Meer dan de helft van de mensheid woont in de stad. Steden voeden is nooit makkelijk geweest. Maar met het huidige onduurzame voedselsysteem komen we onvermijdelijk in de problemen. Tijd voor een alternatief. ‘We kunnen doorgaan met onze grondstoffen verspillen en reageren op voedselcrises wanneer die zich stellen, of we kunnen de wijze waarop onze voedselsystemen werken, fundamenteel veranderen’, zegt architecte Carlyn Steel in haar boek De Hongerige Stad
Architectuur en eten? Dat is niet zo gek. Elk stad is gevormd door de wijze waarop het voedsel voor de bewoners word aangevoerd. Het boek gaat ook over het ontstaan van de huidige keuken en de cultuur van thuis, in gezinsverband eten. Tegenwoordig genieten we van chef-koks op televisie met een kant-en-klaar maaltijd op de schoot. Vroeger was de gaarkeuken de norm. Steel laat zien hoe groot de invloed van eten is op het leven van stadsbewoners, ook al realiseren die zich dat niet en willen ze het vaak liever niet weten. Geen rommel, geen moestuin maar gladde gazon.
Verstedelijking, kapitalisme, wereldpolitiek, peak oil, honger, klimaatverandering; Steel behandelt deze onderwerpen vanuit het produceren, aanleveren en consumeren van voedsel. Ze neemt de hele keten onder de loep tot en met het ontstaan van riolen en hun rol in de breuk tussen stad en platteland.
Voedselkilometers.
Veel verrassende feiten komen naar boven. Voedselkilometers bijvoorbeeld bestaan al heel lang. Het oude Rome had best al haar voedsel uit Italië kunnen halen maar toch kwam het graan uit Noord-Afrika: het was goedkoper. Transport over zee kostte bijna niets vergeleken bij dat over land. Keizer Diocletianus vaardigde een decreet uit om de scheepvaart op de Middellandse Zee kunstmatig goedkoop te houden. Net zoals er vandaag de dag bij internationale decreet geen belasting wordt geheven op vliegtuigbrandstof.
De trein heeft gezorgd dat steden groter konden worden. Vers voedsel kon eerder van maximaal dertig kilometer ver komen: een dagreis met paard en wagen. Verse ‘spoormelk’ was een openbaring voor de Victoriaanse Londenaren. Vanaf toen ging het hard. In Chicago verrees in de negentiende eeuw een vleesverwerkende fabriek van tweeënhalve vierkante kilometer groot en met 75 duizend arbeiders. In die tijd ontstonden de huidige machtige voedselconcerns en problemen. Op de wijze waarop Londen, het kloppend hart van het nieuwe systeem, werd gevoed, baseerde Adam Smith zijn theorie van de markt. Steel laat zien dat Smith ook al in de gaten had dat als er veel meer steden als London zouden komen de praktijk weerbarstiger zou zijn dan de theorie.
Wat te doen?
Steel heeft geen blauwdruk maar haar praktische oplossingen spreken aan. Als mensen bewuster zouden omgaan met hun voedsel, zou dat een begin zijn. De band met voedsel moet hersteld worden. Genieten van eten uit de buurt, seizoensgebonden en eenvoudig. We kunnen kiezen om ethisch verantwoord te eten. Niet alleen voor de cacaoboer, maar ook voor de kleine boer om de hoek. We kunnen in volkstuin of op balkon voedsel verbouwen. Gezamenlijk eten en minder vlees en vis eten. Winkelen bij de buurtwinkel of op boerenmarkten. Transparantie in de voedselketen eisen en politiek en bedrijven aanspreken. De etiketten lezen en vaker koken, kinderen leren koken. Kortom, genieten van eten.
Het boek geeft argumenten genoeg. Goedkoop voedsel bestaat niet, zegt Steel. ‘De eis dat eten goedkoop moet zijn, leidt tot een vervuilend systeem in handen van een paar multinationals. Als mensen hun eten niet kunnen betalen, moeten we dat mogelijk gaan maken. Dan moeten we nadenken over een betere herverdeling van de welvaart. Het falen van ons voedselsysteem staat model voor het falen van de samenleving. Er moet meer humaniteit in.’
Voedsel is noodzakelijk en daarom geschikt om ons te wijzen op wat er werkelijk toe doet. Steel is niet nostalgisch en wil niet terug naar de wereld van Ot en Sien. Ze zoekt naar oplossingen die een combinatie zijn van moderne techniek met een nieuwe stedelijke ordening en nieuwe sociale structuren. Ze geeft een beschrijving van de Chinese ecostad Dongtan die op dit moment gebouwd wordt. Een stad met een vermenging van functies, in een gesloten kringloop. Stadslandbouw met woontorens die ook boerderij zijn: groente onder ledlampen in de kelder, draaiend op zonne-energie en rioolwater. Maar hoe mooi beschreven ook, als de (super-) markt zijn verwoestende werk blijft doen zoals elders in het boek wordt beschreven, blijft het utopie.
Ze vliegt bij het beschrijven van haar voorbeelden wel eens uit de bocht met een erg ideale voorstelling van de Nederlandse varkensflats, maar het boek is zeker een aanwinst naast boeken van Michael Pollan en Marion Nestlé. Je snapt weer waar het echt om gaat en krijgt zin om de wereld te veranderen.
Reactie toevoegen