Veel sportjournalisten hebben moeite met het verkrijgen van een waarheidsgetrouw beeld van hun positie in de wereld, die doorgaans wordt overschat. Dat ze niets weten van economie, politiek, futurologie, machtsverhoudingen geeft niets, maar dan moeten ze er zich ook niet mee bezighouden. Lees de stukken uit het begin van de competitie er nog maar eens op na.
Ajax was weggespeeld door Celtic en was machteloos tegen Roda JC. De week daarop moest de uitwedstrijd tegen Celtic worden gespeeld en het competitieduel tegen Feyenoord. Alles wat schrijven en praten kan over voetbal wist toen al wat er ging gebeuren: beide wedstrijden worden verloren, iedereen wordt dan gek en Adriaanse krijgt een schop in zijn hol.
Om nog niet te spreken over de dramatische koersval van het Ajax-aandeel, die mondiaal het laatste zetje zal zijn van zeven magere jaren. Adriaanse zou dan daar gaan werken, die nieuwe trainer aangetrokken, en en en en en. Speciale bijlagen werden volgeschreven om dat aan de mensheid duidelijk te maken. Toen moesten die wedstrijden nog gespeeld worden.
Twee opmerkingen over voetbal kent iedereen: 'Voetbal is oorlog' en 'De bal is rond'. Nou net die laatste was het sportjournaille vergeten, want wat gebeurde die volgende week? Ajax won twee keer! En hoe reageren alle journalisten die al een week naast de pot staan te pissen? "Zoals ik al zei: Dit heb ik altijd al geweten. Zag het aankomen. Jij niet, ik wel."
"Ik ook! Ik ook! Ik ook weten hoor! Altijd al gezegd, die Adriaanse flikt weer een kunstje. Tuurlijk zei ik dat." Want veel Ajaxwatchers vinden het heerlijk om zonder nuance te oordelen over die club, maar haal het niet in je hoofd om hun eens te bekritiseren.
Lig je er meteen uit, uit die wijze oudemannenclub die zich bij elke thuiswedstrijd meldt in de perskamer van de Arena. Daar wordt geschiedenis gemaakt, daar worden beslissingen genomen, daar wordt een opinie gesmeed.
De oudemannenclub weet alles.
Tsja, ik zit er ook elke wedstrijd, in die perskamer en op de tribune.
Gelukkig hoef ik er mijn geld niet mee te verdienen. Zoeken naar relletjes, graven in iemands kont, hem in het openbaar beschimpen en daarna weer lief voor hem zijn. (Een kenner weet nu dat ik het wel eens over de Sportweek zou kunnen hebben). Maar gelukkig ben ik sporthistoricus en niet een -journalist. Want waar de journalist alleen maar is geïnteresseerd is in de uitkomsten, in de zichtbare resultaten, is een sporthistoricus vooral bezig met wat er in zit, hoe het systeem functioneert. Dat is dus ongeveer vergelijkbaar met de relatie tussen porno en de evolutieleer.
Ik wil ook geen trainer worden, trouwens.
Add new comment