'De vergrijzing is een demografische tijdbom', waarschuwt Dennis Wiersma, voorzitter van FNV Jong, de vakbond van jonge FNV bestuurders; 'Over dertig jaar genieten drie keer zoveel mensen als nu van de AOW. Veel gevestigde instituten worden gedomineerd door een elite van hoog opgeleide, oudere mensen.' Die verrijken zichzelf en beleggen verkeerd met pensioengelden. 'Jongeren van nu willen zelf keuzes maken en geen knellende collectieve regelingen'. De toon is gezet. Het mes moet in de pensioenen.
Pensioengeld verkeerd belegd?
Er zijn een aantal kleine pensioenfondsen waar fouten gemaakt zijn. Maar eind 2011 is het gemeenschappelijk vermogen van alle pensioenfondsen in Nederland 875 miljard euro. Dat is hoger dan voordat de bankencrisis toesloeg en de banken gered moesten worden met miljardeninjecties van de overheid. De rendementen over 2011 van de 5 grootste pensioenfondsen zijn: PME (Groot Metaal) 9,4 procent, PMT (Klein Metaal) 6,9 procent, ABP 4,6 procent, Zorg en Welzijn 9,1 procent en Bouw 10 procent. Een fonds als PMT moet ondanks het feit dat hun vermogen groter is dan ooit en het rendement over 2011 6,9 procent was, begin 2013 zes procent korten op de pensioenen als de financiële markt voor eind 2012 niet is hersteld. Waarom?
Dagrente
In 2006 is afgesproken dat pensioenfondsen met de dagrente moet rekenen voor het berekenen van haar verplichtingen voor de komende 40 jaar. Daarvoor was dit een vaste rekenrente van vier procent. Die dagrente kan per dag anders zijn (vandaar de naam) en wordt sinds 2010 kunstmatig laag gehouden. De ECB geeft sinds december alle Europese banken onbeperkt krediet tegen een rente van één procent. Deze banken kopen met dit gemaakte 'Mickey Mouse geld' de schuld op van Europese landen. Schulden gemaakt om diezelfde banken niet om te laten vallen. 'Hoera, het systeem is gered', maar pensioenfondsen die geen enkele vorm van staatssteun hebben gehad zien hun vermogen met die lage rente in de toekomst verdampen, 100 euro met een rente van één procent is over 40 jaar immers minder dan 100 euro met een rente van vier procent.
Dagrente heeft niets met 'de markt' te maken. Het invoeren daarvan is destijds een politieke beslissing geweest. Er kan dus ook besloten worden deze weer op een vast percentage van vier procent te zetten. Die vier procent is altijd nog lager dan het gemiddelde rendement op aandelen en staatsobligaties vanaf 1965. Het is dus zeker geen onbetrouwbaar getal en zeker niet het doorschuiven van de rekening naar toekomstige generaties.
Bonussen en malversatie?
Directeuren verdienen veel geld. Snelle beleggingsjongens ook. Dus ook bij pensioenfondsen. Bonussen bestaan in deze wereld ook. Zoals overal is dit een zaak die de vakbeweging moet aankaarten. Bij verzekeringsmaatschappijen zijn de kosten voor pensioenopbouw hoger dan bij pensioenfondsen. Bij banken en in de verzekeringswereld is ook sprake van een totaal andere cultuur. Zij moeten winst maken, een pensioenfonds niet. Zij hebben bonussen gekoppeld aan het zoveel mogelijk verkopen van bijvoorbeeld waardeloze hypotheekproducten. Er zijn talloze rechtszaken geweest tegen verzekeringsmaatschappijen die spaar/levensverzekeringen aanboden die de deelnemers meer kosten dan ze opbrachten. De verzekeraar vaarde er wel bij.
Prima als jongeren zelf keuzes maken. Maar denk dan aan de keuze tussen samen met anderen individuen de boot in met het Spaarbeleg sprint plan. Of samen met anderen in de vakbeweging opkomen voor collectieve regelingen zonder winstbejag.
Europa op de loer
Samen opkomen voor collectieve regelingen is belangrijk om pensioenen betaalbaar te houden en om nog wat over te houden van wat er opgebouwd is. Europa zou graag de verschillen tussen pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen op heffen. Dat staat in een onlangs verschenen witboek van de Europese commissie. Pensioenfondsen moeten dan nog hogere reserves op bouwen, net zo hoog als verzekeringsmaatschappijen. Daar moet ze hoger zijn juist vanwege het winstbejag en de risico's die daar mee gepaard gaan. Tot nu toe is deze maatregel nog tegengehouden, juist omdat pensioenfondsen besloten en verplichte regelingen zijn. Dus pleiten tegen een 'knellende' collectieve regeling is de weg vrij maken voor deze Europese richtlijn.
Jong en oud samen.
De bestuurders van FNV Jong kunnen beter samen met andere vakbondsleden optrekken tegen de kortingen dan roepen dat er nóg harder gekort moet worden op onze pensioenen. Samen optrekken voor een andere rekenrente. Samen opkomen tegen de pensioendeal die toestaat minimale buffers aan te houden en zo in te teren op het toekomstig vermogen. Samen opkomen tegen aparte jeugdlonen en te lage start salarissen. Want laag loon betekent lage pensioenopbouw, zeker nu bijna alle regelingen middenloon regelingen zijn. Op talloze vlakken zijn meer overeenkomsten te vinden tussen generaties dan tussen de boven- en onderkant van de samenleving. Met flexibele, onzekere baantjes bouwt niemand een goed pensioen op. Alleen de goed betaalde ZZP adviseur haalt genoeg geld binnen om voor zichzelf een Zwitserleven toekomst te verzekeren, bijgestaan door zijn eigen deskundige. Maar daar is de vakbond toch nooit voor opgericht?
De nieuwe vakbond moet na gaan denken over hoe we een oudedagsvoorziening kunnen opbouwen die niet afhankelijk is van beleggen, verzekeren en de grillen van de markt. Een voorziening die er op gericht is iedereen vanaf 65 een werkelijk sociaal inkomen te geven. En niet een kleine groep een berg geld die ze in geen 100 jaar op krijgt.
Het artikel geeft nog eens aan dat er een fundamentele kritiek op het stelsel van pensioenfondsen nodig is.
Het huidige systeem is gebaseerd op hoge kapitaalsrendementen. Vanwege de grote omvang van de pensioenfondsen kunnen deze onmogelijk gerealiseerd worden op de kleine markten van groene en ethische beleggingen. De pensioenfondsen spelen daarom een prominente rol in de bekende misstanden in de financiële wereld. Het is daarom merkwaardig dat de SP vooraan staat om kritiek te leveren op de speculanten en hedge funds en tegelijkertijd stelt dat Nederland het beste pensioensysteem van de wereld heeft. Het systeem van pensioenfondsen leidt ook tot grote arbitraire verschillen in de pensioenen van werknemers afhankelijk van het feit of iemands pensioenfonds geluk of pech heeft gehad op de beurzen. Tenslotte wordt een belangrijk deel van de pensioeninleg afgeroomd (4,5 miljard per jaar) als 'kosten' en belandt daarmee in de zakken van de financiële sector.
Relatie met neoliberalisme.
Neoliberale economen vinden sparen via pensioenfondsen, of individueel sparen via verzekeringsmaatschappijen, de beste manier om de pensioenen te regelen. De gedachte hierachter is dat deze besparingen ervoor zorgen dat er extra kapitaal beschikbaar komt voor het bedrijfsleven. Die gaan dat dan productief investeren waardoor de arbeidsproductiviteit sneller gaat stijgen en we in de toekomst rijk genoeg zullen zijn om de stijgende kosten van de vergrijzing op te vangen. (Op dezelfde manier wordt beredeneerd waarom loonmatiging uiteindelijk voor iedereen het beste is, ook voor de werkenden.)
In werkelijkheid heeft het neoliberale beleid eraan bijgedragen dat er een enorm kapitaalsoverschot is ontstaan in verhouding tot de beschikbare rendabele investeringsprojecten. In een wanhopige zoektocht naar rendement is er op grote schaal geïnvesteerd in huizen- en vastgoedbubbels, in speculatie op de energie- en grondstofmarkten, in hedge funds die bedrijven opkopen en volladen met schulden en in allerlei woekerpraktijken om mensen geld uit de zakken te kloppen. Deze 'investeringen' hebben gemeen dat er geen nieuwe waarde wordt gecreëerd, maar dat bestaande waarde wordt herverdeeld. De winst van de een is het verlies van de ander. In een aantal gevallen betreft het pure vernietiging van waarde. Denk maar aan de verspilling van energie en grondstoffen om kantoren te bouwen die altijd leeg zullen blijven staan. Verder leiden deze speculaties tot een grote instabiliteit waardoor bedrijven terughoudender worden om te investeren, het tegendeel van het effect dat de neoliberalen beoogden. Tegenover het kapitaalsoverschot staat een achterblijvende loonontwikkeling die tot onderbesteding en werkloosheid leidt.
De gedachte dat we als samenleving nu collectief moeten sparen om een reserve te vormen waaruit in de toekomst de vergrijzing kan worden betaald leidt er toe dat het kapitaalsoverschot nog groter wordt en de bestedingen nog verder onderdruk worden gezet, precies het omgekeerde van wat er nodig is.
De gedachte dat we collectief moeten sparen is mede zo aantrekkelijk omdat ze inspeelt op het geldfetisjisme waar veel mensen mee behept zijn. Dit is de gedachte dat geld op zichzelf waarde heeft. Deze mensen denken dat door nu als samenleving een grote hoeveelheid geld te sparen de toekomstige lasten voor de vergrijzing minder zullen zijn. Deze lasten zijn via deze geldberg als het ware naar voren gehaald.
Men moet goed begrijpen dat de toekomstige lasten van de vergrijzing worden veroorzaakt door het beslag dat de ouderen op dat moment leggen op de beschikbare arbeidskracht van de samenleving. Het is niet mogelijk om via geld welvaart over te hevelen van het ene tijdperk naar het andere, tenzij je ook de arbeidskracht waaraan het geld zijn waarde ontleent zou kunnen overhevelen.
De manier waarop de vergrijzing wordt gefinancierd heeft wel gevolgen voor de verdeling van de lasten. Als de vergrijzing wordt betaald uit de belastingen, dus zonder sparen, dan kunnen we kiezen voor een systeem waarin de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Als ze uit de opbrengst van besparingen, bijvoorbeeld pensioenfondsen, wordt betaald, dan hangt de lastenverdeling af van de investeringen die met dit geld zijn gedaan. Als er bv. in staatsobligaties is belegd dan komt het geld via een omweg uit de belastingen van dat moment. Als er in bedrijven is geïnvesteerd moet het geld uit de winsten komen. Dit leidt tot een hogere kostprijs en dus een hogere prijs voor de consumenten. In dit geval dragen de lagere inkomens de zwaarste lasten van de vergrijzing omdat zij een groot deel van hun inkomen consumeren. Dus ook vanuit het oogpunt van lastenverdeling kan een op sparen gebaseerd pensioenstelsel tot ongewenste uitkomsten leiden.
Uit al deze overwegingen volgt dat een pensioensysteem dat gebaseerd is op belastingen, het zogenaamde omslagstelsel, beter is dan een systeem gebaseerd op sparen en vermogensvorming.
ps. Het is voor de huidige generatie wel degelijk mogelijk om de lasten van toekomstige generaties te verlichten. Hiervoor zijn echter investeringen nodig in plaats van het sparen van geld. Te denken valt aan investeren in goed onderwijs zodat we in de toekomst over een goed geschoolde beroepsbevolking beschikken, investeren in alternatieve energie, recycling en zuinig omgaan met energie en grondstoffen zodat de toekomstige generaties niet met grote tekorten aan energie en grondstoffen worden geconfronteerd en investeren in natuur en milieu zodat we een goede leefomgeving nalaten. Omdat dit lange termijn investeringen betreft waarvaan de opbrengsten overwegend indirect zijn (dwz. niet in de vorm van winsten terugvloeien naar de investeerders) moeten deze investeringen door de overheid worden georganiseerd.
Reactie toevoegen