29 September 2020

Homoseksualiteit en sociale strijd in de Derde Wereld

Homogemeenschappen in de Derde Wereld zijn onderdeel geworden van de internationale homoseksuele gemeenschap. Westerse mannen gaan daar op zoek naar seks en er is, bijvoorbeeld onder homo’s uit de Indonesische middenklasse, sprake van een omgekeerd sekstoerisme: men gaat op reis naar Amsterdam of San Francisco. Een nader onderzoek leert echter dat homoseksualiteit in veel landen in het Zuiden een geheel andere geschiedenis heeft dan die van het Noorden.

De Indonesische homoactivist en lid van de linkse Democratische Volkspartij (PRD) Dede Oetomo geeft een interessant voorbeeld van de verwarring rond homoseksualiteit in Indonesië. Hij betoogt dat termen als homoseksueel of gay voor veel mensen abstract zijn. Ze hebben geen idee wat homo’s zijn, maar kennen wel die twee mannen die samen wonen in hun buurt. Deze mannen zijn zogenaamde waria’s. Een term die staat voor een gendercategorie die niet mannelijk of vrouwelijk is, slaat op mensen die biologisch man of vrouw zijn, maar sociaal gezien tot een derde sekse behoren. Ze dragen vaak vrouwenkleding. Oetomo: ‘Als je aan moslimstudenten die op de Islamitische universiteit rondhangen vraagt of ze homo zijn, antwoorden ze: ‘Homo’s? Dat zijn die blanke toeristen die op de stranden van Bali rondlopen. Wij zijn niet homo, wij gaan gewoon met elkaar naar bed. Over een tijdje trouwen we gewoon.’

Yesim Basarak, die een belangrijke rol speelt in de lesbische beweging in Ankara (Turkije), geeft ook voorbeelden van seksuele categorieën waarvoor in het Westen geen termen bestaan: ‘Er bestaat een groep mannen zichzelf niet als homo zien, maar wel seks hebben met andere mannen. Deze laco’s zijn meestal getrouwd en nogal macho. Hun seksuele partners worden lubunyas genoemd en gedragen zich een beetje ‘vrouwelijk’: hoewel ze geen vrouwenkleding dragen, gebruiken ze make-up en dragen strakke kleding. Ook bestaan er termen die met leeftijd te maken hebben en onderdeel zijn van de taal van de homogemeenschap. Een manti bijvoorbeeld is een homoseksuele tiener, terwijl de term balamoz staat voor oudere mannen. Het is geen Turks, maar is overgenomen uit het Latijn of Grieks en worden enkel gebruikt binnen de homogemeenschappen.’

Anders dan het Westen

De vrij duidelijke grenzen tussen homo- en heteroseksualiteit, zoals in het Westen gebruikt, zijn geen universeel gegeven, maar zijn het product van specifiek Westerse ontwikkeling. Met het industrieel kapitalisme en de ontwikkeling van loonarbeid ontstond er sociale ruimte waarin mensen vorm konden geven aan hun eigen leven, zonder de voortdurende controle van directe familieleden. Bovendien hebben belangrijke ontwikkelingen op het gebied van de (medische) wetenschap en de rol van de staat in de negentiende eeuw tot nieuwe definities van seksualiteit geleid. Zo werd er vanaf de achttiende een onderscheid gemaakt tussen normale en abnormale seksualiteit. Homoseksualiteit werd uiteraard in de laatste categorie ingedeeld.

Homoseksuelen kregen een naam, ze werden een ‘iets,’ een ‘soort’ en hadden, in het Westen, de sociale ruimte om zich ook anders te gaan identificeren.
Homoseksueel gedrag, seks en erotiek tussen mensen van hetzelfde geslacht, heeft daarentegen wel een lange geschiedenis. Maar neemt verschillende vormen aan in verschillende periodes en op verschillende plekken. De situatie in de landen van de Derde Wereld bevestigt dit. Hoewel door globalisering en industriële ontwikkeling, die het ontstaan van een middenklasse met zich meebrengen, zich in veel landen inderdaad een homoseksuele identiteit naar Westers model lijkt te ontwikkelen, gebeurt dit naast identiteiten en categorieën die al veel langer onderdeel zijn van locale culturen in deze landen.

Koloniale geschiedenis

Het kolonialisme heeft een belangrijke stempel gedrukt op de situatie in de Derde Wereld. Dus ook op de manier waarop er gedacht wordt over homoseksualiteit. Vanaf de achttiende eeuw, en vooral in de negentiende en begin twintigste eeuw, worden de koloniën meer en meer beschouwd als ongecultiveerde gebieden, waar premoderne ‘wilden’ wonen. Het moderne Westen wordt gezien als het beschaafde en ontwikkelde eindpunt van de geschiedenis. De ‘primitieven’ moeten worden opgevoed tot moderne en beschaafde mensen. Een belangrijke rol in dit beschavingsoffensief was weggelegd voor het christendom, de missie en de zending. De ‘inboorlingen’ dienden een christelijke mentaliteit en moraal aan te leren. Met deze erfenis hebben veel Derde Wereldlanden in de eenentwintigste eeuw nog steeds te maken. De positie van homoseksuelen wordt er sterk door bepaald.

Oetomo: ‘Indonesië is voor alles product van het kolonialisme. We zijn een natie waarvan het territorium gebaseerd is op het voormalige administratieve gebied van het Nederlandse kolonialisme. Indonesië bestaat werkelijk uit honderden culturen, die allemaal hun eigen tradities en geschiedenis hebben, ook op het gebied van seksualiteit. Neem bijvoorbeeld het geïnstitutionaliseerde homoseksuele en lesbische gedrag op de Koranscholen. Op de islamitische middelbare scholen is homoseksuele seks, zowel tussen jongens als tussen meisjes, heel normaal en verbonden met het onthouden van Koranverzen. Of neem de spermacultuur van de Papoea’s in Nieuw Guinea, die nog ‘traditioneel’ leven. Zij hebben geïnstitutionaliseerde homoseksuele riten die van jongens mannen moeten maken. Het idee is dat vrouwelijke sappen gevaarlijk zijn voor mannen. Om een veilig leven te hebben als man moet hij in deze rite orale seks met een oudere jongen bedrijven en het zaad doorslikken.’

‘De Nederlandse liberalen die zich eind negentiende en begin twintigste eeuw een beetje schuldig voelden over de uitbuiting en onderdrukking wilden iets ‘terug doen’ voor Indië. Ze zagen al die perversiteit en kwamen met de zogenaamde ‘ethische politiek,’ een soort heropvoedingprogramma dat van Indiërs moderne en gecultiveerde burgers moest maken. Deze ethici, en de missionarissen uiteraard, zagen het homoseksuele gedrag, de waria’s en transgenders, met lede ogen aan. Door hen is de Victoriaanse mentaliteit, die nu zo’n grote rol speelt, geïntroduceerd.’

Globalisering

Door de voortschrijdende globalisering verandert de Derde Wereld; er ontwikkelt zich een middenklasse en lokale culturen worden gedeeltelijk ingeruild voor de Westerse cultuur. Deze middenklasse spreekt vaak Engels en kijkt naar het Westen voor rolmodellen. Dit gebeurt ook binnen de homogemeenschap. Naast de meer traditionele identiteiten en vormen van seksualiteit, die uiteraard ook aan grote veranderingen onderhevig zijn, ontwikkelt zich een homoseksuele identiteit die in het Westen al generaties lang bestaat.

Yesim Basarak praat over de spanning die dit oplevert: ‘In Ankara is een nachtclub voor homoseksuelen, Graffiti. De mensen die hier komen zijn vaak hoger opgeleid, spreken Engels en voelen zich moderne homoseksuelen. De lubunyas en de transgenders worden geweerd. Zij worden gezien als ouderwets en worden daarom gediscrimineerd.’
‘De homobeweging in Istanbul, de meest Europese stad van Turkije, heeft een zelfde soort probleem. Officieel staat het open voor vrouwen en mannen, maar het bestaat alleen uit mannen. Deze homo’s komen allemaal uit welgestelde families, zijn hoog opgeleid en spreken goed Engels. Ze oriënteren zich, wat betreft levensstijl en consumentengedrag, erg op het Westen. Dit maakt het voor vrouwen en mannen uit lagere sociale milieus, zoals lubunyas, heel moeilijk betrokken te raken bij deze beweging. Ze voelen zich er niet thuis.’

Oetomo heeft soortgelijke ervaringen: ‘Een discussie binnen de homobeweging in Indonesië gaat over de vraag waarom we niet gewoon allemaal waria’s worden. Zij worden immers veel beter geaccepteerd. Bourgeois nichten willen daar niets van weten: ‘De waria’s komen uit de arbeidersklasse; ze stinken en maken veel lawaai. Hun disco’s zijn warm en zweterig. Onze discotheken daarentegen zijn schoon en hebben airco. Wij homo’s zijn gewoon moderner’.’
‘Wat deze mensen niet begrijpen is dat de homobeweging juist heel veel heeft te danken aan de waria’s. Het verschil tussen waria en homo is eigenlijk heel vloeibaar. Mannen kunnen een tijdje homo zijn, en daarna besluiten vrouwenkleding te dragen en waria te worden. Veertig jaar later besluiten ze misschien dat ze die vrouwenkleding zat zijn en worden weer homo.’

Sociale bewegingen

De meeste homo- en lesbobewegingen in de Derde Wereld staan nog in de kinderschoenen. De Stonewallopstand in New York in 1969, wat over het algemeen wordt beschouwd als het startpunt van de hedendaagse homobeweging, is slechts in een aantal Derde Wereldlanden invloedrijk geweest. In de meeste landen lieten organisaties van homoseksuelen langer op zich wachten.

Indonesië echter is een land waar al vroeg bewegingen ontstonden. Oetomo stelt: ‘Tijdens de eerste jaren van de Nieuwe Orde van Soeharto, die in 1965 met een coup aan de macht kwam, was er sprake van een politieke dooi. De samenleving was volkomen gedepolitiseerd. Na de slachting van 1965 waren mensen bang en dus zeker niet politiek actief. Een van de kenmerken van de Nieuwe Orde was dat de staat alles wilde controleren. In de eerste jaren van Soeharto werden de waria's en transgenders georganiseerd in door de staat gecontroleerde organisaties. Er was een minister verantwoordelijk voor ze, die overigens van plan was ze te ‘genezen.’’ Oetomo betoogt, dat deze organisaties vrij los stonden van de homobeweging, die zich meer onafhankelijk van het regime opstelde en pas in de jaren tachtig tot ontwikkeling kwam.

In de jaren tachtig ontstond de organisatie Lambda Indonesia. ‘Deze groep was vrij Westers georiënteerd en publiceerde het eerste blad van homoseksuelen in Indonesië. Maar na een aantal jaren doofde de vlam en moesten we opnieuw beginnen. Dat hebben we gedaan. In de jaren negentig werden er twee tijdschriften uitgegeven door de homo- en lesbobeweging, maar in 1994 werden ze allebei verboden. We schreven over de corruptie van het Soeharto regime en dat werd niet gewaardeerd. Door ons verzet tegen Soeharto hebben we echter wel het respect gewonnen van de democratische beweging. Daar plukken we nu de vruchten van. We worden serieus genomen en zijn onderdeel van de bredere beweging.’

In Turkije komt de strijd voor seksuele bevrijding nog maar net en heel voorzichtig van de grond. De organisaties zijn klein en afhankelijk van de hulp van anderen, vooral de linkse beweging. Maar links is niet altijd even behulpzaam. Basarak: ‘Veel linkse organisaties zijn helemaal niet voor homobevrijding. Anderen steunen ons wel, maar alleen op papier. Als KAOS GL, de organisatie van homo’s en lesbo’s in Ankara, hebben we aan de demonstraties op acht maart en een mei meegedaan. Een deel van onze leden was daar met linkse kameraden. Bang dat zij erachter zouden komen dat ze homo of lesbisch zijn, durfden ze niet met ons te praten. Deze ervaring hebben we helaas ook met een deel van de ODP (Partij voor Vrijheid en Solidariteit, waarin ook de zusterorganisatie van de SAP actief is). Deze partij heeft in haar beginselprogramma haar steun aan de homo- en lesbostrijd vastgelegd. We waren in het begin heel erg enthousiast en hebben veel samengewerkt. Toch zijn we buiten de organisatie gebleven, omdat het slechts in een aantal afdelingen van de ODP mogelijk is open te zijn over je homoseksualiteit. We blijven tegen de ODP zeggen dat er veel homo’s en lesbo’s lid zijn van hun club en dat ze deze leden moeten steunen en aanmoedigen om open en eerlijk te zijn binnen de organisatie. De ODP moet een veilige plek zijn. Zo niet, dan zal KAOS GL geen lid worden.’

Basarak zelf heeft een initiërende rol gespeeld in het creëren van meer ruimte voor lesbische vrouwen binnen de homobeweging. Ze zegt: 'Lesbische vrouwen in Turkije zitten in een moeilijke situatie. De publieke ruimte wordt door mannen gedomineerd. Alleen hoger opgeleide vrouwen gaan uit en dan altijd met mannelijke vrienden. Dit maakt het niet gemakkelijk lesbisch te zijn. Bovendien hebben lesbische vrouwen geen idee wat ze moeten met hun gevoelens voor vrouwen. Ze weten niet waar ze andere lesbiennes kunnen ontmoeten. Die persoonlijke problematiek is een belangrijk obstakel voor politieke strijd. Natuurlijk wilden we hier iets aan doen. Een aantal vrouwen hebben zich daarom een aantal jaren geleden aangesloten bij de grotere beweging van mannen. Maar hier waren we voortdurend in de minderheid: twee of drie vrouwen op vijftig mannen. Bovendien gingen de discussies niet over ons. We hebben toen besloten bijeenkomsten te organiseren alleen voor vrouwen. We zijn ons gaan verdiepen in het feminisme en werken met de feministische beweging samen, in de hoop dat zij zich ook voor ons interesseren. Ondertussen onderhouden we nauwe contacten met de rest van de homobeweging. We hebben het gevoel ergens tussen de feministische beweging en de homogemeenschap in te hangen. Onze problemen zijn anders, maar hebben dezelfde wortels.’

Oetomo herkent dit wel: ‘Vrouwen zijn ook op onze vergaderingen altijd in de minderheid. Maar we zijn hoopvol. Na de val van Soeharto werd er een grote vrouwenconferentie georganiseerd. Hoewel de aanhangers van Soeharto en de moslimvrouwen veel stennis schopten, werd de lesbische beweging uitdrukkelijk uitgenodigd om deel te nemen. De val van Soeharto heeft een kleine democratische ruimte doen ontstaan, waarvan we hopen gebruik te kunnen maken. De homobeweging werkt nu met deze vrouwen samen.’

Perspectieven

De homo- en lesbobewegingen in de Derde Wereld zullen de komende jaren voor belangrijke opgaven komen te staan. Hoe meer de bewegingen en gemeenschappen zich zullen manifesteren, hoe meer ze te maken zullen hebben met verzet uit reactionaire kringen. De opkomst van het religieus fundamentalisme is in dit opzicht niet bemoedigend, zoals ook Dede Oetomo heeft ervaren: ‘Nu beginnen de moslims zich met ons en de transgenders te bemoeien. Vroeger hadden we eigenlijk zelden te maken met bedreigingen, nu worden we regelmatig bedreigd, ook met de dood. Tijdens een vergadering demonstreerde een groep moslimactivisten die dreigden het gebouw in brand te steken. Dit zal ongetwijfeld in de toekomst steeds erger worden. Overigens, veel van de mensen die dit soort bedreigingen uiten, worden betaald door de oude Soehartokliek. Het oude regime is nog veel machtiger dan mensen denken.’

‘Er is ook hoop voor de toekomst. In de vele discussies en documenten gewijd aan een nieuwe grondwet begint seksuele oriëntatie een rol te spelen. Het probleem is nu dat waar er democratische ruimte is, er te weinig openlijke homoseksuelen zijn die er gebruik van maken. En de transgenders zien het niet als hun strijd. We zijn met zo weinig activisten dat we niets af kunnen dwingen. Bovendien stuiten we voortdurend op de grenzen van de corruptie. Als we echte vrijheid willen zullen we een meer algemene strijd moeten voeren tegen de corruptie.’

Ook Basarak gelooft wel dat er veranderingen mogelijk zijn, maar het zal moeilijk worden. ‘Er bestaan op dit moment geen wetten tegen homoseksualiteit. Dat komt doordat we niet als onderdeel van de realiteit worden gezien. Turkije is een zeer conservatief moslimland. Mensen kunnen zich gewoon niet voorstellen dat er homoseksuelen en lesbiennes bestaan. Ze willen het niet weten.’
‘Toen ik met mijn vriendin samenwoonde heeft men tegen mij gezegd dat ik blij mag zijn dat ik dat kan doen zonder dat mensen vreemde vragen stellen. Maar niemand wist dat we lesbisch waren! Zo wil ik gewoon niet leven. Ik wil niet alleen lesbisch zijn in de slaapkamer, maar overal en altijd. Daarom moeten we samenwerken met andere onderdrukten, allianties sluiten en blijven discussiëren over de oorzaken van onze problemen.’

In augustus organiseerde de Vierde International haar tweede Gay-Lesbian-Biseksual Strategy-seminar. Twee jaar geleden werd besloten tot het schrijven van een tekst over de onderdrukking van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen. Deze tekst, die aan het komende wereldcongres wordt voorgelegd, is op dit seminar besproken. Meer dan 25 mensen participeerden in deze discussie. Belangrijk was de aanwezigheid van een aantal aktivisten uit de Derde Wereld en de semi-Derde Wereld.

Dit artikel is deels gebaseerd op de inleidingen van Yesim Basarak uit Turkije en Dede Oetomo uit Indonesie en leunt sterk op ‘Different Rainbows,’ dat handelt over homoseksualiteit in de Derde Wereld en is samengesteld door Peter Drucker.

Soort artikel: 

Add new comment

Plain text

  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.

Reageren