Borderless

6 December 2019

Brandend van ongeduld

Alweer een boek over Che Guevara? Ja, maar ditmaal geschreven door twee socialisten die Che's revolutionaire overtuigingen delen. Che Guevara, his revolutionary legacy van Olivier Besancenot en Michael Löwy pretendeert niet om nieuwe inzichten over de beroemde guerrillero te brengen maar is voor een nieuwe generatie die nieuwsgierig is een kennismaking met de man op het t-shirt.

Olivier Besancenot was tweemaal presidentskandidaat voor de Franse revolutionair socialistische LCR en tegenwoordig woordvoerder van de Nouveau Parti Anticapitaliste. Michael Löwy is socioloog, verbonden aan het Centre Natinonale de la Recherche Scientifique en schrijver van een groot aantal boeken over marxisme en Latijns Amerika. Gepassioneerd schrijven zij over Che, een man die vooral herinnerd wordt als guerrillastrijder maar ook minister van economie in het revolutionaire Cuba en een internationaal diplomaat was.
De in Argentinië geboren Ernesto Guevara trok na zijn studie medicijnen door het Latijns Amerikaanse continent. Met eigen ogen zag hij hoe in Guatemala een gematigde hervormingspolitiek met als doel het leven van de armen te verbeteren met bruut geweld werd beëindigd. Geradicaliseerd door de armoede en de onderdrukking die hij gezien had kwam Che Guevara in contact met de Cubaanse balling Fidel Castro die vanuit Mexico een opstand tegen de dictatuur van Batista plande. Het leek een krankzinnig avontuur. In 1956 kwamen Che en Fidel met een kleine groep getrouwen aan in Cuba - tegenover hen stond het hele leger van een door de VS gesteunde dictatuur.
Na drie jaar van guerrillastrijd in de bergen – mooi in beeld gebracht in het eerste deel van Steven Soderberghs tweedelige film over het leven van Che Guevara – en, minder bekend, veel protest in de steden, viel de dictatuur en trokken de revolutionairen triomferend Havana binnen. De rest van het korte leven van Che Guevara zal bepaald worden door deze ervaring. Een poging om het succes van de Cubaanse revolutie te herhalen in Bolivia werd hem fataal. In het nauw gedreven door het Boliviaanse leger, gesteund door de Verenigde Staten dat vastbesloten was een tweede revolutie in de achtertuin te voorkomen, werd hij op 8 oktober 1967 geëxecuteerd.
Besancenot en Löwy onderscheiden in hun boek vier elementen in het denken van Che Guevara die volgens hen nog steeds inspirerend zijn voor socialisten: Che’s humanisme, zijn radicalisme, het afwijzen van het Sovjet-model van socialisme en zijn toewijding aan internationale solidariteit. Löwy en Besancenot zijn duidelijk bewonderaars van Che. Alhoewel hun bewondering niet omslaat in verheerlijking van de persoon Che Guevara is hun oordeel zeer positief. Maar er zijn wel degelijk kritische aanmerkingen te plaatsen bij het denken en de persoon van Che Guevara.
Zijn afkeuring van het Sovjet-model kwam voort uit afkeer van de wijd verspreide corruptie en ongelijkheid in de landen van het Oost-Blok. Op zoek naar een alternatief hiervoor legde Che Guevara sterk de nadruk op een revolutionaire ethiek. In een beroemd interview in 1963 verklaarde hij: ‘Economisch socialisme zonder een communistische moraal interesseert me niet. We strijden tegen armoede maar tegelijkertijd tegen vervreemding. Als communisme gescheiden is van bewustzijn kan het een distributiemethode zijn maar is het niet langer een revolutionaire moraliteit’. Dit citaat laat enkele van de beste kanten van Che Guevara zien; zijn vertrouwen in mensen en zijn overtuiging dat socialisme niet enkel een meer efficiënte productie en distributiemethode dan kapitalisme moet zijn maar een heel andere wereld moet scheppen waarin gelijkwaardigheid en solidariteit egoïsme en competitie vervangen.
Tijdens zijn periode als minister van economie in Cuba probeerde Che Guevara zijn ideeën in de praktijk te brengen door, in tegenstelling tot de Sovjet-Unie, revolutionaire bevlogenheid en niet materiële prikkels centraal te stellen in pogingen om de productie te vergroten. Che Guevara had sterke argumenten in zijn bezwaren tegen marktwerking maar tegelijkertijd had hij, zoals Michael Löwy in een ander essay al opmerkte, een blinde vlek voor de rol van democratie in een socialistische economie. Want wie geeft richting aan een geplande economie? Wie stelt de prioriteiten vast? Zolang de leiders zo oprecht zijn als Che Guevara is hun toewijding aan het verbeteren van de levens van iedereen misschien voldoende, maar op de langere termijn is er geen alternatief voor een levendige democratie. Zonder vrije discussie en vrije, democratische keuzes tussen verschillende prioriteiten leidt economische planning tot misbruik en bureaucratie – de geschiedenis van de Sovjet-Unie geeft voorbeelden ten overvloede.
Die verwaarlozing van democratie speelde ook buiten zijn ideeën over economie een rol. Che Guevara wees vol minachting het gangbare model van parlementaire democratie af – hij had per slot van rekening zelf kunnen zien hoe weinig dit te bieden had aan de arme boeren en sloppenbewoners van Latijns Amerika. Maar zijn ideeën over een mogelijk alternatief waren vaag en werden vaak, net zoals zijn ideeën over economisch beleid, gekenmerkt door een overmatig vertrouwen in de leiding. Natuurlijk, de partij kon fouten maken, dat erkende hij. Maar in zo’n geval zou de bevolking hun ongenoegen wel laten blijken en zou de partij luisteren en de koers bijstellen, zo dacht hij. Che Guevara was zich wel bewust hoe gebrekkig deze opvatting was. In ‘Socialisme en de mens in Cuba’ schreef hij: ‘we zijn op zoek naar iets nieuws’. Dit tastend, open karakter van zijn denken, iets dat steeds terugkeert, is een van de mooiste kanten ervan, juist in tijden dat links opnieuw op zoek moet naar ‘iets nieuws’.
Zijn vertrouwen in een revolutionaire moraal zou voor Che zijn leven lang een rode draad zijn. Die morele overtuigingen hadden een positieve kant, bijvoorbeeld in de confrontatie met de officiële communistische partijen en landen die uit opportunisme de strijd tegen uitbuiting uit de weg gingen. Het kon echter ook tot fatale vergissingen leiden.
Che’s ideeën over guerrilla-oorlogen bleken niet zo makkelijk in andere situaties dan de Cubaanse toegepast te kunnen worden. Che Guevara was ervan overtuigd dat de situatie in Latijns Amerika rijp was voor revolutie en dat een kleine maar vastberaden groep strijders de revolutie een vliegende start kon geven. Zoals hijzelf echter zou ondervinden in Bolivia bleek het onmogelijk om het lange werk van voorbereiding en opbouw over te slaan. Verspreid over het Latijns Amerikaanse continent zouden door Che geïnspireerde guerrillastrijders, geïsoleerd van de massa’s die zij wilden bevrijden, een tragisch einde vinden. Toewijding en zelfopoffering bleken niet genoeg. Che trok een verkeerde les uit de Cubaanse revolutie; hij dacht dat guerrilla’s alleen een revolutie konden winnen en zag onvoldoende dat de massa’s in de steden ook een rol in de bevrijding van Cuba hadden gespeeld.
Che’s vertrouwen in de kracht van vastberadenheid en leading by example kan eigenlijk niet los gezien worden van een andere zwakheid; zijn beruchte machismo. Che was iemand die er geen problemen mee had zijn oude leven en zijn geliefden achter zich te laten om zich geheel te wijden aan de strijd, waar dan ook. Van zijn medestanders verwachtte hij niks anders. Dat klinkt misschien heel romantisch maar is het een stuk minder voor mensen die de verantwoordelijkheid dragen voor het verzorgen van anderen, zoals kinderen of ouderen. En dat zijn meestal vrouwen. Hetzelfde geldt voor het toepassen van morele prikkels in de productie; revolutionaire appèls vullen geen lege magen. Het is makkelijk voor iemand die alleen verantwoordelijk is voor zichzelf om offers te brengen maar om dit te verlangen van hen die afhankelijk van je zijn is iets heel anders. Voor dit soort overwegingen had hij echter maar weinig oog.
De hevige homofobie van de vroege Cubaanse revolutie had meerdere wortels maar een ervan was de macho-cultuur van een beweging waarin gewapende strijd en fysieke kracht hoog werden gewaardeerd – ten koste van het minder spectaculaire, maar soms niet minder gevaarlijke, werk van het organiseren in bijvoorbeeld de steden van Cuba.
Een macho, met een overdadig vertrouwen in eigen kunnen en geweld en met weinig aandacht voor democratie; dat was één kant van Che Guevara. Vele malen belangrijker was een andere kant; die van een mens die gedreven werd door een diep gevoelde verontwaardiging over het leed dat hij om zich heen zag, die de strijd aanging voor de bevrijding van de armen en verdrukten, zichzelf in de frontlinie plaatste en uiteindelijk, ver weg van huis, zijn leven gaf. Die toewijding en de inspiratie die daarvan nog steeds uitgaat is misschien wel de belangrijkste nalatenschap van Che Guevara. Het boekje van Besancenot en Löwy is een goede eerste kennismaking met deze Che.

O.Besancenot & M.Löwy
Che Guevara his revolutionary legacy 16,75 euro

Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren