De onzekere toekomst van de milieubeweging

Milieudefensie staat bij de linkerkant van politiek Nederland nog steeds bekend als een activistische club die haar positie van macht voor een groot deel te danken heeft aan haar actieve achterban en diens bereidheid om op zowel lokaal als nationaal niveau actie te voeren. De fusie met Stichting Natuur en Milieu (SNM), een club die vooral bekend staat om haar expertise en lobby-activiteiten, lijkt op het eerste gezicht niet helemaal logisch. Alex de Meijer, medewerker bij Milieudefensie, legt uit dat juist nu Milieudefensie steeds meer ontdekt dat haar activisme ook moet worden verzilverd via lobby-activiteiten in Den Haag een fusie met SNM niet vreemd is. ‘Globaal zou je kunnen zeggen dat Milieudefensie de actiekant, de maatschappijkritiek vertegenwoordigd, en Natuur en Milieu de deskundigheid in huis heeft. Maar ook een goed lobbycircuit heeft opgebouwd, voor een deel in het bedrijfsleven en voor een ander deel in Den Haag’, aldus De Meijer. Het voordeel van een fusie boven een goed gecoördineerde samenwerking is dat een deel van de overhead, administratief en financieel personeel, relatief kleiner kan worden bij een fusie. Het doel van de fusie is een sterke organisatie te creëren, die door het organiseren van een hindermacht een sterke plaats aan de onderhandelingstafel afdwingt. De Meijer erkent dat er veel risico’s zijn, maar hij ziet het toch vooral als een uitdaging om de sterke kant van beide organisaties ten volle te benutten.
Bestuurlijk gekonkel
Rene Danen, ook medewerker bij Milieudefensie, ziet de toekomst wat minder rooskleurig in. Hij noemt een lang lijstje met punten op waar volgens hem nog veel te weinig over is nagedacht. ‘Ten eerste vind ik het al een minpunt van de fusieplannen dat het allemaal heel erg top-down gaat. De besturen hebben het bedacht, het komt niet uit het land waar mensen betrokken bij SNM en leden van Milieudefensie regelmatig samenwerken. En de plannen zijn wat mij betreft ook erg vaag. Danen: ‘Kreten als ‘we moeten klaar zijn voor de 21e eeuw’ en ‘de efficiency moet worden verhoogd’, zeggen mij niet zo veel.’ Wat Danen vooral vreest, is dat de nieuwe organisatie vlees noch vis wordt. ‘Het hele idee dat een grote organisatie per definitie beter is voor de milieubeweging is niet houdbaar, en daar gaat het uiteindelijk om; een krachtige beweging. De kans is groot dat aan allebei de kanten wordt gesneden. De activisten van Milieudefensie zullen een andere club vinden en de mensen bij SNM die vooral geïnteresseerd zijn in degelijk inhoudelijk onderzoek, kunnen we ook kwijtraken. Bij Milieudefensie zie je al dat de mensen die tegen de fusie zijn over het algemeen de mensen zijn die vooral belang hechten aan het actievoeren.’
Logheid en bureaucratie
Opvallend is dat in de antiracismewereld ook de fusiedrang heeft toegeslagen. Vorig jaar zijn drie grote organisaties samengegaang. De fusie is met veel problemen gepaard gegaan: van de oorspronkelijke staf is alleen de secretaresse nog werkzaam bij de nieuwe organisatie; een groter deel van hun middelen dan voorheen gaat naar personeel, en tot nu toe hebben ze nog geen activiteiten ontwikkeld. De hoop dat met de fusie een sterke antiracismeorganisatie zou ontstaan is tot nu toe niet bewaarheid. Wat echter wel is gebeurd is dat de pot met geld van de overheid vrijwel in zijn geheel naar deze ene organisatie is gegaan. Gevolg is dat de andere antiracisme clubs meer en meer moeite moeten doen om te kunnen overleven. De kans dat eenzelfde soort situatie zich voor gaat doen bij een fusie tussen Milieudefensie en Stichting Natuur en Milieu is zeer reëel.

En dan zijn er nog de problemen van het samenvoegen van twee organisaties. Milieudefensie is een vereniging met afdelingen door het hele land. Stichting Natuur en Milieu is dat niet. De Meijer benadrukt dat het uitgangspunt van de fusiebesprekingen is dat de nieuwe organisatie een vereniging wordt. De vraag is echter of de actieve leden in het land behouden kunnen worden voor zo’n nieuwe organisatie. En ander punt is dat bij Milieudefensie iedereen even veel verdiend en dat dit niet zo is bij SNM. Vast staat dat de lonen bij de fusie omhoog moeten gaan om de werknemers bij SNM te kunnen behouden. Danen heeft voorgerekend dat dat in de praktijk zal betekenen dat een substantieel grotere som van het totale budget aan lonen op zal gaan. Met andere woorden, er zal minder geld overblijven voor activiteiten en campagnes. En dan hebben we het nog niet eens over de grote interne overlegstructuur die moet worden opgezet om alle campagnes, werknemers en ideeën op één lijn te krijgen.
Groen Poldermodel
Het belang van de fusie van deze twee grote milieuorganisaties is de gevolgen die het zal hebben op de milieubeweging en de sociale bewegingen in het algemeen. Het lijkt er sterk op dat de besturen van beide organisaties graag een serieuze sociale partner wil worden in het Groene Poldermodel. Milieudefensie is immers al lid van de Sociaal Economische Raad (SER) en zal met de fusie meer en meer geïncorporeerd worden in het consensus-denken dat Nederland nog steeds overheerst. Deze fusie is dat ook in een bredere tendens te plaatsen. Denk maar aan Greenpeace die door mee te gaan met de officiële delegatie naar Seattle totaal monddood was gemaakt en ook de debatten in de Verenigde Naties om niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) een plek te geven in de officiële raadgevende overlegorganen. Op het eerste gezicht lijkt dit een goede ontwikkeling; sociale bewegingen worden eindelijk erkend als gesprekspartner. In werkelijkheid zal het zo zijn dat de raadgevende stem van de NGO’s te klein is om verschil te maken in het uiteindelijke beleid. Er zal echter wel veel menskracht worden besteed aan ‘komma-veranderingen’ in de uiteindelijke akkoorden. Deze menskracht en het geld kan niet meer ten goede komen aan het opbouwen van een krachtige massabeweging.

Op nationaal niveau hebben we dit al gezien bij TOPS (Tijdelijk Overleg Platform Schiphol). Dit orgaan, waar verschillende belanghebbenden bij betrokken waren, waaronder Milieudefensie, bewonersorganisaties, Schiphol, de KLM en gemeentes, was ingesteld door de minister om een advies te geven over de milieugrenzen. Het eerste advies dat TOPS produceerde, heeft minister Netelenbos naast zich neer gelegd. Toen het kabinet tijdens de tweede overlegronde botweg besluiten aangaande het onderwerp ging nemen, was voor Milieudefensie de maat vol.Gelukkig heerst er bij Milieudefensie nog wel het besef dat alleen overleggen geen zin heeft. Tijdens TOPS zijn ze ook gewoon door gegaan met actievoeren en het nemen van juridische stappen tegen de voorgenomen plannen van uitbreiding - met grote woede van Schiphol tot gevolg. De vraag is echter hoelang welke organisatie dan ook deze houding kan volhouden. Zal niet op een gegeven moment de keuze ofwel overleggen ofwel actievoeren hard worden gesteld? En welke keuzes worden dan gemaakt? Op het moment dat de overlegpositie prevaleert boven het opbouwen van een hindermacht, is de angel uit de sociale strijd en zitten we in Nederland met een dode milieubeweging. Deze weg heeft de vakbeweging ook gelopen en we hoeven niet uit te leggen wat hier de gevolgen van zijn geweest. De angst van Danen dat met de fusie het activistische uit de nieuwe organisatie verdwijnt, lijkt zeer reëel en de gevolgen hiervan zijn te serieus om de sprong in het diepe te wagen.

Met dank aan Alex de Meijer en Rene Danen.

Add new comment

Plain text

  • Allowed HTML tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web page addresses and email addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop