4 April 2020

Finkelstein-debat

In sommige landen heeft Norman Finkelsteins publicatie De Holocaustindustrie flink wat stof doen opwaaien. Er barstte een discussie los over het vermeende antisemitische karakter van het werk. In Frankrijk werd zelfs een aan klacht wegens 'aanzet tot rassenhaat' tegen Finkelstein werd ingediend. Enzo Traverso, docent Politieke Wetenschappen aan de Universiteit van Amiens, lid van de Vierde Internationale en lid van het collectief dat Finkelsteins boek in Frankrijk uitgaf, schreef een recensie voor Grenzeloos die verscheen in nr. 57. Dit artikel werd overgenomen door een Duits zusterblad, Avanti, alwaar het vervolgens voor een heuse politieke rel zorgde. In een interview met het Duitse weekblad Jungle World blikt Traverso terug. Grenzeloos besloot tot vertaling.

Finkelstein kreeg in Frankrijk weinig respons. In tegenstelling tot Duitsland of Oostenrijk ontstond er geen 'Finkelstein-affaire'. De auteur heeft het boek niet persoonlijk gepresenteerd, er was slechts een debat in de pers: aan de ene kant Libération dat het boek verdedigde, daar tegenover Le Monde, dat heftige kritiek liet horen.

Hoe werd het boek van Finkelstein in Frankrijk nu precies ontvangen? Wat was er bijzonder aan?

Libération verwelkomde het essay als een noodzakelijk boek ter wille van een 'ontheiliging' van de herinnering aan de Shoah. Le Monde verwierp het als een verdacht pamflet van een radicaal antizionistische Jood, dat neigt naar een objectieve collaboratie met het antisemitisme.

Na uw publicaties, waaronder "De marxisten en het Joodse vraagstuk" en "De intellectuelen en de Shoah", was men verbaasd, zo niet geschokt over uw lofprijzing van Finkelstein in het Duitse tijdschrift Avanti. In uw jongste essay 'Politiek van de herinnering' uit u zich daarentegen kritischer. Is uw standpunt veranderd? Wat is er in de periode tussen beide teksten gebeurd?

Het artikel in Avanti heb ik nooit gezien. Het gaat om een vertaling van een boekrecensie van afgelopen zomer in een Nederlands tijdschrift. Tussen dit artikel en Politiek van de herinnering bestaan geen fundamentele verschillen; slechts de toon is veranderd en ik heb mijn bedenkingen extra beklemtoond. Hoewel ik het in een aantal opzichten niet eens ben met Finkelstein, stond ik - zoals ik liet weten aan de Britse uitgeverij Verso die mij het manuscript gestuurd had - positief tegenover publicatie van het boek.
Naar mijn mening snijdt het boek enkele belangrijke problemen aan, zoals die van het gebruik van de geschiedenis en de politiek van de herinnering. Finkelstein constateert de institutionalisering daarvan in verband met de Shoah, dat wil zeggen de omvorming van deze herinneringen tot een soort 'maatschappijreligie'. De manier waarop Finkelstein dit vraagstuk behandelt, lijkt mij echter deels niet gepast, deels verkeerd. Ik betreur het, dat hij zijn critici nooit heeft willen toehoren.
Een andere, nog belangrijkere kwestie is dat het boek in de Verenigde Staten als een 'heilzame provocatie' beschouwd zou kunnen worden; maar dat geldt niet zonder meer voor Europa. In het bijzonder in Duitsland brengt een automatische overzetting van Finkelsteins stellingen het gevaar met zich mee van misverstanden en uiterst gevaarlijke verdraaiingen. Ik ben bang dat noch Finkelstein noch zijn uitgever bij dit probleem stil hebben gestaan.

U maakt in uw essay melding van de spookachtige setting bij de Duitse boekpresentatie begin Februari. Heeft de Duitse ontvangst van het boek bij uw accentverschuiving een rol gespeeld?

De bijeenkomst in Berlijn heeft mijn vrees bevestigd. Ik geloof dat Finkelstein zich er geen rekenschap van heeft gegeven dat de begrippen in de Verenigde Staten en Duitsland van elkaar verschillen. Als voorbeeld: in de Verenigde Staten spreken over 'joodse lobby' is gebruikelijk, hoewel banaal. In Duitsland en in het algemeen in Europa wordt dat begrip echter geduid in een specifiek antisemitische traditie van 'de jood' als een abstract en stereotiep wezen: het geld, de financiële instituties, de winst enz.
Ik denk dat het boek op een kritische wijze gepresenteerd had moeten worden, met de nodige voorzorgsmaatregelen. Dat is niet gebeurd. Integendeel, de uitgeverij heeft op de sensatie gemikt, en de auteur heeft zich helaas voor dit spel geleend.

Wat zijn uw belangrijkste punten van kritiek op het pamflet van Finkelstein?

Ik verwijt Finkelstein in hoofdzaak twee dingen. Allereerst houdt hij geen afstand tot de zaak rond de Zwitserse banken, die hij als slachtoffer van financiële oplichterij beschouwt. Daarnaast verwerpt hij principieel het concept 'herinnering' als zinloos, leeg en bedrieglijk. Daaruit resulteert een volledige ahistorische interpretatie. De herinnering aan de Shoah wordt dan gelijkgesteld aan de fabricatie van een mythe of erger van een ideologie, waarmee materiële belangen worden verdedigd: de staat Israël, de joodse instituties in de Verenigde Staten enz. Finkelstein wekt bij tijd en wijlen de indruk, de idee van de joodse samenzwering op te graven.

Het belang van een redactionele bewerking om misverstanden in Europa te vermijden, opperde u al eerder. Toch rijst na uw kritiek op het boek de vraag: wat zou dan eigenlijk nog overblijven van het boek?

In de Europese context geplaatst en kritisch gepresenteerd, had het essay een 'heilzame provocatie' kunnen zijn. Het gebruik, zo niet misbruik van de herinnering aan de genocide ter wille van politieke en economische belangen is een schandalige realiteit, die niet verborgen mag blijven. Vijftig jaar lang beweerden de communisten, dat de critici van het stalinisme objectief medeplichtig waren aan het imperialisme. De desastreuze gevolgen van zo’n houding waren op lange termijn onweerlegbaar.
Men moet de waarheid zeggen, hoe onaangenaam deze ook moge zijn. Maar men moet ook weten, hoe men de waarheid brengt en tot wie men zich richt. Samen met fascisten de Goelag bekritiseren is niet de beste manier om de herinnering aan de slachtoffers van het stalinisme levend te houden. In Duitsland is Finkelsteins boek warm onthaald in de meest onaangename politieke kringen.

U behoort tot het collectief La Fabrique, de uitgever bij wie de Franse vertaling van 'De Holocaustindustrie' verscheen. Hoe werd in het collectief over de publicatie gesproken?

Ik had aan Pierre Vidal-Naquet voorgesteld, een kritisch voorwoord te schrijven. Vidal-Naquet is een in Frankrijk hoog aangeschreven joodse persoonlijkheid, historicus, moedig anti-kolonialist en strijdbare tegenstander van het negationisme. [opvattingen waarin de holocaust ontkend worden, KM] Helaas bedankte hij. Toen verscheen het boek met een nawoord, dat het eenzijdig in antizionistische zin interpreteerde. Men had juist een kritische, gedistantieerde positie moeten innemen. Dat is niet gebeurd, en ik betreur dit.
De publicatie van het boek kreeg een vervelende juridische nasleep. Een groep advocaten beschuldigde Finkelstein van 'aanzetten tot rassenhaat' en 'Garaudisme'. 'Garaudisme' is in Frankrijk een milde versie van het negationisme. Niemand heeft op deze tegenover de auteur en de uitgever geuite onzinnige beschuldiging gereageerd. Vidal-Naquet schreef aan Libération, dat Finkelstein’s pamflet wel 'brutaal en dom' is maar met negationisme en antisemitisme niets van doen heeft.

Dit interview verscheen eerder in Jungle World nr. 18. Vertaling door Koen van de Meulen.

Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren