Borderless

15 November 2019

Pensioenstelsel redden, dat is broodnodig

De huidige inkomenszekerheid voor ouderen in Nederland staat Europees op een hoog niveau en is voornamelijk te danken aan ons pensioenstelsel. Maar de inzet van het huidige kabinet is om dat stelsel drastisch te veranderen. En dat doet pijn. Waarom niet behouden wat goed is, en het stelsel daar waar nodig verbeteren?

De pensioenplannen van het kabinet, met minister Koolmees in de frontlinie, zijn gebaseerd op een aantal mythes en aannames. Het pensioenstelsel zou financieel niet houdbaar zijn door vergrijzing en ontgroening. En het zou onmogelijk zijn om met dit stelsel de solidariteit tussen de generaties te behouden. Ook Trouw lijkt mee te gaan in deze drogredenering (commentaar, 11 april), onder de kop ‘Pensioenakkoord is broodnodig’. Daar slaat de krant de plank flink mis.

Financiële houdbaarheid

Op dit moment zijn de buffers van de gezamenlijke Nederlandse pensioenfondsen zo’n 1400 miljard euro groot. De zogeheten trekkingsrechten, de verplichtingen voor het uitkeren van de pensioenen, bedragen ongeveer 30 miljard euro per jaar. Dat betekent dat zonder verdere inleg van premies er voldoende in kas is om gedurende 45 jaar deze pensioenen te kunnen betalen. Ook de AOW, zo’n 27 miljard euro per jaar, kan zonder inleg van premies worden betaald gedurende bijna 25 jaar.

De financiële grenzen zijn dus bij lange na niet in zicht. Er is zelfs genoeg ruimte om pensioenen te indexeren, inclusief de AOW.

Dan de mythe van vergrijzing. De piek van de Babyboom, die vlak na de oorlog begon en tot eind jaren 1950 voortduurde, is al half voorbij. Het ergste hebben we dus gehad.

Het probleem ligt elders, namelijk op de arbeidsmarkt. Naast een kwalitatief probleem (heel andere banen) kampen we met een forse daling van de hoeveelheid banen door de stijging van de arbeidsproductiviteit, automatisering en robotisering. De arbeidsparticipatie neemt dus – relatief – aanzienlijk af.

Dat vraagt om een veel betere verdeling van de arbeid. Nu is bijna 40 procent flexwerk, en een ander groot deel deeltijdwerk. De jeugdwerkloosheid is ondertussen hoog. Het is dus zaak om meer ouderen eerder te laten uittreden en jongeren werk te gunnen, in vaste banen.

Dat is pas solidariteit.

Geef de jeugd een echte baan, dan kunnen deze jongeren aan een toekomst bouwen. Bij voldoende inkomen is nog nooit iemand te beroerd geweest om een gedeelte te reserveren voor een oudedagsvoorziening. De financiële draagkracht van de pensioenfondsen wordt zo groter.  

De belangrijkste denkfout die de regering echter maakt is door te vergeten dat het niet gaat om overheidsgeld maar om pensioen‘fondsen’, die hun kassen hebben gevuld met uitgesteld loon van de werkenden. Zelfs de werkgeversbijdragen aan die fondsen zijn feitelijk niets anders dan niet-betaald loon.

Er is geen enkele reden om het huidige pensioenstelsel overboord te zetten Integendeel, het voorziet in een goed inkomen voor velen, zolang het een collectief stelsel is met verplichte deelname. We zouden kunnen overwegen een plafond in te bouwen, van bijvoorbeeld 100.000 euro. Zo’n plafond geeft uitdrukking aan het sociale karakter van het pensioenstelsel. Het voorziet de kwetsbaren in de samenleving in een goede oudedagsvoorziening. De beter bedeelden kunnen zich desgewenst zelf bijverzekeren op een commerciële verzekeringsmarkt, ze weten de weg wel.

Door het stelsel open te stellen voor àlle werkenden, dus ook zzp’ers en anders flexibel werkende mensen, kunnen we de onderlinge solidariteit verstevigen. Willen de werkgevers niet meer mee doen in het stelsel, best. Maar dan moeten ze wel alle lonen, ook de flexibele lonen, verhogen met het percentage dat nu vastgesteld is als werkgeversbijdrage aan het pensioenfonds.

In de Sociaal economische Raad (Ser) kan het overleg over pensioenen doorgaan. Echter de werkgevers (en voor zover betrokken de overheid) zullen daar niets meer zijn dan adviseurs. Besluiten over beleggingen en de indexeringen van de pensioenen nemen de besturen van de pensioenfondsen waarin de werknemers via hun vertegenwoordigende vakbonden de meerderheid moeten hebben.

Sjarrel Massop is lid van comité Red het Pensioenstelsel FNV. Dit stuk verscheen op 3 mei als opinie in Trouw.

Dossier: 
Soort artikel: 

Add new comment

Plain text

  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.

Reageren