Borderless

10 December 2019

Stonewall - uit de kast en de straten op

Veertig jaar geleden leidde een politieoverval op een homo-bar, de Stonewall In te New York, tot meerdaagse rellen en protesten. Sindsdien staat 'Stonewall' voor de geboorte van de homobeweging en een nieuw begin van de strijd voor seksuele vrijheid.

'Stonewall' kwam onverwacht, ook voor de direct betrokkenen. Jarenlang hadden homo's, lesbo's en transgenders politie-intimidatie gelaten ondergaan, bang dat verzet niet alleen zinloos zou zijn maar tot nog grotere problemen zou leiden. Hoewel onverwacht kwam 'Stonewall' echter niet uit de lucht vallen. Er gingen jaren van vaak onopgemerkte organisatie en discussie door homoactivisten aan vooraf, werk dat onmisbaar grondwerk legde voor de geboorte van een nieuwe beweging.
Seksuele minderheden waren in de jaren zestig in de Verenigde Staten het mikpunt van haat en angst. Middels verschillende wetten kon de politie holebi's het leven zuur maken; travestie of zelfs maar dansen met iemand van hetzelfde geslacht konden aangemerkt worden als verstoring van de openbare orde. Vele kroegen weigerden om holebi's toe te laten. Mensen die niet heteroseksueel waren werden naar de randen van de samenleving gedrukt, zoals naar de louche Stonewall Inn. Die kroeg was deel van een subcultuur van homo-bars, vaak gerund door de maffia.
De maffiose kroegbazen betaalden de politie vaak steekpenningen om hun zaak niet te laten sluiten wegens ‘onzedelijk’ gedrag. 'Fat Tony', eigenaar van de Stonewall Inn, betaalde de politie van New York 1200 dollar per maand om zijn zaak open te houden. Die kosten werden verhaald op de clientèle die hoge prijzen moest betalen voor aangelengde drankjes. Ze konden toch nergens anders naartoe. De omkoping betekende niet dat er geen politieovervallen waren, alleen dat de kroeg niet gesloten werd. Politieovervallen waren een terugkerend fenomeen, deel van een toneelstuk van politie en maffiabaas ten koste van de holebigemeenschap.
Waarom juist de overval van juni 1969 tot zoveel verzet leidde kan niemand zeggen. Volgens de politie was er die avond personeel van Wallstreet aanwezig dat bang was ge-out te worden - officieel mochten homo’s niet voor aandelenhandelaren werken. Een andere suggestie was dat de onverwachte dood van homo-icoon Judy Garland eerder die week de gemoederen had verhit... Wat dan ook, het is niet veel meer dan logisch dat de sociale onrust en protesten van de jaren zestig ook de homogemeenschap niet zomaar voorbij zouden gaan.
De eerste aanzetten
Sinds het begin van de jaren zestig was New York het thuis van homoactivisten die genoeg hadden van de gematigde aanpak van de landelijke organisatie voor ‘homofiele’ mannen, de Mattachine Society (de medische term homofiel werd gebruikt om de associatie met seks te vermijden). Deze activisten werden geïnspireerd door de confronterende tactieken van de zwarte burgerrechtenbeweging, zoals sit-ins, boycots en protestmarsen. Na een korte radicale fase in het begin van de jaren vijftig had de Mattachine Society en de organisatie voor lesbo’s waarmee deze samenwerkte, de Daughters of Bilitis, gekozen voor een koers van lobbyen en stil overleg. De Mattachine Society probeerde zogenaamde opiniemakers over te halen een meer positief beeld van homo’s naar buiten te brengen. Ook psychiaters die homoseksualiteit als een geestesziekte en een tekort beschouwden, en daarmee een rol speelden in het marginaliseren van homo’s, waren gesprekspartners voor de Mattachine Society in hun pogingen om redelijk over te komen en salonfähig te worden.
Onvrede over het uitblijven van resultaten en een stagnerende aanhang leidde een nieuwe generatie ertoe andere tactieken te overwegen. In plaats van nog langer de acceptatie te zoeken van een homofobe samenleving vonden deze activisten dat de maatschappij moest veranderen om hen plaats te bieden. Het contrast tussen de oude aanpak van homobeweging en de nieuwe, vastberaden protestbewegingen was niet te missen. Terwijl de beweging van ‘homofielen’ zich beperkte tot beleefd protest barstten de zwarte getto’s uit in woede over hun discriminatie en organiseerde de anti-oorlogsbeweging militante protesten tegen de verwoestende oorlog in Vietnam. De homobeweging bleef nog jarenlang geïsoleerd van deze nieuwe bewegingen maar er begon langzaam iets te veranderen.
Randy Wicker was een voorbeeld van de nieuwe stemming; voordat hij naar New York verhuisde had hij in Texas deel genomen aan de burgerrechtenbeweging. Samen met anderen hielp hij de New Yorkse homobeweging te radicaliseren, vaak tegen de wil van de oudere generatie activisten. Verspreide homoactivisten begonnen verbanden te leggen tussen hun situatie en de protestbewegingen van zwarten, jongeren en vrouwen. Het tijdschrift van de Daughters of Bilitis begon na 1966 meer en meer over feministische kwesties en over lesbo’s als een groep vrouwen te schrijven. Er werd kritiek geuit op het seksisme van homoseksuele mannen die de beweging grotendeels controleerden.
De nieuwe hoofdredacteur van het blad van de homo-organsiatie Society for Individual Rights, Leo Laurence, had eerder verslag gedaan van de protesten van anti-oorlogsdemonstranten tegen de Democratische conventie van 1968. Hij was onder de indruk van hun radicalisme en bereidheid de confrontatie aan te gaan. Kort na zijn verkiezing als hoofdredacteur schreef hij; ‘Dit is het begin van een nieuwe revolutie in San Franciso, de Homoseksuele Revolutie van 1969. Toen de zwarte man trots op zichzelf werd, werd hij meer militant. Dezelfde kracht beginnen we nu in de plaatselijke homobeweging te zien’.
De uitbarsting
Vrijdag 27 juni 1969 barstte de bom in New York. De politieoverval verliep die avond in het begin zoals zo vaak; iedereen moest naar buiten komen en werd gearresteerd onder het voorwendsel dat de kroeg geen vergunning had om alcohol te verkopen. Naarmate de arrestanten in de politiewagens geladen werden steeg de spanning. Een plaatselijke krant, de Village Voice, beschreef hoe verwensingen aan het adres van de agenten escaleerden naar het gooien van flessen, de agenten hun toevlucht zochten in de bar en de menigte zich toegang probeerde te verschaffen: ‘Alle agenten waren nu binnen. Alsof er een signaal was gegeven volgde een regen van straatstenen en flessen. De reactie was duidelijk; ze waren kwaad. De vuilnisbak waarop ik stond werd zowat onder mijn voeten vandaan gerukt door een joch dat het wilde gebruiken om de ruiten in te gooien. Uit het niets kwam een uit de straat gerukte parkeermeter die als stormram werd gebruikt in een poging de deur van de Stonewall Inn open te breken. Tegen deze tijd is het beeld van de menigte compleet veranderd; niet langer doen ze denken aan dansende nichten. Het geluid is dat van een woedend verlangen naar vergelding’.
Na het arriveren van de ME volgde urenlange confrontaties tussen en politie en bezoekers van de Stonewall Inn en supporters, ongeveer tweeduizend in totaal. De volgende dagen zouden meer en meer activisten van de homobeweging, linkse activisten, homo’s, lesbo’s en transgenders naar de Stonewall Inn afzakken om met eigen ogen te zien wat er gaande was en de confrontatie aan te gaan met een politiekorps dat hen jarenlang lastiggevallen en mishandeld had. Beat dichter Allen Ginsberg echode Laurences verklaring over de nieuwe trots van homo’s in zijn beschrijving van wat hij dat weekend zag; ‘Weet je, de mannen zagen er allemaal zo mooi uit – ze hebben die terneergeslagen blik verloren die alle nichten tien jaar geleden hadden’.
‘Stonewall’ was uniek. Eerder hadden vergelijkbare politieovervallen wel tot protest geleid maar niet tot dit soort verzet. Het verzet was de vonk die een nieuwe militante beweging deed ontbranden die mensen als Wicker en Laurence verspreid door de VS hadden voorbereid. Eind juni hadden mannen en vrouwen in New York het Gay Liberation Front opgericht, een organisatie die zichzelf zag als revolutionair links. Door het hele land werd hun voorbeeld genoemd. De nieuwe beweging gebruikte de tactieken van de New Left en ging bondgenootschappen aan met andere emancipatiebewegingen. Huey Newton, voorzitter van de Black Panther Party, betuigde in 1970 als een van de eersten zijn steun aan de homobeweging: ‘de vrouwenbeweging en de homobeweging zijn onze vrienden, ze zijn potentiële bondgenoten en we hebben zoveel mogelijk bondgenoten nodig’. Homoactivisten stortten zich in de linkse beweging; ze namen deel aan protesten tegen de oorlog, aan de radicale studentenbeweging en steunden op hun beurt vervolgde Black Panthers.
Het contrast met het timide streven naar acceptatie van nog maar paar jaar geleden en de invloed van de linkse beweging zijn overduidelijk in een verklaring van het Gay Liberation Front uit San Francisco: ‘Onze strijd is er een voor seksuele zelfbeschikking, voor het einde van sekse stereotypen en voor het recht ons lichaam te gebruiken zonder bemoeienis van de staat’. Dit doel was, zo schreven de activisten, onmogelijk zonder ‘fundamentele veranderingen’; ‘onze bevrijding is onlosmakelijk verbonden met de bevrijding van iedereen die onderdrukt is’.

Voor dit artikel is onder andere gebruik gemaakt van Sherry Wolf’s Sexuality and socialism (Haymarket Books 200, 13,99 euro) Dit boek biedt een mooi overzicht van de ontwikkeling van de homobeweging in de VS.

Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren