Dat de Amerikaanse inval in Irak tot een chaos heeft geleid is duidelijk. Dat het vooral de gewone Irakezen zijn die daar het slachtoffer zijn ook. Dat de overgrote meerderheid van de Irakezen niets anders wil dan in rust haar eigen leven lijkt ons ook vanzelfsprekend. De vraag is welke dynamiek de huidige situatie heeft, en bij welke ontwikkeling de Irakese bevolking uiteindelijk voordeel heeft.
Om daar een oordeel over te vormen moeten we verder kijken dan de huidige situatie in Irak, maar vooral proberen te analyseren wat de doelstellingen en perspectieven van verschillende partijen in dit drama zijn.
Strategische belangen
Dat het de Verenigde Staten eerst en vooral te doen is om een strategisch en economisch belang – de olie – lijkt een open deur. Dat de Amerikanen de hele kaart van het Midden Oosten opnieuw willen tekenen, vloeit voort uit het belang van de olie voor de Amerikaanse economie. Wat dat betreft is de situatie anders dan ten tijde van de oorlogen in Vietnam of Midden-Amerika. Daar ging het om strategische en ideologische belangen van de VS, maar niet om vitale economische belangen. Het verlies van de oorlog in Vietnam was voor de VS een belangrijke morele en politieke nederlaag, maar het had geen belangrijke economische gevolgen. Bij Irak - en in bredere zin het hele Midden-Oosten - ligt dat anders. Natuurlijk spelen daar ook politieke en ideologische factoren een rol, bijvoorbeeld de wens om het karwei dat Bush senior heeft laten liggen af te maken, de wil om de Amerikaanse suprematie te bevestigen enzovoort. Maar in de kern van de zaak gaat het om de olie.
Binnen de Amerikaanse elite bestaan allerlei tactische meningsverschillen over de politiek van de regering Bush in het Midden-Oosten. Maar de doelstelling daarvan - het handhaven/versterken van de controle over de olievoorraden - wordt door de hele Amerikaanse heersende klasse gedeeld. Wat niet gaat gebeuren, is dat een andere Amerikaanse regering (onder leiding van bijvoorbeeld John Kerry) die doelstelling zal verlaten.
De wijze waarop de controle over de olie wordt uitgeoefend is van secundair belang. Ondanks de Amerikaanse retoriek over democratie en mensenrechten heeft de VS er nooit bezwaren tegen gehad om samen te werken met notoire crooks, zoals de voormalige sjah van Iran, Saddam Hoessein zelf, het koningshuis van Saudi Arabië, of welke dictatuur dan ook. Waar het uiteindelijk om gaat is of het regime - dictatoriaal of democratisch, religieus of seculier – de oliekraan door Amerikaanse handen laat bedienen.
En daar ligt dan ook de fundamentele tegenstelling met de belangen van de bevolking. De Amerikanen willen over de olie beschikken. Maar de bevolking heeft er belang bij om die bodemrijkdom voor de eigen ontwikkeling aan te wenden. Het is die tegenstelling tussen de belangen van ‘het imperialisme’ en de bevolking die uiteindelijk de situatie in een land als Irak bepaalt.
Democratie en imperialisme
De geschiedenis van de vorige eeuw liet steeds weer zien dat er uiteindelijk nauwelijks ruimte is om die belangen met elkaar te verzoenen. In ‘het tijdperk van het imperialisme’ is er geen ruimte voor een ontwikkeling tussen imperialisme en nationale bevrijding. De tijd van burgerlijke revoluties – de vestiging van een democratie naar West Europees model - en van een zelfstandige kapitalistische ontwikkeling van ‘afhankelijke’ landen, is voorbij. Er zijn twee mogelijkheden. De strijd voor nationale zelfstandigheid zet zich door en wordt omgevormd tot een strijd waarin ook daadwerkelijk gebroken wordt met het imperialisme - zoals in landen als Rusland, China, Vietnam en Cuba en in zekere zin ook Iran en Afghanistan. Of er wordt niet gebroken met het imperialisme en landen blijven semikolonies, speelballen van imperialistische belangen. De retoriek van de elites in die landen, of die zich nu ‘nationalistisch’, ‘Arabisch nationalistisch’, ‘pan-Afrikaans’, of ‘marxistisch leninistisch’ noemen, doet daar niets aan af.
Zeker in een land als Irak waar zulke grote belangen in het geding zijn, is een eigen weg alleen mogelijk na een breuk met het imperialisme. En dat betekent dat echte democratie in Irak onmogelijk is zonder die breuk. Niet omdat de Amerikanen uit principe geen democratie in de door haar beheerste landen toestaat, maar omdat democratie onverenigbaar is met de plundering van de olierijkdommen. Als de bevolking iets te zeggen heeft staat ze niet toe dat het land wordt leeggeroofd, als men het land leeg wil roven staan de VS niet toe dat de bevolking iets te zeggen heeft.
Politieke stromingen zoals grote Koerdische partijen en de Irakese Communistische Partij, (of althans de meerderheid daarvan die vertegenwoordigd is in de voorlopige regeringsraad en de gewapende strijd tegen de Amerikaanse bezetters categorisch afwijst), vergissen zich als ze menen dat een democratische ontwikkeling onder toeziend oog van Amerikaanse of andere imperialistische troepen mogelijk is.
De dynamiek van de strijd
Bovengenoemde tegenstelling tussen ‘de imperialistische belangen’, en ‘de belangen van het volk’, komt natuurlijk niet direct tot uiting. Hoewel het overgrote deel van de Irakese bevolking vooral een rustig leven wil, is ook duidelijk dat zij zich niet willen onderwerpen aan de dictaten van de bevrijders. Naast fundamentalistische groepen en restanten van de Ba’ath-partij, zijn ook linkse groepen, waaronder delen van de communistische partij, betrokken bij de gewapende strijd. En de gewapende tak van het verzet is natuurlijk slechts het topje van de ijsberg. Er zijn ook allerlei andere manieren waarop mensen zich organiseren en verzetten. Maar hoe meer een land in een situatie van oorlog komt hoe bepalender de gewapende strijd. Als je huis, je dorp of je stad binnen gevallen wordt door westerse mariniers die daar de dienst willen uitmaken, dan is uiteindelijk alleen een wapen effectief om je argumenten kracht bij te zetten. Steeds meer mensen zullen steun zoeken bij bestaande gewapende groepen. Niet omdat ze per se de ideologie of de strategie van die groepen delen, maar omdat het de enige manier lijkt om zich niet door de bezetter onder de voet te laten lopen.
De ideologische dekmantel
Een belangrijk probleem voor links is dat de strijd tegen de bezetting, en vooral de gewapende strijd naast restanten van het Ba’ath-regime vooral gedomineerd wordt door islamitische groepen. Daarmee lijkt het of het gaat om de keus tussen een islamitisch regime als dat van Iran of de Taliban of een Amerikaans protectoraat. Daar valt wel een aantal kanttekeningen bij te plaatsen. De bezetters hebben er immers belang bij om al het verzet als pro-Saddam of fanatiek islamitisch af te schilderen. Hoeveel verzet er uit linkse hoek is, blijft onduidelijk. Bovendien zegt het feit dat godsdienst nu zo belangrijk is, niet alles over de verdere dynamiek van de strijd in Irak. De kracht van fundamentalistische stromingen zal afhangen van de ruimte die ze krijgen – hoe meer links het af laat weten, hoe sterker de radicale islam.
Overigens is het niet logisch de beoordeling van het verzet tegen de bezetting af te laten hangen van de vlag waaronder die strijd wordt gevoerd. Ons verzet tegen de Britse aanwezigheid in Noord Ierland laten we toch ook niet afhangen van onze weerzin tegen de katholieke kerk?
Irakees links moet buiten de regeringsraad opkomen voor terugtrekking van de bezetters, berechtiging van de misdadigers van Ba’ath-regime, de nationalisatie van de economie, autonomie voor Koerdistan, de rechten van arbeiders en vrouwenrechten. Dan gaan ze effectief de strijd aan met de ondemocratische krachten in het verzet.
Nederland en de VN
Misschien nog wel de belangrijkste discussie gaat niet over de positie van de Amerikaanse militaire aanwezigheid maar die van andere landen, waaronder Nederland en over de rol van de Verenigde Naties. De afkeur tegen het optreden van de Amerikaanse troepen vertaalt zich ten dele in een pleidooi voor aanwezigheid van andere troepen of het plaatsen van de troepen onder VN vlag.
Vanuit links perspectief is een voortzetting van de bezetting onder VN-vlag geen optie. De VN hebben de capaciteit niet om daadwerkelijk de VS te vervangen. Met andere woorden – ‘de VS eruit, de VN erin’ betekent in werkelijkheid voortzetting van de huidige situatie met meer legitimiteit.
Wat de Amerikanen willen – zo blijkt ook uit de uitspraak van minister van buitenlandse zaken Colin Powel, dat de Verenigde Staten zich uit Irak terug zal trekken als de Irakezen dat willen – is de vestiging van een marionettenregime dan namens het Irakese volk voor de bezetting pleit. In dit kader is ook de positie van de voorlopige regeringsraad van belang. Eerder heeft in dit blad Robert Soeterik benadrukt dat de voorlopige regeringsraad niet zomaar in zijn geheel als een stelletje collaborateurs kan worden beschouwd. Maar als de oorlog verder doorzet en de vraag op tafel komt aan wie de Amerikanen formeel een klein stukje van de macht overdragen zullen zij met de billen bloot moeten. Dan is er geen ruimte meer voor schimmige tussenposities.
Reactie toevoegen