Borderless

17 February 2020

Het goede doel van Agnes Jongerius en Dennis Wiersma

Dit kabinet bezuinigt op alles wat sociaal is. Gelukkig protesteren afzonderlijke bonden als de AOB tegen bezuinigingen op de onderwijs en de ABVA tegen de afbraak van sociale werkplaatsen. De vakcentrale FNV is echter vleugellam en gericht op een intern proces: de vorming van ‘De Nieuwe Vakbeweging’ (DNV). Wordt dat echt een vakbond die mensen inspireert en de strijd aangaat? Ideeën voor een bond die we graag willen en die we nog nooit hebben gehad.

Het kabinet Rutte heeft de afgelopen tijd geoefend op onze Griekse collega’s en de zwaksten uit de samenleving: de mensen in de bijstand en de sociale werkplaatsen. En terwijl zijn CDA haar zogenaamde uitgangspunten als gerechtigheid, gespreide verantwoordelijkheid, solidariteit en rentmeesterschap ‘hertaald’, zet minister De Jager de hardvochtige toon.

De broekriem aanhalen?
‘Het wordt nooit meer zoals het is geweest’ sprak Joop den Uyl bij de oliecrisis in de jaren zeventig. Daarna is er veel bezuinigt en verandert. Maar de hardste klappen komen nu. Onze kinderen gaan het slechter krijgen dan wij, alleen de rijken worden nog rijker. Tien procent van de Nederlandse huishoudens bezit 61 procent van het totale vermogen. De onderste 60 procent bezit slechts een procent. Een kleine belasting op de hoogste vermogens zou makkelijk negen miljard opbrengen, maar in plaats daarvan gaat dit geld gehaald worden bij de onderste 60 procent. Die worden neergezet als klaplopers terwijl de rijkste tien procent – erfgenamen, speculanten, bankenjongens die zichzelf riante bonussen gunnen – hun geld zogenaamd ‘eerlijk verdiend hebben’.

Een ander voorbeeld: de pensioenfondsen dreigen in 2013 pensioenen te korten. Met een gemiddeld kortingspercentage van 2,3 procent verdwijnt er negen miljard, geld van werknemers. Minister Kamp kan dit voorkomen door een wet voor te stellen die de oude rekenrente van 4 procent hersteld. Dat wil hij niet want het beeld van onbetaalbare pensioenen rechtvaardigt het snoeien en hakken... Als je toch al van plan was de pensioenen te versoberen past het niet dat de pensioenkassen voller zijn ooit. De rechtse retoriek over mensen die arm zijn omdat ze lui en onwelwillend zijn doet denken aan het begin van de twintigste eeuw. En blijft zonder weerwoord: over het korten op de pensioenen was de FNV net zo muisstil als over de overval op Griekenland.

Het kapitalisme gaat dus terug naar zijn roots. Maar wat gaat die Nieuwe Vakbeweging hier tegen doen? Agnes Jongerius pretendeert het antwoord te hebben: ‘als vakcentrale hebben we de heilige plicht representatief te zijn voor werkend en niet-werkend Nederland, jong en oud. Arbeidspatronen veranderen, maar door jongeren een eigen stem in de vakcentrale te geven, laten we zien dat het ook hun vakbeweging is. Laten zij maar aangeven wat de arbeidsverhoudingen in de 21ste eeuw moeten zijn.’ Dennis Wiersma, voorzitter FNVjong, de bond voor jonge FNV bestuurders, valt haar bij; ‘werkgevers praten te weinig met werknemers over wat hun dromen zijn en hoe je dat als bedrijf faciliteert. Mensen moeten langer doorwerken. Duurzame inzetbaarheid moet in alle cao-afspraken verankerd worden. Zet daar een stel jongeren tussen die afgestudeerd zijn op een interessant sociaal thema en leer ook de wensen van lager opgeleide jongeren kennen.’

Hun Nieuwe Vakbeweging verzet zich niet meer tegen de gevolgen van marktwerking of van meer tegen flexibilisering. Die verzet zich niet tegen banenverlies en verlies van rechten en uitkeringen. Die wil zich legitimeren door representatief te zijn. En de jongeren, de toekomst, zijn dat volgens hen bij uitstek.

Het verzet van jongeren tegen autoriteit, hun drang naar vrijheid wordt neoliberaal uitgelegd. Vroeger ging de slogan: we willen niet meer van de koek, we willen de hele bakkerij overnemen. Dennis en Agnes vinden dat we allemaal onze eigen koekenbakker moeten worden. De jonge professionals van deze Nieuwe vakbeweging gaan ons daarbij helpen; ‘hulp bij solliciteren, of bij conflicten met hun baas, of leren hoe ze met geld om moeten gaan. Laat jongeren zelf aan de knoppen zitten.’

Waar neoliberalen als Wiersma niet aan willen is dat de achterstelling van veel mensen helemaal niet komt door een gebrek aan vaardigheden of omdat er ‘niet naar ze geluisterd’ wordt maar omdat de ongelijkheid structureel is. Een bakkerij heeft nu eenmaal niet alleen een bakker maar ook bakkersknechten en een eigenaar. Het spookbeeld dat opdoemt is dat individuele dienstverlening in de plaats komt van collectieve belangenbehartiging. Een bond zonder actieve leden, maar met donateurs.

Afbraak
De verschillen tussen arm en rijk zijn groter geworden, verworven rechten afgebroken. Onze oude vakcentrale heeft zich daar tegen verzet. Te weinig, en te vaak ook alleen maar om daarna een wat betere uitgangspositie te hebben bij het polderen. Was er een andere strategie gekozen, dan had Nederland er wellicht beter uit gezien. De gekozen strategie van alsmaar terugtrekken, van het accepteren van verslechteringen in ruil voor de (tijdelijke) afwending van nog erger breekt de vakcentrale nu ernstig op. Leden hebben gewoon de hoop dat er nog gewonnen kan worden verloren. Zij zien het sociale in hun bedrijf en de maatschappij kapot gaan. Kaderleden en bestuurders hebben nog nauwelijks contact hebben met leden, gericht als ze zijn op de onderhandelingskamer. Velen gaan naar een vergadering zonder een idee te hebben wat ze daar moeten doen. Er is een werkorganisatie die los staat van de vereniging en die bestuurt wordt als een bedrijf, soms volkomen top-down.

Door de rechtlijnige opstelling van werkgevers is er steeds minder ruimte om te repareren en te polderen. Het jarenlang door rechts weg zetten van migranten of ‘anderen’ als profiteurs, klaplopers of concurrenten heeft zijn sporen nagelaten. Solidariteit is niet meer vanzelfsprekend. Mensen houden zich vast aan de illusie dat hen niks zal gebeuren. Lossen we dit op door daar de illusie voor in de plaats te geven dat het wel goed komt als we ons zelf maar goed scholen? Dat we dan allemaal succesvolle professionals kunnen worden? Er zijn nu al professionals te veel. Dat heet in goed Nederlands werkloosheid.

Leden of donateurs?
Naar echte representativiteit bestaat geen shortcut door met meer organisaties te fuseren en te zeggen dan iedereen te vertegenwoordigen. Hoe representeer je mensen die niet georganiseerd zijn? Of die alleen in naam georganiseerd zijn en niets doen of kunnen? Via enquêtes en mediacampagnes? De meerderheid in Nederland wil geen korting op haar pensioen en geen kortingen op onderwijs. Toch gebeurt dat allemaal. De regering treed niet af als ze geen meerderheid meer heeft in de peilingen. Werkgevers luisteren niet naar de bond omdat ze ‘geen afspiegeling is van de maatschappij’.

Maar de bond vertegenwoordigt nu eenmaal die onderste 60 procent van de maatschappij – of zou dat moeten doen. Er wordt nu niet geluisterd naar de bond omdat die meerderheid niet zichtbaar is op straat, er wordt geen macht mee gevormd die voor het eigen belang opkomt. Wat dit betreft valt te leren van hoe de bovenste tien procent consequent elkaars belangen verdedigt.

Als anderhalf miljoen leden niet genoeg is, zijn twee of drie miljoen dat ook niet. Onzichtbare, passieve leden tellen nooit mee. Leden moeten bewust gemaakt worden van wat er aan de hand is in de wereld en aangezet worden dat te veranderen. De tegenstellingen die er zijn tussen mensen met een vaste baan en zelfstandige professionals los je niet op door de leiding van de bond bij de tweede groep te leggen onder het motto dat deze ‘de toekomst is’. De vrijheid van veel zelfstandige professionals is schijn, ze werken niet zonder baas maar onder een anonieme, onzichtbare baas: de markt. En als die even geen behoefte heeft aan hen, zitten ze vaak als eersten zonder werk.

Het is niet alleen een kwestie van groot of klein maar ook van welke visie je uitdraagt en dat je je leden daar voor mobiliseert. Het valt te prijzen dat FNV Jong een missie heeft om te helpen. Maar de vakbeweging is geen goed doel dat slachtoffers van onrecht wil helpen, het is een gezamenlijke beweging van mensen die geen slachtoffer willen zijn. Representatiever zijn is geen oplossing als de werkgevers geen ruimte bieden. Sterker nog, ‘representatief’ zijn is gewoon contraproductief als je tegengestelde meningen en opvattingen probeert te verenigen, zoals nog harder korten op de pensioenen aan de ene kant en het korten voorkomen door een andere rekenrente aan de andere kant. Mensen helpen leidt niet vanzelf tot lidmaatschap, hooguit tot donateurs. Je kan daar tevreden mee zijn, maar het lijdt niet tot een levende organisatie, tot een sociaal verband.

We hebben niks aan drie miljoen slachtoffers of donateurs. We hebben veel meer aan anderhalf miljoen betrokken leden die het voor het zeggen hebben in hun eigen vereniging. Actieve leden die met elkaar opkomen voor hun belangen en sociale verbanden opbouwen. Dat is verloren gegaan de afgelopen jaren. Weinig contact met de leden is de eerste klacht die gehoord wordt als gevraagd wordt wat er bij de bond moet veranderen. Die klacht komt van zowel van leden als van niet-leden, jong en oud, met een vast of een flexibel contract. Als we niet samenwerken op het bedrijf bij het aanpakken van problemen dan stemmen mensen met hun voeten. Dan gaan ze weg. De vakbeweging moet leiders opleiden in plaats van weglopen stimuleren.

‘In mensen met een flexbaan’, constateert Agnes Jongerius, ‘wordt onvoldoende geïnvesteerd als het gaat om loopbaanontwikkeling. Er zijn bedrijven die hun vaste werknemers kerstpakketten geven, maar de flexwerkers niet. Misschien een detail, maar het zegt genoeg over hoe je je werknemers definieert’. Het zijn juist de vaste medewerkers die er voor zorgen dat dit wel gebeurt. Omdat ze die flexwerkers kennen en er mee samen werken. Het gebeurt niet omdat Jongerius dat aan de werkgevers vraagt.

De werkgever vindt opleiden eigen verantwoordelijkheid. De vakbeweging moet de verantwoordelijkheid voor investeren in opleiding leggen bij de werkgever. Die besluit immers ook hoe hij investeert en reorganiseert en maakt winst met het hebben van die goed opgeleide werknemers - waarom zouden die er dan voor moeten betalen?

De agenda van de tien procent is duidelijk: meer winst, de rest is ideologie. In het verleden vocht de vakbeweging voor een kortere werkdag, tegen zware werkomstandigheden en voor goede opleidingen. Dat wordt nu allemaal teruggehaald, de kosten worden weer op de schouders van individuele werknemers afgewenteld met het argument van ‘eigen verantwoordelijkheid’. Het antwoord daarop is niet meegaan in dat verhaal en doen alsof collectieve belangen en de tegenstellingen tussen bazen en arbeiders niet bestaan. Dat riep de tien procent een eeuw geleden ook al. Dat geloofden we toen niet en nog steeds niet.

Dossier: 
Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren