6 December 2020

Meelevend racisme

Waltz with Bashir, de Israëlische animatiefilm over een soldaat die probeert zich de eerste Libanonoorlog uit het begin van de jaren tachtig te herinneren raakt bij veel mensen een snaar. Helaas om de verkeerde redenen. Waltz with Bashir is een verontrustend staaltje 21ste eeuws racisme: vriendelijk en meelevend maar het onderscheid tussen ‘mensen zoals wij’ en ‘zij’ wankelt geen moment.

Racistisch klinkt wel erg hard voor een film waarin de Israëlische hoofdpersoon gekweld wordt door herinneringen aan een massa-moord op Palestijnen. Maar hoe moet je een film anders noemen waarin gedode honden en paarden altijd nog veel erger zijn dan dode Arabieren? Het is een film waarin de Israëlische soldaten bange, sympathieke mensen van vlees en bloed zijn en de Palestijnse strijders onzichtbaar, tenzij ze kindsoldaat zijn of schoften die op het lichaam van een gedode vijand plassen. Na afloop blijf het je verbazen dat een film die de menselijkheid van Israëlische soldaten centraal zet maar de slachtoffers vrijwel negeert ontvangen is als een voorbeeld van Israëlische zelfkritiek.
Waltz with Bashir draait om Ari, een Israëlische regisseur. Hij ontmoet een oude vriend uit het leger die hem vertelt dat hij achtervolgd wordt door nachtmerries over de 26 honden die hij tijdens de oorlog heeft gedood zodat zijn eenheid onverwachts Libanese dorpen kon binnenvallen, op zoek naar ‘Palestijnse terroristen’. Wat er daarna in die dorpen gebeurde is niet relevant... Na dit gesprek heeft Ari voor het eerst zelf een flashback van de oorlog – dat denkt hij tenminste. Door middel van interviews met zijn voormalige mede-soldaten graaft Ari zijn herinneringen aan de oorlog op. Uiteindelijk blijken Ari en zijn medesoldaten getuige te zijn geweest van het bloedbad in de vluchtelingenkampen Sabra en Shatila waar leden van de christelijke, fascistoïde Falange militie duizenden Palestijnse vluchtelingen vermoordden uit wraak voor de aanslag op hun leider Bashir Gemayel.
Details slechts...
Libanon was begin jaren tachtig een uitvalsbasis voor Palestijnse guerrilla-acties en aanslagen. Milities met wisselende bondgenoten bevochten elkaar in een bloedige burgeroorlog - enkele van deze, waaronder Gemayels Falange, werden gesteund door Israël. Het Israëlische leger viel in 1982 Libanon binnen. Gemayel werd op 23 augustus president van het chaotische land – hij was de enige kandidaat . Veertien september 1982 werd hij gedood door een zware bomaanslag, bijna twee weken nadat de PLO-strijders officieel Libanon hadden verlaten. Het bloedbad in de vluchtelingenkampen was de wraak van zijn volgelingen op hun oude Palestijnse vijanden.
Dit alles blijft vaag in Waltz with Bashir. De film draait niet om de oorlog maar om een Israëlische soldaat en diens worsteling met zijn herinnering. Je kunt regisseur en schrijver Ari Folman als kunstenaar niet kwalijk nemen dat hij er niet voor heeft gekozen om een film te maken waarin de oorlog centraal staat. Hij heeft een slimme, technisch mooie film gemaakt. De combinatie van een documentaire-achtige stijl met animatie roept precies de twijfel op die zo belangrijk is in de film: wat is er nou echt gebeurd en wat niet?
Het is niet de keuze voor zijn onderwerp dat Folmans film nekt, het is de manier waarop. Als kijkers worden we verwacht mee te leven met bange Israëlische soldaten die een auto doorzeven, niet met de onschuldige burgers in de auto. Centraal staan de verdrongen herinneringen aan Sabra en Shatila, de vele doden in het door Israël bezette west-Beiroet worden volledig genegeerd. Maar waar je sympathie moet voelen voor Ari, word je kwader en kwader om zijn zelf-ingenomen gezeur. Het hoeft niet eens als een verrassing te komen dat ook in die eerste herinnering van Ari niet de Palestijnse doden maar een eerder trauma centraal staat.
Zo menselijk als de Israëli’s, zo vreemd zijn de Libanezen en Palestijnen. Ook de Israëlische bondgenoten van de Falange zijn in Waltz with Bashir radicaal vreemde wezens, gedreven door eer en een ‘erotische band’ met hun leider, niet door de voorspelbare logica van een burgeroorlog of rationele machtspolitiek. Het zijn precies het soort clichés die de Palestijnse denker Edward Said omschreef als ‘oriëntalisme’, de ideologie die dient om de menselijkheid van de westerling te bevestigen en de ander te maken tot alles wat ‘wij’ niet zijn. Het punt dat het Israelische leger hoogstens ‘zijdelings’ betrokken was bij de moordpartij wordt erin gehamerd.
Waltz with Bashir eindigt met archiefbeelden van de doden in Sabra en Shatila. De beelden roepen een akelig déjà vu op. Zoveel anders dan de beelden uit de Gazastrook, toen de maar-al-te-menselijke soldaten van Israël daar een bloedbad aanrichtten zijn ze namelijk niet . Tijdens die oorlog ontving Ari Dolfman prijs na prijs – een woord over, laat staan tegen, díé massamoord kon er niet vanaf. Misschien dat we er over een twintig jaar een film over zien, weer eentje waarin niet de ‘vreemde’ slachtoffers maar de gekwelde ziel van de moordenaars centraal staat.

Add new comment

Plain text

  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.

Reageren