5 December 2020

De voortdurende verdrijving van Palestijnen

Begin dit jaar vertrok een delegatie van de Palestina-werkgroep van de AbvaKabo voor een rondreis door Palestina. De kaderleden volgden een uitgebreid programma om zich op de hoogte te stellen van de leef- en werksituatie van hun Palestijnse collega’s. Er werd gesproken met Palestijnse vakbondsleden en er werd een bezoek gebracht aan de olijfboomgaard die mede door leden en afdelingen van Abvakabo FNV geschonken werd. We publiceren hier een bewerkte versie van een deel van hun reisverslag toen zij Bethlehem aandeden.

Baha, de Palestijnse coördinator van de olijfboomcampagne, vertelde ons onderweg naar de boomgaard in Bethlehem over de politiek rond land en water. Hij wijst ons op verschillende borden en enorme, geel geschilderde betonblokken. Die markeren de verschillende zones A, B en C waarin het Palestijnse land door Israël verdeeld wordt. Met de Oslo-akkoorden werden gebieden en het gezag waaronder zij vallen aangewezen. Zone A valt onder gezag van de Palestijnse Autoriteit (PA), zone B onder gemeenschappelijk gezag van PA en Israël en zone C onder Israëlisch militair gezag. In de zones A en B mogen Palestijnen komen. In zone C, ook al is dat in de akkoorden als Palestijns gebied aangemerkt, is hen dat verboden. Om van de ene naar de andere zone te reizen heb je een vergunning nodig.

De politiek van de staat Israël is er op gericht Palestijnen zoveel mogelijk in hun bewegingsvrijheid te beperken. Zo hebben van de 108.000 mensen in Bethlehem er maar 2000 een vergunning om zich buiten het district te bewegen. De zones en de muur die Israël bouwde om Palestijnen buiten te sluiten scheiden niet alleen families onderling, of werknemers van hun werk en boeren van hun land, het is ook een manier om het economische leven in een stad plat te leggen. Dat zien we in het centrum van Bethlehem waar de winkelstraat van vroeger doorkruist wordt door de acht meter hoge betonnen muur. De eens zo drukke verkeersader is opgedroogd en de winkels liggen er op een enkele na verlaten bij.

Iets verderop maakt dezelfde muur een heel vreemde kronkel. Het blijkt te gaan om de tombe van Rachel, een toeristische trekpleister, die eerst in Palestijns gebied lag. Na de bouw van de muur is het historische monument ineens bij Israël getrokken en wordt het nu door Israël geëxploiteerd. Door de kronkel is een Palestijns huis dat ernaast staat ineens aan drie zijden ommuurd door metershoog beton. Ook mag de bovenverdieping niet meer door de familie gebruikt worden. De muur heeft meer kronkels. Zo stonden we stil bij een school aan de rand van één van de drie vluchtelingenkampen van Bethlehem. Baha vertelt dat in dit kamp, Aïda, 5.000 mensen op een vierkante kilometer wonen. De bevolkingsdichtheid in Palestijnse vluchtelingenkampen is de hoogste ter wereld. Mensen wonen hier al meer dan 60 jaar. Vroeger was aan één kant van de school een uitgang naar een grote speelweide. Die groene weide ligt nu aan de Israëlische zijde van de muur.

Nederzettingen en landonteigening
We rijden langzaam de stad uit en hebben zicht op de zogenaamde settlements, de illegale Israëlische nederzettingen op Palestijns grondgebied. Deze illegale nederzettingen breiden zich in snel tempo met tienduizenden woningen per jaar uit. Dat staat in schril contrast met de 110.000 Palestijnen die een bouwvergunning aanvroegen en waarvan er maar vier toestemming kregen. Het valt op dat de nederzetting er van een afstandje ook midden in de winter nog best groen uitziet, vergeleken met het land eromheen. Dat plaatje waarbij het grauwe Palestijnse boerenland schril afsteekt bij een groene kolonisten-nederzetting is geen gevolg van het harde werken van de Israëliërs. Het heeft alles te maken met de verdeling van land en water. De boeren hier in Palestina wonen anders dan in Nederland niet op hun land, maar in gemeenschappen vlakbij.

Een van de belangrijkste redenen dat veel van het Palestijnse agrarische land steeds grauwer en onverzorgder wordt, is dat Palestijnen niet meer bij hun eigen land kunnen komen om het te bewerken. Het wordt hun op verschillende manieren onmogelijk gemaakt. Bijvoorbeeld door de muur, die op veel plaatsen precies zo loopt dat de gemeenschappen van land en boomgaarden afgesneden zijn. Het land achter de muur kan alleen met een vergunning bereikt worden en die wordt eenvoudigweg niet afgegeven. Geen enkele boer heeft sinds de bouw van de muur in Bethlehem zijn land mogen bezoeken.

Een andere manier om toegang tot het land te ontzeggen is een aanzegging waarin gesteld wordt dat het niet je eigendom is. Erfgoed werd niet altijd zo nauwkeurig geregistreerd of gearchiveerd en als er ook maar iets ontbreekt of niet goed gespeld is, staat onteigening voor de deur en wordt de toegang ontzegd. En het gaat hier niet simpel om ‘Palestijntje pesten’, het is een doordachte manier om steeds meer Palestijns land in handen te krijgen. Een oude Ottomaanse wet uit 1853 is van stal gehaald die regelt dat als je drie tot zeven jaar het land niet bewerkt hebt, dat land aan de staat toevalt, de Israëlische staat dus. De praktijk is nu dat het je eerst onmogelijk gemaakt wordt bij je land te komen, dan wordt gezegd dat je het dus niet bewerkt en vervolgens wordt het je op basis van de wet afgepakt en omgetoverd tot Israëlisch staatseigendom. Of je vindt een briefje op je land, waarin staat dat niet aangetoond is dat het land van jou is. En als je dat zelf niet kunt aantonen het land onteigend zal worden. Op deze manier krijgt Israël meer en meer Palestijns land in handen.

Het groene in de nederzettingen zijn parken en tuinen die 24 uur lang ongelimiteerd van water worden voorzien, terwijl in bezet Palestijns gebied regelmatig dagen, soms zelfs weken achtereen het water afgesloten wordt. Geen water om te drinken, koken, wassen of douchen, laat staan je moestuin te sproeien. En dat langere tijd achtereen. Het werk in de nederzettingen wordt meestal door Palestijnen gedaan, terwijl de inwoners niet zelden rijke Amerikanen zijn die rentenieren en eigenlijk overal hadden kunnen wonen, maar niet voor niets een bergtop boven een Palestijns dorp uitkozen.

Olijfbomen tegen landonteigening
Langs de rand van Bethlehem komt onze bus tot stilstand, we stappen uit en staan letterlijk met de voeten in de klei. We bekijken een flink stuk land met aanplant van tientallen olijfbomen. Het is land van een boer die er 10 jaar over gedaan heeft om bij de Israëlische staat aan te tonen dat zijn land van hem is. Tot in Turkije heeft hij documenten achterhaald, nog uit de tijd van het Ottomaanse rijk, om te zorgen dat het land, dat van vader op zoon over was gegaan, hem niet ontnomen zou worden. Uiteindelijk wist hij eigendomsbewijzen te overleggen die de Israëlische staat moest accepteren. Het kostte hem veel energie, frustratie en geld, maar hij heeft het voor elkaar gekregen en is zeker dat hij zijn land mag behouden en bewerken. Als ondersteuning werden hem onder andere olijfbomen geschonken, zodat hij zijn land ook direct kon gaan gebruiken.

‘s Middags wordt ons verteld over hoe water als machtsmiddel wordt gebruikt. Alles draait hier om de toegang tot water. De Israëli’s beweren dat zij veel beter dan de Palestijnen in staat zijn voor het milieu te zorgen en landbouw te bedrijven. Zij zeggen voedsel voor iedereen te kunnen verbouwen. Daarmee verhullen ze het feit dat zij de waterhuishouding controleren. De natuurlijke loop van het water is door Israël verlegd ten nadele van de Palestijnse gebieden. Aan boeren werd gevraagd: ‘hoeveel water gebruik je?’ Angst voor hoge belastingen bleek tot (te) lage cijfers te leiden. De hoeveelheid toegekend water werd wel op die cijfers vastgesteld. Palestijnen mogen geen waterputten graven op hun eigen land. Zelfs als je een put bestaande wil repareren moet je eerst een vergunning vragen. Die worden slechts mondjesmaat verleend.

Voor nederzettingen worden wel putten gegraven en dat verlaagt het niveau van het grondwater. Palestijnen en Israëli’s betalen dezelfde belasting. Maar de waterleiding naar de nederzetting is veel dikker dan de dunne pijpen naar de Palestijnen. De kolonisten krijgen dus meer water per seconde. Voor Palestijnen geldt bovendien dat in de zomer het water wordt afgesloten. Er is genoeg water voor iedereen. Alleen wordt de Palestijnen de toegang tot voldoende water ontzegd. Een puur economische kwestie. Israël gebruikt liever het water voor de bloemen- en groenteteelt, bedoeld voor de export.

Al met al was het een enerverende week. Met veel informatie. Informatie die je in Nederland te weinig hoort of ziet. En met indrukwekkende gesprekken met mensen actief in de vakbeweging. Al met al een reis die je niet makkelijk vergeet en die we anderen ook aanraden. Opvallend was nog dat niemand zich ook maar een moment onveilig heeft gevoeld. Je voelt je er welkom en op je gemak! Vandaar dat we het iedereen eigenlijk aanraden: ga er vooral eens zelf kijken! En het was inspirerend genoeg om met vele plannen thuis te komen, dit laat ons nog even niet los.

Voor meer informatie over de werkgroep: palestinawerkgroep-abvakabo.blogspot.com

Tags: 
Dossier: 

Add new comment

Plain text

  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.

Reageren