25 January 2021

Ander Europa

Subscribe to Ander Europa feed Ander Europa
www.andereuropa.org
Updated: 28 min 28 sec ago

Europese Raad in coronapaniek

Sat, 01/23/2021 - 11:42
Bewaren als PDF

23 januari 2021 – Groeiende paniek was voelbaar tijdens de videoconferentie van de Europese leiders afgelopen donderdag.

Er was ook irritatie. Die was gericht op Big Farma dat de beloofde vaccins niet snel genoeg levert. Vaccinaties moeten ons immers de coronatunnel uit leiden, zo denkt de Europese Unie. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen houdt vol dat voor de zomer zeventig procent van de bevolking in de EU gevaccineerd is.

Maar de ongerustheid sloeg niet enkel op de vertragingen in de vaccinatie. Het virus blijkt te muteren! Sommige mutaties zijn besmettelijker, dodelijker, of bestand tegen de bestaande vaccins! Een hoge Europese ambtenaar verklaarde na de videoconferentie aan Politico dat de mogelijkheid van mutaties tot nog toe uit het oog verloren was… Bijna een vol jaar na het opduiken van het virus! Er zijn ondertussen al duizenden mutaties! Maar daar hadden ze niet aan gedacht…

Zelfs het virus loslaten om groepsimmuniteit te bereiken ten koste van het ‘dor hout’ is geen oplossing, want infectie lijkt niet te leiden tot blijvende immuniteit. Reden genoeg dus tot Europese paniek!

Nu werd daarom – bijna een jaar na het opduiken van het virus – afgesproken dat de lidstaten testen zouden gebruiken om onderzoek te doen naar mogelijke mutaties.

Ook maakt men zich nu zorgen dat landen elders in de wereld niet aan vaccins raken: daar kan het virus dan rustig rondwaren en naar harteloos muteren, alvorens het vliegtuig te nemen naar de EU.

In veel lidstaten worden daarom naast de vaccinaties nu strengere maatregelen genomen om het virus de baas te blijven. Angela Merkel dreigde zelfs de Duitse grenzen te sluiten als andere lidstaten het virus slapper aanpakken. Maar ook in Duitsland blijft het bedrijfsleven grotendeels buiten schot.

Van een echte Europese zero covid strategie is nog steeds geen sprake. Harde Europese afspraken over de strijd tegen het virus kunnen niet.
De Europese leiders beslisten wel dat de grenzen in de EU open blijven, want, aldus Charles Michel, de binnenmarkt moet blijven functioneren. Om een chaotisch grensbeleid te vermijden wordt gepoogd Europese criteria uit te werken voor het beperken van grensovergangen waar nodig. Von der Leyen stelde voor het niet te werken met lidstaten met een hogere infectiegraad, maar regio’s eventueel te isoleren. Je bent Europeaan, of je bent het niet!
Er komt ook een Europees vaccinatiebewijs. In tegenstelling tot wat de Griekse premier wilde, wordt dit geen vrijgeleide voor toeristen, want het staat niet vast dat gevaccineerd gelijk staat met niet besmettelijk. De weddenschappen zijn geopend hoe de Griekse grensautoriteiten het komend toerismeseizoen omgaan met dit Europees vaccinatiebewijs…

Samenvattend: de weigering van de lidstaten het virus in een gemeenschappelijke campagne meteen hard aan te pakken met een zero covid strategie dreigt te leiden tot een situatie die onbeheersbaar wordt. De panikerende Europese leiders, die wel jammeren over hun afhankelijkheid van Big Farma, willen ‘het bedrijfsleven’ immers sparen. Paniek genoeg, maar er ook de nodige besluiten uit trekken is nog steeds te veel gevraagd. (fs)

Hits: 1

Vrije journalistiek bedreigd in Griekenland

Fri, 01/22/2021 - 15:37

22 januari 2021 - De Griekse minister voor burgerbescherming, Michalis Chrysochoidis, neemt een wetgevend initiatief opdat journalisten voortaan bij demonstraties op een door de politie aangewezen plaats blijven, waar een politieofficier hen over het verloop zal op de hoogte houden. “Om hen te beschermen”, aldus de minister. Demonstraties in Griekenland verlopen inderdaad soms zeer woelig, en er komt soms geweld aan te pas, maar dat is in niet geringe mate de schuld van het politieoptreden. En net zoals Macron in Frankrijk wil Chrysochoidis filmpjes, foto’s en getuigenissen daarover buiten de openbaarheid houden. De bond van Atheense journalisten ESIEA en de bond van fotojournalisten hebben al sterk geprotesteerd. Voor hen is het een inbreuk op de persvrijheid en het grondwettelijk burgerrecht op informatie, met als bedoeling de misbruiken bij het politieoptreden weg te stoppen. Voor professor Giorgos Pleios, lid van de onafhankelijke Nationale Raad voor Radio en Televisie betreft het niet alleen een serieuze beperking van de persvrijheid, maar is het ook een veeg teken voor wat daar ter plaatse zal gebeuren. Pittig detail: Chrysochoidis bekleedde diverse ministerambten voor de PASOK (Griekse sociaaldemocraten) en was zelfs een tijdlang lid van het secretariaat van de Partij van Europese Socialisten (PES). In 2019 werd hij minister onder de rechtse premier Mitsotakis. (hm) Bronnen: New Greek bill limits journalists to a ‘specific spot’ in protests (Euractiv), Kotzias: Greek government uses ‘tyrannical’ methods to quell opposition voices (Euractiv) , AVGI (vertaald met Google Translate)    

NATO-vrienden binnen Die Linke?

Thu, 01/21/2021 - 16:31

21 januari 2021 - Er wordt nogal wat gekozen in Duitsland dit jaar, een ‘Superwahljahr’ met hoogtepunt de Bondsdagverkiezingen van 26 september die ook meebepalend zullen zijn voor de opvolging van kanselier Angela Merkel. Maar in zes van de zestien deelstaten wordt er ook een nieuw parlement gekozen, waarna eventueel nieuwe coalities gevormd worden. Zo is het op 14 maart de beurt aan Baden-Württemberg en Rijnland-Palts, op 6 juni volgt Saksen-Anhalt, en op 26 september kiezen ze in Berlijn, Mecklenburg-Voorpommeren en waarschijnlijk ook in het politiek roerige Thüringen niet alleen voor de Bundestag maar ook voor de Landtag. In enkele deelstaten (Länder) zit Die Linke in een rood-rood-groene regeringscoalitie, waarmee bedoeld wordt SPD+Die Linke+Grünen. Dat is momenteel het geval in Berlijn en Bremen , en was ook het geval in Thüringen tot voor de ‘putsch’ door CDU en FDP in 2019. Hoe groot de inbreng van Die Linke in die coalities was is stof voor debat (en bijvoorbeeld weinig overtuigend voor wat betreft de huisvestingspolitiek in Berlijn). Maar het wordt problematisch als met het oog op dergelijke coalities de partijstandpunten zouden aangepast worden, of erger nog: overboord gegooid. In dit Superwahljahr komt het probleem duidelijk terug aan de orde. Vooral het principiële partijstandpunt van Die Linke tegen de NATO is een belemmering voor coalities met SPD en Grünen, en wordt door de reformistische vleugel binnen de partij als een struikelblok beschouwd. Zo deed een paar maanden geleden Dietmar Bartsch schamper over dat standpunt; Bartsch is als mede-fractievoorzitter van de partij in de Bundestag niet de eerste de beste. Maar zowel binnen Die Linke als in de Duitse vredesbeweging kwam daar nogal wat protest tegen.   Het neemt niet weg dat beleidslustige partijfunctionarissen blijven schoppen tegen het ‘wereldvreemde’ anti-NATO standpunt. Deze week was het de beurt aan Matthias Höhn, woordvoerder in de Bondsdag van Die Linke voor het veiligheidsbeleid. Hij verspreidde onder de titel ‘Linkse veiligheidspolitiek’ een tekst (‘ discussiebijdrage’) binnen en buiten de partij, waarbij de NATO als een ‘verdedigingspact’ wordt vernoemd. Der Spiegel was er onmiddellijk bij om te spreken van een “radicale koerswijziging in de buitenlandse politiek van die Linke”; zeer overdreven en voorbarig, maar dat heb je nu eenmaal met initiatieven van politiekers die meer bedacht zijn op de eigen carrière dan op een democratische gang van zaken in hun partij. Höhn hoopt waarschijnlijk dat links als coalitiepartner aanvaardbaarder zal zijn als in de wapenwedloop Amerika in één adem wordt vernoemd met Rusland en China. Hij spreekt zich ook uit voor gemeenschappelijke Europese strijdkrachten, en denkt dat een terugtrekking uit de NATO geen bijdrage zou leveren voor de stabilisering. De NATO eis-om 2% van het BBP te besteden aan ‘defensie’ verpakt hij in een “1%+1%” formule: 1% voor verdediging en 1% voor ‘economische ontwikkeling en samenwerking’. Er kwam gelukkig onmiddellijk protest uit de eigen rangen. Bernd Riexinger, medevoorzitter van de partij, verklaarde dat er geen reden is om de grondbeginselen van de vredespolitiek van Die Linke in vraag te stellen, net nu de bondsregering de militaire uitgaven wil verhogen. Hij zei ook dat de NATO vanzelfsprekend geen ‘verdedigingsalliantie’ is, maar verantwoordelijk voor vele aanvalsoorlogen. Hij hekelde ook Höhns manier van doen, door - verwijzend naar het artikel in der Spiegel  - een debat dat binnen de partij moet gevoerd worden onmiddellijk naar de media te brengen. Ook de bekende antimilitarist Tobias Pflüger, parlementair woordvoerder in de Bundestag voor defensiepolitiek van Die Linke, haalt sterk uit naar Höhn’s initiatief. “Men moet zeer grote illusies in de EU hebben met haar neo-imperiale politiek op economisch en militair gebied, om zich uit te spreken voor militaire structuren op EU vlak”, aldus Pflüger; “dat doen de Groenen en de SPD al genoeg.” Hij benadrukt ook dat de partij tegen de buitenlandse inzet is van de Duitse strijdkrachten. Verschillende stemmen ook uit de Duitse vredesbeweging. Jürgen Wagner (IMI) spreekt van een “doorzichtig manoeuvre, een sein richting rood-rood-groen in het vooruitzicht van de Bondsdagverkiezingen.” Ekkehard Lentz van het Bremense Vredesforum herinnert aan het gelijkaardig initiatief van Bartsch enkele maanden geleden. “Dat moet de knipperlichten laten aangaan in de vredesbeweging en in de Linkspartij”, aldus Lentz, die in Die Linke de laatste in het parlement vertegenwoordigde partij ziet met een consequent vredesprogramma. (hm)    

Plassen in het zwembad

Wed, 01/20/2021 - 15:50
Bewaren als PDF

20 januari 2021 – Iemand – ik ben even kwijt wie – vergeleek het met ‘plassen in het zwembad’. Je kan niet tegen kinderen in het zwembad zeggen dat ze in een toegewezen deel van het zwembad mogen plassen, in de hoop zo de rest van het zwemwater schoon te houden. Hetzelfde geldt voor het coronavirus: je bestrijdt het in gans de Europese Unie, of nergens. Als het beleid in één lidstaat faalt, faalt het overal.

Je zou kunnen opmerken dat dit voor gans de wereld geldt: als we het virus elders zijn gang laten gaan, dan ontstaan daar varianten van het virus die per kerende onze richting uitkomen, zoals onlangs de Braziliaanse variant. Een vorm van virusrechtvaardigheid? De geglobaliseerde wereld is één groot zwembad geworden.

Hoe dan ook, de zwembadvergelijking verklaart hoe de Europese Unie zich in het centrum van de strijd tegen het virus heeft weten te plaatsen, en zo aan legitimiteit te winnen.

De Europese Unie is niet bevoegd voor gezondheidszorg. Maar een concurrentieslag om vaccins tussen de lidstaten moest vermeden worden: het zou de Europese samenhang geen goed hebben gedaan hebben. Dus mocht de EU namens de gezamenlijke lidstaten vaccinopties nemen en voorfinancieren bij verschillende kandidaat-ontwikkelaars. Is een vaccin Europees goedgekeurd (momenteel twee) dan kunnen de lidstaten in verhouding tot hun aantal inwoners de vaccins inkopen waarop de EU een optie heeft genomen.

De EU neemt een vierde van het wereldtotaal aan vaccinorders voor haar rekening. Zij laat haar spierballen rollen. Wat er verder met die vaccins gebeurt blijft een bevoegdheid van de lidstaten. Dat loopt niet altijd even vlot. Het steekt dat het Verenigd Koninkrijk met vaccineren voorop loopt. De Europese Commissie gaat daarom lidstaten bijstaan, en regelmatig rapporten publiceren waarin de vooruitgang van de lidstaten vergeleken wordt, om zo de druk op de ketel te houden.

Ons wordt verteld dat het met de vaccins nog een kwestie van tijd is voor het virus wordt overwonnen. De EU kan dan op het schild worden geheven als de witte ridder die corona de genadeslag heeft toegediend. Maar ‘tijd’ is hier een rekbaar begrip. In afwachting heeft elke lidstaat haar eigen strategie tegen het virus, en dat komt er toch op neer dat op vele plekken in het zwembad wordt geplast. De idee dat met de vaccins alles is opgelost zal niet helpen. In het ‘voorbeeldige’ Duitsland wordt in Saksen bijvoorbeeld met de vinger gewezen naar de Oost-Europese buren (onderaannemers voor Duitse bedrijven, en leveranciers van zorgpersoneel). Maar de plassers zitten overal. Het wankelmoedig overheidsbeleid onder druk van economische belangen werkt ondermijnend.

De Europese focus op vaccinatie kan nog tot extra problemen leiden.

Europese lidstaten waar het toerisme belangrijk is rekenen nu op vaccinatiebewijzen: wie dergelijk bewijs kan voorleggen zou weer probleemloos het vliegtuig naar de zon kunnen nemen. Maar gevaccineerd is niet hetzelfde als niet besmettelijk: wie zelf beschermd is kan nog steeds het virus overdragen (zie dit artikel op Politico). Als gevaccineerden komende zomer massaal het vliegtuig nemen, en zichzelf veilig weten, kan dit zomaar een nieuwe besmettingsgolf opleveren. De Europese leiders overleggen momenteel over deze heikele kwestie. Het is uitkijken naar de vraag of er opnieuw geplast gaat worden in het Europese zwembad. (fs)

Hits: 0

EU drijft uit elkaar

Wed, 01/20/2021 - 13:32

door Steffen Stierle (*) verschenen op 19 januari 2021 in Junge Welt Nederlandse vertaling: Ander Europa 20 januari 2021   In de coronacrisis worden de toch al grote economische verschillen tussen de eurolanden nog groter. Dit blijkt uit een analyse van de Europese Commissie, die maandag 18 januari op een online-vergadering van de Eurogroep werd besproken. De ministers van Financiën willen de situatie verhelpen door hulpfondsen te koppelen aan ‘hervormingsvoorwaarden’. Daarom moeten alle lidstaten die willen profiteren van het coronaherstelfonds "Next Generation EU"-momenteel zogenaamde herstelplannen opstellen. Het kader is in november door de Raad vastgesteld. De toewijzing van middelen gaat dan ook gepaard met de verplichting om de digitale transformatie te bevorderen en te investeren in klimaatvriendelijke technologieën. Maar ook de liberalisering van de arbeidsmarkt is een thema, waar bijvoorbeeld geëist wordt om "de ontwikkeling van het menselijk kapitaal en succesvol veranderen van job” te ondersteunen. Bovendien verwacht Brussel dat de hervormingsprogramma's reeds een terugkeer naar een strikte begrotingsdiscipline bevatten: “Een heroriëntatie van het begrotingsbeleid, onder meer door een einde te maken aan de steunmaatregelen voor bedrijven en burgers, zou zo snel mogelijk moeten bijdragen tot de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op middellange termijn", aldus het analyseverslag.

Het gaat er nu dus om na te gaan of de hervormingsplannen van de eurolanden overeenstemmen met de ideeën van de Raad en de Commissie. Alleen dan kan het geld stromen. Het Duits federale ministerie van Financiën gaat ervan uit dat de uitbetalingen op zijn vroegst in het midden van het jaar kunnen beginnen. De reactie van Brussel op de eerste golf van de coronapandemie zou dan maanden na de eerste verjaardag van de uitbraak komen.

Volgens een voorbereidend document waarover junge Welt beschikt, wil de Duitse regering er in het debat voor zorgen dat de lidstaten "in de nationale plannen aangeven hoe zij het groeipotentieel en de veerkracht van hun economieën zullen vergroten door middel van hervormingen en gerichte investeringen". Zij hadden hun eigen herstelplan al in december goedgekeurd en aan de Commissie voorgelegd. Dit moet eind april worden afgerond. Minister van Financiën Olaf Scholz (SPD) kan rekenen op zo'n 23 miljard euro uit de EU-pot voor Duitsland. Een ander belangrijk onderwerp van de Eurogroep waren de toenemende economische onevenwichtigheden. Met name de Duitse crisispolitici proberen al maandenlang de crisis te baat te nemen en aan de industrie en de financiële wereld aanzienlijke overheidssubsidies uit te keren, en zo hun suprematie in het EU-statenkartel verder uit te breiden en het machtsverlies ten gevolge van Brexit tegen te gaan. Zoals blijkt uit een ‘technische nota’ van de Commissie ter voorbereiding van het debat van de Eurogroep, verwachten hun diensten dat deze economieën tijdens de crisis nog verder uit elkaar zullen drijven; reeds bestaande onevenwichtigheden nemen momenteel nog toe. De Commissie wijst er bijvoorbeeld op dat de pandemie tot nu toe de grootste impact heeft gehad in de lidstaten die vóór de crisis al werden gekenmerkt door een relatief hoge overheids- en particuliere schuld. Bovendien zijn dit vaak landen waar het toerisme een bijzonder belangrijke economische rol speelt. De Commissie benadrukt ook dat de coronacrisis ‘fundamenteel’ verschilt van de financiële crisis van 2008 en niet het gevolg is van ‘financiële excessen’. Desalniettemin zijn de geformuleerde hervormingsdoelstellingen vergelijkbaar met die van de Troika. De maatregelen zijn bijvoorbeeld bedoeld om de productiviteit te verhogen, de goede werking van de markten te waarborgen en de administratie efficiënter te maken. Wat uiteindelijk in de Eurogroep wordt onderhandeld, gebeurt vaak onder het motto van de ‘Europese solidariteit’. Maar als Brussel het over solidariteit heeft, speelt steeds het principe ‘voor wat hoort wat’. Voor wat : de coronaleningen of subsidies; hoort wat: hervormingsprogramma's in de zin van het neoliberale economische beleid van de EU.   (*) Steffen Stierle is een zelfstandig journalist in Berlijn, met bijzondere belangstelling voor de politieke economie van de EU. Hij is actief in Attac-Duitsland en in Eurexit.

Zero Covid

Wed, 01/20/2021 - 11:15
Bewaren als PDF

20 januari 2021 – Wat zou de politieke linkerzijde doen in de coronacrisis, mocht zij het voor het zeggen hebben? Dat is niet altijd even duidelijk.

Mocht links het voor het zeggen hebben zou het probleem misschien niet bestaan. Een economie met respect voor de natuur zou het coronavirus aan de vleermuizen hebben gelaten. Bovendien zou de gezondheidszorg goed georganiseerd zijn, de farmaceutische industrie in overheidshanden, en sociale ongelijkheid een verschijnsel uit het verleden. Enzovoort. Dat kan allemaal waar zijn, maar ontslaat dat de politieke linkerzijde van de verantwoordelijkheid hier en nu stelling te nemen over de vraag hoe het virus moet worden bestreden?

Soms krijg je de indruk dat ook politiek links als gevolg van het zwalpende overheidsbeleid het virus als iets onvermijdelijks is gaan beschouwen, waar we maar mee moeten leren leven. Kritiek omzeilt dan de kern van het probleem. Uitzonderingen zoals het Nederlandse Bij1 of de Belgische PvdA bevestigen de regel.

Een positief voorbeeld is de Britse Zero Covid campagne. Wie inspiratie zoekt kan op hun website grasduinen. (fs)

Hits: 8

Eindelijk transparantie bij Europol en Frontex?

Tue, 01/19/2021 - 17:19

19 januari 2021 – Europol, de coördinatie van politiediensten in de EU, en Frontex, het grensbewakingsagentschap dat probeert ‘vreemdelingen’ buiten de Unie te houden, hebben een barslechte naam voor wat betreft de ‘transparantie’, de informatieplicht naar de burgers toe. Statewatch, de bekende ngo die toezicht houdt op de burgerlijke vrijheden in de EU, had zich daarover reeds meerdere malen beklaagd bij de betrokken Europese agentschappen, maar zonder praktisch resultaat. Statewatch richtte zich vervolgens tot de Europese ombudsvrouw Emily O'Reilly, en vandaag meldt de burgerrechtenorganisatie dat de twee agentschappen maatregelen zullen nemen om aan hun verplichtingen te voldoen. O’Reilly herinnerde er hen aan dat ze verplicht zijn een openbaar documentatieregister bij te houden dat gebruiksvriendelijk, volledig en up-to-date is; uitzonderingen op de openbaarheid kunnen maar geval per geval toegekend worden en moeten de richtlijn terzake volgen. Natuurlijk weten deze agentschappen dat al lang, maar zoals directeur Chris Jones van Statewatch verklaarde is het “verbazingwekkend dat het meer dan acht jaar heeft geduurd voordat zij concrete plannen hadden om aan de wet te voldoen.”  Het blijft natuurlijk uitkijken wat daar van wordt, want Frontex heeft zich er alleen nog maar toe  verbonden om tegen voorjaar 2022 een stappenplan uit te werken om zich naar de wet te schikken. Toch merkwaardig dat het een kleine club als Statewatch is, die vooral op vrijwilligerswerk berust, die moet opkomen voor fundamentele vrijheden van de burgers, terwijl een grote machine met uitstekend betaald personeel als het Europees Parlement daar blijkbaar niet aan toekomt. (hm)    

Armin Laschet: nieuwe Duitse kanselier?

Mon, 01/18/2021 - 16:13

18 januari 2921 - Wie voorzitter is van de Duitse christendemocratische CDU heeft aanzienlijke kans het ook te maken tot Duits kanselier, ter opvolging van Angela Merkel. Daarover wordt beslist na de Bondsdagverkiezingen van 26 september. De verkiezing van Armin Laschet tot nieuwe voorzitter van de CDU verleden zaterdag is dus meer dan een partijpolitiek fait divers, en gezien de leidende positie van Duitsland in de Europese Unie en vierde grootste economie ter wereld heeft het CDU-leiderschap ook een dimensie voor de EU en zelfs daarbuiten. Laschet volgt dus de huidige CDU-voorzitster-met-de-rare-naam Annegret Kramp-Karrenbauer (‘AKK’) op. AKK, die momenteel ook Duits minister van defensie is, werd aanvankelijk gezien als Merkel’s opvolgster, maar ze verliet de arena na het coalitieschandaal in Thüringen. De strijd voor het voorzitterschap werd gestreden tussen Armin Laschet, Friedrich Merz en Norbert Röttgen. Laschet is de huidige minister-president van de grootste Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen waar hij samen met de liberalen (FDP) regeert; bij de verkiezingen in 2017 had hij de SPD-Grünen uit het zadel gewipt. Laschet is een trouwe Merkel-aanhanger en eerder een compromisfiguur; zijn verzet destijds tegen het homohuwelijk maakt hem echter ook aanvaardbaar aan de rechterzijde van de CDU. Friedrich Merz daarentegen gaat door voor een rebel, maar dan van het rechtse soort. Als lobbyist voor het financieel imperium Blackrock en andere ondernemersbelangen (AXA, BASF…) verzette Bundestagafgevaardigde Merz zich tegen het bekendmaken van zijn nevenverdiensten. Norbert Röttgen tenslotte heeft een lange carrière als CDU-politieker, maar viel uit de gratie van Merkel na tegenvallende verkiezingsresultaten in 2012. Hij werd in de eerste ronde van de voorzitterverkiezingen uitgeschakeld, en van de twee overblijvende kandidaten Laschet en Merz was het de eerste die het haalde. Definitief wordt Laschet’s overwinning pas op 22 januari als ook de stemmen per brief zijn geteld. Laschet vertoont veel van de eigenschappen die van een hedendaags flexibel politiek manager worden verwacht. Het is niet onwaarschijnlijk dat er in Duitsland een coalitiewissel zal plaatsvinden waarbij de SPD de plaats ruimt voor de Grünen. De verhoudingen met deze laatsten mogen dus niet al te gespannen zijn. Anderzijds is Noordrijn-Westfalen het Land waar nog op grote schaal bruinkool wordt ontgonnen, wat enorme oppervlakten bos en natuur, en ook verschillende dorpen aan de belangen van energiemaatschappij RWE opofferde. Het is het Land van het ‘Hambacher bos’, dat door RWE grotendeels werd vernietigd, en waarvan de laatste restanten door boomhutactivisten tevergeefs werden verdedigd. “Een illegale bezetting”, aldus Laschet, maar nu kan hij zich ook uitgeven voor een van de voorvechters van de ‘Kohlenausstieg’, die wel pas in 2038 zal afgerond zijn… Of Laschet  ook kanselier wordt in het najaar is niet zeker, want het CDU-voorzitterschap kan daarbij behulpzaam zijn, maar is ook geen garantie, ook niet wanneer naar verwachting het opnieuw de CDU is die de kanselier levert. Sommigen vernoemen Spahn, die verleden zaterdag als vice-voorzitter van de CDU werd gekozen. Spahn is momenteel minister van gezondheidszorg, en dus goed bekend door zijn coronabeleid. Orthodox voor wat betreft begroting en financiën is hij als gehuwde homo wel progressief naar CDU-normen. Er zijn er dan ook weer die Markus Söder van de rechtsere Beierse CDU-zusterpartij CSU als kanshebber beschouwen, volgens een recente poll zelfs 43% van de Duitsers. Er zullen zich natuurlijk ook kanselierskandidaten aanbieden van de andere partijen. Een aantal daarvan zijn bekend of worden toch al vernoemd, zoals de SPD-er Olaf Scholz (die Schröder behulpzaam was bij het doorvoeren van zijn hervormingen), de groenen Robert Habeck, Annalena Baerbock en Cem Özdemir. Die Linke koos Klaus Lederer als haar kandidaat, cultuurminister in de Berlijnse rot-tot-grüne (SPD-Die Linke-Grün) coalitie. Het ziet er voorlopig niet naar uit dat een vrouw Merkel zal opvolgen. (hm)    

De artificiële intelligentie van de Europese Commissie

Thu, 01/14/2021 - 18:08

Door Herman Michiel 14 januari 2021   De Europese Commissie stelt zichzelf zes prioriteiten voor haar ambtsperiode 2019-2024; de eerste is de ‘Europese Green Deal’, de tweede de ‘digitalisering’, ‘Europa voorbereiden op het digitale tijdperk’ en haar ‘digitale soevereiniteit’ versterken. De Commissie ziet ook een duidelijk verband tussen de twee: “De EU wil er met haar digitale strategie voor zorgen dat mensen en bedrijven van deze transformatie profiteren, en dat zij haar doel van een klimaatneutraal Europa bereikt tegen 2050.” Binnen die ‘digitale strategie’ ziet de Commissie twee belangrijke assen: data en artificiële intelligentie (AI). Verleden jaar lanceerde ze in dit verband ook drie wetsvoorstellen, de Digital Services Act, de Digital Market Act en de Data Governance Act die nu door het Parlement behandeld worden.   Data intelligent verwerken  Data gaat over verwerven, stockeren en verwerken van gegevens in digitale vorm. Het kan gaan over meteorologische waarnemingen, patiëntengegevens, archieven, klantenprofielen, vingerafdrukken, stockvoorraden, videobeelden, kortom: over alles. Het onderling laten communiceren van verschillende databanken is er ook een aspect van. Artificiële intelligentie is een eerder vage term voor de digitale verwerking van data waarbij gepoogd wordt aspecten van het menselijk oordeelsvermogen (intelligentie) in computerprogramma’s te verwerken. Een robot die bij de autoassemblage steeds dezelfde bewerking uitvoert is niet ‘intelligent’; een systeem daarentegen dat videobeelden van gezichten volgens een of ander algoritme vergelijkt met een bestand van ‘gezochte personen’ is dat wel; een robot die rotte pruimen uit een lopende band kan pikken ook, net zoals een programma dat voor de human resources manager van een groot bedrijf een voorselectie maakt uit honderden sollicitaties op basis van bepaalde criteria, eventueel gecombineerd met automatisch profielonderzoek op sociale netwerken. We vergaten nog de zelfrijdende auto… Overigens wordt in de Commissieliteratuur de term AI wel eerder losjes gebruikt voor alles wat met dataverwerking en aanverwanten te maken heeft. AI is in. Op het World Economic Forum (Davos) van 2018 werd gesproken over 58 miljoen jobs die tegen 2022 zouden gecreëerd worden door AI. De Europese Commissie heeft het over 60 miljoen nieuwe jobs wereldwijd door AI en robotics tegen 2025. Het lijkt dan eerder verantwoord dat in het Europees budget 7,5 miljard euro wordt voorzien voor het Digital Europe programma, waarvan 2,2  miljard voor supercomputing, 2,1 miljard voor AI, enz. Men begrijpt dat de betrokken sectoren van de bedrijfswereld dit wel zien zitten, en met het lokaas van tientallen miljoenen nieuwe jobs kan ook het grotere publiek gewonnen worden voor het idee dat heel verstandig, intelligent, met het geld wordt omgesprongen. De Commissie is zich echter wel bewust van een zekere argwaan bij dat publiek, niet alleen omdat robots het werk kunnen afnemen, maar ook omwille van Big Brother’s artificieel intelligent brein. “Dit kan alleen als de burger die technologie kan vertrouwen. Een strategisch EU-kader op basis van fundamentele waarden moet dat vertrouwen geven en bedrijven aanmoedigen AI-oplossingen te ontwikkelen”, schrijft de Commissie. In geen enkele van haar communicaties over digitalisering en AI ontbreekt dus het menselijk aspect: “De digitale strategie zal mensen mondiger maken”, “Datagestuurde innovatie kan grote en tastbare voordelen opleveren, bijvoorbeeld gepersonaliseerde geneeskunde of beter openbaar vervoer”… En bovenal: “Onze digitale revolutie is een sleutelelement voor onze klimaatrevolutie”.   De digitale EU Wat is daarvan aan? Is het wat rooskleurig verpakt, maar is de kern van de boodschap correct? Of moeten we eens te meer vaststellen dat de bedrijfsgerichtheid van de EU verpakt wordt in het cadeaupapier van het algemeen welzijn? Als we ons verlaten op de ‘democratische meerderheid’ in het Europees Parlement is er weinig reden tot ongerustheid. Bij Liberalen en christen-democraten horen we een echo van het digitaal enthousiasme  van de Commissie. Er klinkt een zekere bezorgdheid bij de sociaaldemocraten, die stellen dat de mens centraal moet staan in AI en dat ze zullen “vechten om de dominantie van de markt te vermijden”. Een uitgebreid dossier Artificial Intelligence uitgegeven door Social Europe Journal en de Duitse sociaaldemocratische Friedrich Ebertstiftung is vrij gerusttellend; technologie op zich is neutraal, het hangt er vanaf wat er politiek en sociaal mee aangevangen wordt. De SPD-afgevaardigde in de Bundestag Daniela Kolbe ziet echter al wel een taak weggelegd voor de ondernemingsraden: zij kunnen zorgen voor een grotere acceptatie van AI in de bedrijven. De Finse sociaaldemocrate Miapetra Kumpula-Natri is vicevoorzitter van de speciale commissie artificiële intelligentie (AIDA)° in het Europees Parlement en stelt: “We moeten de data-economie en AI demistyfiëren; mensen hebben de neiging om ontwikkelingen die ze niet volledig begrijpen te vermijden, zich ertegen te verzetten of ze te vrezen.” Toch ook wat bezorgdheid bij de Groenen, die vinden dat er meer moet zijn dan ‘hype’, namelijk degelijke wetgeving. Maar over het algemeen zien ook zij AI als een “opportuniteit voor innovatie en voor menselijke en sociale vooruitgang”. Het GroenLinks Europarlementslid Kim Van Sparrentak ziet in de digitale strategie van de Europese Commissie een stap in de goeie richting om met Europa het ‘turbo-tech kapitalisme’ een halt toe te roepen. Het Belgisch groen europarlementslid Petra De Sutter betreurt evenwel dat socialisten, liberalen en christendemocraten “de opname geblokkeerd hebben van duurzaamheid en klimaatbeheersing in de AI-strategie.” Niet zo onbelangrijk, zoals we nog zullen zien. Er is tenslotte de linkse fractie GUE/NGL die, naar verwachting, het meeste voorbehoud heeft. Ze wil een verbod op de toepassing van gezichtsherkenningstechnieken, als “noodzakelijke eerste stap voor de vrijwaring van onze rechten en de menselijke waardigheid.” Een tweede toe te juichen initiatief is een studie over de toepassing van artificiële intelligentie in de defensiepolitiek van de EU. We komen daarop terug.   Digitale soevereiniteit? Burgers, bedrijven en overheden in Europa zijn voor hun digitale noden haast volledig aangewezen op Amerikaanse Big Tech bedrijven als Microsoft, Google, Facebook. Het lijkt dan misschien wel niet zo overbodig dat de EU het nu, wat laattijdig weliswaar, over ‘digitale soevereiniteit’ heeft? Voor die soevereiniteit heeft de Commissie wel een heel merkwaardige strategie, zoals een onderzoekster van het Europees Vakbondsinstituut ETUI onlangs uitlegde.  In MEPs need to listen to more voices on artificial intelligence heeft Aida Ponce Del Castillo het over de reeds vernoemde commissie AIDA die binnen het Europees Parlement werd opgericht en op 12 maanden tijd de impact moet bestuderen van AI op de Europese economie, tewerkstelling, gezondheidszorg, landbouw, onderwijs, milieu, defensie etc…. Deze commissie hield twee hoorzittingen met 10 uitgenodigde externe sprekers, onder hen: een van Microsoft, een van de private Amerikaanse Carnegie Mellon University (gespecialiseerd in robotica), een van het Britse farmabedrijf Exscientia, de Zweedse medicus Longman, met credo: “the future of medicine is computational”. Als het algemeen belang vertegenwoordigd was, was het door een spreker van EDRI (een netwerk dat opkomt voor digitale rechten) en BEUC, de Europese consumentenorganisatie. Maar de parlementaire commissie had weinig belangstelling over hetgeen de civiele maatschappij te zeggen heeft over AI, aldus Del Castillo. Hoe het verloopt in deze parlementaire commissie, die cruciaal is in de latere standpuntbepaling van het Parlement in zijn geheel, is maar een kleine illustratie van wat er zich momenteel aan lobbying over ‘digitale strategie’ in Europa afspeelt. De New York Times van 14 december 2020 heeft het over “Big Tech dat zijn lobbyisten loslaat op Europa” en daar een nooit geziene hoeveelheid geld tegenaan gooit.(Del Castillo spreekt over honderden vergaderingen van lobbyisten met verantwoordelijken uit Europese Commissie en Parlement.) Uit een uitgelekt document blijkt dat Google een uitgekiende strategie heeft om de, toch al niet bedrijfsonvriendelijke, plannen van de EU te dwarsbomen. Daarbij wordt gedacht aan de inschakeling van ambassadepersoneel, aan academici die tegen de regelgeving opkomen, of aan zogezegd ‘neutrale’ partijen die het voor Big Tech opnemen. Ik ontdekte er zelf eentje, het Consumer Choice Center waarvan de ‘research manager’ schrijft dat nieuwe regelgeving ongewenste gevolgen kan hebben die de innovatie belemmeren… Ook de Financial Times (28 oktober 2020) heeft het over deze Google-campagne, die zich onder andere zou richten naar de Europese consumenten met de boodschap dat regulering hen op kosten zal jagen, en de mogelijkheden van het internet zal beperken, nu we het juist zo nodig hebben. Google dacht er ook aan platforms als booking.com in haar strategie te betrekken.   Een bijdrage tot de Green Deal? In de inleiding vermeldden we dat digitalisering en Green Deal de eerste twee programmapunten zijn van de Commissie von der Leyen, en dat er ook herhaald op de synergie tussen die twee gewezen wordt. Dat lijkt niet alleen een handig argument, maar ook aannemelijk. Kan een intelligent dispatchingprogramma, eventueel aangevuld met realtime informatie over de via satelliet geobserveerde verkeerssituatie geen grote besparing opleveren in het energieverbruik van bestelwagens? Is het niet efficiënter je hartklachten eerst online aan een medisch AI systeem voor te leggen, dan meteen naar een specialist te stappen? Maar als dit allemaal zo voor de hand ligt als CO2-werend, had de Commissie er ook probleemloos evidentie kunnen voor aangeven. Voor klimaatcommissaris Timmermans moet de Green Deal immers in alle beleidsdomeinen doorspelen. Maar voor digitalisering en artificiële intelligentie is dit blijkbaar zo vanzelfsprekend dat er geen studies moeten over uitgevoerd worden. Onterecht, zo blijkt. Wat de Commissie met haar 33.000 ambtenaren niet deed, doet Fieke Jansen die een doctoraat voorbereidt aan het Data Justice Lab (Cardiff University). Ze geeft het volgende voorbeeld. Wie een boek koopt op Amazon zal gedurende het surfen 12 ‘zware’ interfaces moeten passeren, wat neerkomt op het downloaden van 8724 bedrukte A4 pagina’s, of 87,33 MB informatie. Dit kost 30 Wh aan elektriciteit. In 2014 kreeg Google ongeveer 47.000 verzoeken per seconde, wat neerkomt op een CO2-emissie van 1,8 miljoen kilogram per uur. Een ander voorbeeld, dat zelfs rechtstreeks uit de AI-sfeer komt. ‘Natural language processing’ (NLP) is een AI-methode om grote hoeveelheden documenten te ‘lezen’en er, eventueel rekening houdend met de context, relevante informatie uit te halen; het programma ‘leert’ daarbij uit de opgedane ervaring. Een studie bracht aan het licht dat de ontwikkeling, de ‘training’ en het testen van een dergelijk model gemakkelijk 300.000 kilogram CO2 veroorzaakt. Deze voorbeelden geven op zijn minst aan dat men er niet zomaar mag van uitgaan dat wat digitaal gebeurt klimaatwinsten oplevert, zoals de Commissie aanneemt. Men zou bijvoorbeeld moeten onderzoeken of en in hoeverre de door de industrie zo geprezen cloud computing, die heel veel communicatie en ‘interfaces’ inhoudt, wel de juiste weg te gaan is. Maar verwacht natuurlijk niet dat de industrie haar eigen strategie in vraag zal stellen.   Killer robots In het witboek dat de Commissie aan AI wijdde staan mooie woorden over maatschappelijk en ecologisch welzijn als kernbeginsel voor kunstmatige intelligentie. Maar wie zich de commotie herinnert over de plannen van het Europees Defensieagentschap om onderzoek naar ‘autonome wapensystemen’ (killer robots) te gaan financieren en binnen het witboek op zoek gaat naar het woord defensie komt het één maal  tegen, in een voetnoot. En in de inleiding wordt zonder verantwoording gesteld: “Het witboek gaat niet in op de ontwikkeling en het gebruik van AI voor militaire doeleinden.” Zo weinig aandacht voor de Europese militaire initiatieven is wel merkwaardig,  vooral als je bedenkt dat Commissievoorzitter von der Leyen in een niet zo ver verleden Duits minister van defensie was. Een eerste opmerking hierover: in haar communicatie over AI vermeldt de Commissie de bedragen die daarvoor expliciet in de begroting voorzien worden. Maar er zijn dus andere potjes die evengoed aan AI besteed worden, maar die men liever niet in een witboek vermeldt. De opdeling van de budgetten in posten als AI, supercomputing, cybersecurity enz. is trouwens ook nogal misleidend omdat de grenzen ertussen vaak willekeurig zijn. Maar die vergetelheid van de Commissie wordt goedgemaakt door een initiatief van de linkse fractie (GUE/NGL) in het Parlement. Ze liet een studie uitvoeren door Christoph Marischka, medewerker van de Duitse vredesorganisatie IMI. In Artificial intelligence in European Defence: Autonomous Armament? (januari 2021) ging hij na welke EU-wapenprogramma’s AI bevatten, en welke gevolgen deze hebben; hij schetst ook de geopolitieke context waarbij de EU zich een plaats als supermacht wil veroveren naast de twee grote spelers, de VS en China (terwijl Rusland vaak als het meest imminente gevaar wordt voorgesteld.) Maar Marischka onderstreept ook dat de noodzaak van AI in de Europese defensiestrategie een hype is die door de daarbij belanghebbende-industrie naar voren wordt geschoven: “propagated by industry and (venture) capital to mobilise public funds for their profits”. Vanuit de samenleving is daar verzet tegen gekomen met campagnes als “Cyberpeace” and “Stop Killer Robots”, maar, merkt de studie op, deze worden niet gesubsidieerd met honderden miljoenen euro’s zoals bij de wapenindustrie het geval is.   Tenslotte enkele voorstellen vanuit de ‘menselijke intelligentie’   In haar witboek zegt de Commissie dat haar aanpak van AI berust op ‘excellentie en vertrouwen’. Als het haar menens zou zijn met dat vertrouwen zou ze de open brief au sérieux nemen die meer dan 60 organisaties van overal in de EU haar onlangs toestuurden, waarin ze hun bekommernis uitrukken over de dreiging die van een aantal AI-toepassingen uitgaat. Als voorbeelden van dergelijke bedreigingen “die niet verenigbaar zijn met een democratische samenleving en moeten verboden of wettelijk beperkt worden” vermelden ze:
  • biometrische massabewaking, door bijvoorbeeldcamera’s met gezichtsherkenning op openbare plaatsen;
  • AI voor grensbewaking en migratiecontrole, onder andere het gebruik van leugendetectors;
  • het gebruik van AI voor automatische sociale profilering, met bijvoorbeeld gevolgen voor de toekenning van sociale uitkeringen; er wordt onder andere verwezen naar het Nederlandse systeem SyRI;
  • ‘voorspellende politieprofilering’, waarbij bijvoorbeeld de postcode of woonwijk als indicator voor verhoogd risico op crimineel gedrag wordt geïnterpreteerd;
  • het gebruik van algoritmes in het strafrecht, waarbij bijvoorbeeld de kans op recidivisme wordt afgeleid uit allerlei parameters die niets met de concrete beschuldigingen te maken hebben.
   

Poeslief Europees Vakverbond

Tue, 01/12/2021 - 11:39

12 januari 2021 - Deze morgen voerde het Europees Vakverbond EVV actie aan het Berlaymontgebouw, de zetel van de Europese Commissie in Brussel. "Actie" is  wat overdreven, er werden enkele posters opgehangen die op het eerste zicht over een verloren kat gaan. Maar het was dus een creatieve actie, en wel een om Commissievoorzitter Ursula von der Leyen eraan te herinneren dat ze bij het begin van haar ambtsperiode beloofd had "binnen de 100 dagen" bindende maatregelen te treffen om de blijvende loonkloof tussen mannen en vrouwen te dichten, iets wat in het Berlaymonts vertaald wordt als  'binding pay transparency measures'. Die 100 dagen verstreken en zijn er nu 407 geworden, maar van enig 'bindend initiatief' terzake is even weinig spoor als van de vermiste EVV-poes. De verslagenheid bij het EVV is even groot als de verwachtingen hooggespannen waren. Het kan natuurlijk zijn dat mevr. von der Leyen, met een basisjaarsalaris van 335.000 €,  niet dagelijks aan de loonkloof tussen de geslachten herinnerd wordt,  maar heeft het EVV de ontgoocheling niet vooral aan zichzelf te danken? Zou een vakbond niet moeten weten dat mooie woorden van ondernemers en hun politieke vrienden alleen dan in daden omgezet worden als bonden hun wapens boven halen, en die zijn nog steeds de mobilisatie van hun leden? (hm)    

U zei: Europees Burgerinitiatief?

Fri, 01/08/2021 - 17:16

8 januari 2021 – Het ‘Europees Burgerinitiatief’, gelanceerd in 2012, wordt door de Europese Commissie omschreven als een “belangrijk instrument voor participatieve democratie”. Het volstaat dat één miljoen Europese burgers zich achter een voorstel scharen om de Commissie uit te nodigen hierover een wetgevend voorstel te doen. Er zijn een aantal formele voorwaarden: handtekeningen moeten binnen één jaar verzameld worden in minstens zeven lidstaten, waarbij bepaalde minimumdrempels gelden. Ook moet het voorstel gaan over een materie waarover de Commissie bevoegdheid heeft. Maar de belangrijkste beperking is dat het de Commissie vrij staat al dan niet gevolg te geven aan het initiatief. Van directe democratie is dus zeker geen sprake; dat zou ook verbazend zijn in een politieke structuur waarin het parlement, in dit geval dus het Europees Parlement, zelf geen wetgevend initiatiefrecht heeft. Wetgeving in Europa is een aangelegenheid voor een onverkozen  Commissie, en dat is eens te meer waar voor dit Europees burgerinitiatief. Was de bedoeling anders geweest, dan was men even te rade kunnen gaan bij de niet-lidstaat Zwitserland, waar bindende burgerreferenda tot een normale politieke praktijk behoren. In september vorig jaar werd daar bij referendum nog een minimumloon goedgekeurd dat binnen de kortste keren in de praktijk moet worden omgezet. Het Europees burgerinitiatief had moeten een antwoord zijn op de geringe legitimiteit die de EU in de ogen van de burgers geniet, en de blijvende kritiek op het ‘democratisch deficit’v an haar  instellingen. Het ziet er niet naar uit dat de operatie geslaagd is. In een opiniestuk maakt Carsten Berg een niet al te rooskleurige balans op van acht jaar ‘burgerinitiatief’. Carsten Berg is de directeur van de Europese burgerinitiatiefcampagne, een onafhankelijke, maar zeker geen EU-onvriendelijke ngo die politieke inspraak van de Europese burger wil bevorderen. Carsten Berg: “Bijna 10 jaar nadat het burgerinitiatief in voege trad besluiten alle onafhankelijke evaluaties dat de wetgevende en politieke impact ervan minimaal is. Van de bijna 80 initiatieven sinds 2012 waren er maar een handvol die aan de vereiste miljoen handtekeningen kwamen.”  Maar als dit lukte was het geenszins een waarborg op succes. Het allereerste initiatief dat voldoende handtekeningen haalde, Right2Water in 2014 dat zich onder andere tegen de privatisering van de watervoorziening uitsprak, liet al vlug zien dat de Commissie er niet over piekert om haar privatiseringswoede door burgers te laten verstoren. De meer dan 1 miljoen handtekeningen tegen het gebruik van glyfosaat in pesticiden was voor de Commissie evenmin een reden om het gebruik ervan te verbieden. Een van de initiatieven die momenteel in behandeling zijn, het ‘MinoritySafePack’ over de bescherming van minderheden, werd door de Commissie aanvankelijk zelfs geweigerd, en pas na een uitspraak van het Europees Hof toegelaten; de Commissie schrapte er wel twee van de elf voorstellen… Carsten Berg vreest dat burgers nog meer de rug zullen keren naar de EU; “De Europese civiele samenleving vroeg om brood, maar de Commissie gaf haar alleen stenen.” (hm)    

Macron is watching you!

Wed, 01/06/2021 - 16:25

6 januari 2021 – La République en Marche heet het politiek vehikel waarmee Emmanuel Macron zich naar de top van de Franse staat lanceerde. Maar die macronische republiek ontpopt zich steeds meer als een Big Brother staat. We hadden het al over zijn wet over globale veiligheid, maar de beperkte bewegingsruimte die burgers in deze coronatijden hebben is ideaal om het repressief arsenaal nog verder uit te breiden. Sinds de publicatie in de Journal Officiel van drie decreten op 4 december 2020 is het voortaan toegelaten dat politie en staatsveiligheid dossiers over u aanleggen met uw vakbondslidmaatschap, uw politieke voorkeuren, uw religieuze en filosofische overtuigingen, uw psychologische en psychiatrische aandoeningen, uw gedrag en levensgewoonten, uw verplaatsingen en uw sportieve bezigheden, of ook nog uw activiteit op sociale netwerken …  De decreten laten toe dat reeds bestaande databanken uitgebreid worden met dit soort gegevens, die nodig geacht worden voor het handhaven van de openbare orde en de veiligheid van de Franse staat. "Het heeft niks met Big Brother te maken", zei Macrons minister van binnenlandse zaken Darmanin , maar "de inlichtingendiensten moeten de opinie en de politieke activiteiten kennen in relatie met extremistische partijen die de verdeling, de revolutie voorstaan." De bepalingen hebben ook betrekking op rechtspersonen, zoals vakbonden. Een hele reeks bonden hadden dan ook bij de Franse Staatsraad (Conseil d’État) een kortgeding aangespannen tegen deze decreten, maar deze deed gisteren (5 januari) een uitspraak, en vindt het geen disproportionele aantasting van de vrijheden.  Het mag een schrale troost zijn dat de uitspraak vermeldt dat het simpele feit van lid te zijn van een vakbond geen reden mag zijn om een dossier over een persoon aan te leggen… Maar de dossiers kunnen wel gebruikt worden om de betrouwbaarheid van kandidaten na te gaan bij sollicitaties voor sommige openbare ambten. Dat gebeurde ook al in Duitsland in de jaren zeventig, en was bekend als Berufsverbot; het zal dus wel geen inbreuk zijn op de rechtsstaat zeker? (hm)    

30 december: nog vlug een akkoord met China

Tue, 01/05/2021 - 17:44

5 januari 2021 - Om het half jaar wisselt het voorzitterschap van de Europese Unie. De lidstaat die aan de beurt is speelt een beetje de rol van gastheer bij de Europese topontmoetingen, kan zichzelf eventueel wat in het voetlicht plaatsen en kan desgewenst eigen accenten leggen in de initiatieven op Europees niveau. In de tweede helft van 2020 was Duitsland voorzitter (en in de eerste helft van 2021 is het Portugal), maar een van de Duitse accenten bleef eerder verborgen, tot het op 30 december, de voorlaatste dag van het voorzitterschap, in het voetlicht trad: de EU sloot een investeringsverdrag met China. Er werd al sinds 2014 over onderhandeld, maar het was met een zucht van verlichting dat Angela Merkel ‘haar’ investeringsakkoord met succes bekroond zag (al moet het nog verder goedgekeurd worden door de lidstaten en het Europees Parlement). Dat de Duitse diplomatie alles in het werk heeft gesteld opdat de Europese Commissie, verantwoordelijk voor het afsluiten van dergelijke akkoorden, de zaak zou afronden nog voor het einde van het jaar heeft zo zijn redenen. Van de 140 miljard euro die Europese bedrijven de voorbije 20 jaar in China geïnvesteerd hebben komen er 86 miljard uit Duitsland (en ter vergelijking slechts 25 miljard uit Frankrijk); in 2019 bedroeg de totale EU-export naar China 198 miljard, waarvan de helft (96 miljard) uit Duitsland. Alhoewel Duitsland permanent de informele voorzitter is van de Europese Unie, kon het formele voorzitterschap toch maar best ook in stelling gebracht worden als het om zo grote belangen gaat. Maar er is nog een tweede reden waarom er enige spoed moest achter gezet worden. Op 20 januari 2021 wordt Joe Biden beëdigd als nieuwe president van de Verenigde Staten. Deze heeft al aangedrongen op overleg met de Europese bondgenoten over een gemeenschappelijke strategie tegenover de al te succesvolle nieuwe concurrent op de wereldmarkt die China is. Zolang Trump het Witte Huis bezet komt het minder onvriendelijk over om te daten met Peking, maar dat zou minder diplomatisch zijn eenmaal er weer een goede vriend in Washington zit. Merkel heeft half gewonnen, maar het blijft nog afwachten of er geen lidstaten zijn, of zelfs het Europees Parlement, die stokken in de wielen steken. Er zijn verschillende Oost-Europese hoofdsteden waarvan het anti-Russisch sentiment omgekeerd evenredig is met hun Amerikaanse toeneiging. De nieuwe Europese voorzitter, Portugal, ziet een mogelijke bui al hangen: “Het investeringsakkoord met Peking blokkeren zou een erg slecht signaal zijn”, aldus premier Costa. Als het inderdaad over deze kwestie tot intra-Europese twisten komt, zullen diplomaten het niet ongemanierd hebben over ‘handelsbelangen’ of ‘winstvooruitzichten voor onze bedrijven’ maar over mensenrechten. Merkel en von der Leyen hebben hun argumentatie al klaar: “Met dit akkoord hebben we China zover gekregen dat het beloofde speciale inspanningen te doen voor de implementatie van de verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie ILO”. Mooi toch, een Unie die investeert in mensenrechten? (hm)    

Enkele economische beschouwingen rond Brexit

Sat, 01/02/2021 - 16:07

door Michael Roberts (*) 2 januari 2021   Het Verenigd Koninkrijk (VK) verlaat uiteindelijk de Europese Unie op 31 december, na 48 jaar lidmaatschap. Sinds het oorspronkelijke besluit om te vertrekken, dat in juni 2016 tijdens het speciale referendum werd genomen, heeft de uitvoering meer dan vier moeizame jaren gekost. Vandaar de vraag: wat betekent de deal voor het Britse kapitaal en voor de werkers? Voor de Britse producenten is het tariefvrije regime van de interne markt van de EU gehandhaafd. Maar de Britse regering zal opnieuw moeten onderhandelen over nieuwe bilaterale verdragen met regeringen over de hele wereld, die voorheen waren opgenomen in EU-deals. Mensen zullen niet langer vrij kunnen werken in beide economieën, voor alle goederen zal aanzienlijk extra papierwerk nodig zijn om de grenzen te passeren en sommige zullen uitgebreid worden gecontroleerd om te verifiëren of ze voldoen aan de lokale regelgevingsnormen. Wrijvingsloze handel is voorbij; inderdaad, zelfs tussen Noord-Ierland en het vasteland van Groot-Brittannië met een nieuwe douanegrens over de Ierse Zee. En dat betreft alleen de goederenhandel, waar de EU de bestemming is van 57% van de Britse industriële goederen. De Britse regering heeft met hand en tand gevochten om de visserijsector te beschermen (en faalde), maar de sector draagt slechts 0,04% bij aan het Britse bbp, terwijl de dienstensector meer dan 70% bijdraagt. Het meeste hiervan wordt natuurlijk niet geëxporteerd, maar toch draagt de export van diensten 30% bij aan het Britse bbp. En 40% van die dienstenhandel vindt rechtstreeks met de EU plaats (Fig. 1) [caption id="attachment_20043" align="aligncenter" width="700"] Fig. 1 - UK export en import van goederen (rood) en diensten (zwart) in miljarden pond, 2017. Enerzijds de uitwisseling met de EU en de Europese Vrijhandelsassociatie (EFTA, waartoe ook bv. Noorwegen, Ijsland en Zwitserland behoren) , anderzijds met de rest van de wereld.[/caption]   Hoewel het VK een enorm tekort op de goederenhandel met de EU heeft, wordt dat gedeeltelijk gecompenseerd door een overschot in de dienstenhandel met de EU. Dit overschot zit vooral in de financiële en professionele dienstverlening waarmee de City of London voorop loopt. De export van Britse financiële diensten is jaarlijks £ 60 miljard waard, terwijl de import van zulke diensten £ 15 miljard bedraagt. En 43% van de export van financiële diensten gaat naar de EU. De Brexit-deal met de EU heeft niets gedaan voor deze sector. Professionele dienstverleners verliezen automatisch hun bevoegdheid om in de EU te werken aangezien de deal geen wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties voor de hele EU  inhoudt. Dit betekent dat beroepen zoals artsen en dierenartsen tot ingenieurs en architecten hun kwalificaties erkend moeten krijgen in elke EU-lidstaat waar ze willen werken. En de deal heeft geen betrekking op de toegang van financiële diensten tot de EU-markten, die nog door een afzonderlijk proces moet worden bepaald waarbij de EU ofwel eenzijdig 'gelijkwaardigheid' verleent aan het VK en zijn gereglementeerde ondernemingen, of de ondernemingen toestaat toestemming te vragen aan individuele lidstaten. Het komend jaar zullen er wellicht beetje bij beetje handelsovereenkomsten worden gesloten op deze gebieden. Maar de Britse dienstensector zal voor zijn export ongetwijfeld slechter af zijn dan binnen de EU het geval was. En dat is belangrijk, want het VK is een 'rentenierseconomie (‘rentier economy')  die sterk afhankelijk is van de financiële en zakelijke dienstverlening. Financiële diensten dragen 7% bij aan het Britse bbp, zo'n 40% meer dan in Duitsland, Frankrijk of Japan.(Fig. 2)   [caption id="attachment_20044" align="aligncenter" width="700"] Fig. 2 - Bijdrage van de financiële diensten aan het Brits bbp.[/caption]   Het VK is een land van bankiers, advocaten, accountants en mediamensen, eerder dan van ingenieurs, bouwers en fabrikanten. Het VK heeft een enorme topzware bankensector, maar een kleine productiesector in vergelijking met andere G7-economieën. (Fig. 3)   [caption id="attachment_20045" align="aligncenter" width="700"] Fig. 3 - Het aandeel van de industriële sector in het bbp van diverse economieën. In Duitsland bedraagt dit 30%, in het Verenigd Koninkrijk slechts 10%.[/caption]   Hoe zit het met de impact op de werkende mensen? Bij het verlaten van de EU komt het weinige dat Britse werknemers ten goede kwam van de EU-regelgeving in gevaar in een land dat al het meest gedereguleerde is in de OESO. De EU-regels omvatten een maximum van 48 uur werk per week (alhoewel boordevol vrijstellingen); gezondheids- en veiligheidsvoorschriften; regionale en sociale subsidies; wetenschappelijke financiering; milieucontroles; en natuurlijk vooral vrij verkeer van werknemers. Dat alles is of wordt geminimaliseerd. Ongeveer 3,7% van de totale beroepsbevolking in de EU - 3 miljoen mensen - werkt nu in een andere dan hun eigen lidstaat. Sinds 1987 hebben meer dan 3,3 miljoen studenten en 470.000 docenten deelgenomen aan het Erasmusprogramma van de EU. Dat programma sluit vanaf nu Britten uit. De immigratie naar het VK vanuit EU-landen is aanzienlijk geweest; maar het werkt ook andersom, met veel Britten die in continentaal Europa werken en wonen. Met het VK uit de EU, zullen Britten worden onderworpen aan werkvisa en andere kosten die hoger zullen zijn dan het totale geldbedrag dat per persoon wordt bespaard met de bijdragen aan de EU. Per saldo hebben EU-immigranten (inderdaad alle immigranten) meer bijgedragen aan de Britse economie op het gebied van belastingen (op inkomen en btw), door het vervullen van laagbetaalde banen (ziekenhuizen, hotels, restaurants, landbouw, transport) dan ze hebben gekost (in extra kosten van scholen, openbare diensten enz.). Dat komt omdat de meesten jong zijn (vaak alleenstaand) en pensioenpremies betalen voor die Britten die met pensioen zijn. Het Brexit-referendum heeft al geleid tot een scherpe daling, met 50.000 à 100.000, van de netto-immigratie naar het VK vanuit de EU,  en dit is nog steeds dalende. Dat kan alleen maar bijdragen aan het verlies van nationaal inkomen en belastinginkomsten op langere termijn. De meest nuchtere schattingen van de impact van het verlaten van de EU suggereren dat de Britse economie in reële termen langzamer zal groeien dan als het lid was gebleven. Mainstream economische instituten, waaronder de Bank of England, denken dat het VK de komende tien tot vijftien jaar een cumulatief verlies van het reële bbp van tussen de 4 en 10% van het bbp zou lijden door het verlaten van de EU, of ongeveer 0,4 procentpunt van de jaarlijkse bbp-groei. Dat is een cumulatief verlies van 3% van het BBP per persoon, wat overeenkomt met ongeveer £ 1000 per persoon per jaar. Het Britse Office for Budget Responsibility schat dat een derde van dit relatieve verlies al heeft plaatsgevonden vanwege de afname van het tempo van de bedrijfsinvesteringen sinds het referendum. Als gevolg van de onzekerheid over de Brexit-deal investeerden binnenlandse bedrijven minder en vond een sterke daling van buitenlandse investeringen in het VK plaats (Fig. 4) .   [caption id="attachment_20046" align="aligncenter" width="700"] Fig. 4 - Investeringen in het VK als percentage van het bbp.[/caption]   En dan heeft de COVID-pandemie natuurlijk de economische activiteit gedecimeerd. In 2020 zal het VK de grootste daling van het bbp ondergaan onder de grote economieën, behalve Spanje, en in 2021 langzamer herstellen dan andere economieën. Het Britse kapitalisme ging al flink achteruit voordat de pandemie toesloeg. Het handelstekort met de rest van de wereld was opgelopen tot ongeveer 6% van het bbp; en de reële bbp-groei was teruggevallen van meer dan 2% per jaar tot minder dan 1,5%, terwijl de industriële productie het met 1% moest stellen. De Britse economie kende al een zwakke groei van de investeringen en productiviteit  (Fig. 5)   en met andere OESO-landen (Fig. 6).   [caption id="attachment_20048" align="aligncenter" width="700"] Evolutie van de productiviteit per gewerkt uur in het VK ; het tweede kwartaal van 2008 wordt als basis 100 genomen.[/caption]   [caption id="attachment_20049" align="aligncenter" width="700"] Fig. 6 - Evolutie van de productiviteit (1970-2015) in diverse economieën.[/caption] De investeringen in technologie en R&D waren matig, meer dan een derde minder dan het OESO-gemiddelde (Fig. 7)   [caption id="attachment_20050" align="aligncenter" width="700"] Fig. 7 - Bruto investeringen in Research & Development (1990-2017) als percentage van het bbp in diverse economieën.[/caption]   En de reden hiervoor is duidelijk: de gemiddelde winstgevendheid van het Britse kapitaal is gedaald. Zelfs voordat de pandemie in 2020 toesloeg, lag de gemiddelde winstgevendheid (volgens officiële statistieken) 30% onder het niveau van eind jaren negentig en was, los van de Grote Recessie, al op een dieptepunt (Fig. 8).   [caption id="attachment_20051" align="aligncenter" width="700"] Fig. 8 - Bruto winst op het geïnvesteerd kapitaal in procent, Verenigd Koninkrijk 1997 - 2019.[/caption]   Sinds het referendum van 2016 is de winstgevendheid in het VK met bijna 9% gedaald, vergeleken met kleine stijgingen in de eurozone en de VS. En volgens de AMECO-prognose voor de winstgevendheid van de eurozone zal het VK tegen 2022 18% onder het niveau van 2015 liggen! (Fig. 9)   [caption id="attachment_20052" align="aligncenter" width="700"] Fig. 9 - Procentuele verandering van de winst op kapitaal in vergelijking met 2015, voor de periode 2015-2019 (rood), 2015-2020 (blauw) en een prognose voor 2015-2022 (zwart. Links voor de US, midden voor de Eurozone, rechts voor het VK.[/caption]   Als gevolg hiervan zullen de investeringen van het Brits kapitaal dalen en zullen naar verwachting tegen 2022 maar liefst 60% lager zijn dan in het referendumjaar 2016. (Fig. 10)   [caption id="attachment_20053" align="aligncenter" width="700"] Fig. 10 - Procentuele verandering in netto reële investeringen in vergelijking met 2016, voor de periodes 2016-2019 (rood), 2016-2020 (blauw) en een prognose voor 2016-2022 (zwart). Links voor de eurozone (EZ), vervolgens Duitsland, Frankrijk, het VK en de Verenigde Staten.[/caption]   Maar misschien kan het VK aan deze sombere voorspellingen ontkomen, zoals de regering beweert, omdat de Britse industrie en de stad Londen zich nu ‘vrij van de ketenen’ van EU-regelgeving over de hele wereld kunnen uitbreiden. En het wordt steeds duidelijker hoe het denkt dit te kunnen doen - door van Groot-Brittannië een belasting- en reguleringsvrije basis te maken voor buitenlandse multinationals. De regering plant ‘vrijhavens’ of zones; gebieden met weinig tot geen belasting om de economische activiteit te stimuleren. Hoewel ze geografisch in een land gelegen zijn, bestaan ze in wezen buiten de grenzen voor belastingdoeleinden. Bedrijven die actief zijn in deze vrijhavens kunnen profiteren van uitstel van betaling van belastingen totdat hun producten naar elders worden verplaatst, of ze kunnen deze helemaal vermijden als ze goederen binnenbrengen om op te slaan of ter plaatse te vervaardigen voordat ze ze opnieuw exporteren. Helaas voor de regering tonen onderzoeken aan dat vrijhavens het moment waarop de belasting wordt betaald eenvoudigweg uitstellen, omdat de invoer nog steeds de eindafnemers in het hele land moet bereiken. En de prikkels kunnen ook de verplaatsing van activiteiten bevorderen die hoe dan ook zouden hebben plaatsgevonden, van het ene deel van het VK naar het andere. Bovendien zouden belastingvoordelen een verlies aan inkomsten voor de schatkist kunnen betekenen. En vrijhavens lopen het risico het witwassen van geld en belastingontduiking in de hand te werken, aangezien goederen meestal niet worden onderworpen aan controles die elders standaard zijn. Een gedereguleerd Groot-Brittannië zal de economische groei niet herstellen, laat staan goede, goedbetaalde banen voor goed opgeleide en geschoolde arbeidskrachten opleveren. Het zal de winsten van multinationals alleen maar vergroten, met behulp van goedkope, ongeschoolde arbeidskrachten. Kortom, de Brexit-deal is een ander obstakel voor aanhoudende economische groei voor Groot-Brittannië. Maar de inzinking van de COVID-pandemie en de onderliggende zwakte van het Britse kapitaal zijn veel schadelijker voor de economische toekomst van het VK dan de Brexit. Brexit is slechts een extra last voor het Britse kapitaal, zoals het ook voor Britse huishoudens zal zijn.   (*) Michael Roberts is een Brits marxistisch econoom, de auteur van The Great Recession: a Marxist view (2009) en The Long Depression: Marxism and the Global Crisis of Capitalism  (2016). Hij schrijft uitvoerig op zijn blog. waar ook dit artikel verscheen op 29 december 2020. Nederlandse vertaling door Ander Europa.

Brexit deal: vooruitkijken is beter dan achterhoedegevechten voeren

Wed, 12/30/2020 - 12:30

door Herman Michiel 30 december 2020   Net voor het laatste blaadje van de kalender valt zal het Brits parlement de Brexit deal goedkeuren. Een aantal parlementsleden van Labour (o.a. John McDonnell, indertijd lid van Corbyn's schaduwkabinet) en activisten (o.a. de de linkse cineast en politiek commentator Paul Mason) roepen op dit niet te doen. Men kan hun weerzin begrijpen om Boris Johnson het genoegen te gunnen om de door hem bekokstoofde deal ook met steun van de oppositie goedgekeurd te zien. Toch lijkt dit een achterhoedegevecht, dat bovendien riskeert gezien te worden als een laatste stuiptrekking van het Remain-kamp in Labour. Hun weifelende houding tegenover het resultaat van het Brexitreferendum leidde een jaar geleden tot het verlies van een aanzienlijk deel van de arbeidersbasis in het noorden, die naar de Tories overliep. Het meest bedenkelijke in de argumentatie van de vermelde oproep, maar ook in die van veel continentale progressieve anti-brexiteers, is dat de Britse werkende klasse door de uitstap uit de EU nu uitgeleverd is aan een hard antisociaal beleid, waar milieu-, voedsel- en arbeidsnormen zullen geofferd worden op het altaar van de vrijhandel. (Wat vrijhandelsakkoorden betreft is het wat ironisch dat een van de ondertekenaars van de oproep David Martin is, tot 2019 europarlementslid voor Labour, en een van de promotoren van TTIP en de gecontesteerde investeringsclausule ISDS/ICS.) Zeker, het gevaar op sociale afbouw is reëel, Johnson heeft zich met zijn Brexitstrategie een zeer stevige plaats veroverd, en kan zich tegenover een verdeeld en verslagen Labour veel veroorloven. Maar de EU inroepen als waarborg tegen sociale achteruitgang is wel een zeer onverstandige optie. “Toekomstige handelsovereenkomsten zouden nu de privatisering van de Nationale Gezondheidsdienst (NHS) en andere openbare diensten kunnen doordrukken”, schrijven de ondertekenaars van de oproep. De privatisering van de openbare dienst is nu precies waar het activisme van de Europese Commissie op aanstuurt, en waar ze in de voorbije decennia al een hoop successen heeft geboekt. De oproep heeft wel gelijk waar gesteld wordt dat “oppositie nu de vitale opdracht is”, maar de invulling daarvan is alleen gericht op parlementaire oppositie, wat vooral in de Labour Party niet veel goeds voorspelt. Het toekomstperspectief dat nu door de linkse krachten in Groot-Brittannië moet verdedigd worden is een sterke sociale oppositie, een brede beweging gesteund op vakbonden en agitatie aan de basis, als essentiële voorwaarde op dat er ook op politiek vlak een consequente oppositie zou kunnen gevoerd worden. Het is ook in de sociale strijd dat vakbonden en progressieven op het continent en in het Verenigd Koninkrijk elkaar kunnen vinden, want het Tory-bewind is slechts de voortzetting van de EU politiek met andere middelen. Ook op andere terreinen is rekenen op de EU in plaats van de eigen sociale krachten een gevaarlijke illusie. Sommigen vrezen dat er nu door de Britten een sterk anti-migratiebeleid zal gevoerd worden. Maar waarin zou dit verschillen met het verleden? Wie denkt dat de EU de verdediger is van een humaan migratiebeleid moet uit een lange coma ontwaakt zijn. Of zullen de Britten nu ontoelaatbare vrijhandelsverdragen opgedrongen krijgen? Alsof de Europese Commissie niettegenstaande alle protesten niet steeds maar nieuwe handelsakkoorden afsluit, met de grootste verachting voor elke democratische inmenging. De ‘strenge Europese milieunormen’ zijn een ander argument dat met enige omzichtigheid moet benaderd worden. Ze waren wonderwel niet in staat de massale fraude met de sjoemelsoftware van Volkswagen diesels te ontdekken. In Groot-Brittannië zowel als op het Europese vasteland zijn actieve milieuorganisaties en bewuste burgers een veel betere garantie voor milieu en klimaat dan een onverkozen bureaucratie waarvan de deur platgelopen wordt door de bedrijfslobbys. Een ander geliefkoosd thema van degenen die de hardvochtige Brexit tegen de sociale EU willen uitspelen is Erasmus. De Britten zullen het Erasmusprogramma niet langer steunen! De kern van de zaak zijn echter de zeer hoge inschrijvingsgelden aan de Britse universiteiten, en dat is niet het gevolg van Brexit. Dat veranderen betekent een democratische visie op de universiteit in de praktijk brengen. Daar heeft de EU in het verleden geen zier toe bijgedragen, en dat zal in Groot-Brittannië en elders alleen door linkse krachten en massale sociale druk kunnen tot stand komen.   [caption id="attachment_20035" align="aligncenter" width="650"] Taking back control... niet op z'n Boris Johnson's, maar naar het voorbeeld van de Australische vakbond bij de openbare diensten (ASU) die een campagne opzette tegen privatiseringen.[/caption]   Conclusie: eerder dan achterhoedegevechten te voeren zouden Britse linkse en sociale krachten beter Boris Johnson’s slogan, taking back control, tot de hunne maken, maar dan niet in BoJo’s nostalgische opvatting van Britannia rule the waves, maar als een strijdprogramma voor een democratische, sociale ecologische samenleving.   Voor een overzicht van al onze artikels rond Brexit sinds 2015, zie hier.

Geert Mak trekt ten oorlog

Mon, 12/28/2020 - 19:45
Bewaren als PDF

28 december 2020 – In het FD van 23 december laat de Nederlandse schrijver Geert Mak zijn licht schijnen op Europa. Mak schreef twee dikke pillen over Europa, dus dat moest ik lezen. Wat een teleurstelling!

Mak vreest “zoals de Vlamingen zeggen” dat “Europa een vogeltje voor de kat” wordt.

Nu ben ik toevallig een Vlaming, en wij zeggen ‘een vogel voor de kat’, niet ‘een vogeltje’. Mak doet hier denken aan al die Nederlandse bezoekers in Antwerpen die de Vogelmarkt steevast de Vogeltjesmarkt noemen. Wat is dat toch met al die verkleinwoorden! Wij Vlamingen zijn geen kleuters!

En het wordt nog erger.

Mak hecht veel belang aan de regimecrisis in de VSA: “Het land heeft de wereld laten zien dat een gestoorde figuur als Trump er de leiding kan nemen”.

Het besluit voor Europa ligt voor de hand: “Wij moeten als de sodemieter onze defensie beter op poten gaan zetten. Dit kan zo niet langer.

Tegen wie moeten wij ons dan verdedigen, dacht u? Tegen de op hol geslagen VSA? Tegen China, de nieuw opkomende grootmacht? Neen, volgens Mak loert het gevaar uit Rusland: “Ik was in het noorden van Noorwegen, in Kirkenes, aan de Russische grens. Daar staan 120 militairen tegenover twee of drie complete Russische divisies.

Nu heb ik de aflevering over Kirkenes uit de TV-serie In Europa van Geert Mak gezien. Wat is het verhaal? Kirkenes is een gezellig Noors stadje in het Noorden aan de grens met Rusland: aan de andere kant van het water wonen de Russen. De Noren en de Russen hebben goede relaties: ze houden zelfs gemeenschappelijke worstelwedstrijden. Maar op zekere dag ondergaat de Noorse gemeenschap een schok: een brave inwoner uit Kirkenes, douanier van beroep, wordt tijdens een bezoek aan Rusland opgepakt, beschuldigd van spionage, en in de gevangenis gegooid. Verbijstering, verontwaardiging en tranen alom. Wat zijn die Russen onbetrouwbaar! Maar wat blijkt: de man was inderdaad een spion! Zijn vrienden begrijpen er nu niets meer van…

De logische conclusie uit dit verhaal lijkt dat de Russen zich moeten bewapenen tegen de onbetrouwbare Europese broeders aan de overkant, toch? Maar deze logica is aan Geert Mak niet besteed.

Volgens Mak is het aan de Duitsers om de leiding te nemen van de Europese herbewapening, maar dat had u ondertussen vast al geraden. (fs)

Hits: 0

Brexit: fijn dat er een akkoord is

Fri, 12/25/2020 - 11:33
Bewaren als PDF

25 december 2020 – Op de valreep bereikten de EU en het Verenigd Koninkrijk dan toch een akkoord over de Brexit.

Dat is goed nieuws. Een no deal scenario zou jarenlang de relaties tussen het continent en het eiland vergiftigd hebben, en dat gif zou niet alleen de leidende elites hebben aangetast. Fijn dat ook Labour de deal gaat goedkeuren, met als argument dat zo een no deal vermeden wordt.

Je kan natuurlijk kanttekeningen maken bij het democratisch gehalte van gans de procedure: de onderhandelingen waren geheim, en het Europees Parlement krijgt de volledige tekst maar te zien nadat het akkoord al een fact of life is. Maar de draagwijdte van de gesprekken was bekend, en dissidente geluiden waren in de parlementaire wandelgangen niet te horen. Dat de mensen in Europa geen flauw benul hebben van wat in hun naam wordt bekokstoofd is dan weer business as usual.

Uiteindelijk kiest de EU er niet voor de stoute Britten voor hun Brexit te straffen, wat onmiddellijk na het Brexitreferendum wel degelijk in de lucht hing. De Europese leiders zijn niet meer bang dat het Britse voorbeeld anderen op ideeën gaat brengen: de populariteit van de EU is behoorlijk gestegen, na de afgang van Tsipras, ook met dank aan het klimaat en het virus; heel wat Europese bedrijven hebben belangen aan beide kanten van het Kanaal; de EU heeft er geen baat bij dat een belangrijke en nabije buur op drift slaat.

In Brussel zullen ze denken: laat Johnson in de wereld van vandaag maar aan de slag gaan met zijn illusie van een Global Britain. Trump is weg, Biden komt er aan. Het is de EU die de handelsrelaties met China aantrekt. De EU is een van de drie grote machtsblokken in de wereld, en wij werken aan onze strategische zelfstandigheid, de Global EU so to speak. Dus we zien wel wat de Britten ervan bakken. Wij hebben de economische macht om de toekomstige relaties te managen, ook met een wispelturige buur.

Oh Jeremy

Het akkoord toont glashelder aan dat de People’s Brexit waar Jeremy Corbyn in betere tijden voor pleitte geen illusie was.

Het akkoord houdt in dat er geen tarieven of quota komen voor de handel in goederen. Er komt enkel meer papierwerk. Wat de handel in diensten betreft, het gros van de Britse export naar de EU, liggen de zaken anders. De Britse financiële sector heeft geen automatische toegang meer tot de EU. De discussie over de wederzijdse erkenning van vrije beroepen moet nog beginnen. Het zal dus nog veel voeten in de aarde hebben voor we bestookt worden door Britse loodgieters.

De Britten moeten zich houden aan de bestaande Europese standaarden wat betreft arbeidsvoorwaarden, milieunormen en overheidssubsidies. In de toekomst kunnen ze echter hun eigen weg gaan. Als de EU vindt dat dit leidt tot oneerlijke concurrentie heeft de EU dan weer het recht te reageren met sancties in de vorm van tarieven. Deze hoeven dan niet gericht te zijn op de betrokken sectoren, maar mogen de Britse economie waar dan ook treffen, om de Britse regering op andere gedachten te brengen.

Dit zou toch perspectieven hebben geopend voor een linkse Britse regering. Stel dat die regering openbare initiatieven neemt met het oog op de volksgezondheid, het onderwijs, het klimaat, de werkgelegenheid, en daarbij de financiële slagkracht inzet van de overheid… Laat de EU dan maar reageren dat dit overheidsbeleid leidt tot oneerlijke concurrentie, en de marktverhoudingen verstoort. Een Labourregering kon zich dan met succes richten tot de bevolking in de EU om dit aan de kaak te stellen, en oproepen tot solidariteit.

Je zou kunnen opwerpen dat de EU Corbyn niet dezelfde deal had gegund als Johnson. Dat klopt. Maar dat is dan de inzet van politieke strijd. Als we enkel uitgaan van wat ons ‘gegund’ wordt kunnen we even goed meteen inpakken.

De bittere ironie is dat Corbyn kapot werd gemaakt door de eurofielen in Labour, die de eis van een nieuw referendum hebben opgedrongen, zodat Johnson de verkiezingen met glans kon winnen onder de vlag van get Brexit done. Corbyn had vast andere zwakheden, maar dit was de doorslaggevende factor in zijn verlies. Nu gaan dezelfde eurofielen van Labour de Brexitdeal goedkeuren, maar is het Johnson die de Brexit mag inkleuren. (fs)

Hits: 1

Hotel Europa

Thu, 12/24/2020 - 10:39
Bewaren als PDF

24 december 2020 – Ergens las ik dat het boek Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer zou gaan over massatoerisme. Maar volgens mij gaat het boek over Europa. Het is een melancholisch boek over een continent dat enkel nog zijn verleden lijkt te hebben. De enige uitweg lijkt dan dit verleden te commercialiseren, Europa wordt een soort cultureel pretpark voor de rest van de wereld. Als het moet wordt het Europees erfgoed aangepast aan de verwachting van de Chinese toerist. Pfeiffer loopt er in zijn nieuwe thuisstad Venetië wat verloren bij, in zijn nette pak tussen toeristen in shorts en vooral druk met selfies.

Je zou het boek kunnen verwijten dat het geen oog heeft voor de lelijke kanten van de Europese erfenis, maar zo werkt melancholie nu eenmaal. Je trekt je op aan je mooiste herinneringen. Ernest Mandel vertelde me ooit dat hij troost vond in klassieke muziek: de schoonheid van de muziek bevestigde zijn geloof in het kunnen van de mens, ondanks alle ellende die hij rond zich zag. Zo werkt ook dit boek, want Pfeijffer is een sterke schrijver. Het is ook lang gelden dat ik nog heb zitten schokken van het lachen bij het lezen van een boek, dat helpt.

Overigens heeft Pfeijffer zeker geen blinde vlek voor de lelijke kanten van het hedendaags Europa. Zo houdt een van de personages in het boek een bladzijdenlang striemend betoog tegen het Europees vluchtelingenbeleid, zo sterk als ik het nog nooit heb horen verwoorden.

Maar wat doe je met die melancholie? Ergens naar het einde betuigt Pfeiffer steun aan de Europese Unie, als uitdrukking van de wil in Europa samen te werken. Maar is die Europese Unie niet juist het symbool van de verdinglijking van al wat menselijk is? Het is een rare kronkel in het boek: moet het heimwee naar een oude wereld die ten onder gaat leiden naar strijd tegen de Chinezen en de Amerikanen door Europa om te bouwen tot een even lelijke supermacht? Het boek eindigt op een positieve noot, maar enkel voor de hoofdpersoon in het boek, Pfeijffer zelf, die vol goede moed dan toch maar het vliegtuig neemt naar zijn geliefde die de Europese cultuur heeft laten staan voor het geld van Arabische sjeiks. Je moet wel verder met je leven.

Het is maar de vraag of de EU daadwerkelijk staat voor Europa. De Russen waren gedurende enkele eeuwen in de middeleeuwen afgesneden van West-Europa en meer gericht op Azië, maar het zijn echt wel Europeanen. Niet voor niets begrepen de Russische revolutionairen hun revolutie als een stap naar de eenmaking van Europa, Duitsland zou volgen (de sociaaldemocraten beslisten er anders over). Maar vanuit dat oogpunt lijkt de EU het continent eerder te splitsen dan te verenigen.

De verbinding tussen West en Oost vind je wel terug in De Rat van Amsterdam van Pieter Waterdrinker. Ook in dat boek vind je melancholie, het heimwee van Letse vluchtelingen – terechtgekomen in Nederland – naar het leven van vroeger. Maar in dit boek overheerst na een tijd niet de melancholie maar de afschuw tegenover het hedendaagse leven in Europa, gesymboliseerd door het profijt dat sluwe slimmeriken in Nederland halen uit een uit de hand gelopen goede doelen loterij. De band met het Oosten wordt opnieuw gelegd wanneer de hoofdpersoon terugkeert naar Rusland om er deel te nemen aan een manipulatieve operatie om er ontvolkte gebieden te voorzien van nieuw jong Europees bloed.

Melancholie naar vroeger aan de ene kant, afschuw voor het heden aan de andere kant: twee boeken die samen een treffend beeld geven van waar we in Europa aan toe zijn. (fs)

Hits: 5

De rechtsstaat, rechtse staten en de EU

Wed, 12/23/2020 - 18:38

23 december 2020   De voorbije maand was er weer opschudding in de Europese Unie, en net zoals in juli ging het over de Europese begroting en het coronaherstelfonds. Deze keer waren het echter niet de ‘vrekkige vier’, aangevoerd door Nederland die dwars lagen, maar het ‘illiberale’ duo Hongarije-Polen, aanvankelijk ook nog gesteund door Slovenië.  Alhoewel beide landen zelf aanzienlijke bedragen uit het herstelfonds zouden betrekken (40 miljard in het geval van Hongarije, 130 miljard voor Polen) namen ze het niet dat er steeds meer stemmen opgingen om die betalingen afhankelijk te maken van ‘het respect voor de rechtsstaat’.  Vooral het autoritaire regime van de Hongaarse premier Viktor Orbàn en zijn Fidesz-partij wordt daarbij met de vinger gewezen wegens bemoeienissen met de rechterlijke macht, het regeren per decreet, het optrekken van muren tegen vluchtelingen, enzovoort. Ook de Poolse oerconservatieve nationalistische regeringspartij Recht en Gerechtigheid (PiS) wordt beschuldigd van bemoeienis met het grondwettelijk hof, met de media, ziet homo’s niet zitten, en nog veel onfraais. Men moet zelfs niet erg links zijn om weinig te voelen voor dergelijke regimes. Als ze dan ook nog eens “de rest van de Europese lidstaten chanteren met de blokkering van de Europese begroting en het COVID-19 Herstelfonds” lijkt de maat wel vol. Geld krijgen en onze waarden niet respecteren, dat gaat te ver!  Zouden we die twee niet beter buitengooien? Toch wordt hier, bijna onmerkbaar, over een aantal dingen heen gegaan. Fidesz kreeg bij de laatste parlementsverkiezingen (2018) 49,27% van de stemmen, PiS 43,59% (2019). Gewezen Commissievoorzitter Juncker begroette Orbàn in 2015 weliswaar eens met ‘Hallo dictator’, wat echter niet wegneemt dat ze beiden lid zijn van dezelfde Europese Volkspartij. Hongarije respecteert de rechten van vluchtelingen niet, maar dat doet de Europese Unie zelf ook niet. Wat de persvrijheid betreft en het recht op informatie, maakt de EU zich ook niet druk om een voorvechter van die vrijheid als Julian Assange. Ook al vóór de coronacrisis zette Macron zijn parlement buitenspel om via volmachten het arbeidsrecht naar zijn hand te zetten en in Catalonië werd een politiek conflict met bruut politiegeweld beantwoord. Bij al deze gelegenheden maakte Brussel zich geen zorgen over de ‘rechtsstaat’… Er zou dus best eens van naderbij gekeken worden wat die argumenten over de rechtsstaat waard zijn. We kunnen daarvoor te rade gaan bij een interessante commentator: professor Andreas Nölke, die politieke wetenschappen doceert aan de Goethe Universiteit in Frankfurt a/M. Zeker geen stille minnaar van rechtse regimes (zoals die in Hongarije en Polen) zoals uit zijn standpunt wel zal blijken, maar wel een kritisch analist van de Europese Unie, die graag kijkt wat er zich onder de vernislaag bevindt. Nölke publiceerde onlangs een artikel over de kwestie in het Duitse magazine Makroskop [efn_note] De meeste artikels van Makroskop verschijnen online maar zijn betalend; een paar keer in het jaar is er een gedrukte uitgave. De hier besproken tekst van professor Nölke is een vrij artikel dat beschikbaar is op Der verhängnisvolle Umgang mit Polen und Ungarn (1 december 2010).  [/efn_note]. Met toelating van de auteur geven we er hier een samenvatting van. [spacer size="50"] De rampzalige behandeling van Polen en Hongarije Andreas Nölke samenvatting door H. Michiel   Nölke laat er vooreerst geen twijfel over bestaan dat hij geen sympathie heeft voor de regeringen in Polen en Hongarije. De sociale politiek van de ultraconservatieve Poolse regering is afschuwelijk, of het over abortus gaat of over de discriminatie van homoseksuelen, lesbiennes etc. (LGBT). De Hongaarse regering is bovendien bekend voor haar vriendjespolitiek en cadeaus aan ondernemingen, ten koste van armere bevolkingsgroepen. Maar, zegt Nölke, in deze aangelegenheid mogen we ons niet laten leiden door politieke sympathie of antipathie; het gaat over basiskwesties van de democratie, het functioneren van de EU en de manier waarop de politiek en de media hiermee omgaan.   Wie blokkeert? Is het dan niet zo dat Polen en Hongarije, door de Europese begroting en het coronafonds te blokkeren de miserie van de zwaar getroffen landen in Zuid-Europa nog verergeren? De verantwoordelijkheid daarvoor kan echter niet alleen aan die twee landen toegeschreven worden. De confrontatie gaat ook uit van het Europees Parlement, dat op een verscherping van de rechtsstaat-voorwaarde aandrong, wel wetend dat dit het conflict alleen maar verhevigt. Nog meer olie op het vuur door de suggestie dat wat niet binnen de EU-instellingen haalbaar is (de dwarsliggende regeringen gebruiken uiteindelijk hun vetorecht zoals het binnen de Europese constructie voorzien is), dan maar erbuiten moet gebeuren. Het verdrag van Lissabon voorziet inderdaad in een mogelijkheid tot ‘permanente gestructureerde samenwerking’ tussen een beperkt aantal lidstaten, terwijl anderen erbuiten blijven, maar het coronafonds behoort niet tot de domeinen waar zulks toegelaten is. Maar is er dan geen groot verschil in democratische legitimiteit tussen de autocratische Poolse en Hongaarse regimes enerzijds en de Europese beslissingscentra anderzijds? Beslist niet, zegt Nölke. Over die van de Europese Commissie kunnen we best zwijgen. Die van de ministerraad - wie verkiest die? - is gering. En het Europees Parlement? De deelname aan de Europese verkiezingen is gering, het gaat minder over Europees beleid dan over nationale partijen, er is geen echte Europese kiesstrijd, en het publiek staat ver van de debatten in dat Europees Parlement. Een Europese zetel wordt bovendien in het Groothertogdom Luxemburg door tien maal minder kiezers aangeduid dan in Duitsland. Daartegenover is de democratische legitimiteit van Polen en Hongarije een stuk directer, zelfs met de inbreuken die zich vooral in Hongarije voordoen. De deelname aan verkiezingen is er hoger, regeringen steunen op sterke meerderheden. Nölke voegt hier nog een klein gedachtenexperiment aan toe: “Hoe zou het zijn als in eigen land de rechtsstatelijkheid van het regime door Europese instanties zou in vraag gesteld worden?” De grote beroering die er in Duitsland ontstond rond de betwisting van het beleid van de Europese centrale bank door het Duits Grondwettelijk Hof geeft daar een beetje een idee van.   Polen ≠ Hongarije Het is problematisch dat Polen en Hongarije ongedifferentieerd voorgesteld worden in de Duitse media en politiek, zegt Nölke, maar dat is ook bij ons (België, Nederland… hm) het geval. Beide landen worden als ‘rechtspopulistisch’ bestempeld, maar op het gebied van democratie en rechtsstaat zijn er aanzienlijke verschillen. Wat Hongarije betreft heeft de lange periode waarin Orbàn’s Fidesz aan de macht is [1998-2002, 2010-heden] inderdaad tot inperkingen van de democratie gevoerd, al moet men omzichtig zijn met criteria, voegt Nölke eraan toe, als men ook denkt aan de decennialange éénpartijdominantie van de CSU in Beieren. De democratie blijkt in Hongarije toch ook nog te functioneren zoals bleek bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2019, waarbij de oppositie de macht overnam van Fidesz in Boedapest en andere grote steden; in een autocratie zou dit niet mogelijk zijn. Maar het zou volledig misplaatst zijn om in het geval van Polen te spreken van een zelfs maar beginnende autocratische regeringsvorm. Er is een uitgesproken persvrijheid, de PiS moet permanent met verkiezingsnederlagen rekening houden, en qua bemoeienissen met het grondwettelijk Hof valt het ook nog mee. Nölke voegt er nog de opmerking aan toe dat grondwettelijke hoven een hoeksteen zijn van een liberale democratie, maar in een republikeinse opvatting daarvan speelt een parlement als uitdrukking van de volkssoevereiniteit een veel belangrijkere rol.   Moet de EU dan niet letten op correct gebruik van Europese fondsen? Dat moet ze zeker, en dat gebeurt ook, door het Europees antifraudebureau OLAF. Ook wat misbruik betreft kunnen Hongarije en Polen onmogelijk op dezelfde voet geplaatst worden. Polen is op dit gebied een van de voorbeeldigste lidstaten, volgens OLAF scoort het land zelfs beter dan Duitsland. Maar het conflict rond de ‘rechtsstaat’ heeft in feite niets te maken met fraude met coronagelden of andere Europese subsidies. Het conflict draait errond dat aan het herstelfonds nu een vage rechtsstaatclausule verbonden wordt, die dan door de Europese instanties kan geïnterpreteerd worden. Men komt dan al vlug tot de vaststelling dat er niet steeds met dezelfde maatstaf wordt gemeten. Nemen we het geval van de benoeming van grondwettelijke rechters, een aangelegenheid waar Nölke nogal wat aandacht aan besteedt; we beperken ons hier tot één aspect. Aan Polen wordt verweten dat er politieke invloed is bij de benoeming van deze rechters, via de door de PiS gedomineerde parlementaire meerderheid. Maar wat dan te zeggen in het geval van Frankrijk? Daar komt er geen parlement aan te pas, maar wordt er telkens één benoemd door de Franse president, één door de voorzitter van het Parlement en één door de voorzitter van de Senaat; het is dus best mogelijk dat ze alle drie door de regeringspartij(-en) benoemd worden… Moet de EU dan niet letten op democratie en rechtsstaat in de lidstaten? Bij Nölke geen gevleugelde beschouwingen over de ‘verdediging van de hoge waarden in onze Europese Unie’, maar eerder enkele praktische beschouwingen die misschien wel nuttiger zijn als men antidemocratische tendenzen in lidstaten wil terugdringen. “Externe druk is contraproductief”, stelt Nölke. Democratie, of toch bepaalde opvattingen daarover, willen opleggen door dwang uit te oefenen lukt niet. Als men de politieke evolutie in Polen en Hongarije de laatste jaren overschouwt, dan krijgt men de indruk dat men eerder het tegengestelde bevordert. De externe druk wordt door de regeringen via een nationalistische retoriek te baat genomen om hun binnenlandse positie te versterken; parallellen met de jarenlange dwang door de Sovjet-Unie liggen dan voor het grijpen. En ook bevolkingsgroepen die niet meteen achter de regering staan kunnen beschimpingen uit het buitenland met een nationale reflex beantwoorden. We kunnen het vervelend vinden, maar inzoverre democratie of rechtsstaat in Polen en Hongarije aangetast zijn, zullen Poolse en Hongaarse burgers voor het herstel ervan moeten strijden. Als Duitser voegt Nölke er nog aan toe dat Duitse politici en media er zich best van zouden bewust zijn dat de Duitse economische en politieke dominantie in de EU niet alleen in Zuid-Europa zeer sceptisch wordt bekeken, maar dat dit ook in Oost-Europa het geval is, gezien de afhankelijkheid van Duitse investeringen en multinationals. Als Duitsland zich dan ook nog zou gaan opwerpen als de scheidsrechter over Oost-Europese politiek en rechtswezen moet men niet verbaasd zijn als de term ‘imperialisme’ valt…  

Hervormingen afdwingen met coronamiljarden

Mon, 12/21/2020 - 22:23

21 december 2020 – Nu er een akkoord is tussen Parlement en Raad over de Europese meerjarenbegroting, en Hongarije en Polen niet langer een veto stellen over het Europees Herstelplan, na een typische juridische kunstgreep op zijn EU’s, kunnen lidstaten beginnen uitzien naar hun part van het wederopbouwfonds (Recovery and Resilience Facility, RRF). Maar we zouden best goed uitkijken welke voorwaarden hieraan verbonden worden. Nu zoveel lidstaten op hun tandvlees aan het lopen zijn, is voor de Europese Commissie de kans om ‘hervormingen‘ af te dwingen te mooi om te laten liggen. “Het wederopbouwfonds en het Europees Semester zijn nauw verbonden”, zegt de Europese Commissie; het Europees Semester is het geheel van formele en informele bepalingen waarmee de nationale economieën, vooral die van de eurozone, steeds verder in het neoliberale keurslijf gedwongen worden. Jaarlijks geeft de Commissie haar specifieke ‘aanbevelingen’ aan elke lidstaat: beperk de pensioenen, matig de lonen, liberaliseer de  arbeidsmarkt, hou de vakbonden op afstand, enzovoort. De uitkering van de gelden uit het wederopbouwfonds is expliciet gekoppeld aan het naleven van deze aanbevelingen. Nu hebben sommigen in de coronacrisis nogal vlug het einde van het Europees bezuinigingsbeleid gezien. De partij van de Europese Socialisten (PES) kopte onlangs: “De Covid-19 pandemie sluit de deur voor een terugkeer naar het oude soberheidsbeleid”.  Het is wel waar dat de beperkingen opgelegd door het Stabiliteitspact (budgettekort onder 3%, overheidsschuld onder 60% etc.) tijdelijk werden opgeschort, omdat die momenteel toch onmogelijk nog kunnen gerespecteerd worden en er weer eens veel overheidsgeld naar de privésector moet vloeien; maar er is geen enkele reden om aan te nemen dat het coronavirus de neoliberale overtuigingen van de Europese beleidsmakers zou hebben aangetast. De aanbevelingen van de Commissie aan een lidstaat mogen dan gaan over belangrijke kwesties, de discussie daarover verloopt meestal binnenskamers, bij discrete ontmoetingen tussen ministers,  commissarissen en hoge ambtenaren. Een parlement komt daar weinig aan te pas, en ook een minister zal niet altijd zeggen dat hij een beleid voert onder druk van een Europese aanbeveling. Maar nu de Commissie kan beslissen over miljarden, heeft ze wel een heel stevig ‘argument’ in handen. Neem Spanje. Volgens de Europees vastgelegde verdeelsleutel zou het land in de komende jaren op zo ‘n 140 miljard euro recht hebben, de ene helft als terug te betalen goedkope lening, de andere als subsidie. Maar het land ligt reeds lang in het vizier van Brussel, als economisch onder-performant, een gevaar voor de stabiliteit van de eurozone, en nu bovendien bestuurd door een  linksere coalitie van PSOE en Unidas Podemos. Onder de titel “Brussel dringt bij Spanje aan op hervorming pensioenen en jobs in ruil voor EU-fondsen” licht de Spaanse krant El País een tipje van de sluier [efn_note]El País, 8 december 2020, Brussels urges Spain to reform pensions and jobs in return for EU funds [/efn_note] over de onderhandelingen die momenteel bezig zijn tussen Madrid en Brussel. In januari zouden de plannen aan de Commissie voorgelegd worden, in de hoop tegen de zomer de eerste uitbetalingen te zien. Volgens het artikel wil de Commissie toezeggingen op drie terreinen: pensioenen, eenmaking van de markt en ingrepen op het gebied van de arbeidsmarkt. Men moet weten dat premier Sánchez bij het aantreden van zijn PSOE-Podemos regering begin dit jaar aankondigde dat de pensioenen met 0,9% zouden stijgen! Dat zijn niet het soort aankondigingen waarover men zich verheugt in het Berlaymontgebouw; ook de koppeling van de pensioenen aan de index van de consumptieprijzen is er een doorn in het oog. De tweede issue heeft te maken met de uiteenlopende inbreng die nationale en regionale besturen hebben in de marktregulering, die daardoor ‘gefragmenteerd’ is. Voor de Commissie zijn regionale partijen en autonomieën (Baskenland, Catalonië, Andalusië…) slechts storende factoren voor een gestroomlijnde markt. Het artikel in El País vermeldt tenslotte dat de Commissie vindt dat er in Spanje teveel beroep wordt gedaan op tijdelijke contracten, en dat er te weinig training wordt voorzien voor werknemers. Dat lijkt misschien een positievere inbreng uit Brussel zijn, maar er is waarschijnlijk meer dan dat. In 2012 werden repressieve hervormingen van de arbeidswetgeving doorgevoerd; de afschaffing ervan is een van de eisen van het linksere deel van de regering Sánchez. Maar in die regering heb je onder andere Nadia Calviño, een partijloze technocrate die hoge functies bekleedde in de Europese Commissie (en bijna voorzitter werd van de Eurogroep) alvorens door Sánchez als minister van economie te worden benoemd; voor haar kan die repressieve arbeidswetgeving rustig blijven. Anderzijds is er de minister van arbeid Yolanda Díaz, voortkomend uit Izquierda Unida en met meer oor voor vakbondswensen. Wie zou geloven dat Brussel geen voorkeur zou hebben in deze kwestie? Dit zijn omstandigheden waar de Commissie zich als een vis in het water moet voelen: geen wetten stellen maar ‘aanbevelingen doen’, ver van camera’s en journalisten, geen open conflicten maar stille wenken en gewuif met miljarden. Sinds lang droomt de Commissie ervan om over een budgetje te beschikken waarmee lidstaten kunnen  'beloond' worden als ze neoliberale hervormingen doorvoeren; maar in de Europese kassen zit nooit veel geld. Behalve nu: honderden miljarden waaraan condities kunnen verbonden worden! (hm)      

Pages