Borderless

22 August 2019

Nostalgie naar de toekomst

In Cross of my calling, het nieuwe album van de Zweedse punkband The (International) Noise Conspiracy klinkt nostalgie door naar de dromen van 1968 maar belangrijker is het verlangen naar een betere wereld.

The (International) Noise Conspiracy kwam voort uit Refused, een band waarin de rebellie van de jaren zestig al een belangrijke rol speelde, in het bijzonder de Mei-opstand in Parijs in 1968. T(I)NC ging nog een stapje verder door niet alleen te zingen over Mei ’68 maar ook te klinken als een garage-band uit dat decennium. Cross of my calling is een nieuwe stap voor de band die zichzelf omschrijft als een kruising tussen Elvis en Che Guevara; de traditionele felle garage-rock is vermengd met soul en zelfs psychedelica; luister maar naar het orgel-intro van het album. Meer sixties wordt het bijna niet en bij tijd en wijle loopt T(I)NC het risico te vervallen in een band die leeft van nostalgie naar een geïdealiseerd verleden: een tijd toen rock ‘n roll nog rebels was en revolutionair niet slechts een term voor nieuwe wasmiddelen. Een voorbeeld is de clip voor ‘Capitalism stole my virginity’ uit 2007; de band en de hele setting zou zo in een film van Jean Luc Godard in zijn meest maoïstische periode passen. Het is treurig als revolutionairen niet meer dromen van de toekomst maar terugkijken op het verleden.

Gelukkig was de muziek van T(I)NC altijd al te leuk om louter een inside-joke te zijn voor mensen met revolutionaire Franse theorie en cultuur als hobby. Maar zonder de invloed van vooral de zogenaamde ‘situationisten’ was T(I)NC niet denkbaar geweest. De situationisten waren een groep voormalige kunstenaars die eind jaren vijftig tot de conclusie kwamen dat in een consumptiemaatschappij kunst slechts koopwaar was. In plaats van kunst te maken streefden zij naar een revolutie die een eind moest maken aan de vervreemding en de emotionele armoede die in het westen de materiële armoede langzaam ging overvleugelen. Alhoewel ze nooit meer dan enkele tientallen leden hadden vonden hun ideeën over directe democratie en spontane, creatieve opstanden een breed gehoor in het nieuwe links van de jaren zestig: de utopie moest weer voorop gesteld worden. In Mei ’68 zeiden de situationisten ‘onze ideeën zitten in ieders hoofd’. Overdreven natuurlijk, maar niet zo sterk overdreven als de geringe omvang van hun organisatie zou doen vermoeden.

Je hoeft trouwens niet eens een liefhebber van anti-kapitalistische punkrock te zijn om een boek als Guy Debords ‘De Spektakelmaatschappij’, een van de klassiekers van de situationisten, te lezen. Onder een laag van obscuur taalgebruik gaat een fascinerend boek schuil waarin de marxistische theorie over vervreemding – kort gezegd het proces waarin menselijke creaties, zoals koopwaar, de relaties tussen mensen gaan bepalen – sterk wordt uitgebreid. In plaats van vervreemding als een gevolg van het economisch proces te zien is het voor Debord deel van alle aspecten van het leven in een consumptiemaatschappij. De spektakelmaatschappij is het soort maatschappij waar een stem op een de of andere partij ongeveer hetzelfde gewicht heeft als de keuze tussen twee soorten tandpasta. Het is een maatschappij waar onze dagelijkse levens, de officiële politiek en cultuur geïntegreerd zijn in een schouwspel waar we, bij gebrek aan zeggenschap, alleen als toeschouwers en klapvee deel aan kunnen nemen. Op muzikanten die tegelijkertijd een politieke boodschap willen overbrengen als de klippen van commercie en pretentieus elitarisme vermijden, zoals T(I)NC, heeft dit concept nog steeds aantrekkingskracht.

Terug naar Cross of my Calling. Muzikaal gezien is het gevarieerder dan de vorige T(I)NC albums en ook de teksten zijn sterker dan voorheen. Vroeger lazen die nogal eens als een collage van slogans en citaten van min of meer obscure revolutionairen. Deels is dat gewoon hetzelfde gebleven, maar dit keer zijn de teksten ook persoonlijker geworden. Cross of my Calling is nog steeds niet wat T(I)NC graag zou willen zijn - de soundtrack voor een revolutie. Daarvoor blijft de band teveel hangen in het verleden. Maar eigenlijk kan je het ze niet kwalijk nemen. Radicale veranderingen zijn nog steeds zo ver weg; waarom zou het met muziek dan anders zijn? In de tussentijd kunnen we, werkende aan meer radicale tijden, ons via T(I)NC laten inspireren door de utopia’s van voorgaande generaties.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren