Borderless

19 June 2018

Ander Europa

Abonneren op feed Ander Europa
www.andereuropa.org
Bijgewerkt: 8 min 25 sec geleden

Jeremy Corbyns Labour versus de Eenheidsmarkt

18/06/2018 - 17:35

  door Costas Lapavitsas (*) Artikel verschenen in Jacobin (30 mei 2018) Nederlandse vertaling: Ander Europa   Als de volgende Labourregering voor een echte verandering wil gaan moet zij zich bevrijden van de dwang door de Eenheidsmarkt.   De laatste weken werd in Groot-Brittannië intens gedebatteerd over de Labour Party en het Brexit-proces. De pleitbezorgers van de Europese Unie streven naar toegevingen vanwege de partijleiding, gaande van een nieuwe stemming over de Brexit tot een voortgezet lidmaatschap van de Eenheidsmarkt en de douane-unie, en een doorgedreven discussie over Brexit op een partijcongres. Ter ondersteuning van de campagne om het Labour-standpunt over de Brexit te wijzigen werd een breed spervuur van publicaties gelanceerd waarin men stelde dat de EU of de Eenheidsmarkt geen invloed zouden hebben op Jeremy Corbyns regeringsprogramma [note] Onder meer in  Renewal, de  New Statesman, de Fabian’s website, de New EuropeanLabourListOpen LabourOpenDemocracy en Open Britain.  [/note]. Maar zijn hun beweringen wel juist? Op drie onderling verbonden domeinen zouden de EU-regels een toekomstige regering Corbyn strenge restricties opleggen: staatshulp, openbare aanbestedingen en nationalisaties. En deze domeinen zijn niet  van de minste.  Zij vatten immers de kern van elke poging om de economie van Groot-Brittannië  om te vormen in socialistische richting, vooral de industriële politiek. Uit het voortkabbelende debat over Brexit blijkt alvast klaar en duidelijk dat de EU onvergelijkelijk zware hinderpalen in de weg zou leggen van een door Corbyn geleide Labourregering, in die mate dat een terugkeer naar de regels van de Wereld Handels Organisatie(WHO) zelfs nog voordeliger zou uitpakken dan het deel uitmaken van de EU of de Eenheidsmarkt.   Staatshulp Weinigen ter linkerzijde zullen het oneens zijn dat een radicale regering in het Verenigd Koninkrijk een verregaande en stoutmoedige industriële politiek moet opzetten. Een interventie in de industrie is van levensbelang om de verderfelijke erfenis van decennia neoliberalisme achter zich te laten en de economische toestand weer meer in overeenstemming te brengen met het belang van de werkenden en de armen. Een programma van openbare investeringen en een hele reeks maatregelen zijn nodig om de productiviteit een boost te geven, vooral in de gedesindustrialiseerde regio's van b.v. Noord-Engeland, Wales en Schotland. Daartoe dient ook de overheersende aanwezigheid van de Londense City in de Britse economie teruggeschroefd te worden. De Europese Unie laat een industriële politiek toe, maar het is van het grootste belang klaarheid te scheppen over de richting waarheen de EU die wil sturen. Het is niet het soort politiek dat met aanzienlijk succes werd gevoerd in verschillende delen van Europa in de naoorlogse decennia, of meer recentelijk in Oost-Azië. De bedoeling was in al deze gevallen een inperking van de markt en het omkaderen van het privaat kapitaal, onder meer voor het promoten van 'nationale kampioenen'. De huidige EU-politiek beoogt integendeel steeds de overeenstemming met de Eenheidsmarkt en dus het concurrentiebeginsel te steunen, meestal door een vermeend 'marktfalen' te herstellen. Haar doel is steeds te zorgen voor een competitieve omgeving, die moet beletten dat lidstaten 'niet succesvolle' of 'spilzieke' ondernemingen zouden ondersteunen. Daardoor heeft de industriële politiek van de EU noch de effectiviteit noch de reikwijdte die een linkse regering in het Verenigd Koninkrijk moet eisen. Dit punt is eenvoudig aan te tonen aan de hand van de staatshulp, een vitaal bestanddeel van de industriële politiek. De regels van de EU voor staatshulp viseren elke interventie in de binnenlandse industrie, die kan geïnterpreteerd worden als 'distorsie' van de concurrentie. Meestal laten die toe dat een regering het algemeen kader van de staatshulp bepaalt, maar verhinderen ze dat een regering de richting, die een industrie, een sector of de economie in haar geheel uitgaan zou gaan vastleggen. De regels laten onder de zgn. 'de minimis regel' enige ruimte voor uitzonderingen en voor regionale tussenkomsten ondanks de algemene beperkingen voor subsidiëring. Maar deze regel laat slechts een steun van minder dan 200.000 Euro per onderneming en over drie jaar toe, wat in de Britse context een zeer geringe som voorstelt. De EU laat ook enkele 'groepsvrijstellingen' toe voor kleine en middelgrote ondernemingen (Kmo's), voor research en ontwikkeling, voor regionale steun, hernieuwbare energie, enz. Deze vrijstellingen zijn meestal klein in omvang en mogen uitdrukkelijk geen aan export verbonden activiteiten betreffen. De beslissing over welke activiteiten van de regel worden vrijgesteld wordt in laatste instantie genomen door de EU, niet door de nationale regering. Dit is een cruciaal punt gezien de vijandige houding van de EU tegenover Corbyns programma, zoals recentelijk nog gemeld op de voorpagina van de Times. De EU-regels worden actief gecontroleerd en agressief kracht bij gezet met herstelboetes en het Europees Hof van Justitie heeft deze praktijk op consistente wijze gefaciliteerd. Net vanwege deze handelswijze van de EU worden vermeende overtredingen van de regels vaak onder de aandacht van de Europese Commissie en het Europees Hof van Justitie gebracht door binnenlandse concurrenten, die er direct belang bij hebben dat bijzondere staatshulp word gestopt. Een nationale politiek wordt dus van binnenin gehinderd door het eigenbelang van private spelers, die zich steeds kunnen beroepen op de EU-mechanismen. Waarschijnlijk zou een Labourregering die de staatshulp tracht uit te breiden binnen het EU-kader al vlug tegen dit probleem aanstoten. Een verder argument van de tegenstanders van de lijn van de Labourleiding over Brexit is dat, zelfs al legt de EU aan staatshulp een aantal beperkingen op,  het uittreden uit de EU geen schone lei zou betekenen en dat een Britse regering via andere transnationale akkoorden aan banden zou worden gelegd. Maar precies de meest prominente van deze akkoorden, de regels van de Wereld Handels Organisatie, maken duidelijk hoe uitzonderlijk restrictief en neoliberaal de EU-politiek over staatshulp wel is. Zelfs al zou Groot-Brittannië uit de EU treden met een harde Brexit (dus zonder bilaterale deal) en louter de regels van de Wereld Handels Organisatie zouden gelden, ook dan zou dit minstens op het gebied van staatshulp feitelijk nieuwe politieke ruimte openen voor een linkse regering. In scherp contrast tot de EU slaan de beteugelende regels van de WHO over staatshulp enkel op subsidiëring (strikt financiële steun), die uitvoer bevorderend of invoer verminderend werkt. De WHO houdt zich niet bezig met de algemene regeringstussenkomsten in de economie en zelfs niet met subsidiëring van de binnenlandse economie, voor zover die geen invloed heeft op de internationale handel. Onder de WHO-regels is het mogelijk subsidies te verstrekken voor alle ondernemingen van een regio. Bovendien heeft de WHO geen centraal mechanisme ter controle of sanctionering van haar al veel mildere bepalingen over staatshulp. Zij beschikt over een mechanisme voor geschillenbeslechting, waaraan andere WHO-lidstaten hun geval kunnen voorleggen, maar er is geen mechanisme om inbreuken op de subsidieregels te bestraffen. In plaats daarvan heeft de WHO een lijst van verboden en aanvechtbare subsidies, die klagende landen toelaten na arbitrage compenserende rechten op te leggen. Men moet er niet aan twijfelen dat om het even welke radicale politiek van een linkse regering zware problemen tegemoet gaat in het EU-kader voor staatshulp. Zij zal waarschijnlijk voor zware uitdagingen komen te staan als zij regionale hulp verleent of steun aan plaatselijke banken, en zelfs bij het oprichten van een nationale investeringsbank. Zij zal waarschijnlijk problemen ondervinden met sectoriële staatshulp voor de herstructurering van de economie. Tenslotte zal zij op tegenstand stuiten bij het opzetten van openbaar eigendom, wanneer overheidsbedrijven steun krijgen en in de plaats treden van private spelers, met het oog op het nastreven van bredere doelstellingen. Op al deze terreinen is het WHO-kader veel permissiever.   [caption id="attachment_15455" align="aligncenter" width="600"] Beeld uit Lexit the Movie - the left wing case for Brexit , geproduceerd door Labour Leave, [/caption]   Openbare aanbestedingen De staatshulp-politiek zal niet de enige doorn in het oog van de EU zijn, eenmaal geconfronteerd met de Labour-voorstellen om de economie te hervormen d.m.v. een nieuwe industriële politiek. De openbare aanbestedingen worden een andere steen des aanstoots. Corbyn heeft zich duidelijk uitgesproken voor een Labourregering die openbare aanbestedingen zou aanwenden ten voordele van de Britse nijverheid (staal b.v.) en aan contracten met de regering voorwaarden zou opleggen over de erkenning van vakbonden, over een beperking van de loonspanning en over snelle terugbetaling van de leveranciers [note] Kleine Britse bedrijven hebben af te rekenen met uitzonderlijk lange wachttijden voor betaling door grote firma's.[/note]. Deze strategische doelen zijn echter nauwelijks te verzoenen met de EU-richtlijnen over openbare aanbestedingen die moeten verlopen in een kader van gewaarborgde concurrentie en gelijke behandeling van aanbieders. De EU erkent voor aanbestedingen weliswaar de mogelijkheid om sociale doelstellingen op te nemen (tewerkstelling,, sociale en arbeidsrechten, sociale integratie, ethische handel, sociaal verantwoordelijk ondernemen en het bevorderen van KMO's), maar dergelijke erkenning van sociale doelstellingen is eng gebonden aan elk openbaar aanbestedingscontract afzonderlijk en zou geen algemeen toepasbare regulering toestaan van het soort dat Corbyn heeft voorgesteld. Erkenning ervan wordt bovendien afhankelijk gemaakt van een hele reeks voorafgaandelijke neoliberale voorwaarden. Aldus kunnen sociale doelstellingen slechts in aanmerking worden genomen in zoverre "de economisch meest voordelige bieder" wordt beoordeeld in termen van de beste prijs-kwaliteitverhouding , indien ze  rechtstreeks verbonden zijn met het voorwerp van het contract, als zij de keuzevrijheid van de contracterende autoriteit niet beperkent en als zij volledig overeenstemmen met de verplichtingen besloten in het EU-Verdrag. Elk van deze voorwaarden op zich kan Corbyns voorstellen tegenhouden, gecombineerd maken zij die voorstellen praktisch onmogelijk. En dan vermelden we niet eens het voorstel tot hernationalisatie van de National Health Service (Nationale Gezondheidsdienst), een van de kernpunten van Labours verkiezingscampagne. Dit voorstel zou stranden op de besluiten van het Europees Hof van Justitie en op de richtlijnen van de Europese Commissie, die de gezondheidszorg als louter economische activiteit beschouwen. Patiënten worden hier immers beschouwd als consumenten met vrije keuze voor een leverancier op een 'vrije markt'. De EU-regels voor openbare aanbesteding zouden dit probleem nog verergeren. Het onttrekken aan de markt van sectoren, die reeds aan private ondernemingen werden aangeboden of het beperken van de aanbieders tot maatschappijen in openbaar eigendom wordt immers uitgesloten. Eens te meer is er een scherp contrast met de WHO-regulering op openbare aanbestedingen. Als het Verenigd Koninkrijk de Eenheidsmarkt vaarwel zegt kan het zich als onafhankelijk lid aansluiten bij de Overeenkomst inzake Overheidsopdrachten (Government Procurement Agreement of GPA) van de WHO en haar antidiscriminatieregels naleven. Deze zouden de regering niet verhinderen de contractanten eisen op te leggen die verder gaan dan de enge opdracht van het contract en dan zijn vermeende “sociale waardevolheid”. Daarbij komt dat de WHO-regels niet van toepassing zijn op contracten die beneden de door elk land zelfstandig bepaalde minimumdrempel vallen. Zij slaan evenmin op private diensten en zijn slechts beperkt van toepassing op aanbestedingen voor defensie. Een linkse regering zou onder die voorwaarden meer ruimte krijgen om lokale werkgelegenheid en ondernemingen te scheppen; ze kan daarbij contracten opstellen waarvan de waarde onder de WHO-grenzen ligt en in sectoren die weinig of niet onderhevig zijn aan de WHO-regels. Ze zou ook de voorwaarden voor toetreding tot het GPA kunnen heronderhandelen inclusief de benedengrenzen en speciale voorwaarden voor KMO's, zoals de WHO het in het verleden voor andere Staten toeliet. Groot-Brittannië zou ook een hoop keuzemogelijkheden hebben in verband met instellingen van de openbare sector en huisvestingsmaatschappijen.   Nationalisatie Zoals voor staatshulp en openbare aanbestedingen hebben de EU-regels ook ernstige implicaties voor mogelijke nationalisaties. De Labour Party kondigde plannen aan om het spoor, de post, de energiesector, de watervoorziening en een aantal private financieringsinitiatieven(PFI's) [note] Particuliere financieringsinititatieven (PFI' s) in het Verenigd Koninkrijk zijn een vorm van publiek-private samenwerking (PPS) en slaan op regelingen, waarbij de openbare sector diensten uitbesteedt en daarbij gebruik maakt van de managementvaardigheden en financieringsmogelijkheden van de particuliere sector. [/note] te nationaliseren. Hoewel de EU talrijke lidstaten telt met genationaliseerde industrieën en diensten zijn haar regels toegesneden op een traject naar privatisering, die hernationalisatie op zijn best ineffectief indien niet onmogelijk maken. In de onmiddellijk naoorlogse Britse geschiedenis werkten de openbare sleutelindustrieën en diensten onder openbaar monopolie. Corbyn verwijst naar dit vrij succesvol model als hij stelt dat hij sectoren “terug in openbaar eigendom” wil nemen. Maar de EU staat zoals algemeen geweten vijandig tegenover openbare monopolies en eist dat openbare ondernemingen aan dezelfde concurrentieregels onderworpen zijn als de privésector. Enkel in uitzonderlijke toestanden kan ter vermijding van concurrentie een wettelijke monopoliebescherming worden verleend. Uitzonderingen gelden vooral  op het gebied van de kosten voor infrastructuur en voor het verzekeren van een openbare dienst waar de markt tekortschiet, maar ze zijn niet bedoeld om die markt uit te schakelen. In Groot-Brittannië werden het spoor, de post, de energie en het water al geprivatiseerd. Hierdoor wordt elk pleidooi om deze sectoren opnieuw aan de markt te onttrekken ernstig verzwakt. In de praktijk betekent de EU-regel tot verbod op publieke monopolies dat de Staat weliswaar zelf een  openbare dienstverlener op de markt kan plaatsen, zonder echter die markt in haar geheel af te schaffen. Staatsdiensten zouden moeten gaan concurreren met andere dienstverleners, die niet aan dezelfde verplichtingen moeten voldoen. De geschiedenis van dergelijke regelingen in Europa en elders toont hoe makkelijk overheidsdiensten gefnuikt worden door rivalen, die aan lagere kost werken door lagere lonen te betalen, door te bezuinigen op gezondheid en veiligheid of zelfs door enkel diensten aan te bieden waar geld kan worden verdiend. Op dit ogenblik zijn de Franse vakbonden van het openbaar spoorbedrijf SNCF in staking tegen de voorgestelde hervormingen bij het spoor, die onder meer het publieke monopolie willen afschaffen en  concurrentiële aanbieders willen toelaten. Beide 'hervormingen' zijn volgens de Franse regering op middellange termijn nodig om in orde te zijn met het “vierde spoorwegpakket” van de EU. Het is werkelijk stuitend te zien dat vele linkse Britse voorstanders van de EU wegkijken van de hinderpalen voor een genationaliseerde dienst, hinderpalen die nu al massale protesten van arbeiders in andere Europese landen uitlokken. Concurrentieregels en richtlijnen van de Europese Commissie bemoeilijken ook het kosteloos voorzien in diensten door staatsondernemingen, iets wat de Ieren mochten ontdekken tijdens hun recente campagne tegen de waterbelasting. De EU houdt vast aan een kost-per-service benadering als het gaat om publieke goederen en tracht daarmee de dienstverlening steeds te onderwerpen aan de logica van de markt. Dit gaat fundamenteel in tegen de visie van Nye Bevan [note] Brits politicus en minister voor de Labour Party in de naoorlogse periode en oprichter van het Britse openbare gezondheidssysteem (National Health Service, NHS). Hij werd hierdoor bij de Britten zeer populair. [/note] op de openbare dienst, waarop Corbyn zich beroept, namelijk dat hij universeel moet zijn en gratis toegankelijk. Het is ook moeilijk in te zien hoe het gratis maken van een dienst zoals het openbaar vervoer  onder de EU-concurrentieregels niet zou geïnterpreteerd worden als het illegale verstoren van de private concurrentie. Tenslotte zouden nationalisaties nog worden tegengegaan via de EU-regels voor staatshulp. Zoals boven gezegd zouden onder de WHO-regulering enkel uitvoergedreven nijverheden aan banden worden gelegd en dan nog onder heel beperkte voorwaarden. Dit zou aanzienlijke ruimte vrijmaken voor nationalisatie van en hulp aan op het binnenland gerichte industrieën en diensten. De regels van de EU slaan daarentegen zowel op de buitenlandse als de binnenlandse markt, waaruit volgt dat genationaliseerde maatschappijen strenge grenzen zouden worden opgelegd voor de hoeveelheid staatshulp, die zij kunnen ontvangen. Het zgn. “beginsel van de marktinvesteerder”, de regel  van de marktconcurrentie, is voor de EU primordiaal. Uitzonderingen zouden kunnen, als men kan bewijzen dat er geen concurrentie bestaat of dat er aan de concurrentie geen afbreuk wordt gedaan, wat in het Verenigd Koninkrijk in de meeste gevallen waarschijnlijk onmogelijk is. Voor een linkse regering, die als bedoeling heeft openbare nutsvoorzieningen en andere geprivatiseerde nijverheden weer in openbaar eigendom te brengen, om investeringen te verhogen, dienstverlening te verbeteren en aan sociale doelstellingen tegemoet wil komen zouden deze regels voor staatshulp onoverkomelijke obstakels vormen, vooral door het ingebakken neoliberaal perspectief en de waarschijnlijke vijandige reactie van de Europese instellingen.   Het opbouwen van een nieuwe economie Een groot deel van de Britse linkerzijde ondersteunt het blijven in de Eenheidsmarkt. Jammer genoeg loopt haar beeld van de Eenheidsmarkt als een voortzetting van de traditionele 'sociale markteconomie' tenminste dertig jaar achter. Vandaag is de Eenheidsmarkt een zeer restrictieve neoliberale omgeving die niet enkel tot een soberheidsbeleid aanzet, maar ook de ruimte voor een radicale industriepolitiek inperkt. Zelfs voor Duitsland, dat buitengewoon heeft geprofiteerd van de EU-regels en van het invoeren van de Euro betekent de zgn. 'sociale markt' in toenemende mate een diep gesegmenteerde arbeidsmarkt, waar onzeker werk en inkomensongelijkheid gestegen zijn. De Eenheidsmarkt rust op de Vier Vrijheden van de EU, vrijheid van verkeer van goederen, diensten, kapitalen en arbeid. Deze werden als individuele vrijheden herbevestigd in het Verdrag van Maastricht van 1992, waardoor het Europees Hof van Justitie ruim baan kreeg om tussen te komen ter handhaving van deze 'vrijheden'. Het idee dat dit kader verenigbaar is met een regering, die het tij wil keren na decennia van neoliberaal beleid en economische macht wil overdragen van kapitaal naar arbeid is ronduit naïef. De Brexit-campagne was een zeer akelig politiek moment, geleid door xenofoben en racisten. Maar de stemming weerspiegelde ook een veel diepere kloof in de Britse maatschappij. De steun voor Brexit was onevenredig hoog onder werkenden in die delen van Groot-Brittannië die geteisterd zijn door veertig jaar neoliberale politiek. Een linkse regering hoeft geen deel uit te maken van de Eenheidsmarkt om een meer vooruitstrevende en eerlijke migratiepolitiek naar voor te schuiven (en dat moet zij doen als zij in de geest van het internationalisme wil blijven). Zij kan zich evenmin veroorloven de industriële politiek van hervormingen, nodig om de schrijnende ongelijkheid in Groot-Brittannië aan te pakken, op te offeren op het altaar van de Eenheidsmarkt. Het gros van de werkende bevolking in Groot-Brittannië houdt vast aan de exit, maar heeft tegelijk behoefte aan informatie, argumenten en vooral politiek leiderschap van de linkerzijde die ooit haar spreekbuis was. Jammer genoeg toont het openbaar vertoog aan de linkerzijde dat velen de werkelijkheid, die aan de basis ligt van de referendumuitslag niet verwerkt hebben. Het is tijd om te stoppen met zich vast te klampen aan een ingebeelde vroegere toestand. Links moet dit moment aangrijpen als een historische kans om de economie van Groot-Brittannië om te vormen, maar zonder de dwangbuis van de Eenheidsmarkt. (*) Costas Lapavitsas is professor economie aan de University of London. Hij zat voor Syriza in het Grieks parlement tot aan de capitulatie van Tsipras, daarna trad hij toe tot de Griekse “Volksunie” ( Laïkí Enótita).  

Waarom betalen multinationals haast geen belastingen?

16/06/2018 - 14:09

Zopas verscheen een uitgebreide wetenschappelijke studie over de belastingsstrategieën van multinationale ondernemingen (MNO’s).  Met hun titel, The Missing Profits of Nations, bekennen de auteurs 1 kleur: elk miljard belasting dat deze bedrijven niet betalen is ten koste van het algemeen welzijn. Een andere aanwijzing dat deze onderzoekers zich terdege bewust zijn van de maatschappelijke functie van universitair onderzoek is dat ze al hun gegevens (paper, exceltabellen, programma’s, presentatie…)  ter beschikking stellen van het publiek (zie http://gabriel-zucman.eu/missingprofits/).

Om maar meteen één van hun bevindingen te vermelden: in de Europese Unie wordt ongeveer 20% van de door buitenlandse MNO’s verschuldigde belasting 2 niet betaald, wat neerkomt op ongeveer 100 miljard  € ; dit is maar iets minder dan de totale jaarlijkse begroting van de Europese Unie!!

Maar belangrijker nog dan nieuw cijfermateriaal is de kritische aanpak van de onderzoekers bij de vraag: waarom betalen MNO’s steeds minder belastingen? Dat laatste betwijfelt niemand; tussen 1985 en 2018 daalde wereldwijd de gemiddelde wettelijke aanslagvoet voor bedrijven van 49% naar 24%; in de Verenigde Staten verminderde ‘populist’ Trump die aanslagvoet in 2018 van 35% naar 21% …
Waarom daalt de belasting op bedrijven? Hierover schrijven de auteurs het volgende:

“De standaard-uitleg is dat landen door de globalisering in een hardere concurrentiestrijd gewikkeld zijn voor productief kapitaal, en daarom de bedrijfsbelasting verlagen. Daardoor trekken ze meer machines, fabrieken en uitrusting aan, wat de productiviteit van de arbeid verhoogt en de lonen laat stijgen. De wereldwijde economische integratie heeft de localisering van kapitaalinvesteringen gevoeliger gemaakt voor verschillen in belastingen, wat tot een meer perfecte concurrentie tussen naties leidde.”

Maar, vragen de auteurs zich af,  is deze visie op globalisering en verandering in fiscale politiek ook empirisch vast te stellen?  Hun antwoord:

Our simple answer is “no.” Machines don’t move to low-tax places; paper profits do. By our estimates, close to 40% of multinational profits are artificially shifted to tax havens in 2015. This tax avoidance and the failure to curb it are the main reason why corporate tax rates are falling globally—not tax competition for productive
capital.

Overheden verlagen dus de belastingen op bedrijven en hebben allerlei speciale regelingen om buitenlands kapitaal aan te trekken, waar natuurlijk geen enkele multinational bezwaar tegen heeft. Maar de grote belastingsverdwijntruc  bestaat niet in het verplaatsen van de productie, maar van de winst; geen zware machines moeten verhuisd worden, alleen bits en bytes. Een van de standaard-verdwijntrucs is het manipuleren van de ‘transfer pricing’. Coca Cola produceert bv. in Frankrijk (relatief hoge belastingsvoet) maar verkoopt het product aan zeer lage prijs (weinig belasting dus) aan een vestiging van Coca Cola (die niet zo veel hoeft voor te stellen) in Ierland (zeer lage belastingsvoet). Resultaat: drastische verlaging van de effectieve belasting. Naast Ierland worden voor Europa in de studie ook Luxemburg, Nederland  en  Zwitserland vermeld als belastingsparadijzen, met België als twijfelgeval (“slechts” 13 miljard € getransfereerd in 2015).

Men komt dan in het lagebelastingland weliswaar tot totaal ongeloofwaardige cijfers van winsten in verhouding tot lonen, zoals de onderstaande grafiek (uit deze studie) laat zien, maar blijkbaar laten overheden zich graag bedriegen.

Bedrijfswinsten (vóór belastingen) in verhouding tot de lonen van het personeel, gemiddeld 36% in landen die niet als belastingsparadijs doorgaan, lopen op tot meer dan 200% in Luxemburg, Ierland en Puerto Rico…

In The Missing Profits of Nations, wordt verder ingegaan op de redenen waarom overheden de eigenlijke belastingsparadijzen niet of weinig aanpakken. Een schat aan gegevens en inzichten, die een ander verhaal laten horen dan “de helaasheid van de globalisering”; een overheid die het probleem wil aanpakken is helemaal niet zo onmachtig als nu beweerd wordt. (hm)

Solidariteitsactie met Elliniko aan Griekse ambassade in Brussel

11/06/2018 - 17:50

Zoals we eerder berichtten hadden vakbondsmilitanten van CGSP-ALR opgeroepen om op 11 juni aan de Griekse ambassade in Brussel te protesteren tegen de dreiging met sluiting van de vrijwilligerskliniek in Elliniko (Athene). Deze polikliniek in zelfbeheer, en gelijkaardige initiatieven elders in Griekenland, spelen een uiterst belangrijke rol voor de gezondheidszorg in het sociaal zwaar geteisterde land.  Sluiting zou voor velen rampzalig zijn.

Een veertigtal vakbondsmilitanten en in Brussel wonende Grieken waren rond 14u aan de ambassade in de Karmelietenstraat bijeengekomen. Er werden slogans tegen het soberheidsbeleid en voor het openhouden van Elliniko gescandeerd, en Yiorgos Vassalos van l’Initiative de Solidarité avec la Grèce qui résiste legde het belang van dergelijke solidariteitsacties buiten Griekenland uit. Er werd een delegatie ontvangen door de consul; hij zei niet op de hoogte te zijn van de voor 30 juni aangekondigde uitzetting, en verbaasd te zijn dat er geen alternatieve locatie kon aangewezen worden. Hij zou bij de Griekse overheid melding maken van het protest vanuit België. (hm)

 

 

 

Foto’s Ander Europa

Donald Trump: het geheim wapen van de Europese bewapeningslobby

09/06/2018 - 23:35

door Herman Michiel 9 juni 2018   Kan een ongelikte beer als Trump een geraffineerde tactiek toepassen? Blijkbaar wel, en het is zeer terecht dat de altijd alerte Duitse journalist Norbert Häring hiervoor op zijn blog waarschuwt. Tolheffingen, brutaal afstand nemen van aangegane verbintenissen, provocaties op het internationale toneel, Trump lijkt  een dolleman die ook voor de rechtse elites in Washington steeds hinderlijker wordt. Maar zijn optreden heeft wel twee functies [note] Het woord functie hoeft niet noodzakelijk naar een weloverdacht strategisch plan te verwijzen. In de sociologie gebruikt men de term functie meer in de betekenis van het effect van een bepaald sociaal fenomeen of van een bepaald handelen. [/note], zegt Häring. Ten eerste krijgen in Europa de voorstanders van meer militaire uitgaven een handig argument aangereikt: "We kunnen ons niet langer op de Amerikaanse partner verlaten, we moeten eindelijk voor onze eigen belangen gaan instaan." En als men dan dieper ingaat op de intenties van de bewapeningsvoorstanders, blijkt landsverdediging eerder een dekmantel te zijn voor de verdediging van economische belangen of het afsluiten van Fort Europa voor ongewenste migranten. Häring herinnert in dit verband aan gewezen bondspresident (en ex-IMF directeur) Horst Köhler, die in 2010 vlakaf zei [note] Zie bijvoorbeeld Zeit online.  [/note] dat inzet van het leger wel eens nodig zou kunnen zijn om de Duitse handelsbelangen te verdedigen… De tweede functie van Trumps optreden is dat er een beloningssysteem ontstaat dat de Amerikanen niets kost en waarmee ze 'voorbeeldige' bewapeningsinitiatieven in Europa gratis kunnen ondersteunen. De EU (of individuele lidstaten?)  zouden  bijvoorbeeld kunnen vrijgesteld worden van bepaalde invoerheffingen, of met iets meer égards behandeld worden, mits men maar diep genoeg in de buidel tast om (liefst Amerikaans) wapentuig aan te schaffen.  Het geraffineerde zit er onder andere in dat Europese leiders kunnen doen alsof Europa de les geleerd heeft en steeds meer haar eigen boontjes zal doppen, terwijl net gedaan wordt wat Washington wil. Maar een echt nieuwe houding vanwege Washington is dit niet, zegt Häring, die de provocerende koers van de regering Trump bestempelt als de intensivering van een strategie die minstens al in 2013 begon.  Vanaf dan kan men bij een aantal Atlantische think tanks (onder andere de German Marshall Fund of the United States) al duidelijk het pleidooi onderkennen gericht aan de Duitse politieke leidingen om op het gebied van 'defensie' hun 'verantwoordelijkheid' te nemen. Duitsland is natuurlijk de kernmogendheid in Europa, maar we moeten er niet aan twijfelen dat ook de andere hoofdsteden in de EU op die wijze bewerkt worden; het succes daarvan leest men trouwens af in de media, die vlot de argumentatie over de eigen verantwoordelijkheid overnemen.  Zonder dat het nog echt verbaast beloven ook de Europese sociaaldemocraten trouw aan het nieuwe militaire denken van de EU [note] Zie bijvoorbeeld punt 5 van de resolutie van de Partij van Europese Socialisten en Democraten  (PES) van 1 december 2017. [/note]. Cartoon: Annika Laas (@ Creative Commons)

Oproep tot solidariteit met de bedreigde vrijwilligerskliniek in Athene

08/06/2018 - 00:16

Militanten van de Franstalige Belgische socialistische vakbond CGSP ALR verspreiden het volgend bericht. De zelfbeheerde polikliniek van Elliniko (Athene) wordt in haar functioneren bedreigd door een uitwijzingsbevel (uiterlijk 30 juni) uit de gebouwen waar de kliniek sinds 2011 gratis medische hulp verleent. Deze zelfbeheerde kliniek, en gelijkaardige initiatieven in het door de Troika geterroriseerde Griekenland, wekten de bewondering op tot ver buiten Griekenland (zie o.a. onze boekvoorstelling “De Griekse poliklinieken in zelfbeheer”)  en gaven ook aanleiding tot verschillende solidariteitsacties. Ook CGSP ALR (openbare diensten, locale en regionale besturen, waaronder openbare ziekenhuizen) nam in Brussel het initiatief daartoe, verzamelde middelen en bezocht de polikliniek.

We geven hieronder de vertaling van hun oproep tot solidariteit met de bedreigde vrijwilligerskliniek:

 

Op 31 mei 2018 heeft het semi-gouvernementele agentschap Elliniko A.E. een uitwijzingsbevel  gestuurd naar de Grootstedelijke Sociale Kliniek Elliniko (GSKE), die ten laatste op 30 juni 2018 de lokalen moet verlaten opdat Elliniko A.E. de eigendommen aan een koper zou kunnen overmaken. In 2016-2017 hadden CGSP ALR en andere verenigingen gemobiliseerd om dit sociaal centrum te ondersteunen in het kader van een solidariteitcampagne met Griekenland en tegen het soberheidsbeleid in de gezondheidszorg. Wij zijn er zwaar door aangedaan dat onze kameraden vandaag bedreigd worden met uitdrijving. We drukken onze volledige solidariteit uit met onze kameraden en het fantastisch  werk dat ze sinds jaren verrichten.

Tot op de dag van vandaag heeft men hun geen enkel alternatief voorstel gedaan om de kliniek op een nieuwe plaats te vestigen. Men heeft hun opdracht gegeven om de deuren te sluiten en onmiddellijk een punt te zetten achter hun intense activiteit ten voordele van de gemeenschap. Sinds december 2011 hebben ze 7366 patiënten behandeld en 64.025 consultaties gedaan. Ze zijn in Griekenland ook pioniers  op het gebied van de recyclage van geneesmiddelen; dank zij de medicamenten die ze verzamelden werden door hen honderden organisaties overal in Griekenland geholpen. Ze hebben niet alleen hun eigen patiënten verzorgd, maar ze hebben ook medicamenten en medisch materiaal bezorgd aan andere sociale klinieken en aan openbare hospitalen, sociale diensten, en organisaties voor gehandicaptenzorg, crèches , vluchtelingencentra, en tal van andere instellingen. Het is een heel lange lijst, want iedereen die zich tot hen richtte vond gehoor bij de vrijwillegers van GSKE en hun medewerkers. Duizenden mensen, binnen en buiten Griekenland, hebben geneesmiddelen geschonken, medisch materiaal en hulppakketten.

Het initiatief trok journalisten aan van over de hele wereld, alsook universitaire en andere groepen die een initiatief wilden nemen als deze gratis kliniek. Allen wilden ze weten hoe het dispensarium georganiseerd was, hoe men te werk ging, enzovoort. De GSKE heeft in een geest van solidariteit en respect voor elk menselijk wezen iedereen geholpen die op hen beroep deed, en wees ervan overtuigd dat ze dit in de toekomst verder zullen doen.

Tijdens een in spoed bijeengeroepen algemene vergadering op 31 mei hebben de vrijwilligers beslist om de armen niet te laten zakken zonder strijd. Ze zouden trouwens hun  patiënten niet meer in de ogen durven zien als ze het gevecht zonder slag of stoot opgaven. Ze hebben verklaard dat ze de lokalen niet zullen verlaten en dat ze weerstand zullen bieden aan elke maatregel die hen belet hun taken uit te voeren, zolang er geen gepast alternatief is gevonden. Een primordiale plicht is en blijft het verzorgen van patiënten. Ze hebben verklaard: “We zullen niet lijdzaam toezien terwijl men voor onze ogen het resultaat vernietigt van zeven jaar inspanning. We hebben medicamenten en medisch materiaal verzameld ter waarde van honderdduizenden euro’s. Dat kan niet in de vuilnisbak gegooid worden, maar moet terechtkomen bij de patiënten ten voordele van hun gezondheid.”

CGSP ALR roept bijgevolg op tot een bijeenkomst op 11 juni te 13:45 uur voor de Griekse ambassade in Brussel (Karmelietenstraat, 10 Brussel 1000) ter ondersteuning van de strijd van onze kameraden. Te  14:00 uur zal een delegatie ontvangen worden door de consul.

Kom ons met velen ondersteunen!
Solidariteit is ons wapen!

U kunt een solidariteitsverklaring versturen naar

CLINIQUE SOCIALE MÉTROPOLITAINE D’ELLINIKO
TK16777, Elliniko,
Attiki,
Greece

Website: http://www.mkiellinikou.org/en/

Email: mkiellinikou@gmail.com

Griekenland staakte tegen het Tsipras-beleid

02/06/2018 - 22:50

Er is niet veel kans dat u er via de gangbare media van hoorde, maar op woensdag 30 mei en donderdag 31 mei was er een grote stakingsbeweging in Griekenland. In Griekenland? Ik dacht dat daar alles in de plooi geraakte? Is het niet gedaan met het Troika-bezuinigingsprogramma? Boekt Griekenland nu zelfs geen begrotingsoverschot, zodat het zijn schulden vlotjes kan terugbetalen?

 

 

Verre van… Ja, er is een ‘primair’ overschot op de begroting (primair, d.w.z. zonder rekening te houden met het aflossen van de renteafbetalingen op de overheidsschuld), zelfs ter grootte van 4% van het BBP, iets ongehoords. Maar om daartoe te komen legde der regering Tsipras in de voorbije jaren aan de gewone Griek reeds een verstikkend buikriemregime op, en vanaf augustus komen daar nieuwe bezuinigingsmaatregelen bovenop. Niet voor de reders natuurlijk of andere oligarchen, maar aan Yiorgos met de pet, de mensen die in Tsipras’ Syriza hun hoop gesteld hadden om van het verstikkende EU-regime af te geraken. Om de Troika te plezieren zouden meer dan een miljoen Grieken hun karig pensioentje nog eens zien verminderen, met 18% nog wel.

De ‘linkse’ regering Tsipras schuwt geen drastische maatregelen om haar budgettair overschot te realiseren. Dat zou toe te juichen zijn, als het de Griekse miljonairs betrof. Maar drastische maatregelen zijn er alleen tegen de weerlozen. Hierover schrijft Bruno Tersago, de Vlaamse observator van de Griekse  samenleving die – in zijn eentje en onbezoldigd – al méér deed om ons op de hoogte te houden over de Griekse realiteit dan alle openbare en private media samen:

Elke werkdag in 2018 merken 967 Griekse burgers dat de fiscus geld van hun bankrekening in beslag heeft genomen. De reden moet vooral worden gezocht in het zware belastingsregime dat de regering Tsipras heeft opgelegd om het primaire overschot te halen. Volgens minister van Economie Tsakalotos is het regime echter niet zo zwaar. Toch dreigen 600.000 belastingsplichtigen in de nabije toekomst geconfronteerd te worden met een of andere vorm van inbeslagname wegens achterstallige belastingen.
(…)
Bij 21.275 belastingplichtigen werden in maart 2018 inbeslagnames gedaan. Vrijwel elke werkdag klopt de fiscus bij ongeveer 1.000 belastingbetalers aan omdat ze nog in het rood staan.

In tegenstelling tot Italië heeft uiterst rechts in Griekenland nog geen echte doorbraak kunnen maken, terend op de teleurstelling in het ‘linkse’ beleid. Maar hoe lang duurt het nog tot de neonazi’s van Gouden Dageraad het politieke terrein bezetten zoals de Lega in Italië ? (hm)

 

De crisis in Italië: noch de Europese Unie noch een racistische nationale soevereiniteit zijn de oplossing

01/06/2018 - 00:51

Dave Kellaway Verschenen op Socialist Resistance  (*) van 30 mei Nederlandse vertaling: Ander Europa   Korte situering  [Noot van de vertaler] Op 4 maart hadden er in Italië parlementsverkiezingen plaats. De  'populistische'  Vijfsterrenbeweging (M5S, 'Movimento 5 Stelle', gesticht door 'komiek' Beppe Grillo en nu geleid door Luigi Di Maio) kwam er als grootste uit de bus met 32% van de stemmen; anderzijds maakte de uiterst rechtse Lega Nord o.l.v. Matteo Salvini een electorale doorbraak met een stijging van 4% naar 17%. Berlusconi's Forza Italia behaalde 14%, de sociaaldemocratische Partito Democratico (PD)  van ex-premier Matteo Renzi bijna 19%. M5S en de Lega begonnen aan onderhandelingen om een regering te vormen, maar onenigheid over het premierschap leidde er half mei toe dat een buitenstaander, de rechtsprofessor Giuseppe Conte, als toekomstig regeringsleider naar voren geschoven werd en door Italiaans president Mattarella gevraagd werd een regering te vormen. Als minister voor economie en financiën werd door de Lega Paolo Savona voorgesteld, een gepensioneerde professor economie die ook functies had waargenomen in de banksector en de Italiaanse politiek, maar voor het wakend oog van Europa één onoverkomelijk gebrek heeft: hij sprak zich uit voor de uitstap van Italië uit de euro. President Mattarella  weigerde de kandidatuur van Savona, Lega en M5S weigerden deze afwijzing, en formateur Conte werd van zijn opdracht ontslagen. Mattarella benoemde op 28 mei een gewezen IMF-directeur, ene Carlo Cottarelli,  die  - mits hij een vertrouwensstemming overleeft  - een 'zakenkabinet' moet leiden tot aan de volgende verkiezingen, begin 2019. Zo hij die stemming niet overleeft zouden er reeds in het komende najaar nieuwe verkiezingen zijn. Op het eind van het artikel ziet men dat de Britse auteur uit de Italiaanse gebeurtenissen ook enkele lessen wil trekken voor de linkerzijde in Groot-Brittannië. Klap op de vuurpijl: net als we dit artikel willen publiceren (31/5, 23u) wordt bekend dat het scenario er toch weer anders uitziet. Lega en M5S hebben de kandidatuur van Savona als minister van economie en financiën ingetrokken en vervangen door een andere economieprofessor, Giovanni Tria. President Mattarella heeft daarop opnieuw de eerste kandidaatpremier Conte aangeduid als regeringsleider. Legaleider Salvini zou binnenlandminister worden (met alle risico's vandien, zie het artikel hieronder), M5S-leider Di Maio minister van Arbeid en Industrie. De regering Conte zou morgen 1 juni ingezworen worden. Deze evoluties tonen duidelijk aan hoe wankelbaar het Europese bouwsel is, en vooral welke splijtzwam de euro betekent. Er is méér: ook vandaag werd het zo goed als zeker dat de Spaanse regering Rajoy ineenstort ten gevolge van de corruptieschandalen. Griekenland was een makkie, maar wat als de rest van Zuid-Europa niet langer door betrouwbare eurofielen bestuurd wordt? Ook binnen de EU-elites kan men de zenuwen nog moeilijk onder controle houden. Eerst was het EU-commissaris Oettinger die meende dat de Italianen hun lesje wel zouden leren onder invloed van de financiële markten; hij werd door Raadsvoorzitter Tusk en Commissievoorzitter Juncker berispt wegens gebrek aan respect voor de kiezers. Maar  dezelfde Juncker werd vandaag door zijn christendemocratische collega Tajani, Italiaan en voorzitter van het Europees Parlement, de mantel uitgeveegd wegens uitspraken over de Italianen die meer werk moeten maken van bestrijding van armoede en corruptie.   Mattarella's gewaagde zet De racist Salvini kon zich geen betere speechwriter gewenst hebben voor zijn komende verkiezingscampagne dan de Italiaanse president Mattarella. Deze stelde zijn veto voor Salvini's keuze van Savona, een eurosceptische econoom, als minister voor economie; hij deed dat om Italië's plaats binnen de Europese Unie veilig te stellen, en voor het respecteren van de strikte regels over overheidsbestedingen. Men kan zich al de  zeer efficiënte verkiezingsslogan voorstellen van Salvini of Di Maio, zijn coalitiepartner van de Vijfsterrenbeweging (M5S): Wie bestuurt  Italië: het volk dat een Lega-M5S meerderheid verkoos, of de bureaucraten en bankiers in Brussel, of de Duitsers? Iedereen verwacht dat Mattarella's keuze voor een nieuwe premier, Cottarelli, die in een vorige regering toezicht hield op het soberheidsbudget, de vertrouwensstemming niet zal overleven, zodat er vervroegde verkiezingen komen in de herfst. De media en de traditionele politieke krachten zijn in overgrote mate pro-Mattarella, maar ook daar vragen sommigen zich af of zijn uitstel niet leidt tot een nog veel grotere crisis; volgens opiniepeilingen zouden de Lega en M5S nog een veel sterkere meerderheid kunnen behalen bij verkiezingen in september of oktober. De voorgestelde regeringsovereenkomst bevat niets over een terugtrekking uit de euro of zelfs maar een referendum; er is alleen maar sprake van het onderhandelen over nieuwe bepalingen in verband met de Italiaanse schuld en de beperkingen op de openbare uitgaven. Had men de regeringsvorming haar loop gelaten [met de Lega en M5S] en daarbij gerekend op haar interne contradicties zodat ze maar een kort leven beschoren was, vlug gevolgd door verkiezingen, dan zouden de traditionele soberheidspartijen (zoals de Partito Democratico of Berlusconi's Forza Italia) misschien terug aan zet gekomen zijn. Maar blijkbaar oordeelden de dominante kapitalistische krachten dat zelfs maar het risico op wat meer publieke uitgaven, zelfs door een prokapitalistische regering, voor bijvoorbeeld een iets betere sociale zekerheid, vermeden moet worden, want dat zou populair kunnen overkomen en moeilijk teruggedrongen kunnen worden. Volgens sommige commentatoren is het de eerste maal dat een President effectief een regering geblokkeerd heeft omwille van politieke meningsverschillen, eerder dan omwille van opportuniteitkwesties. Een dergelijk antidemocratisch, en volgens sommigen ongrondwettelijk manoeuvre, werd nooit ondernomen tegen Berlusconi, nochtans veroordeeld voor frauduleuze praktijken. Mattarella is ook niet erg bezorgd over de racistische plannen van Salvini, die minister van Binnenlandse Zaken zou worden en een half miljoen migranten onder dwang wou deporteren en een immens nieuw netwerk van detentiecentra wou uitbouwen. Er was geen enkele verwijzing naar dit soort beleid bij de motivatie om Savona te weren.   Massale overheidsschuld Net zoals Groot-Brittannië heeft Italië momenteel af te rekenen met een slappe economische groei, maar de echte achilleshiel is de enorme schuldenberg. De afbetaling ervan gebeurt grotendeels door de uitgifte van overheidsobligaties die opgekocht worden door banken en investeerders. Maar als de rentevoet op deze obligaties groter wordt dan het gemiddelde in Europa kan dit de regering heel veel gaan kosten, en het vertrouwen in deze obligaties ook doen dalen. Gewoonlijk vergelijkt men de Italiaanse rentevoet met de Duitse, het verschil is de zogenaamde spread. Toen Berlusconi in 2011 moest aftreden en vervangen werd door de technocraat Monti bedroeg de spread ongeveer 500 basispunten [5 rentevoetprocenten]; verleden week neigde de spread naar 200 basispunten. De Italiaanse banken zouden zo een 10% van de obligaties in handen hebben, en bijgevolg kwetsbaar zijn. Aandelenmarkten krijgen een rammeling terwijl we dit aan het schrijven zijn. Politici die zich keren tegen Lega en M5S schilderen het scenario van een euro-exit met zware verliezen voor mensen die Italiaanse overheidsobligaties bezitten. Een terugkeer naar de lire zou inderdaad een devaluatie van de schuld betekenen.   Waarom werden Lega en M5S populair ? De reden waarom Lega en M5S een meerderheid haalden wordt misschien nog het best geïllustreerd aan de hand van een uitspraak van Susanna Camusso, leider van de grootste vakbond CGIL. Ze staat essentieel volledig achter Mattarella's standpunt, en betoogt dat de werkersbelangen liggen in de verdediging van Italië's verantwoordelijk gedrag binnen de begrotingsnormen van de EU. De Partito Democratico, waarvan de politieke lijn domineert binnen de CGIL, had in de voorbije jaren een soberheidsbeleid en 'moderniseringsprogramma' - stijl New Labour - gevoerd dat de werkende mensen hard trof en de kracht van de vakbonden erg verzwakte. Er zouden meer dan 2 miljoen kiezers bij de recente verkiezingen overgestapt zijn van de Partito Democratico naar M5S. Veel mensen die op pensioen willen gaan werden verplicht langer te werken. Het voorstel van M5S van een basisinkomen van ongeveer 750 € per maand zou Italië dichter bij het sociale zekerheidsregime van Noord-Europa gebracht hebben, en was zeer populair in het Zuiden, waar de armoede het grootst is. Anderzijds was er het voorstel van de Lega voor een vlaktaks, populair bij de kleinburgerij en de Legabasis bij de kleine ondernemers. Eenmaal de linkerzijde en de werkende klasse niet langer politieke protagonisten zijn, zoals dat gedurende decennia het geval was, al was het maar op een zachtjes sociaaldemocratische wijze, en in het bijzonder na de omwentelingen van 1969 toen veel vooruitgang werd geboekt, als links dus niet langer aan zet is, kan de politieke ruimte bezet worden door vreemde combinaties van populistische krachten, zoals de alliantie van Lega en M5S. Voor kiezers die vroeger links van het centrum stemden was de Vijfsterrenbeweging bijzonder aantrekkelijk, wegens sommige goede ecologische standpunten, een anti-corruptie en pro-transparantie houding, en hun verzet tegen verkwistende openbare werken zoals de hogesnelheidstrein naar Turijn. De opkomst van Di Maio in de beweging betekende een verzwakking van de orthodoxe, compromisloze vleugel, en de gematigder institutionele stroming kreeg de meerderheid. Dat veroorzaakte een ruk naar rechts, in het bijzonder wat betreft de antimigratieretoriek die het pad effende voor het samengaan met de Lega, ook al veroorzaakte dit een aantal spanningen bij de basis van M5S. Anderzijds heeft Salvini de Lega uit de parochiale sfeer van het Padaanse [note]Padania, regio van Noord-Italië. [/note] 'nationalisme' gehaald, en er de dominante kracht binnen centrum-rechts van gemaakt, ten koste van de verouderde Berlusconi. Salvini's vrienden zijn Oban in Hongarije, Le Pen in Frankrijk en hij is er fier op om de schrik te zijn van de Roma, en migranten in het algemeen. Hij pocht dat hij het is die de bulldozers afstuurt op Romakampen. In veel opzichten is hij een efficiëntere politicus dan Nigel Farage [note] Farage, de oprichter en xenofobe stokebrand van het Britse UKIP.[/note], want hij spreekt ook de werkende bevolking aan; hij heeft niets van de jurist of academicus die doorgaans de traditionele Italiaanse politieke partijen vertegenwoordigt. Hij spreekt op een simpele, volkse manier. Het is geen verrassing dat Salvini zo populair geworden is, wetend hoe de leiders van de werkende klasse verworden zijn, hoe de Communistische Partij evolueerde naar de Partito Democratico, de vrucht van het 'historisch compromis' waar men een groot deel van de christendemocratie in terugvindt. Het     Hoe het verzet organiseren? Hoe een echte linkerzijde uitbouwen? Wat moeten we doen? Radicaal links, zoals men het aantreft bij Communia Net, Potere al Popolo of Sinistra Anticapitalista, heeft terecht de zet van Mattarella aan de kaak gesteld, maar zonder enige steun of illusie in de Lega-M5S-coalitie. De opdracht vandaag is de beweging terug op te bouwen, op de werkvloer, door zelforganisatie en wederzijdse solidariteit en door electorale initiatieven zoals Potere al Popolo. Men moet geen enkele hoop stellen in de Partito Democratico of zijn satellieten, zoals LEU (Liberi e Uguali). Politieke coalities aangaan rond een of andere onkritische pro-EU linkse kracht zal nergens toe leiden. Het is inderdaad waarschijnlijker dat Renzi en Bonino proberen een pro-EU coalitie te vormen om Di Maio en Salvini een halt toe te roepen in september. Maar men moet er niet aan twijfelen dat de instabiliteit zal voortduren, en het is zeer goed mogelijk dat de linkerzijde zich zal moeten terug opbouwen onder omstandigheden waar de populistische en nationaal-soevereinistische krachten in een regering zitten vanaf de herfst. Een prioritaire taak zal de verdediging zijn van het half miljoen migranten die onmiddellijk bedreigd worden met deportatie. Dit hele verhaal maakt duidelijk wat de werkelijke verhouding is tussen de Staat, verkiezingen en democratie. Als het volk stemt op een wijze die niet aanvaardbaar is voor de dominante kapitalistische belangen, zijn alle vormen van verkrachting van de democratie en economische chantage toegelaten. Dergelijke manoeuvres kunnen op internationale schaal uitgevoerd worden. Iedere benadering van de politiek die de internationale dimensie niet ernstig neemt is tot mislukken gedoemd. Ook voor de beweging van Corbyn is dit een belangrijke les. We kunnen een historische electorale overwinning behalen met een regering die het opneemt voor de werkende klasse, maar het is absoluut noodzakelijk om zich voor te bereiden op alle aanvallen en manoeuvres die een heersende klasse kan uithalen, ook al zijn haar belangen maar matig bedreigd. Er is meer nodig dan stemmen. De massa moet zich bewust zijn van wie deze aanvallen uitvoert, en waarom, en moet concrete vormen van zelforganisatie ontwikkelen om er tegenin te gaan. Ze moet daarbij vooral niet rekenen op de Parlementaire Labour Party [note] Met de Parliamentary Labour Party worden de parlementsleden ('MP's) van de Britse Labour Party bedoeld. Ze vormen grotendeels een soort partij in de partij, en de meesten hebben met socialisme weinig te maken. De verkiezing van een linkse figuur als Corbyn tot partijvoorzitter van Labour was voor de meesten een doorn in het oog, en ook vandaag moet Corbyn afrekenen met de tegenkanting van heel wat MP's.   [/note]. (*) Socialist Resistance is de site van de gelijknamige linkse Britse organisatie, aangesloten bij de Vierde Internationale.  

Europese subsidies voor moordrobots?

24/05/2018 - 16:07

Als men de onophoudelijke stroom documenten, speeches en rapporten die uitgaan van de Europese instellingen zou analyseren, zou men de voorbije jaren waarschijnlijk een opmerkelijke verhoging van het aantal high tech termen vaststellen, woorden als digitalisering, artificiële intelligentie, autonomous  systems, internet der dingen … Het sociaal discours van de Europese Commissie is dan misschien onderontwikkeld, op technologiegebied is ze mee met haar tijd – en met de grote bedrijven die hier nieuwe winsten ruiken.

Men kan zich al veel vragen stellen bij de opvallende Brusselse belangstelling voor zelfrijdende wagens en intelligente koelkasten, maar ronduit beangstigend zijn de ontwikkelingen op het gebied van ‘autonome wapensystemen’. De communicatie daarover is heel wat discreter en verborgen achter een afkorting als LAWs (‘lethal autonomous weapons’); de meer veelzeggende uitdrukking killer robots zul je niet in de officiële Europese documenten zien opduiken.

Op het vlak van automatische moordtuigen werd deze week weer een stap vooruit (nu, ja…) gezet. Vertegenwoordigers van de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad bereikten op 22 mei tijdens geheime onderhandelingen (de zogenaamde ‘trialogen’) een overeenkomst over het gebruik van het half miljard euro dat de EU in de komende twee jaar ter beschikking stelt van onderzoek in de militaire sector: er is niet langer bezwaar  tegen de aanwending ervan voor de ontwikkeling van killer robots.   Bedrijven die winst willen slaan uit de meest immorele technologie die men kan bedenken zouden dus uit de Europese subsidiepotten kunnen graaien om het onderzoek daarnaar te financieren.

Zouden, want het trialoogakkoord is een informele overeenkomst tussen kopstukken van Europese partijen en instellingen. Maar dergelijk akkoord wordt meestal trouw gevolgd wanneer het op  formele stemming aankomt in Parlement en Raad. Verontrustend is ook dat het aanvankelijk verzet tegen subsidiëring van onderzoek naar massavernietigingswapens, clusterbommen en killer robots in de commissie Industrie van het Europees Parlement (februari 2018) nu uit het trialoogakkoord verdwenen is.

Hoe het verder verloopt moeten we afwachten, maar gersustgesteld kan men niet zijn.  Groenen en radicaal links (GUE) in het Europees Parlement verzetten zich tegen de militarisering van Europa, maar hetzelfde kan niet gezegd worden van liberalen en de Grote Coalitie van christen- en sociaaldemocraten. Onlangs nog verheugde Sergei Stanishev, de voorzitter van de Partij van Europese Socialisten (PES), zich over ‘de nieuwe prioriteiten van de EU, zoals grenscontrole en defensie’.

Er bestaat een internationale coalitie voor het bannen van killer robots waarin o.a. het Nederlandse PAX actief is; de vredesbeweging in Europa slaagt er hopelijk in om massaal verzet te organiseren, niet alleen tegen hoogtechnologisch wapentuig maar tegen de militarisering in het algemeen. (hm)

Bloedbad in Gaza: wanneer zal Europa ophouden de Israëlische bewapeningsindustrie te financieren?

23/05/2018 - 09:48

door Antoine Besson verschenen in Basta! op 16 mei 2018    (*)   Het bloedbad dat het Israëlische leger aanrichtte tegen Palestijnse burgers op 14 mei doet ook de vraag rijzen naar de partnerships tussen de Europese Unie en de regering Netanyahu. Brussel financiert onder andere militair onderzoek, en Europese agentschappen voorzien zich van Israëlische drones, waarvan sommige in Gaza getest werden. Er gaan stemmen op om een embargo te vragen op de verkoop van wapens uit Duitsland, Groot-Brittannië en Frankrijk aan Israël.   In Gaza was 14 mei het hoogtepunt van een bloedbad dat begonnen was op 30 maart [note] Op zijn minst 15 doden en meer dan 1000 gewonden sinds 30 maart. [/note], de eerste dag van een reeks 'terugkeermarsen' ter gedenking van de Nakba. Dit is de naam die de Palestijnen geven aan hun exodus in 1948, bij de eerste Israëlisch-Arabische oorlog. Op 14 mei werden op zijn minst 59 doden en meer dan 1350 gewonden geteld, getroffen door kogels. Eens te meer schoten de Israëlische soldaten met scherp op betogers, waaronder ook kinderen en journalisten. De teams van Artsen Zonder Grenzen maken gewag van kogelwonden van een ongewone en verwoestende aard "met een extreem hoge vernietigingsgraad van weefsel en bot, en buitengewoon grote openingen, soms vuistgroot, waar de kogel het lichaam verliet". Een andere nieuwe techniek: er worden drones ingezet om traangas op de menigte te richten, waarbij massaal veel capsules worden gedropt vanop een hoogte van 10 à 20 meter, met heel wat risico voor verwondingen. Er zou een baby van acht maanden gedood zijn door het inhaleren van het gas.   Nagenoeg een half miljard Europees overheidsgeld Het is op dit ogenblik moeilijk precies te zeggen welk type drones en wapens gebruikt worden door het Israëlische leger tegen de betogers in Gaza, maar een deel ervan zou heel goed ontwikkeld kunnen geweest zijn met financiële hulp van de Europese Unie (EU). Israël is inderdaad een van de gelukkige partners van de EU, die daardoor toegang heeft tot de subsidies voor onderzoek uit het fonds Horizon 2020. Israël stort ook bijdragen in dit fonds, maar is er wel een netto-ontvanger van [note] In 20 jaar partnerschap leverde Israël een bijdrage van 1,375 miljard euro, maar de Israëlische bedrijven en instituten zouden 1,7 miljard euro ontvangen hebben. [/note]. De Israëlische bedrijven zouden, over de sectoren heen, meer dan 460 miljoen euro Europees overheidsgeld ontvangen hebben. Een schandaal, volgens sommige Europese volksvertegenwoordigers, die het toekennen van subsidies aan Israëlische wapenbedrijven - niettegenstaande de herhaalde schendingen van het internationaal recht door een regering -  aan de kaak stellen. Zo heeft Israël Aerospace Industries (IAI) deelgenomen aan drie Europese onderzoeksprojecten voor de beveiliging van grenzen: Oparus, Aeroceptor en Talos. Telkens gaat het om de ontwikkeling van drones en andere automatische controlesystemen. IAI is op dit gebied een referentie; haar drone Heron is voorzien van Spike-raketten en wordt sinds jaren ingezet in Gaza voor bombardementen of surveillance. Elbit, een andere grote naam van de Israëlische wapenindustrie, profiteert eveneens van Europese projecten, met name in verband met de beveiliging van luchthavens.   Clusterbommen, drones om migranten te detecteren… Elbit levert ook drones aan het Israëlische leger, en kanonnen voor clusterbommen; het gebruik van dergelijke bommen wordt beschouwd als een oorlogsmisdaad, omwille van de dramatische impact op burgers. Maar de EU maakt zich daarover niet ongerust: volgens Brussel zijn de fondsen die toegekend worden aan het Israëlisch bedrijf alleen bestemd voor civiel onderzoek. De voormalige Europese commissaris voor wetenschap en onderzoek heeft evenwel verklaard dat die financiering "anders kan aangewend worden, maar daarover hebben wij geen controle" [note]Zie https://www.youtube.com/watch?v=c_2VV2zPrkA  [/note]. De Europese leiders zullen zich nochtans niet lang meer kunnen verbergen achter het argument van de civiele toepassing van het onderzoek. IAI is inderdaad een van de partners van het project Ocean 2020, het eerste voorbeeld van een expliciet militair onderzoeksprogramma, gefinancierd door de EU via zijn nieuwe budgetten voor defensie. Doel van dit nieuw project: drones uittesten in een maritieme omgeving. De vissers in Gaza zullen dit ten zeerste op prijs stellen…   De vraag naar een embargo op de wapenverkoop aan Israël De samenwerking tussen Europa en het Israëlische leger houdt meer in dan overheidsgeld. Meerdere Europese lidstaten verkopen wapens aan Israël, waaronder het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Italië, Frankrijk. De regering van Manuel Valls [onder Hollande] keurde in 2016 voor meer dan 169 miljoen euro export van militair materiaal aan de regering Netanyahu goed [note]Bron: Rapport 2017 over de wapenverkoop aan het Frans Parlement. [/note]. Amnesty International vraagt een onmiddellijk embargo op deze wapenverkopen aan Israël, als reactie op de huidige repressie van betogers in Gaza. Maar de industriële samenwerking reikt verder. De groep Thales, waarvan de Franse staat voor 26% aandeelhouder is, werkte in 2015 aan de integratie van zijn systemen binnen de Israëlische Heron-drone. Watchkeeper, de drone van Thales, werd trouwens ontwikkeld samen met Elbit, op basis van het model Hermes dat eveneens in Gaza werd gebruikt en door het Britse leger geselecteerd werd. Recenter nog werd Heron, de drone van IAI, gekozen voor een contract ter waarde van 4,75 miljoen euro van Frontex, voor de maritieme grenscontrole in Europa. Ondernemingen en Europese agentschappen lijken dus te profiteren van de gevechtservaring die Israël opdeed tijdens de opeenvolgende slachtingen in Gaza; militairen zijn erg gesteld op materiaal dat tijdens gevechten getest werd. De inwoners van Gaza hebben 10 jaar blokkade achter de rug en zijn gedompeld in een humanitaire crisis zonder eind; misschien komt er nog een enquête over het bloedbad van de laatste weken, terwijl onze wapenboeren en regeringen goede zaken doen. (*) Basta! is een webzine gedragen door een team van onafhankelijke journalisten die kritisch nieuws brengen over (vooral de Franse) samenleving, milieu, economische en politieke onderwerpen. Er zijn ook occasioneel artikels in het Spaans, Italiaans en Engels. Voor de meeste artikels geldt een Creative Commons statuut, waarvan we hier dankbaar gebruik gemaakt hebben bij de publicatie van onze Nederlandse vertaling. Foto: CC mohammed al-saber

26 mei: Frankrijk tegen Macron

22/05/2018 - 14:42

Komen Franse sociale bewegingen samen met linkse partijen en strijdbare vakbonden zaterdag 26 mei massaal op straat om verzet aan te tekenen tegen Macrons sociale afbraakpolitiek? Dat is het opzet van La Marée Populaire (‘de volkse vloedgolf’), een initiatief dat pas begin mei gelanceerd werd, maar toch een ruime weerklank lijkt te vinden. Het motto van de mobilisatie is in ieder geval breed genoeg om zowat iedereen met enig sociaal gevoel op straat te krijgen: “Pour l’égalité, la justice sociale et la solidarité“.  Toch is een gemeenschappelijke manifestatie van sociale organisaties, linkse partijen en vakbonden in Frankrijk eerder ongewoon. Maar niettegenstaande enige wrijving roepen zowel Mélenchons France Insoumise, de Parti Communiste, de trotskistische NPA en Lutte Ouvrière, DiEM25, de beweging Génération-s van de gewezen PS-presidentskandidaat Benoît Hamon en de Groenen op om zaterdag op straat te komen (de PS zelf lijkt afzijdig te blijven); zo ook  de vakbonden CGT, Solidaires, FSU, studentenbonden  en anderen; daarnaast een hele reeks sociale organisaties als ATTAC,  vrouwen- en milieuorganisaties, etc.

De oproep van La Marée Populaire geeft een korte krachtige motivatie om op 26 mei te betogen: “Macron, zijn regering en Medef [de Franse ondernemersvakbond] zijn vastbesloten om tegen elke prijs de Franse samenleving te hervormen: soberheidsbeleid, afbraak van de werkersrechten en de openbare diensten, selectie van wie naar de universiteit mag gaan, aanval op de werklozen, meer ongelijkheid voor wat betreft de toegang tot justitie, een belastingshervorming ten voordele van de rijksten, repressieve antimigratiewetgeving, voorkeur voor het bedrijfsgeheim ten nadele van het recht op informatie, invoering van de uitzonderingstoestand in het gemeenrecht, repressie van de sociale bewegingen en de jongeren in de volksbuurten, misbruik van de gelijkheid man-vrouw als simpele communicatiestrategie, zonder daar financiële middelen aan te verbinden terwijl vrouwen de eerste slachtoffers zijn van de sociale afbraakpolitiek; en dan is er nog de militaristische aanpak van het buitenlandbeleid…”

Er zijn oproepen om te betogen in diverse Franse steden; in Parijs begint de demonstratie te 14.30u aan de Gare de l’Est.

Duitse vakbonden tegen meer bewapeningsuitgaven en militarisering

17/05/2018 - 12:13

DGB, de koepel van Duitse vakbonden die zowat 6 miljoen leden vertegenwoordigt, houdt van 13 tot 17 mei zijn congres in Berlijn. Er werd onder andere een standpunt goedgekeurd dat overal in Europa navolging verdient: DGB spreekt zich uit tegen de NATO-eis voor verhoging van de militaire budgetten tot 2% van het BBP, en tegen de militarisering van de Duitse buitenlandpolitiek. Het voorstel voor de congresresolutie werd in september 2017 gelanceerd door DGB Köln-Bonn, en nu dus door het DGB-Bundeskongress goedgekeurd. Hieronder onze vertaling van het congresbesluit: [su_spacer] [su_note note_color="#cccddd" class=" notitie90procent" ] #No2Percent - Vrede is iets anders   Het bondscongres van DGB beslist:   De plannen van de NATO om de bewapeningsuitgaven tot 2% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) te verhogen zou voor Duitsland bijna een verdubbeling betekenen. De 2% eis van de NATO, sterk verdedigd door de regering Trump, bevordert niet de vrede, maar leidt tot een nieuwe bewapeningswedloop. Twee procent van het BBP voor bewapeningsuitgaven, dat zou 30 miljard euro betekenen, geld dat ontbreekt voor civiele uitgaven zoals onderwijs, scholen en hogescholen, kinderdagverblijven, sociale woningbouw, gemeentelijke en digitale infrastructuur, voor een ecologische en sociale invulling van de transitie op gebied van verkeer en energie en voor ouderdomsvoorzieningen en meer sociale zekerheid. Duitsland heeft nood aan een meer civiele vredesstrategie, die werkt aan de oorzaken van oorlog en conflict. Daartoe behoort in de eerste plaats een eerlijker wereldhandel, een rechtvaardiger verdeling van de rijkdom op de wereld en sociaal en ecologisch verantwoorde projecten voor ontwikkeling en klimaatbescherming. De DGB en zijn aangesloten vakbonden zetten zich in voor een sterkere en betere controle op wapenexporten. Wij wijzen wapenexporten naar crisis- en conflictgebieden en aan dictatoriale of autocratische regimes fundamenteel van de hand. Duitsland mag niet langer wapens leveren aan staten en conflictpartijen die oorlog, geweld en onderdrukking als politieke instrumenten beschouwen. De DGB en zijn aangesloten vakbonden wijzen gewapende interventies zonder UNO-mandaat af. De DGB en zijn aangesloten vakbonden roepen alle verkozenen van de Bundestag op om zich in te zetten tegen de doelstelling van 2% van het BBP voor bewapeningsuitgaven. De DGB en zijn aangesloten vakbonden eisen in de plaats daarvan een versterking van de initiatieven voor ontwapening en reconversie van de wapenindustrie, en ondersteunen derhalve de petitie "Ontwapenen in plaats van bewapenen" [Abrüsten statt Aufrüsten]. De DGB en zijn structuren zullen hun samenwerking met vredesinitiatieven en hun engagement en informatieverspreiding voor vrede, ontwapening en oplossing van internationale conflicten verder versterken, om te voorkomen dat de 2%-doelstelling voor bewapeningsuitgaven werkelijkheid zou worden. [/su_note]  

Reacties op de moordpartijen in Israel

16/05/2018 - 18:57

Uit protest tegen de moord op tientallen Palestijnen door het Israëlische leger – alleen al op 14 mei waren het er meer dan 50 –  werd in Ijsland een petitie gelanceerd die oproept voor de boycot van het Eurosongfestival 2019. Als huidig winnaar zou Israel  het festival volgend jaar in Jeruzalem organiseren. De Ijslandse petitie kreeg op twee dagen meer dan 18.000 handtekeningen! De tekst is kort maar duidelijk: het is moreel ongepast dat een land dat zich van mensenrechten zo weinig aantrekt betrokken wordt in een glamourfestival als Eurosong.

Ook de burgemeester van Dublin, Mícheál Mac Donncha (Sinn Fein) sprak zich uit voor een boycot. Hij vindt dat er een solidariteitscampagne met de Palestijnen  moet komen zoals er destijds een was tegen het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime.

Wat de Europese politieke families betreft heeft alleen de Partij van Europees Links een duidelijk statement gepubliceerd met een reeks concrete voorstellen, zoals het opschorten van het EU-associatieverdrag met Israel , de boycot van producten uit de bezette gebieden. Een sociaaldemocratisch  statement munt uit door zijn onbenulligheid, en meent een salomonsoordeel uit te spreken door beide ‘partijen’ aan te manen tot uiterste terughoudendheid’. Bij de groene en christendemocratische fractie zoek je (voorlopig?) vruchteloos naar een standpunt. (hm)

Europa besteedt zijn migratieprobleem uit aan Afrika

10/05/2018 - 18:36

Door Mark Akkerman (*) 10 mei 2018   De dramatische beelden van Syrische vluchtelingen die drie jaar geleden met tienduizenden door Oost Europa trokken beginnen steeds meer te vervagen. Jean Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, zei dat de Europese Unie (EU) zich nu kan verheugen op een 'goede vooruitgang' waarbij het aantal onregelmatige aankomsten dramatisch verminderde. Maar het begrotingsvoorstel dat de Commissie deed op 2 mei toont aan dat migratie nog steeds een topprioriteit is. Inderdaad, dit voorstel wil dat het budget van Frontex verzesvoudigd  wordt, van 320  miljoen tot 1870 miljoen euro in 2027, en dat er een  permanent korps  van 10.000 grenswachters komt. Deze budgettaire verhogingen zijn in tegenspraak met Junckers retoriek dat "Europa, in tegenstelling met wat sommigen beweren, geen fort is, en het nooit mag worden". Integendeel, het Europees fort wordt steeds meer versterkt. Bovendien wordt het fort uitgebreid door een beleid van zogenoemde 'externalisatie van de grenzen', iets wat veel minder in het oog valt. Vanaf 1992, en in een versneld tempo sinds 2015, heeft de EU derde landen, vooral in Afrika, onder druk gezet om dienst te doen als vooruitgeschoven grensbewakingsposten, zodat mensen die met geweld verdreven worden niet bij machte zijn om zelfs maar de buitengrens van de EU te bereiken. De gevolgen daarvan werden geanalyseerd in een rapport (*) uitgegeven door Stop Wapenhandel en  het Transnational Institute.   'Autoritaire' Afrikaanse staten Uit een onderzoek van de 35 landen waar de EU prioritair migratiecontrole wil ontwikkelen blijkt dat bijna de helft ervan een autoritaire regering hebben, en elk ervan houdt sterke tot zeer sterke risico's in op het gebied van mensenrechten. Het feit dat meer dan de helft ervan laag scoort op het gebied van indicatoren van menselijke ontwikkeling toont aan dat migratiecontrole ze afhoudt van meer dringende taken. Toch heroriënteren de EU en haar lidstaten de toch al beperkte middelen om er dure technologieën en systemen voor grenscontrole en bewaking mee te financieren. Vluchtelingen zijn daar de dupe van. In de eerste vier maanden van dit jaar stierven er 600 in de Middellandse Zee, op weg naar Europa. Ze riskeren het slachtoffer te worden van geweld en repressie aan de grenzen, en zijn zo verplicht gevaarlijker routes te nemen. De Commissie verheugt zich in een terugval van het aantal aankomsten op de Europese kusten, maar de verhouding van het aantal waargenomen doden tot het aantal aankomsten was in 2017 vijf keer hoger dan in 2015. En dan zijn er nog zoveel meer doden op zee en in de woestijnen  van Noord-Afrika waarover nooit gerept wordt. De beslissing om migranten weg te houden van de Europese kusten heeft de Europese Unie er aldus toe gebracht om steeds meer autoritaire regimes onder de arm te nemen, ten koste van haar zelfverklaarde toewijding aan mensenrechten en democratie. Erger zelfs, de EU kwam er toe om directe steun te verlenen aan de veiligheidsdiensten die de meeste verantwoordelijkheid dragen voor geweld en schending van mensenrechten. Soedan is een veelbetekenend voorbeeld. Gedurende vele jaren werd president Omar al-Bashir als een internationale paria beschouwd, en door het Internationaal Gerechtshof gezocht voor oorlogsmisdaden gedurende de Darfuroorlog. De meeste misdaden werden gepleegd door de Janjaweedmilities. Die maken nu deel uit van de Rapid Support Forces, de officiële Soedanese grenswacht. En de EU verleent nu  steun aan de Soedanese grensautoriteiten en is op weg om het regime van al-Bashir uit zijn internationale isolatie te halen. De combinatie van steun aan autoritaire regeringen en het afleiden van fondsen voor uiterst dringende taken als onderwijs, gezondheidszorg en klimaatmaatregelen verslechtert de nu al onhoudbare situatie, en is een bedreiging voor de economische ontwikkeling, de veiligheid en de interne stabiliteit van veel landen. Op de duur zullen nog meer mensen verplicht zijn te vluchten. Men kan trouwens de vraag stellen of de externalisatie van de grenscontrole op lange termijn de belangen zoals Europa die zelf formuleert zal dienen. Het is niet onwaarschijnlijk dat dit beleid zich tegen de EU keert; in wiens belang zal dat dan zijn? Een zekere winnaar is de militaire en veiligheidsindustrie, die de infrastructuur mag leveren geschonken of betaald door de EU of de lidstaten. De EU heeft bijvoorbeeld de aankoop bekostigd van gepantserde voertuigen van de Turkse onderneming Otokar en schepen van de Nederlandse scheepsbouwer Damen voor grensbewaking door Turkije. Duitsland gaf een groot arsenaal van grensbewakingsmateriaal aan Tunesië, grotendeels afkomstig van de Europese wapenreus Airbus en van Hensoldt, de voormalige grensbeveiligingsafdeling ervan. Bedrijven als Gemalto, dat weldra zal overgenomen worden door het Franse wapenbedrijf Thales, of Veridos, een Duitse jointventure, en het Franse OT-Morpho hebben biometrische identificatiesystemen en digitale ID-documenten geleverd aan Afrikaanse landen.   Uit het oog, uit het hart Juncker beweert wel dat de EU het migratieprobleem bijna opgelost heeft, maar het ziet er naar uit dat een groot deel van deze 'oplossing' een doelbewuste strategie was om de problemen uit ons gezichtsveld te verwijderen. De relaties tussen de EU en Afrikaanse landen zijn er op obsessieve manier op gericht om de migratie naar Europa stil te leggen, zonder acht te slaan op de gevolgen voor mensen die gedwongen zijn hun huis te verlaten en voor de betrokken landen. De externalisatie van het grensbeleid veroorzaakt niet alleen een onnoemelijk lijden voor de vluchtelingen, maar versterkt ook een kring van dictaturen rond Europa, wat voor lange tijd een hypotheek kan leggen op de vrede en veiligheid buiten en binnen Europa. De EU moet een andere koers varen, en de redenen bestrijden waarom mensen vluchten; ze moet veilige legale passages voorzien voor vluchtelingen, en steun verlenen aan mensenrechten en democratie buiten haar grenzen, eerder dan deze te ondermijnen. (*) Mark Akkerman is onderzoeker bij Stop Wapenhandel (Nederland). Hij is onder meer auteur van de studie Border Wars - The arms dealers profiting from Europe's refugee tragedy,  geactualiseerd in  Border Wars II en uitgebracht door Stop Wapenhandel in samenwerking met TNI.  Het hier gepubliceerde artikel  verscheen in het Engels op 10 mei als Opinie in euobserver; Nederlandse vertaling door Ander Europa. Met dank aan de auteur voor toelating.

Peter Mertens (PVDA): “Een confrontatie met de EU”

05/05/2018 - 22:28

Peter Mertens - Arnaud Lismond-Mertes  6 mei 2018   In het aprilnummer van het Franstalige tijdschrift Ensemble! (nr. 96) verscheen een interessant interview met Peter Mertens, voorzitter van de radicaal-linkse Belgische partij PVDA/PTB. Hij wordt door Arnaud Lismond-Mertes gevraagd naar zijn opstelling tegenover de Europese Unie, en de toekomstplannen van zijn partij in dit verband. Ander Europa brengt de Nederlandse vertaling van een lichtjes ingekorte versie van het interview [note] Worden hieronder niet weergegeven een uittreksel uit het boek Graailand, een vraag in verband met de electorale opstelling van PTB/PVDA in het Brussels Gewest in 2019, en twee specifieke vragen van vakbondsverantwoordelijken. Felipe Van Keirsbilck (christelijke bediendenbond CSC-CNE) wil weten hoe de PVDA de autonomie van sociale bewegingen , in het bijzonder vakbonden, wil garanderen  in het geval van een linkse regeringsmeerderheid waaraan de partij zou deelnemen. Thierry Bodson (socialistische vakbond FGTB) vraagt of er wel goede redenen zijn om in 2019 niet te proberen een 'linkse alliantie' te vormen (met sociaaldemocraten, groenen) die op pragmatische manier de eisen van de arbeidersbeweging nastreeft. Ensemble! zelf vraagt ook nog naar de bereidheid van de PTB voor een 'Portugees scenario', waarin vanuit de oppositie steun verleend wordt aan een sociaaldemocratisch-groene regering. We verwijzen belangstellenden naar blz- 64-65 van Ensemble' nr. 96.  [/note]. Ensemble! is het tijdschrift van het in Brussel gevestigde Collectif Solidarité contre l'Exclusion (CSCE), dat zich verzet tegen maatschappelijke uitsluiting, in het bijzonder van werklozen en steuntrekkers. Met dank aan de redactie van Ensemble! voor de overname van het interview. [su_spacer size="50"] Gedurende tientallen jaren slaagde de Partij van de Arbeid van België (PVDA – PTB in Franstalig België) er niet in om volksvertegenwoordigers te laten verkiezen, maar in 2014 maakte de partij met twee verkozenen een opmerkelijk debuut in de Belgische  Kamer. Voor de eerste maal sinds 1985 telt die Kamer nu leden ter linkerzijde van de Parti Socialiste (PS). Sindsdien kennen opiniepeilingen tussen de 10 en 20% van de stemintenties in Wallonië toe aan de PTB, en een doorbraak in Vlaanderen boven de kiesdrempel van 5%. De PVDA beroept er zich op geen 'traditionele partij' te zijn en een "andere logica te willen volgen, ver verwijderd van de oude recepten die ons in deze crisis gestort hebben" . Ze is ook voorstander van een socialisme 2.0 "voor een samenleving zonder uitbuiting van de mens door de mens, en zonder destructie van de natuur door de mens". Maar wat betekent dat precies? [caption id="attachment_15338" align="alignleft" width="150"] Peter Mertens[/caption] In zijn laatste boek, Graailand  het leven boven onze stand, stelt PVDA-voorzitter Peter Mertens zijn visie op de crisis voor en een aantal voorstellen van de PVDA om eruit te komen. "De oude wereld sterft en de nieuwe aarzelt om geboren te worden. In dat tussenrijk steken verziekte verschijnselen zoals nationalisme en militarisme weer de kop op. Europa zal opnieuw moeten beginnen", schrijft hij, daarbij verwijzend naar Gramsci. We hebben Peter Mertens ontmoet ter gelegenheid van deze publicatie, en hebben hem gevraagd zijn visie te geven op onze verhouding tot de Europese Unie en haar toekomst, onderwerpen waarmee hij het boek besluit. [su_spacer size="40"] Ensemble! : De titel van de laatste bladzijden van uw boek is "Europa opnieuw beginnen". Wat betekent voor u "Europa"? Peter Mertens: Europa is vooreerst een continent, een geografisch gegeven en geen politiek gegeven. Zo bekeken heeft het niet meer zijn om voor of tegen Europa te zijn dan voor of tegen de Maas, de Schelde of de Oeral. Maar er bestaat ook een Europese Staat, de Europese Unie, die momenteel onder constructie is, met een politieke macht, bevoegdheden, wetgeving, enzovoort. Deze constructie is een lang en moeilijk proces, dat verschillende richtingen kan uitgaan en niet onomkeerbaar is. Er blijven nationale tegenstellingen bestaan binnen de Europese Unie (EU), zoals bijvoorbeeld blijkt uit Brexit, of uit het geval van de vier landen van de Visegrad-groep (Polen, Tsjechië, Hongarije en Slowakije) die weigeren het Europees akkoord uit te voeren over de herverdeling van vluchtelingen, of nog, uit de crisis van de eurozone. De PVDA is noch voor een terugplooi op de natiestaat noch voor de EU in haar huidige vorm. Wij zijn voorstander van een Europese samenwerking, op een hoger niveau dan de natiestaten, bijvoorbeeld in de strijd tegen de klimaatopwarming. Maar wij willen Europa herstichten, met als ideaal einddoel een Federatie van samenwerkende Socialistische Staten van Europa. Maar daar zijn we nog zeer ver van af. Ensemble! : Is het correct om van een geografische notie te vertrekken bij beschouwingen over de organisatie van onze politieke toekomst? Peter Mertens: Op dit tijdstip in de geschiedenis lijkt ons dat pertinent, maar men mag internationalisme niet verwarren met het ophemelen van de EU. Zoals alle Staten creëert de EU chauvinistische mythes, die men aan een kritiek moet onderwerpen. Maar dat betekent niet dat men zich moet terugplooien op de natiestaten. Een voorbeeld. Een coherente industriële politiek voor de havens, die vermijdt dat iedereen tegen iedereen opconcurreert, zou moeten tot stand gebracht worden op Europese schaal, omdat dat op wereldschaal nog niet mogelijk is. Hetzelfde kan gezegd worden over het spoorverkeer. De continentale dimensie is dus zinvol als beleidsruimte. Als dat vandaag binnen de EU gebeurt is het helaas volgens een neoliberale logica en met privatiseringen. Ensemble! : De PVDA heeft aangegeven dat ze elke deelname aan een regionale of federale Belgische regering afhankelijk maakt van het engagement van zulke regering om te "breken met het beleid van de EU". Wat betekent dat voor u? Peter Mertens: Tenminste sinds de oprichting van de Europese 'eenheidsmarkt' 20 jaar geleden is de EU een liberale kapitalistische constructie, gebaseerd op concurrentie en met een imperialistische roeping, in competitie met de Verenigde Staten, China en Japan. Een dergelijk project is niet dat van de volkeren en werkende mensen in Europa. Daarom denken wij dat Europa van koers moet veranderen. Ja, we hebben weet van de herhaalde beloftes   – onder andere van de sociaaldemocratische partijen –  om de EU te hervormen en een 'sociaal Europa' te creëren. Gedekt met dergelijke valse beloftes was de EU het instrument waarmee een groot deel van de nationale sociale verworvenheden werd vernietigd. In plaats van een convergentie naar boven heeft de EU een spiraal naar beneden bewerkstelligd. Wat ons betreft zullen we, als de vraag zich stelt, weigeren deel te nemen aan een regering die bijvoorbeeld zou doorgaan met de toepassing van de Europese richtlijnen met nieuwe privatiseringen als gevolg, zoals die bij het reizigersvervoer per spoor. Met deze positie onderscheiden we ons onder andere van radicaal links in Nederland, de Socialistische Partij, of van de meerderheid van Die Linke in Duitsland, die eerder geneigd schijnen te zijn om deel te nemen aan een toekomstige regering zonder dergelijke voorwaarden te stellen. Wij denken dat het geen zin heeft deel te nemen aan een regering zonder dergelijke ongehoorzaamheid aan de regelgeving van de EU. Hetzelfde doen als SYRIZA momenteel doet in Griekenland betekent op termijn het bedje spreiden voor rechts. Wij kunnen slechts deelnemen aan een regering in het kader van een meerderheid die bereid is tot een conflict met de EU en tot mobilisatie van de bevolking op sociale, ecologische en democratische grondslag, ter ondersteuning van deze confrontatie. Momenteel is er geen enkele andere partij in België die zegt bereid te zijn tot een dergelijke confrontatie met de EU. Zowel de PS, SP.a, Ecolo en Groen aanvaarden de EU in haar huidige gedaante, ook al koppelen ze daar ijdele beloftes aan vast over een toekomstige sociale en ecologische dimensie. Ensemble! : Welke zijn de precieze breekpunten aangaande de EU waarvoor u het engagement van uw coalitiepartners zou vragen om in een regering te stappen? Peter Mertens: Om deel te nemen aan een regering vragen wij in de eerste plaats dat deze zou weigeren de Europese budgettaire beperkingen toe te passen, want die dwingen tot een soberheidspolitiek en de goedkeuring door de EU van de nationale en regionale begrotingen. Ten tweede willen we dat een dergelijke regering een principe toepast van 'non-regressie' op sociaal vlak, en dus weigert om het even welke Europese regel toe te passen die onze sociale verworvenheden zou naar beneden halen. We vragen eveneens dat deze regering weigert de bepalingen uit de Europese verdragen toe te passen die strategische sectoren openstellen voor concurrentie, en die de Staten beletten om ze  uitsluitend aan openbare bedrijven toe te wijzen. Voor de rest zijn we nog bezig ons programma voor de Europese verkiezingen van 2019 op te stellen, maar dit zal in ieder geval voldoen aan de logica van confrontatie met de EU. Als de echte linkse krachten niet de spreekbuis zijn van de gewettigde woede van de werkende klasse tegenover het beleid van de EU, dan zijn het rechtse en extreemrechtse krachten die daar munt zullen uit slaan. Wij denken dat we de balans moeten opmaken van de voorbije 20 jaar. In Europa doen noch de sociaaldemocraten, noch de Groenen dat. In het algemeen blijven verrechtsing en fascisering opgang maken. Wat zal er gebeuren in de EU in de volgende 10 jaar? We zien ook dat de regeringsdeelname van SYRIZA in Griekenland een mislukking is. Wat de Portugese ervaring betreft [sinds 2015 geeft de Portugese Communistische Partij en het Links Blok er parlementaire steun aan een regering van de Socialistische Partij], deze is zeer beperkt en leidde niet tot een werkelijk andere politiek. Ensemble! : Denkt u dat er binnen het kader dat opgelegd wordt door de Europese instellingen van vandaag een mogelijkheid bestaat om op nationaal vlak een authentieke linkse politiek te voeren? Peter Mertens: Neen. Volgens ons moet men strijd leveren in de Europese Unie om tot een breuk te komen en tot nieuwe Europese instellingen. Men moet er in zitten, er strijd leveren en het perspectief bewaren van Europese samenwerking. Maar binnen de huidige Europese instellingen denk ik niet dat er een manoeuvreerruimte bestaat om een links beleid te voeren. Onze ambitie is niet om de Europese instellingen een nieuw kleurtje te geven, maar om ze terug op te bouwen. Ensemble! : Zou de 'ongehoorzaamheid aan de regelgeving' die u eist geen probleem vormen voor de andere lidstaten? Zou dat niet leiden tot een uitsluiting van België uit de EU of uit de eurozone, of tot andere exits? Een fundamentele heroriëntering van de EU, betekent dat niet een samenwerkingsverband op een andere geografische schaal dan de huidige 28 lidstaten? Peter Mertens: Dat is inderdaad mogelijk. De hamvraag is hoe de politieke verandering in Europa moet georganiseerd worden. Men stelt vast dat het project om de EU in positieve richting te laten evolueren op het niveau van de 28 lidstaten momenteel in crisis verkeert. Het Europees politiek systeem is zelf in crisis. Chauvinisme, racisme en extreem rechts zijn overal terug in Europa. Fascistische partijen komen terug op de voorgrond. De tweede grootste economie van de EU heeft beslist die te verlaten. De Visegradlanden blokkeren elke Europese oplossing voor de vluchtelingencrisis, enzovoort. In tegenstelling tot de sociaaldemocraten en groenen weigeren we deze EU te bewieroken; ze organiseert de afbraak van de Sociale Zekerheid, van de pensioenen, enzovoort. Wij denken dat de aanpak er een moet zijn van confrontatie met de EU, en dan kijken wat dat oplevert. SYRIZA heeft het geprobeerd, in zeer specifieke en uiterst moeilijke omstandigheden in een bankroet land, zoals uitgelegd in mijn boek. In die omstandigheden is SYRIZA mislukt en is volledig veranderd van richting. Ook de Portugese regering heeft niet werkelijk geprobeerd de zaken grondig aan te pakken. Ze gaf blijk van wat meer creativiteit, onder gunstige conjuncturele omstandigheden, maar blijft volledig binnen de perken van de EU, en de miserie in Portugal blijft voortduren. Ensemble! : Bij de verkiezingen van januari 2015 engageerde SYRIZA er zich toe om te breken met het Europees soberheidsbeleid, en terzelfdertijd lid te blijven van de EU en de eurozone. Eenmaal SYRIZA in de regering zat hebben de Europese instellingen haar duidelijk gemaakt dat ze moest kiezen, het een of het ander, en SYRIZA heeft gecapituleerd. Maakt u niet dezelfde fout door een breuk met het EU-beleid te beloven, zonder daarbij aan te geven dat dat waarschijnlijk het verlaten van de EU inhoudt? Peter Mertens: Wij willen de samenwerking met andere Europese landen niet de rug toekeren, maar de situatie is anders als men door de andere lidstaten uit de EU gezet wordt. Zelf het initiatief nemen voor een uitstap zou een zwaktebod zijn. SYRIZA-leider Tsipras heeft gecapituleerd tegenover de EU niettegenstaande het referendum van juli 2015, waarin de Grieken hem een duidelijk mandaat gegeven hadden om Neen te zeggen, daarin zelfs gesteund door 80% van de jongeren. Hij alleen heeft daartoe de beslissing genomen, en daarbij het centraal comité van SYRIZA en de interne partijdemocratie opzij gezet. Hij werd opgeschrikt door de radicaliteit van de bevolking, die gemobiliseerd was om het Neen te ondersteunen bij het referendum. Men ziet dat om politieke resultaten te verkrijgen er een sterke, gestructureerde partijen nodig is, met principes en een echte interne democratie. Dat is een les die we moeten trekken uit de gebeurtenissen. Een partij/beweging zoals SYRIZA, verdeeld in verschillende tendenzen, maakt het moeilijker om resultaten te behalen. Links heeft nood zowel aan een sterke partij als een uitgebreid netwerk om een alternatieve hegemonie tot stand te brengen. Om de weg te banen voor een andere toekomst in Europa zijn er ijsbrekers nodig. Niet alle schepen kunnen het ijs breken. Daarvoor zijn speciaal geconstrueerde ijsbrekers nodig. Die zijn niet noodzakelijk de grootste, maar wel de stevigste. Ensemble! : Heeft de PVDA samenwerkingsverbanden aangegaan met andere politieke organisaties in Europa, bijvoorbeeld met de Europese bijeenkomsten van "Plan B"? Peter Mertens: De situatie in de marxistische en communistische beweging in Europa en internationaal ligt moeilijk. De andere traditionele politieke groepen in Europa bevinden zich ook in crisis. Onder die omstandigheden zijn we voorstander van een samenwerking op het niveau van het Europees Parlement, van punctuele politieke akkoorden, maar niet van een unificatie binnen een Europese politieke partij. Daarvoor is de situatie te complex, er bestaan grote verschillen en soms tegenstellingen tussen bijvoorbeeld La France Insoumise [Mélenchon] en de Franse Communistische Partij [PCF], tussen Podemos en Izquierda Unida … In tegenstelling met anderen zijn we geen lid van de Partij van Europees Links (EL). Dat belet ons niet om op Europees niveau samen te werken bij bepaalde dossiers, zoals privatiseringen, sociale dumping, ecologische kwesties, enzovoort. Dat gebeurt binnen de groep Europees Unitair Links/Noords Groen Links (GUE/NGL) van het Europees Parlement, waarvan de PVDA geassocieerd lid is. In de komende vijf, zes jaar zullen we zien hoe een echt Europees links kan tot stand gebracht worden. Daar is tijd voor nodig, de situatie is complex en er zijn veel tegenstrijdigheden. We bevinden ons eerder in een situatie zoals bij de Eerste Internationale, ten tijde van Marx, en niet zozeer in omstandigheden die toelaten al die partijen te verenigen. De Europese "linkerzijde van links" moet verder rijpen, met al haar divergenties, alvorens de convergenties kunnen tot uiting komen. Het is niet realistisch om snel een eengemaakte visie te kunnen tot stand brengen. We stellen met belangstelling vast dat er diverse pogingen zijn tot hergroepering of tot Europese convergentie, zoals de bijeenkomsten van Plan B, maar die lijken ons voorbarig.  

Europees meerjarenbudget toont waar gelaat van EU

03/05/2018 - 12:40

De Europese Commissie maakte op 2 mei haar voorstellen bekend voor het Europees meerjarenbudget, lopend over de periode 2021-2027. Hierover zal nog veel gebakkeleid worden tussen Commissie, lidstaten, Parlement, belangengroepen enzovoort, maar een aantal fundamentele keuzes in het begrotingsplan zijn veelzeggend en werpen méér licht op de aard van de Europese constructie dan duizend mooie woorden.

Men moet het maar durven: de enige enveloppe (‘Cohesiefonds’) waarmee armere regio’s in de EU een zekere ondersteuning kunnen krijgen, wordt verminderd met 7%. Dit is dan na 10 jaar crisis die tot massale verarming en werkloosheid leidde, honderdduizenden jongeren tot emigratie dwong en hele bevolkingsgroepen nog verder vervreemdde van het politiek bedrijf dat een soort dienstencentrum is geworden voor ondernemingen, banken en rijken. Het Cohesiefonds zou niet alleen gekortwiekt worden, maar de middelen ervan ook meer ingezet om ‘structurele hervormingen’ aan te moedigen, zeg maar: rechtse regeringen belonen die nog hardere aanvallen durven uitvoeren op pensioenen, lonen, vakbonden en sociale systemen.

Ook het budget voor landbouw (40% van het totaal) zou verminderd worden met 5%, maar het is zeer de vraag of de Commissie daarmee de grote bedrijven van de agrobusiness wil treffen; nu gaat 80% van de subsidies naar 20% van de bedrijven…

Daar staat tegenover dat de Commissie 20 miljard euro in militaire projecten wil stoppen, onder andere 6,5 miljard om Europese wegen op militaire colonnes en tankbewegingen voor te bereiden; we worden immers opnieuw bedreigd door de Russen! Er ligt ook een miljardenenveloppe klaar voor militaire research, en een ter ondersteuning van nationale militaire productie. Ook hier moeten we zeggen: je moet het maar durven, als winnaar van de Nobelprijs van de vrede…

Niet alleen Russen, maar ook allerlei andere ongewensten rukken op aan onze grenzen; de Commissie wil het budget voor grensbewaking verdrievoudigen, om er onder andere 10.000 grenswachters mee te betalen.

Commissievoorzitter Juncker zei bij zijn aantreden in 2014 met veel dramatiek dat hij de “Commissie van de laatste kans” voorzat, en te allen koste het vertrouwen in Europa moest terugwinnen. Commissie en rechtse regeringen proberen burgers ervan te overtuigen dat het gevaar van buiten Europa komt, en dat de EU er ons tegen zal beschermen. De opdracht voor de linkerzijde is duidelijk: de burgers ervan overtuigen dat het gevaar vanuit de Europese Unie zelf komt 1. (hm)

“En nu het volk”: Frans-Spaans-Portugese linkse samenwerking

30/04/2018 - 22:02

Op 12 april hebben drie linkse partijen in Lissabon een nieuw politiek samenwerkingsverband opgezet dat zich verzet tegen de Europese soberheidspolitiek. Het gaat om La France Insoumise, de beweging waarmee Jean-Luc Mélenchon zijn presidentscampagne voerde, het Spaanse PODEMOS en Bloco de Esquerda uit Portugal. Mélenchon, Pablo Iglesias (PODEMOS) en Catarina Martins (Bloco) zetten daarbij hun handtekening onder een gemeenschappelijk manifest, "En nu het volk - Voor een revolutie van de burgers in Europa" (Ahora el pueblo / Maintenant le peuple / Agora o povo). Wat het samenwerkingsverband concreet zal inhouden is voorlopig niet duidelijk, evenmin hoe het zich verhoudt tot bv. DIEM25 (Varoufakis) of Plan B waar Mélenchon een vaste gast was. Misschien is de deelname van PODEMOS nog het opvallendst; de sterke banden met Tsipras' SYRIZA in het verleden beletten nu niet het samen optreden met Mélenchon, die voor de uitsluiting van SYRIZA uit de partij van Europees Links pleitte.     [caption id="attachment_15312" align="aligncenter" width="600"] V.l.n.r. : Iglesias, Martins, Mélenchon (Foto: Podemos)[/caption]   Hieronder vindt u de gemeenschappelijke verklaring; Nederlandse vertaling door Ander Europa. [su_note note_color="#cccddd" class=" notitie90procent" notitie45procent_links, of notitie45procent_rechts "] « EN NU HET VOLK ». Voor een revolutie van de burgers in Europa Europa was nog nooit zo rijk als vandaag. Maar ook de ongelijkheid was er nog nooit zo groot. Tien jaar na het uitbreken van een financiële crisis,  waarvoor de volkeren nooit hadden moeten betalen, stellen we nu vast dat de Europese leiders onze volkeren veroordeeld hebben tot een verloren decennium. De dogmatische, irrationele en ondoelmatige toepassing van het soberheidsbeleid heeft geen enkele van de structurele problemen kunnen oplossen die door de crisis veroorzaakt werden. Integendeel, er werd heel veel  nutteloze miserie berokkend onder de mensen. Onder het mom van de crisis en de bijgaande aanpassingsprogramma's hebben de regeerders geprobeerd onze rechten en sociale bescherming te ontmantelen, systemen die tientallen jaren van strijd gevergd hebben om ze op te bouwen. Ze hebben generaties jongeren veroordeeld tot emigratie, werkloosheid, precaire leefomstandigheden en armoede. Ze hebben bijzonder hard toegeslagen op de meest kwetsbaren, degenen die het meest nood hebben aan een sociaal beleid vanuit de overheid. Ze probeerden er ons te laten aan wennen dat het bij elke verkiezing gaat om de keuze tussen het behoud van het  liberaal status-quo of de bedreiging van uiterst-rechts. De tijd is gekomen om ons te bevrijden uit het keurslijf van de Europese verdragen, die het soberheidsbeleid opleggen en de fiscale en sociale dumping bevorderen. De tijd is gekomen dat degenen die geloven in de democratie een nieuwe stap zetten om die onaanvaardbare spiraal te doorbreken. Het onrechtvaardig, inefficiënt en onhoudbaar systeem moet vervangen worden door een economie ten dienste van het leven, onder democratische controle van de burgers. We hebben nood aan instellingen die de vrijheden en sociale rechten ondersteunen, de basis zelf van de democratie. We hebben nood aan een beweging van onderuit, soeverein en democratisch, die de sociale verworvenheden van onze voorouders verdedigt en een sociaal rechtvaardig, leefbaar en duurzaam samenlevingsmodel aan de komende generaties kan doorgeven. Het is in deze geest van verzet tegen de huidige gang van zaken, van democratische revolte en van vertrouwen in de democratische kracht van onze volkeren tegenover het ten dode opgeschreven project van de Brusselse elites dat we vandaag in Lissabon een stap vooruit zetten. Wij doen een oproep aan de volkeren van Europa om zich te verenigen rond de opdracht om een internationale politieke beweging tot stand te brengen, vanuit het volk en democratisch, ter verdediging van onze rechten en de soevereiniteit van onze volkeren tegenover een oud, onrechtvaardig en mislukt regime dat ons recht naar de ondergang leidt. Onze beweging zal onderdak bieden aan allen die de economische democratie verdedigen, tegen de grote fraudeurs en de 1% die over meer rijkdom beschikken dan de rest van de planeet; aan wie de politieke democratie verdedigt tegen  vreemdelingenhaat en racisme; aan de feministische democratie tegen een systeem dat elke dag opnieuw en op alle terreinen de helft van de bevolking discrimineert; aan de ecologische democratie, tegen een onhoudbaar economisch systeem dat een bedreiging vormt voor het voortbestaan van het leven op de planeet; aan de internationale democratie en de vrede, tegen degenen die eens te meer het Europa van de oorlog willen; wij bieden onderdak aan wie de mensenrechten verdedigt en de elementaire principes van het goede samenleven. We hebben er genoeg van om alleen maar te hopen. We geloven niet meer in degenen die ons besturen vanuit Berlijn en Brussel. Wij gaan aan de slag om Europa op een nieuwe leest te organiseren. Een organisatie die democratisch, rechtvaardig en eerlijk is, met respect voor de volkssoevereiniteit, beantwoordend aan onze ambities en  onze noden. Een nieuwe organisatie, ten dienste van het volk.   [/su_note]

Minimumlonen in de EU

27/04/2018 - 11:58

Klikken om down te loaden. PDF, 40 blz, 3 MB,

Wie meer wil weten over de minimumlonen in de EU kan zijn licht opsteken in de pas verschenen studie Statutory minimum wages 2018 van Eurofound. Eurofound is een officieel EU-agentschap, dat zich inlaat met de “verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden in de Unie”, en vertegenwoordigers telt van werkgevers, werknemers en Europese Commissie. U zult er dus geen donderpreken opvangen tegen de winsthonger van het patronaat of vergelijkingen tussen minimumlonen van werknemers en maximumbonussen van het bedrijfsmanagement. Maar als enig inzicht in Europese minimumlonen u interesseert kan u dit best erbij nemen en de Eurofoundcijfers  bekijken.

De studie gaat over de 22 lidstaten met een bindend (statutair) minimumloon. Oostenrijk, Denemarken, Finland, Italië  en Zweden zijn daar niet bij omdat het minimumloon niet statutair, maar door collectieve arbeidsovereenkomsten wordt vastgelegd; Cyprus van zijn kant past het statutair minimumloon niet in alle sectoren toe.

Minimumlonen worden meestal per maand vastgelegd, maar soms ook als week- of uurloon. Niet alle 22 lidstaten gebruiken de euro, dus er moet soms ook een conversie toegepast worden. Minimumlonen gelden ook voor voltijdse betrekkingen, wat niet overal hetzelfde betekent. Waar er een 13e, eventueel 14e maand betaald wordt, wordt deze ingecalculeerd in het jaarloon. Op die manier vindt men voor de 22 betrokken lidstaten voor de periode 2017-2018 de volgende vergelijkende grafiek 1.

 

Grafiek 1

Luxemburg leidt de dans met bijna 2000 €, Bulgarije sluit het hek met 260 € (“The Bulgarian rate is relatively low –
even compared to other low-range countries,” zegt de Eurofound-studie. Relatively low…)  Men kan drie ‘regimes’ onderscheiden: een groep (groen gekleurd in de grafiek) met een minimumloon van minstens 1450 €, een tussengroep (blauw) van 650 à 900 €, en de staartgroep die hoogstens 500 € per maand krijgt voor een full time job. De verhouding van het hoogste (Luxemburg) tot het laagste (Bulgarije) minimumloon bedraagt 1998.6/260.8 = 7,7; niet zo verwonderlijk dus dat mensen uit Oost-Europa bereid zijn zich door Westerse bedrijven schandelijk te laten uitbuiten, om toch maar wat ‘luxe’ te kunnen genieten in eigen land.

Men kan opwerpen dat lonen in Oost-Europa laag zijn, maar dat het prijsniveau er ook lager ligt. Een appartement in Sofia kost een pak minder dan een in Brussel of Parijs. Om hiermee rekening te houden moeten lonen omgerekend worden via de ‘koopkrachtenstandaard’ (PPS= purchasing power standards).  Voor de tweede helft van 2017 vindt men dan volgende grafiek 2:

 

Grafiek 2

De spanning tussen hoogste en laagste minimumloon bedraagt dan ‘slechts’ 3.29, maar dat is natuurlijk nog zeer aanzienlijk. Even terzijde: het lage prijsniveau in Oost-Europa lokt niet alleen arbeiders uit het Oosten naar het Westen, maar ook kapitalisten uit het Westen naar het Oosten. Delocalisatie van bedrijven is er één aspect van, maar ook het opkopen van bv. vruchtbare landbouwgronden in Roemenië, Bulgarije of Oekraïne voor een fractie van de gangbare prijs (‘landgrabbing’) door de Westerse (en ook Chinese) agrobusiness 1.

Hoe evolueerde het minimumloon in de voorbije jaren?  Eurofound geeft enkele opmerkenswaardige cijfers. Men stelt bv. vast dat in reële termen (rekening houdend met de inflatie) tussen 1 januari 2010 en 1 januari 2018 het Belgisch minimumloon daalde met 1,7%; in Duitsland was dit zelfs 5,1%, en het zal u niet verbazen: in Griekenland daalde in die periode het minimumloon met 22,2%. De Roemeense en Bulgaarse arbeiders daarentegen konden een zekere inhaalbeweging maken, en verbeterden hun reëel minimumloon met resp. 178% en 106%.

Maar ook wie full time werkt ontvangt niet noodzakelijk het minimumloon. Een 15-17 jarige leerjongen in Frankrijk krijgt maar 25% van het minimumloon het eerste jaar, 37% het tweede, 53% het derde jaar. Ook wie meer dan 21 jaar is moet wachten tot zijn derde jaar in de leer om 78% van het minimumloon te krijgen. En in Griekenland krijgt een jongere minder dan 25 jaar slechts 87,2% van het minimumloon. Minder bekend is dat ook Nederlandse werkgevers jongeren voor een habbekrats kunnen inhuren:  een 20-jarige krijgt 70% van het minimumloon (80% vanaf 1/7/2019), een 19-jarige 55% (60%). We hebben hier twee jaar geleden al een artikel aan gewijd.

Hoeveel werknemers slechts het minimumloon krijgen is ook vrij variabel. In België zou dat rond de 3% zijn, in Nederland 6,6%, in Estland 19 à 25%, in Duitsland ca. 5,3% (1,9 miljoen van de 36 miljoen werknemers, maar nog eens 1 miljoen zou om diverse redenen niet het minimumloon uitbetaald krijgen).

Dit overzicht van minimumlonen in Europa is ook nuttig om zich een beeld te vormen van de lonen in het algemeen. In de meeste gevallen bedraagt het minimumloon 40 à 50% van het gemiddeld loon; als men dus de bedragen in Grafiek 1 verdubbelt krijgt men een idee van de gemiddelde loonsverhoudingen. (hm)

Solidariteit aan de ketting

25/04/2018 - 11:21

In december 2016 lanceerde de Europese Commissie het idee van een Europese vrijwilligersbrigade, of European Solidarity Corps. Jongeren tot 30 jaar kunnen vrijwilligerswerk doen of “meewerken aan projecten die mensen en gemeenschappen helpen”.

Een groep Duitse jongeren had de Europese Commissie niet nodig om vanaf 2015 te werken aan een ambitieus project om mensen te helpen, sterker zelfs: om het leven van duizenden te redden. Om vluchtelingen voor de verdrinkingsdood op de Middellandse Zee te behoeden bracht de groep Jugend rettet  voldoende fondsen bijeen om een Nederlandse vissersboot aan te kopen en als reddingsschip te laten ombouwen. De IUVENTA voerde in 2016 en 2017 vijftien reddingsoperaties uit en redde naar eigen zeggen 14.000  mensen het leven.

Dit soort vrijwilligerswerk was echter niet naar de zin van de Italiaanse autoriteiten, en in bepaalde media werden de vrijwilligers als criminelen voorgesteld die hand- en spandiensten verleenden aan mensensmokkelaars. Italië eiste dat Jugend Rettet en andere gelijkaardige teams, zoals dat van Artsen zonder Grenzen, een ‘gedragscode’ ondertekenden, met o.a. de verplichting om gewapende politiemannen aan boord van het schip te laten.  Bij de weigering hierop in te gaan werd de IUVENTA in augustus 2017 door Italië aan de ketting gelegd.

Jugend rettet tekende hiertegen beroep aan, maar dat werd gisteren door het Hof van Cassatie in Rome verworpen. In een perscommuniqué kondigt de organisatie aan het hierbij niet te zullen laten, en te zullen nagaan of de zaak op Europees niveau kan gevoerd worden. (hm)

 

Waar zijn de tegenstanders van het militair Europa?

24/04/2018 - 15:39

In januari suggereerde Ander Europa een ‘goed voornemen’ om 2018 mee in te zetten: weet welk vlees je in de electorale kuip hebt!  Weet waar partijen voor staan, niet zozeer in hun propagandabrochures, maar in de feiten. We hadden het toen over de houding van Belgische en Nederlandse partijen bij de intenties van de EU om zich als militaire grootmacht te gaan uitbouwen. Specifiek ging het over een resolutie van het Europees Parlement waarin gepleit wordt voor een Europees budget voor militair onderzoek, waarin de uitvoer van wapens en munitie door EU-lidstaten benoemd wordt als “een onlosmakelijk bestanddeel van het buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid van de EU“, en met de onvermijdelijke lofzang op het “strategisch partnerschap tussen de EU en de NAVO“.

Toen bleek dat alleen radicaal links en Groenen tegen dit militaristisch pamflet stemden; zoals de meesten van hun partijpolitieke familie stemden zowel de Vlaamse, Waalse als Nederlandse sociaaldemocraten voor…

In een recent artikel, Europees militair onderzoek leidt tot verdere militarisering van Europese grenzen, analyseert  Vredesactie  de belangenvermenging, het gebrek aan transparantie en het wanbestuur dat de Europese militaire plannen tekent. Dit belet niet dat de sociaaldemocraten geen enkele gêne voelen om met de rechtse krachten mee te stemmen en een nieuwe enveloppe van een half miljard euro aan de wapenindustrie ter beschikking te stellen. Zo steunde Kathleen van Brempt, sp.a en ondervoorzitter van de sociaaldemocratische fractie in het Europees Parlement, in de Commissie Industrie dit programma 1.

Het meeste vlees in de electorale kuip is dus sterk militaristisch gekruid, en ook de sociaaldemocraten willen de wapenindustrie met Europees geld stimuleren. Aan u de keus, kiezer! (hm)

En de Commissie, die vrijhandelde voort

19/04/2018 - 11:50

Wat burgers, vakbonden of consumentenorganisaties ook mogen inbrengen tegen het Europese vrijhandelsbeleid, de Commissie gaat onverstoord verder. Gisteren (18 april) meldde ze op een persconferentie de afronding van de vrijhandelsbesprekingen met Japan 1 en met Singapore.  Zoals men kon vermoeden bieden deze weer buitengewone voordelen “voor onze bedrijven en voor onze burgers”, en zullen duurzame ontwikkeling en strijd tegen klimaatopwarming er beter van worden…

Foto Campact

Het akkoord met Japan (JEFTA) is een “EU-only” overeenkomst, die enkel door de Raad en door het Europees Parlement moet goedgekeurd worden, niet door de lidstaten apart. De Commissie heeft haar les geleerd uit het (tijdelijk) “Waals verzet” tegen CETA, het handelsakkoord met Canada. Dit bevatte ook een investeringsgedeelte, dat via een uitzonderingsrechtbank (“ISDS”) buitengewone privileges toekent aan buitenlandse investeerders. Omdat dit ook onder de nationale bevoegdheid valt moest het akkoord ook door alle nationale parlementen, en in België ook door de regionale,  goedgekeurd worden. De Waalse PS heeft daar onder leiding van Paul Magnette een paar dagen spanning rond opgebouwd door te dreigen CETA niet goed te keuren. “Dat nooit meer!” heeft men bij de Commissie gezegd; het akkoord met Japan werd dus in twee delen gesplitst, het ene over de vrijhandel als dusdanig, een bevoegdheid van de EU alleen waar geen instemming van de lidstaten voor nodig is, en het andere over investeringsbescherming. Dit laatste wordt nu verder onderhandeld en zal nationaal moeten voorgelegd worden; maar het eigenlijk vrijhandelsakkoord kan nu aan de veilige handen van Raad en Parlement toevertrouwd worden. De Commissie hoopt op een spoedige afhandeling, zodat het reeds in 2019 van toepassing wordt en nog als trofee van haar huidig mandaat dient.
Een analyse door de linkse fractie (GUE) in het Europees Parlement vindt men hier.

Het akkoord met Singapore, dat over een heel wat kleinere markt gaat dan dat met Japan (maar ook gezien wordt als een toegang tot de ASEAN, waar Singapore met de Filipijnen, Indonesië, Maleisië en Thailand deel van uitmaakt), bevat wel een ISDS-clausule, en zal dus door de nationale (en eventueel regionale  parlementen van de EU-lidstaten moeten goedgekeurd worden.  (hm)

Pagina's