In het Midden-Oosten wonen ook gewone mensen

11.04.2008

F2F
Faces is een documentaire over een project van de Franse fotograaf JR dat de Engelse titel Face to Face, F2F, meekreeg. JR fotografeerde in 2007 de gezichten van 41 Palestijnen en 41 Israëli met hetzelfde beroep: bakkers, muzikanten, kappers, taxichauffeurs, enzovoort. Hij liet ze daarbij zo gek mogelijke bekken trekken. De lachspiegelige foto’s vergrootte hij uit tot reuzenportretten en plakte die op blinde muren. In Jeruzalem, Hebron, Tel Aviv, Bethlehem, Ramallah en natuurlijk op de blindste muur van de regio: de zogenaamde ‘Veiligheidsmuur’ rondom Gaza. De bedoeling van JR was mensen om zichzelf en elkaar te laten lachen en zo figuurlijk ‘muren tussen mensen’ te slechten. Het project trok veel aandacht in de media in het Midden Oosten en haalde zelfs Al Jazeera. JR filmde ook de reacties op de koppels koppen. Niet iedereen begreep onmiddellijk de bedoeling, maar na enige uitleg was er toch overwegend instemmend gegnuif. Grappig genoeg gingen héél veel toeschouwers in de fout als ze moesten zeggen wie de Palestijn en wie de Israëli was. En de ‘Veiligheidsmuur’ wordt een belachelijk object als die wordt versierd met gigantische smoelwerken. Dat er aan die muur ook een andere realiteit kleeft, wordt duidelijk als een Palestijnse jongen over het elf meter hoge betonnen gevaarte wil klimmen, valt, een been breekt en minutenlang op de grond vlak bij die geinige foto’s akelig ligt te kermen…
Faces is een eerlijk en vooroordeel-doorbrekend document. Aardig om te zien, maar met slechts 75 minuten speelduur toch al iets te lang. Te veel van hetzelfde. Een kwartiertje korter had geen kwaad gekund.
Heilzame humor
Een film die zeker níet te lang duurt, dat is The Band’s Visit. Een humanistisch en humoristisch kleinood. Alle 85 minuten. We zien een Egyptische politiekapel aankomen in Israël om de opening van een Arabisch cultureel centrum luister bij te zetten. Acht mannen in lichtblauwe uniformen met lichtblauwe petten, met elk een instrumentfoedraal en een rolkoffer. Ze weten de weg niet en raken hem daardoor kwijt. Ze stappen op een verkeerde bus en belanden in een afgelegen plaats midden in de woestijn. Een plek waar geen Arabisch cultureel centrum is, waar helemáál geen cultuur is. Er is wel een snackbar. De Israëlische uitbaatster en enkele van haar vrienden ontfermen zich over de fanfareleden. Ze krijgen wat te eten en later ook een slaapplaats. De ‘grote wereld’ is soms niet ver weg: een van de bandleden hangt in de snackbar steels zijn pet voor de ingelijste foto van een wat al te triomfalistische Israëlische tank aan de muur. Maar die avond en nacht delen de Egyptenaren en Israëli wat ze hebben. Eten en drinken, een bed, maar ook hun ‘kleinmenselijke’ verdriet, verlangens én vaardigheden. In de meest hilarische scène van de film leert de mooie jongen van de band een verlegen Israëlische knaap hoe hij een meisje kan versieren. Een scène waar Charlie Chaplin zich niet voor had hoeven schamen. In The Band’s Visit worden vreemdheid en vijandbeeld artistiek en vertederend overwonnen, met humor in een relativerende hoofdrol. Helaas is ook deze film, net als Faces, getroffen door een harde, ándere realiteit. The Band’s Visit is in Egypte door de autoriteiten verboden. Voor de machthebbers is te veel verbroedering van het gewone volk kennelijk niet altijd wenselijk…

Dossier
Soort artikel

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.