Joodse en Arabische kiezers met de Israëlische nationaliteit zijn op dinsdag 27 oktober massaal naar de stembus gegaan voor de verkiezingen voor de Knesset, het Israëlische parlement – de eerste in vier jaar, sinds de vorming van de extreemrechtse coalitie tussen de neofascistische Likud-partij en de neonazistische groeperingen van Ben-Gvir en Smotrich, evenals andere ultraorthodoxe religieuze partijen, wat resulteerde in de meest reactionaire regering in de geschiedenis van de zionistische staat.
Volgens de peilingen liggen het regeringsblok, onder leiding van de aftredende premier Benjamin Netanyahu, en de oppositiecoalitie onder leiding van de voormalige stafchef van de Israëlische strijdkrachten, Gadi Eisenkot, op dit moment nek aan nek, zo blijkt uit de huidige schattingen. Het zal nog enkele dagen duren voordat de definitieve resultaten bekend worden gemaakt en er zullen nog enkele weken van onderhandelingen tussen de fracties in de Knesset nodig zijn voordat de samenstelling van de volgende regering bekend is.
Zoals alom benadrukt, is het meest cruciale kenmerk van de recente verkiezingen dat het de eerste zijn sinds de operatie van Hamas op 7 oktober 2023, die aanleiding gaf tot de door het Israëlische leger tegen Gaza gelanceerde genocidale oorlog, met ontheemding van de inwoners en vernietiging van de overgrote meerderheid van de gebouwen. Daar kwam bovenop een gevaarlijke en ongekende escalatie van het geweld door zionistische kolonisten tegen de Palestijnse bevolking op de Westelijke Jordaanoever, die duidelijk deel uitmaakt van een sluipende campagne van etnische zuivering, vergelijkbaar met wat in het grootste deel van Palestina tijdens de Nakba van 1948 en meer recentelijk in de Gazastrook is waargenomen.
Deze nieuwe verkiezingen vinden ook plaats op een moment van toenemende spanning binnen de Israëlische samenleving tussen aanhangers van de regeringscoalitie en de zionistische oppositie. Die spanning was al vóór 7 oktober op haar hoogtepunt en uitte zich destijds in grote demonstraties die door de oppositie werden georganiseerd en waarbij gerechtelijke kwesties centraal stonden. Dat gebeurde vóórdat de door Hamas geleide operatie het grootste deel van de Israëlisch-Joodse samenleving tijdelijk verenigde in de haat tegen de Palestijnen, met name die in Gaza, maar ook alle anderen, inclusief degenen met de Israëlische nationaliteit. Met andere woorden: de racistische zionistische haat heeft de afgelopen drie jaar een hoogtepunt bereikt binnen de Israëlisch-Joodse samenleving en is nog niet noemenswaardig afgenomen.
Hieruit volgt dat de belangrijkste kwesties die centraal staan in de nieuwe verkiezingscyclus geen wezenlijke invloed hebben op de recentelijk versterkte reactionaire zionistische consensus. Palestina speelt daarin zeker geen centrale rol. In feite is het bijna volledig afwezig in het debat tussen Netanyahu en zijn tegenstanders, afgezien van het feit dat beide kampen elkaar ervan beschuldigen Hamas in de kaart te spelen. Alle zionistische partijen, van extreemrechts tot wat er nog over is van het zionistische ‘links’, verklaren zelfs dat ze de oprichting van een Palestijnse reststaat naar het voorbeeld van de huidige Palestijnse Autoriteit in Ramallah afwijzen. In het beste geval koppelen ze een dergelijk vooruitzicht aan een strengere en strakkere controle over de Palestijnse bevolking, waardoor die nog minder ‘soevereiniteit’ zou krijgen dan de bantoestans in Zuid-Afrika ten tijde van de apartheid.
Geconfronteerd met die betreurenswaardige situatie had een aantal Joodse kiezers, waarschijnlijk meer dan bij alle voorgaande verkiezingen, aangegeven van plan te zijn te stemmen op een van de twee Arabische blokken: op de Verenigde Lijst, gezamenlijk geleid door een leider van islamitisch rechts en een zionistische jood, voor de meer 'gematigden'; of voor de Gezamenlijke Lijst, in het geval van progressieve joden die streven naar een vreedzame coëxistentie met het Palestijnse volk. Een sterk resultaat van de Gezamenlijke Lijst, zoals voorspeld door de peilingen en bevestigd door recente schattingen, zou het best mogelijke resultaat van de huidige verkiezingen zijn.
Het feit dat progressieve joden op die lijst hebben gestemd, illustreert echter bovenal hun onvermogen om een overwegend Joodse politieke organisatie op te richten die zich verzet tegen de zionistische consensus. Een dergelijke oppositie zou de afwijzing moeten inhouden van het principe van een 'Joodse staat', ten gunste van de eis van een 'staat van al zijn burgers', zoals die door de progressieve Arabische oppositiepartijen naar voren wordt gebracht. Bovendien zou ze oproepen tot de terugtrekking van het bezettingsleger en de zionistische kolonisten uit alle in 1967 bezette gebieden en zou ze het recht op terugkeer of schadeloosstelling van de Palestijnse vluchtelingen ondersteunen in het kader van het onvervreemdbare recht van het Palestijnse volk op zelfbeschikking.
Mansour Abbas, leider van de Gezamenlijke Lijst, streeft ernaar een akkoord te sluiten met de zionistische oppositie, vergelijkbaar met het akkoord dat hij in 2021-2022 had gesloten door zonder ministerportefeuille deel te nemen aan de regering onder leiding van Naftali Bennett. Bennett is een extreemrechtse zionistische leider en rivaal van Netanyahu, en Yair Lapid, die door de media als 'gematigd' wordt bestempeld, terwijl hij Netanyahu op punten als de uitroeiing van Hamas of de oorlog tegen Iran nog overtreft. Vandaag de dag is Eisenkot de belangrijkste leider van de zionistische oppositie, een man die persoonlijk toezicht hield op de uitvoering in Libanon van de militaire doctrine die hij zelf had uitgewerkt – waarin hij pleitte voor de volledige vernietiging van stedelijke gebieden waar vijandelijke troepen zijn gevestigd, zonder burgers te sparen en dus in flagrante schending van het internationaal recht.
Mansour Abbas streeft naar samenwerking met Eisenkot, maar die die weigert een alliantie aan te gaan met een Arabische partij door middel van voorwaarden zoals de eis om Hamas als 'terroristisch' te bestempelen. Dat is een eis waaraan Abbas bijzonder moeilijk kan voldoen, aangezien hij zelf voortkomt uit dezelfde Moslimbroederschap-beweging waaruit Hamas is voortgekomen. Dat heeft Abbas ertoe aangezet om die hindernis proberen te overwinnen door een Joodse, zionistische politieofficier bovenaan zijn lijst te plaatsen, in de hoop dat Eisenkot die zou kunnen aanvaarden als minister in een regering die hij zou vormen, mocht hij met de steun van de Verenigde Lijst een parlementaire meerderheid kunnen behalen.
De Gezamenlijke Lijst heeft op haar beurt aangekondigd bereid te zijn om de oppositie tegen Netanyahu en zijn huidige coalitie steun te bieden bij stemmingen in de Knesset, op voorwaarde dat de oppositie zich ertoe verbindt tegemoet te komen aan de dringende eisen met betrekking tot de levensomstandigheden van de Palestijnen in Israël en haar steun uitspreekt voor de oprichting van een Palestijnse staat. De bestaande consensus tussen de regeringscoalitie en de zionistische oppositie over de principiële afwijzing van een Palestijnse ministaat maakt het aanbod van de Gezamenlijke Lijst echter onmogelijk, als ze aan haar voorwaarde vasthoudt. Dat zou volkomen normaal zijn, want geen enkele Palestijnse oppositie tegen het zionisme zou enige steun mogen verlenen aan zionistische partijen die vijandig staan tegenover haar volk – zo niet binnen de grenzen van de zionistische staat, dan zeker daarbuiten.
Een regering onder leiding van Eisenkot zou zeker niet afwijken van de zionistische consensus wat betreft de voortdurende inspanningen om Hamas uit te schakelen en Gaza onder controle te houden, evenals de aanvallen op Iran in samenwerking met de Verenigde Staten en op Hezbollah in Libanon. Wat een regering onder leiding van Eisenkot zou kunnen onderscheiden van de huidige, afgezien van de controverse rond de dienstplicht voor ultraorthodoxe joodse studenten, is de bestrijding van de overtredingen van extremistische zionistische kolonisten, die door Ben-Gvir en Smotrich worden aangezet tot aanvallen op Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever. In feite heeft Netanyahu zelf enige ontevredenheid geuit over de acties van dergelijke fanatici, vanwege de extra schade die ze toebrengen aan de internationale reputatie van Israël.
Het uiteindelijke doel van Eisenkot is echter het behoud van de controle van de zionistische staat over het grootste deel van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, met als uiteindelijk doel die gebieden te annexeren. De overige gebieden zouden dan openstaan voor de uitvoering van het zogenaamde 'vredesplan' van Donald Trump, een manoeuvre waartoe Netanyahu zelf gedwongen zou worden als Trump na zijn huidige focus op Iran en Oekraïne weer op zijn grillen zou terugkomen.
Dat gezegd hebbende: als geen van de twee belangrijkste blokken erin slaagt een meerderheidsalliantie in de Knesset tot stand te brengen, kan een herschikking van de verhoudingen in het zionistische politieke landschap niet worden uitgesloten. Netanyahu zal zich daarbij mogelijk distantiëren van zijn twee lastige bondgenoten, Ben-Gvir en Smotrich, om de weg vrij te maken voor de vorming van een 'regering van nationale eenheid' tussen hem en de huidige oppositiepartijen, waarmee hij in het recente verleden allemaal de macht heeft gedeeld. Alvorens tot een dergelijk compromis te komen, zal hij echter zeker proberen de meest rechtse leden van het oppositieblok af te splitsen, die bijgevolg het meest bereid zijn om samen te werken met zijn huidige extreemrechtse coalitie.
Dit artikel stond op Frustration Magazine. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.
Reactie toevoegen