Borderless

21 September 2019

De vakbeweging en Europa

Dagelijks worden wij als burgers, maar vooral als werknemers geconfronteerd met (de gevolgen van) het Europese beleid. Vrachtwagenchauffeurs, bouwvakkers en anderen komen op straat te staan omdat Oost Europese collega’s met lonen ver onder het CAO niveau hun werk overnemen.  In allerlei sectoren hebben we te maken met privatisering en marktwerking omdat Europa dat voorschrijft.  De draconische bezuinigingen die leiden tot de afbraak van de zorg en andere voorzieningen worden verdedigd door te wijzen op de afspraken die in Europa zijn gemaakt, over het begrotingstekort en de staatsschuld.

De FNV voert een campagne ‘voor koopkracht en echte banen’. Daarin verzet de vakcentrale zich  tegen het bezuinigingspakket van zes miljard, en stelt ze terecht dat door de bezuinigingsdrift de economie steeds verder het slop in wordt geleid. Dat geldt voor Nederland, maar nog veel sterker voor een aantal andere Europese landen zoals Griekenland, Portugal en Spanje. We kunnen er dan ook niet om heen om in de lijn van de campagne voor koopkracht en echte banen ook kritisch naar het Europese beleid te kijken. Daarbij moeten we ons niet laten vangen in de vraagstelling:  ‘zijn we voor of tegen Europa’, maar moeten we kritisch kijken naar vragen als: wat heeft de  Europese samenwerking ons gebracht, wat en waar ging het verkeerd, en wat voor een Europese samenwerking, wat voor een Europa hebben we nu nodig. 

Europa van droom tot nachtmerrie
De basis van de EU, van de Europese samenwerking en integratie, werd gelegd op de puinhopen van de Tweede (en de Eerste) Wereldoorlog. Nooit meer oorlog in Europa, samenwerking in plaats van onderlinge strijd, economische integratie in plaats van moordende concurrentie. Dat was het idee waar de Europese integratie  mee begon en dat ook in Nederland op brede steun kon rekenen. Ook de vakbeweging die altijd internationale samenwerking en solidariteit hoog in haar vaandel had staan was een groot voorstander van  een dergelijk Europa. 

Inmiddels is die droom in een nachtmerrie  veranderd. De werkloosheid in de Europese landen is huizenhoog en in sommige landen heeft ongeveer de helft van de jongeren geen baan. Steeds meer Europeanen die nog wel een baan hebben kunnen daar niet fatsoenlijk van leven, de armoede en verpaupering neemt toe. Zorg, onderwijs en sociale voorzieningen worden afgebouwd en de verzorgingsstaat vervangen door de zogenaamde ‘zorgzame samenleving’.

 In plaats van samenwerking en solidariteit in Europa wordt onderlinge concurrentie gepredikt en moeten alle landen proberen hun economie te versterken door concurrerender te worden dan de anderen, en zo zitten we allemaal in een spiraal naar beneden. Openlijk fascistische partijen en  populistische partijen die vooral vreemdelingenhaat als hun handelsmerk hebben profiteren van het politieke klimaat en de anti Europa stemming. 

 De banken zijn met tientallen miljarden gemeenschapsgeld gered en nu moeten de burgers dat geld weer ophoesten. Terwijl met name de grote multinationale bedrijven grote winsten maken moeten  de gewone werkende- en niet meer werkende mensen de crisis betalen. Waar en wat ging er mis? 

Neoliberalisme
Het begon met de crisis die in het midden van de jaren zeventig begon en na een licht herstel begin jaren tachtig doorzette. Als reactie op die crisis kwam het neoliberalisme met zijn liberalisering, privatisering en afslanking van de overheid en de verzorgingsstaat.  Om de economie weer aan de gang te brengen moesten de bedrijfswinsten verhoogd worden. De winsten van vandaag zijn de investeringen van morgen en de nieuwe banen van overmorgen was de redenering waaraan ook in vakbondskringen veel geloof werd gehecht.

De werkelijkheid was anders. De winsten herstelden inderdaad, maar de investeringen werden voor een deel besteed aan arbeidsbesparende automatisering waardoor de werkloosheid in grote delen van Europa groot bleef. Daarnaast vloeide de winsten naar de bonussen en topsalarissen  en naar de financiële sector die zich tot een enorme bubbel ontwikkelde. In 2008 klapte die bubbel en de rest is geschiedenis. Een geschiedenis waar we voorlopig nog niet vanaf zijn.

Europa, de Europese unie en haar voorgangers, speelde een belangrijke rol  in het doorvoeren van het neoliberalisme  op ons continent.  Door ‘Europa’ werden de beperkingen aan het kapitaalverkeer opgeheven, liberalisering en privatisering doorgevoerd en de verzorgingsstaat afgeslankt. Al die maatregelen konden relatief makkelijk en met relatief weinig weerstand in het kader van Europa genomen worden omdat het in Europa aan werkelijke democratie en transparantie ontbreekt. Als besluiten eenmaal genomen waren werd de bevolking voor het blok gezet omdat het nu eenmaal moet van Europa. 

De euro werd als eenheidsmunt ingevoerd terwijl er van alle kanten gewaarschuwd was  dat een monetaire unie niet kon werken zonder gemeenschappelijke economische politiek en budgettaire middelen. Deze waarschuwingen werden meer dan bewaarheid, maar dat was geen aanleiding om een andere richting in te slaan. Integendeel, de crisis die het gevolg is van een foute constructie wordt te baat genomen om de slachtoffers van die crisis permanent op te laten draaien voor de muntunie. Never waste a good crisis, is de leuze. Aangespoord door de top van het bedrijfsleven is de EU bezig alle verworvenheden van de arbeidersstrijd teniet te doen. De draagwijdte daarvan gaat zelfs veel verder dan het doorvoeren van een neoliberale agenda. Deze agenda kennen we sinds 30 jaar in de hele kapitalistische wereld. Maar wat nu in Europa gebeurt gaat verder. Niet alleen moet de bevolking opdraaien voor de problemen in de financiële sector en de daardoor ontstane crisis, Europa voerde onder het mom van crisisbestrijding nieuwe regels in waarbij de Europese instellingen een zeer grote bevoegdheid krijgen en feitelijk de grote lijnen van het nationale beleid bepalen.

Het wordt hoog tijd dat de vakbeweging daar duidelijk en ondubbelzinnig afstand van neemt. Niet alleen als het om Nederland gaat, zoals nu gelukkig wordt gedaan in de campagne voor koopkracht en echte banen, maar ten aanzien van het hele Europese beleid. De illusie dat er zoiets al een sociaal Europa bestaat moeten we nu echt laten vallen. Neoliberaal Europa is juist bezig om alles wat er nog sociaal is in Europa af te breken.

Discussie in de vakbeweging
Binnen de FNV wordt er in beperkte kring een discussie gevoerd over het Europa beleid, aan de hand van de conceptnota ‘Blijven bouwen aan een sociaal Europa’. Het is te hopen dat die discussie ook buiten de beperkte kring van FNV bestuurders gevoerd gaat worden en dat ook de FNV leden er bij worden betrokken. Zij zijn het immers die de gevolgen van het Europese beleid dagelijks aan den lijve ervaren.

In een kritische bespreking  van deze nota heb ik er op gewezen dat de vakbeweging niet stil kan blijven staan bij het bepleiten van een sociaal Europa zonder zich te keren tegen de afbraak die er onder het mom van crisisbestrijding vanuit Europa wordt doorgevoerd. Maar we kunnen ons natuurlijk niet beperken tot het ageren tegen het huidige neoliberale Europa, maar zullen ook concrete eisen moeten formuleren en aangeven wat er dan wel in Europa moet gebeuren, wat voor een Europa we dan wel willen. Daarin staan we niet alleen. Ook elders in Europa wordt die discussie gevoerd en worden er voorstellen ontwikkeld.

 Een van die plaatsen is de zo genoemde Alter Summit. Achter deze wat duistere en enigszins verwarrende naam gaat een breed samenwerkingsverband schuil van 170 sociale organisaties  waaronder verschillende vakbonden[i] die strijden voor een democratisch ecologisch, sociaal en feministisch Europa. Alter Summit werd opgericht in november 2012 en tijdens de daarop volgende maanden werd er gewerkt aan een gemeenschappelijke basistekst die op  een alternatieve top in juni van dit jaar in Athene werd gepresenteerd.

Ondanks de pretentieuze naam ‘Een manifest van de volkeren’ bevat deze tekst zaken die ook voor de discussie in de Nederlandse vakbeweging  van belang kunnen zijn. Het Manifest bestaat uit vier delen, die telkens zowel een analyse als een aantal eisen bevatten rond vier grote thema's: de schuldencrisis, de bezuinigingspolitiek, de precarisering van de leef- en werkomstandigheden, en de greep van de financiële sector op de maatschappij. We geven een samenvatting van deze vier luiken.

De schuldencrisis
De overheidsschuld wordt in de tekst terecht toegeschreven aan de stelselmatige verzwakking van de overheidsfinanciën door een decennialange politiek van belastingvrijstellingen ten voordele van een kleine minderheid, waar vanaf 2008 de reddingsoperaties voor de banken bovenop kwamen. Daarnaast ontwikkelde zich een private schuld, die voor een deel de stagnerende koopkracht van gezinnen moest compenseren. De Europese Unie heeft tegen alle logica in de stijgende openbare schuld uitgeroepen tot de oorzaak van de crisis in Europa, en als remedie een bezuinigingspolitiek opgelegd die de crisis alleen maar verdiept.

Het Manifest stelt hier de volgende eisen tegenover: Onmiddellijke opheffing van de 'memoranda' die de Trojka oplegt aan landen met grote  schuldenlasten. Opheffing van een aanzienlijk deel van de overheidsschuld, waarbij  banken een deel van de verliezen moeten incasseren; de keuzes kunnen gemaakt worden door een schuldenaudit onder de burgers. Met schuldaflossing moet hoe dan ook gewacht worden zolang er dringender sociale en ecologische noden gelenigd moeten worden. En er moet een eenmalige luxebelasting komen voor  de rijkste bovenlaag. De Europese Centrale Bank moet rechtstreeks kunnen lenen aan de lidstaten, en hierbij mogen geen neoliberale hervormingen als voorwaarde worden gesteld.

 De bezuinigingspolitiek
"Vandaag is meer dan de helft van de Europese rijkdom in de handen van 10% van de bevolking. Het huidig beleid is er doelbewust op gericht om deze ongelijkheid in stand te houden, samen met het neoliberaal model dat onze planeet vernietigt en onze democratische en sociale rechten ondermijnt", stelt het Manifest  en formuleert op basis daarvan de volgende eisen: De Europese bezuinigingspolitiek moet stoppen, de juridische omkadering ervan moet geschrapt worden, dat wil zeggen het begrotingsverdrag, 'sixpack', 'twopack' en competitiviteitspact moeten verdwijnen. Grote handelsoverschotten zijn geen deugd maar een kwaal die afgebouwd moeten worden zo stelt de tekst en er moet een rechtvaardig belastingsysteem met Europese minimumvoeten komen en belastingparadijzen en fiscale fraude moeten bestreden worden. Er moeten in heel Europa openbare investeringsprogramma’s komen onder sociale controle, ten dienste van een sociale en ecologische transitie. Tegelijkertijd moeten militaire en sociaal of ecologisch schadelijke uitgaven naar beneden. Er moet geen sprake zijn van privatisering, maar van uitbreiding van de openbare diensten als gezondheidszorg, wetenschappelijk onderzoek, onderwijs, kinderzorg, transport, energie, water, informatie, cultuur, openbare huisvesting en kredietverlening, stelt het Manifest.

 Weg met armoede en precaire levensomstandigheden
Het Europese beleid is niet alleen een kwestie van minder overheidsmiddelen en krappere lonen. Er is sprake van een werkelijke verpaupering . Er zijn 120 miljoen armen in de EU met vrouwen als eerste slachtoffers, miljoenen jongeren zijn werkloos. De EU-remedie heet: nog meer concurrentie, ook al is het ten koste van basisrechten: arbeidsrecht, vakbondsvrijheid, vrije loononderhandelingen, sociale voorzieningen en rechten van migranten. Het Manifest formuleert hierop de volgende eisen: Herstel van het recht op collectieve onderhandelingen en actie; herstel en respect van sociale normen - zoals vastgelegd door de Internationale Arbeidsorganisatie en in het Europees Sociaal Charter - voor elke arbeider, inclusief  de migranten.

Het Manifest roept op tot  beëindiging van de loon- en sociale dumping; verhoging van de lonen en vastlegging in elk land van een menswaardig minimumloon. Vermindering van de arbeidsduur zonder loonverlies; eerlijke verdeling van onbetaalde zorgactiviteiten; promotie van duurzaam en kwalitatief werk voor iedereen met behoorlijke werkomstandigheden; drastische vermindering van de loonverschillen binnen een bedrijf.

Ook pleit het Manifest voor recht op fatsoenlijk wonen voor iedereen; toegang voor iedereen tot preventieve en kwalitatief hoogstaande gezondheidszorg, gelijkheid van loon, carrièremogelijkheden en pensioen voor mannen en vrouwen, afschaffing van elke vorm van discriminatie op basis van geslacht, etnische afkomst, nationaliteit of seksuele voorkeur. Krachtig optreden tegen geweld tegen vrouwen. Versterking van sociale en politieke rechten van migranten, een einde aan de criminalisering, recht op asiel, sluiting van detentiecentra en van het FRONTEX-agentschap, stopzetting van de grensoperaties van de Europese Unie.

Economische democratie
Over de banken zegt het Manifest dat hun "overmatige macht aan banden gelegd moet worden door strenge regulering en door democratische overheidscontrole". De eisen in dit verband zijn: volledige scheiding van commerciële en investeringsbanken, belasting op financiële transacties, opsplitsing van banken die zogenaamd ‘te groot zijn om over kop te gaan’, sociaal en ecologisch duurzame kredietverlening, verbod op belastingparadijzen en opheffing van het bankgeheim. Ook eist het Manifest "herinvoering van de controle op de in- en uitstroom van kapitalen".

Het Manifest eindigt met een oproep voor echte democratie. “De huidige ontwikkelingen in Europa zijn een kaakslag voor de democratie. Niet alleen wordt het democratisch debat in de kiem gesmoord, maar sociale bewegingen zijn het slachtoffer van repressie en volkeren en landen worden tegen elkaar opgezet. Het voorspelbare gevolg is de opkomst van racisme, fascisme en uiterst rechts omdat het ongenoegen deels gericht wordt tegen migranten, armen, minderheden, buitenlanders en/of andere Europese volkeren. De beste manier om deze bewegingen te bestrijden is een einde te maken aan de bezuinigingspolitiek. Er is geen gebrek aan alternatieven; het is onze verantwoordelijkheid om machtsverhoudingen  te veranderen  en zo te komen tot een echte politieke, sociale en economische democratie in Europa.” Om te besluiten met: “Wij verbinden er ons toe om onze krachten te bundelen en samen te strijden om via nationale en Europese acties onze eisen ingang te doen vinden."

Over de precieze formuleringen en eisen van het Manifest valt natuurlijk te discussiëren, maar het is duidelijk dat er met het realiseren hiervan van een ander Europa sprake zal zijn. Een ander Europa waar niet de belangen van de financiële sector maar van de grote meerderheid van de bevolking centraal staan. Dat zou in een organisatie als de FNV toch aan moeten slaan. Het zou goed zijn deze en vergelijkbare voorstellen te betrekken bij de FNV discussie over Europa. Want Europa is te belangrijk om aan Brussel of de Haagse politiek over te laten.

willembos[at]grenzeloos.org


[i]

Wat betreft vakbonden gaat het onder andere om de Belgische CSC (Franstalige christelijke vakbond) en de Centrale Générale van de socialistische bond FGTB, de FGTB zelf is waarnemer, uit Frankrijk de CGT, FSU en Solidaires, uit Duitsland Verdi  en IG Metall als waarnemer, verder het Italiaanse CGIL, de Portugese CGT, enkele regionale Spaanse bonden en CCOO als waarnemer, het Britse Trades Union Congress (TUC), enkele koepels als EPSU en het Europees Vakverbond als waarnemer.

 

Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren