Borderless

24 March 2019

De achterbanstrategie, GVB-er over vakbondswerk aan de basis

 

Hoe combineer je het opbouwen van vakbondsmacht in het bedrijf met het werken in de Ondernemings Raad (OR) en andere medezeggenschapsorganen? Hoe zorg je dat de bond in het bedrijf sterk wordt, en blijft, en dat de mensen zich in de bond herkennen? Deze vragen staan centraal in deze laatste aflevering in de serie over vakbondswerk aan de basis. We spraken met Ko Hartman en Ger Geldhof, kaderleden van de Abvakabo bij het Gemeentelijk Vervoer Bedrijf in Amsterdam.

‘Toen ik in 1983 actief kaderlid werd’, vertelt Ger, ‘was de voorzitter van de OR tevens secretaris van het Abvakabo groepsbestuur en de secretaris van de OR was ook voorzitter van het groepsbestuur. Als je het dus als vakbondslid niet eens was met het beleid van de OR en je ging naar de vakbond dan kwam je bij dezelfde mensen terecht. Daar hebben we rigoureus een einde aan gemaakt. Er zijn geen dubbelfuncties meer tussen de medezeggenschapsorganen (zie kader) en de structuren van de vakbond in het bedrijf. Ik ben namens de Abvakabo lid van de OR en - aangezien wij de grootste fractie hebben - ben ik ook voorzitter van de OR, maar ik moet doen wat de bedrijfsledengroep van de Abvakabo zegt. Ko is dus als voorzitter van het groepsbestuur van de Abvakabo mijn baas.’

Allemaal kandidaat

Die onderschikking van de Abvakabo-leden in de medezeggenschapsorganen aan de ledenvergadering van de bond is bij het GVB duidelijk geregeld. Ko: ‘Als er verkiezingen zijn voor de OR dan stellen wij alle kaderleden van de Abvakabo kandidaat. We gaan al die mensen af en laten ze een bereidverklaring ondertekenen waarin staat dat ze zich als OR-lid zullen houden aan de besluiten van de Abvakabo-ledenvergadering, of anders hun zetel beschikbaar zullen stellen. We hebben dan 140-150 kandidaten voor de OR die daarmee tot uitdrukking brengen dat ze achter die lijst staan. In de kadervergadering en vervolgens op de ledenvergadering wordt dan de volgorde van de lijst bepaald, waarbij wij ervoor zorgen dat de groepsbestuurders en de bestuurders van de bedrijfsledengroepen van de bond niet op een verkiesbare plaats staan.’

Ger: ‘Als iemand het niet eens is met wat de OR doet, dan kunnen ze dat bij Ko aan de orde stellen. Wij als OR-leden moeten steeds aan de kadergroep verantwoording afleggen. We regelen het ook zo dat  we ruim voor een OR-vergadering de verschillende bedrijfsledengroepen bij elkaar laten komen. Van hen willen we dan agendapunten horen voor de OR vergadering. Dat doen we ook in de afdelings-overleggen en de vestigings-overleggen. We willen werken met de steun van en voor de achterban. De achterbanstrategie noemen we dat. Dat is niet eenvoudig in een bedrijf met 4.000 weknemers, waarvan de helft lid is van de Abvakabo. Je kan die mensen niet allemaal spreken. Dus de kaderleden zijn de oren en de ogen van de bond. Als er iemand ergens loopt te kankeren dan roepen wij , ‘hé die moet kaderlid worden’. Dat geeft leven in de brouwerij, mensen die kritisch zijn op wat er gebeurt vragen we om te komen helpen, om het beter te maken. Niet alleen in het bedrijf, maar ook in de bond.’

Onze klotebond

‘Kijk’, gaat Ger verder, ‘De problemen liggen natuurlijk ook bij de bond. Heel vaak hebben mensen het gevoel dat  vakbondsbestuurders helemaal niet hun belangen vertegenwoordigen, dat de vakbondstop allerlei dingen doet die helemaal niet in ons belang zijn. Het is een ‘klotebond’, zeggen we vaak, maar het is wel onze klotebond. Daarom moet je ook in de bond proberen zaken te veranderen. Wij zijn als GVB-groep altijd heel actief geweest in de bond, in de afdeling Amsterdam, maar ook op landelijk vlak, maar dan moet je natuurlijk wel  zorgen dat je de steun van je achterban heb.’

‘En dat lukt alleen als je er steeds voor zorgt dat de kadergroep op orde is’, vult Ko hem aan. ‘Bij alle bedrijfsonderdelen hebben we een bedrijfsledengroep, dus bij de tram, de bus, de metro, het kantoorpersoneel, de technische diensten, de veiligheid, de kaartcontrole, en de veren. We hebben drie busgarages en daar zijn drie bedrijfsledengroepen. Al die groepen hebben hun voorzitter en secretaris, dat is je kweekvijver. Het GVB is een groot bedrijf en met die bedrijfsledengroepen proberen we de menselijke maat te houden. Al die groepen geven een ledenbulletin uit. In die bulletins  worden allerlei zaken aan de orde gesteld, in de taal van de werkvloer, en soms leidt een kritisch stuk in een bulletin al tot verandering.’

‘We proberen ook vooral vrouwen en jongeren er bij te betreken. En het personeelsbestand van het GVB bestaat uit een verscheidenheid van nationaliteiten, dat zijn allang niet meer allemaal  Jannen en Pieten en die verscheidenheid willen we ook in onze kadergroep hebben. Daarbij is de persoonlijke benadering van mensen het belangrijkste. Niks gebeurt vanuit kantoor, alles moet je op de werkvloer doen. Ook het werven van leden. We hebben ook een vijftiental individuele belangenbehartigers van de bond in het bedrijf. Die houden zich bezig met belangenbehartiging bij  allerlei verschillende zaken. Ook dat is hartstikke belangrijk om als bond iets voor de mensen te betekenen en ze er bij te betrekken. Daarmee ben je ook zichtbaar, mensen komen op je af om allerlei dingen te vragen, hoe zit dat, hoe is die regeling, heb ik daar recht op of niet. Zo bouw je contacten op.’

‘Het is ook wel lastig’, gaat hij verder, ‘want je moet steeds schakelen tussen die verschillende niveaus. Je moet altijd heel strategisch denken. Wanneer doen we dit en waar stellen we dat aan de orde, moet de OR zich er mee bezig houden of moeten we als kadergroep actie ondernemen. En vooral: hoe blijven we de achterban er bij betrekken?’

Oppositie

Dat het niet altijd lukt om de hele achterban mee te krijgen bleek bij de laatste OR-verkiezingen in 2009. Een kritische groep GVBers kwam toen met een ‘vrije lijst’ en haalde vier van de 21 zetels in de OR. De lijst van de Abvakabo kreeg er 14 terwijl er categorale Algemene Bond van Gemeente Personeel (ABPG) er drie kreeg. Die vrije lijst voerde vooral campagne tegen de Abvakabo met het verhaal dat die niets had gedaan om de privatisering van het GVB tegen te gaan. ‘Dat deed best wel pijn’, erkent Ger. ‘Wat zij vertelde klopte van geen kant, wij hebben al het mogelijke gedaan om een privatisering van het GVB tegen te gaan en toen door een wetswijziging de verzelfstandiging niet meer tegen te houden was hebben we er voor gezorgd dat het GVB één geheel zou blijven. Alle stappen in dat proces zijn uitvoerig in ledenvergaderingen en personeelsvergaderingen besproken en overal hebben we toestemming voor gekregen. Maar toch is dat verhaal bij een deel van de achterban dus niet overgekomen. De fractie van die vrije lijst is inmiddels weer uit elkaar gevallen, maar voor ons was het een belangrijk signaal.’

‘In de OR’, vervolgt hij, ‘proberen we altijd tot een consensus te komen. Wij hebben als Abvokabo een tweederde meerderheid dus we kunnen in ons eentje uitmaken wat we doen, maar daar zijn we absoluut niet op uit. We blijven discussiëren tot we er uit zijn. Ik denk dat we de afgelopen drie jaar één of twee keer hebben moeten stemmen. We hebben een fractie met fractiediscipline, zoals dat ook in de politiek gebruikelijk is. Dat betekent ook dat we het Abvakabo-beleid verdedigen.’ ‘En’, voegt hij daar lachend aan toe, ‘omdat we het bondsbeleid niet altijd onderschrijven zijn we met zijn allen ook hartstikke actief om te proberen dat beleid te veranderen’. ‘Maar, vult Ko aan, ‘Dat lukt natuurlijk alleen als we ervoor zorgen dat we zelf in ons eigen bedrijf de mensen achter ons hebben staan, dat we verwoorden wat daar leeft.’

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren