Oorlogsdreiging in de Perzische Golf

Voor de zoveelste keer wordt aangestuurd op een oorlog in de regio rond de Perzische Golf. In de westerse media – zeker die van Nederland – bestaat er bijna consensus over de verantwoordelijkheid van Iran voor deze crisis - onterecht.

In de Nederlandse politiek is de zaak voor sommige politici al rond. Zo verklaarde het Kamerlid Ormel (CDA); 'wij kunnen Iran al de facto als een kernwapenstaat beschouwen'. Onder invloed van een sterke pro-Israëlische lobby gaat de regering er van uit dat Iran inderdaad een bedreiging is. Maar een nadere blik leidt tot andere conclusies.

Primaat van de energiepolitiek
Veel opiniemakers erkennen dat olie en energiepolitiek een cruciale rol in de ontwikkelingen spelen. Dat is niet zo gek: 20 procent van de wereldwijd gebruikte olie wordt door middel van tankers via de Straat van Hormuz aangevoerd. De markten zijn bijzonder gevoelig voor ontwikkelingen in de Golf regio, zoals blijkt uit een sinds eind 2011 gestaag stijgende olieprijs. Het gaat in de Golf om zeer grote belangen die een sterke invloed hebben op de wereldeconomie. Haperingen in de aanvoer, of slechts dreiging daarvan, hebben door de stijgende premies die vervoerders moeten betalen vanwege de toegenomen vervoerrisico’s, onmiddellijke gevolgen voor de prijs. De olie aanvoer is politiek van strategisch belang, de morele en hoogstaande propaganda verhalen van westerse politici zijn hieraan ondergeschikt. In de propaganda wordt Iran afgeschilderd als een onmiddellijk gevaar voor de wereldvrede, zelfs in staat om aan de andere kant van de wereld westerse burgers te treffen. Het Iraanse nucleaire programma speelt een centrale rol in die propaganda.

Nucleaire hype
In de hype rond het Iraanse nucleaire programma wordt een cruciaal punt vergeten. Elk land met een nucleaire infrastructuur kan in principe een kernbom maken. Er zijn echter afspraken gemaakt door een groot aantal landen, waaronder Iran, om dat niet te doen, het zogeheten Non-proliferatie Verdrag. De kern van dit verdrag bestaat uit de toezegging nucleaire technologie niet militair toe toe passen. Om daar op toe te zien is het Internationaal Atoomagentschap (IAEA) ingeschakeld. Dit Agentschap heeft met elk land dat beschikt over een nucleaire infrastructuur een waarborgovereenkomst (safeguards agreement ) afgesloten.
In deze overeenkomsten worden afspraken over inspecties vastgelegd. Iran heeft een nucleair programma dat geschikt is om elektriciteit op te wekken maar ook om nucleair materiaal voor een kernwapen te maken. Onder andere dit proces – uraniumverrijking – wordt gecontroleerd door de IAEA. De IAEA heeft in al haar inspectierapporten over Iran verklaard dat verrijking naar het niveau geschikt voor een kernwapen niet plaatsvindt. Openbaar gemaakte rapporten van de Amerikaanse inlichtingendiensten, aangehaald door de Amerikaanse minister van defensie Panetta, bevestigen dat er geen sprake is van een kernwapenprogramma.
De IAEA heeft echter wel ernstige vragen over mogelijke militaire kanten van het nucleaire programma, vragen die gaan over een vermeend programma om een kernbom te maken. Daarover eist het IAEA verduidelijking, als voorwaarde voor het afgeven van een ‘positieve verklaring’ over Iran. Om die duidelijkheid af te dwingen zijn er VN resoluties aangenomen die Iran opdragen om haar nucleaire verrijkingsprogramma stil te leggen. Daarin worden ook sancties vastgelegd die daarop gericht zijn.

De betrouwbaarheid van het ‘militaire’ deel van de rapporten van de IAEA is door deskundigen waaronder twee voormalige IAEA inspecteurs ter discussie gesteld, onder andere omdat de oorspronkelijke bron van de bewijzen niet openbaar is.

De bewijsvoering voor een Iraans gemilitariseerd programma – dat wil zeggen een praktisch project om een kernwapen te maken - is flinterdun. Alle speculatie over kernwapens is slechts gebaseerd op inschattingen van de intenties van de Iraanse regering. Het is deze speculatie die in de media, al dan niet bewust, is terechtgekomen als het zogenaamde 'bewijs' van de productie van een Iraanse atoombom.

Westers beleid
De vraag dringt zich op waarom de VS en haar West-Europese bondgenoten de escalatie in de richting van een gewelddadige confrontatie lijken te willen drijven. De kwestie van olie is al genoemd. Iran staat op nummer vijf in de productie hiervan en controleert immense voorraden gas en olie. Voor westerse strategen, die hun analyses baseren op projecties van een voortdurende groei van het wereldenergiegebruik en een gegarandeerde energietoevoer, is het onaanvaardbaar dat een regering die niet vanuit de Westerse belangen denkt deze reserves controleert. De gewenste uitkomst van de reeks strafmaatregelen is niet zozeer duidelijkheid over het nucleaire programma, als wel het aan de macht helpen van een regering die geen punt maakt van vergaande westerse aanwezigheid en invloed in de regio.
De Amerikaanse strategie is niet homogeen. Zowel de uitvoerende macht – het Witte Huis - als het Congres voeren een beleid dat neerkomt op economische oorlog, gericht op regime change – maar er zijn ook verschillen te ontwaren. Obama begon zijn presidentschap met de inzet van onderhandelingen met Iran. De mogelijkheden daarvoor worden steeds kleiner als gevolg van het Amerikaanse sanctiebeleid, dat zich sinds maanden richt op het ontregelen, zo niet ruïneren, van de Iraanse economie. Dit beleid wordt gelegitimeerd door herhaaldelijke verwijzingen naar de zogenaamde Iraanse nucleaire dreiging. Elke band tussen het formele doel (het treffen van het nucleaire programma van Iran) en de werkelijke invulling (de Iraanse economie lamleggen) is inmiddels verdwenen. De Amerikaanse sancties – die overigens deels worden overgenomen door de Europese Unie - gaan veel verder dan die van de VN en hebben een bredere werking: represailles tegen landen en bedrijven die niet meewerken zijn een integraal onderdeel van de VS wetgeving. De sancties tegen de Iraanse centrale bank en de boycot van Iraanse olie laten weinig ruimte voor onderhandelingen en treffen ook de gewone Iraanse bevolking.
Voor buitenstaanders is het moeilijk om onderscheid te ontdekken tussen het enthousiasme waarmee het Congres sancties uitvaardigt en de verplichting voor Obama om ze uit te voeren. Cruciaal, in dit verkiezingsjaar, is de rol van de rechtse pro-Israëlische lobby die een grote invloed op het wetgevingsproces uitoefent. Diezelfde lobby zal zich tegen de herverkiezing van Obama keren, als deze de door Israël gewenste confrontatiepolitiek niet uitvoert.

Vanwege de electorale noodzaak om iets zichtbaars te doen, naast de voor het Amerikaanse publiek onzichtbare sancties, wordt de militaire aanwezigheid van de VS in de regio verder uitgebreid. In plaats van de gebruikelijke twee waren er de afgelopen maanden drie vliegdekschepen met escorte aanwezig. De zichtbaarheid van deze militaire slagkracht is niet noodzakelijkerwijs het bewijs van een voornemen om daadwerkelijk aan te vallen. Elke militaire stap is ook een politiek signaal, zowel voor de opponenten als het eigen publiek.

Israëlische politiek

De Israëlische regering speelt een sleutelrol en stevent op oorlog af. Hoe is anders het trommelvuur van dreigementen richting Iran te verklaren? De vraag is waarom dit beleid wordt gevoerd – het is immers niet verklaarbaar op grond van een reële analyse van de dreiging die uitgaat van Iran. Israël beschikt over het grootste kernarsenaal en het meest effectieve militaire apparaat in de Midden Oosten en is zelf een potentiële bedreiging voor alle buurlanden. Elke confrontatie kan uiteindelijk met kernwapens worden beslecht. De Israëlische regeringslogica moet dan ook worden gezien in termen van regionale rivaliteit en het verhinderen van een mogelijke ontwikkeling naar een Iraans kernwapen. Als Iran ooit een kernmacht zou worden, wordt militaire agressie tegen het land natuurlijk een stuk riskanter. Om Israëlische hegemonie te behouden, moet potentiële concurrentie in een vroeg stadium worden gesmoord is de redenatie. Dit is echter een machtsanalyse die blind is voor de vergaande gevolgen van een eventuele Israëlische aanval. Daar is voormalig Mossad chef Dagan zich zeer van bewust. Hij heeft verklaard dat er geen dreiging is vanuit Iran en voor de onmiddellijke toekomst ook niet zal ontstaan. Maar zulke stemmen zijn schaars in de leidende kringen in Israel. Er speelt nog een belangrijke beperking: de Israëlische strijdmachten kunnen een succesvolle aanval op Iran om allerlei militair-technische redenen niet alleen uitvoeren. Daarvoor is Amerikaanse betrokkenheid noodzakelijk. Het beleid van Netanyahu is er dan ook op gericht om dit te bewerkstelligen.

Gevaarlijke implicaties

Om die laatste reden breekt de komende maanden de gevaarlijkste periode aan: namelijk het Amerikaanse presidentiële verkiezingsjaar. In deze periode zijn de lobby's effectiever (er staan ook Congreszetels op het spel) en is er een neiging om de buitenlandse politiek speelbal van de campagne te maken. Het Republikeinse kamp heeft lang geleden alle terughoudendheid laten varen en stuurt met volle vaart aan op een confrontatie. Obama en zijn adviseurs willen die confrontatie misschien niet, maar kunnen toch voor het blok worden gezet. Cruciaal is de keuze van de Republikeinse presidentskandidaat. Als dat Romney is, dan wordt het aantrekkelijk om de buitenlandse confrontatie geleidelijk verder op te voeren: de permanente campagne boodschap - misschien zelfs het centrale thema - zal zijn dat Obama ‘soft’ is ten aanzien van Iran. Hoe waarschijnlijker een Republikeinse overwinning, hoe groter de kans op escalatie.

Tussen nu en de Republikeinse conventie eind augustus zal de kandidaatstelling beslist worden. Mocht er geen reëel Republikeins alternatief zijn voor Obama, dan wordt het voor Israël noodzakelijk om hem te dwingen om mee te doen, en wel via het draconische middel van eigen een aanval op Iran. Daarbij wordt er van uitgegaan dat de VS de daaropvolgende oorlog ingesleurd kan worden. Om die reden is elke steun voor het Israëlische beleid, zoals die nog steeds in Nederland bestaat, bijzonder gevaarlijk. Een Armageddon is misschien aantrekkelijk voor de meer radicale joodse en christelijke gelovigen, voor de rest van de mensheid is het een rampzalige ontwikkeling.

Karel Koster is lid van wetenschappelijk bureau van de SP.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop