Alan Thornett, vakbondsman en revolutionair ecosocialist, is op 89-jarige leeftijd overleden. Hij was de bekendste strijder in de Britse auto-industrie tijdens het decennium waarin die sector het lot van de Britse vakbeweging bezegelde. De daaropvolgende veertig jaar wijdde hij zich, aan de hand van namen en data, aan het uitleggen waarom die strijd verloren ging en waarom dat niet had gehoeven. Zijn laatste artikel verscheen in september 2026. Hij stierf op 9 oktober 2026 in Oxford.
Alan werd op 15 juni 1937 in de buurt van Oxford geboren. Vanaf zijn vijftiende werkte hij op het land en diende hij drie jaar in het leger. In de zomer van 1959 begon hij bij de Morris Motors-fabriek in Cowley, waar hij de assemblagelijn voor de nieuwe Mini bevoorraadde. Dat jaar trad hij toe tot de Communistische Partij; in 1964 verliet hij die weer. Vanaf 1963 was hij vakbondsafgevaardigde en in 1967 werd hij plaatsvervangend voorzitter van de TGWU in de fabriek en voorzitter van het gezamenlijk comité van vakbondsafgevaardigden.
Onze beweging heeft het vaak over leiderschap vanuit de arbeidersklasse, maar brengt dat zelden tot stand. Alles wat hij wist over het marxisme en de economie van de auto-industrie had hij zichzelf aangeleerd en decennia later deed hij hetzelfde met de aardwetenschappen. De gewoonte die hem tot een goede vakbondsafgevaardigde maakte – het al vóór aanvang van de vergadering paraat hebben van de feiten en cijfers – was dezelfde gewoonte die hem tot een goede schrijver maakte.
Cowley
Cowley was een van de meest strijdbare fabrieken in Groot-Brittannië. Tegen het einde van de jaren zestig waren er gemiddeld meer dan driehonderd werkonderbrekingen per jaar en er werd gestaakt tegen zowel Harold Wilsons In Place of Strife als Edward Heaths Industrial Relations Act. In Militant Years (2010) maakt Alan duidelijk dat de arbeiders aan de lopende band die beweging zelf hebben opgebouwd. Hij stelt even duidelijk dat de fulltime functionarissen van zijn eigen vakbond het grootste deel van dat decennium samenwerkten met het management om de organisatie van de vakbondsafgevaardigden te breken.
Wat de vakbondsafgevaardigden opbouwden was, volgens Alans beschrijving, een vorm van arbeiderscontrole binnen de fabriek. In de winter van 1971 probeerde het management ‘work study’ in te voeren, waarbij ingenieurs de tijd van elke taak opnamen. Telkens als de ingenieurs verschenen, kwam de productielijn tot stilstand. Binnen enkele dagen gaf het bedrijf toe dat geen enkele taak kon worden getimed of gewijzigd zonder instemming van de vakbondsafgevaardigden. Dat werd ‘wederkerigheid’ genoemd: over het werktempo werd onderhandeld met de mensen die het werk deden. In januari 1972 blokkeerde hetzelfde comité het vervoer van steenkool binnen de fabriek uit solidariteit met de mijnwerkers.
Mij is ooit verteld dat de stakingsposten in Cowley tijdens een lange, hete zomer de kosten van hun zonnebrandcrème declareerden. Misschien is het een mythe. Het punt is niet: vóór Thatcher was de zelforganisatie van de arbeiders soms zo sterk dat een dergelijke eis haalbaar leek.

Tien jaar lang was Alan lid van Gerry Healy’s Socialist Labour League en diens opvolger, de Workers Revolutionary Party en daar werd hij voor het eerst geconfronteerd met de apocalyps. Healy’s partij had een op handen zijnde militaire staatsgreep voorspeld en zich daarop voorbereid. In 1974 schreef Alan een oppositiedocument waarin hij ronduit zei: 'Ik denk dat die voorspelling onjuist was.'
Tegen wat in een tweede document de 'ultimatistische en catastrofale benadering van de georganiseerde arbeidersklasse' van de partij werd genoemd, pleitte hij voor de methode van het Overgangsprogramma: eisen stellen aan de linkse Labour-parlementsleden, zodat hun weigering om de regering-Wilson te bestrijden aan het licht zou komen bij degenen die op hen hadden gestemd. Op 24 november 1974 daagde Healy hem uit tijdens een algemene vergadering; de volgende ochtend werd hij uit de partij gezet. Ongeveer tweehonderd leden volgden hem. De uitgesloten kameraden richtten in oktober 1975 de Workers Socialist League op, met Socialist Press als hun krant.
De daaropvolgende jaren waren een uitputtingsslag. Bij de vakbondsverkiezingen in de fabriek in januari 1976 voerden zeven nationale dagbladen en drie televisiezenders campagne tegen hem en British Leyland weigerde jaar na jaar hem als plaatsvervangend voorzitter te erkennen. Uiteindelijk werd hij op 17 november 1982 ontslagen, officieel vanwege een verlopen vrachtwagenrijbewijs, maar in feite om de fabriek leeg te maken voordat een nieuw model in productie ging.
Veel van wat hij in die jaren schreef, verscheen niet onder zijn eigen naam. Hij schreef als Bill Peters in Socialist Press en Socialist Organiser, waarbij hij soms in de derde persoon verslag deed van zijn eigen vervolging. In 1983 bezocht hij de Takaoka-fabriek van Toyota en schreef hij een vijfdelige serie waarin hij die fabriek vergeleek met Cowley. Hij toonde aan dat levenslang dienstverband en de bedrijfsvakbond berustten op de vernietiging van onafhankelijke vakbonden na de oorlog. Het Japanse model was geen technologische ontwikkeling. Het was een nederlaag die was geëxporteerd.
Tijdens de mijnstaking zat hij zonder werkplek en zonder stemrecht in de bond en schreef in Socialist Viewpoint. Zijn stelling, die hij de rest van zijn leven zou blijven verdedigen, was dat de regering niet tegelijkertijd met de NUM nog een grote vakbond had kunnen aanpakken en dat de vakbondsleiders elke mogelijkheid tot een tweede front hadden afgewezen. Het volgende decennium bracht hij door met het weerleggen van het verhaal dat het verkeerd was geweest om te staken. Inside Cowley (1998), met een voorwoord van Ken Loach, liet zien hoe de handhaving van het Sociaal Contract onder de Labour-regering van 1974–1979 het vakbondswerk op de werkplek had verzwakt, waardoor de weg vrij was voor het offensief van de jaren tachtig.
In 1987 fuseerde Socialist Viewpoint met International tot Socialist Outlook en vanaf dat moment was Alan een leider van de Britse afdeling van de Vierde Internationale en een gekozen lid van het Internationaal Comité daarvan. Zijn verslagen van de congressen waren vaak de enige informatie die Britse lezers kregen. Toen Healy in 1990 overleed, schreef Alan het overlijdensbericht, waarbij hij zich één ironische opmerking veroorloofde: Healy had meer gedaan om het trotskisme in diskrediet te brengen dan wie dan ook, 'ondanks andere sterke kanshebbers voor die eer'.
Ik werkte in de jaren negentig dagelijks samen met Alan bij Socialist Outlook, toen de ineenstorting van de USSR en de overwinning van het neoliberalisme elke organisatie aan de linkerkant op de proef stelden. Alan was daartegen opgewassen. Toen de oorlog in Bosnië uitbrak, stortte hij zich op International Workers Aid, opgericht in 1993 om de solidariteit van de arbeidersbeweging over te brengen naar het multi-etnische verzet en hij reed zelf meer dan eens met vrachtwagens naar Tuzla.
Brede partijen
Hij bouwde al aan brede partijen lang voordat die term in de mode was en hij deed nooit alsof het gemakkelijk was. Hij was actief bij de Socialist Alliance, Respect en Left Unity. Hij was een van de oprichters van Socialist Resistance en vervolgens van Anticapitalist Resistance. Zijn redenering was altijd geworteld in de klassen: een partij links van Labour maakte deel uit van de heropleving van de vakbonden en was geen vervanging ervoor.
Alan schreef zoals hij sprak: duidelijk en rechttoe rechtaan. Hij zag meteen in dat het Brexit-referendum van David Cameron waarschijnlijk een carnaval van reactie zou worden en hij overtuigde velen aan de linkerkant ervan dat dit niet het moment was om de EU te verlaten.
Ecosocialisme
De tweede apocalyps was reëel. Ecologie werd het belangrijkste thema van zijn laatste twintig jaar, en hij was daar eerder op gekomen dan het grootste deel van uiterst links in Groot-Brittannië. In een voorwoord uit 2020 bij de Chinese vertaling van Militant Years noemde hij het enige deel van Cowleys staat van dienst dat hij niet zou verdedigen: de vakbondsbestuurders hadden de macht om mensen de ecologische crisis serieus te laten nemen en net als de rest van de vakbeweging hebben ze daar nooit gebruik van gemaakt. Op een stervende planeet is het onmogelijk de omstandigheden van de arbeiders te verbeteren, schreef hij en evenmin een socialistische toekomst op te bouwen.

Hij verdiepte zich in de wetenschappers die het aardsysteem bestuderen en legde hun inzichten uit voor socialisten. Facing the Apocalypse: Arguments for Ecosocialism (2019) ging uit van de 'sombere' staat van dienst van links op milieugebied. Ian Parker noemde hem de David Attenborough van revolutionair links.
Tot enkele weken voor zijn dood schreef hij over het klimaat en hij benaderde het als een klassenkwestie. Wie zou de transitie betalen en wie zou gedwongen moeten worden ermee in te stemmen? Zijn meest herhaalde uitspraak was dat 'er niets kan worden opgebouwd op een dode planeet'. Toch liet hij de catastrofe nooit uitgroeien tot een ultimatum. Het punt waarop hij het sterkst aandrong, was hetzelfde punt dat hij in 1974 tegen Healy had aangevoerd: een beweging die onder het kapitalisme geen verandering kan afdwingen, kan het ook niet omverwerpen.
In 1987 zei Alan, toen hij sprak over de Argentijnse trotskist Nahuel Moreno voor een zaal vol stromingen die elkaar al decennia lang hadden uitgesloten: 'Hij had niet het volledige antwoord en niemand van ons heeft het volledige antwoord.' Meer zou hij voor zichzelf niet willen claimen. Wat hij wel had, was de gewoonte om het in de week dat het gebeurde op te schrijven, met de namen erin. Zo’n 371 van zijn stukken, uit de periode 1976 tot 2026, zijn gebundeld op thornett.redmole.org. Zijn papieren bevinden zich in het Modern Records Centre van de Universiteit van Warwick.
Een langere versie van dit overlijdensbericht, met links naar Alans geschriften in de archieven van Red Mole, is te vinden op redmole.org.
Duncan Chapel is lid van Anti-Capitalist Resistance. Hij is redacteur van RedMole.org en auteur van The Conservative Left: Campism, Organisational Failure, and the Politics of Liberation.
Anti*Capitalist Resistance is de zusterorganisatie van de RoodGroene Antikapitalisten in Engeland en Wales
Dit artikel stond op Anti*Capitalist Resistance. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.
Reactie toevoegen