De meest invloedrijke neoliberale theoreticus was Milton Friedman: hoogleraar in Chicago en economisch adviseur van verschillende dictatoriale regimes. Friedman geloofde in shock: neoliberale hervormingen hadden in zijn ogen alleen kans als ze werden doorgevoerd op het moment dat de bevolking in shock verkeert.
Enkele maanden voor zijn dood, na Katryna en de overstroming van New Orleans, liet hij nog eenmaal van zich horen. In The Wall Street Journal publiceerde hij een artikel waarin hij voorstelde om de vreselijke gebeurtenissen in New Orleans te beschouwen als een kans om het onderwijssysteem radicaal te hervormen. Zijn ideeën om scholen te privatiseren en gezinnen vouchers te geven om onderwijs mee in te kopen, werden opgepikt door allerlei rechtse denktanks, waaronder Ayaan Hirsi Ali’s ‘vrijheidslievende’ werkgever American Enterprise Institute. De ideeën werden vervolgens enthousiast ontvangen door de federale overheid die tientallen miljoenen euro’s pompte in een systeem van geprivatiseerde scholen. Het goed georganiseerde lerarenkorps van New Orleans had het nakijken. Dat gold ook voor de zwarte Amerikanen voor wie het publieke onderwijs een verworvenheid van de burgerrechtenbeweging was omdat het ieder kind een standaard aan onderwijs bood. Friedman had zijn laatste slag gewonnen.
De ideeën van Friedman zijn zonder het belang van shock niet te begrijpen, betoogt Klein overtuigend. Neoliberale programma’s werden steeds weer onder dwang opgelegd. In het Chili na de staatsgreep van Pinochet en net als in Argentinië en Brazilië onder extreem gewelddadige omstandigheden, waaronder massale marteling en moord. In Bolivia na grote economische crises; in Polen tijdens en vlak na de overgang naar democratie; in Rusland na de coup van Jeltsin. Steeds werden tegen de wil van de meerderheid van de bevolking maar met de steun van de VS en West-Europa radicale neoliberale hervormingen aan mensen opgelegd. Die hervormingen leidden tot het ontstaan van kleine extreem rijke elites en een groeiende kloof tussen arm en rijk.
Om moedeloos van te worden is Kleins beschrijving van de teloorgang van de hoop op een ander Zuid-Afrika na het aan de macht komen van het ANC. Zuid Afrika was begin jaren negentig een hoopvolle samenleving. Een maatschappij die zou afrekenen met de officiële politiek van de apartheid. Het was een belofte die verder reikte dan de formele en juridische ongelijkheid van de apartheidswetgeving. De armoede en economische achterstelling van met name de zwarte bevolking – die voortkwam uit het trouwe huwelijk tussen apartheid en kapitalisme in Zuid-Afrika - zou worden aangepakt. Klein beschrijft hoe Nelson Mandela kort voordat hij de gevangenis verlaat nog eens bevestigt dat in het nieuwe Zuid-Afrika fundamentele sociaal-economische maatregelen nodig waren om iets te doen aan de onvoorstelbare kloof tussen arm en rijk. De nationalisatie van bepaalde sectoren van de economie was een van de maatregelen die beschreven stonden in het Freedom Charter van het ANC. In dat programma van eisen stond ook: het recht op werk; op toegang tot basisvoorzieningen; gratis onderwijs en gezondheidszorg. De Charter eiste voor de zwarte bevolking een stukje van de taart op. De taart die decennialang door de blanken onderling was verdeeld. In het rijkste land van Zuid-Afrika leek alles mogelijk. Duidelijk was dat een neoliberaal recept – het primaat van de markt – niet in overeenstemming was met de opvattingen van het ANC.
Dertien jaar na Zuid-Afrika’s eerste verkiezingen in 1994, blijkt dat er niets terecht is gekomen van de droom van een nieuw Zuid-Afrika. In 2007 is gemiddelde levensverwachting van zwarte Zuid-Afrikanen dertien jaar lager dan in 1990. Het Freedom Charter is inhoudelijk in de prullenbak beland. De elite zit stevig in het zadel. De neoliberale politiek van privatisering en door het IMF opgelegde structurele aanpassingsprogramma’s heeft ertoe geleid dat miljoenen mensen zijn afgesloten van elektriciteit en water. De werkloosheid is verdubbeld, net als het aantal mensen dat van minder dan een dollar per dag rond moet komen.
Kleins boek roept meer dan alleen grote verontwaardiging op. Het boek zou tot meer discussie en verdieping moeten leiden in de globaliseringsbeweging. De kern van zo’n debat zou moeten zijn: wat is de weg uit het neoliberalisme. Klein zelf lijkt een groot vertrouwen te hebben in een Keynesiaanse oplossing, de ‘gemengde economieën’. Op zo’n traditioneel sociaal-democratische strategie is heel veel kritiek mogelijk. Laten we dat debat gaan voeren, met steeds de verontwaardiging en de woede die uit Kleins geweldige boek spreken als leidraad.
Reactie toevoegen