. Zonder goedkeuring door de PCC (Partido Communista de Cuba) kun je je niet kandidaat stellen bij verkiezingen. Je kunt niet zomaar verhuizen. Voor reizen naar het buitenland heb je goedkeuring van de staat nodig. Die krijg je niet zomaar.’
Van massaal verzet of oppositie zijn er in Cuba geen merkbare tekenen. De 75 veroordeelde intellectuelen zijn afgedaan als ‘verraders’. In de buitenlandse pers zijn er berichten verschenen over opstootjes uit protest tegen de energiecrisis en tegen de behandeling van politieke gevangenen. De Cubaanse media zwijgen daarover. Nieuws uit de rest van de wereld wordt gefilterd. Castro is vaste gast op de beeldbuis. Toen de orkaan Ivan langstrok, was hij niet van het scherm te slaan. Uren achtereen legde hij uit wat orkanen zijn, hoe ze ontstaan, wat de gevolgen zijn en hoe ze moeten worden aangepakt: ‘Met samenwerking, discipline en solidariteit’. Hoe staat het eigenlijk met de aanhankelijkheid van de Cubanen aan Castro en het systeem?
Carlo: ‘Veel mensen bewonderen Fidel toch wel. Omdat hij al meer dan 40 jaar het grote Amerika weerstaat. Omdat hij al meer dan 200 aanslagen heeft overleefd. Hij is een survivor. Een hoop mensen vindt wel dat hij te veel en te lang praat, maar ze waarderen zijn grapjes. Toen het Russisch als schoolvak werd afgeschaft, zei hij: ‘We gaan Engels leren. In Rusland doen ze dat al. Wij volgen de Russen’. Hij heeft charisma en charme. Bijna iedereen vindt ook wel dat we goed af zijn met onze gratis gezondheidszorg en onderwijs. Hoe diep het socialisme in de mensen zit? Toen met de Período Especial de kerk wat meer vrijheid kreeg, bleek het katholicisme over meer aanhang te beschikken dan verwacht. Zelfs sommige communisten ontpopten zich als gelovig katholiek. Ik schat dat 70 procent van onze mensen zich als katholiek beschouwt, ook al gaat daarvan nog geen derde naar de kerk. Iets ernstiger is wat enige tijd geleden in het oosten gebeurde. Daar dreigde een voedseltekort, de regering stuurde extra transporten, die werden opgekocht door handelaren en voor woekerprijzen doorverkocht aan de bevolking. Misschien is ons systeem zo slecht nog niet, maar sommige mensen…’

Verloedering
De armoede en het gebrek aan openheid hebben inderdaad negatieve effecten. Het toerisme brengt dan wel deviezen in het laatje, het verloedert ook. Achter de semi-illegale verkoop van drank en sigaren gaat een wereld van diefstal en corruptie schuil. En het leidt tot verhoudingsgewijs flinke inkomensverschillen, concurrentie en scheve gezichten. Een taxichauffeur en een jinotega (hoertje) verdienen op een avond evenveel als een chirurg in een maand. Waarschijnlijk zijn enige voor half november afgekondigde maatregelen pogingen om de ongelijkheid en verloedering terug te dringen. Het afschaffen van de dollar als betaalmiddel en het heffen van een commissie van 10 procent bij het wisselen is zo’n maatregel. Ook mogen enkele op het toerisme gerichte beroepen, zoals clown, goochelaar en masseur, voortaan alleen nog in staatsdienst worden uitgeoefend. En mogen in de paladares, de particuliere huisrestaurantjes, uitsluitend nog familieleden bedienen en mogen er geen schaaldieren (kreeft!) meer worden geserveerd. Of dit helpt of juist het illegale circuit doet uitdijen, dat is een vraag die niet eenvoudig is te beantwoorden. Net zomin als de vraag naar de nabije toekomst van Cuba dat is.
Carlo: ‘Zolang Fidel leeft, verwacht ik geen grote veranderingen. Maar hij heeft niet het eeuwige leven en hij is al 78. Hij kan nog wel even mee, maar dan? Sommigen zijn bang dat Amerika na zijn dood hier binnenvalt. Zelf geloof ik daar niet in, het Cubaanse leger is het Iraakse niet en ik denk niet dat de rest van de wereld op een Cuba-conflict zit te wachten. Iedereen hier is bang dat na Fidel de Miami-Cubanen het eiland opkopen en overnemen. Daar schieten we niks mee op. Sommigen hebben hun hoop gevestigd op Raoul Castro, de tien jaar jongere broer van Fidel en hoofd van het leger. Hij zou een wat gematigder weg willen inslaan. Als het dan maar niet zo gaat als in Rusland, waar nu veel mensen er slechter aan toe zijn dan voor de val van de Muur. Het zou het beste zijn als onze leiding voorzichtig zou experimenteren met meer vrijheid, democratie, meer partijen zou toestaan. Ons land heeft ontzettend veel potentieel, een gezonde en hooggeschoolde bevolking. Daar is zo veel mee te doen. Fidel zou wat meer moed moeten tonen. Maar ik ga het hem niet vertellen!’

Add new comment

Plain text

  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.

Reageren