13 August 2020

Achter het pensioendrama

Aan spanning en drama ontbrak het niet in de discussie over het pensioenakkoord binnen de FNV. De twee grootste bonden, FNV Bondgenoten en Abvakabo, hielden – gesteund door de uitslag van het referendum onder hun achterban – hun poot stijf, maar ook het federatiebestuur onder leiding van Agnes Jongerius wist niet van wijken en drukte het akkoord door. Door velen wordt het conflict gezien als een interne machtsstrijd, maar op de achtergrond speelt een zeer wezenlijke strijd, om niets minder dan de toekomst van de vakbeweging.

De grote winnaars van het spel van Jongerius en de haren waren de werkgevers en minister Kamp. Kamp kon de volgende dag met ingehouden trots een akkoord presenteren en wist het even daarna met soepele hand en dank aan de PvdA door de Tweede Kamer te loodsen. Het was een iets aangepaste versie, wat in ieder geval de bewering van Jongerius dat er echt niet meer inzat logenstrafte.
Formeel is Jongerius de winnaar, maar veel wijst er op dat dit niet meer dan een Pyrrhus- overwinning is. De twee grootste bonden hebben het vertrouwen in haar opgezegd en een commissie moet proberen de boel weer te lijmen. Die commissie moet zich onder andere buigen over de cultuur en de procedures binnen de vakcentrale. Op zich geen overbodige luxe, want deze strijd heeft op ontluisterende wijze laten zien hoe door het federatiebestuur onder leiding van Jongerius de interne strijd wordt gevoerd.

Trukendoos
Stevige machtsstrijd is - als het goed is - geen onbekend terrein voor vakbondsbestuurders. Maar alle daarbij behorende methoden inzetten voor het bestrijden van medebestuurders en de eigen leden is een democratische organisatie, wat de vakbond toch zou moeten zijn, onwaardig. We zagen het allemaal voorbij komen, de hele trukendoos: je tegenstanders wegzetten als radicalen die met onuitvoerbare voorstellen komen die te duur en niet realistisch zijn, doen alsof er niks meer te halen valt, de hele zaak voorstelen als een generatieconflict, of een strijd tussen de gevestigde oudere vakbondskaders en de outsiders, doen alsof er zonder jouw akkoord een ramp gebeurt, het in je eigen voordeel interpreteren van de interne regels en tenslotte het veelvuldig gebruik van de media om je gelijk uit te dragen.

De inzet van al deze middelen geeft wel aan dat er veel op het spel stond. Veel meer dan alleen een akkoord over de pensioenen, veel meer ook dan alleen het prestige van bepaalde bestuurders. In wezen draait het bij dit conflict om de vraag naar de maatschappelijke rol van de vakbeweging. Moet de vakbeweging een organisatie zijn die via allerlei organen, overleggen en akkoorden een rol speelt in het sociaal-economisch bestuur van het land, of is het de taak van de vakbeweging om op te komen voor de belangen van haar (potentiële) leden? Dat is de ijsberg die zit onder het topje van dit conflict.

De afgelopen decennia was de benadering van de vakbeweging als medebestuurder van Nederland dominant. In de Sociaal Economische Raad, de Stichting van de Arbeid en in allerlei andere overleggen praatte de vakbeweging mee en droeg medeverantwoordelijkheid voor de beslissingen. Voor de leden was dit op zijn minst een ver van m'n bed show en om hen toch te binden werden er allerlei praktische zaken bedacht waar de leden hun voordeel mee konden doen. De vakbeweging als sociale ANWB, met de leden als klanten. Het resultaat van die benadering is een vakbeweging die dicht bij Den Haag zit en ver van haar leden. Het is niet verwonderlijk dat Agnes Jongerius indertijd gekozen werd als machtigste vrouw onder de Haagse kaasstolp. Van de rest van de vakbondsleiding kreeg ze daar alle ruimte voor, ook bij het regelen van de pensioenkwestie.

Voorgeschiedenis
In begin 2009 sloot Jongerius namens de FNV met de werkgevers een sociaal akkoord in de Stichting van de Arbeid. Volgens Jongerius was daarmee de verhoging van de AOW leeftijd van de baan. De FNV hield een ledenreferendum over dit akkoord waarbij iedereen die het waagde om tegen te stemmen duidelijk werd gemaakt dat die stem er toe zou leiden dat de crisis alleen maar dieper zou worden en de werkloosheid en ellende groter. De FNV leden werden opgeroepen om alternatieven aan te dragen die in een ‘alternatievenkrant’ gebundeld werden. Het beperken van de hypotheekrenteaftrek werd veel genoemd evenals het afzien van de JSF. Maar mobilisaties om de AOW op 65 te houden kwamen niet van de grond. De FNV verwacht er in de polder wel weer uit te komen. Dit mislukt omdat de werkgevers makkelijk nee konden zeggen tegen het FNV alternatief, ze weten zich door het kabinet gesteund. De uitspraak van Jongerius dat met het akkoord stoppen op 65 jaar mogelijk blijft blijkt al snel een stel loze woorden. De FNV probeert nog te redden wat er te redden valt, maar na de half gelukte actiedag in november durft ze niet door te zetten. De mislukte onderhandelingsstrategie en de weigering door te gaan met de acties zetten wel de voorzitters van de grote bonden en het federatiebestuur onder druk.

De discussie verdwijnt naar de achtergrond als het kabinet Balkenende IV valt. Een duidelijke campagne rond de verkiezingen voor een ander beleid komt niet goed uit de verf en de FNV heeft bedacht dat het slim is om met de werkgevers alvast een akkoord over de pensioenen te sluiten. Want er komt een kabinet met de PvdA en dan is alles mooi geregeld. We mogen weer voor de tweede keer stemmen, nu voor een sociale manier om de AOW- en pensioenleeftijd te verhogen.

Bij de Abvakabo is er ondertussen een wisseling van de wacht gekomen, de kloofdichters hebben op het congres de meerderheid gehaald. Bij Bondgenoten krijgt Henk van der Kolk het moeilijk. De bondsraad, het hoogste orgaan, stemt tegen het door de FNV bereikte akkoord. Van der Kolk volgt niet de bondsraad, maar de uitslag van het raadgevend referendum waar de meerderheid van de leden van Bondgenoten voor het akkoord heeft gestemd.

In de uitwerking van het akkoord met de werkgevers blijkt dat het hoofdbestuur van FNV Bondgenoten dit niet kan verenigen met de voorwaarden die door haar bondsraad zijn gesteld. Ook de Abvakabo met het nieuwe bestuur, ziet steeds meer de nadelen van het akkoord. Deze zijn samen te vatten in drie hoofdpunten: de AOW gaat de komende jaren niet genoeg omhoog, er wordt zoveel gekort dat vooral de laagste inkomens niet kunnen stoppen op 65. Daarnaast hoeven de werkgevers niet meer premie te betalen mocht het economisch tegenzitten. En tenslotte hoeven pensioenfondsen minder reserves aan te houden en moeten ze sneller korten als het economisch tegen zit.

Als het federatiebestuur ondanks deze kritiek toch doorzet, organiseren de bonden eigen referenda en zeggen FNV Bondgenoten en de Abvakabo definitief nee tegen het akkoord in de langste nacht van de FNV. De Bouwbond zegt ook nee maar vindt dat er nog maar eens gepraat moet worden.

Met het nee van Bondgenoten en Abvakabo en het ja van de meeste kleinere bonden krijgt de Bouwbond een doorslaggevende stem. De ‘toegevingen’ van minister Kamp zijn er dan ook op gericht om de Bouwbond aan zijn kant te krijgen. Door het verruimen van de mogelijkheden van de doorwerkbonus en de vitaliteitsregeling, compleet met overgangsregeling krijgen vooral bouwvakkers betere mogelijkheden om bij te sparen. Het grootste deel van het geld voor deze oplossing komt van mensen die iets meer hebben dan een klein pensioen. Het wordt budgettair neutraal vormgegeven heet het: de middeninkomens betalen voor de lagere inkomens.

Jammer genoeg is de Bouwbond in deze truc gestapt en heeft de meerderheid van hun bondsraad na deze toezeggingen ingestemd met het akkoord.

Wat nu?
Door Kamp, Jongerius en Wientjes wordt de indruk gewekt dat hun zaak rond is, maar het is zeker geen gelopen race. Er zijn nog volop kansen om de realiteit te veranderen. Daarvoor zal druk op de Tweede Kamer en de werkgevers gehouden moeten worden. Op 19 september werd een goede start gegeven met de actie op het Malieveld, waar 10.000 mensen demonstreerden tegen de bezuinigingen. Het feit dat de twee grootste bonden nee blijven zeggen helpt. Ze vertegenwoordigen niet alleen de meeste leden. Zij onderhandelen ook over de meeste en de grootste pensioenregelingen. Ze moeten daarbij niet het akkoord tot uitgangspunt nemen, maar hun eigen eisen.

Er zitten ook risico's aan de strategie om de strijd te verleggen naar de CAO- en pensioen- onderhandelingen. De eisen van de twee grootste bonden zijn niet altijd even sterk. Ze leggen de grens voor wie laag betaald is wel erg laag: AOW met een aanvullend pensioen van 10.000 euro. Deze grens is ook niet helemaal eerlijk als het gaat om zware beroepen. Denk bijvoorbeeld aan ploegenmedewerkers. De pensioen kwestie alleen is niet genoeg om iedereen te mobiliseren. Ook al zijn de voorstellen van de twee standvastige bonden vele malen beter voor jongeren dan het pensioenakkoord of het alternatief van Kamp. Voor jongeren is pensioen ver weg. Voordat iemand van 25 jaar met pensioen gaat zijn de regelingen misschien nog wel 5 keer veranderd.

Breder kader
Het komend jaar moet geen gewoon CAO jaar worden. De onderhandelingen moeten goed onderling afgestemd worden. Er moeten drie herkenbare hoofdpunten in zitten waar op gecoördineerd moet worden: ten eerste een goede loonsverhoging en compensatie voor de bezuinigingen. De inzet van de FNV is mager: 2,5 procent maximaal met 300 euro compensatie, maar vragen is krijgen moet het motto zijn. Daarnaast zeggenschap over flexibiliteit gekoppeld aan zekerheid over werk en inkomen. En natuurlijk een goed pensioen vanaf 65.
Hiervoor zullen we aan de bak moeten, het wordt hard werken voor iedereen in de bond. Ook de samenwerking met andere sectoren in de strijd tegen de bezuinigingen is belangrijk. De oude alternatieven krant moet uit het stof gehaald worden, die vormt een goede basis voor gezamenlijk verzet. Ook het samenwerken in comités zoals in Rotterdam en Amsterdam is prima om meer mensen er bij te betrekken. Ook mensen die nu nog niet bij de vakbeweging zijn aangesloten. Nieuwe sectoren en nieuwe groepen kunnen zo ondersteund en betrokken worden zoals de kunstsector, die ondanks alles doorgaat met actie organiseren, en jongeren.

Een andere vakbeweging
Het drama van het pensioenakkoord is een goede aanleiding om weer een fundamentele discussie te voeren over de koers van de vakbeweging. Om de vakbeweging de strijd voor de belangen van de leden en werklozen weer centraal te laten stellen. Ook de discussie over de structuur van de FNV hangt daar mee samen. Er zijn het afgelopen jaar verschillende projecten gestart om tot één ongedeelde FNV te komen. Deze zijn niet echt van de grond gekomen. Maar er gebeuren al veel goede dingen zoals het samenwerkingsproject in de Eemshaven, het vakbondscafe in Amsterdam en veel samenwerking op lokaal niveau, zoals in de Vechtstreek, in Oss en Bondgenootje in Groningen. Ze brengen weer energie in de bond. De komende acties geven nieuwe mogelijkheden om van onderop met elkaar samen te werken. Het nieuwe bestuur van de Abvakabo zal hier voor open staan. Op het congres van Bondgenoten zijn voorstellen gedaan die meer onderlinge samenwerking en dwarsverbanden binnen en tussen bonden mogelijk maken. Het gaat erom deze kansen te pakken.


De federatie
De FNV is een federatie van 19 verschillende grote en kleine bonden. Sommigen zijn geen echte bond met een democratische structuur zoals FNV Jong die zichzelf ook een netwerk noemen. De twee grootste bonden zijn FNV Bondgenoten (vervoer, industrie, diensten, 475.000 leden) en de Abvakabo (overheid met 353.000 leden). Zij hebben 60% van het totale aantal leden van de FNV, maar in de federatieraad slechts 43% van de stemmen. De federatieraad is het hoogste orgaan van de federatie en wordt geleid door het federatiebestuur, waarvan Agnes Jongerius de voorzitter is. De aangesloten bonden zijn zelfstandig en hebben eigen besluitvormingsprocedures. De meesten hebben naast een bondsbestuur (waar naast betaalde bestuurders soms ook vrijwilligers lid van zijn) een bondsraad. De bondsraad is het bondsparlement en bestaat uit gekozen vertegenwoordigers van de leden. Dit zijn allemaal vrijwilligers, kaderleden.


De minderheid beslist
In de strijd om het akkoord aangenomen te krijgen werden de statuten en reglementen van de FNV op een wel erg curieuze manier toegepast. Binnen de federatieraad is het zo geregeld dat de twee grote bonden minder stemmen hebben dan waar ze op basis van hun ledenaantal recht op zouden hebben. De bedoeling hiervan is dat de kleine bonden niet ondergeschoffeld worden door de grote en dat de twee grootste organisaties niet met zijn tweeën het beleid kunnen bepalen.

Afgezien van de technische uitwerking - en van de vraag of deze afspraken wel voldoende rekening houden met de veranderde situatie sinds het toetreden van de Ouderen Bond ANBO tot de FNV - gaan deze afspraken uit van het gezonde principe dat democratie niet alleen betekent dat de meerderheid beslist, maar ook dat er serieus rekening wordt gehouden met minderheden. Maar als die afspraken vervolgens door een minderheid gebruikt worden om de meerderheid haar wil op te leggen is dat natuurlijk de zaak op zijn kop. Vooral als die meerderheid van Bondgenoten en Abvakabo 60 procent van de FNV-leden vertegenwoordigen, 90 procent van de CAO’s afsluiten en onderhandelen met negen van de tien grootste pensioenfondsen. En als in de ledenraadplegingen er 145.000 van de 1,4 miljoen FNV-leden tegen het akkoord stemden en slechts 16.500 voor.

Tags: 
Dossier: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren