Borderless

17 February 2020

Neem de gouden handschoen op

In 2010 kwamen de schoonmakers voor het eerst in opstand. Zeker 1500 mensen maakten tijdens een lange staking van negen weken zichtbaar dat er ook in Nederland nog misstanden bestaan, dat er tegen gevochten wordt en dat er resultaten behaald kunnen worden. Hun opstand was het begin.

In 2010 kwamen de schoonmakers voor het eerst in opstand. Zeker 1500 mensen maakten tijdens een lange staking van negen weken zichtbaar dat er ook in Nederland nog misstanden bestaan, dat er tegen gevochten wordt en dat er resultaten behaald kunnen worden. Hun opstand was het begin.

Na 16 weken staken in 2012 hebben 3000 schoonmakers weer een overwinning in de wacht gesleept. Behalve een loonsverhoging van 4,85 procent in twee jaar en verhoging van de eindejaarsuitkering, hebben zij afspraken afgedwongen over opleidingen en meer zekerheid voor uitzendkrachten. De stakers krijgen hun loon uitbetaald over de gestaakte dagen. Eerder werden de eisen van de schoonmakers door hun bazen nog als onhaalbaar gekwalificeerd. Gezien de hardnekkigheid waarmee de schoonmaakbazen steevast weigerden om over de brug te komen is dit volgens de stakers dan ook ‘de mooiste cao in crisistijd’. De strijd was harder en vergde meer van iedereen dan in 2010.

'Niemand kan meer om ons heen. We zijn in tijden van economische storm hoger op de ladder geklommen. We zijn nog lang niet boven, maar we staan ook niet meer in de put,' zegt een trotse Khadija Tahiri. Tahiri is ziekenhuisschoonmaker en gekozen als President van de Vakbond van Schoonmakers. 'We hebben misschien wel de hoogste loonsverhoging van Nederland afgedwongen, maar we zijn het meest trots op de respect-afspraken over werkdruk, opleidingen, uitzendkrachten en behandeling bij ziekte.'

Respect is de belangrijkste winst van de staking. Niet alleen door de steun die de stakers wisten te krijgen uit alle hoeken van de samenleving: van de Internationale Socialisten tot aan Jort kelder. Ook omdat nu geregeld is dat er voortaan in werktijd kan worden gesproken over het organiseren in de vakbond. Vanwege veel voorkomende intimidatie op de werkvloer is dit een grote stap vooruit. Boven alles staat het zelfvertrouwen dat de stakers hebben gekregen. Dat is belangrijker dan wat er op papier is afgesproken.
Een ander belangrijk resultaat betreft de uitzendkrachten. Tegen de trend van toenemende flexibilisering in, wordt het voor degene die een jaar als uitzendkracht in de schoonmaak werkt mogelijk om daarna anderhalf jaar een tijdelijk contract bij een schoonmaakbedrijf te krijgen, om vervolgens een vast contract te tekenen.
En in tegenstelling tot 2010 zijn er nu wel afspraken gemaakt over het ziekteverzuimbeleid. De schoonmakers knokten al lang voor het afschaffen van de twee niet betaalde wachtdagen bij ziekte, maar dat is ook bij deze ronde niet gelukt. In plaats daarvan wordt er nu bij een aantal opdrachtgevers een experiment aangegaan voor het verbeteren van het ziekteverzuimbeleid. Hierin wordt een betere ziekteregeling getest, met onder andere doorbetaling bij ziekte. Aan de resultaten van de experimenten met het verzuimbeleid beloofden de werkgevers zich te zullen binden.
De strijd houdt dus niet op. Gezien het hardnekkig verzet van de werkgevers en de blijvende druk op de kosten zal er op de werkvloer aandacht moeten blijven voor het nakomen van de afspraken omtrent uitzendkrachten, werkdruk en ziekteverzuim. De noodzaak om de vakbond op bedrijfsniveau beter te organiseren is hiermee groter geworden. De afspraken over vakbondswerk in de baas zijn tijd zijn daarom ook belangrijk. Ze zijn een kans om meer schoonmakers te organiseren en zelfvertrouwen te geven.

Bij deze en de volgende strijd zal daarnaast verbreding hard nodig zijn naar andere groepen werknemers toe. Er zijn veel meer mensen die flexibele, slecht betaalde tijdelijke banen hebben. Ook werknemers met een vast contract voelen de toenemende druk van flexibiliteit en werkdruk. Er moet een band gesmeed worden met de mensen die bij de opdrachtgevers werken en de andere beroepsgroepen die bij ingeleende bedrijven werken. Dit zijn grote bedrijven die naast schoonmakers vaak ook bewaking, catering en andere diensten organiseren.

De schoonmakers hebben hun solidariteit laten zien tijdens de acties voor behoud van de sociale werkplaatsen. Dit voorbeeld verdient navolging. Kaderleden van de verschillende bonden zullen die handschoen op moeten nemen. Als kaderleden van nu nog verschillende bonden en met verschillende bazen moeten we elkaar steunen. We werken immers op hetzelfde kantoor of op dezelfde fabriek of werkplaats. We ervaren dezelfde problemen en vaak hetzelfde gebrek aan respect. Dat begint met in gesprek met elkaar komen en met wederzijdse hulp met kleine problemen. De vakbond zal zelf ook moeten veranderen. Vakbondswerk houdt niet op bij de grens van het eigen bedrijf, van de eigen CAO. We zijn allemaal onbekende helden. Jort Kelder's daad is het verbinden van zijn naam aan een actie. De 'onbekende Nederlanders' moeten er hun eigen daden aan verbinden. Alleen dan kunnen we de werkgevers dwingen stappen terug te doen op het pad van de kostenverlaging en flexibilisering. Bij de volgende acties moeten niet alleen meer schoonmakers betrokken zijn maar ook veel meer andere werknemers. Dan is de toekomst aan ons.

Tags: 
Dossier: 
Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren