Borderless

22 November 2019

VS: de terugkeer van de vakbeweging

Al meer dan twee weken zijn bijna 50.000 werknemers van General Motors, aangesloten bij de United Auto Workers (UAW) Union, in zo'n 50 fabrieken in staking. Door de stortvloed aan schandalen over het Witte Huis, kwam dit nauwelijks in  het nieuws. En toch is het belangrijk, het is een symptoom van de terugkeer van de vakbeweging op het Amerikaanse politieke en economische toneel.

In de Amerikaanse geschiedenis hebben de acties bij GM vaak een grote invloed gehad op nationaal niveau, zoals bij de staking in Flint in 1936, in  Detroit in 1945-1946 en de staking van 1970. De overeenkomsten die bij GM zijn gesloten, zullen op zijn minst de trend hebbben gezet voor de onderhandelingen bij andere autofabrikanten, zoals Ford en Fiat Chrysler, en hun talrijke leveranciers.

Deze staking vind plaats in een periode van neergang van de vakbeweging in de Verenigde Staten in de afgelopen decennia. Vandaag de dag is slechts 10,5% van de Amerikaanse werknemers aangesloten bij een vakbond, aan het begin van de jaren zestig was dat meer dan 30%. Aangemoedigd door de financiële en economische deregulering hebben bedrijven hun productieactiviteiten verplaatst naar het zuiden van de Verenigde Staten en naar landen met lagere productiekosten.

De krachtsverhouding tussen grote Amerikaanse bedrijven en de georganiseerde arbeiders is radicaal veranderd: sinds het begin van de jaren tachtig zijn de vakbonden in een neerwaartse spiraal terechtgekomen. Deze dynamiek heeft aanzienlijk bijgedragen aan de stagnatie van de inkomens van de middenklasse en de versterking van de ongelijkheid. De economische crisis van 2008 heeft deze problemen alleen maar verergerd.

In 2007 stond GM op het punt failliet te gaan, wat de Amerikaanse regering ertoe bracht om een reddingsplan van 51 miljard dollar goed te keuren. Werknemers werden gedwongen om belangrijke concessies te accepteren om hun baan te behouden. Werknemers die na 2007 in dienst zijn genomen (ongeveer een derde van het huidige personeelsbestand) ontvangen een uurloon van 17 dollar per uur met aanzienlijk lagere pensioenen en uitkeringen, terwijl de werknemers die vóór 2007 in dienst kwamen 31 dollar ontvangen en een volledig pensioen ontvangen. De UAW kwam ook overeen dat het bedrijf deeltijdwerkers (7% van het huidige personeelsbestand) zou aannemen, die 15 dollar per uur verdienen, met weinig of geen voordelen en vrijwel geen werkzekerheid.

Ondertussen heeft GM zich hersteld en de afgelopen drie jaar meer dan 35 miljard dollar winst gemaakt. Haar huidige CEO, Mary Barra, heeft in 2018 22 miljoen dollar in haar zak gestoken. Maar toch omvat het recente herstructureringsplan van het bedrijf, dat poogt $1,1 miljard te besparen, de sluiting van drie fabrieken, met ontslagen die duizenden werknemers kunnen raken. De CEO maakte duidelijk dat de ‘definitieve status’ van deze fabrieken zou afhangen van de lopende onderhandelingen met de UAW.

Bij deze eerste staking sinds 2007 zeggen de werknemers van GM dat ze willen terugkrijgen wat ze verloren hebben. Ze vragen om een voor de inflatie gecorrigeerde beloning (om terug te keren naar de levensstandaard van vóór 2008), regulering van deeltijdwerkers, een ziektekostenverzekering voor iedereen, betere uitkeringen en een toezegging van de onderneming om het aandeel van de productie in de Verenigde Staten te verhogen (inclusief de heropening van gesloten fabrieken).

Gunstige context

Zonder dat we kunnen  spreken over een echte terugkeer van de vakbeweging, is er de laatste tijd sprake van toenemende acties van werknemers in verschillende sectoren (leraren, restaurants, hotels) in het kader van toenemende ongelijkheid, stagnerende of dalende lonen, verslechterende arbeidsomstandigheden en deeltijdwerk.

Deze acties profiteren van een gunstige economische situatie: de werkloosheid daalt en de economische groei is vrij sterk.

Op politiek vlak hebben de Democratische Partij en de meeste presidentskandidaten van die partij onvoorwaardelijke steun gegeven aan de werknemers van GM (waarvan de meesten werken in fabrieken in het Midwesten, een belangrijke regio voor de verkiezingen van 2020). Ze hebben ook het terugdringen van de ongelijkheid en het verbeteren van de arbeidsomstandigheden centraal gesteld in hun verkiezingsprogramma’s. Deze standpunten worden gesteund door een groot deel van de Amerikaanse kiezers.

President Trump zit klem en is weinig spraakzaam geweest sinds het begin van de staking. Als kampioen van de werknemers in 2016 beloofde hij om banen in de Verenigde Staten te behouden en Amerikaanse bedrijven terug te halen naar de VS. Ondanks belastingverlagingen en deregulering is er echter weinig toename van investeringen en bedrijfsverplaatsingen. De industriesector telt 1,4 miljoen banen minder dan in december 2007 en hoewel de president voorstander is van economisch nationalisme, is hij zeker geen voorstander van herverdeling van de rijkdom of opleving van vakbonden. Dit alles kan democraten van wapens voorzien.

Het resultaat van de staking van GM is onvoorspelbaar, maar het wijst niettemin op een nieuwe opleving van de vakbeweging en de politieke linkerzijde die het politieke landschap in de VS zou kunnen gaan bepalen.

Philippe Fournier is onderzoeksmedewerker van het Centre d'études et de recherches internationales van de Universiteit van Montreal (Centrum voor Studie en Onderzoek).

Dit artikel verscheen eerder op PlateformeAltermondialiste. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Soort artikel: 

Add new comment

Plain text

  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.

Reageren