Trump en de nieuwe oorlogsdynamiek

Nigeria, Syrië, Oekraïne, Palestina, Congo, Soedan, Venezuela... het aantal oorlogsgebieden is razendsnel toegenomen. De militaire aanval op Venezuela betekent een kwalitatieve sprong voorwaarts in het interventionisme van de Verenigde Staten, dat niet te onderscheiden is van het racistische politieoptreden binnen het land door de ICE.

Het offensief van Trump is globaal. Het is een reactie op het verlies van de hegemonie, met name op economisch gebied, van de Verenigde Staten en op de wereldwijde crisis van het systeem. Die crisis is in wezen te wijten aan het onvermogen om de winstmarges en de accumulatie te verhogen na de schokken van 2008 en 2020. De grote technologiebedrijven willen, net als Trump, zich de grondstoffen toe-eigenen – plundering en roof zijn de kortste weg naar meer winst. Het is een (neo)kolonialistisch imperialisme en onteigening.

Een kwalitatieve sprong in het imperialistische offensief

De ontvoering van Maduro en de deal met ten minste een deel van de Bolivariaanse bourgeoisie om Venezuela weer onder Amerikaanse hegemonie te brengen, vormen een kwalitatieve sprong. Het is een dodelijke interventie in de binnenlandse politiek van een onafhankelijk land, die sinds decennia zijn weerga niet kent. Maar het sluit aan bij de bombardementen in Nigeria, het interventionisme in Argentinië ter ondersteuning van Milei, de afstemming van alle Arabische regimes – met name de nieuwe macht in Syrië – op Israël en de Verenigde Staten, de rol van de Verenigde Staten in de Democratische Republiek Congo, de stem van Algerije voor het plan-Trump, enzovoort. En daarbij worden alle internationale instellingen die sinds de Tweede Wereldoorlog de wereldorde beheren, overboord gegooid.

In tal van landen over de hele wereld gebeurt die heropbouw van de Amerikaanse invloedssfeer via ultra-autoritaire en liberale regimes, omdat die regeringen tot taak hebben de volksklassen te dwingen grondstoffen (met name energie en informatica) tegen lage prijzen aan de Verenigde Staten te leveren, en veranderingen door te voeren in de internationale arbeidsorganisatie (met name via de invoerrechten van Trump). De alliantie tussen Trump en de wereldwijde extreemrechtse bewegingen is niet in de eerste plaats ideologisch, maar het resultaat van economische behoeften en controle.

Dat proces is trouwens vergelijkbaar met de koloniale en semi-koloniale verhoudingen die altijd hebben bestaan, met wat Frankrijk decennialang in Afrika heeft gedaan door bloedige dictaturen aan de macht te houden, en met wat Rusland in Wit-Rusland doet, wat het vroeger in Syrië heeft gedaan, enzovoort.

Een oorlogszuchtig en autoritair multi-imperialisme

Het imperialistische interventionisme van de Verenigde Staten is in veel opzichten vergelijkbaar met de oorlog die Rusland in Oekraïne voert en de grote commerciële manoeuvres van China: het gaat er voor elk van die imperialismen om hun invloedssfeer te versterken en uit te breiden.

In die zin zijn we al in een vorm van wereldoorlog terechtgekomen. Gedurende een nog relatief lange periode vermijden de heersende klassen bewust directe confrontaties onderling, waarvan ze weten dat die destructief zijn. Sergej Karaganov, adviseur van Poetin, verwoordt het expliciet: 'De meest gunstige situatie zou zijn om te komen tot een configuratie waarin vier grootmachten samenwerken om de gedragsregels voor de toekomstige wereld vast te stellen. Die vier grootmachten zijn China, Rusland, de Verenigde Staten en India' [1]. Maar het is niet ondenkbaar dat dat kan veranderen: een logische reactie op de aanval van de Verenigde Staten op Venezuela zou namelijk een invasie van Taiwan door China zijn. Hoe zou Trump daarop reageren?

De neergang van het 'oude continent'

Europa is in die context een relatief passieve speler. Door zijn gebrek aan homogeniteit, zijn zwakke politieke leiderschap en zijn economische moeilijkheden kan het niet reageren op hetzelfde niveau als de grootmachten Verenigde Staten, Rusland en China. Frankrijk is verlamd door zijn politieke en economische crisis en het verlies van zijn invloedssfeer in Afrika, en de bourgeoisie geeft tot op heden, net als in België en Italië, de voorkeur aan een reeks asociale maatregelen – met name de privatisering van de hele sociale reproductiesfeer en de ontmanteling van de openbare diensten – om een steeds minder concurrerend kapitaal in leven te houden.

Duitsland probeert zijn eigen kaart te spelen, of in ieder geval de overhand te krijgen op Frankrijk, met zijn plan voor 1 biljoen euro aan militaire investeringen, een plan dat zeker moeilijk te realiseren zal zijn gezien de economische moeilijkheden van het land en de Europese Unie. Een ontwrichting, in overeenstemming met de nationalistische doelstellingen van extreemrechts, is niet langer ondenkbaar.

Enkele punten van analyse

In die context zijn de bevolkingen en de arbeidersklasse gedesoriënteerd, ook al zijn er semi-spontane antwoorden waarop we kunnen voortbouwen.

Een eerste conclusie is dat nationalisme zonder klasseninhoud onvoldoende dynamiek oplevert, zowel intern als in de internationale machtsverhoudingen, om het hoofd te bieden aan de huidige reorganisatie: het nationalisme van de Venezolaanse en Algerijnse regimes heeft geen alternatieve weg kunnen uitstippelen, met name omdat ze niet in staat zijn een alternatief te bouwen in het kader van de verwevenheid van de internationale handel. Net als Lula in Brazilië is hun beleid niet anti-imperialistisch, maar eerder een poging om een plaats te veroveren in het kader van de nieuwe multi-imperialistische verhoudingen.

We moeten echter onvoorwaardelijk steun verlenen aan het, zij het beperkte, verzet tegen het imperialisme op staatsniveau in Mexico, Brazilië, Colombia en Cuba, om de grootmachten te verzwakken en de dynamiek van de bevolking te versterken. De lijst is kort, omdat de val van de Sovjet-Unie en de neoliberale reorganisatie alle weerstandsmogelijkheden in het kader van een sterk geïntegreerde wereldeconomie hebben gebroken. Palestina en de wereldwijde solidariteitsbeweging zijn een van de symbolen van het anti-imperialistische verzet. Het verzet in Oekraïne en Rojava kan een soortgelijke rol spelen. Onvoorwaardelijke steun voor het verzet van onderdrukte volkeren blijft ons kompas, maar is niet onkritisch. In het bijzonder moet de rol van de staat en het privé-eigendom in dat kader ter discussie worden gesteld: elke aanpak die zich concentreert op veranderingen van bovenaf, ten koste van de zelfactiviteit van de volksklassen, in het bijzonder de arbeidersklasse, is gedoemd te mislukken.

Overal ter wereld – en met name in de westerse imperialistische landen – worden de volksklassen geconfronteerd met een offensief van de bourgeoisie: de heersende klassen proberen de arbeidersbeweging te breken en gebruiken daarvoor extreemrechts en versterken raciale verdeeldheid om nationale projecten te verdedigen die vijandig staan tegenover de rest van de wereld en om mensen van kleur uit te buiten. De collectieve reacties tegen de ICE in de Verenigde Staten en de massale stakingen die regelmatig plaatsvinden in Europa zijn het beste antwoord op die aanval.

Anti-imperialistische leuzen bespreken en testen

Om ons anti-imperialistische begrip en onze klassenstrijd te combineren, moeten we werken aan de formulering van een overgangsprogramma dat in een beperkt aantal punten zoveel mogelijk kwesties behandelt. Dat is de betekenis van het Manifest voor een ecosocialistische revolutie van de IVe Internationale. Dat moet echter worden aangepast en getest naarmate de situatie evolueert. Onder de te testen elementen bevinden zich:

• De weigering van elke imperialistische inmenging in de zaken van een gedomineerd land, of dat nu door de Verenigde Staten, Rusland, China, Frankrijk, enzovoort is. Het recht van volkeren op zelfbeschikking. Het beëindigen van oorlogen en de wapenwedloop.

• Solidariteit tussen volkeren tegen kapitalistische concurrentie op het gebied van prijzen, plundering van grondstoffen, de ecocide-organisatie van het goederenverkeer en het energiebeheer. Dat vereist met name een monopolie op de buitenlandse handel, de weigering om die aan de privésector over te laten, en evenwichtige en democratisch gecontroleerde betrekkingen tussen de naties, met name door het afschaffen van het bankgeheim.

• De afschaffing van onrechtmatige schulden, zodat staten hun ontwikkeling en sociale voorzieningen kunnen financieren, en compensatie voor koloniaal geweld, van slavernij tot de genocide in Gaza.

• De vrijheid van organisatie van partijen, vakbonden en de pers, de vrijlating van alle politieke gevangenen.

• Het einde van genderongelijkheid, in het bijzonder het recht van vrouwen om over hun lichaam te beschikken, seksuele vrijheid en de weigering van elke transfobe maatregel.

• De socialisatie, met name in het kader van de ecologische crisis, van energiebedrijven, vervoersbedrijven en banken.

De volgende confrontaties voorbereiden

We kunnen niet weten waar de volgende grote politieke of zelfs revolutionaire crises vandaan zullen komen. Maar de massa's zullen niet zonder reactie blijven op een algemeen offensief dat tot doel heeft de uitbuiting te vertienvoudigen, de nationale grondstoffen te plunderen, de burgerlijke democratie te breken en massaal te onderdrukken. Vooral in de context van een toenemende ecologische crisis die alle andere crises versnelt. In veel landen vinden soms onverwachte massale mobilisaties plaats. Er zullen er zeer binnenkort nog meer volgen.

Dit is een zeer complexe periode. De reformistische organisaties, die op veel manieren verbonden zijn met het staatsapparaat en hun bourgeoisie, ontwikkelen standpunten die ver afstaan van de uitdagingen van deze periode. Maar ze belichamen, op een vervormde manier, het bewustzijn van de volksklassen. Het is daarom meer dan ooit noodzakelijk om een eenheidsfront te vormen rond een aantal sleutelpunten, die afhankelijk van de situatie kunnen variëren, om de massa's in beweging te brengen, met zeer radicale verklaringen, die het bewuste deel van de bevolking vertrouwen geven zodat ze niet verdwalen in linksisme, sektarisme en kampdenken dat bepaalde stalinistische en linkse stromingen proberen te bevorderen.

Het is aan ons om alles in het werk te stellen om een internationalistisch bewustzijn te versterken, dat in staat is de belangen van de volkeren en in het bijzonder van de arbeidersklasse te verenigen om een internationalistisch antikapitalistisch programma van breuk met het huidige systeem ten uitvoer te brengen.

Noot

1. « Un proche de Poutine affirme que les États-Unis n’interviendront pas si la Russie frappe l’Europe », Kyiv Independent, 31 décembre 2025, traduit par Le Grand Continent.

Antoine Larrache is lid van de Nouveau Parti Anticapitaliste en van het Uitvoerend Bureau van de Vierde Internationale.

Dit artikel stond op Inprecor. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop