Borderless

20 September 2018

Socialisme voor de 21e eeuw

Het komende wereld sociaal forum in januari wordt niet meer zoals voorafgaande edities op één plek gehouden, maar op drie verschillende continenten. Voor Latijns Amerika is gekozen voor Carácas. Een uitstekende keuze, want nergens in Latijns Amerika valt op dit moment zo veel inspiratie op te doen voor de strijd tegen de neoliberale wanorde als in Venezuela.

De eerste versies van het WSF vonden plaats in de zuid Braziliaanse stad Porto Alegre, waar toen (de linkervleugel van) de arbeiderspartij aan de macht was. Het daar ontwikkelde systeem van participatief budgetteren vormden een belangrijke bron van inspiratie voor activisten uit de hele wereld. Na het aan de macht komen van Lula als president van Brazilië en de rechtse koers van zijn regering heeft de PT de verkiezingen in Porto Alegre verloren. Daarmee is Brazilië zijn voortrekkersrol in de strijd tegen het neoliberalisme verloren.
In Venezuela zijn juist de afgelopen periode zeer interessante ervaringen opgedaan met nieuwe vormen van democratie en volksparticipatie. Dat kan de discussie in de beweging van andersglobalisten nieuwe impulsen geven.
Natuurlijk gaat het er niet om dat Venezuela een nieuw model of gidsland zou zijn. De strijd voor een andere wereld kent geen modellen of gidslanden. Het idee dat de ervaringen van één land overgeplant kunnen worden naar elders heeft links in de vorige eeuw als genoeg ellende bezorgd. Iedere ervaring is uniek, maar kan wel dienen als inspiratie en stof tot verdere reflectie over de eigen aanpak van de strijd. En daarvoor zijn de sociale fora juist bedoeld.

Smalle marges
De Venezolaanse ervaring is - ook als we die met andere ontwikkelingen in Latijns Amerika vergelijken - uitzonderlijk. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Nicaragua in 1979 of Cuba in 1959 was er bij het aan de macht komen van Chávez in 1998 geen sprake van het instorten van het bestaande staatsapparaat. Chávez won in 1998 de presidentsverkiezingen en sindsdien is zijn positie acht maal door de kiezers bevestigd. Maar het hele uitvoerende staatsapparaat - de hele staatsbureaucratie van ongeveer achthonderdduizend ambtenaren - bestaat voor het grootste deel nog uit dezelfde mensen als zeven jaar geleden. En ze heeft in grote lijnen nog dezelfde structuur en manier van functioneren als onder het oude regime. Zelfs als men dat gewild had was er geen mogelijkheid geweest om dat apparaat op korte termijn te vervangen. Dat zou tot chaos en burgeroorlog hebben geleid.
De economische macht is in Venezuela nog steeds in handen van de oude elite die ook de massamedia bezit en zich gesteund weet door haar machtige vriend in het Noorden.
De marges voor de Chavisten zijn dus zeer smal. Maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld de regering Lula kiezen zij er niet voor om dan maar zelf de braafste leerling uit de neoliberale klas te worden. De politiek van Chávez en zijn medestanders is erop gericht om die marges steeds verder te vergroten, steeds meer tegenmacht op te bouwen tegenover de macht van de elite.

Tegenmacht
De basis voor die tegenmacht ligt bij de bevolking. En dan met name de tachtig procent van de bevolking die - in het aan olie schatrijke Venezuela - onder de armoedegrens leeft. De steun van de bevolking aan Chávez en zijn project is in de loop van de tijd alleen maar toegenomen. Bij iedere verkiezing bleek weer een groter deel van het electoraat hem te steunen.
Maar het blijft niet beperkt tot steun bij verkiezingen en referenda. Er is vooral een actieve betrokkenheid van een steeds grote deel van de bevolking bij het proces.
De basis daarvoor ligt in een groot aantal initiatieven waar de arme bevolking direct van profiteert. Zoals de landhervorming die arme boeren en landarbeiders aan land helpen. De alfabetiseringscampagne waardoor anderhalf miljoen mensen leren lezen en schrijven. De bouw van driehonderd gezondheidscentra in de armste gemeenschappen waar gratis gezondheidszorg wordt verstrekt. De keten van sterk gesubsidieerde supermarkten met lage voedselprijzen, en de strakke prijscontrole voor 160 basisvoedselproducten. De gaarkeukens in arme wijken; de oprichting van nieuwe banken die goedkope kredieten verstrekken aan vrouwen- en arbeiderscoöperaties en dergelijke zijn ook van grote betekenis.
De bevolking profiteert niet alleen van deze voorzieningen, ze neemt ook actief deel aan de uitvoering ervan. De gezondheidscentra worden door de staat gefinancierd. Er werken 12.000 Cubaanse artsen. Maar de hele organisatie van de centra ligt in handen van de gemeenschappen zelf. Ook de alfabetisering en het gratis basisonderwijs en vakonderwijs in arme buurten wordt buiten de bestaande organen (van het ministerie van onderwijs) om georganiseerd. De lessen worden gegeven door vrijwilligers. Waarbij het meestal de bewoners zelf zijn die hun minder geschoolde buren onderwijzen. Het voedsel voor de gaarkeukens wordt door de regering verstrekt. Het wordt bereid door de bewoners zelf, die ook voor de distributie en organisatie zorgen.
De vrouwenbank Banmujer verstrekt goedkope leningen aan vrouwen(projecten), geeft economisch advies en organiseert cursussen. Ze draait op kapitaal van de overheid, maar het zijn de vrouwen zelf die de zaak draaiende houden.
Zo is er een heel netwerk ontstaan van volksorganisaties. Gesteund door de regering, maar los van het staatsapparaat. Het bereik van deze netwerken is groot. Dat blijkt uit het feit dat ongeveer de helft van de bevolking het afgelopen jaar een af andere vorm van scholing heeft gevolgd en dat de nieuwe door de staat gerunde supermarktketen MERCAL binnen een jaar 35 tot veertig procent van de distributie van basisvoedsel verzorgde.
Behalve in deze organisaties - die op de directe belangen van de bevolking zijn gericht - neemt ook de participatie van de bevolking bij meer politieke activiteiten toe. Zo waren er tijdens de campagne voor het referendum in augustus vorige jaar 1,2 miljoen mensen actief in de verkiezingsbrigades. Geen onaanzienlijk aantal op een totale bevolking van 25 miljoen.

De vakbeweging
Opmerkelijke ontwikkelingen zijn er ook binnen de vakbeweging. De traditionele vakbeweging CTV, waarvan de leiding nauw verbonden is met de voormalige sociaal democratische regeringspartij AD (Acciòn Democrata) stond (en staat) bekend als corrupt en werkt nauw samen met de werkgevers.
Vakbondsleiders waren tientallen jaren aan de macht zonder dat er ooit interne verkiezingen werden gehouden. Het was volstrekt normaal dat wie zich binnen de vakbond kritisch opstelde de volgende dag op zijn of haar werk ontslagen werd. De CTV speelde een vooraanstaande rol in de staking tegen de regering Chávez in 2002 en steunde de rechtse coup die daarop volgde.
In 2003 is er een nieuwe vakcentrale opgericht, de UNT, die (naar eigen zeggen) inmiddels twee maal zoveel leden heeft als de CTV. Objectieve cijfers zijn niet beschikbaar, maar duidelijk is dat door de UNT de afgelopen jaren aanzienlijk meer collectieve arbeidsovereenkomsten zijn afgesloten dan door de CTV.
De UNT is vooral opgebouwd door mensen die binnen de CTV streden voor democratisering. Ze werden daarbij sterk geholpen door een nieuwe - onder Chávez tot stand gekomen - wet die bepaalde dat vakbondsleiders door de basis verkozen moesten worden. Dat gaf de mogelijkheid om verkiezingen af te dwingen.
Binnen de UNT zijn heftige discussies over de koers van deze nieuwe vakcentrale, met name over de verhouding tot de regering. Een groot deel van de organisatie is voorstander van een strikte handhaving van de onafhankelijkheid – ondanks sympathie voor de huidige regering.
Een tweede belangrijke ontwikkeling op het ‘arbeidsfront’ is de beweging voor arbeiderscontrole. De roep om arbeiderscontrole begon tijdens de door de werkgevers en CTV georganiseerde politieke staking in de olie industrie in 2002. Terwijl het management de bedrijven stil lieten leggen probeerde groepen arbeiders de productie door te laten gaan. Na het mislukken van de bazenstaking trokken radicale arbeiders de conclusie dat arbeiderscontrole noodzakelijk was om dergelijke acties in de toekomst onmogelijk te maken.
Inmiddels is in een aantal genationaliseerde bedrijven arbeiderscontrole ingevoerd. Een van de gevolgen daarvan is dat deze bedrijven een zeer actieve sociale en milieu politiek voeren.
Door de UNT is een wetsvoorstel gelanceerd voor de invoering van arbeiderscontrole in zowel de staats- als de particuliere sector. Door linkse activisten, voor het grootste deel actief in de UNT, is het initiatief genomen tot de oprichting van een nieuwe politieke partij de PRS (Partij voor Revolutie en Socialisme).

Uitstraling
Al deze ontwikkelingen - die we in het kader van dit artikel slechts aan kunnen stippen – hebben tot grote veranderingen geleid in de Venezolaanse maatschappij. Ze hebben ook een grote uitstraling in de rest van Latijns Amerika. Het is dan ook niet toevallig dat Chávez de voorman is van de strijd tegen de door de VS bepleitte vrijhandelszone van Noord, Midden en Zuid Amerika. Hij wordt door velen als de nieuwe held van Latijns Amerikaans links gezien.
Chávez zelf is duidelijk geradicaliseerd. Vorig jaar zette hij zich nog af tegen het marxisme, nu bepleit hij de revolutie binnen de revolutie en spreekt van het socialisme van de 21e eeuw.
Het is niet verwonderlijk dat hij gehaat wordt door Bush. De Noord Amerikaanse regering heeft vele miljoenen uitgetrokken om de regering Chávez op allerlei manieren te bestrijden. De methoden die men daarbij gebruikt komen in sterke mate overeen met de manier waarop men indertijd de Nicaraguaanse revolutie bestreed. Militaire dreiging vanuit buurlanden (Colombia) met plannen voor het creëren/stimuleren van grensincidenten; economische en diplomatiek maatregelen; en vooral een grote wereldwijde lastercampagne.
Daarom is het meer dan nuttig dat komend jaar vele tienduizenden activisten uit de hele wereld met eigen ogen kunnen zien hoe het toegaat onder Chávez. Want er is genoeg interessants en stimulerends te zien.

Vertrouwen in democratie
Volgens opinieonderzoeken loopt in Latijns Amerika het vertrouwen in de democratie gestaag terug. Volgens een recent onderzoek van de Chileense 'Latino Barometer' daalde de steun voor de democratie in het hele continent sinds 1996 met acht punten tot 53 procent. De enige uitzondering was Venezuela, waar het in dezelfde periode met twaalf punten steeg tot 74 procent.
Dezelfde ontwikkeling zien we bij de opkomst. Bij het referendum in 1999 over het bijeenroepen van een grondwetgevende vergadering was de opkomst 39 procent. Bij het referendum in 2004 over het mandaat van Chávez ging 74 procent van de kiezers naar de stembus.

Meer lezen: In International Viewpoint (zoek op Venezuela)
Een speciale Engelstalige site: www.venezuelanalysis.com
Door het Internationaal Instituut voor Sociale geschiedenis in Amsterdam is een interessante online-publicatie samengesteld met Spaanse en Engelse teksten over recente ontwikkelingen in de Venezuelaanse vakbeweging. www.iisg.nl/labouragain/labourvenezuela.php

Andere recente artikelen:
Venezuela
21-11-2005 De bolívariaanse revolutie is springlevend

Reactie toevoegen

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd> <p> <br> <br />
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren