Vrijwilligers speuren de hele nacht het platteland rondom de dorpen af en houden om beurten de wacht. Elk geritsel, de kleinste beweging, wordt in de gaten gehouden en gemeld aan wachtposten op andere gevoelige plekken en aan de andere dorpen via speciale WhatsApp-chats. Het zijn voornamelijk jongeren, vaak tieners. Ze hebben geen wapens; in hun handen houden ze alleen zaklampen vast om licht te geven en signalen te sturen. In sommige gebieden hebben ze stenen verzameld, klaar om te gooien naar Israëlische kolonisten die van plan zijn invallen te doen in hun dorpen. Ze hebben ook een paar stokken verstopt.
'Uit zelfverdediging, want het doel van dit systeem is alleen om, door een massale aanwezigheid van mensen op straat, de kolonisten te ontmoedigen onze huizen aan te vallen', legt N.A. uit, een journalist uit Ramallah die de ontwikkeling volgt van de coördinatie tussen de Palestijnse volkscomités die weer tot leven zijn gekomen om dorpen en gemeenschappen te beschermen die worden aangevallen.
'De organisatie van de comités verbetert met de dag, net als de vastberadenheid van onze mensen', voegt hij eraan toe. 'Het lukt niet altijd om hen tegen te houden, maar de mobilisatie van zoveel mensen heeft al een afschrikkend effect gehad, in ieder geval in de grotere centra en in mindere mate in de kleine, afgelegen dorpen die moeilijker te beschermen zijn.'
Na de aanval van Hamas op 7 oktober 2023 in het zuiden van Israël begonnen de kolonisten op de Westelijke Jordaanoever aanvankelijk met strafacties tegen de Palestijnse bevolking, waarna ze een strategie van ontheemding en landbezetting in gang zetten. Tientallen kleine gemeenschappen werden gedwongen te vluchten onder dreiging van bendes gewapende kolonisten. Sinds begin 2026 hebben meer dan 3.200 Palestijnen hun huizen moeten verlaten als gevolg van een combinatie van geweld en sloop, meldt het Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden (OCHA, Verenigde Naties). In 2026, zo voegt OCHA toe, waren er gemiddeld zes aanvallen per dag met doden, gewonden en schade aan Palestijns eigendom.
Na confrontaties in Tell (Nablus) op 24 juli – gevolgd door een vuurgevecht waarbij vier Palestijnen, een kolonist en een Israëlische soldaat omkwamen – zijn er vanuit de kolonistennederzettingen strafexpedities vertrokken waarbij huizen, moskeeën, landbouwgrond en auto’s in verschillende Palestijnse dorpen in brand werden gestoken. Het Israëlische leger heeft nauwelijks iets gedaan om de kolonisten tegen te houden. Integendeel, het heeft de Palestijnen in hun woongebieden opgesloten en grootschalige huiszoekingen uitgevoerd, die zijn uitgemond in tientallen arrestaties.
'De organisatie van de zelfverdediging was vanzelfsprekend, onvermijdelijk, omdat we aan ons lot zijn overgelaten. We hebben te maken met kolonisten die door hun regering worden gesteund en die steeds gewelddadiger en aanmatigender worden. We moeten onze burgers beschermen', zegt Bahaa Fuqaha, viceburgemeester van Sinjil, ten oosten van Ramallah – een van de Palestijnse dorpen die in dat gebied het meest het doelwit zijn, samen met al-Mughayyir, Turmus Ayya, Deir Jarir, Abu Falah, Jiljilya en Taybeh – tegen Il Manifesto.
'We hebben lange tijd de politie en het leger gebeld om de invallen van de kolonisten te voorkomen. Het heeft geen zin. Meestal komen de soldaten niet en als ze wel ingrijpen, doen ze dat om de daders te helpen en niet de slachtoffers van het geweld', klaagt Fuqaha. Sinjil staat, omringd door een hoog hek en prikkeldraad, opgetrokken op bevel van de Israëlische strijdkrachten – de jongeren daar zijn ervan beschuldigd stenen naar de auto’s van de kolonisten te gooien – onder druk van zes koloniale buitenposten. 'Sinds de bouw van het hek', benadrukt Fuqaha, 'heeft Sinjil de toegang tot honderden hectaren landbouwgrond verloren en zijn twintig gezinnen hun huis kwijtgeraakt.'
Walid, een vrijwilliger van het zelfverdedigingscomité, die ons heeft gevraagd zijn echte naam niet te onthullen, legt ons uit welke stappen worden ondernomen in geval van een inval door kolonisten. 'Zodra we zeker weten dat ze eraan komen, geven we het alarm door aan alle bewakingsposten', zegt hij. 'Onmiddellijk geven we via WhatsApp het mobilisatiebevel, mede met behulp van de luidsprekers van de moskeeën en waarschuwen we de naburige dorpen. Vervolgens gaan we met honderden de straat op. De aanblik van zoveel mensen schrikt de kolonisten af, waardoor ze niet verder durven te komen.' Soms werkt het, vaak ook niet, verduidelijkt Walid. 'Maar het is niet meer zoals vroeger', voegt hij resoluut toe. 'We hebben te lang geleden. De angst is voorbij, nu is het tijd om ons te verdedigen.'
De volkscomités voor zelfverdediging zorgen er ook voor dat er donaties worden ingezameld voor gezinnen die hun huis, auto en gewassen zijn kwijtgeraakt doordat die in brand zijn gestoken en voor degenen van wie de kolonisten schapen en andere dieren hebben gestolen. Hetzelfde gebeurt in andere dorpen in de districten Nablus en Ramallah en ten zuiden van Hebron, in het gebied van Masafer Yatta, gebieden met een hoge concentratie van rechtsextremisten. In Silwad gaat het alarm af zodra er gevaar dreigt.
Ouderen, vrouwen en kinderen worden naar beter beschermde woningen gebracht, terwijl jongeren zich bij de ingang van het dorp verzamelen om de aanvallers tegen te houden. Dat angst plaats heeft gemaakt voor een georganiseerde volksverdediging, bevestigt Jihad Ramadan, een activist uit Tell. 'Het leger grijpt alleen in als het denkt dat de kolonisten in gevaar zijn. Daarom hebben we ons georganiseerd om ons leven te verdedigen, zonder nog angst te hebben', zei hij in een interview met een lokale tv-zender.
Waar de door de kolonisten nagestreefde en gewilde escalatie toe zal leiden, is de vraag die vrijwel iedereen zich stelt. Op de achtergrond speelt de hypothese van een massale opstand van de Palestijnen onder bezetting. Maar degenen die dezer dagen het meest spreken over een Derde Intifada die onder de as smeult, zijn niet de Palestijnen, maar huidige en voormalige Israëlische veiligheidsfunctionarissen, die van mening zijn dat de Westelijke Jordaanoever snel het breekpunt nadert en dat de huidige regering de voorwaarden schept voor een onbeheersbare confrontatie.
De Israëlische Shin Bet waarschuwt dat de Palestijnse zelfverdedigingscomités zouden kunnen uitgroeien tot 'modellen van verzet'. Voor analist Ghassan Khatib is de terugkeer van de volkscomités, die spontaan ontstonden tijdens de eerste Intifada (1987-1993), daarentegen vooral belangrijk vanuit sociaal oogpunt, omdat ze tegemoetkomt aan de behoefte van miljoenen bedreigde Palestijnen. 'Het terrorisme van de kolonisten heeft een reactie teweeggebracht: onze mensen verenigen zich', stelt hij.
Michele Giorgio schrijft voor Il Manifesto, een links georiënteerd Italiaans dagblad.
Dit artikel stond op Il Manifesto. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.
Reactie toevoegen