Borderless

12 November 2019

Conversie: een wereld te winnen

De economische crisis gaat hand in hand met een ecologische crisis en samen vormen ze een grote bedreiging. De massale werkloosheid en de vernietiging van het milieu vormen voldoende reden om een oude bekende van links weer uit de kast te halen. In de jaren zeventig en tachtig was conversie – het omschakelen van bedrijven naar totaal andere producten en productiemethoden – een bekend paradepaardje van links. Vandaag de dag biedt conversie mogelijkheden om mensen aan het werk te houden en tegelijkertijd over te schakelen naar een sociaal en ecologisch verantwoorde productie. Om dat te kunnen hebben we wel gericht onderzoek en technologische ontwikkeling nodig waarin niet winst, maar sociale en ecologische waarden de belangrijkste uitgangspunten zijn.

Tot nu toe komen de vakbeweging en andere sociale bewegingen in hun antwoorden op de crisis weinig verder dan het bedenken van alternatieven in de sfeer van uitkeringen en belastingen als antwoord op slechte, rechtse en beperkte maatregelen van de overheid en ondernemers. De meest voor de hand liggende oplossingen voor de crisis hoor je nog wel hier en daar: meer investeren in zorg en onderwijs en andere arbeidsintensieve delen van de publieke sector waar nu een tekort aan mensen bestaat. Dat is goed, maar we moeten ons niet beperken tot de zogenoemde ‘softe’ sector. We moeten ons juist ook bemoeien met de ‘harde kant’ van de economie, de industrie, en nadenken over wat en hoe we produceren. Als we willen dat de wereld rechtvaardiger en ecologisch meer verantwoord uit de crisis komt, moeten we nadenken over hoe we het productieproces meer in lijn brengen met wat we nodig hebben en wat menselijk en ecologisch gezien wenselijk is. De vragen die we ons in deze tijden van economische en ecologische crisis moeten stellen zijn: waar hebben we behoefte aan? Wie bepaalt de vraag? De werkelijke behoefte moet bepalen wat en hoe we produceren, niet de winstbehoefte van kapitalisten.

Technologie en innovatie

Een klein begin van denken over conversie zien we in het onlangs door FNV en Natuur en Milieu gepresenteerde ‘Groene Stimuleringsplan’. Dat is een samenhangend pakket van maatregelen dat tot ongeveer honderdduizend arbeidsplaatsen kan leiden en ‘goed’ is voor het milieu. Wat ontzettend jammer is, echter, is dat die plannen niet samen met kaderleden van de Bouw en Houtbond concreet zijn uitgewerkt. Met name in de woningbouw, waar na de zomer al de eerste forse klappen gaan vallen, zou het goed zijn als we op het snijvlak van duurzaamheid en sociale huisvesting kant en klare plannen hadden, plannen waarvan de uitvoering afgedwongen zou kunnen worden op het moment dat mensen hun baan kwijtraken.
De huidige economische en ecologische crises dagen uit tot het ontwikkelen van maatschappelijk relevante en concreet toepasbare innovatieve technologieën, die ingezet kunnen worden met als oogmerk niet winst maar wat menselijk en ecologisch nodig is. Maar veel beweegt er nog niet op dat vlak. De Technische Universiteit in Delft, bijvoorbeeld, heeft het ontwikkelen van nuttige en duurzame producten en industrieën niet als prioriteit. Ook niet nu de economische en klimaat crisis schreeuwen om dat soort onderzoek. Alleen het onderzoek van de TU op het vlak van energietechnologie – zonne-energie en nieuwe soorten gas en olie - biedt enig perspectief, maar helaas is ook hier winst de voornaamste drijfveer en gaat het er vooral om producten te ontwikkelen die snel in de markt te plaatsen zijn.

De maatschappelijke behoefte komt op de tweede plaats.

Dat winstmotief blijkt een centraal probleem. Neem bijvoorbeeld de sluiting van de windmolenfabriek op het eiland White. Die sluiting is bizar in een tijd van economische én klimaatcrisis. De vijfhonderd werknemers bezetten dan ook hun fabriek. Hoewel niemand kan ontkennen dat windmolens bijdragen tot duurzame energie stelt het moederbedrijf in Denemarken dat de markt is ingestort. Dus sluiten ze de fabriek. Het moge duidelijk zijn dat hier het maatschappelijk belang niet mee gediend is. Zo blijkt opnieuw dat als we op een logische, sociale, verantwoorde manier willen reageren op de huidige crises, we moeten breken met de logica van de winst.
Dat blijkt ook als we onze aandacht weer verschuiven naar de TU in Delft. Daar wordt vooral duidelijk dat de grip van de grote multinationals op innovatief onderzoek en innovatieve studierichtingen steeds steviger is geworden. Met de introductie van een European Center for Innovation (ECI) is het de bedoeling een trendbreuk te bewerkstelligen. We lezen dat we ‘innovatiesystemen krijgen, waarin wetenschap verbonden wordt met commerciële bedrijvigheid ‘en ‘technisch kunnen’ gekoppeld wordt aan maatschappelijke transities, ‘waarbij marktintroducties centraal worden gesteld’. Commercie; de markt; het moge duidelijk zijn wie hier de touwtjes in handen hebben. Het onlangs georganiseerde symposium telde tussen 10.00 en 16.00 liefst zes bijdragen van multinationals: Shell, Daimler-Chrysler, Philips, DSM, Unilever en Nokia.
Het lijkt erop dat we van de TU en innovatieplatforms niet veel te verwachten hebben als we winst minder belangrijk vinden en maatschappelijke behoefte, mens en milieu op de eerste plaats willen zetten.

Inspiratie

We hebben een meer democratische, relevante, en sociaal en ecologisch verantwoorde technologische vernieuwing nodig om omschakeling naar andere producten in bedreigde bedrijfstakken snel mogelijk te maken. Conversie gaat niet vanzelf: er zijn grote aanpassingen nodig in het productieproces. Maar het kan wel. De oorlogsindustrie laat – op perverse wijze – zien dat grootschalige en snelle omschakeling succesvol kan zijn. In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog is conversie massaal toegepast. We hebben nu de kans conversie in een meer menselijke richting vorm te geven. Om dat te kunnen doen moeten we werk maken van onze creativiteit en alternatieven. We moeten en kunnen niet wachten tot bijvoorbeeld de westerse auto-industrie in elkaar stort en mensen massaal op straat komen te staan terwijl eerdere onder slechte arbeidsomstandigheden en voor lage lonen miljoenen vervuilende transportmiddelen worden geproduceerd. We hebben de keus: uitbuiting van mens en milieu en verspilling van arbeid en kapitaal, of bedenken wat je in de auto-fabrieken aan nuttige producten van de band kunt laten rollen.
Conversie biedt een mogelijkheid om deze overproductiecrisis aan te wenden om radicaal te breken met de winstlogica en gemanipuleerde consumptiedrift en over te schakelen naar het produceren van nuttige producten die goed zijn voor mens en milieu. Dat kunstje is al eens eerder geflikt. Dertig jaar geleden was conversie een begrip in de linkse beweging. Met een koude oorlog en wapenwedloop als actualiteit was het niet vreemd om na te denken over alternatieve en meer vreedzame producten die in wapenfabrieken gemaakt konden worden. In die tijd was ook Lucas Aerospace een begrip. Een grote speler op de markt van militaire vliegtuigen en raketten. Toen daar eind jaren zeventig grote reorganisaties en massa-ontslagen aangekondigd werden, gaf de Britse vakbeweging zich niet zo snel gewonnen. Van ontwerper tot proces-operator werd in het bedrijf mee gedacht over nieuwe producten en lijnen. Er waren meer dan 150 nieuwe plannen die gecombineerd werden tot een alternatief bedrijfsplan met ruim 1200 pagina’s aan voorstellen, uitgewerkt en al. De meest sprekende voorbeelden: nierdialyse apparatuur; draagbare life-support systemen en andere medische toepassingen; de hybride auto, een milieuvriendelijk hoogstandje zijn tijd ver vooruit; allerlei andere toepassingen voor duurzame energie-opwekking zoals warmtepompen, zonnecellen en windturbines; en een voertuig voor openbaar vervoer over zowel rails als weg. Dat Lucas Aerospace niet uitgroeide tot een pakkend voorbeeld van arbeiderszelfbeheer had te maken met een combinatie van factoren, waaronder een harde intimidatie politiek van Thatcher, verraad van de Britse sociaal-democratie (Labour) en een management dat koste wat het kost het ‘managen’ niet uit handen wilde geven.

Desalniettemin blijft het een inspirerend praktijkvoorbeeld dat juist nu vraagt om vervolg-initiatieven. Stel dat er toch enkele TU studenten te vinden zijn, die zich ook ergeren aan de ijzeren grip van het bedrijfsleven en zich samen met kaderleden van DAF Trucks uit Eindhoven, of NedCar uit Born en de RET uit Rotterdam willen zetten aan nieuwe uitdagingen in het openbaar vervoer. Of mensen van Corus samen met Stork en ProRail.
Stel dat we echt het vizier eens richten op maatschappelijke behoefte, mens en milieu en zelf plannen ontwikkelen voor nieuwe producten en productiewijze en het ook nog eens zelf uitvoeren... Er is een wereld te winnen.

Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren