Tachtig jaar geleden maakte de Duits-Joodse denker en publicist Walter Benjamin een einde aan zijn leven. Op de vlucht voor het oprukkende Nazi-leger was Benjamin aan de grens van Frankrijk door Spanje tegengehouden door Franco’s politie. Liever dan aan de Gestapo overgeleverd te worden, nam Benjamin een dodelijke hoeveelheid verdovingsmiddelen in. De Greep naar de Noodrem. Aspecten van Walter Benjamin door Michael Löwy belicht het denken van deze heterodoxe linkse einzelgänger.
Aanvankelijk grotendeels vergeten werd Benjamins werk herontdekt in de jaren zeventig en sindsdien blijft het mensen fascineren. Benjamin was geen systeembouwer of politiek ideoloog. Zijn werk is fragmentarisch, vaak meer dichterlijk dan analytisch. Juist dit onvoltooide en soms ronduit raadselachtige karakter van zijn teksten is deel van de aantrekkingskracht. Benjamin werd geïnspireerd door tradities die op het eerste gezicht tegenstrijdig lijken; marxisme, bij hem vaak aangeduid als historisch materialisme, een romantische afkeer van de moderne, kapitalistische maatschappij en Joodse mystiek. In de laatstgenoemde traditie wordt uitgekeken naar de komst van de messias die verlossing zal brengen en onrecht wreken. Bij Benjamin symboliseert deze wreker het proletariaat en de verlossing is het aanbreken van de klassenloze maatschappij.
In De Greep naar de Noodrem, oorspronkelijk in 2019 in het Frans verschenen, zijn tien essays van de Frans-Braziliaanse marxist Michael Löwy over Benjamin verzameld. Tijdens onderzoek naar Joods revolutionair messianisme ontdekte Löwy in 1978 het werk van Benjamin. De ontdekking voelde voor hem welhaast ‘als een hamerslag’, zo schrijft Löwy in het voorwoord. Dat hij zo getroffen werd toont een sterk intellectuele affiniteit tussen de twee. Löwy werd in 1938 geboren in Sáo Paulo, Brazilië. Zijn ouders waren Oostenrijkse Joden die na de Anschluss uitgeweken waren. Als tiener werd Löwy actief in radicaal links. In de jaren zestig studeerde hij in Frankrijk waar hij lid werd van de Vierde Internationale en promoveerde op een werk over ‘de theorie van de revolutie in de jonge Marx’. Een andere denker die veel invloed zou hebben op Löwy was de Hongaarse marxist Georg Lukács. Net zoals Benjamin was Lukács aanvankelijk gedreven door een romantisch antikapitalisme.
De sterke invloed van een dergelijk antikapitalisme op het denken van Benjamin, en dat van Löwy zelf, is een terugkerend thema in De Greep naar de Noodrem. Löwy omschrijft dit wereldbeeld als een protest tegen de moderne wereld van het kapitalisme en tegen de ‘kwantificering’ van alle aspecten van het leven. In het kapitalisme wordt alles tot waar gemaakt en het doel van waren is om op de markt uitgewisseld te worden. Zo wordt alles teruggebracht tot een gedeeld kenmerk: geldwaarde. Alles wat niet in een geldhoeveelheid uitgedrukt kan worden, wordt waardeloos verklaart.
De samenleving valt uiteen in een collectie van concurrerende individuen en het streven naar winstmaximalisatie geldt als de hoogste vorm van rationaliteit. Löwy haalt een uitspraak van de socioloog Max Weber aan om dit proces te beschrijven. Weber beschreef moderniteit als ‘de onttovering van de wereld’; het proces van ruil en winst wordt steeds efficiënter, geleid door regels, meetresultaten en minutieus boekhouden. Zo raken mensen gevangen in wat Weber elders een stahlhartes Gehäuse, een ‘ijzeren kooi’ noemde. Romantisch antikapitalisme wijst dergelijke vooruitgang af in de naam van sterk geïdealiseerde ‘pre-kapitalistische’ waarden van samenhorigheid.
Een tweede terugkerend thema in De Greep naar de Noodrem is Benjamins visie op de geschiedenis. Vlak voor hij een eind maakte aan zijn leven, schreef Benjamin zijn beroemdste tekst, Over het begrip van de geschiedenis. Geschreven in de vorm van stellingen bekritiseerde Benjamin het vooruitgangsgeloof van socialisten die dachten dat het verstrijken van de tijd, en de daarmee gepaard gaande ‘ontwikkeling van de productiekrachten’ ons onvermijdelijk naar het socialisme zouden brengen. De opkomst van fascisme zou links de naïviteit hiervan hebben moeten doen inzien.
‘De verwondering over het feit dat de dingen die wij meemaken in de twintigste eeuw ‘nog’ mogelijk zijn’, schrijft Benjamin in de achtste stelling, ‘is geen filosofische. Zij staat niet aan de wieg van een inzicht, behalve misschien, dat de voorstelling van de geschiedenis waaruit zij voortkomt, onhoudbaar is.’ De opkomst van neofascistische stromingen vandaag, de weigering om de klimaatcrisis serieus te nemen, het genocidale geweld van Israël – dergelijke misdaden roepen bij velen nog steeds hulpeloze verbazing op. Voor Benjamin had ‘vooruitgang’ daarentegen altijd een duistere kant van onderdrukking, geweld en moedwillige onwetendheid; ‘Er is nog nooit een cultureel document geweest dat niet tegelijkertijd ook een uiting van barbarij was.’ (stelling zeven).
Het is deze visie op de geschiedenis waar De Greep naar de Noodrem naar genoemd is. In een aantekening haalt Benjamin Marx aan en schrijft dat deze ‘heeft gezegd dat revoluties de locomotief van de wereldgeschiedenis zijn. Maar misschien is dat helemaal niet zo. Misschien zijn revoluties de greep van de in de trein reizende mensheid naar de noodrem’. Löwy wijst op de manier waarop de kapitalistische vooruitgang de wereld de klimaatcrisis indrijft om het belang van deze beeldspraak te tonen. De revolutie is niet een onvermijdelijk gevolg van de mars van de geschiedenis, het is een onderbreking hiervan. Hier verwijst Löwy met name naar bewegingen van inheemse volkeren in Latijns Amerika die zich verzetten tegen het zogenaamd onvermijdelijke moderne kapitalisme.
Op caleidoscopische wijze belicht Löwy in De Greep naar de Noodrem ‘aspecten van Walter Benjamin’. In helder geschreven essays komen Benjamins sympathie voor anarchisme en surrealisme, de affiniteit van zijn denken met christelijke bevrijdingstheologie, zijn banden met andere denkers als Gershom Sholem en zijn gedachten over ‘de hoofdstad van de negentiende eeuw’, Parijs, voorbij. Kundig vertaald door Johny Lenaerts en liefdevol uitgeven door Kelderuitgeverij vormt De Greep naar de Noodrem zo meer dan een kennismaking met het denken van Walter Benjamin.
Michael Löwy: De greep naar de noodrem. Aspecten van Walter Benjamin. Kelderuitgeverij, €19.50.
Foto: Walter Benjamin in 1928.
Alex de Jong is co-directeur van het IIRE en lid van RoodGroene Antikapitalisten.
Reactie toevoegen