Borderless

18 February 2019

Ander Europa

Abonneren op feed Ander Europa
www.andereuropa.org
Bijgewerkt: 32 min 3 sec geleden

Laps, het Europees Parlement keurde weer een vrijhandels- en investeringsakkoord goed

14/02/2019 - 23:06

14 februari 2019 H. Michiel, Anne-Marie Mineur   Het Europees Parlement keurde op 13 februari een zoveelste vrijhandelsakkoord goed, deze keer met Singapore. Er is ook een 'investeringsakkoord' aan toegevoegd, om multinationals te beschermen tegen 'onheuse' behandeling door overheden, zoals nieuwe milieureglementering, sociale bepalingen, wetgeving ter bescherming van de volksgezondheid enzovoort, stuk voor stuk maatregelen die een risico kunnen betekenen voor de bestaansreden zelf van multinationals: de winst. Deze investeringsclausules waren vroeger bekend onder de naam ISDS, maar het schandalig partijdig karakter van ISDS (multinationals kunnen bij private rechtbanken miljardenboetes eisen van een land omdat het bijvoorbeeld wil ophouden met kernenergie, of de tabaksreclame wil beperken) stuitte op zoveel publieke verontwaardiging ("TTIP No!") dat de Europese Commissie zich genoodzaakt voelde om ISDS aan wat esthetische chirurgie te onderwerpen, waarna het als 'ICS' door het leven kon gaan.  Het vrijhandelsakkoord tussen de Europese Unie en Singapore gaat dus gepaard met een ICS-akkoord. Ook deze gescheiden werkwijze is een gevolg van het burgerprotest in de voorbije jaren. Een 'puur' vrijhandelsakkoord kan door de Europese instanties alleen onderhandeld en goedgekeurd worden (Europese Commissie, Raad, Parlement) en rechtsgeldigheid krijgen in alle lidstaten. Maar als er ook investeringsbepalingen, zoals ISDS of ICS, bij gemoeid zijn, moeten die door alle lidstaten goedgekeurd worden. Dat betekent nationale parlementaire 'bemoeienis', en zoals het (al te kortstondig) verzet in het Waals en Brussels Parlement tegen het vrijhandelsakkoord met Canada (CETA) bewees: dat zou de mooie plannetjes van de bedrijven kunnen in het gedrang brengen. De Commissie leerde haar les: investeringsakkoorden kunnen best apart voorgesteld worden, het vrijhandelsgedeelte blijft dan tenminste al buiten schot van de nationale (en eventueel regionale) parlementen. Dat rechtse partijen voorstanders zijn van nog meer vrijhandels- en investeringsakkoorden is logisch, het is een deel van hun neoliberale agenda. Dat ze daardoor ingaan tegen een heel deel van de publieke opinie kan hen weinig deren, want hun kiezers onderschrijven de neoliberale agenda, of geloven vooralsnog in de mooie verhaaltjes die daarover opgehangen worden ("meer handel, meer jobs, meer welvaart voor iedereen..."). Maar wat met het linkergedeelte van het politieke spectrum? Is het niet voor de hand liggend dat hier geen voorstanders te vinden zouden zijn? Dat hier een waterscheiding ligt tussen links en rechts? Dat is inderdaad deels het geval. In het geval van het huidige Singapore-akkoord, maar ook in diverse andere vrijhandels/investeringsakkoorden stemden op Europees vlak zowel radicaal links (fractie GUE/NGL) als groenen (fractie Greens/EFA) tegen. Maar de grootste 'linkse' fractie, S&D,  die van de sociaal-democraten? Dit zijn de feiten. Het vrijhandelsakkoord EU-Singapore werd goedgekeurd door een meerderheid geleverd door christendemocraten (Europese Volkspartij, EVP), liberalen (Verhofstadts ALDE), Conservatieven (ECR) en ... sociaaldemocraten (S&D). Nee, niet alle sociaaldemocraten waren voor, dat waren er 'maar' 95, 61 waren tegen, 10 onthielden zich, 22 namen niet deel aan de stemming. Ruwweg kan men zeggen dat tweederde voor was, waaronder sp.a-lid Kathleen Van Brempt; de Nederlandse PvdA-ers Jongerius, Piri en Tang waren tegen, evenals de Waalse PSers Bayet en Tarabella en de hele SPD-fractie.Het akkoord had verworpen kunnen worden als alle sociaaldemocraten opgedaagd waren, deelgenomen hadden aan de stemming en tegengestemd hadden. Het ICS-investeringsakkoord EU-Singapore werd goedgekeurd door een meerderheid geleverd door dezelfde krachten: EVP, ALDE, ECR en S&D. Bij de sociaaldemocraten waren er 100 voorstanders, 64 tegenstanders, 5 onthoudingen en 19 namen niet deel aan de stemming. Nu was Van Brempt tegen en Piri voor. Men staat ervan verbaasd dat een politieke familie als de Europese sociaaldemocratie, die zo zware klappen kreeg de voorbije jaren, doorgaat met de ondersteuning van het neoliberaal beleid, en geen lessen trok uit de toenemende ontevredenheid daarover bij steeds bredere lagen van de bevolking. Zelfs het instinct van electoraal zelfbehoud zou anders laten vermoeden. Om een beter inzicht te krijgen in dit politiek 'raadsel' gingen we te rade bij iemand die nauw betrokken is bij de Europese vrijhandelsdossiers: het Nederlandse Europarlementslid Anne-Marie Mineur, lid van de SP, aangesloten bij de radicaal linkse fractie GUE/NGL van het Europees Parlement en lid van de parlementaire commissie Internationale Handel (INTA). We vroegen haar hoe het eraan toegaat onder ter linkerzijde als zoiets als het Singapore-akkoord tot stand komt.  

Anne-Marie Mineur

"Als er gestemd moet worden over vrijhandelsverdragen, zijn de lijnen op de linkerflank vrij goed te voorspellen. De confederale fractie van Verenigd Links / Noords Groen Links — verenigd onder de onbegrijpelijke afkorting GUE/NGL — stemt vrijwel unaniem tegen; de Groenen stemmen in ruime meerderheid tegen; en de sociaaldemocraten, S&D, stemmen hopeloos verdeeld. De argumentatie bij GUE/NGL valt samen te vatten als de strijd tegen de multinationals die winst boven alles laten gaan en zo min mogelijk last willen hebben van regels en wetten. Dat komt neer op een strijd vóór mensenrechten, vakbondsrechten, consumentenbelangen, milieu en transparantie. De focus bij de Groenen ligt, niet verbazend, bij de groene thema’s en dan met name het Klimaatakkoord van Parijs, en beide groepen verzetten zich tegen de speciale tribunalen voor buitenlandse investeerders, het zogeheten ISDS (Investor to State Dispute Settlement).

Wat de sociaaldemocraten beweegt, is moeilijk te zeggen. Sommige Europarlementariërs zijn behoorlijk links, anderen zijn behoorlijk groen, en de meesten zijn niet anders dan neoliberaal te noemen. Zij gaan mee in het frame dat economische groei en banen voorop staan, en dat het perspectief van de ondernemer daarom leidend moet zijn. Waarom daarvoor de rechten van vakbonden, consumenten en het milieu moeten wijken, kun je je afvragen, maar gevolg is wel dat tweederde van de sociaaldemocraten instemt met verdragen die overduidelijk in het belang zijn van multinationals.

Het laatste vrijhandelsverdrag waarover gestemd werd, was het verdrag met Singapore. Dit verdrag — na de uitspraak van het Europese Hof van Justitie uit 2017 opgeknipt in een handelsdeel en een investeringsdeel — was in handen van rapporteur David Martin, een Schotse Europarlementariër die een fervent voorstander is van het verdrag. Hij verwacht dat de afspraken met Singapore veel goeds zullen brengen, en ziet de voormalige Britse kolonie als een springplank voor de rest van het Asean-gebied. Zijn enige bezwaar was het feit dat er geen eisen worden gesteld aan de buitenlandse investeerders, wanneer die een claim zouden indienen tegen een regering om hun ‘legitieme winstverwachtingen’ veilig te stellen.

Vanuit GUE/NGL en de Groenen was de rij bezwaren daarentegen niet van de lucht. De eisen voor de buitenlandse investeerders was nog maar het begin, voor zover de ISDS-paragraaf niet überhaupt wordt afgewezen.  Groenen-lijsttrekker Ska Keller denkt dat een multilateraal investeringshof een goed alternatief kan zijn voor zowel ISDS als ook het Investment Court System, de gebotoxte variant van ISDS die gekozen is in het verdrag met Canada, CETA, en die ook in het Singapore-verdrag is overgenomen. GUE/NGL daarentegen gelooft helemaal niet in deze klassenjustitie, maar pleit vooral voor een VN-verdrag dat juist het bedrijfsleven moet binden aan mensenrechten.

Beide groepen wezen er ook op dat dit verdrag ook overheidsobligaties openstelt voor buitenlandse investeerders. In het geval van een nieuwe economische crisis — die er volgens sommigen onvermijdelijk aan zit te komen — kunnen deze investeerders eventuele schuldsaneringen blokkeren. Daarmee komen dergelijke schuldsaneringen terecht op de schouders van de belastingbetaler.

En dan is er nog de lange lijst met zorgen over bijvoorbeeld de mensenrechten, de vakbondsrechten en de milieuwetgeving in Singapore, alsook de gebrekkige transparantie en het feit dat Singapore hoog op diverse lijstjes staat van belastingparadijzen. De sociaaldemocraten staan er niet best voor in de peilingen. Als linkse Europarlementariër zou ik wellicht blij moeten zijn dat de concurrent het zo slecht doet. Maar liever zou ik zien dat onze analyses en idealen breder gedeeld werden, en dat we tegen deze vrijhandelsverdragen gezamenlijk ten strijde zouden trekken. De gevaren die opdoemen zijn er ernstig genoeg voor."

Westelijke Sahara: EU mag er vissen in troebele wateren

13/02/2019 - 15:47

Een maand geleden berichtten we dat er een akkoord in de maak was tussen de EU en Marokko, waarbij de EU zich het recht aanmatigde te gaan vissen voor de kust van de Westelijke Sahara, ten zuiden van Marokko. Dit land maakt weliswaar aanspraak op dit gebied, maar geen enkele instantie erkent deze claim, ook het Europees Gerechtelijk Hof niet, dat een verdrag met Marokko maar met aanspraken op gebieden van de Westelijke Sahara als indruisend tegen het internationaal recht bestempelde. Gisteren (12 februari) moest het Europees Parlement zich uitspreken over dit akkoord; het werd met een tweederdemeerderheid goedgekeurd (415 voor, 189 tegen, 49 onthoudingen)! Alleen radicaal links (GUE/NGL) en Greens/EFA stemden systematisch tegen. Van de sociaal-democraten (S&D) waren 88 voor, 65 tegen, 8 onthielden zich. Het visserijakkoord gaat gepaard met een verhoging van de subsidie van de EU aan Marokko, die stijgt van 40 miljoen € naar 52 miljoen. Dat democratie geen grote bekommernis is van veel Europese politici wisten we al, maar dat zelfs de internationale rechtsorde, het elementaire staatsrecht opzij geschoven worden als het om economische belangen gaat, dat is toch weer een stap verder. En wie er niet van houdt dat Afrikaanse 'economische vluchtelingen' naar Europa proberen te vluchten zou beter zijn handen afhouden van hun economische troeven. (hm)

Hongarije: bonden plannen nationale staking tegen Orbáns ‘slavenwet’

13/02/2019 - 11:09

Door Zoltán Pogátsa en Adam Fabry (*) 13 februari 2019   In Hongarije poogt de uiterst rechtse leider Viktor Orbán de werknemers meer overuren te laten presteren. De landelijke vakbonden zijn eindelijk van plan om in verzet te gaan.   Bij de uitbreiding naar het Oosten begin 2004 heeft de Europese Unie (EU) een aantal landen opgenomen die zo goed als geen welvaartstaat zijn, zwakke vakbonden hebben en waarvan de arbeidsmarkt sterk in het voordeel van het kapitaal geregeld is. Op zijn beurt heeft dit het Europese beleid op een bredere schaal beïnvloed, zodat ook de welvaartstaten in het westelijk deel van het continent ondermijnd werden. Hongarije is hiervan een extreem voorbeeld, een land dat bestuurd wordt door de autoritaire, etnisch-chauvinistische premier Viktor Orbán. Zijn regering combineert een oerconservatief nationalisme met een neoliberaal economisch beleid dat de arbeidsvoorwaarden van de werknemers ondergraaft. Maar dit leidde ook tot woedeuitbarstingen. Orbáns pogingen om meer overwerk op te leggen aan de arbeiders hebben in de voorbije weken het grootste massaprotest veroorzaakt dat zijn regering ooit kende [Orbán is premier sinds 2010]; de vakbonden plannen een algemene staking als die maatregelen niet ingetrokken worden. Dat zou een stap zonder voorgaande zijn in de recente geschiedenis van Centraal-Europa, waar het lidmaatschap van vakbonden laag is en in dalende lijn gaat. Maar de strijd tegen Orbáns zogenoemde ‘slavenwet’ biedt de Hongaarse arbeidersbeweging ook een historische kans om terug op krachten te komen.   De ‘slavenwet’   Orbáns pogingen zijn een verderzetting van die van zijn voorgangers om het overwerk uit te breiden. Al in het begin van de jaren 90, bij de transitie van het ‘reëel existerende socialisme’ naar het neoliberale kapitalisme kon het overwerk tot 144 uren per jaar gaan. Sindsdien is die grens stelselmatig afgezwakt door regeringen van allerlei kleur, niettegenstaande automatisering en technologische vooruitgang arbeidskracht uitspaarde. [caption id="attachment_16294" align="alignleft" width="400"] Viktor Orbán op het congres van de Europese Volkspartij (EVP), 2014 [foto EVP, CC by 2.0 )[/caption]Orbán’s regering deed hier nog een schep bovenop en nam op 12 december 2018 een wet aan die bedrijven toelaat tot 400 uur overwerk per jaar te vragen (komend van 250 uur), terwijl de betaling aan de werknemers tot drie jaar kan uitgesteld worden. Deze wet, die in de volksmond de ‘slavenwet’ genoemd wordt, werd aangenomen zonder enige voorafgaande raadpleging van de vakbonden, en botst op langdurig verzet in brede sociale lagen. De vakbondsleiding denkt dat deze wet een onderdeel is van een geheime deal met de Duitse autobouwers, die bang zijn voor een gebrek aan geschoolde werknemers in een land dat steeds meer te maken heeft met een tekort aan arbeidskracht. Orbán zelf verdedigde de wet en zegde dat de ondernemers zelf ernaar gevraagd hadden. Maar geen enkel bedrijf is er voor uit gekomen dat het dit gevraagd heeft. Orbán heeft ook beweerd dat de wet in het voordeel van de werknemers is, dat ze daardoor meer kunnen verdienen, en minder geneigd zullen zijn om een job te zoeken in West-Europa. Maar Orbán heeft wel een probleem: niemand schijnt het eens te zijn met hem, behalve dan de meest toegewijde regeringsambtenaren, de ingehuurde papegaaien in de staatsmedia en de harde kern van het regerende Fidesz. Een recente poll van Policy Agenda gaf aan dat 83% van de beroepsbevolking tegen de slavenwet is.   Tekorten op de arbeidsmarkt   Lezers uit Zuid-Europa kunnen het vreemd vinden dat hier gesproken wordt over een tekort aan arbeidskracht, terwijl er in hun landen al meer dan een decennium een sterke werkloosheid is, in het bijzonder onder de jeugd. Maar in de zogenoemde Visegrád-landen (Tsjechië, Hongarije, Polen, Slowakije) die het economische hinterland van Duitsland vormen stelt het omgekeerde probleem zich: er is een tekort aan arbeidskracht. Een van de belangrijkste redenen daarvoor is dat veel arbeiders uitgeweken zijn naar de meer ‘ontwikkelde’ kapitalistische landen in West-Europa, op zoek naar betere levensomstandigheden. Deze trend kwam reeds op gang na de verandering van regime in 1989, maar versterkte zich na het begin van de wereldwijde economische crisis in 2008, die harder toesloeg in de post-socialistische economieën dan in de rest van de wereld. Wat Hongarije betreft verhuisden in de voorbije jaren zo’n 350.000 arbeidskrachten (8% van het totaal) naar het Westen, in het bijzonder naar Oostenrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Het geld dat ze naar hun thuisland sturen (‘remittances’) bedraagt nu 3% van het BBP, een netto geldstroom die samen met de 6% van het BBP ten gevolge van EU-subsidies van het cohesiefonds het Hongaars economisch ‘herstel’ onder het Orbán-regime heeft helpen tot stand brengen. Men kan het moeilijk een succes noemen als Hongarije een gemiddelde economische groei van 2,2% heeft terwijl er een inwaartse geldstroom is van 9% van het BBP uit externe bronnen. Maar de immigratie van Hongaarse arbeidskracht naar het Westen leidde ook tot een toenemende druk op de arbeidsmarkt, in het bijzonder voor geschoolde arbeidskrachten. In een recensie van Eurostat in juni 2018 kloeg 86,6% van de Hongaarse werkgevers in de industrie over tekorten aan geschoolde arbeiders. Een tweede reden voor het arbeidskrachttekort in Hongarije is het tewerkstellingeffect van de transfers in het kader van het EU- cohesiebeleid. Er wordt geschat dat in Hongarije deze arbeidsintensieve investeringen in de infrastructuur goed zijn voor 170.000 jobs. Daar bovenop heeft de regering grootschalige openbare arbeidsprogramma’s gelanceerd, die 200.000 à 220.000 mensen tewerkstellen. Deze programma’s hebben weliswaar de werkloosheidsstatistieken opgeschoond, maar een betrouwbare studie door de Hongaarse Academie van Wetenschappen stelt dat veel van deze jobs nutteloos zijn, en arbeiders van de ene vorm van werkloosheid naar de andere sturen. Daar komen nog de structurele ongelijkheden bij veroorzaakt door buitenlandse investeringen. De autoindustrie is daar een mooi voorbeeld van, een sector waar Hongarije een soort regionale voorbeeldleerling is geworden. Sinds 1981 is de autoindustrie een van de pijlers geworden van de Hongaarse economie. Tegen 2007 bedroegen de inkomsten uit deze sector 15,4 miljard € (meer dan 15% van het BBP). De grootste buitenlandse investeerder is Audi, in het land aanwezig sinds 1993 met een van de grootste Europese industriebedrijven in de noordwestelijke stad Györ, terwijl Mercedes in 2016 een nieuwe fabriek opende in de zuidoostelijke stad Kecskemét. En verleden jaar kondigde BMW de beslissing aan om een miljard euro te investeren in een nieuwe fabriek bij de noordoostelijke stad Debrecen. Samen met de toevoerbedrijven stelt de autoindustrie 270.000 mensen tewerk in het land. Op die manier zit Hongarije Slowakije op de hielen, de grootste per capita autoproducent ter wereld, en we komen ook in de buurt van de Tsjechische Republiek. In deze landen gaat het vooral over assemblagewerk met lage lonen, als uitbestede schakel van de vooral Duitse transnationale productieketens. Duitsland heeft sinds 1989 zwaar geïnvesteerd in deze landen omwille van hun geografische nabijheid tot de Europese kernlanden, de zeer zwakke vakbonden en de relatief lage arbeidskosten (een kwart van de Duitse in de Visegrád-landen). Bovendien heeft eerste minister Orbán, die vaak publiek te keer gaat tegen de Duitse ‘economische kolonisatie’, meer overheidssubsidies toegekend aan Duitse bedrijven (van Audi tot Mercedes en BMW en nog andere) dan alle voorgaande Hongaarse regeringen. Hij heeft ook ‘strategische partnerships’ getekend met multinationals als Coca Cola, General Electric en Microsoft, maar de inhoud ervan is een staatsgeheim. Deze buitenlandse investeringen hebben de resterende geschoolde arbeidskracht opgeslorpt in het centrum en het oosten van het land, en velen denken dat er nog een tekort zal zijn. Vandaar de overtuiging van de vakbonden dat het de Duitse automakers waren die vragende partij waren voor de slavenwet. Ze kunnen best een punt hebben. Alhoewel neoliberale commentatoren vaak beweren dat kapitalisme en democratie hand in hand gaan trekken investeerders zich niets aan van de autoritaire verglijding in het Hongarije van Orbán of het Brazilië van Bolsonaro (om twee van de sprekendste voorbeelden te noemen), zolang hun winst maar niet in het gedrang komt. Waarschijnlijk klinkt Orbáns slavenwet als muziek in de oren van vele buitenlandse investeerders, want ze weten dat dergelijke wetten nooit zouden aanvaard worden in meer ontwikkelde welvaartstaten zoals Duitsland. Men moet ook noteren dat de Hongaarse economie niet eens zou te maken gehad hebben met een gebrek aan arbeidskrachten indien Orbán’s regime gezorgd had voor een degelijke financiering van de onderwijs- en gezondheidssector. In de plaats daarvan opteerde hij voor het neoliberaal soberheidsbeleid voor de massa’s en de verrijking van een kleine loyale klasse van inlandse kapitalisten. Sinds 2010 zijn de overheidsbestedingen in onderwijs en gezondheidszorg aanzienlijk gedaald; die in de sociale bescherming lagen al onder het EU-gemiddelde vooraleer Orbán terug aan de macht kwam [hij was ook al premier van 1998 tot 2002] en die zijn sindsdien nog verminderd. Het gevolg is een ontzettende ontwaarding van het menselijk kapitaal in een land dat ooit prat ging op zijn intellect en vaardigheden.   Slapende reuzen   De parlementaire oppositie, gaande van het vroeger fascistische en nu nationaal-conservatieve Jobbik, de socialisten van de MSZP, tot de kleine groene (LMP, Párbeszéd) en liberale partijen (DK, Momentum), zijn verenigd in hun pogingen om de slavenwet te blokkeren. Temidden chaotische scènes in het Parlement werd het debat het zwijgen opgelegd, waarop parlementsleden van de oppositie het gebouw verlieten en opriepen voor straatbetogingen. In Boedapest kwamen er tienduizenden op straat, elders waren er kleinere betogingen. Die zijn nu wat op hun retour, maar de protesteerders roepen op voor een nationale staking. Daardoor ontstond een enorme druk op de vakbonden, die aangaven te voelen voor een nationale staking. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het lidmaatschap van de bonden is gedaald van 44% in 1995 naar 9% vandaag, een stuk lager dan het West-Europees gemiddelde van 34%, in dezelfde periode komend van 45%. In de Scandinavische landen liggen de cijfers wel hoger, maar in Hongarije zijn ze vergelijkbaar met de andere Visegrádlanden. Er is in vergelijking ook een gebrek aan ervaring met stakingen. In Hongarije was er geen algemene staking sinds de revolutie van 1956. Het hoeft dan misschien ook niet te verbazen dat een groot aantal werknemers zelfs niet vertrouwd zijn met het idee van een dergelijke actie. In scherp contrast met Zuid-Europa hebben de post-socialistische landen van de EU geen verleden van militante efficiënte vakbonden. Na Wereldoorlog Twee werden de vakbonden verlengstukken van de lokale communistische partijen, en sinds de neoliberale transformatie zijn ze er niet in geslaagd een echte maatschappelijke kracht te worden. Soms wordt gegrapt dat bonden lijken op de navel van de bijbelse Adam: niemand weet waarvoor die precies dient, maar je zou hem wel missen als ie er niet was... Maar in de voorbije jaren hebben de bonden wel aan kracht gewonnen. Veel vakbonden hebben hun corrupte leiders vervangen door nieuwe. Deze nieuwe generatie heeft een golf aan geslaagde stakingen georganiseerd, met aanzienlijke loonsverhogingen tot gevolg. Aldus stegen de gemiddelde reële lonen in Hongarije gedurende jaren al aan een tempo van 4 à 5% per jaar, en het minimumloon steeg verleden jaar met 15%. Deze ontwikkelingen hebben aangetoond hoe fout de mainstream neoliberale economen van het land waren, met hun eeuwige bezorgdheid over de mogelijke tewerkstellingseffecten van de permanente loonsverhogingen. Maar de toestand op de arbeidsmarkt verbeterde zelfs, met een toegenomen binnenlandse vraag waar de hogere lonen voor veel tussen zitten. Op weg naar een nationale staking zijn er in Hongarije ook veel lokale acties. De werknemers van de Mercedesfabriek hebben al een loonsverhoging binnengehaald van 35%, terwijl die bij Audi momenteel staken voor een verhoging van 18% en andere voordelen. De bonden in de openbare sector hebben ook aangekondigd dat ze nationaal zullen staken als de regering niet terugkomt op de slavenwet (maar die staking zou er pas zijn op 14 maart). De vakbondsleiders zijn het erover eens dat de ledenaantallen stijgen telkens er actie aangekondigd wordt. Hun collega’s in de Tsjechische Republiek hebben een gelijkaardige ervaring. Passieve bonden verliezen leden, actieve winnen er. Misschien dient Adams navel toch wel voor iets? (*) Dit artikel verscheen op 2 februari 2019 op de website van Jacobin onder de titel Viktor Orbán is finally under siege.De Nederlandse vertaling is van Ander Europa. Zoltán Pogátsa staat aan het hoofd van het Economisch Instituut aan de Universiteit van West-Hongarije. Hij is gespecialiseerd in de politieke economie van de Europese integratie. Zie ook zijn website. We publiceerden van hem eerder De oplossing voor Brexit ligt in Oost-Europa. Adam Fabry behaalde een doctoraat aan de Brunel Universiteit (UK). Hij is lid van de redactieraad van Journal of Contemporary Central and Eastern Europe en van Historical Materialism.

Voor Spaanse christendemocraten is extreemrechts salonfähig

11/02/2019 - 18:45

Ons pas gepubliceerde overzichtsartikel over extreemrechts in de EU heeft het onder andere over de vervagende grens tussen rechts en extreemrechts. De christendemocratische  Europese Volkspartij biedt onderdak aan het Hongaarse Fidesz van Viktor Orban, de Britse Conservatieven zetelen in dezelfde fractie als Alternative für Deutschland (AfD) en andere zeer rechtse partijen. Een nieuwe illustratie van de toenadering tussen rechts en extreemrechts was gisteren (10 feb) te zien in Madrid. Opgetrommeld door de PP (Partido Popular, christendemocraten), Ciudadanos (rechts liberaal, lid van Verhofstadts ALDE) en het extreemrechtse VOX kwamen 45.000 demonstranten (politiecijfer) protesteren tegen het 'verraad' van de sociaaldemocratische premier Pedro Sánchez (PSOE) die met de Catalaanse onafhankelijksbeweging wil onderhandelen.  VOX werd eind 2013 opgericht door misnoegde PPers, die hun partij te links vonden. De partij is tegen moslims, immigranten, feministen en abortus maar voor stierengevechten, deportatie van 'illegalen', herstel van de 'Spaanse eenheid door afschaffing van de autonome gemeenschappen etc. Sociaaleconomisch is VOX voor gespierd neoliberalisme, het programma van Marine Le Pen wordt zelfs te ‘links’ gevonden [note] Zie het (gratis beschikbaar) artikel van Vincent Scheltiens in Appache, [/note]. De drie genoemde partijen vinden elkaar ook in het bestuur van de autonome gemeenschap Andalusië. In deze traditioneel socialistische regio werd op 16 januari een nieuwe regering gevormd door PP en Ciudadanos, die in het regionaal parlement gesteund wordt door VOX. Een trieste 'primeur', want het is voor de eerste keer sinds de dood van dictator Franco (1975) dat extreemrechts weer een sleutelrol kan spelen in een regionaal parlement. (hm)  

De EU en Brexit: Project Angst

11/02/2019 - 13:41

door Gerrit Zeilemaker 11 februari 2019   Alom wordt de Brexit als een economische ramp gepresenteerd die werkloosheid en lege winkels zal opleveren, maar is dat eigenlijk wel waar? Zowel de Remain-aanhangers als de bureaucraten in Brussel schetsen een economisch armageddon. Foto’s van kinderen voor lege winkelschappen,  bezorgde ondernemers die aan beide zijden van het Kanaal pakhuizen huren om voor de Brexit over voldoende voorraad te beschikken. Ondertussen wachten de bureaucraten in Brussel hooghartig af en laten ter afschrikking van eventuele andere  afscheidingskandidaten premier May verder strompelen. Anderzijds probeert May de regie te houden en tijd te winnen, alles beter dan vervroegde verkiezingen. Zal er een economische ramp plaatsvinden? Ik denk dat het wel mee zal vallen. Laten we eens een aantal feiten op een rijtje zetten. Eén van mijn favoriete economen, de Britse marxist Michael Roberts, concludeerde al vlak voor het referendum in 2016 waarin de Britten leave stemden  eenvoudigweg: “Of de Britten al dan niet (uit de EU, GZ) willen vertrekken, is relatief klein bier in vergelijking met het groeiende risico van een nieuwe economische wereldcrisis. Dat heeft veel grotere gevolgen voor het Britse volk dan een Groot-Brittannië dat de EU verlaat.” [note] https://thenextrecession.wordpress.com/2016/03/24/brexit-stay-or-leave/ [/note] Inderdaad het verlies van inkomen per persoon als gevolg van de crisis van 2008 en zijn nasleep was voor de Britten in 2016 al zo’n 14%. De economische gevolgen van de Brexit worden in een onderzoek tussen een afname van 2,2% bruto binnenlands product (BBP) en een toename van 1,6% geschat. Het meest realistische scenario wordt tussen de -0,8% en +0,6% BBP geschat. In 2030! [note] https://openeurope.org.uk/intelligence/britain-and-the-eu/what-if-there-were-a-brexit/ [/note] Wel is het zo dat de aanhoudende onzekerheid leidt tot aarzeling bij Britse ondernemer om te investeren en voor buitenlandse investeerders om Britse financiële activa aan te houden, waardoor de waarde van de Britse pond met meer dan 20% daalde. Dit betekent dat de Britse export wel goedkoper is, maar de import duurder wat de inflatie aanjaagt. Ondertussen daalt het reële BBP van 2% per jaar naar 1,5% per jaar en kruipt de industriële productie voort met 1%. De reële loongroei verdween en is nu zeer zwak. Hoewel Roberts zich niet uitlaat over de verschillende mogelijke ‘deals’,  zoals ‘hard’, ‘soft’ of ‘no deal’ spreekt hij in zijn analyses van een ‘managed’ no-deal, scenario waarin de twee kanten zoeken naar een zo minimaal mogelijke ontwrichting van de economie. Nieuwe onderzoeken voorspellen dat zo’n scenario slechts zal leiden tot een pauze in de economische groei in 2019 en een korte daling van het BBP van 1% in 2020. Lange termijnonderzoeken van reguliere economische instituten als de Bank of England en de overheid rekenen met een geaccumuleerd verlies van het reële Britse BBP voor de komende vijftien jaar tussen de 4 tot 10% door het verlaten van de EU. Dat is een verlies van 3% van het BBP per persoon, wat overeenkomt met ongeveer £ 1.000 per persoon per jaar. “Maar welke ‘deal’ ook gemaakt wordt, het betekent niet dat het Britse BBP de komende tien á vijftien jaar ook daadwerkelijk zal dalen. De Britse economie zal over tien jaar niet kleiner zijn als het de EU verlaat, maar ze zal langzamer groeien,” concludeert Roberts.  

In de aanloop naar de Europese verkiezingen – Deel 4: Extreemrechts in de EU

10/02/2019 - 16:57

door Herman Michiel 10 februari 2019   In deze reeks “In de aanloop naar ...”  brengen we een beknopt overzicht van wat in de voorbije 4 à 5 jaar gebeurde in de Europese Unie op een aantal belangrijke gebieden. Het relaas is in de eerste plaats beschrijvend, bedoeld om ons geheugen wat op te frissen. Het moet ons beter toelaten de standpunten te beoordelen die partijen innemen tijdens de Europese verkiezingen. In deel 4 gaat het over extreemrechts, vanuit het vrij enge perspectief van verkiezingsresultaten bij de Europese verkiezingen, zetels in het Europees Parlement, samenwerking in Europese fracties. Zeker, de macht in de EU ligt niet in de handen van het Europees Parlement, maar successen bij de Europese verkiezingen zijn niet alleen een barometer, maar versterken ook de slagkracht van extreemrechts in de nationale arena, leiden meestal tot een verrechtsing van het centrum, leveren prestige, contacten en ... Europese subsidies op. Redenen genoeg dus om het beest in de ogen te zien.   [caption id="attachment_16271" align="alignleft" width="450"] V.l.n.r.: Salvini (Lega Nord), Vilimsky (FPÖ), Le Pen (FN), Wilders (PVV) en Vanhecke (VB) op 28 mei 2014, vlak na de Europese verkiezingen.(Foto Flickr, CC licentie )[/caption] Het lijdt weinig twijfel dat extreemrechts er de voorbije vijf jaar op vooruit gegaan is in de Europes Unie, en de kans is groot dat die vooruitgang ook zal blijken bij de Europese verkiezingen van mei. Maar om niet in het ijle te praten zouden we eerst nader moeten omschrijven wat we in de EU onder ‘extreemrechts’ verstaan. Dat is vandaag minder eenvoudig dan twintig, zelfs tien jaar geleden. Toen twijfelde er niemand aan dat het Franse Front National of het Vlaams Blok extreemrechts was. Ook vandaag weet men meteen waartoe groepen zoals het Griekse Gouden Dageraad behoren, gezelschappen  waarin de Hitlergroet een beleefdheidsformule is. Op Europees vlak vond men dit soort partijen meestal terug onder de ‘Niet Ingeschrevenen’, de Non Inscrits (NI), d.w.z. partijen die samen te zwak waren, of het niet eens werden, om een ’groep’ te vormen in het Europees Parlement en op die manier van financiële en administratieve voordelen te genieten. De ECR daarentegen, de European Conservatives and Reformists was de fractie rond de Britse Conservatieve Partij (Tories), rechts, ongetwijfeld, maar op hun gering enthoesiasme voor de Europese gedachte na niet zo erg verschillend van die andere rechtse groepering, de Europese Volkspartij (EVP, EPP in het Engels). EVP en ECR waren allebei gewoon rechts, punt.   Rechts opent de poorten voor extreemrechts... Maar zie, vandaag (en ... tot 29 maart?) bestaat die ECR niet alleen uit de Britse Tories maar ook de nieuwe formatie Alternative für Deutschland behoort ertoe, de Poolse PiS (‘Recht en Rechtvaardigheid’) van de aartsreactionaire Jaroslaw Kaczynski, de Ware Finnen’ en de Deense Volkspartij, stuk voor stuk xenofobe, ultranationalistische reactionaire partijen die men toch al vlug als uiterst rechts bestempelt. Dat wil niet automatisch zeggen dat de Tories, de partij van Theresa May, nu ook uiterst rechts is, maar er zijn grenzen verlegd, taboes doorbroken. Als extreemrechts zich mag ophouden in het gezelschap van deftig rechts wordt het zelf deftig. De reden voor dergelijke toenadering is niet alleen van ideologische aard, ze is ook zeer praktisch. Daar zijn voor een groot deel de procedures voor verantwoordelijk die het Europees Parlement hanteert om een politieke ‘groep’ of ‘fractie’ als dusdanig te erkennen. Men moet op zijn minst 25 Europarlementsleden (‘MEPs’) bijeenbrengen afkomstig uit minstens een kwart (momenteel dus zeven) verschillende lidstaten. Officieel is de bedoeling van deze regel om tot meer Europese samenwerking te komen, om een Europees bewustzijn te scheppen en een Europees publiek politiek forum. Het resultaat is echter vaak nogal pervers. Zo behoorde de rechtse en allesbehalve ecologistische Vlaamse N-VA tijdens de legislatuur 2009-2014 tot de groene fractie in het Europees Parlement. De reden is simpel: je moet tot een groep behoren om als rapporteur in een parlementscommissie te kunnen optreden, om gesubsidieerd te worden voor de oprichting en werking van een Europese politieke partij, een think tank, een tijdschrift, of om met de fractievoorzitters mee de agenda te bepalen, enzovoort. Voor het goede begrip, de subsidies waarover we het hier hebben betreffen niet de wedden van de Europarlementariërs zelf, hun medewerkers en de administratieve kosten. Over de bedragen die uitgekeerd worden aan de erkende groepen voor hun politieke werking lopen de cijfers nogal uiteen. Een tabel van het Europees Parlement over subsidies aan Europese partijen toont aan dat het in ieder geval over vele miljoenen gaat (bv. bijna 7 miljoen € voor de EVP als politieke partij in 2016).  Euractiv meldde dat door de oprichting van het uiterst rechtse ENF rond Marine Le Pen en Geert Wilders (verder nog besproken) in 2015 er een subsidie gemoeid is van 17,5 miljoen € in de huidige legislatuurperiode. Volgens Le Monde (25 februari 2017) konden 6 rechtsnationalistische partijen in 2017 zeven van de vijftig miljoen euro incasseren die het Parlement jaarlijks voor de Europese partijen veil heeft. Zelfs al gedragen extreemrechtse partijen zich onderling soms als krabben in een krabbenmand, ze vinden elkaar wel degelijk als het op geld aankomt; een typisch extreemrechts fenomeen is dat trouwens niet.   ... en extreemrechts voor, euh, naief (?) rechts UKIP, de United Kingdom Independence Party, opgericht door de rabiate stokebrand Nigel Farage, trekt op Europees vlak samen op met de ‘Zweedse Democraten’, een heel ongepaste naam voor de Zweedse evenknie van het Vlaams Belang. Samen met UKIP behoren ze tot weer een andere groep in het Europees Parlement, de EFDD, ‘Europe of Freedom and Direct Democracy’.  Maar zie, ook de Italiaanse 5-Sterrenbeweging (M5S, ontstaan rond de ‘komiek’ Beppe Grillo) zit bij de EFDD. Naast een hoop antimigrantenretoriek ijvert die partij ook voor een vorm van basisinkomen, voor gratis ziekenzorg, tegen vrijhandelsverdragen. Dat Guy Verhofstadt vóór de toetreding van M5S tot EFDD geprobeerd heeft de 17 MEPs van M5S voor zijn liberale ALDE te winnen bewijst toch ergens dat er een aanzienlijk verschil is tussen de Vijfsterrenbeweging en bv. UKIP of de Zweedse Democraten. Maar die zitten dus nu samen in de EFDD.  Dat Grillo’s beweging een regering vormde samen met de Lega is alleszins een veeg teken.   Vervaagde politieke grenzen Het is dus minder vanzelfsprekend geworden om de vooruitgang van extreemrechts in de EU af te meten aan de stemresultaten van een aantal fracties, zoals de ECR, de EFDD, en het nog niet vermelde ENF (Europe of Nations and Freedom) waartoe het Vlaams Belang, de Nederlandse PVV, het Franse Front National (in juni 2018 herdoopt tot Rassemblement National) en de Italiaanse Lega Nord behoren. Niet alleen herbergen de traditioneel extreemrechtse Europese fracties een aantal partijen waar men dit etiket niet zonder meer kan opkleven (M5S), maar traditionele rechtse fracties zoals ECR bevatten nu ook extreemrechtse partijen; dat geldt ookj voor een ‘gewone’ rechtse fractie als de christendemocratische Europese Volkspartij, die onderdak biedt aan de partij van Viktor Orban, het Hongaarse Fidesz en Berlusconi’s Forza Italia, een partij met zeker ook gedeeltelijk extreemrechtse aanhang. De Beierse zusterpartij van Angela Merkels CDU, de CSU, behoort sinds jaar en dag tot de EVP, maar op het vlak van migratie is ze even rabiaat als Viktor Orban’s Fidesz, waarmee de CSU vriendschappelijke banden onderhoudt.   Wie zit waar? Maar laat ons toch eerst de genoemde partijen en fracties wat overzichtelijker in kaart brengen [note] Wie een gedetailleerder beeld wil verwijzen we naar de brochure Far-right parties and the European Union, a love-hate relationship, uitgegeven door de Rosa Luxemburg Stiftung, februari 2016 (verder aangeduid als “RLS brochure”) en geschreven door de politieke wetenschapper Thilo Janssen, sinds meer dan 10 jaar medewerker van de linkse fractie in het Europees Parlement. We hebben van deze studie dankbaar gebruik gemaakt voor het schrijven van dit artikel. Het aantal hieronder vermelde leden van een groep kan soms een paar eenheden afwijken van wat men elders vindt, dit tengevolge van eventuele latere bij- of uittredingen uit de fractie. [/note]. De hieronder vermelde fracties zijn deze die zonder veel discussie als ‘rechts van de Europese Volkspartij’ kunnen geplaatst worden: de ECR, de EFDD en de ENF. Om zich een idee te vormen over het belang van een fractie kan men hun zetelaantal vergelijken met het totaal aantal zetels in het Europees Parlement (751) en dat van de twee belangrijkste fracties (de EVP met 217 leden en de sociaaldemocratische fractie S&D met 190 zetels). De liberale fractie (ALDE) behaalde 64 zetels in de verkiezingen van 2014 , de Groenen 51, en radicaal links (GUE/NGL) 52. (Na de uittrede van de Britten zullen er nog 705 zitjes zijn.)   ECR: European Conservatives and Reformists De Britse conservatieven (‘Tories’) waren aanvankelijk lid van de ‘christendemocratische’ EVP, maar gewezen Brits premier en partijleider David Cameron kon zich niet langer vinden in het Europees enthousiasme van de EVP, en richtte voor de Europese verkiezingen van 2009 een nieuwe groepering binnen het Europees Parlement op, de ECR. Aanvankelijke partners waren het Poolse PiS (Recht en Rechtvaardigheid), hetTsjechische ODS (Vaclav Klaus) en kleinere partijtjes, maar vlak voor de Europese verkiezingen van 2014 traden andere rechtse krachten toe, waaronder de Deense Volkspartij, Alternative für Deutschland, de Ware Finnen, de N-VA van Bart De Wever (die twijfelde tussen ECR en de liberale ALDE van Verhofstadt), en de Onafhankelijke Grieken (ANEL, coalitiepartner van SYRIZA).Ook de Nederlandse ChristenUnie en de SGP maken er nu deel van uit [note] Zie de volledige lijst op Europa Nu. [/note]. De ECR werd aldus plots met 74 europarlementariërs de derde grootste fractie in het Europees Parlement.  Brexit zal voor de ECR wel een probleem stellen, want de Britse conservatieven leveren momenteel 19 zetels.   EFDD: Europe of Freedom and Direct Democracy  De voorloper van de EFDD was de EFD, met als kern Farages UKIP en de Italiaanse Lega Nord. In de periode 2009-2014, met 32 leden, hoorden daar ook nog de Nederlandse SGP, de Ware Finnen en de Deense Volkspartij bij. Rond de verkiezingen van 2014 leek deze fractie uit elkaar te vallen door het vertrek van een aantal partijen naar de ECR, maar uiteindelijk besloot de Italiaanse Vijfsterrenbeweging, M5S, haar 17 verkozenen bij de EFD te voegen, die omgedoopt werd tot EFDD. Nog in hetzelfde verkiezingsjaar 2014 beleefde de fractie een aantal wisselvalligheden door de terugtrekking van een enkele (Letse) verkozene, waardoor de groep minder dan zeven nationaliteiten telde en volgens de reglementering niet meer als groep kon erkend worden. Maar dan trad een enkele Poolse verkozene toe, en de voorwaarden waren opnieuw vervuld, het politiek vehikel kon opnieuw Europese subsidies krijgen… Latere uittredingen deden de groep krimpen tot de huidige 41 verkozenen. Ook de ene verkozene van Alternative für Deutschland hoort erbij; voor de volledige lijst, zie Europa nu. Het werkelijk politiek belang van een partij mag men natuurlijk niet alleen afmeten aan zijn vertegenwoordiging in het Europees Parlement. UKIP haalde bij de Europese verkiezingen van 2014 bijna 27% van de stemmen, M5S 21%, de Zweedse democraten bijna 10%.   ENF: Europe of Nations and Freedom Hier vinden we de bekendste vertegenwoordigers van extreemrechts terug: het Vlaams Belang, het Front National (nu Rassemblement National), de Lega Nord (omwille van zijn nationale ambities herdoopt tot Lega tout court), de Oostenrijkse FPÖ, samen goed voor 36 zetels. De helft ervan wordt bezet door leden van Marine Le Pen’s Rassemblement National, de Lega levert er vijf, Wilders PVV vier, het Vlaams Belang één. Voor de volledige lijst, zie Europa nu. ENF kon slechts het jaar na de verkiezingen van 2014 aan de subsidiëringsvoorwaarden  voldoen, als de Poolse KNP en een afvallig UKIP-lid zich bij de club aansloten; daar kwam naderhand nog een verlopen Roemeens lid van S&D bij.   NI: Niet Ingeschrevenen Zo worden Europarlementariërs genoemd die niet tot een of andere groep horen. Dat was vroeger meestal het geval voor extreemrechtse verkozenen, maar die hebben zich nu in diverse erkende parlementsgroepen kunnen groeperen, wat de vooruitgang van deze stroming illustreert. Het aantal NI’s vermeld door het Europees Parlement is 22, maar daar zijn zowel Jean-Marie Le Pen bij (door dochter Marine uit het FN geweerd), de ene verkozene van het neonazistische Duitse NPD als een verkozene van de Griekse communistische partij KKE.   Een kwart van de zetels   Als we nu het aantal zetels in het Europees Parlement behaald door ECR, EFDD, ENF en de extreemrechtse NI’s als indicator nemen voor de evolutie van deze stroming [note] Dus met inbegrip van de Vijfsterrenbeweging, maar zonder Fidesz of Forza Italia. [/note] kunnen we alleen vaststellen dat die er in de voorbije 20 jaar systematisch op vooruit gegaan is, zie Grafiek 1. In het huidig Europees Parlement bezetten ze 171 zetels, bijna een kwart van het totaal. [su_spacer] [caption id="attachment_16267" align="aligncenter" width="600"] Grafiek 1 : Percentage zetels behaald door extreemrechtse kandidaten in het Europees Parlement tijdens de 4 voorbije legislaturen. (uit de RLS-brochure blz. 8. )[/caption] [su_spacer] Men moet wel opmerken dat extreemrechts bij de Europese verkiezingen meestal een stuk beter scoort dan in nationale, o.a. als gevolg van het proportioneel stelsel dat meestal voor de Europese zetels gebruikt wordt. Dat is bijvoorbeeld te zien in Grafiek 2, waar de resultaten voor de nationale en de Europese verkiezingen van het Britse UKIP met elkaar vergeleken worden. [su_spacer] [caption id="attachment_16268" align="aligncenter" width="600"] Grafiek 2: Verkiezingsresultaten (%) van UKIP bij nationale (zwart) en Europese (rood) verkiezingen (RLS-brochure blz 33).[/caption] [su_spacer] Over wie hebben we het eigenlijk? We zegden het al: de grenzen tussen rechts en extreemrechts zijn vandaag minder gemakkelijk te trekken dan een jaar of 20 geleden. Traditioneel rechts (‘centrum rechts’) schoof naar rechts op en kwam zo deels op terrein dat voorheen als extreemrechts bestempeld werd. De verschuivingen zijn niet tot Europa beperkt [note] Zie bv. Michael Löwy, Uiterst rechts: Een wereldwijd fenomeen, in Grenzeloos, 10 januari 2019.   [/note], en een aantal recente ontwikkelingen zouden tien jaar geleden op ongeloof onthaald zijn. Steve Bannon, gewezen adviseur van de Amerikaanse president, verschijnt nu zij aan zij met Marine Le Pen en adviseert Europees extreemrechts om zich continentaal te verstevigen. Een aantal grote landen worden bestuurd door extreemrechtse fascistoïde regimes (Brazilië – 200 miljoen inwoners ­ onder Bolsonaro, de Filipijnen met 100 miljoen inwoners onder Duterte ...) . Een heldere analyse van wat er aan de hand is op het politieke terrein wordt ook bemoeilijkt doordat een aantal termen gemeengoed geworden zijn maar meer verhullen dan onthullen. Zo wordt er in de media en in politieke babbels vlot over populisme gesproken, dat dan in twee uitvoeringen bestaat, een rechts en een links; het is hetzelfde luie, ideologisch verre van neutrale samengooien van extreemrechts en radicaal links op de hoop van het extremisme. In de Europese Unie is daar nog een specifieke categorie aan toegevoegd: het euroscepticisme ; om het even of men de EU verwijt de markt boven het sociale te stellen, of dat Brussel de nationale identiteit vernietigt door de grenzen open te stellen voor volksvreemde elementen, men is ‘eurosceptisch’ [note] Het is jammer dat de term eurosceptic (en euro-hostile) herhaald voorkomt in de RLS brochure, zonder één maal te vermelden dat er een onderscheid moet gemaakt worden tussen de noodzaak van samenwerking in Europees verband en de erkenning van de EU als geslaagde belichaming van zulke samenwerking. Zowel Nigel Farage als Costas Lapavitsas zijn ‘eurosceptisch’, maar er is een wereld van verschil tussen de twee. [/note]. De al dan niet gewilde begripsverwarring rond links en rechts extremisme, radicalisme, populisme of euroscepticisme wordt al heel wat opgehelderd als men zijn termen ietwat zorgvuldig definieert. Kijken we bijvoorbeeld bij Cas Mudde, een Nederlandse politoloog die zich toelegt op de studie van radicaal rechts [note] Mudde maakt ook een onderscheid tussen extreem rechts en radicaal rechts, maar we houden het hier bij een eerste begripsafbakening. Zie Public Seminar, 7 augustus 2018, The Electoral Success of the Radical Right in Europe. Voor het al dan niet fascistisch karakter van extreem rechts, zie Enzo Traverso, Fascisme en postfascisme in Grenzeloos, 5 februari 2019, [/note]. Radicaal rechts onderscheidt zich volgens Mudde van andere politieke families door drie karakteristieken: een nativistische ideologie, een visie op de maatschappij als bestaande uit het ‘volk’ enerzijds en een elite anderzijds, en ten derde een hang naar autoriteit, law and order. Nativisme betekent in deze context dat de belangen centraal staan van wie ‘hier’ geboren is, een ethnocentrische opvatting waaraan nationalisme en vreemdelingenhaat niet vreemd zijn, kort gezegd: “Eigen volk eerst”, of (Pegida) “Wir sind das Volk”. De tegenstelling volk-elite maakt ook deel uit van het populisme (een begrip dat natuurlijk ook nader omschreven wordt door Mudde, zie bv. Populism in Europe: a primer), en men vindt er bijvoorbeeld een linkse versie van in het beeld van de 99% versus de 1% zoals gelanceerd door de Occupy Wall-Street-beweging. Radicaal links daarentegen verzet zich tegen de ongelijke economische verhoudingen, die ze radicaal wil gewijzigd zien en komt op voor internationalistische solidariteit. Met het begrippenkader van Mudde (die nog een onderscheid maakt tussen extreem links en radicaal links op basis van de houding tegenover de liberale democratie) kan men het eens zijn of niet, maar het brengt ons toch al verder dan de tweedeling Europagetrouwen-eurosceptici. Maar ook dan blijft eigenlijk nog duidelijk dat een fenomeen als de Italiaanse Vijfsterrenbeweging zich niet gemakkelijk in een politologisch vakje laat stoppen; zie hierover een interview met Mudde in MO*.   Vooruitzichten?   Alhoewel deze reeks “In de aanloop naar de Europese verkiezingen” in de eerste plaats een terugblik wil zijn op de voorbije vijf jaar, toch iets over de vooruitzichten voor de komende jaren. Hoe ver zal extreem rechts doordringen in Europa? Wat de Europese verkiezingen en het Europees Parlement betreft is hun vooruitgang bijna een zekerheid, ook al zal UKIP na Brexit de scene verlaten (maar het Spaanse VOX is dan weer een nieuwe opkomende  extreemrechtse partij). Het sociaal-economisch beleid van de EU is verre van populair, en het verzet daartegen klonk nog het luidst vanuit de uiterst rechterzijde. Demagogie, kan men zeggen, de Lega-M5S regering in Rome heeft haar ‘foute’ begroting herschreven op bevel van Brussel. Maar de concurrentie aan de linkerzijde is beperkt; het beetje mea culpa dat nu soms vanuit sociaaldemocratische kant opgaat is weinig geloofwaardig, en ook radicaal links is er niet in geslaagd om zich als belichaming van een echt alternatief voor te stellen. De krachtsverhoudingen in het Europees Parlement zijn eigenlijk nog het minst belangrijk; extreemrechts zal ook na de verkiezingen niet in staat zijn de globale consensus van christendemocraten, sociaaldemocraten en liberalen te doorbreken, en op sociaal-economisch vlak zijn ze het fundamenteel eens met het neoliberaal beleid, getuige daarvan de meest rabiate rechtse ‘euroscepticus’ Viktor Orban met zijn ‘slavenwetten’. Ook Thilo Janssen meent in de RLS brochure (pag. 24) dat ENF, EFDD en consoorten gemarginaliseerd zullen blijven op belangrijke posities, zoals die binnen de parlementaire commissies. Ze kunnen wel van belang zijn op nationaal vlak, aldus Janssen, en het is via dat niveau dat de Raad van ministers en de Europese Raad bijeenkomen, de cenakels van het ‘intergouvernementeel’ Europa. Enzo Traverso denkt niet dat de EU kan overleven als extreemrechtse bewegingen in West- en Midden-Europese landen de volgende verkiezingen in de EU winnen; de EU zou “waarschijnlijk niet van de ene op de andere dag verdwijnen, maar de ineenstorting van de EU zou op de middellange termijn onvermijdelijk worden.”. Men kan daaraan twijfelen. Een consequent verzet tegen het economisch beleid is, zoals we reeds vermeldden, niet te verwachten. Het verzet tegen het (zeer bescheiden) Europees spreidingsplan voor asielzoekers zou toenemen, maar de steun voor het huidig beleid, versterking en militarisering van Frontex, zou alleen maar toenemen. Op het gebied van sociale rechten heeft de EU nu eenmaal ook geen voortrekkersrol die door een grotere invloed van extreemrechts in het gedrang zou komen. Wat betreft de rechtsstaat heeft de EU in Hongarije, Polen of Spanje ook niet bewezen orde op zaken te kunnen stellen. En de sterke regimes in Oost-Europa zijn de hevigste adepten van een versterking van de NATO en een anti-Russische politiek. Dat alles wijst eerder op een versterking van het EU-beleid dan van een bestrijding ervan. Het is vooral indirect dat een vooruitgang van extreemrechts zich op het Europese niveau zal laten gevoelen. In de betrokken lidstaten kunnen de gevolgen aanzienlijk zijn, op het gebied van werkersrechten, rechten van minderheden en immigranten, eventueel ook op het gebied van een ‘soevereine’ klimaatpolitiek met behoud van kolencentrales, uitbouw van kernenergie, enzovoort. De politieke conclusie van dit alles is dat de linkerzijde in Europa haar verantwoordelijkheid moet opnemen om een geloofwaardig alternatief te bieden. Of daar aanstalten toe genomen worden moeten we misschien in een andere bijdrage bespreken.  

Brochure over vrijhandels- en investeringsakkoorden

07/02/2019 - 13:20

transform! europe, het tijdschrift van de Partij van Europees Links, brengt een brochure uit over vrijhandels- en investeringsakkoorden. Er verschenen al veel brochures over specifieke akkoorden (TTIP, CETA ...) maar hier is het opzet om  een globaal inzicht te krijgen in de problematiek van dergelijke overeenkomsten, de politieke achtergrond ervan, de gevolgen voor democratie en sociaal beleid, de vele vrijhandelsonderhandelingen waarmee de EU nu bezig is. Er wordt bovendien aandacht besteed aan het verzet tegen dit soort akkoorden, en de successen die hier konden geboekt worden. De brochure bestaat in het Duits, Engels, Frans en Spaans (zie hier). De engelstalige versie kunt u downloaden door op de figuur te klikken (2,7 MB, PDF, 41 blz.)      

Schauvliege: boerenbedrog door een milieuminister

05/02/2019 - 14:02

Een paar dagen geleden maakten we hier melding van een reeks voorstellen van de grote milieuorganisaties aan de Belgische overheden om tot een duurzame landbouw te komen, door een herziene aanwending van de Europese landbouwsubsidies [note] Ander Europa, 1 februari 2019, Milieuorganisaties voor een ander landbouwbeleid[/note]. In hun ‘positietekst’ tonen WWF, Greenpeace, BBL en Natuurpunt aan dat daarmee niet alleen milieu en klimaat gebaat zijn, maar ook de landbouwers zelf: “Recent onderzoek toonde aan dat de transitie naar een duurzame landbouw de werkgelegenheid bevordert, de arbeidsomstandigheden verbetert en de kosten voor milieu en volksgezondheid naar omlaag brengt”, schrijven ze. Geen sprake dus van milieuorganisaties die het de boer willen nog moeilijker maken dan hij het al heeft. Wat we niet konden vermoeden was dat de Vlaamse minister bevoegd voor landbouw en leefmilieu, Joke Schauvliege (CD&V), één van de bestemmelingen van de aanbevelingen van de milieuorganisaties, op datzelfde ogenblik bezig was een haatspeech tegen deze organisaties voor te bereiden. Inderdaad, op 2 februari hield de minister een toespraak voor het Algemeen Boerensyndicaat waarin ze zowel de klimaatmarsen (reeds twee van meer dan 70.000 mensen in Brussel  op een paar maanden tijd) als de massale scholierenacties afdoet als opgezet spel, manipulatie door wrokkige natuurorganisaties. Bewijs? De staatsveiligheid heeft het haar bevestigd! Ontkennen kan de minister niet, het ligt vast op video. Ach ja, ze heeft zich ‘verkeerd uitgedrukt’, wat een tekort aan slaap allemaal niet meebrengt, maar zeker geen reden om haar nu door het slijk te halen... Meteen ligt ook haar huichelachtige ‘interpretatie’ van de scholierenacties aan diggelen: ze had gezegd dat ze in de roep van zoveel jongeren voor een echte klimaatpolitiek een ‘steun voor haar beleid ‘ zag. Een paar dagen later en in een ander gezelschap is deze roep het resultaat van manipulatie door duistere krachten ... Men ontkomt niet aan de groeiende evidentie dat onze politieke leiders een sinister spel aan het spelen zijn, niet alleen de demagogen van N-VA en Vlaams Belang maar ook de ‘eerbare’ neoliberalen van allerlei slag. Voor het voetlicht brengen ze ronkende verklaringen over ‘duurzaamheid’,  maar als ze denken een stem te winnen door wat leugenachtige stemmingmakerij zullen ze het niet laten. Zo was ook de reactie van de Belgische premier Michel op de tweede grote klimaatbetoging in zijn hoofdstad: ik zal laten berekenen wat jullie eisen kosten, begrijp, beste onderdanen: die betogers willen je op kosten jagen! Voor één ding moeten we Schauvliege, Michel, Dewever  en tutti quanti erkentelijk zijn: ze dragen bij tot de politisering van het klimaatthema, ze trekken de krijtlijnen tussen het kamp van de echte klimaatbewusten en hun eigen kamp, dat van de bedrijfslobbys. (hm)

De Catalaanse beweging tegen de centrale staat

04/02/2019 - 22:44

door Aina Talle en Ana López (*) 4 februari 2019   De civiele maatschappij als actor   De Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging bestaat sinds vele decennia. Vandaag is ze een brede, zeer populaire en inclusieve beweging geworden, waarin zich zeer uiteenlopende sociale bewegingen en politieke stromingen en oriënteringen ontmoeten. Ze onderscheidt zich duidelijk van andere nationalistische onafhankelijkheidsbewegingen in Europa, door de centrale rol van de sociale empowerment. De Catalaanse civiele maatschappij had daarin altijd een leidende rol. Ze heeft als eerste de onafhankelijkheid op de dagorde gezet, en dit begrip in zijn sociale en nationale dimensie bij instellingen en partijen naar voor geschoven. Democratisering is een zeer sterke eis van deze civiele maatschappij, en daarom bevat haar strategie steeds de toepassing van verschillende democratische instrumenten, zoals openbare debatten, volksraadplegingen, referenda, verkiezingen, tot en met ons laatste referendum van 1 oktober 2017. Daarbij opent de civiele maatschappij open ruimtes, ruimtes die voor allen beschikbaar zijn, waarin vrij gediscussieerd wordt, waar mensen uit verschillende bevolkingsgroepen en met diverse politieke opvattingen mekaar ontmoeten en met elkaar debatteren, los van de vraag of ze voor of tegen onafhankelijkheid zijn.   Antikapitalistisch links   Natuurlijk onderscheidt ons standpunt als antikapitalistisch links zich van andere oriëntaties binnen de onafhankelijkheidsbeweging. Wij zien die beweging als een buitengewone kans om de Spaanse nationale staat in vraag te stellen en alles wat een nationale staat op Europees vlak met zich brengt. Wat ons betreft gaat het erom de rol van de Europese instellingen te veranderen en de representatieve democratie door een participatieve te vervangen. De beweging zet een veranderingsproces in gang, waarbij de meest diverse mensen in het middelpunt staan en het politiek en economisch systeem en de grondslag zelf van de maatschappij waarin we leven in vraag stellen. Dat biedt dus grote mogelijkheden. Het zou erg nalatig zijn als links zich hier niet manifesteerde. Zonder links zouden andere krachten de vrije hand hebben om de beweging naar hun eigen opvattingen te manipuleren en er de leiding van te nemen. Het komt aan op het linkse emancipatorisch karakter van de beweging, dat een alternatief is voor alles wat ons tot nog toe opgedrongen werd. In de comités waarin we actief zijn, zijn er mensen van alle politieke richtingen, maar dat ze aan dit proces deelnemen komt uit het inzicht hoe slecht het gesteld is binnen de Spaanse staat, met zijn massale corruptie, de centralisering van de macht in Madrid met hevige politieke crisissen tot gevolg, omdat er geen echte dialoog met de periferie is, met de andere regio’s in de Spaanse staat. Binnen die centrale staat kan een noodsituatie zoals die in Catalonië niet opgelost worden, omdat alles wat uit het Catalaanse Parlement voortkomt om de maatschappelijke nood te lenigen door Madrid systematisch teruggedrongen en als onwettig verklaard wordt, zodat vooruitgang onmogelijk is.   De rol van de comités   In de Catalaanse regio’s kiezen de mensen veel progressiever dan in de andere delen van de Spaanse staat, en de ervaring toont aan dat binnen deze staat geen progressief politiek project kan gerealiseerd worden. Zo bijvoorbeeld een eind stellen aan oude taboes van het systeem, met de erfenis van het Franquisme, met de diepgewortelde politieke combines. [caption id="attachment_16225" align="aligncenter" width="975"] Optreden van de Guardia Civil tijdens het referendum over Catalaanse onafhankelijkheid op 1 oktober 2017. Foto Robert Bonet, Licentie Creative Commons.[/caption]   De 1e oktober [2017, datum van het referendum] was een keerpunt, van waaruit er voor velen geen terugkeer meer mogelijk was. Het lelijke gezicht van de Spaanse staat werd zichtbaar. Een referendum kan de essentie van de democratie betekenen wanneer mensen bevraagd worden over een zaak die hen onmiddellijk aanbelangt. Maar daartegen is zo repressief opgetreden. Wanneer een staat zo reageert wekt dat haat op. Het gaat niet alleen over de politie, maar ook over de rechters, de politici en de media. Deze laatsten waren ‘gestuurd’ en hebben de repressiestrategie mee voorbereid en ondersteund. Vandaar het gevoel te moeten vluchten en deze staat te moeten verlaten. De 1e oktober betekende ook het ontstaan van de Comités voor de Verdediging van de Republiek, het betekende dat de mensen zich terug op straat ontmoetten, zoals bij de 15 Mei-beweging van 2012. Toen zagen de mensen elkaar op straat en begonnen met elkaar over de politieke toestand te praten. Dan ontstonden opnieuw buurtnetwerken, die zeer belangrijk gebleven zijn voor de weerstand tegen de repressie en voor de organisatie van veel acties. De twee gevangen en aangeklaagde leden van de CDR zijn de zondebokken van een staat die brutaal tekeer gaat tegen dissidenten, en zich wreekt op mensen die doen wat veel anderen doen wanneer ze bijvoorbeeld in staking zijn en op een actieve geweldloze manier weerstand bieden. Daar wordt dan een afschuwelijk verhaal rond opgehangen dat het leven van activisten ernstig kan verstoren. De bedoeling is mensen te intimideren, onder andere met partijdige rechterlijke uitspraken. In een normale democratische staat zouden zulke rechters hun bevoegdheid verliezen. Daarbij moet vermeld worden dat een rechtsextremistische partij zoals VOX, die in Andalusië voor de eerste maal in een regionaal Parlement haar intrek nam en waarvan de regering van het conservatieve PP (Partido Popular) en het rechts-neoliberale Ciudadanos afhankelijk is [note] Het gaat over de Andalusische regering; de centrale regering in Madrid wordt gevormd door de sociaaldemocraten van de  PSOE en de Catalaanse socialisten van de PSC. [Noot van de vertaler ] [/note], vaak als burgerlijke partij toegelaten wordt in zaken van ‘rebellie’ van Catalaanse politici. Het is bijzonder verheugend dat in het Comité voor de Verdediging van de Republiek ook in Catalonië mensen van Latijns-Amerikaanse oorsprong actief zijn, en Andalusiërs waarvan de ouders naar Catalonië emigreerden. Het gaat dus niet over een identitaire beweging, zoals veel Duitse linksen beweren. Republiek betekent ook ‘geen monarchie’, breuk met het Franquisme, dus meer dan alleen maar onafhankelijkheid.   Volk als demos   Veel mensen in de Catalaanse regio’s zijn, wat ook hun herkomst moge zijn, tot het inzicht gekomen dat er binnen de Spaanse staat op politiek vlak niets meer te bereiken valt. De migratieachtergrond is natuurlijk van belang, maar voor velen die hier reeds lang leven of hier opgegroeid zijn, is het Catalaans evengoed hun taal als het Castiliaans. Zo ontstaat een niet onbelangrijk samenhorigheidsgevoel, ook al vergeet men als migrant zijn eigen wortels niet en houdt men nog steeds van zijn herkomstland, evengoed als van zijn nieuw gekozen heimatland. In de Catalaanse samenleving wordt er op een hoffelijke manier met vreemdelingen omgegaan. Als iemand geen Catalaans spreekt, zijn de Catalanen de eersten die op een andere taal overgaan om elkaar te kunnen begrijpen. Op 1 oktober hebben ook Latijns-Amerikanen voor de scholen gestaan die als stemlokaal dienden. Er waren ook buitenlanders die alleen meegingen met hun levenspartner, terwijl ze zelf de nationaliteit niet hadden om ook te stemmen. Veel mensen die de migratiewetgeving in de EU verwerpelijk vinden, hopen dat ze in een Catalaanse republiek een sociaal samenhorigheidsgevoel kunnen verder ontwikkelen. Het gaat over het volk in de zin van demos, niet in de betekenis van een etnische entiteit. Daar hoort ook het project bij om buitenlanders vlug in te burgeren, want ze behoren gewoon tot onze samenleving. Het is betekenisvol dat in het Parlement ook afgevaardigden van Marokkaanse herkomst zitten, en vrouwen met een hoofddoek. De minister voor sociale zaken is een vrouw van Marokkaanse oorsprong. Integratie betekent dat men zijn herkomst niet moet verloochenen, maar toch zijn plaats kan vinden in een maatschappij en er actief richting aan kan geven.   De media   Ik vind het belangrijk dat mensen zich via alternatieve kanalen informeren, dat ze de dialoog aangaan met CDR, meer uit eerste hand vernemen waarover het gaat. Ik vind dat de berichtgeving in Duitsland extreem tendentieus is, en alleen weergeeft wat door de officieuze Spaanse grote media verspreid wordt. Ik heb onlangs met ontzetting vernomen dat het Duits persagentschap (DPA) haar bureaus in de Spaanse staat en in Latijns-Amerika op het eind van het jaar wil sluiten. Dat impliceert dat Duitsland nog meer dan tevoren afhankelijk zal zijn van de berichtgeving van het Spaans persagentschap, dat de berichtgeving in geheel Latijns-Amerika beïnvloedt en werkelijk door de Spaanse centrale regering in belangrijke mate gecontroleerd wordt. Dan kon dit nog tot een situatie leiden als tijdens de Burgeroorlog, als de berichtgeving niets meer met de realiteit te maken had. Als stakers als terroristen aangeduid worden is dat een zeer gevaarlijke ontwikkeling, en niet alleen in de Spaanse staat. Hier in Duitsland gaat het met de nieuwe politiewet in dezelfde richting.   Muilkorf   Een muilkorfwet [note]Zie Ander Europa, De Spaanse ‘muilkorfwet’ of de dreiging van de Staat [Noot van de vertaler] [/note] komt er ook in Duitsland, het recht op betogen en op vrije meningsuiting komt massaal onder vuur en wordt beperkt. Men moet dus goed in het oog houden wat er in de Spaanse staat en in de Catalaanse regio’s gebeurt. Kort voor het referendum zei ook Julian Assange dat de repressie in de Catalaanse regio’s tot een situatie van burgeroorlog kan leiden, waarvoor men nieuwe onderdrukkingsmethodes uitprobeert, zoals bijvoorbeeld via de censuur op de sociale netwerken en de manipulatie van het nieuws. De publieke opinie in Duitsland en in Europa moet daar zeer oplettend voor zijn. De ondemocratische antiterreurwetten van de Spaanse staat leiden tot veroordelingen die in de meeste andere Europese landen niet denkbaar zouden zijn. Zoals men weet zijn politici daarvan het slachtoffer, maar ook journalisten en kunstenaars. Zo werd bijvoorbeeld de rapper Valtònic uit Mallorca (met burgernaam Josep Miquel Arenas) in februari 2017 tot drieënhalf jaar gevangenisstraf veroordeeld, onder andere wegens majesteitsschennis. Zijn beroep op de vrijheid van meningsuiting en het recht op  artistieke uitdrukking werd door het Spaans grondwettelijk hof afgewezen, en er werd geen gehoor gegeven aan de aanzienlijke protestbeweging. Valtònic vluchtte vóór zijn gevangenneming naar België. Het gerecht in Gent wees het uitleveringsverzoek af omdat hij voor dergelijke ‘delicten’ in België niet veroordeeld kan worden [note] Zie bijvoorbeeld De Morgen van 17 september 2018. [Noot van de vertaler] [/note]. Men zou in laatste instantie het Europees Hof voor Mensenrechten kunnen inroepen, ten teken dat deze gevallen van repressie ons allen aangaan.   (*) Aina Talle is een politologe uit Barcelona, lid van de CUP (Candidatura d'Unitat Popular), ‘Kandidatuur van de Volkseenheid’, een partij die vertegenwoordigd is in veel gemeenteraden en in de Generalitat, het Catalaanse Parlement. Ana López vertegenwoordigt een van de CDRs, ‘Comités de Defensa de la República’ (Comités ter verdediging van de Republiek) en de Brusselse CDR-vrouwen. Dit artikel is de vertaling van Katalanische Bewegung gegen Zentralstaat, verschenen op de site van Sozialistische Zeitung, januari 2019. Het uitgangspunt van het artikel waren de twijfels binnen Duits links over het emancipatorisch karakter van de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging. Bij een (beperkt) aantal van hen worden zelfs vreselijke vergelijkingen gemaakt met rechtsnationalistische bewegingen en partijen zoals bijvoorbeeld de Italiaanse Lega Nord, waarmee de Catalaanse republikeinse beweging niets gemeen heeft.

Milieuorganisaties voor een ander landbouwbeleid

01/02/2019 - 10:51

Het Europese landbouwbeleid faalt voor klimaat, biodiversiteit én de boer, aldus een persmededeling van WWF België. Samen met Natuurpunt, Greenpeace en Bond Beter Leefmilieu (BBL) bracht de milieuorganisatie een positietekst uit die de vinger legt op de nefaste gevolgen van intensieve landbouw en veeteelt op milieu en klimaat. Maar ze geven ook aan hoe een duurzaam beleid kan gestimuleerd worden door een andere invulling te geven aan de Europese landbouwsubsidie, voor België zo ’n 700 miljoen € per jaar. In een voorstel voor de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) na 2020 laat de Europese Commissie meer ruimte voor een nationale invulling ervan (subsidiariteit). Dat betekent dat lidstaten meer inspraak krijgen in de uitvoering van de GLB-programma’s. “Ook al is het voorstel van de Commissie allesbehalve perfect, het verschuift een groot deel van de verantwoordelijkheid voor de toekenning van GLB-budgetten – en meteen ook voor de verwezenlijking van doelstellingen – naar de Lidstaten. België is dus meer dan ooit in staat om de publieke middelen van het GLB op een efficiënte manier te gebruiken. Zo kan de sector overschakelen naar een duurzame landbouw die tastbare resultaten bereikt voor mens, milieu en klimaat”, aldus de positietekst. En dat is natuurlijk ook het geval in de andere lidstaten.

De analyse van het landbouwbeleid door deze milieuorganisaties komt uitgelezen op een moment waar de roep naar een echt klimaatbeleid steeds luider klinkt. De landbouw is in België verantwoordelijk voor 10,4% van de uitstoot aan broeikasgassen. In Vlaanderen staat landbouw daarmee op de 5e plaats. Het gaat dan voornamelijk om onze intensieve veeteelt. België produceert twee maal zoveel vlees als wat het zelf verbruikt, en een flink deel van het Europese landbouwbudget gaat in België naar de vleesveebedrijven. Een gevolg is een belangrijke import van soja voor veevoeder, soja dat samen met palmolie erg veel ontbossing veroorzaakt in o.m. Brazilië en Indonesië.

De positietekst van WWF, Natuurpunt, Greenpeace en BBL biedt een uitstekende kans om ons beter te informeren over een economisch kleine (minder dan 1% van het BBP) maar ecologisch belangrijke sector. U kunt de tekst downloaden door op de figuur te klikken (pdf, 1 MB, 10 blz.)

 

TNI’s State of Power report 2019: een schat aan informatie

31/01/2019 - 12:42

TNI, het in Amsterdam gevestigde Transnational Institute, bracht zijn achtste State of Power report uit. Lag de focus van het report 2018 op counter power (oppositiebewegingen, alternatieven)  dan is report 2019 vooral aan financiën gewijd. De redactieploeg heeft alles in het werk gesteld om de enorme hoeveelheid informatie op een aangename en pedagogische manier voor te stellen, en heeft ook een aantal gerenommeerde onderzoekers onder de arm genomen (Saskia Sassen, Ann Pettifor, Walden Bello…).

Het aanbod aan informatie in dit State of Power report  is te overweldigend om er vlug een recensie of commentaar over te schrijven. Hoe mooi een en ander voorgesteld is ziet u in onderstaande afbeelding. Klik erop en u komt op de TNI site met het rapport in al zijn glorie. 

Europese wapenindustrie hoeft echt geen subsidie

30/01/2019 - 21:43

door Wendela de Vries en Martin Broek (*) 30 januari 2019   [caption id="attachment_16196" align="alignleft" width="352"] Uit de 'Strategic Note' 04/2015 (klikken op de figuur om het document te downloaden)[/caption] De komende week vergaderen de Europese Raad, de Commissie en het Europees Parlement over de invoering van een Europees Defensie Fonds. De bedoeling is om besluiten snel te nemen, nog voor de Europese verkiezingen. Je zou verwachten dat de kiezer nu juist geconsulteerd zou worden over zoiets groots als 13 miljard euro subsidie voor de wapenindustrie. Te meer daar het tot nu toe altijd taboe was om militaire zaken door Europa te laten financieren. Maar helaas. Wat betreft burgers consulteren heeft de EU nog steeds forse blinde vlekken. De Europese Commissie heeft een infographic laten maken met poppetjes en vliegtuigjes (EPSC Strategic Notes 04/2015) waarop te zien is dat de Amerikaanse krijgsmacht 11 typen gevechtsvliegtuigen in gebruik heeft op het totaal van 2.779 toestellen. De gezamenlijke krijgsmachten van de Europese Unie hebben negentien typen, bij een totaal van 1.703 gevechtsvliegtuigen. De boodschap is: de Europese bewapening is veel te versnipperd. Er is meer samenwerking en stroomlijning nodig, en daarom moet de wapenindustrie volgens de Commissie financieel gesteund worden. Gevechtsvliegtuigen Het is altijd nuttig om bronnen te checken, vooral bij versimpelde informatie in een infographic. Op grond van een eigen telling komt Stop Wapenhandel tot 10 verschillende typen Europese gevechtsvliegtuigen in de EU, inclusief drie Russische types die Oost-Europese lidstaten hebben overgehouden uit de Koude Oorlog. Vooral opvallend is daarnaast dat in Europa zeven verschillende typen Amerikaanse gevechtsvliegtuigen rondvliegen. De meeste daarvan zijn geproduceerd door Lockheed Martin, maar ook Boeing is een grote leverancier. Tegelijkertijd hebben de VS geen enkel Europees gevechtsvliegtuig gekocht, behalve 24 lichte Tsjechische trainingsvliegtuigen in bezit van een privaat militair opleidingsbedrijf. De simpele infographic van de communicatie-afdeling van de Europese Commissie is overgenomen door de Nederlandse Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in een rapport over het Nederlandse veiligheidsbeleid (Veiligheid in een wereld van verbinding 10 mei 2017). De boodschap wordt herhaald: de Europese bewapening is te versnipperd, de industrie moet gesteund worden om meer synergie te krijgen. Terwijl het bepaald niet slecht gaat met de militaire luchtvaartindustrie in Europa. Volgens lobby-organisatie ASD (AeroSpace and Defence Industries Association of Europe) komt bijna 50 procent van de €45 miljard omzet van de luchtvaartindustrie in 2016 uit militaire productie. Een aandeel dat waarschijnlijk groeiende is door de snel toenemende populariteit van militaire drones en satellieten. Overigens schreef diezelfde ASD in een eerste ‘position paper’ over het Europese Defensie Fonds nadrukkelijk dat de Europese wapenindustrie vooral gebaat is bij Europese krijgsmachten die voor Europese wapens kiezen. Je hoort ze daar niet meer over sinds er miljarden te verdelen zijn, maar deze analyse staat nog steeds als een huis. JSF Op dit moment maakt de Amerikaanse F-35 of Joint Strike Fighter zijn debuut in veel EU-landen, een keuze ten koste van Europese gevechtsvliegtuigen. Wapenboer Lockheed Martin (ook bekend als belastingontwijker op de Amsterdamse Zuidas) vierde dit met een paginagrote advertentie in Nederlandse dagbladen: een interessant voorbeeld van lobbyen per krant. Volgens de Nederlandse luchtmacht heeft de F-35 de beste prijs/kwaliteit-verhouding. Opmerkelijk genoeg had het toestel al de voorkeur toen het nog in de eerste ontwikkelingsfase zat en er nog niets was getest. Belangrijk is natuurlijk dat de Nederlandse wapenindustrie mee kan verdienen aan de F-35, met productie en onderhoudsfaciliteiten in onder meer Woensdrecht. En dat de F-35 waarschijnlijk de F-16 op zal volgen als draagsysteem voor de Amerikaanse kernwapens op Nederlandse bodem. Die overigens ook worden gemoderniseerd, zodat ze gemakkelijker inzetbaar worden. [caption id="attachment_16197" align="alignleft" width="300"] Eurofighter[/caption] Ondanks de Amerikaans marktdominantie zijn het Duits/Franse Airbus en het Franse Dassault vol goede moed samen begonnen aan een nieuw Europees gevechtsvliegtuig: de Future Combat Air System (FCAS). En met de export gaat het ook niet slecht: Europese gevechtsvliegtuigen worden geëxporteerd naar Brazilië, Chili, Egypte, India, Irak, Israël, Koeweit, Oman, Qatar, Zuid-Afrika, Saoedi-Arabië en Thailand. De grootste klanten zijn te vinden in het Midden-Oosten, toneel van oorlog en grove mensenrechtenschendingen. Het meest succesvolle exportvliegtuig is de Typhoon of European Fighter Aircraft, een Duits/Spaans/Italiaans/Brits product. Het heeft tien verschillende klanten in Europa en het Midden-Oosten, er zijn er 72 verkocht aan Saoedi-Arabië dat er Jemen mee bombardeert. Voor Duitsland zou dat een reden zijn om de export te stoppen. Maar daar komt een ander voordeel van Europese samenwerking om de hoek kijken: De verkoop loopt officieel via Groot-Brittannië dat een minder strikt wapenexportbeleid heeft. Voor het toekomstige Europese gevechtsvliegtuig van Airbus en Dassault zullen de Fransen ongetwijfeld bereid zijn om exportvergunningen te verstrekken. Het is onbegrijpelijk dat Europa investeert in zijn wapenindustrie en niet in een strenger wapenexportbeleid, terwijl oorlogsvluchtelingen aan de Europese grenzen verkommeren.   (*) Wendela de Vries en Martin Broek zijn medewerkers van Stop Wapenhandel. Dit opiniestuk verscheen op 30 januari 2019 op Joop.

ISDS, CETA en het Europees recht

30/01/2019 - 15:27

30 januari 2019     Het is alweer een tijdje geleden: in oktober 2016 dreigde het Waals Parlement het vrijhandelsverdrag CETA tussen Canada en de Europese Unie niet goed te keuren, waardoor het ook op Europese schaal geen doorgang zou vinden. Paul Magnette, Waals minister-president en prominent politicus van de Waalse Parti Socialiste, was een tijdlang de held van het brede verzetsfront tegen CETA en de kop van jut van neoliberaal Europa. Maar het duurde niet lang of het opstandig parlement nam genoegen met een zoethoudertje: een verklarende nota over CETA, die echter niets aan het akkoord verandert. En nog iets: de belofte van de Belgische federale regering dat ze bij het Europees Hof van Justitie zal laten nagaan of een ISDS-clausule zoals opgenomen in CETA wel in overeenstemming is met de Europese verdragen. Door ISDS kunnen buitenlandse bedrijven bij een arbitragehof, in feite een private rechtbank, een zaak aanspannen tegen een overheid en grote bedragen aan ‘schadevergoeding’ eisen als het bedrijf zich in zijn winstmogelijkheden miskend acht, bijvoorbeeld wegens het stopzetten van het gebruik van kernenergie, het verbod op tabaksreclame enzovoort. Het duurde wel enige tijd alvorens de Belgische regering haar belofte nakwam, maar uiteindelijk, in september 2017, kreeg het Europees Hof de vraag in haar bus: is ISDS (of de ICS-variante ervan) compatibel met de Europese rechtsorde? Nu, anderhalf jaar later, komt een eerste reactie uit het Europese Hof. Nog niet het definitieve standpunt, maar dat van de advocaat-generaal (29 januari). Dat is een aanwijzing van de richting waarin het Hof zelf zich zou kunnen uitspreken, maar het hoeft het advies van de advocaat-generaal niet te volgen. Wie uit dit juridisch kluwen conclusies wil trekken over de mogelijkheden en problemen voor de verzetsbeweging tegen CETA [note]Zie De terugkeer van CETA: een thema bij de verkiezingen van 2019? [/note] en in het bijzonder tegen ISDS moet goed thuis zijn in dergelijke aangelegenheden.Gelukkig heeft ook de linkerzijde haar experts; de Belgische ontwikkelingskoepel 11.11.11, in het bijzonder Michel Cermak van de Franstalige CNCD, maakt zich op dit vlak sinds lang zeer verdienstelijk, zowel wat analyse als wat mobilisatie betreft. Om u degelijk te informeren kunnen we dus niets beter doen dan de Nederlandse vertaling te brengen van een nota die zopas door de studiedienst van CNCD werd uitgebracht.   CETA en de arbitrageclausule: waarover gaat het? Het handels-en investeringsverdrag EU-Canada (CETA) kwam in oktober 2016 volop in de actualiteit. Door de massale en herhaalde interpellatie van de civiele maatschappij hebben de Waalse en Brusselse autoriteiten hun handtekening geweigerd. Een van de betwiste punten was de arbitrageclausule, opgenomen in Hoofdstuk 8 van het verdrag, wat aan transnationale bedrijven zou toelaten om belangrijke financiële compensaties te eisen wanneer een publieke, sociale of milieutechnische maatregel zou ingaan tegen de winstverwachtingen. Onder de benaming “ISDS” (later herdoopt tot “ICS” in CETA, zonder evenwel de fundamentele tekortkomingen ervan recht te zetten) had de clausule tot veel protest geleid, en vanaf 2015 waren twijfels ontstaan over de compatibiliteit ervan met de Europese verdragen. Geen enkele regering was bereid geweest om het Europees Hof deze compatibiliteitsvraag te stellen, tot dat de Parlementen, en daarna de regeringen van Wallonië en Brussel deze controle eisten op het ogenblik van de ondertekening van het akkoord in oktober 2016. Wat is het verloop bij een advies van het Europees Hof van Justitie? België had op 6 september 2017 bij het Hof de vraag gesteld naar de compatibiliteit met het Europees recht. Na een publieke zitting in juni 2018 heeft de Advocaat-Generaal van het Hof zijn conclusies voorgelegd op 29 januari. Het Hof zal daarna zijn definitief advies geven en beslissen of het al dan niet de conclusies van de Advocaat-Generaal volgt. Bij wijze van voorbeeld kan men de zaak Achmea vernoemen, een Nederlandse verzekeringsmaatschappij die de Slowaakse staat gedaagd had na een versterking van de sociale zekerheid in dat land; het Hof heeft dan de Advocaat-Generaal niet gevolgd en bevestigde de niet-verenigbaarheid met het recht van de Unie van arbitrageverdragen tussen EU-lidstaten. Het definitief advies van het Hof komt er gewoonlijk twee à drie maanden na de conclusies van de advocaat-generaal. Wat zeggen de conclusies die op 29 januari werden bekendgemaakt? De conclusies van de Advocaat-Generaal bekendgemaakt op 29 januari bevatten geen argumenten die wijzen op een onverenigbaarheid van CETA met het Europees recht. Indien het Hof beslist om de Advocaat-Generaal niet te volgen, zou dat kunnen inhouden dat de clausule moet gewijzigd, of zelfs ingetrokken worden. Als het Hof een onverenigbaarheid tussen de arbitrageclausule en de Europese verdragen identificeert, zou dit de intrekking van deze clausule kunnen inhouden, en concreet toelaten dat overheidsmaatregelen ter bescherming van de gezondheid, het milieu of de consumenten kunnen getroffen worden zonder dat men moet vrezen voor boetes. In dat geval moet een geamendeerde versie van CETA (of een protocol dat CETA wijzigt) getekend worden door de EU. Biedt dit advies over CETA kansen? De alliantie die in 2016 mobiliseerde, die geleid werd door organisaties ter bescherming van de consumenten, van de werknemers, van de gezondheid, van het milieu, van de mensenrechten en van de internationale solidariteit heeft op 28 januari de oproep STOP CETA 2019 gelanceerd. De oproep maakt de balans op van de vooruitgang geboekt door de civiele maatschappij en wijst op de punten waar nog moet gescoord worden: “Toen Karel De Gucht in 2013 aankondigde dat hij het Trans-Atlantisch Verdrag (TTIP) vóór de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 zou afsluiten, durfde niemand te geloven dat we dit zouden kunnen voorkomen. We hebben het gedaan. Geen enkele regering heeft ermee ingestemd om CETA voor het Hof van Justitie te brengen. We hebben het verkregen. Niemand had ooit van CETA gehoord. We hebben de krantenkoppen gehaald door Wallonië en Brussel aan te moedigen om -met de steun van 72% van hun bevolking- te weigeren om CETA blindelings te ondertekenen. Maar het werk is nog niet af.” De conclusies van de Advocaat-Generaal zijn een belangrijk element, maar het advies dat het Hof van de EU zal uitbrengen is dat ook. Na de tijd van de rechtspraak komt de tijd van de politiek: het zijn de bevoegde autoriteiten die een standpunt zullen moeten innemen over de goedkeuring van het verdrag. Een fundamenteel debat over CETA heropenen? Het Hof van Justitie zal zich uitspreken over een specifieke aangelegenheid, de verenigbaarheid van Hoofdstuk 8 paragraaf F met het Europees recht, maar niets over de verenigbaarheid van Hoofdstuk 8 en de andere hoofdstukken van het verdrag met de democratie en de vooruitgang op vlak van maatschappij en milieu. Er zijn andere punten in CETA die zorgen baren: de reglementaire samenwerking, de liberalisering op vlak van diensten, de negatieve gevolgen in de landbouwsector. Die moeten bekeken worden in het licht van de ervaringen tijdens de eerste maanden waarin CETA (gedeeltelijk) in voege trad. Dat debat moet absoluut gevoerd worden alvorens CETA goed te keuren (ondertekening en/of ratificatie) en voor het eventueel definitief in voege treden. Een Europese campagne tegen arbitrageverdragen Het arbitragesysteem is opgenomen in meer dan drieduizend verdragen wereldwijd, waarvan 66 in België. Het is niet zeker dat een ongunstig advies van het Europees Hof de opheffing meebrengt van de bestaande verdragen. Bovendien heeft minister Reynders aangekondigd “binnenkort” over nieuwe dergelijke verdragen te willen onderhandelen, terwijl het Europees Parlement op 12 februari zal stemmen over het eerste verdrag na CETA waarin dit arbitragesysteem is opgenomen. Een systeem dat reeds veel schade heeft aangericht: zo werd in Frankrijk de “wet Hulot” over olieproducten uitgehold ten gevolge van het risico op een arbitrage. Met andere woorden, het vormt een bedreiging voor de realisatie van de Doelstellingen voor Duurzame Ontwikkeling van de Verenigde Naties. Het arbitragesysteem heeft de voorbije maanden moeten inbinden: Canada heeft aangekondigd dat het de arbitrageclausule weggenomen heeft uit zijn verdrag met de Verenigde Staten. De Europese Commissie heeft een verdrag afgesloten met 22 lidstaten, waaronder België, dat voorziet in de opheffing van bilaterale verdragen waarin een arbitrageclausule was opgenomen. Dat systeem is dus op zijn retour, maar het is niet begraven. Het blijft een bedreiging voor sociale vooruitgang, en het moet definitief uit de wereld geholpen worden. Dat is de betekenis van de Europese campagne STOP ISDS die op 22 januari gelanceerd werd, voor de duur van een jaar, en nu reeds 270.000 handtekeningen kreeg.

Oproep van de eerste Assemblee der Assemblees van de Gele Hesjes

29/01/2019 - 23:46

29 januari 2019   De Franse 'gele hesjes' zijn zich aan het beraden over actiemethodes, eisen en organisatie. In het weekend van 26-27 januari kwamen meer dan driehonderd van hen, vertegenwoordigers van een honderdtal kernen ('assemblees'),  bijeen in Commercy (Oost-Frankrijk, in de omgeving Metz-Nancy). Ze stelden een Oproep op die nu circuleert onder de locale assemblees. Zoals zo vaak in de geschiedenis gebleken is, is de zelforganisatie van sociale oppositiebewegingen van cruciaal belang voor het welslagen ervan (wat ook blijkt uit het omgekeerde: door gebrek aan zelforganisatie kwijnen bewegingen weg, of ze verworden tot bureaucratische structuren die andere belangen gaan dienen).  We publiceren hier onze vertaling van hun oproep, die o.a. verscheen in L'Humanité. [su_spacer] [su_note note_color="#cccddd" class=" notitie90procent" ] Oproep van de eerste Assemblee der Assemblees van de Gele Hesjes   Zondag 27 januari 2019   Wij, de Gele Hesjes van de rotondes, de parkeerplaatsen, de pleinen, de assemblees, de betogingen, wij zijn bijeengekomen op 26 en 27 januari 2019 als ‘assemblee van de assemblees’, met ongeveer honderd delegaties die ingingen op de oproep van de Gele Hesjes van Commercy. Sinds 17 november zijn wij, vanuit het kleinste dorp, van het platteland tot de grootste stad, in opstand gekomen tegen deze diep gewelddadige, onrechtvaardige en ondraaglijke samenleving. We laten ons niet langer doen! We verzetten ons tegen de hoge kosten, de precaire leefomstandigheden en de armoede. We willen een waardig leven, voor onze geliefden, onze families en onze kinderen. 26 miljardairs hebben net zoveel als de helft van de mensheid, dat is onaanvaardbaar. Laten we de rijkdom delen in plaats van de ellende! Er moet een eind komen aan de sociale ongelijkheid! We eisen een onmiddellijke verhoging van de lonen, van de sociale minima, van toelagen en pensioenen, een onvoorwaardelijk recht op huisvesting en gezondheid, onderwijs en gratis openbare diensten voor iedereen. Hiervoor bezetten we elke dag rotondes en organiseren we overal acties, demonstraties en debatten. Met onze gele hesjes eisen we het woord op, het woord dat we anders nooit krijgen. En hoe reageert de regering daarop? Onderdrukking, minachting, zwartmakerij! Doden en duizenden gewonden, het massale gebruik van wapens, gerichte schoten die ons verminken en blind maken, ons verwonden en ons traumatiseren. Meer dan 1.000 mensen zijn al willekeurig veroordeeld en gevangengezet. En nu willen ze met de nieuwe zogenaamde anti-casseur wet ons doodeenvoudig beletten te betogen! We veroordelen alle geweld tegen demonstranten, zowel door de politie als door kleine gewelddadige groepen. Maar niets van dit alles zal ons stoppen! Demonstreren is een fundamenteel recht. Stop de straffeloosheid van de politie! Amnestie voor alle slachtoffers van onderdrukking! En wat een schande, dit grote nationale debat, dat in werkelijkheid niets anders is dan een communicatieoefening van de regering met als bedoeling onze discussies en voornemens te instrumentaliseren! De echte democratie wordt beoefend in onze assemblees, op de rotondes, maar niet op televisie en niet in macrons pseudo-rondetafelgesprekken. Eerst heeft hij ons beledigd en als vuil behandeld, nu presenteert Macron ons als een half fascistische, van haat druipende xenofobe bende. Maar we zijn precies het tegenovergestelde: we zijn noch racistisch, seksistisch noch homofoob, we zijn trots om samen te zijn in onze verscheidenheid, om een samenleving van solidariteit op te bouwen. De diversiteit van onze discussies maakt ons sterk, op dit eigenste moment zijn er honderden assemblees waar eisen worden uitgewerkt en voorgesteld. Het gaat over echte democratie, over sociale en fiscale rechtvaardigheid, over arbeidsomstandigheden, ecologische en klimatologische kwesties en de beëindiging van alle discriminatie. Een van de meest besproken strategische eisen en voorstellen is de uitroeiing van armoede in al zijn vormen, de transformatie van de instellingen (RIC [note]RIC: Référendum d’initiative citoyenne, een vorm van directe democratie [Noot van de vertaler] [/note], constituante, einde van de privileges van de parlementsleden ...), ecologische transitie, (energieonzekerheid, industriële vervuiling ...), gelijkheid en gelijke rechten van alle mensen, ongeacht hun nationaliteit (mensen met een handicap, gendergelijkheid, einde van discriminatie van arbeiderswijken, plattelandsgebieden en overzeese gebieden ...). Wij, Gele Hesjes, nodigen iedereen uit om zich naar eigen mogelijkheden bij ons aan te sluiten. We pleiten voor de voortzetting van de acties (acte 12 tegen politiegeweld voor de politiebureaus, acte 13, 14 .... [note] De (grote) manifestaties van de Gele Hesjes worden aangeduid als actes, naar analogie met de bedrijven in een toneelstuk. Zo wordt op 2 februari in Parijs acte 12 gepland. [Noot van de vertaler]  [/note]), de voortzetting van de bezettingen van rotondes en de blokkade van de economie. We roepen op tot een massale en verlengbare staking vanaf 5 februari. We roepen op om overal comités te vormen op de werkplaats, in de scholen en overal elders, zodat deze staking uitgaat van de basis, gesteund op de stakers zelf. Wat ons aanbelangt moeten we zelf in handen nemen! Blijf niet alleen, doe met ons mee! We willen ons democratisch, autonoom en onafhankelijk organiseren! Deze assemblee van assemblees is een belangrijke stap die ons in staat stelt om onze eisen en actiemiddelen te bespreken. Laten we de handen in elkaar slaan om deze maatschappij te veranderen! We stellen alle Gele Hesjes voor om deze oproep te verspreiden. Als een groep Gele Hesjes het met ons eens is, stuur dan uw akkoord naar Commercy. Aarzel niet om voorstellen te doen en te bespreken voor de volgende assemblees der assemblees die we al aan het voorbereiden zijn. Macron, stap op! De macht aan het volk, voor het volk en door het volk!   Oproep voorgesteld door de Assemblee der Assemblees van Commercy. Ter goedkeuring in elke locale assemblee. [/su_note]  

De terugkeer van CETA: een thema bij de verkiezingen van 2019?

28/01/2019 - 17:30

  [su_spacer]Oproep aan burgers en verkozenen[su_spacer] "U behoudt het recht om regelgevend op te treden, maar soms zal u daarvoor moeten betalen”. Deze uitspraak van een Canadese vertegenwoordiger in het Waalse parlement, deed er parlementsleden van hun stoel doen vallen. Ze hadden haar gevraagd of de CETA inderdaad een risico inhield dat Wallonië zou moeten betalen wanneer het wetten zou aannemen om de gezondheid of het milieu te beschermen. Er bestaat een grote kans dat CETA vóór de verkiezingen van 2019 terug op de tafel van Belgische besluitvormers komt te liggen. Twee jaar na het eerste seizoen van de "CETA-saga" is het tijd om dit debat te heropenen, niet alleen over dit verdrag, maar ook over CETA als model, dat gevolgd is in andere Europese handelsverdragen die momenteel ter goedkeuring voor liggen. Wij willen niet dat dit soort overeenkomsten de norm wordt en wij ijveren voor een handelsbeleid dat bijdraagt tot een duurzame ontwikkeling. Waarom vandaag opnieuw over CETA praten? Omdat Belgische politieke besluitvormers zich binnenkort nog zullen moeten uitspreken over de goedkeuring van CETA. Het langverwachte advies van het Europese Hof van Justitie over de wettelijkheid van CETA komt uit rond april-mei 2019. Het kan aanzienlijk afwijken van de conclusies die de advocaat-generaal van het Hof uitbrengt op 29 januari. De uitspraak van het Hof zet in ieder geval de deur open voor nieuwe besluiten over de goedkeuring van de CETA. Indien het advies een wijziging van CETA vereist, zou het kunnen dat een gewijzigde versie ter “her-tekening” wordt voorgelegd. Welk standpunt zal elk van de Belgische entiteiten over deze ondertekening innemen? En als CETA ongewijzigd blijft welke houding zullen de 4 parlementen in België, die het akkoord nog niet hebben geratificeerd, aannemen? Wat is het probleem met CETA? Het Hof moet zich slechts over één specifieke vraag uitspreken: de verenigbaarheid van hoofdstuk 8.F van CETA (over de investeerder-staatgeschillenregeling) met de Europese Verdragen. Deze uitspraak is van essentieel belang, maar dit vraagstuk dekt nog lang niet alle kwesties die door CETA aan de orde zijn gesteld. Het Hof zal zich bijvoorbeeld niet uitspreken over de verenigbaarheid van CETA met de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering, met het voorzorgsbeginsel of met voedselveiligheid. Toch is het omdat CETA deze maatschappelijke verworvenheden doorkruist; omdat het een bedreiging vormt voor banen, lonen, boeren, consumenten, openbare diensten en KMO's; omdat het het vermogen versterkt van bedrijfslobby's om maatregelen van algemeen belang in te perken, dat er zoveel stemmen tegen CETA zijn opgegaan. De problematische bepalingen van CETA gaan veel verder dan alleen de investeerder-staatgeschillenregeling: samenwerking op het gebied van regelgeving, negatieve lijst voor de liberalisering van de diensten, verlaging van sociale en milieunormen, enz. Ze zijn in detail geanalyseerd door een grote verscheidenheid aan actoren. Ondanks er enige vooruitgang geboekt is met de interpretatieve instrumenten en verklaringen die in oktober 2016 aan CETA zijn toegevoegd, zijn deze niet voldoende om het akkoord aanvaardbaar te maken. Er blijven ernstige problemen bestaan, waaronder:
  • de aanpassingen aan de investeerder-staat geschillenregeling (ICS) komen niet voldoende tegemoet aan fundamentele bezwaren.
  • de liberalisering van de diensten aan de hand van een negatieve lijst (alles is geliberaliseerd wat niet is uitgezonderd) creëert teveel onzekerheid;
  • het voorzorgsprincipe, dat een fundament is van de Europese regelgeving op vlak van gezondheid en veiligheid, is onvoldoende beschermd;
  •  de “regelgevende samenwerking” opent deuren voor nog meer invloed van de bedrijfslobby’s op de besluitvorming om hun belangen te doen voorgaan op het algemeen belang;
  • het akkoord is fundamenteel onevenwichtig omdat het de belangen van investeerders – afdwingbaar via ISDS/ICS - laat voorgaan op de sociale- en milieunormen waarvoor geen sanctiemechanisme voorzien is. Dit is het omgekeerde van wat internationaal recht zou moeten zijn;
  • de mogelijkheid om maatregelen te nemen om een nieuwe financiële crisis, met al zijn gevolgen, te vermijden wordt verzwakt door de regels van de liberalisering van de financiële sector;
  • CETA kan volgens een onafhankelijke academische studie van de TUFTS Universiteit leiden tot loon- en banenverlies, vermindering van de overheidsinkomsten en een toename van de ongelijkheid;
  • de agro-business die de Noord-Amerikaanse markt domineert, stelt dat ze de Europese sanitaire normen als technische belemmeringen aanziet en CETA wil inzetten om ze weg te werken. De concurrentie van de vele grotere Canadese agro-industriële bedrijven zal zich in Europa sterk laten gevoelen.
Effecten die al waarneembaar zijn. Na een jaar van voorlopige toepassing van CETA zijn er al vroege aanwijzingen voor de langetermijneffecten ervan. Bijvoorbeeld: de Canadese regering gebruikt het reguleringsmechanisme om de Europese regelgeving inzake glyfosaat aan de kaak te stellen als een handelsbelemmering. Of de Hulot Wet in Frankrijk inzake koolwaterstoffen, die afgezwakt is door de dreiging van een Canadese oliemaatschappij om een arbitrageprocedure in te leiden die miljoenen zou kunnen kosten. De Canadese minister Freeland, die naar Namen was gekomen om CETA te verdedigen, heeft onlangs toegegeven dat het arbitragesysteem de belastingbetaler te veel heeft gekost en heeft het geschrapt uit het nieuwe handelsverdrag met de Verenigde Staten. Er bestaan alternatieven. Handel kan een middel zijn voor duurzame ontwikkeling als aan de juiste voorwaarden is voldaan. Waarom zouden we handelsverdragen niet in deze zin opstellen? CETA en soortgelijke akkoorden creëren handelsdisciplines voorzien van sancties, in tegenstelling tot de akkoorden over mensenrechten, sociale en milieurechten, die vrijwillig blijven. Op deze manier creëren ze een hiërarchie die het recht op winst de facto boven de mensenrechten, gezondheid, milieu en sociale rechten stelt. Het is echter mogelijk om deze hiërarchie om te keren, bijvoorbeeld door in handelsakkoorden sociale bepalingen op te nemen, voorzien van een klachtenmechanisme en effectieve sancties wanneer de arbeidsnormen van de IAO worden geschonden; of door een heel ander verdrag te onderhandelen zoals het bindend verdrag over bedrijven en mensenrechten dat nu voorligt in de VN-Mensenrechtenraad en dat moet leiden tot afdwingbare maatregelen voor bedrijven die fundamentele rechten en het milieu schaden. Helaas, zelfs wanneer Canada voorstander is van sterkere sociale bepalingen, blijft de Europese Commissie weigeren om de onderhandelingen met Canada over dit punt te heropenen, iets wat ze nochtans beloofd had tijdens de “Waalse crises” over de ondertekening van CETA. En wat het VN-verdrag over bedrijven en mensenrechten betreft, noch België, noch de EU geven er expliciet hun steun aan. Een mobilisatie van een zeldzame en doeltreffende diversiteit, een werk dat moet worden voortgezet. 3,5 miljoen gemobiliseerde burgers, dat heeft een impact. Toen Karel De Gucht in 2013 aankondigde dat hij het Trans-Atlantisch Verdrag (TTIP) vóór de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 zou afsluiten, durfde niemand te geloven dat we dit zouden kunnen voorkomen. We hebben het gedaan. Geen enkele regering heeft ermee ingestemd om CETA voor het Hof van Justitie te brengen. We hebben het verkregen. Niemand had ooit van CETA gehoord. We hebben de krantenkoppen gehaald door Wallonië en Brussel aan te moedigen om -met de steun van 72% van hun bevolking- te weigeren om CETA blindelings ondertekenen. Maar het werk is nog niet af: het CETA-model heeft al nakomelingen gebaard. Enerzijds bereidt de EU soortgelijke verdragen voor met (onder meer) Japan, Singapore, Vietnam en een nieuw multilateraal tribunaal ter bescherming van transnationale ondernemingen, en anderzijds kondigt België op zijn niveau nieuwe bilaterale onderhandelingen aan. Aangezien de lessen van de eerste "CETA-saga" niet zijn geleerd, gezien de politieke beslissingen die moeten worden genomen over CETA en haar Belgische en Europese tegenhangers, roepen wij de verkozenen op:
  • zich te engageren voor een eerlijk en duurzaam handelsmodel,
  • om de ratificatie, ondertekening en onderhandelingen op basis van het huidige mandaat van deze verdragen te weigeren,
  • om steun te verlenen aan het verdrag waarover bij de VN wordt onderhandeld en er voor te zorgen dat de mensenrechten, sociale, milieu- en gezondheidsrechten door transnationale ondernemingen worden geëerbiedigd
  • en dat in handelsverdragen effectieve klachtenmechanismen en sancties worden opgenomen in het geval van schendingen van internationale arbeidsnormen.
Wij doen een beroep op politieke partijen om zich ertoe te verbinden deze prioriteiten op te nemen in hun verkiezingsplatforms voor 2019. Tot slot roepen we de burgers op om klaar te staan om opnieuw te mobiliseren indien bovenstaande oproep niet wordt gehoord. Deze oproep staat open voor ondertekening door maatschappelijke organisaties en bewegingen die zich er bij willen aansluiten.

Attac-Duitsland solidair met de gele hesjes

28/01/2019 - 12:04

28 januari 2019   De Projectgroep Europa van Attac Duitsland verklaarde zich solidair met de Franse 'gele hesjes', en maakte daarbij ook een interessante analyse van deze protestbeweging. In het Nederlands vertaald door Ander Europa.   Attac Duitsland - Projectgroep Europa Solidariteit met de rebellie van de gilets jaunes tegen het neoliberalisme [su_spacer]
  1. De beweging van de gele hesjes behoort tot de belangrijkste sociale bewegingen in Europa sinds de eeuwwisseling. Ze omvat meerdere honderdduizenden actieve deelnemers en heeft de sympathie van een grote meerderheid van de bevolking in Frankrijk. Ze valt duidelijk buiten het kader van de bekende protestbewegingen van vakbonden en linkse organisaties tegen de neoliberale politiek, campagnes van maatschappelijke organisaties, of zelfs bewegingen zoals Occupy of Nuit Debout.[su_spacer]
  2. De beweging van de gele hesjes vindt haar oorsprong  onder  de verliezers van de neoliberale globalisering, die zichzelf niet langer vertegenwoordigd zien door het gevestigde politieke systeem. Veel gele hesjes hebben nooit eerder deelgenomen aan protesten. De beweging werd geïnitieerd door individuen die in geen enkele organisatie vertegenwoordigd zijn, die zich politiek noch links noch rechts beschouwen en zich expliciet van vakbonden en politieke partijen - inclusief de linker - distantiëren. Ze verwerpen starre structuren en vertegenwoordigers voor de gehele beweging. Tot dusverre is het niet te zien of georganiseerde kernen of bepaalde stromingen de hegemonie bezitten.[su_spacer]
  3. Desalniettemin is het duidelijk dat de eisen zich overwegend tegen de neoliberale hervormingen van Macron richten. Het gaat dus in de kern om een anti-neoliberale opstand. Objectief bestaat er overeenstemming tussen de sociale eisen van de gele hesjes met de posities van de linkse vakbonden en partijen. De regering heeft daarom sociaal-politieke concessies gedaan ten bedrage van 10,3 miljard [note] Frankrijk doorbreekt in 2019 de Maastrichtgrens voor nieuwe schulden met 3,2% van het bbp,  zonder herfinanciering zelfs met 3,4%. Zie Attac France over de toespraak van Emmanuel Macron tot de natie (10.12.2018): L’enfumage de Macron pour préserver l’injustice fiscale et les cadeaux faits aux riches [Achter een rookgordijn wil Macron de onrechtvaardige belastingen en geschenken aan de rijken in stand houden]  [/note].  Zelfs als dit de beweging wind uit de zeilen zal nemen, is het toch een succes, omdat de concessies zo snel en zo omvangrijk zijn, wat geen enkele andere beweging in de laatste tijd gelukt is. Het protest gaat niettemin door.[su_spacer]
  4. Zoals uit sociaal-wetenschappelijke analyses en representatieve enquêtes blijkt, [note] Een diep inzicht in de politiek-mentale toestand van het land biedt een representatieve enquête van Science Po CeviPov/Opinionway als onderdeel van zijn lange-termijnbarometer van politiek vertrouwen https://www.sciencespo.fr/cevipof/sites/sciencespo.fr.cevipof/files/CEVIPOF_confiance_vague10-1.pdf [/note] gaan de oorzaken van de rebellie nog veel verder dan de afwijzing van het beleid van Macron. Het is een algemeen gevoel van "Ras le bol" ["We zijn het zat!"]. De vertrouwenserosie geldt niet alleen Macron, maar geldt ook voor de gevestigde instellingen voor ruim twee derde van de bevolking. Dit is een symptoom van algemene crisis van het neoliberale economische, sociale en maatschappelijke beleid en van de crisis van de vertegenwoordiging in het parlementaire kapitalisme. Het is een algemene uitdrukking van woede en diepe teleurstelling van de gewone bevolking en verlies van controle door de elite, een fenomeen dat na 30 jaar neoliberale globalisering niet alleen tot uiting komt in Frankrijk en dat niet kan worden hersteld via een schijndialoog [note] Brief van Macron, 14.1.19: http://www.lefigaro.fr/politique/2019/01/13/01002-20190113ARTFIG00156-grand-debat-national-la-lettre-auxfrancais-d-emmanuel-macron.php ; attac FR, 14.1. https://france.attac.org/actus-et-medias/les-videos/article/lettre-aux-francais-e-semmanuel-macron-se-moque-de-nous  [/note], die alleen moet verdoezelen dat er vanaf het begin al veel politierepressie was en  via snelrecht uitgesproken zware straffen, die nu door nieuwe autoritaire wetten nog zullen verzwaard worden.[su_spacer]
  1. De openheid en het diffuus karakter van de bewegingsstructuren zijn tegelijkertijd kracht en zwakte. Enerzijds maken ze brede participatie en ondersteuning mogelijk door hun vermeende niet-politieke karakter, anderzijds schept het een terrein voor georganiseerde krachten van divers politiek allooi in de strijd om invloed en leiderschap.[su_spacer]
  2. Gezien de breedte van de beweging, kan het geen verrassing zijn dat ook dubieuze spelers - b.v. rechts-extremisten – zich onder de activisten mengen. Hoewel ze totaal niet representatief zijn, worden ze door de machthebbers en hun ideologische apparaten gebruikt om de hele beweging te delegitimiseren. Zo noemde minister van begroting Darmanin de beweging al vanaf het begin een 'bruine pest'. Anderen brachten het verwijt van racisme en antisemitisme in stelling. En natuurlijk vervullen rellen ook de gebruikelijke functie: hoog opgespeelde verontwaardiging over geweld om af te leiden van de oorzaken van de protesten.[su_spacer]
  3. Na aanvankelijke aarzeling hebben vakbonden de eisen van de gele hesjes opgepikt waarvoor ze zelf al lang strijden, en zochten ze naar samenwerking. Gezamenlijke acties tegen individuele bedrijven hebben op talrijke plaatsen plaatsgevonden [note] Sand im Getriebe Nr.130, blz. 10; CGT Appel aux gilets jaunes: gagner ensemble c'est possible!; Solidaires; Oproep van vakbondsleden [/note]. De gele hesjes en hun supporters staan voor dezelfde uitdaging als de vorige bewegingen tegen de neoliberale arbeidswetten, de hervorming van het spoor, voor klimaatrechtvaardigheid, tegen de afbraak van de gezondheidszorg, enz. Aan de linkerkant van het politieke spectrum heeft de sterkste formatie, La France Insoumise, de gele hesjes vanaf het begin ondersteund. Ook Attac Frankrijk heeft al heel vroeg opgeroepen om deel te nemen aan de protesten en de vooruitstrevende positie te versterken [note] Attac France: Le 8 décembre nous étions dans la rue aux marches pour le climat et avec les gilets jaunesFin du monde et fins de mois, pour nous, c’est le même combat;   L’exécutif refuse de changer de cap ; Avec les gilets jaunes, pour la justice sociale, fiscale et écologique !  (Duitse vertalingen in Sand im Getriebe  Nr.130   [/note]. Na enige aarzeling ondersteunen en participeren alle relevante krachten van links met een verschillende mate van betrokkenheid. [note] Zie de gezamenlijke oproep van 7.12.2018 Justice sociale, justice climatique : c’est un changement de cap qu’il faut imposer  [/note]. Attac France speelt in de samenwerking van verschillende krachten een belangrijke rol.[su_spacer]
  4. Niemand kan weten hoe het verder gaat. Wat wel zeker is, is dat de huidige actievorm niet veel langer zal duren. Op een gegeven moment is elke beweging onderhevig aan slijtage, raakt uitgeput, erodeert of splitst zich als ze geen nieuw elan vindt. In ieder geval zijn de vele leerprocessen, de intensieve debatten in plaats van de onderdrukte stilte, het experimenteren met nieuwe vormen van actie, de politieke ervaringen, de solidariteit met elkaar en met anderen duurzaam. Natuurlijk is een nieuwe escalatie ook een denkbaar scenario, b.v. de overgang naar stakingsacties of een algemene staking. Doorslaggevend is of de beweging een geloofwaardig, politiek aantrekkelijk alternatief wordt ten opzichte van zowel Macron als Le Pen. Dat zou ook richtinggevend kunnen zijn voor de bewegingen in andere Europese landen.[su_spacer]
  5. Ongeacht hoe het verder gaat, de beweging heeft al invloed buiten de Franse grenzen. Zo is Macron, ooit de 'redder van Europa' genoemd, zo verzwakt, dat hij al blij mag zijn als zijn beweging niet op een derde plaats eindigt bij de verkiezingen voor het Europees Parlement. Ook in de informele hiërarchie van de EU is hij ten opzichte van Berlijn weer wat dieper gezonken. Zijn plannen om de euro te stabiliseren zijn met de schending van de Maastricht-criteria achterhaald. Nu is niet alleen Merkel een lamme eend, maar ook de drager van hoop uit Parijs.[su_spacer]
  6. En wat hier in Duitsland te doen?
  • Inzicht! Voor de linkse beweging, ook buiten Frankrijk, bevat de ervaring met de gele hesjes al waardevolle lessen, die de moeite waard zijn om bediscussieerd te worden. De projectgroep plant evenementen over de politieke situatie in Frankrijk, inclusief de deelname van gele hesjes en Attac France.
  • Actie! Solidariteit met de gele hesjes en andere bewegingen in Frankrijk organiseren, door solidariteitsbijeenkomsten, donaties, evenementen, publicaties etc., maar ook en vooral door de strijd tegen neoliberaal beleid in ons eigen land - dat is onze grootste uitdaging.

18 januari 2019

Kontakt: europa@attac.de                 https://www.attac.de/kampagnen/europa/frankreich/

DiEM25: De Europese Unie democratiseren

25/01/2019 - 16:12

door Georges Spriet (*) 25 januari 2019   Maatschappelijke problemen worden al geruime tijd gedepolitiseerd en herleid tot een technisch vraagstuk. Ministers zijn managers geworden, geassisteerd door een aantal technocraten. Onpopulaire maatregelen worden makkelijk verkocht met de uitvlucht “het moet van Europa”. Het vertrouwen in 'de politiek' kwijnt weg bij de bevolking. Worden politieke partijen vervangen door bewegingen? Begin 2016 werd een nieuwe beweging opgericht die zichzelf tot doel stelt de Europese Unie te democratiseren: 'Democracy in Europe Movement 2025' of DiEM25. [caption id="attachment_16142" align="alignleft" width="400"] Bijeenkomst van DiEM25 in de Volksbühne, Berlijn, 25 mei 2017 . Links de Kroatische filosoof Srećko Horvat, in het midden Yanis Varoufakis, allebei oprichters van DiEM25 (Foto Agu V., Creative Commons)[/caption] DiEM25 werd op 9 februari 2016 gelanceerd in Berlijn als een transnationale politieke beweging van democraten. Een van de belangrijkste initiatiefnemers was voormalig Grieks minister van Financiën en professor economie, Yanis Varoufakis. DiEM25 vertrekt van de vaststelling dat de Europese Unie (EU) aan het uiteenvallen is, dat Europeanen hun vertrouwen verliezen in de idee van Europese oplossingen voor Europese problemen. En terwijl het geloof in de EU afneemt, zien we een opgang van pessimisme, wantrouwen, xenofobie en giftig nationalisme. De enige oplossing volgens DiEM25 is een echte democratisering van Europa en zijn instituties. Het basismanifest van de beweging stelt dat Europa momenteel gebukt gaat onder vijf crisissen: staatsschulden, banken, groeiende armoede, ontoereikende investeringen en migratie. DiEM25 wil het platform zijn waarvan Europese democraten van alle politieke overtuigingen gebruikmaken om gemeenschappelijke antwoorden te ontwikkelen op deze crisissen. Met de totstandbrenging van een volledig democratisch functioneel Europa tegen 2025 tot doel, betracht DiEM25 fundamentele veranderingen. De Europese besluitvorming en de EU-instituties -oorspronkelijk ontworpen om de industrie te dienen- moeten volledig transparant worden en moeten rekenschap afleggen aan de Europese burgers. Op langere termijn streeft DiEm25 naar de realisatie van een democratische Europese grondwet, geschreven door de Europese burger. De Kroatische mede-oprichter van de beweging, Srecko Horvat, filosoof, auteur en politiek activist, zei enkele maanden geleden het volgende: “DiEM25 telt nu niet alleen leden, maar activistische groepen en zelfs politieke partijen, en heeft iets als een ‘electorale vleugel’ in alle EU-landen. Tegelijkertijd zijn er goede samenwerkingen met progressieven aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, en werken we aan een verbetering van de banden met het mondiale Zuiden. Wij geloven in radicaal internationalisme. Daarnaast hebben we van de Occupy-beweging geleerd dat zuiver 'horizontalisme' niet genoeg is. Er is altijd nood aan organisatie en aan een besluitvormingsproces dat effectiever kan zijn dan het assemblee-isme of het format van het Wereld Sociaal Forum. Daarom speelt DiEM25 in op beide: [het blijft] een beweging maar [heeft] ook een electorale vleugel met het oog op de Europese parlementsverkiezingen van mei 2019. Het gaat om een transnationale pan-Europese poging om dit continent terug hoop te bieden.” [su_spacer] België Op 27 oktober 2018 verzamelden DiEM25-leden uit heel België om hun toekomst te bespreken. Volgens het eigen verslag was “deze Open Vergadering... een moment van levendig democratisch debat waarop burgers uit diverse cultuur- en taalachtergronden samen de prioriteiten voor de komende verkiezingen bespraken. Gezien ons vastgeroeste partijensysteem, waarin zelfs de zogenaamde progressieve partijen terugdeinzen om samen de EU te democratiseren, hebben veel leden de noodzaak geuit dat het middenveld zich op een nieuwe manier zou organiseren om concrete resultaten te bereiken.” In afwachting van een algemene ledenstemming stelt DiEM25 België dat het de krachten zal bundelen met middenveldorganisaties en de Europese Lente-beweging (een progressief politiek samenwerkingsverband dat wil participeren aan de Europese verkiezingen van mei 2019 met een pan-Europees beleidsprogramma en een transnationale kandidatenlijst) om een gemeenschappelijk Belgisch verkiezingsplatform voor te bereiden. Tegen het destructieve dogma van de groei, plaatst DiEM25 “het municipalisme en de 'commons'-economie”. Volgens het verslag van de vergadering moet niet alleen het beleid van de heersende politieke klasse veranderen, maar “ook de manier waarop wij allen aan politiek doen. Samenwerkings- en beslissingsprocessen moeten beter. Door gebruik te maken van creatieve vergadermethoden én door elke stem te laten horen, heeft onze Algemene Vergadering laten zien dat een nieuwe en inclusieve vorm van politiek niet alleen mogelijk is, maar ook degelijke resultaten oplevert. Onze electorale vleugel zal nu met een nieuwe, participatieve organisatiestructuur en een pragmatische beleidsvoering haar visie voor België in Europa ontwerpen. We moeten handelen vanuit onze wijken naar Europa toe en daarbuiten – naar de planeet. Zonder angst en moedig, moeten we geloven in wat ons verenigt en samenwerken voor verandering. Nu onze wereld uit elkaar valt, is het aan de verontwaardigde democraten om een alternatief te tonen voor de valse keuze tussen het mislukte status quo en het gedoemde nationalisme.” Het DiEM25-verslag voegt als belangrijke opmerking toe: “Ongeacht de uitslag van de komende Algemene Stemming over het voorstel om ons in België kandidaat te stellen bij de Europese parlementsverkiezingen van mei 2019, zal DiEM25 zijn dubbele structuur blijven volgen: een pan-Europese beweging (vrij van electorale beperkingen) enerzijds en een kiesvleugel van de Europese Lente anderzijds. Het gaat erom te zorgen dat ze elkaar versterken. Alleen een sterke beweging kan de beslissingen van een politieke formatie rechtvaardigen en deze aansprakelijk houden doorheen het politieke proces.” Oplossingen voor de aangeduide crisissen worden door DiEM25 aangekondigd onder de titel 'European New Deal'. De maatregelen die in dit kader voorgesteld worden, vormen volgens de beweging een noodzakelijke voorwaarde om uiteindelijk de bestaande Europese verdragen te kunnen vervangen door een democratische Europese Grondwet. De New Deal heeft betrekking op arbeid (werkzekerheid, Europees Arbeidsovereenkomst, ...), solidariteit (basisvoorzieningen, recht op huisvesting, gezondheidszorg, onderwijs, ...), klimaat, de eurozone en openbare financiën (de regulering van banken, de uitschakeling van belastingparadijzen, de introductie van een publiek digitaal betalingssysteem, ...), migratie (Europees asielbeleid dat komaf maakt met 'fort Europa'), en handel en technische soevereiniteit (digital commons, open-source bestuur, Europees innovatiefonds, ...). [su_spacer] Kritiek Van her en der komt er wel wat kritiek. Yanis Varoufakis reageert daar regelmatig zelf op. Zo worden er bedenkingen gemaakt bij het feit dat iedereen kan toetreden, los van welke politieke partij ook. Volgt daar niet uit dat de aard van DiEM25 eigenlijk apolitiek is? Varoufakis: “We zijn geen confederatie van bestaande natiestatelijke partijen. Zoals in de jaren 1930 is het de plicht van de progressieven om over partijgrenzen heen een beweging van democraten te vormen. We willen ook niet de zoveelste nieuwe linkse beweging opzetten voor gelijkgezinden.” Op de vraag of de Europese agenda primeert op de nationale, antwoordt Varoufakis: “DiEM25 wil niet dat het politieke toneel verengt tot de cocon van de natiestaat, maar wil zich ook zeker niet overgeven aan het democratieloze ‘Brussel’. Het Manifest zegt: 'Wij zijn van mening dat het model van nationale partijen, die slappe allianties aangaan in het Europees Parlement, achterhaald is. De strijd voor een democratie van onderop (op lokaal, regionaal, of nationaal niveau) is een noodzaak, maar zal niet volstaan als die gevoerd wordt zonder internationalistische strategie gericht op een pan-Europese coalitie voor de democratisering van Europa. De Europese democraten moeten eerst samenkomen, een gemeenschappelijke agenda opstellen en dan wegen vinden om die te verbinden met de lokale gemeenschappen en met het regionale en nationale niveau'.” Critici vragen zich af of de democratische structuren binnen de beweging zelf wel solide zijn.Varoufakis stelt dat DiEM25 “voluit transparant en democratisch in eigen rangen moet functioneren vooraleer men iets anders -laat staan Europa- hoopt te democratiseren. We halen veel uit de ervaring en de knowhow van de verschillende sociale bewegingen. Democratie vereist de opbouw van instellingen vooraleer een democratische praktijk kan worden ontwikkeld. De basisgedachte is om coördinatie en spontane orde te combineren, alsook het fysieke en het digitale. DiEM25 wil een coördinatiecomité in elke EU-lidstaat en een overkoepelend pan-Europees comité. We zijn ook reeds gestart met Spontane Collectieven. DiEM25-leden vinden elkaar in hun steden of regio’s en vormen een collectief (7 tot 15 personen), met de bedoeling de doelstellingen van het Manifest te verspreiden. Niemand moet hen daartoe toestemming geven. Ze hebben het recht op te treden in naam van DiEM25 onder 3 voorwaarden: geen geld inzamelen in naam van de beweging, geen pacten sluiten met andere bewegingen of partijen, en wie in naam van DiEM25 iets doet, moet de goedkeuring hebben van minstens 3 andere leden van het eigen collectief.” [su_spacer] Nationaal vs pan-Europees Het spanningsveld nationaal versus pan-Europees roept heel wat vragen op. Herman Michiel stelt op Ander Europa: “Er is een Europees neoliberaal commandocentrum, maar de eigenlijke uitvoerende macht is gedecentraliseerd, verspreid over de lidstaten. (…) Dit maakt het er voor tegenstanders van het liberale Europa niet makkelijker op. De vijand is ongrijpbaar, hij is overal en nergens. Welke regering moeten we doen vallen? Wie straffen we af bij de volgende verkiezingen? Op wie of wat richten boze vakbondsmilitanten hun woede? Het antwoord is dat door de gedecentraliseerde machtsuitoefening ook het verzet ertegen noodzakelijkerwijze gedecentraliseerd is. En door de decentralisatie is er ook een desynchronisatie. Europese verzetsstructuren als een voorwaarde beschouwen voor een succesvolle strijd is één zaak, maar over de haalbaarheid en de termijn daarvan kan niemand iets zinnigs zeggen, behalve dat het niet voor morgen is. Waar we wel zeker van zijn, is dat er op nationaal niveau nog op heel wat vlakken een belangrijke strijd kan worden geleverd – politieke en sociale strijd die een uitdaging vormt voor de regering en daardoor ook voor de EU.” Pierre Khalfa van de denktank Copernic en tevens lid van de wetenschappelijke raad van Attac, heeft moeite met de analyse van DiEM25. Ze legt de verantwoordelijkheid van het functioneren van de EU vooral bij de bureaucratie van Brussel. Deze speelt zeker een rol, maar de echte beslissingsmacht ligt bij de regeringen. Het was bijvoorbeeld de Eurogroep (bijeenkomst van de ministers van Financiën van de eurolanden om het Europees fiscaal en economisch beleid te bepalen) die besliste over de steun aan het armlastige Griekenland, niet de Commissie. Alleen de Europese Bank is een instelling die niet door de regeringen wordt gestuurd. De EU realiseerde de verschuiving van naast elkaar bestaande nationale markten naar een Europese eengemaakte markt met concurrentie binnen de hele Unie. Deze verschuiving gebeurde in navolging van de transformatie van het kapitalisme, dat ook van een nationaal naar een geglobaliseerd kapitalisme is overgegaan. Het is vanuit het concurrentierecht -waar de Europese verdragen van doordrongen zijn- dat de neoliberale elites die de nationale en Europese instellingen sturen, vormgeven aan de Unie. Deze analyse komt niet voor bij DiEM25 vindt Khalfa. [su_spacer] Links in Europa Gregor Gysi, voorzitter van de Europese partij Europees Links, meent dat al wie ter linkerzijde pro-Europees is, een felle criticus hoort te zijn van de huidige Unie en van haar beleid dat onsolidair, antisociaal, ondemocratisch, ecologisch niet duurzaam, vaag en in toenemende mate militair is. Wil de EU een toekomst hebben, dan moet ze werken voor sociaal welzijn en voor vredesinitiatieven. De Unie kan alleen overleven indien ze door de meerderheid in de lidstaten wordt gesteund.Gysi stelt dat de verschillende linkse partijen en groepen gedoemd zijn om samen te werken. “Vandaag bestaan er op zijn minst 3 concurrerende benaderingen onder de linkse partijen in Europa: Europees Links, het DiEM25-initiatief dat door Yanis Varoufakis werd gelanceerd en de lijn die Jean-Luc Melenchon ontwikkelt. In het Europees Parlement is er een gecombineerde linkse groep, GUE/NGL (Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links). Politiek gezien is het nodig om samen te gaan, willen deze groepen niet het risico lopen tot marginalisering. Ofwel regelen we onze geschillen en voorkomen we het risico op verdeeldheid, ofwel zal de toekomst van Europa en de Unie zonder ons beslist worden. Samen kunnen we sterker worden, of alle politieke betekenis verliezen elk op z’n eentje. We mogen niet uit het oog verliezen wie onze werkelijke tegenstrevers zijn”, aldus Gysi. Sahra Wagenknecht, fractieleidster van de Duitse linkse partij Die Linke in de Bundestag, lanceerde begin september de beweging 'Aufstehen' (opstaan). Ze stelt: “De mensen voelen zich niet meer vertegenwoordigd door de partijen, ze vinden ze te rigide. Jongeren zie je haast niet meer in een partij. Nochtans is het niet zo dat politiek hen niet zou interesseren. Met een soepelere beweging, met minder strikt afgelijnde grenzen, zal het makkelijker zijn om de mensen te bereiken... DiEM25 is een linkse beweging waaraan sommige partijgenoten deelnemen. Maar ik stap niet mee in hun politieke doelstellingen. Ze zeggen duidelijk dat ze voor een federaal Europa zijn. Ze willen een Europa met een centrale regering, in Brussel of elders. Ik denk dat dit fout is. Ik ben voor een Europa dat soevereine democratieën verenigt. Voor het ogenblik is er geen democratie op Europees niveau. Er ontbreken te veel zaken: een Europese publieke opinie, werkelijk Europese partijen,... Nu zijn er enkel heterogene unies. De macht van de lobby's en de ondernemingen is zeer groot. Er is te weinig tegenmacht. En de mensen begrijpen de manier van functioneren van de Unie niet. Hoe gecentraliseerder de Unie, hoe meer koren op de molen van de anti-Europeanen om Europa te denigreren.” Sinds enkele maanden is er ook 'Et maintenant le peuple', een links politiek samenwerkingsverband van La France Insoumise (Fr), Podemos (Sp), Bloco de Esquerda (Port), in de zomer aangevuld met de Rood-Groene Alliantie (Dk), de Partij van Links (Zweden) en de Linkse Alliantie (Finland). Het samenwerkingsverband heeft ook nauwe contacten met SP Nederland, Sinn Fein (Ierland), Levica (Slovenië), Potere al Popolo en Sinsitra Italiana (It). Hier wordt duidelijk gekozen voor een gezamenlijk optreden van bestaande bewegingen en partijen, niet voor een nieuwe pan-Europese beweging. De oproep tot gemeenschappelijk overleg van DiEM25 werd dan ook niet beantwoord door de alliantie. (*) Dit artikel verscheen oorspronkelijk op de website van Vrede vzw. Met dank voor de toelating voor overname.

Gespierd “nationaal debat” in Frankrijk

24/01/2019 - 19:38

De Franse president Macron richtte zich op 13 januari ll. in een Lettre aux Français tot zijn burgers. Hij wil un grand débat national organiseren teneinde “het woord terug te verlenen aan de Fransen over de uitwerking van het overheidsbeleid dat hen aanbelangt”. Daarmee hoopt hij een eind te maken aan de beweging van de gilets jaunes – de ‘gele hesjes’ – die sinds oktober 2018 het woord nemen over … het overheidsbeleid dat hen aanbelangt. Gelanceerd rond de brandstofprijzen gaat dit protest ondertussen over een brede waaier van beleidskwesties, en het Franse voorbeeld vindt navolging in andere landen, zelfs buiten Europa.

Macron wil dus een debat, maar de wijze waarop de République Française de voorbije maanden met haar citoyens  omgaat is een nogal gespierde, zelfs bloedige vorm van debat. Désarmons-les, een ‘collectief tegen het staatsgeweld’, maakte een voorlopige inventaris van de slachtoffers van dit geweld tijdens de gele hesjesbetogingen sinds 17 november. Als alleen de ernstige gevallen, met blijvend letsel , in rekening gebracht worden is de trieste balans:

  • 1 dode, de tachtigjarige Zineb Redouane, in het gezicht getroffen door een traangasgranaat terwijl ze het raam aan het sluiten was van haar appartement in Marseille;
  • 4 mensen met afgerukte hand, ten gevolge van een GLI F4 granaat (traangasgranaat die een dosis springstof bevat);
  • 18 mensen verloren een oog door LBD 40 kogels (flash balls) of sting ball granaten;
  • 1 persoon is definitief doof t.g.v. een granaat.

Le mur jaune is een andere groep die eveneens het politiegeweld tijdens de gele hesjesmanifestaties in kaart brengt. Beide sites tonen foto’s die de gevolgen van deze ‘niet-lethale wapens’ laten zien …

De gewezen Rothschild-bankier Macron is natuurlijk niet de man om zelf granaten op betogers af te schieten, maar een parfum van geweld hangt rond de man sinds de beelden opdoken van zijn privé-lijfwacht Benalla die op 1 mei 2018 als een woeste tekeer gaat tegen een betoger. Rara, na zijn ‘ontslag’ blijkt Benalla met een diplomatiek paspoort rond te reizen, en o.a. Tsjaad aan te doen, waar enkele weken later Macron neerstrijkt.

Toenemend staatsgeweld is echter niet beperkt tot Frankrijk. De Spaanse guardia civil liet zich ook van een zeer gewelddadige kant zien in de puur politieke context van het Catalaans onafhankelijkheidsreferendum (1 oktober 2017); in Groot-Brittannië zou men 3500 soldaten klaar houden voor het geval bij de brexit … . Men moet zich trouwens niet blindstaren op bloedig geweld: het is eveneens  staatsgeweld als would be betogers al opgepakt worden door de politie voor ze de plaats van bijeenkomst bereiken, een tactiek die goed bekend is bij de Duitse politie. De ‘strijd tegen het terrorisme’ is ook een prima dekmantel om de uitoefening van democratische rechten te verhinderen, hoe heldhaftig politieke leiders ook mogen verklaren dat we niet buigen voor terreur.   (hm)

 

 

 

 

 

 

 

In de aanloop naar de Europese verkiezingen – Deel 3: Belangrijke ontwikkelingen sinds 2015

23/01/2019 - 18:48

Door Herman Michiel 23 januari 2019   In Deel 1 brachten we de belangrijkste instellingen van de Europese Unie in herinnering. In een tweede aflevering werden vraagtekens geplaatst bij een argument dat we tijdens de komende verkiezingscampagne nog wel vaker zullen horen: de EU als vredestichter. In dit derde deel bekijken  we een aantal gebeurtenissen en ontwikkelingen van de voorbije vijf jaar die ons ook voor de toekomst belangrijk lijken, in het bijzonder vanuit het perspectief van links verzet tegen het neoliberaal Europa.   Europese verkiezingen 2014    In mei 2014 hadden de vorige verkiezingen voor het Europees Parlement (EP) plaats. De opkomst, gemiddeld over de hele Unie, haalde een historisch dieptepunt van 43%, komende van 62% bij de eerste verkiezingen in 1979. De belangstelling was nog het laagst in de 'nieuwe democratieën' van Oost-Europa, met de laagste score in Slowakije (13%). Een van de opmerkelijke trends was de vooruitgang van extreem rechts in diverse landen (FN in Frankrijk, UKIP in Groot-Brittannië, de Deense Volkspartij, de Oostenrijkse FPÖ...). Anderzijds is de sterke vooruitgang van SYRIZA in Griekenland (van 4,7% bij deEP-verkiezingen van 2009 naar 26,6% ) de voorbode van hun doorbraak bij de parlementsverkiezingen van januari 2015. In Spanje boekt het pas opgerichte Podemos met 8% een verrassend resultaat. De zetelverdeling in het Europees Parlement 2014-2019 wordt hieronder weergegeven (met binnenin de samenstelling in de periode daarvoor, 2009-2014). Christendemocraten (EPP) en sociaaldemocraten (S&D) zijn de grootste fracties. [su_spacer] [su_spacer] Na de EP-verkiezingen volgt de Duitse sociaaldemocraat Martin Schulz zichzelf op als voorzitter van het Europees Parlement, en commissievoorzitter Manuel Barroso wordt vanaf 1 november 2014 opgevolgd door de gewezen premier van Luxemburg de christendemocraat Jean-Claude Juncker. De Europese Raad (de vergadering van staats-en regeringsleiders die hun topbijeenkomsten in Brussel houden) wordt voorgezeten door de Poolse christendemocraat Donald Tusk, die de Belgische christendemocraat Herman Van Rompuy opvolgt. De sociaaldemocratische Federica Mogherini, nog maar enkele maanden Italiaans minister van buitenlandse zaken onder Matteo Renzi, wordt 'Hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid', een functie die soms wordt voorgesteld als 'minister van buitenlandse zaken van de EU'.   Griekenland 2015   Het jaar 2015 werd ingezet met de terreuraanslag op de lokalen van Charlie Hebdo in Parijs (7 januari) wegens de 'heiligschennende' cartoons van de profeet. Nauwelijks vier dagen later paraderen  Europese en mondiale leiders in de Franse hoofdstad aan de zijde van François Hollande om hun verknochtheid aan de Westerse waarden te demonstreren. Die Westerse waarden zullen tijdens de evenementenrijke periode die we hier bekijken echter nogal wat deuken oplopen; het gewelddadige robocop-optreden tijdens het Catalaans referendum (1 oktober 2017) of tegen de Franse gele hesjes  zijn daar maar enkele voorbeelden van. Het nieuwe Europese bestuur zit nog maar goed in het zadel of de verhouding tussen de Unie en de kleine lidstaat Griekenland gaat gedurende een half jaar het Europees nieuws beheersen. Griekenland wordt de facto sinds 2010 bestuurd door de Trojka (Europese Commissie, Europese Centrale Bank, IMF) maar de regering Tsipras die steunt op de verkiezingsoverwinning van SYRIZA op 25 januari heeft een programma dat uitdrukkelijk een eind wil maken aan het soberheidsbeleid. De minister van financiën Varoufakis probeert in het eerste halfjaar van 2015 zijn collega's van de eurogroep (voorgezeten door de Nederlandse minister van financiën Jeroen Dijsselbloem, PvdA) voor de Griekse argumenten te winnen, en in de Europese Raad doet premier Tsipras hetzelfde (o.a. de vraag naar een schuldvermindering, naar het voorbeeld van wat Duitsland kreeg na de Tweede Wereldoorlog), maar ze krijgen geen enkele toegeving. En reeds in februari hanteert de Europese Centrale Bank het wapen van de liquiditeitsvoorziening; rijke Grieken verplaatsen hun geld naar het buitenland en de ECB verschaft slechts mondjesmaat nieuw geld aan de Griekse banken, het ideale scenario om paniek te veroorzaken onder het publiek. Maar ook de Griekse Staat zit eind juni op zwart  zaad en kan een schuld aan het IMF niet terugbetalen. De Trojka wil  een nieuw 'steunpakket' lanceren, met daaraan gekoppeld een nog harder bezuinigingsplan, een derde 'memorandum' voor een land dat al een kwart van zijn BBP verloor en een half miljoen mensen zag emigreren sinds het begin van de financiële crisis. De regering organiseert een referendum over de vraag of dit nieuwe besparingsplan aanvaard moet worden of niet, en op 5 juli luidt het antwoord van de Grieken: OXI (nee, 61,3%).  Klap op de vuurpijl: vier dagen later verklaart de regering Tsipras zich bereid een derde memorandum aan te gaan... [note] Alle artikels over Griekenland die op Ander Europa verschenen vindt men hier opgelijst. [/note] De Griekse wederwaardigheden van 2015 zijn sindsdien de inzet van een aanzienlijk debat aan de linkerzijde, met de vraag wat een linkse regering moet doen die zich in een gelijkaardige situatie bevindt. Bij de Griekse parlementsverkiezingen van oktober 2019 zal ook moeten blijken of SYRIZA nog in het zadel blijft.   Vrijhandelsakkoorden   Nooit in de geschiedenis van de EEG/EU zijn zoveel burgers zich gaan mengen in de internationale akkoorden die hun Europese leiders afsloten met derde landen (waarmee we natuurlijk niet beweren dat de meerderheid van die burgers dat deed). 'TTIP' en 'CETA' roepen bij velen het beeld op van straatprotesten en verhitte debatten; het verzet werd zo intens dat de Europese Commissie er in enige mate mee rekening moest gaan houden. In enige mate… Op 10 oktober 2015 vulden bijvoorbeeld 250.000 betogers de straten in Berlijn om zich te verzetten tegen het TTIP-vrijhandelsakkoord dat in de maak was tussen de EU en de Verenigde Staten. TTIP is er (voorlopig) niet gekomen, maar dat heeft vooral te maken met de abrupte koerswijziging van de VS onder Donald Trump. Tegen CETA, het vrijhandelsakkoord met Canada, was er eveneens zeer veel burgerprotest, in die mate dat de Waalse PS-leider Magnette eventjes dreigde het in Europa te blokkeren (oktober 2016). Maar CETA  trad toch in september 2017voorlopig in werking. De lijst van vrijhandelsverdragen die ondertussen zijn afgesloten of in onderhandeling zijn beperkt zich echter niet tot TTIP en CETA. Een akkoord met Japan (JEFTA) is rond, in oktober 2015 werd een vrijhandelsakkoord met Zuid-Korea goedgekeurd, met Singapore is er ook een in de maak. Er is ook TiSA, waarover de Europese Commissie onderhandelt met 22 partijen met het oog op het verder liberaliseren van diensten, waaronder de banken- en transportsector. Enzovoort... De Europese leiders hebben ook geleerd van het protest. Bijzonder aanstootgevend zijn de ISDS-clausules (naderhand herdoopt in 'ICS', evenwel zonder fundamentele wijziging) die in verschillende vrijhandelsverdragen zijn opgenomen, en waardoor buitenlandse multinationals een zaak kunnen aanspannen bij een private rechtbank tegen een overheid als ze zich in hun winstmogelijkheden beknot voelen. Door de aanwezigheid van een ISDS-clausule moet een vrijhandelsverdrag echter ook door alle parlementen van de lidstaten worden goedgekeurd (in het andere geval hoeft alleen het Europees Parlement dat doen) en bestaat dus het risico dat het geblokkeerd wordt, zoals Magnette dreigde te doen met CETA. Sindsdien wordt het ISDS-(ICS-) gedeelte in een apart verdrag ondergebracht, waardoor het vrijhandelsakkoord buiten schot van de nationale parlementen wordt gehouden. De protestbewegingen tegen TTIP en CETA waren in meerdere opzichten leerrijk. Ze toonden aan dat er maar een minimale coördinatie nodig is om in Europa geslaagde campagnes te voeren waar de Europese autoriteiten niet blind en doof voor kunnen  blijven; er is inderdaad nooit een 'hoofdkwartier' geweest van waaruit de protesten geregisseerd werden. Maar dat protest was wel vrij massaal, vrij langdurig, met steun uit brede kringen zoals vakbonden en met heel wat initiatieven (brochures, debatavonden, flashmobs...) om zoveel mogelijk mensen te informeren en te sensibiliseren; het lijstje met artikels in Ander Europa over dit onderwerp is daar een weerspiegeling van. Wat dit betreft is de balans  uitgesproken positief. Maar men stelt ook vast dat dit de EU niet belet om door te gaan met haar vrijhandelsbeleid; terwijl burgers protesteren tegen TTIP of CETA onderhandelt de Commissie over TiSA of JEFTA... We hebben het hier dan alleen nog maar over de vrijhandelsverdragen, maar er zijn terzelfdertijd tientallen andere kwesties die massale mobilisatie waard zouden zijn: glyfosaat, klimaatpolitiek, vluchtelingen, militarisering… En men stelt ook vast dat het heel vaak de sociaaldemocratische fractie (S&D) is die rechts aan een meerderheid helpt. In het geval van CETA bijvoorbeeld was er twijfel binnen die fractie (cfr. de kortstondige oppositiebui van de Waalse socialisten), en een derde van haar leden stemde (tegen het fractie-advies in) tegen de goedkeuring van CETA. Maar zonder de steun van de andere S&D parlementariërs had het Europees Parlement CETA verworpen!   De euro, uw hoop in bange dagen?   Het faillissement van de Amerikaanse investeringsbank Lehman Brothers (15 september 2008) is de symbolische startdatum van een crisis waar het neoliberaal wereldkapitalisme zwanger van was. In het voorjaar van 2010 moesten de Europese leiders in de ene spoedvergadering na de andere kunstgrepen bedenken om het reeds van in den beginne slecht geconcipieerde eurosysteem van de ineenstorting te redden. De problemen doken eerst op in Griekenland, maar daarop volgden Cyprus, Ierland, Portugal, Spanje, en men hield zijn hart vast voor het geval Italië, de derde grootste economie van de eurozone, ook in het gedrang zou komen; zelfs Duitse banken bleken niet buiten de gevarenzone te zitten. Een van de kenmerken van het eurosysteem is dat een bankencrisis heel vlug uitdraait op een crisis van de openbare financiën van de lidstaten. Private schulden worden publieke schulden, en in tegenstelling tot de Verenigde Staten is er  niet een machtige federale staat die instaat voor die publieke schulden, maar moet elke individuele lidstaat van de eurozone  voor 'zijn' banken inspringen. Zo schoot het begrotingstekort van neoliberale modelleerling Ierland in 2010 naar 32%, terwijl de Europese akkoorden  3% als te hoog bestempelen!! Dit mag nooit meer gebeuren, hebben de Europese leiders gezegd, en ze hebben daarom de 'bankenunie' opgericht, met toezicht op de banken door de Europese Centrale Bank, een 'afwikkelingsfonds' om in te staan voor de begrafeniskosten van zieltogende banken, een depositofonds dat spaarders veiligstellen moet als hun bank pleite gaat. Het probleem is dat alleen de Europese leiders beweren (en geloven?) dat een volgende crisis zich niet meer op de gewone man zal wreken. Hoe geruststellend is het bijvoorbeeld te weten dat het afwikkelingsfonds maar 55 miljard euro zal bedragen (en dat pas binnen enkele jaren), terwijl de afwikkeling van het Belgische Dexia alleen al 5,5 miljard € vers geld vereiste en 85 miljard waarborgen door de Belgische, Franse en Luxemburgse Staat? Van het depositofonds wordt er trouwens niet meer gesproken, en de ECB houdt alleen toezicht op een goeie honderd 'systemische’ banken. Het blijkt ook dat de Europese autoriteiten helemaal niet bereid zijn om de nodige maatregelen te nemen. De scheiding van investeringsbanken en depositobanken zou een vanzelfsprekendheid moeten zijn, maar wordt niet doorgevoerd. De EU benadrukt zelfs de gunstige kwaliteiten voor de financiële markten van de 'securitisatie', de uiterst dubieuze praktijk die een belangrijke rol speelde in de bankencrisis en waarbij riskante hypothecaire leningen 'verpakt' worden samen met andere financiële producten en aan beleggers aangeboden, waarbij niemand nog weet wat hij koopt. Het is misschien niet leuk, maar wel nuttig te weten dat de meeste economische waarnemers zich niet afvragen of er een nieuwe financiële crisis komt, maar alleen wanneer… De Franse president Macron lijkt zich iets bewuster te zijn van de blijvende risico's, en wil dat er een 'minister van financiën voor de eurozone' komt, die ook over eigen financiële middelen moet beschikken. Niet alleen is Berlijn daar niet voor te vinden (wat de realisatie van die plannen meteen naar sint-juttemis verwijst) maar de intenties van Parijs zijn ook niet om de gewone man te sparen voor een nieuwe soberheidsronde. Integendeel, een eurozonebudget zou ingezet kunnen worden om nieuwe neoliberale hervormingen op te leggen. En zou het de Europese 'integratie' echt zoveel vooruithelpen als een deel van de lidstaten de eigenlijke EU werd, met een munt, een centrale bank, een minister van financiën en een begroting, en een ander deel dat daar als tweederangsnaties  rond zou cirkelen? Aan de eigenlijke fundamentele problemen van de Unie wordt niet gewerkt, want die liggen buiten de conceptuele horizon van haar leiders. Fundamentele problemen zoals de onmogelijkheid om een unie te creëren tussen staten die als verdragsrechtelijke opdracht hebben elkaar economisch te beconcurreren. Een unie met in het centrum een economische supermacht die jaarlijks miljarden euros exportoverschotten creëert dank zij de euro [note] Zonder de 'ballast' van de zwakkere eurolanden zou de Duitse munt Internationaal hoger gewaardeerd zijn en de Duitse export belemmeren. [/note] maar miljoenen werknemers met hongerlonen naar huis stuurt, ten koste van een 'periferie' die de tekorten opstapelt en als raad krijgt het beleid van de supermacht te evenaren. Een gemeenschappelijk muntbeleid zou in principe een instrument van solidariteit kunnen zijn, beschutten tegen speculatie en overheden aan de nodige middelen helpen om een degelijk beleid te voeren. De euro is echter ontworpen om precies dit te beletten. De ECB leent goedkoop aan banken, die duur lenen aan overheden, de ECB mag immers niet lenen aan overheden...   De zanderige grond waarop de euro gebouwd is blijkt uit nog andere anomalieën. Inflatiebestrijding is de belangrijkste opdracht van de ECB, die zich daarom verzet tegen 'excessieve' loonsverhogingen van werknemers. Maar wat was het grote probleem van het Europees monetair beleid de afgelopen jaren? Het slaagde er niet in de inflatie naar een normaal peil te brengen, er was eerder sprake van deflatie. Het rentepeil zakte naar nul, of ging daar zelfs onder (wat u misschien al gemerkt hebt aan de opbrengsten op uw spaarboekje), zodat een 'sturing' van de economische activiteit via het renteniveau niet meer mogelijk was. De ECB is toen begonnen massaal geld te pompen in het bankensysteem ('QE', quantitative easing, tot nog toe 2.400 miljard euro), maar de impact op de reële economie en de investeringen is gering en QE heeft er vooral voor gezorgd dat de rijken nog rijker werden.   De 'migratiecrisis'   Als men de Europese burgers zou vragen wat de markantste gebeurtenis was in de voorbije vijf jaar in Europa zou de 'vluchtelingencrisis' waarschijnlijk hoog in het lijstje staan. Niet ten onrechte, maar enig perspectief is wel nodig. Grafiek 1 toont inderdaad dat er in 2015 per maand tienduizenden, tot 220.000, mensen via de Middellandse Zee Europa bereikten.

Grafiek 1

[su_spacer] Grafiek 2 toont dat de meesten daarvan in Griekenland terecht kwamen, wat door het Europese 'Dublin akkoord' betekent dat hun asielaanvraag in dat totaal ontredderde land  behandeld moet worden. [su_spacer]  

Grafiek 2

[su_spacer] Maar wie meent dat Europa 'overstelpt' wordt moet toch eens kijken naar het aantal vluchtelingen per inwoner in een aantal ontwikkelingslanden rond de conflictgebieden, en dat vergelijken met België  (Grafiek 3, 2017; het cijfer voor Nederland is dat ongeveer hetzelfde). Ook de absolute cijfers zijn nogal confronterend, of zouden dat moeten zijn: Iran en Libanon vangen elk 1 miljoen vluchtelingen op, Pakistan en Oeganda elk 1,4 miljoen, Turkije 3,5 miljoen… Alleen Duitsland kwam met zijn miljoen opgevangen vluchtelingen in de buurt van deze cijfers, maar dat was Duitse en geen Europese politiek. [su_spacer]

Grafiek 3

Wat deed de Europese Unie [note] Sommigen zullen opwerpen dat het fout is de Europese Unie als dusdanig de schuld te geven voor het falende migratiebeleid. In hun optiek was het de EU, bij monde van de Europese Commissie,  die probeerde tot een spreidingsplan te komen, maar waren het de lidstaten, of toch minstens een deel ervan, die dat weigerden. Dit overzichtsartikel is niet de plaats om een politologische doorlichting van de politieke entiteit EU te maken. Maar toch dit: de Europese Unie is wel degelijk de politieke structuur waar zowel de lidstaten (via de Ministerraad en de Europese Raad) als de ‘communautaire’ instellingen (Commissie, Parlement) toe behoren en bevoegdheden hebben die door de Europese verdragen zijn vastgelegd. Als lidstaten hun zin kunnen doen in de ene materie (vennootschapsbelasting, opvang asielzoekers...) maar wettelijk gebonden zijn door Europese regels in andere (vrijhandel, concurrentie, budgettaire politiek...) dan is dit een karakteristiek van deze politieke structuur. [/note] in deze belangrijke politieke, sociale en humanitaire aangelegenheid - het aantal lijken in de Middellandse Zee loopt in de duizenden - die ze door het Dublin-akkoord uitdrukkelijk tot de hare maakte? Er was eerst een 'spreidingsplan' dat de druk op Griekenland moest verminderen. In september 2015 sloten de Europese leiders een akkoord om 66.400 mensen uit Griekenland te verdelen over de Unie, maar acht maanden later waren slechts een schamele 973 mensen via het spreidingsplan uit Griekenland vertrokken. Zo zou België een kleine 4.000 asielzoekers overnemen, maar acht maanden later waren het er nog maar 29. Ook vandaag is het spreidingsplan grotendeels bij een plan gebleven. Dit soort kwesties heeft in de EU nu eenmaal niet dezelfde prioriteit als het beperken van begrotingstekorten of het 'moderniseren' van de arbeidsmarkt. In 2016 kwam er een nieuw plan: de EU sluit in maart een vluchtelingendeal met het Turkije van Erdoğan Alle vluchtelingen die via Turkije de EU zijn binnengekomen, worden teruggestuurd naar Turkije en voor elke Syriër die wordt teruggestuurd naar Turkije neemt de EU een andere Syriër uit Turkije op. De deal wordt gesmeerd met enkele miljarden euro compensatie, maar verloopt allesbehalve zoals gepland. Maar aangezien vluchtelingen niet alleen via Turkije, maar ook via Noord Afrika Europa binnenkomen, worden ook deals gezocht met Libië, Marokko, Egypte, landen die het (zoals Turkije) wel niet altijd even nauw nemen met de mensenrechten, maar als vooruitgeschoven posten van de EU-grens kunnen beschouwd worden. Met de failed state Libië is het weliswaar moeilijk kersen eten, maar het land telt wel een hoop potige kerels die tegen betaling de Afrikaanse 'invasie' in de EU kunnen bestrijden. Ondertussen wordt ook duchtig gewerkt aan de beveiliging van de eigenlijke grenzen. Frontex wordt geëquipeerd met spitstechnologie, men is bezig met de opbouw van een 10.000-koppige grenswacht, en mensen  die levens willen redden op de Middellandse Zee worden in de criminele hoek geduwd en weggezet als mensensmokkelaars. Als de Aquarius geen vlag meer heeft om onder te varen, is de EU de laatste instantie om daarvoor in de bres te springen.   Toenemende militaire ambities van de EU   In zijn 'State of the Union' van september 2016 zei commissievoorzitter Juncker dat Europa een innovatieve defensie-industrie nodig heeft, en dat daarom een Europees Defensiefonds zou opgezet  worden om er militair onderzoek  te subsidiëren. Dat de Europese Commissie in feite geen enkele bevoegdheid heeft in militaire aangelegenheden wordt gemakkelijk omzeild door dit voor te stellen als industrie beleid, waar ze wel voor bevoegd is. In juni 2017 is het Defensiefonds reeds een feit; het Europees Netwerk tegen Wapenhandel (ENAAT) becijfert dat in de periode 2017-2027 via het fonds tot 51 miljard euro subsidie kan vloeien naar de wapenindustrie. Er wordt expliciet aangedrongen op de ontwikkeling van 'automatische systemen', ook bekend als killer robots, die uitgerust met artificiële intelligentie 'targets' kunnen 'elimineren' zonder dat er een mens  aan te pas komt. Nog in 2017 kwam PESCO tot stand, de ' Permanente Structurele Samenwerking op het gebied van veiligheids- en defensiebeleid', waarmee 25 van de 28 lidstaten nauwer willen gaan samenwerken op militair gebied. Alleen Denemarken, Malta en Groot-Brittannië doen niet mee. PESCO is een akkoord tussen staten, het Europees Parlement heeft er niets over te zeggen, maar de europarlementariërs, met uitzondering van Groenen en radicaal links (GUE/NGL), vonden het toch nodig hier hun morele steun aan te verlenen; de Partij van de Europese Socialisten (PES) begroette het zelfs als een uiting van 'Europese solidariteit'. PESCO wordt ook gezien als een element in de 'beveiliging van onze buitengrenzen', zeg maar de militarisering van het migratiemanagement. In de media wordt PESCO vaak voorgesteld als het Europees antwoord op Trumps dreiging dat de VS niet langer zal instaan voor de Europese veiligheid, maar bij de NATO kunnen ze gerust zijn: PESCO zweert trouw aan het Atlantisch bondgenootschap. Trumps uitlatingen worden trouwens door de Europese wapenlobby dankbaar aangegrepen als alibi voor de verhoging van de militaire budgetten. We zijn dus heel ver verwijderd van een zelfstandige Europese buitenlandse politiek die de lont probeert te halen uit het kruitvat van het Midden-Oosten en betere verhoudingen zoekt met Rusland en; het Europees activisme in Oekraïne heeft zeker ook niet bijdragen aan  meer democratie in dat land. In tegenstelling tot de vrijhandelsverdragen hebben de toenemende militaire ambities van de EU nog niet geleid tot verontwaardiging, laat staan massaal verzet van burgers en sociale bewegingen. Het protest blijft voorlopig grotendeels beperkt tot de relatief kleine kringen rond vredesorganisaties. Toch  staan verhoogde militaire budgetten in schril contrast tot de krimpende sociale uitgaven, en is de vluchtelingenstroom van de voorbije jaren in grote mate veroorzaakt door de militaire interventies van het Westen.   Dieselgate, Monsanto, Luxleaks, ...   Dat bedrijven sjoemelen is niet de schuld van de Europese instanties, maar de lichtzinnigheid waarmee die instanties soms hun controleverantwoordelijkheid (niet) uitoefenen lijkt vaak op een uitnodiging om te sjoemelen. Geen dossier is zo sprekend als dat van Dieselgate, de moedwillige installatie door Volkswagen van software die de emissies van dieselwagens veel schoner moest laten lijken dan ze waren, zoals de bedrijfsdirectie in augustus 2015 uiteindelijk moest toegeven. Maar terwijl commissievoorzitter Juncker in zijn State of the Union van 2016 stelde “consumenten in Europa worden beschermd tegen kartels en misbruik door machtige ondernemingen” bleek steeds meer dat de Commissie wel degelijk op de hoogte was van de praktijken, maar niet ingreep. Krasser nog: in de Verenigde Staten werd  VW een miljardenboete opgelegd wegens het bedrog, maar in de EU bleef de parel van de Duitse export daarvan gespaard. De Europese Commissie heeft weliswaar al miljardenboetes opgelegd wegens concurrentievervalsing aan internetgiganten als Google, Microsoft of Intel, maar Volkswagen vervalste die concurrentie blijkbaar niet... Men kan zich trouwens afvragen hoe ernstig een boete is van een half miljard euro voor een reeks banken (Crédit Agricole, HSBC, JP Morgan Chase ...) die gedurende vele jaren de interbankenrente (Euriborschandaal) manipuleerden en daar véél meer dan een half miljard euro aan verdienden. Een ander berucht geval van laks optreden betreft het Amerikaanse bedrijf Monsanto, inmiddels opgekocht door het Duitse Bayer en producent van de op hoogst waarschijnlijk kankerverwekkende glyfosaat gebaseerde -onkruidverdelger Roundup. Niettegenstaande de waarschuwingen van wetenschappers, en een petitie die door 1,3 miljoen Europeanen werd ondertekend, kreeg het goedje weer een vergunning voor vijf jaar. Zeer onlangs bevestigde een studie wat al vaak voorheen onderstreept werd: Monsanto had zo haar eigen interpretatie van wetenschappelijke feiten. Volkswagen en Monsanto zijn twee voorbeelden, maar als men weet dat circa twintigduizend lobbyisten, hoofdzakelijk uit de bedrijfswereld, in Brussel rond de Europese instellingen cirkelen, kan men zich een beetje voorstellen hoe zwaar bedrijfsbelangen wegen op de Europese beslissingen. Niemand is zelfs nog echt verbaasd als een ex-EU-commissaris na zijn vet betaalde termijn in Brussel  tekent voor een nog vetter betaalde post bij een grote multinational. Zo bood de gewezen commissievoorzitter Barroso zijn diensten aan bij Goldman Sachs, bekend voor het vervalsen van de Griekse boekhouding. Neelie Kroes doet het voor Uber en Bank of America, De Gucht voor Arcelor Mittal en Proximus, enzovoort enzoverder. Men hoeft zelfs geen commissaris-af te zijn om zijn geluk en zijn fortuin in de bedrijfswereld te gaan zoeken; Miguel Arias Cañete, de huidige commissaris voor energie en klimaatactie, verzamelde een deel van zijn fortuin  in de olie-industrie. Een andersoortige 'bedrijfsvriendelijkheid' die de EU kenmerkt is haar verregaande tolerantie voor belastingconstructies en regelrechte belastingfraude. Jean Claude Juncker zelf was jarenlang premier en minister van financiën van het fiscaal piratenstaatje Luxemburg. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de EU een lijst van fiscale paradijzen publiceerde waar slechts 1% van de boosdoeners in voorkomt, met weglating van de Verenigde Staten, Nederland, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk...   Klimaatkampioen?   De EU werpt zich op als de wereldleider in de strijd tegen de klimaatopwarming, en dit is niet onterecht, al was het maar omdat er op dat vlak weinig mededingers zijn. In tegenstelling tot Washington hoor je uit Brussel geen klimaatontkennenende  stemmen opgaan en doet de EU haar (bescheiden) duit in het zakje van het Green Climate Fund dat  armere landen moet bijstaan in het uitvoeren van een klimaatpolitiek. De Europese coördinatie in de aanpak van het grensoverschrijdend klimaatprobleemprobleem ligt eigenlijk voor de hand. Dat is de positieve kant van de zaak. Maar de principes die aan de EU ten grondslag liggen zijn vaak contraproductief, ook als het over klimaatactie gaat. Er is vooreerst wat men het 'bedrijfstropisme' van de EU zou kunnen noemen. [note]Tropisme is een biologisch verschijnsel dat men bijvoorbeeld bij zonnebloemen kan waarnemen. Ze draaien zich in de loop van de dag naar de zon. In haar beleid wendt de EU zich ook in de eerste plaats naar de belangen van de ondernemerswereld en de 'markt'. [/note] Een goed voorbeeld daarvan is het Europees emissiehandelsysteem (ETS) waarbij ondernemingen 'emissierechten' moeten verkrijgen  voor iedere  ton geproduceerde CO2. Maar als bedrijven die rechten al niet gratis krijgen van een overheid, kopen ze die op een markt aan een spotprijs. Als ondernemer kun je dus beter goedkope emissierechten kopen dan investeringen  doen in CO2 -arme productiemethodes. Investeringen doen, dat is een tweede probleem in de EU. Overheden zouden in het kader van de strijd tegen de klimaatopwarming massale investeringen moeten doen in openbaar vervoer, in duurzame energieproductie, in isolering van gebouwen en woningen, enzovoort. Maar de EU heeft er, vooral sinds de oprichting van de monetaire unie, alles aan gedaan om overheidsinvesteringen aan de ketting te leggen. Het parool is zelfs niet meer dat begrotingstekorten minder dan 3% moeten bedragen, maar dat begrotingen in evenwicht moeten zijn of een overschot vertonen. Maar er is toch het Junckerfonds? Bij zijn aantreden heeft de commissievoorzitter meteen aangekondigd dat hij een investeringsfonds zou oprichten om in samenwerking met de privésector duurzame investeringen in de Unie mogelijk te maken. Dit fonds is er ook gekomen (EFSI, European  Fund for Strategic Investments) en mobiliseerde ongeveer 300 miljard euro (vooral private fondsen, gedekt door een Europese waarborg). Volgens Juncker en zijn Commissie is het fonds een groot succes, maar niet iedereen is daar  van overtuigd. De criteria voor het toekennen van de leningen zijn duister; zo bleek de EU te willen investeren in kernenergie . En eind 2017 bleek uit een rapport dat het fonds onder andere wordt aangewend voor fossiele brandstofprojecten, de aanleg van nieuwe autowegen en luchthavens. Een -woordvoerder van het Wereld Natuur Fonds: "Terwijl EU-leiders op de VN-klimaatonderhandelingen opscheppen over hun klimaatleiderschap, financieren ze met het Junckerplan haast even veel fossiele energie als hernieuwbare. Die schizofrenie moet eens en voor altijd ophouden. Het Europees Parlement moet instaan voor de samenhang met het standpunt in het akkoord van Parijs." Ook uit de  Europes drang om  om overal ter wereld vrijhandelsverdragen af te sluiten blijkt geen enkele ecologische zorg. Toch  is het transport verantwoordelijk voor ongeveer een kwart van de olie gerelateerde CO2 -uitstoot. De uitstoot door internationaal goederentransport zou tegen 2050 kunnen verviervoudigen. Dat dit niet in overweging genomen wordt bij de besprekingen over vrijhandel is een zoveelste uiting van het bedrijfstropisme...   Sociale en politieke onderstromen   In deze paragraaf vermelden we een aantal politieke en sociale ontwikkelingen  waarvan de uiteindelijke draagwijdte momenteel moeilijk in te schatten is, maar die er alleszins op wijzen dat er diepergaande verschuivingen aan de gang zijn. Er is een groeiend ongenoegen met de bestaande verhoudingen, waarvan de verhouding tot de EU-er één is. Brexit is daar een spectaculair voorbeeld van, maar zeker niet het enige. Welke krachten hun voordeel zullen doen bij dit ongenoegen is nog onbeslist. Het lijkt momenteel vooral uiterst rechtse krachten in de kaart te spelen (Front National, Lega, AfD, PiS, Fidesz, ...) maar ook linkse bewegingen (Syriza, Podemos, France Insoumise, PVDA/PTB...) gaan er soms op vooruit. Er is met andere woorden een polarisatie aan de gang, die ook blijkt uit de ineenschrompeling van de sociaaldemocratie. Het onbesliste van de situatie is bijvoorbeeld heel duidelijk in Groot-Brittannië: de uitstap uit de EU moest voor de rechtse brexiteers een nog harder neoliberaal beleid mogelijk maken, maar die poging zou ook kunnen uitdraaien op een overwinning voor de linkse krachten in Labour. Ook de motivaties  die in de volkse klassen leven zijn niet onder één noemer te brengen: afkeer van het asociale beleid, xenofobe reacties, vernieuwde interesse voor het politieke... De reacties op de aankomst van vluchtelingen gaan eveneens twee kanten uit: vreemdelingenhaat enerzijds (gretig uitgebuit door rechts en uiterst rechts), concrete solidariteit bij een niet onaanzienlijk deel van de bevolking anderzijds. Oppervlakkige of gehaaste commentatoren spreken in dit verband vaak over 'populisme', maar de term is te vaag om veel te verklaren, en wordt vaak misbruikt om semi-fascistische groepen op één hoopje te vegen met linkse bewegingen. [su_spacer]

Protest tegen de corruptie, Boekarest 22 januari 2017. Foto Mihai Petre (Creative Commons licentie)

[su_spacer] Sociale agitatie ontstaat ook steeds vaker buiten de traditionele kaders (partijen, vakbonden); in 2011 waren er de Spaanse indignados, in de lente van 2016  manifesteerden en debatteerden duizenden Franse jongeren in de Nuit Debout, sinds enkele maanden kennen we de 'gele hesjes' en in Vlaanderen komen sinds begin dit jaar spijbelende scholieren naar Brussel (13.000 op 17 januari!) om er een echt klimaatbeleid te eisen. Ook in Oost-Europa is er meer aan de hand dan we soms denken. Sinds januari 2017 zijn er in Roemenië protesten en massale betogingen (een half miljoen op 5 februari 2017!) tegen de corruptie bij de ('socialistische') regering. Ook in Polen en Hongarije roert er heel wat meer dan reactionair autoritarisme. Het lijkt vrij waarschijnlijk dat de protesterende  onderstromen, die we nu (letterlijk) links en rechts tot ontwikkeling zien komen, in de komende  jaren een belangrijke rol gaan spelen in de verdere ontwikkelingen op het continent. Het gevaar voor een ultrarechtse ontwikkeling is niet denkbeeldig, maar ook niet onvermijdelijk; veel hangt af van welke initiatieven de linkerzijde neemt. Die zullen in de loop van de komende maanden verder geanalyseerd worden in deze kolommen.  

Peter Mertens (PVDA): Er moet een doorbraak komen, waarbij we de Europese verdragen achter ons laten

22/01/2019 - 16:57

22 januari 2019 Peter Mertens - David Broder   In Ada, een links Duitstalig magazine dat in samenwerking met het Engelstalige Jacobin wordt gepubliceerd, verscheen een interview met Peter Mertens, voorzitter van de Belgische radicaal linkse partij PVDA-PTB. Hij wordt er door David Broder geïnterviewd over de goede resultaten van zijn partij bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2018, over de aanpak en de intenties voor de toekomst. Het gaat ook over de opstelling van de PVDA/PTB in de Europese context; u vindt hieronder onze Nederlandse vertaling van dat onderdeel van het interview.[su_spacer] David Broder: Sommige linkse partijen in Europa hebben op het migratiedebat gereageerd door te verwijzen naar problemen als 'sociale dumping' veroorzaakt door richtlijnen van de Europese Unie; ze hadden het dan over de impact van migratie op lonen en arbeidsrechten. Wat is je positie daarover? Peter Mertens: Onze positie is "gelijk loon voor gelijk werk", overal. Wij zijn voor Europese samenwerking, dat landen elkaar vinden. Er zijn een hele hoop problemen die men best op continentale schaal aanpakt. In die zin zijn wij niet voor een terugkeer naar het nationalisme, of voor een uitstap uit de Europese Unie ten allen prijze. Maar we vinden dat de huidige EU niet de beste structuur is voor een Europese samenwerking. De EU neemt het op voor grote ondernemingen en banken, en dwingt tot een verscherpte concurrentie tussen werknemers in de verschillende landen. Vooral in de bouwsector, om een voorbeeld te noemen, komt het zo inderdaad tot sociale dumping. Wij hebben een duidelijke antiracistische positie, eisen als "België voor de Belgen"of iets dergelijks zijn er bij ons niet bij. David Broder: In het verleden hebben linkse regeringen, gaande van die van François Mitterrand in de jaren '80 tot SYRIZA in het Griekenland van 2015, aangetoond hoe moeilijk het is "sociaal-democratie in één land" te organiseren, vooral door de beperkingen die de Europese structuren voor dergelijke pogingen betekent. Als het jullie niet om een "Belgische weg naar het socialisme" te doen is, welke mechanismen kunnen dan helpen om Europa in zijn geheel te hervormen? Peter Mertens: Ik denk dat de geschiedenis zich niet in een enkele richting beweegt. Crisissen komen terug, zelfs binnen de komende vijf à tien jaar. We kunnen nu reeds zien dat de mensheid zich voor meerdere problemen geplaatst ziet, gaande van de destabilisering van het Nabije Oosten tot de militaire spanningen tussen China en de Verenigde Staten, de toenemende klimaatramp, de economische crisis die nu reeds sinds 2008 voortduurt en de speculatie op de Immobiliënmarkt, waar er vandaag reeds een nieuwe zeepbel aan het ontstaan is die op een bepaald ogenblik wel moet ineenklappen. Waar het op aankomt is om op het ogenblik van het uitbreken van de crisis de best voorbereide kracht te zijn, en dan deze gelegenheid te benutten om aan te dringen op een helemaal andere vorm van Europese samenwerking, een nieuwe Europese overeenkomst. We moeten ons op dat ogenblik voorbereiden, want we kunnen niet toelaten dat alleen extreem rechts en de neoliberalen een antwoord op de crisis geven. Men kan natuurlijk niet vooraf zeggen hoe die crisis precies zal verlopen. Maar er zijn misschien twee, drie, vier of vijf landen die een eigen weg zoeken en op een andere manier willen samenwerken. Ik denk niet dat de landen zich in heel Europa in een bepaalde richting zullen ontwikkelen, maar de mogelijkheid bestaat dat enkele volkeren een nieuw pact smeden, iets wat we met een metafoor een Europees ALBA zouden kunnen noemen [een verwijzing naar de Bolivariaanse Alliantie voor Amerika (ALBA) opgericht door een aantal linkse regeringen in Latijns-Amerika]. Dat is een mogelijk scenario, maar er bestaat natuurlijk geen uitgestippelde weg naar de toekomst. Binnen de huidige Europese Unie is het in ieder geval onmogelijk dergelijke veranderingen tot stand te brengen. Er moet een doorbraakmoment komen waar men de verdragen achter zich kan laten, samen met alles wat die verdragen opleggen: de bezuinigingspolitiek, de privatiseringen en het Europees semesterproces [waarmee de Europese Commissie nationale begrotingen kan afwijzen]. Ik denk evenwel dat het mogelijk is om te werken in het politieke systeem van de EU, ik ben er niet voor om je daar buiten te houden. Maar ons werk moet erop bedacht zijn om het doorbraakmoment te versnellen. België is een klein land, en wij blijven bescheiden wat het gewicht van onze partij betreft. Maar de situatie onder de huidige krachten links van de sociaal-democratie is chaotisch. Er is een breed gemeenschappelijk platform nodig, vergelijkbaar met de Eerste of Tweede Internationale. Het is nog niet duidelijk welke methode best zal functioneren. Momenteel lijkt ons de GUE-NGL [linkse fractie in het Europees Parlement] een veelbelovend trefpunt voor echte linkse krachten. Er is hier natuurlijk een hele waaier van uitgangspunten. Wij werken nauw samen met de Portugese en Franse communistische partijen (PCP, PCF), en met de Cypriotische linkse partij AKEL. Maar we hebben ook contacten met Jean-Luc Mélenchon van La France Insoumise, met Die Linke en de DKP in Duitsland. We zijn een marxistische partij die gelooft in een socialistische toekomst, niet in een hervorming van het kapitalisme. Maar we weten ook dat er een debat nodig is binnen heel links over de weg naar de overwinning op kapitalisme en imperialisme, en een discussie over de ervaringen in de strijd tegen het racisme en over de organisatie van de arbeiders. Als iedere links-radicale partij zich aan haar privé-waarheid houdt, komen we er niet.

Pagina's