Alternatieve Dodenherdenking: voor een herdenking die het verleden aanvult met het heden

De speech van Jaap Hamburger, voorzitter van Een Ander Joods Geluid, bij de alternatieve dodenherdenking in Den Haag. 

Geachte aanwezigen,

Ik vat mijn toespraak voor u samen. De Alternatieve Herdenking beweegt zich wat mij betreft ten eerste van een herdenking waarbij het nationale element voorop staat, naar een herdenking die wordt gecompleteerd met een internationale kant. Ten tweede gaat die van een herdenking die omziet naar het Nederlandse verleden, naar een herdenking die het verleden aanvult met het heden. Ik bepleit: niet alleen òmzien, maar vooral om ons heen zien. 

Deze samenvatting op haar beurt samengevat: internationalisering en actualisering maken de Dodenherdenking tot een dynamisch en levend antwoord op verleden en heden en, naar ik hoop ook houdbaar voor de toekomst. Het is een Alternatieve Herdenking die weinig wil afschaffen maar die voor alles de bestaande Herdenking wil aanvullen, die inclusief wil zijn in de ruimste zin van het woord. 

Jaïr Stranders heeft eergisteren in het TV-programma Buitenhof opgemerkt dat wij ons er voor moeten hoeden dat de Herdenking niet stuurloos wordt door een tevèèl: daar ben ik het mee eens. De Tweede Wereldoorlog, de brute dictatuur van de naziterreur, moet ons vertrekpunt zijn en blijven maar moet niet tegelijk ons eindpunt zijn. 

Wij zijn hier nu samengekomen voor wat de Alternatieve Dodenherdenking heet: in mijn optiek is het alternatieve element hier het inclusieve element. Dat betekent: geen alternatieve Herdenking om rücksichtlos de bestaande opzij te schuiven of op één hoop te gooien met achterhaalde rituelen, zoals sommigen menen. Zij reageren alsof wij hen iets af willen afnemen dat hun dierbaar is, alsof wij geen respect tonen voor wat hun heilig is: het herdenken van de doden in dienst van het Koninkrijk of daarbuiten gevallen door oorlogsgeweld of door andere vormen van geweld.

Nee, dat willen wij niet. En ja, die traditionele formule is in onze ogen wel problematisch: zij plaatst immers op het oog zeer ongelijksoortige grootheden bij elkaar; de geëxecuteerde verzetsstrijder naast de omgekomen Korea-ganger; de militair gesneuveld in onze grote koloniale Indië-oorlog naast de burger die door de nazi-bezetter gedeporteerd en vermoord is. Het is nu en hier niet aan mij een eindoordeel uit te spreken over deze gelijkstelling en het is ook niet de kern van de beoogde Inclusieve Dodenherdenking. 

Dat betekent echter weer niet dat ik geen andere vragen zou hebben over onze traditionele Dodenherdenking. 

Waarom is de rol van het Koninklijk Huis zo prominent aanwezig? Weerspiegelt die rol tijdens de jaarlijkse Herdenking wel correct de rol die het Huis speelde tijdens de vijf jaren naziterreur?

Waarom zijn Uniformdragers elk jaar zo dominant op de Dam, en als eersten aan de beurt bij het leggen van hùn erekransen, zulks vergeleken met het eerbetoon van en aan gewone burgers, waaraan mijn ouders en vele anderen hun leven in die vijf barre jaren mede te danken hebben gehad?

Waarom is het nog steeds bijna taboe de verzetsrol van de Communistische Partij Nederland, de CPN te eren? Van wie krijgen de communistische helden een erekrans aangereikt? 

Dezelfde vraag voor de vrouwen, de talloze verzetsheldinnen?

En ‘ja’, het is de Nationale Dodenherdenking, maar waar is de aandacht voor de ongeteld vele niet-Nederlanders die overal ter wereld om het leven zijn gekomen opdat wij hier en in ons toen nog koloniale Indië een vorm van, toegegeven, omstreden vrijheid konden terugwinnen? 

Deze doden, Russen, Polen, Marokkanen en zovele anderen hadden dan wel niet de Nederlandse nationaliteit maar zij dienden wel mede onze nationale zaak, zoals wij die toen opvatten. Kortom, moet de Nationale Dodenherdenking niet hoognodig verruimd worden tot een Internationale Dodenherdenking? 

Het zijn allemaal vragen over onze omgang met het verleden, een omgang die tot vandaag doorklinkt in de wijze waarop de 4 mei Herdenking op de Dam vorm heeft gekregen. De hiërarchische verhoudingen van weleer worden er nog steeds in weerspiegeld. 

Dan de vragen over het heden. Andermaal: ook in dit opzicht willen wij de bestaande Dodenherdenking niet zo maar afschaffen. Wij willen het goede behouden en dat aanvullen en uitbreiden, en een plaats geven in de huidige tijd. Wij willen, zoals al gezegd, niet alleen om-zien naar toen, wij willen ook en juist nu om ons heen zien in het heden, wij willen de doden van het verleden extra eer bewijzen door hen in ons bewustzijn en bij wijze van spreken voor ieders oog samen te brengen met de doden van nu en vice-versa. 

Immers, als de doden van toen konden spreken met die van nu, zouden zij elkaars lot en lotsverbondenheid herkennen. Maar omdat zij niet meer tot leven te wekken zijn, rust op ons de taak hen samen te brengen. Wij willen duidelijk maken dat de doden van Auschwitz en van de kampen in Azië, en op zee, al die doden gevallen in de wrede Wereldoorlog en daarna, verbonden zijn met de doden van Gaza, in de Sahel, in Soedan, in Oost-Congo en op zoveel andere plekken waar rauwe macht en willekeur de dienst uitmaken. Taferelen van weerloze mensen die geofferd worden in een tijd die geen mensenoffers meer zegt te kennen. En dat klopt: wij offeren niet langer mensen aan de Goden, maar wij offeren hen op grotere schaal dan we ooit aan de Goden hebben gedaan, aan ideeën en ideologieën, aan wanen en aan nationalisme, aan vermeende superioriteit, nog steeds en niet anders dan onder de nazi-dictatuur.

Als u mij nu voor even toestaat mij als spreker van Joodse huize tot u te wenden, die door de geschiedenis van zijn familie verbonden is met de judeocide in Europa en met het herdenken daarvan – in de 4 mei Herdenking is daarvan overigens pas sprake sedert de 60-er jaren – voor mij is de keuze voor een inclusieve herdenking vanzelfsprekend, niet omdat mijn familieleden waarvan ik de meeste niet gekend heb zou willen achterstellen bij het heden, maar omdat het Denken dat hen naar de dood voerde, niet essentieel verschilt van het Denken dat nu weer anderen vermoordt en voorgoed uit deze wereld wil verdrijven. Macht verbonden met superioriteitswaan leidt tot minachting en ontkenning van het kwetsbare leven van machtelozen. Dehumanisering is aan de orde van de dag! Stampen op de universele, integrale en onopgeefbare Mensenrechten.

Ik vermag het verschil niet te zien met mijn familiegeschiedenis en met de geschiedenis van het volk waartoe ik geacht word te behoren. Voor mij is maar één keuze logisch, moreel en mogelijk, en joods-humanitaire plicht: de keuze voor inclusiviteit. Als ik als Jood terugkijk en om mij heen kijk, wens ik dat ook Palestijnen onderdeel zijn van deze Herdenking. Een andere, laat staan een betere keuze heb ik niet. Niet alleen Palestijnen overigens: laten wij ook de Libanezen, de Oekraïners, de Iraniërs, de Soedanezen en de Oeigoeren gedenken, en naar vermogen alle streken en volkeren die er zo beroerd vanaf komen onder de dominante machten. Want een Herdenking die zich beperkt tot het verleden, waaraan bezinning, dynamiek en vernieuwing ontbreken, juist die loopt de kwade kans een uitgehold ritueel te worden, zichzelf te overleven, ingehaald te worden door het heden. 

Een Herdenking die de omgang met het  verleden constant kritisch blijft wegen, die open om zich heen ziet, waar deelnemers samen het besef tonen over wat mensen elkaar kunnen aandoen en wat hen verbindt, dìe is toekomstbestendig, die sterkt ons in onze mensenplicht waakzaamheid te tonen, ons te wijden aan wat wij elkaar beloofd hadden: nooit weer. 

N.O.O.I.T. W.E.E.R.

Overgenomen van Anja Meulenbelt op Facebook.

Add new comment

Plain text

  • Allowed HTML tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web page addresses and email addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop