26 February 2021

De limieten aan het kapitaal

In deze bijdrage wil ik het standpunt verdedigen dat de crisis die in augustus 2007 begon een omslagpunt is, dat de crisis het einde van een lange periode van een groei in de wereldeconomie betekent. Deze omslag is het begin van een crisisproces dat wat betreft het complexiteit vergelijkbaar is met de crisis van 1929 maar plaatsvindt in een heel andere context.

Het is belangrijk om in gedachten te houden dat de crisis van 1929 een proces was; een lang proces dat begon met de crash in Wall Street maar pas in 1933 zijn climax bereikte en gevolgd werd door een lange recessie die weer tot de Tweede Wereldoorlog leidde. Ik zeg dit om te benadrukken dat we in mijn mening op het moment de eerste ontwikkelingen zien van een proces dat qua reikwijdte en tijdsduur vergelijkbaar is. Wat er nu allemaal gebeurt op de financiële markten van New York, London en de andere grote aandelenbeurzen is slechts één dimensie – en bijna zeker niet de belangrijkste – van een proces.
We zijn nu getuige van het soort crisis die volgens Marx de historische limieten van het kapitalisme markeert. Dat wil niet zeggen dat ik een voorstander ben van een theorie van de 'definitieve ineenstorting' van kapitalisme of iets dergelijks. Wat we moeten begrijpen is dat we geconfronteerd worden met een situatie waarin de historische limieten van kapitalisme zichtbaar zijn geworden. Hopelijk klink ik niet al te veel als een predikant als ik een een passage uit Het Kapitaal citeer:'De werkelijke barrière aan kapitalistische productie is het kapitaal zelf. Kapitaal en zijn zelf-uitbreiding verschijnen als het start- en eindpunt, de drijfkracht en het doel van productie; alsof productie alleen productie voor kapitaal is en niet vice versa, de productiemiddelen zijn niet slechts een middel voor de constante uitbreiding van het levende proces van de samenleving van de producten. De limieten waarin de preservatie en zelf-uitbreiding van de waarde van kapitaal, dat rust op de onteigening en verarming van de grote meerderheid van de producenten, zich kan bewegen komen voortdurend in conflict met de productiemethoden die het kapitaal voor zijn eigen doeleinden gebruikt, productiemethoden die streven naar oneindige uitbreiding van productie, naar productie als een doel op zich, naar onvoorwaardelijke ontwikkeling van de sociale productiviteit van arbeid. De middelen – onvoorwaardelijke ontwikkeling van de productieve krachten van de samenleving – komen voortdurend in conflict met het beperkte doel, de zelf-uitbreiding van het bestaande kapitaal. De kapitalistische productiewijze is daarom een historisch middel voor de ontwikkeling van de materiële middelen van productie en het creëren van een daarbij passende wereldmarkt en is tegelijkertijd een continue conflict tussen deze historische taak en zijn eigen corresponderende relaties van sociale productie.[1]'Overeenkomsten en verschillen
In dit citaat staan zeker enkele termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, zoals die van een 'historische taak'. Maar ik denk dat de crisis die zich in de komende jaren zal ontvouwen precies op die wereldmarkt gebaseerd zal zijn die Marx voorzag en die nu overvloedig aanwezig is. Dit is een van de dingen die de situatie nu anders maakt dan die in 1929. Landen als China en India waren toen nog semi-koloniale landen maar zijn dat nu niet langer. Hun specififieke kenmerken – het gevolg van gecombineerde en oneven ontwikkeling – vereisen een nauwkeurige studie. Maar het zijn in ieder geval landen die volop deelnemen aan een enkele wereldeconomie, een aan wereldeconomie die verenigd is op een niveau dat tot nu toe ongezien was.
Een tweede punt is dat in de huidige context de crisis van kapitaal gecombineerd zal worden met de klimaatcrisis waarvan we nu de eerste stadia zien. De komende periode zal werkelijk een crisis voor de mensheid zijn. Oorlogen zullen onvermijdelijk worden. Maar zelfs als we de mogelijkheid van een grote oorlog, van een wereldoorlog die tegenwoordig een nucleaire oorlog zal zijn, uitsluiten worden we nog steeds geconfronteerd met een nieuw type crisis, een economische crisis in een situatie waarin het kapitalistische misbruik van het milieu dramatische gevolgen heeft. Dat is iets waar we het bijna nooit over hebben maar de komende gebeurtenissen zullen ons met de neus op de feiten drukken.
Zo las ik bijvoorbeeld onlangs in een boek van de Franse socioloog Franck Poupeau [2] dat de gletsjers in de Andes die water leveren voor La Paz en El Alto in Bolivia voor meer dan 80 procent verdwenen zijn. Volgens schattingen zullen deze twee steden binnen vijftien jaar geen water meer hebben. Dat is iets waar wij, die toch claimen revolutionairen en marxisten te zijn, ons nooit mee bezig hebben gehouden. Maar het kan grote gevolgen hebben voor de klassenstrijd in Bolivia – de controversiële verhuizing van de hoofdstad naar Sucre zou bijvoorbeeld 'natuurlijk' lijken als er in La Paz een watertekort is. In de komende periode zal de klimaatcrisis dit soort grote gevolgen hebben voor de klassenstrijd. Het probleem is dat we het hier nooit over hebben, we blijven praten over kleinigheden, over dingen die volledig onbelangrijk zijn vergeleken met de uitdagingen waar we mee geconfronteerd worden.

Kapitaal barst uit zijn voegen
Om verder te gaan op de kwestie van de limieten van kapitaal wil ik een ander citaat van Marx geven, een dat voorafgaat een het eerdere citaat; 'De kapitalistische productie probeert continue deze interne barrières te doorbreken maar kan dit alleen doen met methodes die deze barrières opnieuw en op nog grotere schaal op zijn pad plaatsen.' [3] De manieren waarop de bourgeoisie die de Verenigde Staten steunen geprobeerd heeft de limieten van kapitaal in de laatste dertig jaar te doorbreken zijn in drie categorieën onder te brengen:
Ten eerste was er het hele proces van de liberalisering van de financiën, handel en investering; dit betekende het vernietigen van de politieke verhoudingen die voortkwamen uit de crisis van 1929 en de jaren dertig, de periode na de Tweede Wereldoorlog, de Chinese revolutie en de nationale bevrijdingsoorlogen. De reguleringen die in west-Europa en Latijns-Amerika zonder het te vernietigen het kapitaal gedeeltelijk controleerden werden vernietigd.
Ten tweede werd er op nooit eerder geziene schaal gebruikt gemaakt van de creatie van fictief kapitaal en kredietvormen die in het kapitalistische centrum de achtergebleven vraag kunstmatig opdreven.
Het derde en het voor kapitaal meest historische middel was de rehabilitatie van hele sectoren van de wereld in het kapitalistische wereldsysteem, zoals in het geval van de Sovjet-Unie en zijn 'satellieten' en bovenal dat van China dat nog belangrijker was omdat hier de bezitsverhoudingen en producten gecontroleerd aangepast werden. Als we de tegenstrijdigheden van deze drie processen begrijpen kunnen we ook zien waarom de huidige crisis zo veelomvattend is en wat er nieuw aan is.

Liberalisering, wereldmarkt, concurrentie
Laten we ten eerste kijken naar de tegenstrijdige effecten van de liberalisering en deregularisering die wereldwijd ondernomen werden nadat het voormalige Sovjet-blok en China opgenomen werden in het kapitalisme. Het liberaliseringsproces betekende het vrijwel complete einde van de reguleringsmechanismen die tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog werden geïnstalleerd. Kapitalisme werd niet alleen bevrijd van regularisering maar ook de wereldmarkt die voor Marx nog grotendeels een een verwachting was, werd een werkelijkheid.
Het is nuttig om de term 'markt' tegen het licht te houden. Een markt is een ruimte waar waarde wordt gevormd, een ruimte bevrijd van beperkingen voor de verrichtingen van kapitaal. Kapitaal kan surplus-waarde produceren en realiseren door deze ruimte als een basis voor een werkelijk internationale centralisatie en concentratie te gebruiken. De markt is een open, ongelijke ruimte maar de drastische reductie van de obstakels voor de mobiliteit van kapitaal maakte een cyclus van waardevorming op wereldschaal mogelijk. Deze waardevorming gaat gepaard met een situatie waarin het mogelijk is om arbeiders uit alle landen met elkaar in concurrentie te brengen. De globale markt is dus gebaseerd op een werkelijk wereldwijde arbeidsreserve en het is het kapitaal dat de integratie of uitsluiting van arbeiders in het proces van de accumulatie van kapitaal structureert, precies in de vormen die Marx al bestudeerde.
In deze context vindt een proces van 'productie voor de productie' plaats, onder omstandigheden waar de mogelijkheden voor de grote meerderheid van de wereldbevolking om toegang te krijgen tot deze productie zeer beperkt is. Voor het kapitaal in het algemeen of elk afzonderlijk kapitaal is een positief resultaat van de cyclus van waardevorming steeds moeilijker te bereiken. De 'blinde werking van de markt' speelt een steeds grotere rol, bepaalt de wereldmarkt steeds vollediger. De centrale banken en regeringen kunnen onderling overeenkomsten sluiten en proberen samen te werken maar ik denk dat het moeilijk zal zijn om samenwerking te introduceren in een markt die het toneel is van wereldwijde, fanatieke concurrentie. En de gevolgen van de competitie tussen de verschillende delen van het kapitaal gaan veel verder dan alleen de relaties tussen de oudste en meeste ontwikkelde delen van het kapitaal. Ook de minst ontwikkelde delen van het kapitaal worden erin betrokken. Op verschillende manieren, soms ronduit parasitair, heeft in de wereldmarkt een proces van centralisatie plaatsgevonden dat onafhankelijk is van het traditionele raamwerk van de imperialistische centrums – deze centrums spelen nog steeds een rol in de centralisatie maar er zijn ook nieuwe factoren opgekomen.
In de laatste vijftien jaar, en de vooral in de meeste recente jaren, zijn er industriële groepen opgekomen die als volwaardige partners mee kunnen spelen in de hoogste regionen van de economische macht. Met China en India zijn machtige economische groepen opgekomen. Op het financiele vlak zijn als gevolg van de parasitaire olie-inkomsten onafhankelijke vermogensfondsen belangrijke punten van centralisatie van kapitaal geworden. Deze fondsen zijn niet enkel satellieten van de Verenigde Staten, ze hebben hun eigen strategieën en hun eigen dynamiek die in belangrijke opzichten de geopolitieke relaties beïnvloeden die het leven van het kapitaal bepalen.
Hieruit volgt dat deze crisis het eind markeert van het tijdperk waarin de Verenigde Staten kon handelen als een wereldmacht zonder tegenstanders. De VS zullen binnenkort op de test gesteld worden; in zeer korte tijd zijn hun relaties met de rest van de wereld verandert en zullen zij opnieuw moeten onderhandelen worden en accepteren dat de VS de macht moet delen. En machtsdeling is natuurlijk iets dat in de geschiedenis van het kapitaal nooit vreedzaam is gegaan...
Alle pogingen van het kapitaal om zijn limieten te doorbreken leiden tot spanningen, conflicten en tegenstellingen.

Fictief kapitaal
De tweede manier waarop het kapitaal van de centrale economieën probeerde zijn limieten te doorbreken was de creatie van volledig kunstmatige manieren om de vraag te vergroten. Dit, gecombineerd met andere vormen van de creatie van fictief kapitaal, leidde tot de huidige crisis. Voor Marx is fictief kapitaal de accumulatie van de 'schaduwen' van eerdere investeringen. In de vorm van tegoeden en aandelen lijken ze in de ogen van hun bezitters kapitaal te zijn. Voor het systeem als geheel vormen ze echter geen kapitaal, alleen voor hun bezitters en onder 'normale' economische omstandigheden verzekeren ze hun eigenaren op het einde van het proces van waardevorming winstuitkeringen en rente.
Maar een crisis maakt hun fictieve karakter duidelijk. Als er zich bijvoorbeeld een overproductie crisis voordoet, als de productie dus groter is dan de vraag, kan dit 'kapitaal' ook heel snel verdwijnen. In de kranten was regelmatig te lezen dat een of andere hoeveelheid kapitaal was 'verdwenen' tijdens de daling van de aandelenkoersen. In werkelijkheid waren deze hoeveelheden nooit kapitaal in de werkelijke betekenis, ondanks dat de aandelen hun bezitters recht gaven op een klein deel van de winsten.
Natuurlijk, een van de grote problemen op dit moment is dat in veel landen de pensioenen gebaseerd zijn op fictief kapitaal in de vorm van claims op winsten, claims die in tijden van crisis volledige kunnen verdwijnen. Elke stap van de liberalisering en financiële globalisering in de jaren tachtig en negentig vergrootte de accumulatie van fictief kapitaal, vooral in de handen van investeringsfondsen, pensioenfondsen en vermogensfondsen. En de grote noviteit van de vroege tot midden jaren negentig was dat er vooral in Brittannië en de VS er veel moeite gedaan werd om fictief kapitaal te creëren in de vorm van krediet. Krediet aan banken maar ook en vooral aan huishoudens, consumenten en voor hypotheken. We zagen een kwalitatieve sprong in de hoeveelheid fictief kapitaal en dit leidde tot een sterk genomen kwetsbaarheid en breekbaarheid, zelfs als gevolg van volledig te verwachten schokken.
Ik geef een voorbeeld: op basis van eerdere ervaringen, ervaringen die al goed bestudeerd waren, wisten we dat de groei gebaseerd op de huizenmarkt ten einde zou moeten komen en wel om redenen die intern zijn aan die markt. Het is nog wel enigszins te begrijpen dat op de aandelenmarkt de illusie heerst dat er geen limiet bestaat aan de stijging van aandelenkoersen maar de hele geschiedenis laat zien dat dit niet opgaat voor de ontroerend goed sector; als het om gebouwen en huizen gaat is het onvermijdelijk dat de groei van de markt op een gegeven moment ophoudt. Maar de mate waarop de economie afhankelijk was van de groei en het succes van financiële speculaties was zo sterk dat iets zo normaal en voorspelbaar als een eind aan de vraag naar ontroerend goed het begin werd van een financiële crisis.
Bovendien waren er in de voorafgaande twee jaar leningen gegeven aan huishoudens die in het geheel niet in staat waren deze terug te betalen. Dit alles ging gepaard met nieuwe 'financiële technieken' die banken in staat stelden financiële producten te verkopen waarvan de kopers nooit helemaal zeker wisten wat ze nou eigenlijk in bezit hadden. Dit verklaart het vernietigende effect van de besmetting van de financiële sector door de subprime crisis in 2007 en vooral hoe de 'toxic debts' de relaties tussen banken onderling verziekt hebben.
Banken moeten nu grote hoeveelheden volledige fictief kapitaal vernietigen als gevolg van debet ratio's van 30 keer de gemiddelde tegoeden van de banken – tegoeden waaronder ook 'valide' leningen vallen. Het hele proces leidt tot een verdere concentratie van kapitaal. De Amerikaanse Bank die Merrill Lunch koopt is een klassiek voorbeeld van concentratie van kapitaal. De plotselinge toename van de crisis op 17 september werd veroorzaakt door de beslissing van het ministerie van financiën om de Lehmann Bank niet te redden van bankroet. Een dag later moesten ze hun positie herzien en de AIG verzekeringsgroep op grote schaal steun geven. De nationalisering van schulden is een nieuwe ronde van het creëren van fictief kapitaal.
De Amerikaanse schatkist vergroot de hoeveelheid fictief kapitaal om de illusie van banken en investeringsfondsen – concentraties van fictief kapitaal – overeind te houden. De Amerikaanse regering krijgt nu te maken met het vooruitzicht van een sterke, noodzakelijke belastingverhoging om de steun aan banken en fondsen te kunnen betalen maar een dergelijke belastingverhoging zal ook een negatief effect hebben op de binnenlandse markt en de crisis nog versnellen. De huidige ingrepen zijn een vlucht naar voren die niks oplost.
Een andere storende factor is de opkomst van onafhankelijke vermogensfondsen die de distributie van kapitaal in de financiële sector in het voordeel van de pensioensectoren, die dit soort onafhankelijke fondsen verzamelen, verschuiven.
Het is de buitenlandse schuld van 7 tot 8 procent van het BNP die de VS het strategische centrum maakt van de cycli van waardevorming en de VS speelt een beslissende rol in de vraag of de surplus waarde ook gerealiseerd kan worden. Geconfronteerd met een bijna onvermijdelijke recessie rijst de vraag of China de VS kan vervangen als de locatie waar de realisatie van surplus waarde kan plaats vinden. De ingrepen van de Amerikaanse bank en overheid verklaren waarom tot nu toe de krimp van economische activiteiten en import in de VS beperkt is gebleven. De vraag is echter hoe lang het mogelijk is om steeds meer tegoeden te creëren. Zou het echt zo zijn dat er geen beperkingen zijn aan de hoeveelheid fictief kapitaal dat nu wordt geproduceerd om de waarde van het al bestaande fictieve kapitaal overeind te houden? Dat lijkt mij en vele Amerikaanse economen onwaarschijnlijk.

Over-accumulatie in China?
Ten slotte zullen we kijken naar de derde manier waarop kapitaal geprobeerd heeft zijn interne limieten te doorbreken. De derde manier is de meest belangrijke en roept de meeste vragen op. Ik heb het over de uitbreiding van de kapitalistische relaties van productie, in het bijzonder de uitbreiding naar China. Marx noemde het al als een mogelijkheid maar pas in de laatste jaren is het werkelijkheid geworden.
De accumulatie van kapitaal in China was het gevolg van interne processen maar gedeeltelijk gebaseerd op iets dat duidelijk is vastgelegd maar waar slechts weinig over gesproken wordt; de transfer van een groot deel van de productie van consumptiegoederen van de VS naar China. Dit heeft veel te maken met de groeiende tekorten handelstekorten en overheidsschuld van de VS, schulden die alleen teruggedraaid kunnen worden door grootschalige 're-industralisatie' van Amerika.
De relaties tussen de VS en China zijn veranderd, het zijn niet zeker niet de relaties tussen een imperialistische mogendheid en een semi-kolonie. De VS heeft zelf een nieuwe verhouding ten opzichte van China gecreëerd en heeft nu moeite om daar mee om te gaan. Dankzij haar handelsoverschot heeft China honderden miljoenen dollars vergaard die het weer uitleende aan de VS. Waar dit toe leidt kan geïllustreerd worden aan de hand van de geschiedenis van de nationalisering van Fannie Mae en Freddy Mac; de Bank of China bezit 15 procent van de aandelen in deze bedrijven en toen ze begonnen te wankelen informeerde de bank de Amerikaanse overheid dat een failliet niet geaccepteerd zou worden.
Maar wat gebeurt er als de crisis zich uitbreidt en de export van China daalt? Wat als de crisis effect gaat hebben op het bankwezen in China en de beurs van Sjanghai? In zekere zin is dit de belangrijkste vraag wat betreft het volgende stadium van de crisis.
In China vind er zowel competitie tussen kapitaal plaats als tussen verschillende sectoren van het staatsapparaat die met elkaar wedijveren om buitenlandse bedrijven aan te trekken. Naast ernstige schade aan het milieu zijn er ook immense productiecapaciteiten gecreëerd; in China is nu zoveel kapitaal geconcentreerd dat het op een gegeven wel mis moet gaan en een kapitaaloverschot ontstaan. De toenemende snelheid waarmee productie en banen van Europa naar het kapitalistische paradijs China worden overgebracht is berucht.
Ik ga er vanuit dat deze transfer van kapitaal naar China de accumulatie van kapitaal en de samenstelling ervan op de lange termijn sterk zal beïnvloeden. De immense groei van de productie-middelen in China is daar de motor van de economie maar in de laatste situatie is het de wereldmarkt die het mogelijk maakt dat de Chinese producten in waarde omgezet worden. Volgens Michel Aglietta [4] bestaat er al een overconcentratie van kapitaal in China als gevolg van een versneld proces van de ontwikkeling van de productiecapaciteit. De groei van de productie gaat namelijk zo snel dat het moeilijk is al die producten af te zetten in de externe markt. En dit gaat nog moeilijker worden door de huidige crisis. Dit kan grote gevolgen hebben omdat zelfs kleine veranderingen in de Chinese economie de economische situatie van talrijke andere landen kunnen bepalen. Als de Chinese vraag ook maar licht daalt, daalt de Duitse export al en kan het land in een recessie komen.

Pessimistisch?
Zoals ik in het begin zei, verschillen de huidige crisis en die van 1929 sterk. De ontwikkeling van de processen is anders. In 1929 was het vanaf het begin af aan duidelijk dat het om een crisis veroorzaakt door overproductie ging. De centrale kapitalistische mogendheden proberen nu het ontstaan van een dergelijke crisis af te wenden maar ze kunnen niet veel meer doen dan deze uitstellen.
Maar net zoals in 1929 maakt de huidige crisis een totale reorganisatie van de economische machtsverhoudingen in wereld nodig. De VS zal ondervinden dat zijn militaire superioriteit slechts een van de factoren, en niet eens de belangrijkste factor, is in het bepalen van de machtsbalans met China. Tenzij de Amerikanen natuurlijk een militair avontuur met een onvoorspelbare uitkomst beginnen. De politieke omstandigheden zijn daar op het moment nog niet naar maar de mogelijkheid kan niet uitgesloten worden in het geval dat de crisis voortduurt en tot een lange depressie en revolutionaire situaties leidt.
Om al deze redenen denk ik dat de huidige crisis veel meer is dan een financieel probleem, ook al bevinden we ons nu nog in dat stadium. De crisis is veel breder dan dat.
Misschien ontstaat de indruk dat ik te pessimistisch ben maar ik blijf erbij dat we het risico lopen van een catastrofe, niet die van 'de laatste crisis van het kapitalisme', maar een catastrofe voor de mensheid. De catastrofe eist nu zijn eerste slachtoffers onder mensen wiens levens niet als waardevol gezien worden; niemand wil erkennen dat wat in Haïti gebeurt historisch belang heeft of dat wat in Bangladesh gebeurt niet alleen voor de naaste regio's effecten zal hebben. Net zoals in Birma de militaire junta de volledige omvang van de ramp verborgen houdt, verbergt de Chinese overheid deecologische rampen daar. Het ergste is het idee dat 'het milieu er niet zo erg voorstaat als gezegd wordt'. Deze opvatting, voortdurend terug te vinden in de media, heeft veel mensen in de ban.
De huidige crisis vind plaats na bijna vijftig jaar van accumulatie van kapitaal, slechts kort onderbroken in 194-75. Omdat de leidende kringen in het kapitalisme, vooral de centrale banken, geleerd hebben van de crisis van 1929 en ditmaal maatregelen treffen is de ontwikkeling van het proces vertraagd. Maa al in september 2007 werd ons verteld dat 'het ergste al achter de rug is' maar het is zeker dat het ergste nog moet komen.
Daarom moeten we alles doen om het risico te minimaliseren. En we moeten er rekening mee houden dat ook wij, ondanks ons zelf, verblind worden door het idee dat 'het allemaal wel meevalt' en we daarom niet daadkrachtig handelen.

Dit is de tekst van een voordracht op een bijeenkomst georganiseerd door het Argentijnse tijdschrift 'Herramienta' op 18 september in Buenos Aires. François Chesnais is lid van de wetenschappelijke raad van ATTAC-Frankrijk en schreef verschillende boeken over economie.

[1] 1. Karl Marx, “Capital”: http://www.marxists.org/archive/marx/works/1894-c3/ch15.htm[2] 2. Franck Poupeau, “Carnets boliviens 1999-2007, Un goût de poussière”, Éditions Aux lieux d’être, Paris 2008[3] 3. Karl Marx, “Capital”, op. cit.[4] 8. See Michel Aglietta and Yves Landry, “La Chine vers la superpuissance”, Économica, Paris 2007

dossier antikapitalisten over de crisis

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren