Borderless

16 November 2019

Leven na de verzorgingsstaat

Op twee oktober bleek heel duidelijk dat Nederland een andere sociale politiek wil. Maar, luidt een van de opvallende conclusies uit een recent verschenen onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau, de meeste mensen geloven ook dat het eigenlijk niet anders kan. Zoveel berusting schreeuwt om een antwoord van links. In deze Grenzeloos een aantal opmerkelijke perspectieven, invalshoeken en voorzichtige conclusies. Wellicht kunnen ze dienen als de eerste bouwstenen voor een radicaal sociaal alternatief.

We willen in 2020 ruime sociale voorzieningen, maar verwachten dat het allemaal kariger wordt. We vinden het onwenselijk dat zieke mensen tegen die tijd veel afhankelijker zijn van hun familie door het slechte niveau van de zorg. Een grote meerderheid denkt dat dit desondanks het geval zal zijn. En terwijl slechts negen procent van de Nederlandse bevolking een verhoging van de pensioenleeftijd wenselijk acht, verwacht twee op de drie mensen dat dit toch zal gebeuren.
De kloof tussen wensen en verwachtingen is reusachtig, leert het onlangs uitgebrachte rapport van het Sociaal Cultuur Planbureau, In het zicht van de toekomst. Het onderzoek laat de kracht zien van het al decennialang durende neoliberale offensief. Het overgrote deel van de Nederlandse bevolking beleeft nog steeds het einde der ideologieën.

Tegenoffensief
Demonstreren en actievoeren tegen de plannen van Balkenende II is het begin van een nieuw geloof in de mogelijkheid om de slag te winnen. Het neoliberale offensief heeft in Nederland nog meer dan in veel andere landen het geloof in een alternatief voor de huidige afbraak van de verzorgingsstaat compleet ondermijnd. Het probleem is niet alleen dat de alternatieven er niet zijn – hoewel de crisis van links ook op het vlak van ideeën heeft toegeslagen maar ook dat mensen weinig ervaring hebben met politieke strijd. Laat staan met het binnenhalen van successen. Terwijl het geloof in eigen kracht cruciaal is voor het doen herleven van de hoop op een fundamenteel ander beleid.
Dat laat zien hoe belangrijk de acties en mobilisaties tegen de regeringsplannen zijn. Die kunnen het begin zijn van een hernieuwd zelfvertrouwen en dus ook van een geloof in echte verandering. Maar dat gaat niet vanzelf. Wat eerst en vooral nodig is, is alternatieven en eisen naar voren schuiven waar mensen iets mee kunnen, die iets voor ze betekenen en die ook gewonnen kunnen worden. Het is tijd voor een ideologisch tegenoffensief, een rode strijd om de hearts and minds. Maar die moet uit meer bestaan dan roepen dat het socialisme morgen moet worden ingevoerd.
Dat is geen gemakkelijke opgave. Weinig mensen hadden een paar maanden geleden verwacht dat de strijd op deze manier zou oplaaien, dat we de grootste mobilisatie in decennia zouden meemaken. Toch zijn de ervaringen van deze strijd essentieel voor iedereen die wil werken aan de heropbouw van een linkse beweging. De alternatieven voor het kabinetsbeleid moeten bij die strijd aansluiting vinden – en op dat vlak gebeurt te weinig. De vakbonden zijn al jarenlang in het defensief. Met zulke hevige aanvallen op de laatste restjes verzorgingsstaat is het ook moeilijk om meer te doen dan trachten te redden wat er te redden valt. Ofwel: het verdedigen van wat nog over is aan sociale rechten. In het beste geval wordt een terugkeer verlangd naar de verzorgingsstaat van weleer.

Verzorgingsstaat
Zulke ideeën worden al snel weggezet als ‘utopisch’. Helemaal onterecht is dat niet. De verzorgingsstaat is geen pasklaar model dat overal en ten alleà te allen tijden kan worden toegepast. Het was een uniek resultaat van decennia van sociale strijd. Zelfs al zou die strijd nu weer in alle hevigheid oplaaien, dan zal nog niet eenzelfde systeem hieruit volgen. Want de wereld is definitief veranderd.
Het brengt de redactie van de interessante uitgave Flex-mens. Overleven in tijden van herstructurering ertoe om te pleiten voor het ontwikkelen van ‘een nieuwe politieke verbeelding’: 'Nu is het niet het idee om de goeie ouwe tijd van de jaren zeventig terug te eisen, of een PvdA-regering. De leus ‘Stop de afbraak’ klinkt na decennia intensief gebruik schors, ietwat versleten. Het wat creatievere stop Bak-ellende geeft weer teveel eer aan Balkenende. Waar het om gaat is dat we niet zomaar terug kunnen naar de historische welvaartsstaat, die tijd is voorbij. Na zoveel jaren, stapje voor stapje achteruit geduwd te worden, is het tijd om uit het defensief te komen.’
Inderdaad, de tijd van de welvaartsstaat is voorbij. Allereerst zien we het verdwijnen van de traditionele sterke, nationale staat als gevolg van de globalisering en deregulering van de economie, een ontwikkeling waar Tom Binger in zijn op deze pagina’s afgedrukte stuk terecht op wijst. Minstens zo belangrijk is het afnemen in belang en omvang van de arbeiders die de keynesiaanse welvaartsstaat bevochten en op wie deze was ingesteld. De ‘doorsnee’ arbeider – mannelijk, kostwinner en met een vaste baan voor het leven – vormt tegenwoordig een steeds kleiner deel van de beroepsbevolking, betoogt Marcel van der Lindeà Linden in zijn bijdrage.
Dat inzicht heeft grote gevolgen, ook voor de vakbonden en hun eisen omtrent sociale zekerheid. Die worden nog vaak gekoppeld aan een in hun ogen ‘normale’ arbeidsloopbaan: een doorgaans mannelijke arbeider die tussen zijn twintigste en vijfentwintigste begint met werken, dit tientallen jaren fulltime doet, om vervolgens versleten met pensioen te gaan. Voor jongeren die vaak werken in onzekere uitzendbanen, en voor vrouwen die meer deeltijdwerken en bovendien vaker met zwangerschapsverlof gaan, is het haast onmogelijk om zo’n stabiele, aaneengesloten arbeidsloopbaan te hebben. Zij kunnen daardoor minder profiteren van de sociale voorzieningen.

Basisinkomen
Tom Binger stelt daarom voor andere sociale voorzieningen te eisen, die niet langer gekoppeld zijn aan lonen. Hij stelt voor dat links opnieuw de offensieve eis van een ruim basisinkomen voor iedereen inbrengt in de huidige sociale protesten. Daarnaast wil hij gratis goede publieke voorzieningen centraal stellen.
Op een dergelijk sociaal alternatief is de nodige kritiek mogelijk. Het zijn geen wereldschokkende eisen. Een partij als de PPR pleitte al voor het basisinkomen in de jaren zeventig. Het is een programmapunt dat zelfs onder sommige werkgevers en andere rechtse mensen van tijd tot tijd een gewillig oor vindt. De eis haalt het angel uit de strijd voor volledige werkgelegenheid, voor het recht op werk. Het basisinkomen is bovendien ‘slechts’ een vorm van herverdeling, die de onrechtvaardige productieverhoudingen niet ter discussie stelt. In die zin is het geen werkelijke offensieve eis, omdat het achterliggende economische systeem dat alle ongelijkheid en bezuinigingen veroorzaakt buiten schot blijft.
Bovendien is er de nodige kritiek mogelijk op Bingers verhaal vanuit de praktijk van (vakbonds)activisten. Zelf waarschuwt hij al dat het opstellen van blauwdrukken en mooie plannetjes kan uitlopen op ‘denksport voor academici’. Patrick van Klink, SAP-lid en vakbondsactivist sateltà ??: ‘Zo’n eis is niet concreet genoeg – het sluit niet aan bij de ideeën van mensen. Je kunt er niet voor vechten. Dat kan wel voor de eis van een 36-urige werkweek, of voor betere kinderopvang.’
Toch moeten we ons niet afsluiten voor radicale of utopische ideeën. Ze kunnen discussies op gang brengen. Ze zijn alleen al van belang om mensen te laten zien dat er wel degelijk alternatieven zijn.
Blijft over het probleem van het niet ter discussie stellen van de productieverhoudingen met een basisinkomen en gratis sociale voorzieningen. Dat betekent niet dat deze eis niet goed zou zijn; maar alleen voor een basisinkomen gaan is onvoldoende. Van Klink heeft gelijk als hij stelt dat de strijd voor arbeidstijdverkorting heel belangrijk is. Die eis stelt het probleem van de structurele werkloosheid in het kapitalisme ter discussie. Waarom meer en langer werken als veel mensen niet eens een baan kunnen vinden?
Ook voor jongeren, vrouwen en flexwerkers is dit een geschikte eis. Want zo aantrekkelijk lijkt dat ‘9 tot 5 leven’ van veel ‘traditionele’ arbeiders helemaal niet voor deze groepen. Dat is ook iets waar de hele pensioendiscussie aan voorbij gaat. Het is niet vreemd dat mensen vroeg met pensioen willen als ze zich hun hele leven lang veertig uur of meer moeten uitsloven. ‘Van de oude dag genieten’ is dan een eufemisme voor versleten aan de kant gezet worden. Waarom niet twintig of 26 uur per week werken, en dan ook wat langer door kunnen gaan na je 65e? Het maakt meteen een einde aan de marginalisering van ouderen.

De discussie over de organisatie van de solidariteit moet niet aan rechts worden overgelaten. Een open debat met bijdragen uit verschillende progressieve hoek is hoogst noodzakelijk. In deze pagina’s hopen we een bijdrage te leveren.

‘Normaal werk' - het einde van een fictie

In rap tempo verdwijnen de 'normale' fulltime banen voor het leven waar de vakbonden nog altijd vanuit gaan. Nou ja, eigenlijk ging het altijd al om een fictie. Dat schrijft Marcel van der Linden, medewerker van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, in een nog te verschijnen artikel voor het Duitse theoretische blad Fantômas. Hier alvast een voorproefje. Over hoe de precaire arbeidsverhoudingen terug zijn van nooit weggeweest.

Marcel van der Linden

Het idee dat binnen het kapitalisme iets als ‘normale arbeidsverhoudingen’ zou bestaan, leefde tot voor kort niet alleen onder de verdedigers van het vrijemarktkapitalisme met een sociaal gezicht, maar ook in kringen van radicale maatschappijcritici. In de kapitalistische metropolen zouden stabiele, door wetgeving beschermde voltijdbanen 'normaal' zijn; de logische uitkomst van een lange evolutie waarin alle andere, meer afhankelijke arbeidsverhoudingen, beetje bij beetje zouden verdwijnen.

Die opvatting is met name sinds de jaren zeventig op losse schroeven komen te staan, als gevolg van de veranderingen in het zogenaamde fordistische-keynesiaanse systeem. [Kenmerkend voor dat systeem waren de sterke nationale welvaartsstaten, grote ondernemingen en machtige vakbonden, red]. In de hoogontwikkelde landen zag je een trend in de richting van een splitsing van de arbeiders in twee sectoren. Er ontstond een relatief kleine groep van werknemers met vaste aanstellingen. Hun arbeidsproces werd geflexibiliseerd door middel van maatregelen als just-in-time productie en job rotation. Daarnaast kwam een groeiende precaire sector op van onder andere deeltijders en ‘schijnzelfstandigen’.

Een blik op de geschiedenis van de arbeid gedurende de laatste eeuwen leert, dat de zogenaamde normale arbeidsverhoudingen historisch en geografisch gezien eerder abnormaal zijn. In de Derde wereld bestaan sowieso nauwelijks vaste voltijdbanen gecombineerd met sociale zekerheid. Het eroderen van de ‘normale’ arbeidsverhoudingen in Europa en Noord-Amerika moet dan ook beschouwd worden als een terugkeer naar de in het wereldkapitalisme 'normale' toestand van onregelmatige en onzekere arbeidsverhoudingen.

De ondergang van de fictie van de normale arbeidsverhoudingen zoals die zich op dit moment voltrekt, betekent tegelijkertijd het einde van de uitsluiting van de marginale, precaire en onvrije onderklassen. En dat heeft verregaande gevolgen. Allereerst dient van nu af aan de tegenstelling tussen de onderklassen van de 'Eerste' en de 'Derde' Wereld enigszins gerelativeerd te worden, hoewel er vanzelfsprekend nog steeds grote verschillen blijven bestaan.

Ten tweede zijn de scheidslijnen tussen loonarbeid en klein ondernemerschap veel minder scherp dan tot nu toe gedacht werd. In de 'Derde' en in de 'Eerste' wereld bestaat een omvangrijk grijs gebied van (schijn-)zelfstandigheid. Formeel werken mensen weliswaar zelfstandig, maar in werkelijkheid zijn ze afhankelijk van een of twee opdrachtgevers. Deze vorm van self-employment is in de periferie al decennia lang wijdverbreid. De laatste tijd neemt zij echter ook in de metropolen sterk toe, bijvoorbeeld in de bouwsector en onder jonge academici.

Een derde gevolg van het verdwijnen van de 'normale' abeidsverhoudingen is dat het onderscheid tussen loonarbeiders en het zogenaamde 'lompenproletariaat' helemaal niet meer zo eenduidig is als de oudere theorieën suggereren. Zo leggen ook veel loonarbeiders 'lompenproletarisch' gedrag aan de dag, bijvoorbeeld bedelen en prostitutie, of diefstal op het werk.

Tenslotte is ook het begrip 'vrije' loonarbeid minder eenduidig dan meestal aangenomen wordt. Ook al zijn personen formeel vrij, dan nog kunnen ze met handen en voeten gebonden zijn aan een ondernemer, bijvoorbeeld doordat ze schulden bij hem hebben of doordat ze wonen in panden die eigendom zijn van het bedrijf.

Dat alles leidt ertoe, dat de categorie van de arbeidersklasse een andere betekenis krijgt en vooral bonter blijkt qua samenstelling. De ‘normale’ arbeidsverhoudingen zijn minder normaal dan tot nu toe gedacht werd. We zouden zelfs nog een stap verder kunnen gaan en ons afvragen, of binnen het kapitalisme überhaupt de 'volle proletariër' ooit bestaan heeft. Voor ondernemers zijn halve proletariërs veel goedkoper dan hele. 'Halve proletariërs', die tot een huishouden behoren dat ook nog andere inkomensbronnen heeft, verlagen immers het minimaal acceptabele loon, omdat ze nog over andere inkomstenbronnen beschikken. In een ‘zuiver proletarisch’ huishouden daarentegen, met een kostwinner, moet het looninkomen tenminste de kosten voor het overleven en de reproductie van het volledige gezin dekken.

'Het kan ook anders!'

Ja, er is leven na de welvaartsstaat, betoogt Tom Binger in een discussiebijdrage die onlangs in het Duitse blad Analyse & Kritik verscheen. Het wordt volgens hem hoog tijd dat links haar radicale sociale alternatieven verder uitwerkt, in plaats van nog langer toe te kijken vanaf de zijlijn of blind mee te gaan in achterhaalde vakbondsretoriek. Hieronder een ingekorte en bewerkte versie van zijn artikel.

Tom Binger

'Verdedigen, bekritiseren en overwinnen. En dat allemaal tegelijkertijd.' Zo formuleerde de redactie van een links blad ruim twintig jaar geleden de correcte strategie van links ten aanzien van de verzorgingsstaat. In de huidige protesten tegen de sociale afbraak lijkt enkel nog het verdedigen overgebleven te zijn. Dat is onvoldoende. Een oriëntatie die uitgaat van een sterke, nationale staat is volstrekt anachronistisch na twee decennia van neoliberale globalisering en deregulering van de economie. Een werkelijk sociale beweging heeft een politiek perspectief nodig dat verder gaat dan het verdedigen van de traditionele welvaartsstaat.

Tegelijkertijd is in sommige radicaal-linkse kringen een abstracte ontkenning van staat en kapitaal modieus. Deze mensen beperken zich maar al te vaak tot makkelijke kritiek op de heersende toestanden en op de politiek van andere sociale bewegingen en vakbonden. Zo'n houding leidt tot niets. Een serieuze linkse politiek die zich actief met de werkelijkheid wil bemoeien moet daarentegen het gat vullen tussen enerzijds het louter verdedigen van de klassieke welvaartsstaat, en anderzijds het domweg verwerpen van de kapitalistische verhoudingen. Een dergelijke opstelling is weliswaar principieel juist, maar politiek volstrekt hulpeloos. Alleen op die manier kunnen we de huidige sociale protesten een offensiever karakter geven.

Uitgangspunt voor zo'n radicaal alternatief is dat de sociale zekerheid niet langer voor een groot deel gekoppeld moet zijn aan het ontvangen van een vast loon. Op dit moment is dat nog wel het geval. De tijden dat vrijwel iedereen die wilde kon werken, zijn definitief voorbij. Volledige werkgelegenheid is niet alleen niet realiseerbaar, het is ook niet wenselijk, net zo min als een leven lang werken. De industriële arbeider met een gegarandeerde baan en dito inkomen behoort steeds meer tot de verleden tijd. Bovendien was het altijd al een patriarchaal ideaalbeeld: het betrof doorgaans enkel mannen, die als kostwinner een gezin onderhielden. Het onbetaalde werk dat hun vrouwen verrichtten in het huishouden bleef buiten beschouwing. Links moet daarom een nieuwe, meer pluriforme definitie van arbeid ontwikkelen, waarbij ook recht gedaan wordt aan alle vormen van huishoudelijk werk en vrijwilligerswerk.

Onze eerste eis in de sociale strijd is dan ook een gegarandeerd, hoog basisinkomen. Dat moet voor alle mensen gelden, zonder discriminerende voorwaarden zoals staatsburgerschap. Het is beschikbaar voor iedereen die in een bepaalde samenleving leeft. Doordat het basisinkomen alle uiteenlopende huidige uitkeringen bundelt, wordt daarmee het gigantische apparaat dat zich bezighoudt met het verstrekken van uitkeringen en het controleren van de ontvangers hiervan overbodig.

Tweede centrale punt in een sociaal alternatief, dat zich niet langer baseert op een beperkte groep arbeiders met vaste banen, is het uitbouwen van een sociale infrastructuur waarin publieke goederen en diensten voor iedereen beschikbaar komen. Concreet betekent dat gratis goede zorg en kosteloos onderwijs dat mensen leert deel te nemen aan de maatschappij, niet enkel aan het arbeidsproces.

Tenslotte dienen niet alleen de voorwaarden waaronder mensen recht hebben op deze sociale voorzieningen te veranderen, ook de financiering van het systeem moet op de schop. Het verzekeringsprincipe dat uitgaat van de individuele verdiensten en bijdragen moet worden losgelaten. Sociale voorzieningen en infrastructuur moeten betaald worden uit de algemene belastingen. Het geld kan naast vermogens- en erfbelasting, ook uit winstbelasting en ecotaks komen.

De belangrijkste voorwaarde voor een radicaal sociaal alternatief is daarmee echter nog niet genoemd, namelijk het opbouwen van een krachtige sociale beweging. Uiteindelijk gaat het er toch om dit debat niet enkel te voeren binnen de beperkte linkse kring. Dat kan snel ontaarden in zuiver intellectuele denksport. En dat zou jammer zijn: want het gaat hier om niets minder dan het garanderen van een vol en voor iedereen gelijkelijk toegankelijke deelname aan het maatschappelijk leven, onafhankelijk van je inkomen, soort werk, sociale status, geslacht of nationaliteit.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren