6 December 2020

Ander Europa

Abonneren op feed Ander Europa Ander Europa
www.andereuropa.org
Bijgewerkt: 23 min 8 sec geleden

Verenigd Links doorprikt Europees migratie- en asielpact

03/12/2020 - 15:21

[caption id="attachment_19910" align="alignleft" width="300"] (Klikken om down te loaden)[/caption] 3 december 2020 - Verenigd Links (GUE/NGL), de linkse fractie in het Europees Parlement, brengt een brochure uit waarin de mooie voorstelling die de Europese Commissie zelf geeft van haar Migratie-en Asielpact doorprikt wordt. The Migration and Asylum Pact: Challenging the European Commission’s narrative from a left perspective analyseert zes beweringen over dit pact, weerlegt ze en stelt alternatieven voor. De brochure (21 blz) bestaat in het Engels, Duits, Frans, Spaans en Grieks en kan gedownload worden. Dit ‘pact’ werd op 23 september door de Commissie voorgesteld als een ‘nieuwe start’, maar, stelt Verenigd Links, “in werkelijkheid versterkt het pact het actueel falend beleid door te focussen op afschrikking, verdrijven naar derde landen, versterking van de buitengrenzen van de EU, opsluiting en versnelde procedures aan de grenzen ten koste van het recht op een eerlijke en individuele procedure. Ook het principe van de verantwoordelijkheid van de lidstaat van aankomst blijft overeind.” Een aantal bepalingen blijken aan te sluiten bij de xenofobe posities van regeringen zoals de Hongaarse of de Poolse. Andere winnaars van dit programma zijn de ‘veiligheidsbedrijven’, die afsluitingen, schepen, helikopters, drones of software leveren. De volgende beweringen worden onderzocht, weerlegd en van alternatieven voorzien: [spacer size="20"]

Bewering 1: het pact betekent duidelijke, eerlijke en snellere grensprocedures (maar bij de ‘screening’ worden groepscriteria gehanteerd, zoals het percentage van goedgekeurde asielaanvragen uit een bepaald land of regio);

Bewering 2: einde aan de ‘push backs’, het afdreigen en terugsturen van vluchtelingenbootjes op zee, een internationaal verboden praktijk, door het oprichten van een ‘monitoring mechanisme’ gedurende de ‘screeningprocedure’;

Bewering 3: lidstaten zullen geen onevenredige lasten meer moeten dragen, alle lidstaten dragen bij tot solidariteit; (daarbij wordt ook het sponsoren van uitdrijvingen als solidariteit beschouwd…)

Bewering 4: ‘Geen Moria’s meer’, toestanden dus zoals in het Griekse Moria, in september in de as gelegd,  waar 25.000 mensen bijeen zaten op een plaats voorzien voor 3100;

Bewering 5: het nieuwe pakket gaat om win-win- relaties met derde landen (zoals de subsidiëring van de Libische kustwacht…);

Bewering 6: twee derde van de mensen die internationale bescherming vragen maken misbruik van een systeem en moeten teruggestuurd worden.

Bij herhaling beweert de Commissie dat monitoring en wettelijke garanties garant staan voor het correct verloop. Evenwel, ongeveer tegelijkertijd met het verschijnen van de brochure van Verenigd Links werd de directeur van het Europees grensagentschap (Frontex) verhoord door een commissie van het Europees Parlement, in verband met de ‘push backs’ die door manschappen van Frontex werden uitgevoerd. Uit de ondervraging bleek onder andere dat Frontex in theorie gecontroleerd werd door mensenrechtenobservators, maar dat deze nooit aangesteld waren (“ door bureaucratische beperkingen”, aldus de directeur). Verenigd Links heeft met deze brochure een waardevolle bijdrage geleverd in de strijd tegen de valse propaganda van de Commissie. Met de alternatieve voorstellen op de zes besproken aanklachten is er ook een begin van beleidsalternatief. Dit volstaat echter niet als visie op een alternatief links migratiebeleid; verder debat binnen links is dus nodig. (hm)    

Bedenkelijke praktijken bij Nederlandse SP

01/12/2020 - 15:59

1 december 2020 – Het rommelt serieus binnen de Nederlandse SP. Enkele dagen geleden werden zes jonge leden uit de partij gezet, sommige met regionale bestuursfuncties, officieel omdat ze lid zijn van een andere politieke partij, wat in strijd is met de partijstatuten. Wie echter eventjes gaat neuzen bij het Marxistisch Forum en het Communistisch Platform, de twee groepen waarover het gaat, kan er moeilijk partijen in zien. Het Forum is nog maar in oktober in alle openheid opgericht binnen de SP, en stelt zich als doel “het vormen van een eenheidsfront van marxisten binnen de SP, voor de transformatie van de SP”. De oproep is misschien zéér ambitieus, maar heeft blijkbaar het beste voor met de SP: “Samen zullen we de strijd voor principes en een vitale, daadkrachtige en waarlijk socialistische partij aangaan en de SP weer een toekomst schenken”. Het Platform van zijn kant zegt uitdrukkelijk niet aan een nieuwe politieke partij te timmeren: “Een eigen politieke partij opzetten leidt wat ons betreft tot een sektarische doodlopende weg. De SP is alles behalve ideaal en we hebben er ook de nodige politieke kritiek op, maar ondanks deze gebreken is het zinniger om de bestaande beweging te winnen voor daadwerkelijk socialistische politiek, dan weer van de grond af aan te beginnen “ Dat ziet Arnout Hoekstra, de algemeen secretaris van de SP, anders. Hij heeft zo zijn eigen lezing van de bedoelingen van het Communistisch Platform: “Deze mensen zeggen echt heel enge dingen. Ze willen de bevolking bewapenen om over te gaan tot een burgeroorlog.” Heel gevaarlijk tuig blijkbaar, alhoewel Hoekstra het ook heeft over “geradicaliseerde zolderkamercommunisten” die weliswaar proberen ”om onze partij over te nemen”… De timing van de royering van de ‘zolderkamercommunisten’ was niet toevallig. Op zondag 22 november was er een algemene ledenvergadering van de SP-jongerenorganisatie ROOD, waar een nieuw bestuur zou verkozen worden. Nu hadden zich toch enkele van deze zolderkamercommunisten kandidaat gesteld voor het bestuur! Hup, vlug eruitgezet alvorens ze de partij overnemen! Het mocht niet baten. Op 22 november werd Olaf Kemerink tot voorzitter van ROOD verkozen, een ander uitgesloten gevaarlijk element (Robin de Rooij) tot bestuurslid. De SP zit met een serieus probleem: haar jongeren verkiezen met 75% van de stemmen een zolderkamercommunist tot voorzitter, iemand die het Nederlandse volk gaat bewapenen en een burgeroorlog ontketenen! De reactie van de SP-leiding was navenant: twee dagen na de verkiezing werden aan de jongerenorganisatie alle middelen ontnomen: de website, financiële en administratieve ondersteuning. Vanwaar deze verbetenheid, kan men zich afvragen, en dan nog wel enkele maanden voor de Nederlandse verkiezingen (17 maart 2021) waar elke partij zich met het beste beentje aan de kiezer wil presenteren? Daar draait het blijkbaar grotendeels om, want binnen ROOD waren stemmen opgegaan tegen de toenemende tendens bij de SP-leiding om tot een coalitie toe te treden, al was het met Ruttes VVD. “De consolidatie van de macht van de parlementaire fractie [van de SP] onder leiding van Lilian Marijnissen [partijleidster] stelt slechts een terugkeer naar oude vermoeide ideeën voor; toenadering tot de burgerlijke partijen, inbinden van radicale standpunten en een poging tot het betreden van de politieke mainstream”, aldus een standpunt van het Marxistisch Forum. Deze zolderkamerwaarheid zorgt blijkbaar wel voor een kleine burgeroorlog binnen (?) de SP. (hm)    

De ‘oorlog’ tegen corona

30/11/2020 - 19:00

30 november 2020 - Wie de strijd tegen de coronapandemie met een ‘oorlog’ wil vergelijken kan het beeld nu ook doortrekken naar de oorlogsprofiteurs, de mannen van de zwarte markt die gouden zaakjes doen in tijden van ellende. Le Monde van 27 november [efn_note]Covid-19: comment Gilead a vendu son remdésivir à l’Europe [/efn_note] illustreert dit met het geval van het Amerikaanse farmabedrijf Gilead en zijn coronaproduct remdesivir. Het bedrijf was er in het voorjaar al in geslaagd om zijn molecule, voorheen zonder veel succes ingezet tegen Ebola, voor te stellen als de mirakeloplossing tegen het coronavirus. Tal van organisaties en medische verantwoordelijken wereldwijd maakten zich zorgen dat het bedrijf misbruik zou maken van zijn patentrecht en richtten zich eind maart in een open brief tot de CEO van Gilead. Eind juni maakte die de prijs bekend: 2340 $ per behandeling, bestaande uit zes dosissen. De Wereldgezondheidsorganisatie was ondertussen begonnen aan een grootschalig onderzoek naar de efficiëntie van remdesivir in de strijd tegen het coronavirus. Dit was geen overbodige luxe, want Gilead kon slechts twijfelachtige resultaten voorleggen. Uit een kleinschalig experiment in Wuhan, de vermoedelijke bakermat van het virus, bleek geen enkel effect op de mortaliteit. Gilead veranderde daarop het geweer van schouder en beweerde dat het product de herstelperiode van coronapatiënten drastisch verkort, wat de gemiddelde prijs per patiënt in een Amerikaans ziekenhuis met 12.000 $ zou verlagen… Op 15 oktober publiceert de Wereldgezondheidsorganisatie haar resultaten: remdesivir heeft geen enkel effect, noch op de mortaliteit, noch op de lengte van de hospitalisatie, en op 20 november waarschuwt ze ook voor belangrijke nevenwerkingen. Deze resultaten waren door een contractuele verbintenis al enkele weken voorheen meegedeeld aan Gilead, dat er kon op reageren vóór de publicatie. En net in die week voor de publicatie sluit Gilead een hoop contracten af in Europa: 500.000 behandelingen (drie miljoen dosissen) aan de Europese Commissie, wat het sein is voor een aantal Balkanlanden om hetzelfde te doen. De prijs is die van de Amerikaanse markt:1970 € per behandeling. In totaal zouden volgens Le Monde 35 landen contracten getekend hebben. Er zouden al 640.000 dosissen verkocht zijn, wat Gilead al 220 miljoen euro in het laatje bracht. Jammer toch dat de Europese Commissie, toch zeer goed vertrouwd met de filosofie van big business, zich hier even goed heeft laten vangen… Le Monde brengt ook nog een ontluisterend cijfer over de spreekwoordelijke enorme ontwikkelingskosten van geneesmiddelen. Volgens een ploeg van Engelse, Amerikaanse en Australische onderzoekers is de totale productiekost van remdesivir ongeveer 5,58 $ per zes dosissen, te vergelijken dus met de 420 maal hogere Gilead-prijs van 2340 $. Bij de ontwikkeling van remdesivir waren trouwens voor 70 miljoen $ publieke gelden geïnvesteerd. Is de strijd tegen corona een oorlog? Misschien moeten de oorlogsmisdadigers dan ook eens berecht worden…  (hm)    

Das europäische Kurzarbeitergeld ist ein Geschenk an die Konzerne

27/11/2020 - 15:09
Bewaren als PDF

Klaus Dräger und Herman Michiel –  27 November 2020 – Mit der SURE-Initiative stellt die EU einen Plan für ein europäisches Kurzarbeitergeld vor. Die Maßnahmen werden als Sozialprogramm für die Beschäftigten verkauft. Doch Hauptprofiteure sind wieder einmal die Unternehmen.

Veröffentlicht  on Jacobin.de

Hits: 1

Assange en het Europees Parlement (bis)

26/11/2020 - 23:04

26 november 2020 - Twee dagen geleden brachten we een bericht over de stemming die zou plaats hebben in het Europees Parlement over een rapport aangaande de fundamentele rechten in Europa. Daar was door Verenigd Links (GUE/NGL) een amendement bij voorgesteld om het gevangen houden en beschuldigen van  Wikileaks-klokkenluider Julian Assange expliciet te vermelden als een gevaarlijk precedent voor de persvrijheid. Nu de stemming over dit amendement bekend is kan men zich enkel diep schamen over de kruiperige aard van de meerderheid in dit Parlement, die zich best niet te veel meer zouden uitspreken over persvrijheid en de 'verdediging van de rechtsstaat'. Het amendement werd verworpen (191 voor, 408 tegen, 93 onthoudingen) en wel door het gros van de 'weldenkende' fracties: de christendemocraten (Europese Volkspartij), de sociaaldemocraten (S&D) en de liberalen (Renew). Al deze heren en dames vinden het belangrijker dat de misdaden van de NAVO-bondgenoot in Washington bedekt blijven dan dat een moedig journalist gered wordt. Het amendement werd gesteund door Verenigd Links (met Marc Botenga, PVDA/PTB van Belgische zijde, en Anja Hazekamp,  Partij voor de Dieren van Nederlandse), de Groenen (Lamberts en Bricmont van Ecolo, Matthieu van Groen, Eickhout, Strik en Sparrentak van GroenLinks) en welgeteld 16 sociaaldemocraten, waaronder de Belgische PS-ers Marie Arena en Marc Tarabella.  Het is een kaakslag, niet alleen voor links maar voor decente democraten in het algemeen, dat Vlaams Belangers en soortgenoten nu kunnen verwijzen naar hun stem voor de persvrijheid terwijl 'deftige' partijen dat niet kunnen... Inderdaad, onder de welbekende 'democraten' en 'progressieven' uit onze contreien die er niet om malen dat  Assange uitgeleverd wordt aan Washington vermelden we o.a.  Van Brempt (s.pa), Jongerius, Piri en Tang (PvdA), liberale brulboei Verhofstadt (VLD) , 'voorvechtster van burgerlijke vrijheden en mensenrechten' Sophie in 't Veld (D66), en oudgediende Vlaamse eminenties als Kris Peeters (CD&V), Van Overtveldt en Bourgeois (N-VA).  Ze winnen een gratis verblijf in Belmarsh. (hm)    

Brochure: Een ommuurde wereld – naar een globale apartheid

26/11/2020 - 18:11

26 november 2020 - A Walled World – Towards a global Apartheid is een interessante, zij het ook verkillende studie over het optrekken van muren wereldwijd, in de voorbije halve eeuw. De brochure kwam tot stand door de samenwerking van het Centre Delàs (Barcelona), het Transnational Institute (TNI) en Stop Wapenhandel (Nederland), en de Palestinian Grassroots Anti-Apartheid Wall Campaign. Er is een Engelse en een Spaanse versie, en er zijn samenvattingen in het Nederlands en Catalaans. Alles is te vinden op de site van TNI. “In 1989 waren er zes muren, nu zijn er minstens 63 langs grenzen of op bezet gebied over de hele wereld, en overal ter wereld pleiten politieke leiders voor meer”, schrijven de auteurs; maar als ook ‘muren’ bewaakt door troepen, schepen, vliegtuigen, drones, camera’s, patrouilles op land, ter zee en in de lucht zouden meegeteld worden zijn het er honderden. “Dertig jaar na de ineenstorting in Zuid-Afrika van het apartheidsregime creëert dit een nieuw soort mondiale apartheid”, stelt het rapport. Met dit begrip kunnen “tendensen en structuren van macht en mondiale segregatie” worden verklaard ” waarin “muren slechts een van de fysieke en zichtbare dimensies zijn van het groeiende culturele, structurele en fysieke geweld dat dit systeem in de wereld veroorzaakt.” “Eén van de aanjagers, en profiteurs, van deze golf van muurbouw is het grens-bewakings-industriële complex. Deze industrie pusht een narratief waarin migratie en andere politieke en/of humanitaire uitdagingen aan de grens primair worden gekaderd als een veiligheidsprobleem, waarbij de grens nooit genoeg beveiligd kan zijn, en waarvoor de nieuwste militaire en veiligheidstechnologieën altijd de oplossing zijn.” Beter daarvan worden wapenbedrijven als Airbus, Thales, Leonardo, Lockheed Martin, General Dynamics, Northrop Grumman en L3 Technologies. Ondertussen kunnen Israëlische bedrijven prat gaan op hun praktische ervaring met het optrekken van apartheidsmuren, zoals Magal Security dat de muur op de West Bank bouwde; het werd dan ook uitgenodigd op een workshop van Frontex, het grensbewakingsagentschap van de EU. De nieuwste trend zijn ‘autonome systemen’, drones e.d. beheerd met ‘artificiële intelligentie’. Van virus-proof muren is evenwel nog geen sprake. (hm)    

Ons kent ons: Commissie en Blackrock

25/11/2020 - 18:15

25 november 2020 – De Europese ombudsvrouw Emily O'Reilly  tikt de Europese Commissie op de vingers wegens de onkiese keuze van Blackrock voor het uitvoeren van een studie over het integreren van sociale en ecologische normen in de regulering van banken. ‘Onkies’ is hier wel een zéér sterk understatement, want men kan de keuze van de Commissie eerder een provocatie noemen, toch voor wie zich een klein beetje bekommert om het algemeen belang. Want het Amerikaanse Blackrock is de grootste vermogensbeheerder-beleggingsadviseur ter wereld, met een reputatie die stinkt als een industriële varkensmesterij. Blackrock heeft enorme belangen in de fossiele energievoorziening, in de kaalslag van het Amazonewoud, en is een van de grootste aandeelhouders in Europese banken. Het bedrijf spendeert jaarlijks ook vele miljoenen voor zijn lobbywerk bij de Europese instellingen. Zoiets zou de Commissie dan moeten adviseren over ‘duurzame financiering’… Een uitgebreid rapport hierover bij Corporate Europe Observatory. (hm)

Assange: welke europarlementsleden steunen persvrijheid?

24/11/2020 - 11:12

24 november 2020 - Ik ging in op de oproep van het Belgisch comité Free Assange en stuurde een mail naar de nederlandstalige Belgisch europarlementsleden (met uitzondering van de Vlaams Belangers) met de dringende vraag het "Assange amendement" vanavond goed te keuren. U hebt nog wat tijd om dit ook te doen (de adressen zijn geert.bourgeois@europarl.europa.eupetra.desutter@europarl.europa.eucindy.franssen@europarl.europa.euassita.kanko@europarl.europa.eu ,kris.peeters@europarl.europa.eukathleen.vanbrempt@europarl.europa.eu ,johan.vanovertveldt@europarl.europa.eu,hilde.vautmans@europarl.europa.eu ,guy.verhofstadt@europarl.europa.eumarc.botenga@europarl.europa.eusaskia.bricmont@europarl.europa.eu) Wat druk op de Nederlandse MEPs zou ook zeer welkom zijn!  (hm) Ziehier een mogelijke boodschap:  

Geachte Mevrouw, Mijnheer,

Geacht Europarlementslid,

Op dinsdag 24 november zult u tijdens de avondstemming stemmen over het verslag aangaande de situatie van de grondrechten in de Europese Unie in 2018-2019.

Ik roep u op om tijdens deze stemming amendement 44 te steunen.

De rapporteur van dit verslag, Clare Daly, heeft een verwijzing opgenomen naar de oprichter van WikiLeaks, Julian Assange, die erkent dat zijn zaak een bedreiging vormt voor de journalisten en de vrijheid van meningsuiting in Europa.

In de commissiefase hebben EVP, S&D en Renew echter allemaal gestemd om de verwijzing naar Assange uit de tekst te schrappen.

Ik ben van mening dat de strafrechtelijke vervolging van Julian Assange - voor journalistieke activiteiten die volledig binnen de Europese Unie plaatsvonden - vérstrekkende gevolgen heeft. Het bedreigt de persvrijheid in Europa en brengt de grondrechten van alle Europeanen in gevaar.

Ik ben niet alleen in dit geval.

De Europese Federatie van Journalisten zei dat de opsluiting en vervolging van de heer Assange "een uiterst gevaarlijk precedent schept voor journalisten, mediaprofessionals en de persvrijheid".

De Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa heeft erkend dat "de opsluiting en strafrechtelijke vervolging van de heer Julian Assange een gevaarlijk precedent heeft geschapen voor journalisten" en heeft opgeroepen tot "een verbod op de uitlevering van de heer Assange aan de Verenigde Staten en tot zijn spoedige vrijlating".

De Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa, mevrouw Dunja Mijatovic, verklaarde dat "het toestaan van de uitlevering van Julian Assange op deze basis een verlammend effect zou hebben op de vrijheid van de media en uiteindelijk de pers zou kunnen belemmeren bij de uitvoering van haar taak om in de democratische samenleving publiek te informeren en toezicht te houden".

Het is normaal dat dit geval in het verslag van het Europees Parlement over de grondrechten wordt genoemd, en het is onaanvaardbaar dat het is geschrapt. Wat men ook van Assange mag denken, het is een feit dat deze zaak schadelijk is voor de grondrechten in Europa.

De leden van het Europees Parlement moeten zich hiertegen verzetten.

De rapporteur, Clare Daly, heeft in de plenaire vergadering een amendement ingediend, amendement 44, dat de verwijzing naar de zaak-Assange in de tekst toevoegt. Het is van essentieel belang dat het wordt aangenomen.

Steun alstublieft amendement 44 van dinsdagavond.

Ik zal deze stemming zeer aandachtig volgen. Ik hoop dat ik op u kan rekenen om het juiste te doen.

Met vriendelijke groet

XXX

Twee jaar geleden: het ‘Marrakesh Pact’

23/11/2020 - 13:53

door Herman Michiel 23 november 2020   Herinnert u het zich? Twee jaar geleden stond de politieke wereld in rep en roer over het ‘migratiepact’ dat op 10-11 december 2018 in het Marokkaanse Marrakesh zou ondertekend worden. Samen met een verdrag over vluchtelingen was het verdrag over migratie ontstaan in de schoot van de Verenigde Naties. Over de onderhandelingen was weinig inkt gevloeid, en het vlot verloop ervan hoefde eigenlijk niet verbazen aangezien het geen bindende overeenkomsten waren. Zelfs de toenmalige Belgische staatssecretaris voor asiel en migratie Theo Francken (N-VA), nochtans nooit beducht voor wat anti migrantenhetze, had er zijn mond nog niet over open gedaan. Totdat rechtse demagogen te elfder ure in het ‘migratiepact’ een kans zagen om er politiek mee te scoren. Trump en Victor Orbán hadden al aangekondigd het verdrag niet te zullen tekenen, eind oktober 2018 sloot de Oostenrijkse christendemocratische kanselier Sebastian Kurz zich daarbij aan, gevolgd door de Tsjechische premier en miljardair Babis. ‘Marrakesh’ werd een hot item in de media; Francken en de N-VA beseften dat ze een kans aan het verkijken waren en vervoegden in allerijl het anti-Marrakesh kamp. De laattijdigheid van hun reactie compenseerden ze met de hevigheid ervan, en lieten er de Belgische regering over vallen. Maar deze nieuwe politieke constellatie bood ook goedkope propagandamogelijkheden voor de ‘decentere’ vleugel van het politiek establishment, dat zich met de ondertekening toch tot niets verbond. De toenmalige Belgische premier Michel en huidig ‘president van Europa’ kon plechtig verklaren dat “zijn land aan de goede kant van de geschiedenis zou staan”. Commissievoorzitter Juncker hekelde Orbán & Co omdat ze de ‘Europese waarden’ verloochenden. In twee artikels [efn_note] Zie ‘Welkom migranten’ of ‘Welkom migratie’ ?  en Is het VN-migratieverdrag nu goed geworden omdat uiterst rechts het slecht vindt? [/efn_note] heb ik de hypocrisie achter het Marrakesh-vertoon onder de loep genomen, en ook gewezen op het gevaar dat progressieve organisaties zich laten op sleeptouw nemen door patronale standpunten die alleen geïnteresseerd zijn in goedkope arbeidskracht, maar dit verpakken als een bijdrage tot ‘duurzame ontwikkeling’. Er is een hemelsbreed verschil tussen het verdedigen van migranten, mensen die oorlog, geweld, droogte, honger of armoede willen ontvluchten, en het voorstellen van door westerse economische belangen geselecteerde migratie als duurzame ontwikkeling. “Het VN-migratiepact is geen stap vooruit om de drama’s op de Middellandse Zee te vermijden, om de redenen voor ‘gedwongen migratie’ af te bouwen, om hoop te geven aan de wanhopigen”, schreef ik, en in de voorbije twee jaar werd dit door de Europese migratie-en asiel politiek volledig bevestigd. Maar zelfs waar het migratiepact een sprankeltje had kunnen bijdragen om het lot van migranten te verbeteren is er niets veranderd. Ik heb het over het overmaken van geld door migrante arbeiders alhier naar familie in het thuisland, de zogenoemde ‘remittances’, die soms belangrijker zijn dan alle ontwikkelingshulp samen. Bij de transfer van deze gelden profiteren Westerse banken en financiële instellingen van schandalige woekerrentes, waardoor een aanzienlijk deel van de zuurverdiende centen in de verkeerde zakken terecht komt. Een van de bekende kanalen voor dergelijke transfers is Western Union, dat er niet voor terugschrikt 10% en meer van de transfer voor zich te houden. De ondertekenaars van het migratiepact zouden proberen de transferkosten tot 3% te reduceren  (door promotie van  ‘a competitive and innovative remittance market’). Hoever staan ze daarmee? Nergens, zo blijkt uit recente cijfers. In een rapport van de Wereldbank (oktober 2020) lezen we: “Banks continue to be the costliest channel for sending remittances, with an average cost of 10.9 percent in 2020 Q3, while post offices are recorded at 8.6 percent, money transfer operators at 5.8 percent, and mobile operators at 2.8 percent.” Caritas publiceert een tabel die getuigt van de ‘ijver’ waarmee de ‘decente’ politiekers dit zeer beperkte, praktische puntje van het migratiepact nastreven:   Ondertussen gaat de Europese Unie onverdroten verder met de uitbouw van een buitengrenswacht van 10.000 man en is ze die buitengrens steeds verder in Afrika aan het vooruitschuiven…

Het sprookje van de gelijkheid in Europa

20/11/2020 - 16:51

20 november 2020 Door de redactie van German Foreign Policy (*) Met dank voor toelating tot overname Nederlandse vertaling: Ander Europa   Duitse economische onderzoekers voorspellen een groeiende kloof tussen het rijke Noorden en het verarmende Zuiden van de eurozone.   BERLIJN (Eigen  bericht) - De sociaal-economische kloof tussen het rijke Noorden en het verarmende Zuiden van de eurozone zal blijven groeien, volgens een recente studie van het bedrijfsgerichte Institut für Wirtschaftsforschung (IW) in Keulen. De kloof binnen de eurozone was tussen 2009 en 2018 al aanzienlijk toegenomen, waarbij de economie van het Noorden met 37,2 procent is gegroeid, die in het Zuiden slechts met 14,6 procent. Deze ontwikkeling zal zich de komende 25 jaar voortzetten, voorspelt het IW. Wel constateert IW een zeker inhaaleffect in Oost-Europa, dat echter niet zal leiden tot een inhaalslag naar het Westen, gezien de barre startcondities na de deïndustrialisatie van de jaren negentig van de vorige eeuw. De regio dient nog steeds als ‘groot atelier’, met name voor de Duitse exportindustrie, maar dit biedt geen perspectief op zelfstandige groei. Waarnemers verwachten dat de corona-crisis de kloof tussen het Noorden en het Zuiden nog verder zal vergroten. Het Duitse handelsoverschot en de Berlijnse bezuinigingen zijn de werkelijke redenen voor deze ongelijkheid.     Het Zuiden verliest nog steeds terrein In een onlangs gepubliceerde studie van het Institut für Wirtschaftsforschung in Keulen (IW) wordt de groeiende sociaaleconomische kloof in de eurozone gedocumenteerd.[efn_note] Der Süden verliert weiter an Boden. iwd.de 10.11.2020. [/efn_note]. In de studie worden de economische prestaties van de EU-landen tussen 2009 en 2018 geëvalueerd, waarbij deze in drie regionale groepen worden verdeeld: Noord-Europa, Oost-Europa - bestaande uit de nationale economieën die in de loop van de uitbreiding naar het Oosten tot de EU zijn toegetreden - en het Zuiden van de EU, met inbegrip van Frankrijk. Uit de bevindingen blijkt dat de vermeende gelijkheid in Europa een "vergissing" is, volgens een rapport dat eind oktober bij de presentatie van de studie werd gepubliceerd. De doelstelling om tot een toegroei van de economische prestaties te komen ligt voor het Zuiden "steeds verder af"[efn_note] Tobias Kaiser: Der Irrtum von mehr Gleichheit in Europa. welt.de 20.10.2020 [/efn_note]. In die periode groeiden de economische prestaties van Noord- en Noordwest-Europa met 37,2 procent, en met slechts 14,6 procent in het Zuiden van de EU, zo schrijft het IW. Dit leidt tot een gestaag groeiend economisch overwicht van het Noorden over de zuidelijke periferie van de eurozone. Bovendien leidt de opname van Frankrijk onder de zuidelijke staten tot een vertekend beeld, aldus de studie; daarzonder zouden de Zuid-Europese landen tussen 2009 en 2018 een economische groei van slechts 9,9 procent hebben bereikt - gemiddeld minder dan één procent per jaar. Het Noorden neemt steeds meer afstand van het Zuiden. De schuldencrisis in de eurozone en de diepe recessies in de betrokken landen worden genoemd als de oorzaken van het uiteendrijven van de eurozone. Zelfs landen die aanvankelijk hadden geprofiteerd van de invoering van de euro en de sterke daling van de financieringskosten zijn in de nasleep van de eurocrisis economisch teruggevallen.  Helemaal aan de staart komen Griekse regio's, waarvan de economische prestaties in de loop van het geëvalueerde decennium met wel een vijfde zijn gedaald.     Het Oosten is enigszins aan het bijbenen In Oost-Europa daarentegen, dat vooral dient als een uitgebreide werkbank voor exportgerichte Duitse bedrijven, kon volgens de IW-studie tussen 2009 en 2018 een zeker economisch inhaaleffect worden vastgesteld.[efn_note] IW-studie: Nord- und Südeuropa driften wirtschaftlich auseinander. oldenburger-onlinezeitung.de 20.10.2020. [/efn_note]. In die periode is het BBP van die regio - die in twee golven (2004 en 2007) tot de EU is toegetreden - met gemiddeld 49,6 procent gestegen. Zoals algemeen is opgemerkt, is de sociaaleconomische kloof nog steeds aanzienlijk, ondanks de inhaalrace. Dit is te wijten aan het feit dat deze voormalige socialistische landen in de jaren negentig van de vorige eeuw een rampzalige systeemwissel hadden ondergaan, die gepaard ging met een uitgebreide deïndustrialisatie, waardoor ze tegen de tijd dat ze tot de EU toetraden tot een laag sociaal-economisch niveau waren gezakt. Op middellange termijn lijkt er geen sprake te zijn van een echte aanpassing van de sociaal-economische niveaus tussen het Oosten en het Westen, vooral omdat een groot deel van de herindustrialisatie van de oostelijke periferie van de EU nog steeds afhankelijk is van de investeringen van West-Europese - met name Duitse - bedrijven.   Van Freiburg naar Mannheim  De auteurs van de IW-studie gaan er ook van uit dat het Noorden en het Zuiden van de EU in de komende jaren nog verder uit elkaar zullen drijven. Om de aanzienlijke verschuiving van het economische zwaartepunt van de EU naar het noorden te illustreren, heeft het IW het ‘economisch epicentrum van Europa’ berekend, van waaruit ‘de economische prestaties in alle richtingen ongeveer gelijk zijn’. Sinds 2009, d.w.z. sinds het uitbreken van de eurocrisis, is dit punt, dat ook het zwaartepunt van de economische prestaties binnen de EU vormt, geografisch gezien systematisch naar het noorden verschoven, aldus IW. In 2008 lag het nog "ten zuidoosten van Freiburg in Breisgau", maar in 2018 was het 50 km naar het noorden getrokken, nu "ten zuidoosten van Offenburg in Baden-Württemberg". De IW-studie voorspelt dat deze trend zich de komende 25 jaar zal voortzetten. In 2045 zal het economisch zwaartepunt van de EU "in de buurt van Mannheim" liggen.   De pandemie als bron van onenigheid... Waarnemers zijn van mening dat het economisch herstelprogramma van de EU, dat in de zomer van 2020 is aangenomen als reactie op de door de pandemie veroorzaakte economische terugval, de economische onbalans van de EU nauwelijks zal verbeteren [efn_note] Tobias Kaiser: Der Irrtum von mehr Gleichheit in Europa. welt.de 20.10.2020. [/efn_note].  Hoewel een groot deel van de financiën naar de zuidelijke eurozone zal vloeien, is het echter onwaarschijnlijk dat dit snel genoeg zal gebeuren om de huidige recessie te kunnen bestrijden. Van de ca. 209 miljard euro aan subsidies en kredieten die de Italianen bijvoorbeeld hopen te ontvangen, zal in de loop van het komende jaar slechts een miniem deel worden overgemaakt. Het grotere deel van het bedrag zal pas in 2022 beschikbaar zijn. Daarom is het onwaarschijnlijk dat de herstelfondsen de Zuid-Europese landen echt zullen helpen. Waarschijnlijk zorgen ze voor "meer groei op lange termijn". Tegen 2022 zal de economische kloof tussen het noorden en het zuiden echter groter zijn, aangezien de zuidelijke periferie veel harder is getroffen door de gevolgen van de Covid-19-pandemie dan het noordelijke centrum. Medio 2020 voorspelden waarnemers al dat de coronarecessie de EU nog verder zou verdelen, aangezien het Zuiden bijzonder hard zou lijden onder het verlies van inkomsten uit het toerisme [efn_note] Oliver Grimm, Matthias Auer: Die Coronarezession spaltet Europa. diepresse.com 07.07.2020. [/efn_note]. De meest recente voorspellingen van de EU-Commissie gaan uit van een daling van 7,8 procent in de eurozone en 7,4 procent voor de EU in haar geheel, waarbij de Commissie uitdrukkelijk verwijst naar gedifferentieerde economische impact van de pandemie binnen de Unie [efn_note] Economische najaarsprognoses 2020: Herstel onderbroken nu heropleving van pandemie onzekerheid vergroot [/efn_note]. Landen als Italië, Spanje of Frankrijk moeten dit jaar een krimp van hun economische prestaties met meer dan 10% verwachten, terwijl Duitsland kan hopen op een daling van ‘slechts’ ongeveer 6 procent. Al in mei voorspelden de belangrijkste mediaorganen dat Duitsland daarom sterker uit de crisis zal komen dan zijn Europese rivalen [efn_note] Notker Blechner: Deutschland kommt stärker aus der Krise. tagesschau.de 08.05.2020 [/efn_note].   Oorzaken van het Duitse Overwicht He economische overwicht van Duitsland - dat sinds de eurocrisis gestaag is versterkt - is vooral te wijten aan twee langetermijnfactoren: de extreme verschillen in handelsbalans tussen de EU-landen en het bezuinigingsregime dat de voormalige Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble na het uitbreken van de eurocrisis aan de zuidelijke perifere eurozone had opgelegd. Na de invoering van de euro en na de ‘interne devaluatie’ in de loop van Agenda 2010 en Hartz IV, heeft Duitsland tegen 2019 een enorm handelsoverschot van meer dan 1500 miljard euro ten opzichte van de landen van de eurozone opgebouwd. Deze handelsoverschotten - vergaard met behulp van het klassieke beggar-thy_neighbour-beleid [efn_note] Met een ‘beggar-thy-neighbour’-politiek (letterlijk: “ruïneer je buurman”) wordt bedoeld dat een land probeert zijn economische problemen op te lossen door ze af te wentelen op de buurlanden. [Noot van de vertaler] [/efn_note] - leidden tot een deïndustrialisatie en het ontstaan van tekorten - of schulden - vooral in de landen van de zuidelijke eurozone. Ten opzichte van de eurozone steeg het jaarlijkse handelsoverschot van Duitsland van ongeveer 47 miljard euro in 2000 tot meer dan 87 miljard euro in 2004 en 114 miljard euro in 2007, op het moment dat de schulden- en vastgoedzeepbellen hun hoogtepunt bereikten in de EU. Na het uitbreken van de eurocrisis zijn de Duitse exportoverschotten binnen de eurozone gezakt tot 60 miljard euro in 2013, om vervolgens van 2017 tot 2019 weer snel te stijgen tot het niveau van voor de crisis, namelijk 82 tot 90 miljard euro. Gedurende meer dan twee decennia heeft de euro - terwijl hij de perifere nationale economieën van de muntunie de mogelijkheid ontnam om op de Duitse handelsoverschotten te reageren met devaluaties - de Duitse exportsector in staat gesteld zijn positie op de wereldmarkt te versterken ten koste van zijn Europese concurrenten, terwijl hij tegelijkertijd het economische overwicht van Duitsland binnen de EU heeft versterkt. Daar komt nog het strenge bezuinigingsbeleid van de EU bij, dat door de voormalige Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble aan de eurozone werd opgelegd en dat ten tijde van zijn aftreden zelfs door Duitse critici als ‘destructief’ werd bestempeld [efn_note] Stephan Kaufmann: Eine Politik der Zerstörung. Frankfurter Rundschau 03.03.2017. [/efn_note]. Het bezuinigingsprogramma van Berlijn "kostte de eurozone miljarden aan economische prestaties en miljoenen banen", zo werd opgemerkt. Door het bezuinigingsbeleid van Schäuble hadden landen als Frankrijk en Italië "ongeveer zes procent" - Spanje zelfs ongeveer 14 procent - van hun economische prestaties verloren. Naast de directe schade die de landen in kwestie hebben geleden, heeft dit de economische kloof tussen de tijdelijke wereldkampioen export, Duitsland, en de zuidelijke periferie van de eurozone onverbiddelijk vergroot.   (*) German-Foreign-Policy.com wordt gerealiseerd door een groep onafhankelijke journalisten en sociale wetenschappers die “permanent de hernieuwde pogingen van Duitsland opvolgen om terug een hoge machtsstatus te verwerven op economisch, militair en politiek vlak.”

Polen en Hongarije uit de EU smijten?

19/11/2020 - 12:45
Bewaren als PDF

19 november 2020 – Het is weer crisis in de EU, en dan lees je in de kranten de gekste dingen. Zo weet de editorialist van De Standaard vandaag dat de Europese eenheid tot stand is gekomen om te voorkomen dat antidemocratische en vrijheidsbeknottende regimes nog voet aan de grond zouden krijgen op het continent. Wij hebben altijd geleerd dat het was om een nieuwe oorlog te voorkomen, wat we ook niet echt geloofden. Maar iedere crisis heeft blijkbaar zijn eigen verhaal nodig. Desnoods moet de EU haar geografische eenheid maar op het spel zetten, aldus nog Ruben Mooijman.

Polen en Hongarije desnoods uit de EU zetten? En als morgen Donald Tusk de verkiezingen in Polen wint Polen weer toelaten? En als Marine Le Pen de volgende presidentsverkiezingen wint Frankrijk maar aan de deur zetten? Even serieus blijven Ruben!

Andere proefballonnetjes klinken wat ernstiger: een intergouvernementeel herstelfonds zonder Hongarije en Polen opzetten, dus buiten het institutioneel raamwerk van de EU; of de mogelijkheid van de ‘beperkte samenwerking’ inzetten die in de Europese Verdragen voorzien is wanneer een aantal lidstaten op een terrein verdere samenwerking willen dan andere. Maar uiteindelijk is het allemaal maar bedoeld om Polen en Hongarije onder druk te zetten.

De kwestie van de rechtsstaat is natuurlijk belangrijk: de legitimiteit van de EU staat op het spel, maar ook het goed werken van de gemeenschappelijke markt. Die markt werkt niet als lidstaten met niet-marktconforme middelen, zoals corruptie, eigen bedrijven bevoordelen in de harde concurrentie die de basis vormt van de EU.

Uit allerlei opinies komt inmiddels een aparte visie naar voor over de mensen in Polen of Hongarije. Zo lees je om de haverklap, laatst nog van Geert Mak in de VPRO-gids, dat het volstaat de Europese subsidiekraan dicht te draaien zodat Orbán zijn kiezers niet meer kan omkopen. Hebben die kiezers dan geen opvattingen die verder reiken dan hun portemonnee? Zo is de waard, zo vertrouwt hij zijn gasten.

Misschien is het verschil tussen Polen en, bijvoorbeeld, Nederland niet meer dan dat rechtse nationalisten in Polen momenteel een meerderheid hebben, en in Nederland vooralsnog niet? Eerder dan te vertrouwen op de Brusselse stok en wortel om de Poolse of Hongaarse kiezers weer in het gareel te krijgen lijkt het aangewezen wat meer vertrouwen te geven aan de mensen daar, en de grensoverschrijdende samenwerking tussen progressieve democraten te versterken. (fs)

Hits: 2

De EU in het verkiezingsprogramma van Bij1

19/11/2020 - 09:55
Bewaren als PDF

19 november 2020 – Voor wie een fijn socialistisch verkiezingsprogramma wil lezen is het programma van Bij1 voor de verkiezingen voor de Tweede Kamer in maart 2021 een aanrader. Je vindt het hier.

De voorstellen op korte termijn over asiel en migratie klinken ons bekend in de oren. Ze lijken sterk op wat een groep in de aanloop naar de laatste Europese verkiezingen verdedigde in de schoot van de SP. Zo is er de eis dat de Europese Unie moet ijveren voor veilige vluchtroutes voor vluchtelingen, in plaats van de grenzen dicht te timmeren. Binnen de SP haalden deze voorstellen het net niet. Misschien heeft de gelijkenis te maken met het feit dat sindsdien een aantal militanten de overstap maakten van de SP naar Bij1.

Wij keken natuurlijk vooral naar het hoofdstuk over de Europese Unie. Daar bleven we een beetje op onze honger zitten. Niet dat Bij1 niet kritisch is over de lopende koers van de EU. Zo lezen we dit: “Kortom, er is momenteel op Europees niveau een blokkade als het gaat over democratie, milieu en mensenrechten.” Bij1 betreurt ook het gebrek aan Europese solidariteit met de lidstaten in het zuiden van Europa.

Het programma bevat heel wat voorstellen die de EU een stuk leuker zouden maken.

Bij1 ziet een fundamentele tegenstelling in de EU tussen de burgers en de multinationale bedrijven. Deze laatste hebben te veel invloed. Daarom moet de EU democratischer worden, met meer transparantie en inspraak van de burgers. Dat klinkt goed, maar sluit het ook aan bij de realiteit van de Europese Unie?

Je kan de Europese Unie immers niet behandelen als een land als een ander, waarin je verandering afdwingt door een meerderheid van de bevolking te winnen voor je voorstellen. Er is niet zoiets als een Europees volk, en de mogelijkheid van een Europese democratie ligt dus ingewikkeld. Wie de fundamenten van de Europese eenmaking wil veranderen kan niet om het probleem heen van de relatie tussen de lidstaten en het Europese niveau.

Wat doe je als je in Nederland een meerderheid verwerft voor fijne plannen, maar tegengehouden wordt door Europese autoriteiten die teruggrijpen op het marktfundamentalisme van de Europese Verdragen. De gemeenschappelijke markt is immers het fundament van de EU (en niet de rechtsstaat…). Leg je je daarbij neer, in naam van de Europese solidariteit? Of eis je een deel van je soevereiniteit terug, om als land je eigen gang te kunnen gaan? Of weiger je je neer te leggen bij de Europese autoriteit, en lok je een crisis uit?

Bij1 lijkt zich dit soort vragen nog niet gesteld te hebben. Dat is niet heel erg, want goede antwoorden zijn sowieso nog niet voorradig. Maar het zijn belangrijke vragen. De EU wint elke dag aan gewicht in het beleid van de lidstaten. In Nederland draaien de politieke elites voorzichtig weg van hun neoliberaal euroscepticisme. Ook politiek links in Nederland moet nu werk maken van een stevige visie over de relatie tussen de democratie in de lidstaten en de Europese eenmaking. Ook voor Bij1 is hier nog werk aan de winkel. (fs)

Hits: 6

Machtsgreep Europese Commissie over lokale diensten mislukt!

18/11/2020 - 18:32

door Olivier Hoedeman (*) 18 november 2020

In december 2018 brachten we met Bolkestein herrijst: Europese Commissie wil macht over diensten verslag uit over de pogingen van de Europese Commissie om de dienstenrichtlijn ('Bolkestein') nog meer armslag te geven.  Ook lokale en regionale besturen zouden ontwerpen van nieuwe reglementering vooraf aan de Commissie moeten voorleggen, die zou oordelen of ze al dan niet in strijd zijn met de 'vrije dienstverlening' in de EU. Er rees heel wat verzet tegen deze inbreuk op de lokale democratie, en we kunnen met genoegen melden dat de Commissie zich verplicht zag haar plannen in te trekken.

 

Protest van stadsbesturen heeft ertoe bijgedragen dat de poging van de Europese Commissie macht te krijgen over diensten werd verijdeld. Het is de Commissie niet gelukt een procedure voor de kennisgeving van diensten ('services notification procedure') in te stellen. Hiermee zou zij vooraf een vetorecht hebben gekregen over nieuwe wetten van regionale en lokale overheden. Lokale democratische initiatieven op uiteenlopende gebieden als betaalbare huisvesting, energievoorziening en afvalbeheer zouden nog verder beperkt kunnen worden. De Commissie zou nu haar les wel moeten geleerd hebben, en de gemeenten moeten steunen bij het nemen van sociale en milieumaatregelen, hun democratisch recht om te reguleren respecteren en niets in de weg leggen als ze voorrang geven aan de belangen van de plaatselijke bevolking in plaats van die van het bedrijfsleven.

Gemeentelijke verantwoordelijken en activisten van het maatschappelijk middenveld juichten bij de aankondiging in oktober 2020 dat het Commissievoorstel voor een richtlijn inzake de kennisgeving van diensten wordt ingetrokken. Het doel van de Commissie was om de handhaving van de EU-dienstenrichtlijn van 2006 aan te scherpen. Maar de onderhandelingen met de EU-regeringen liepen vast door de groeiende bezorgdheid over de regelgevingsvrijheid van de lokale, regionale en nationale autoriteiten. De richtlijn werd uiteindelijk ingetrokken toen er, in de woorden van de Commissie, "geen vooruitzicht op een overeenkomst" mogelijk was. Een belangrijke maar onderbelichte factor daarin was het verzet van progressieve steden en maatschappelijke groeperingen uit heel Europa.

De reden dat ze in het geweer kwamen was simpel: de richtlijn zou de lokale, regionale en nationale autoriteiten hebben gedwongen om de Europese Commissie drie maanden van tevoren (in plaats van achteraf, zoals nu het geval is) op de hoogte te stellen van alle nieuw geplande regelgeving die van invloed is op de dienstensector. Dit zou hebben betekend dat de gemeenten moeten wachten tot de Commissie haar vetorecht zou gebruiken om een geplande verordening te verwerpen of goed te keuren. Een van de eerste critici was de gemeenteraad van Amsterdam, die in zijn resolutie van september 2018 verklaarde dat de richtlijn "de autonomie van de lokale overheden ernstig zou schaden" en "een bedreiging voor de lokale democratie" zou vormen. De burgemeesters van Amsterdam, Berlijn, Madrid, Barcelona, Boedapest en Riga schreven een brief op hoge poten aan de EU-onderhandelaars, waarin zij de voorgestelde richtlijn afkraakten omdat deze administratieve lasten zou creëren en hun vermogen om te handelen en te reguleren in het algemeen belang zou schaden. Een andere open brief tegen de richtlijn werd ondertekend door meer dan 160 maatschappelijke groeperingen, vakbonden, burgemeesters en progressieve gemeentelijke partijen.

Waar het om gaat bij de betwistingen rond de dienstenrichtlijn is een botsing tussen enerzijds steden die strijden voor hun democratisch recht om de belangen van hun burgers te reguleren en te beschermen, en anderzijds een Europese Commissie die geobsedeerd is door "de voltooiing van de interne markt" en het wegnemen van wat multinationale ondernemingen beschouwen als "regelgevingsbarrières".

 

De afdeling Interne markt van de Commissie (DG GROW) heeft de neiging de voorkeur te geven aan lobbygroepen uit de dienstensector wanneer die klagen dat de lokale regelgeving waar zij een hekel aan hebben, een "inbreuk" op de dienstenrichtlijn is. De Commissie heeft haar pijlen gericht op tal van volstrekt legitieme regelingen als "regelgevingsbarrières" die zogenaamd "discriminerend" zijn ten opzichte van buitenlandse bedrijven. Zo is DG GROW herhaaldelijk in botsing gekomen met steden die de uitbreiding van AirBnB en soortgelijke huurplatforms probeerden te beperken om te voorkomen dat de huurprijzen de hoogte in zouden schieten. DG GROW heeft een zeer nauwe relatie met AirBnB-lobbyisten. Industriële lobbygroepen BusinessEurope, EuroCommerce en EuroChambres kregen een VIP-behandeling bij het opstellen van de richtlijn betreffende de kennisgevingsprocedure voor diensten.

Deze botsing tussen bedrijfsvriendelijke regels voor de interne markt en het recht van gemeenten om het algemeen belang te verdedigen neemt toe naarmate steden steeds ambitieuzere en pro-actievere spelers worden bij het aanpakken van problemen, van de klimaatcrisis tot het gebrek aan betaalbare huisvesting. Steden als Barcelona, Grenoble en Amsterdam keren het neoliberalisme de rug toe en introduceren gedurfde en innovatieve lokale oplossingen. De coronacrisis heeft de cruciale rol van steden bij het oplossen van maatschappelijke problemen nog eens extra onderstreept.

De intrekking van de richtlijn betreffende de kennisgeving van diensten is een belangrijke overwinning voor de Europese steden en zou de Commissie wakker moeten schudden. In plaats van te proberen de regelgevingsruimte van de steden te beperken, zou zij hun inspanningen om sociale en milieuproblemen aan te pakken, moeten versterken. Helaas lijkt de houding van de Commissie onveranderd, zoals blijkt uit haar nieuwe maatregelen. In maart 2020 heeft de Commissie een actieplan voor de handhaving van de interne markt (SMEAP) gelanceerd, met nieuwe "stappen om ervoor te zorgen dat de lidstaten voldoen aan de bestaande kennisgevingsverplichting in het kader van de dienstenrichtlijn teneinde nieuwe potentiële regelgevingsbarrières op te sporen en uit de weg te ruimen". Een van die stappen is de lancering door de Commissie van een nieuwe website waar zij alle kennisgevingen plaatst van regelgeving voor de dienstensector die zij van het nationale niveau heeft ontvangen. Vervolgens verzoekt zij om commentaar op de kennisgevingen van regeringen, maar ook van bedrijfslobbygroepen. In november 2019 heeft de Commissie de lobbygroep EuroCommerce voor de detailhandel actief geadviseerd over deze site en hen erop gewezen dat belangengroepen "worden uitgenodigd om opmerkingen te maken".

Een voorbeeld van hoe dit nieuwe mechanisme in de praktijk werkt, zijn de klachten die de European Holiday Home Association (EHHA) en haar Duitse ledengroep in februari 2020 hebben ingediend. Uit de verzoeken om informatieverstrekking blijkt dat deze lobbygroep (een spreekbuis van AirBnB) zich richtte op nieuwe beperkingen voor de verhuur van vakantiewoningen op het kleine Spaanse eiland Formentera (12.000 inwoners). De maatregelen (waaronder een maximum van 60 dagen per jaar voor de korte termijn verhuur van primaire woningen) zijn bedoeld om kritieke tekorten aan drinkwater aan te pakken en de snelgroeiende hoeveelheden huishoudelijk afval op het eiland te verminderen, beide verergerd door het toerisme, en het beperken van het gebruik van fossiele brandstoffen. Bovendien heeft de vraag naar toeristische accommodatie ervoor gezorgd dat de lokale bevolking geen betaalbare woonruimte kan vinden. Toch klaagde EHHA dat de regels "discriminerende, ongerechtvaardigde, onevenredige en ongeschikte maatregelen opleggen aan korte termijn verhuur op de Balearen". De Commissie stuurde onmiddellijk een brief aan de eilandsraad van Formentera met een lange lijst van kritische vragen, waarin zij "rechtvaardiging en evenredigheid" eiste rond wat volgens hen "een beperking van de economische vrijheid om te huren" vormt. In juli 2020 stuurde de eilandsraad een 16 pagina's tellend juridisch antwoord. Het valt nog te bezien of de Commissie besluit een procedure tegen de Spaanse regering te beginnen of dat zij andere maatregelen neemt tegen de regels van Formentera.

De agressieve ondervraging van de Raad van Formentera door de Commissie (uit naam van beperkte commerciële belangen) laat zien hoe de agenda voor de deregulering van de dienstensector in strijd is met de door de EU geformuleerde sociale en milieudoelstellingen, met inbegrip van de Europese Green Deal. Het is hoog tijd dat de Commissie de juiste prioriteiten stelt, voorbijgestreefde neoliberale uitgangspunten loslaat en het recht van lokale overheden om te reguleren respecteert.

  (*) Olivier Hoedeman is onderzoeker bij Corporate Europe Observatory (CEO). Dit artikel verscheen op 4 november 2020 onder de titel Wakeup call for the European Commission in its failed power grab over local services op de website van CEO. Nederlandse vertaling voor Ander Europa door Rob Noort. Met dank aan CEO voor de toelating tot overname.

Eerlijker belastingen? Uitgesteld, en weer eens verloren

17/11/2020 - 15:25

17 november 2020 - Het zou niet onlogisch zijn te verwachten dat de coronacrisis een gepaste gelegenheid was om de belastingen op een eerlijker manier te heffen. Enerzijds hebben overheden grote extra-onkosten ter ondersteuning van het gezondheidssysteem en een economisch apparaat onder anesthesie, anderzijds treft deze crisis die mensen het hardst die de minste reserves hebben. Een gepaste gelegenheid dus om de sterkste schouders aan te spreken op hun draagkracht. Dat zal eens temeer niet gebeuren, vreest Vicky Cann van het Europees lobby-observatorium Corporate Europe Observatory (CEO) in German presidency's broken promises on 'fair tax'. De omstandigheden waren nochtans gunstig. In een crisis als de huidige is het voor de sterkste schouders wat gênanter om vol te houden dat het beter is dat de zwakste schouders de sterkste ondersteunen. Bovendien is het voorzitterschap van de Europese Unie in de tweede jaarhelft van 2020 in handen van Duitsland, de lidstaat bij uitstek om haar volle gewicht in de schaal te werpen en zo de koers te beïnvloeden. Duitsland had bij het begin van het voorzitterschap ook aangekondigd iets te zullen doen voor een eerlijker belastingsysteem. Het Duits voorzitterschap is echter bijna afgelopen, en het ziet er niet naar uit dat van de beloften iets in huis komt. En als Duitsland het niet deed in 2020, is er weinig kans dat Portugal of Slovenië het doen in 2021, als zij het voorzitterschap overnemen. Op de Europese tafel liggen twee voorstellen, zeer bescheiden van draagwijdte en maar een mini-stapje in de richting van eerlijke belastingen. Het eerste zou grote bedrijven verplichten om publiek te maken waar ze hun winsten boeken en hoeveel belastingen ze erop betalen. Dit zou dus nog geen cent meer belastingen opbrengen, maar de oneerlijkheid van het huidige systeem iets meer aan het licht brengen. Het voorstel is bekend onder de naam pCBCR, wat staat voor public Country by Country Reporting, en er tekent zich nu toch een kleine meerderheid  af in de Raad van ministers van de EU om zoiets te steunen. Maar, schrijft Vicky Cann, de Duitse minister van economie Peter Altmaier (CDU) volgt blijkbaar de lijn van de bedrijfslobbys die een dergelijke maatregel bestempelen als ‘een aanval op de Duitse economie’. Vergaderingen waar het voorstel zou bediscussieerd worden werden afgelast, en een petitie met nu al meer dan 220.000 Europese handtekeningen wordt door het Duitse voorzitterschap straal genegeerd. Het tweede voorstel is bijna zo oud als de straat: een financiële transactietaks, vroeger ook bekend als Tobintaks. Een minieme heffing op (bepaalde) financiële transacties zou niet alleen speculatie een beetje terugdringen, maar ook wat geld in de publieke beurs brengen. Ook dat stond op het programma van het Duits voorzitterschap, maar dat is binnen zes weken afgelopen.… En zo vergaat het met ongeveer elk voorstel voor eerlijker belastingen. Politici zeggen niet dat ze tegen zijn, maar dat het verder moet bestudeerd worden, of dat het op het juiste niveau moet ingevoerd worden. Zo verging het ook met het voorstel van de Europese Commissie om een belasting te heffen op tech giants als Facebook en Google. De Duitse minister van financiën Scholz (SPD) zou  dat nu liefst in de schoot van de OESO zien gebeuren. Het doel is weer bereikt: de sterkste schouders worden gespaard. (hm)    

Corona en kapitalisme

13/11/2020 - 16:59

13 november 2020 - Of het coronavirus een direct gevolg is van het kapitalisme zou ik durven te betwijfelen. De pest teisterde Europa gedurende een eeuw, ruwweg van 1350 tot 1450, lang voor er van het eigenlijke kapitalisme sprake was. Denken dat alles bepaald wordt door de sociale context is m.i. een vorm van menselijke hoogmoed, hybris, die de realiteit van ons bestaan als materiële wezens in een materiële wereld vervangt door het waanbeeld van een universum dat door "de mens" misschien niet geschapen, maar wel volledig gecontroleerd wordt. Maar de manier waarop de materiële realiteit ons sociaal bestaan bepaalt hangt wel voor een groot deel af van de wijze waarop de samenleving functioneert. En hier is de kapitalistische context inderdaad zeer relevant. Zo heeft men, met nogal wat evidentie, het uitbreken van epidemieën gelieerd met het verdwijnen van de natuurlijke habitat van diersoorten - bepaalde vleermuissoorten bv. - waarmee mensen normaliter niet of weinig in contact komen. Het zorgt enerzijds voor een voortdurende versmalling van de biologische diversiteit, anderzijds voor contacten tussen mensen en bepaalde dieren die er vroeger nauwelijks waren. Dat de onverstoorbare vernieling van wouden en natuurgebieden, de bezoedeling van zeeën, meren en waterlopen een gevolg is van de kapitalistische logica kan men nog maar moeilijk ontkennen, alle IKEA-propaganda ten spijt. Maar als het kwaad dan eenmaal geschiedt, en het water tot aan de mond komt (soms in een niet zo figuurlijke betekenis), moet het natuurlijk bestreden worden, zoals in de huidige coronatijd. En ook daar speelt de kapitalistische organisatie van de samenleving een nefaste rol. Met de huidige stand van de wetenschap zal het virus ons geen eeuw teisteren zoals tijdens de middeleeuwse pest. Maar de ontplooiing van die wetenschappelijke kennis, die toch een verworvenheid is van de hele mensheid, botst op irrationele beperkingen die het directe gevolg zijn van de kapitalistische wereldordening. We vernoemen er enkele. Twee, niet bepaald linkse, Europese kranten pakken vandaag uit met een pleidooi voor een tijdelijke opheffing van de intellectuele eigendom in verband met de ontplooiing van een coronavaccin. Het Zwitserse Le Temps schrijft: “De Wereldgezondheidsorganisatie heeft initiatieven gelanceerd die berusten op solidariteit, maar die stoten op een groot obstakel: de intellectuele eigendom, die octrooien, knowhow en vertrouwelijke gegevens omvat. Dat verhindert de verspreiding van de kennis en een snelle ontplooiing van productieplaatsen van dringende medische goederen.” Het uitgesproken liberale Franse Les Échos van zijn kant doet een oproep aan de Franse regering: “Nu het onderzoek vruchten begint af te werpen, is het hoog tijd dat de Franse regering - die trouwens beweert haar soevereiniteit terug te winnen op farmaceutisch vlak - zich buigt over het probleem van de intellectuele eigendom, tenminste als men niet terug wil terechtkomen in een impasse zoals met de mondmaskers tijdens de lente.”  Iedereen weet natuurlijk wat de lobby van de farmaceutische industrie hierop antwoordt: de enorme kosten van het onderzoek, winst als voorwaarde voor verdere ontwikkeling, enzovoort. Dat ze hierbij teren op het publiek gefinancierd onderzoek aan universiteiten en overheidsinstellingen wordt dan natuurlijk niet vermeld. En dan is er het probleem van de financiering. Vaccinering moet wereldwijd gebeuren, dat weet zelfs de Franse president Macron. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft daarom een initiatief genomen (‘ACT-Accelerator’) om tests en vaccins wereldwijd te kunnen verdelen (al lijkt dit programma toch niet echt planetair te zijn). Het bedrag van 38 miljard euro dat daarmee gemoeid is, betekent op wereldschaal in feite peanuts. Het is maar een uiterst minieme fractie van de duizenden miljarden die de Europese Centrale Bank en de Amerikaanse Fed via hun ‘QE’-programma’s aan de banken uitgedeeld hebben in de (voorlopig ijdele) hoop de economie terug op gang te brengen na de financiële crisis. Toch is er nog maar 3 miljard van de 38 opgehaald, aldus Euractiv. Liberale commentators die het nu opnemen voor een tijdelijke opheffing van de intellectuele eigendom zien dat als een uitzonderingsmaatregel, nu we de hete adem van het coronavirus in de nek voelen. Socialisme daarentegen betekent dat de uitzondering permanent wordt, dat wetenschappelijke kennis, technische infrastructuur  en menselijke werkkracht wereldwijd en ten allen tijden ten dienste staan van het algemeen belang. (hm)  

EU SURE initiative: saving jobs or pleasing investors?

13/11/2020 - 12:37
Bewaren als PDF

Herman Michiel and Klaus Dräger (*)
13 November 2020

 

When the European Commission finally realized that something serious was going on with corona, it launched, among other things, an initiative to support short-time work schemes, as Germany did as a reaction to the 2007/9 ‘financial crisis’. Similar measures were introduced in many EU countries at national level to cope with the economic and social effects of the pandemic.

On 2 April the EU launched SURE [i]. The idea was that member states could take out cheap loans to financially support temporary short-time work schemes. After all, many companies are much beyond of their former capacity (in some sectors they even lost up to 80 percent of their former business). Without government support, so goes their tale, they would have to shed many employees towards unemployment.

Maybe you say: loans do not really support governments, who can borrow anyway, and borrowing means higher public debt. The fact is, however, that the Commission (EC), as the executive body of the EU, can borrow more cheaply than many member states. Since the financial crisis, we know that this is even true within the euro-zone, where, for example, Greece has to pay much more for a government loan than Germany.

In financial jargon one speaks of the spread, the difference compared to Germany’s  interest rates for government bonds. It would be different if those member states could borrow directly from the European Central Bank (ECB), which could charge the same low rate for everyone. But the EU treaties explicitly forbid such a thing. Governments therefore have to borrow from private banks and financial institutions, which charge a ‘risk premium’ that is all the higher the more difficult a country’s economic situation is. If the European Commission now presents its SURE initiative (and other similar loans in the context of the corona recovery policy) as a shining example of European ‘solidarity’, this is only a very partial correction to a fundamentally non-solidary construction based on market discipline.

 

Six months to respond to an emergency situation

Another consequence of the ban on ECB lending to member states is that cumbersome, time-consuming manoeuvres have to be performed now that the EU is (for the first time, and breaking its own rules) taking out loans to pass them on to member states. The ECB can make billions available to banks in a jiffy, as happens with ‘QE’ (quantitative easing). The SURE initiative, on the other hand, officially launched on 2 April, took until the end of October, i.e. more than half a year, to pass on the first ‘solidarity-based’ loans to Italy (10 billion), Spain (6 billion) and Poland (1 billion). So the ‘support in an emergency’ comes rather late.

Why is this? In order to borrow, the Commission first had to provide a ‘guarantee’. To this end, all 27 member states had to agree to guarantee a total amount of € 25 billion, in proportion to the national income of each member state. It was only on 22 September that the Commission was able to report that this operation had been completed, although only commitments, not payments, had to be made. With this guarantee in its pocket, the Commission was then able to borrow an amount four times higher (by a so-called leveraging operation). In order to do this, a syndicate of banks had to be called upon to issue bonds, an operation that took place via Barclays, BNP Paribas, Deutsche Bank, Nomura and UniCredit. For future loans (probably one more in 2020, the next in 2021), this procedure will have to be gone through again.

 

Selective interests from the EU’s member states

In a sense, for EU standards, the gathering of the commitments of the 27 member states was a ‘success’. Indeed, in countries where fulminating against the ‘debt union’ is part of the identity of a number of parties, political riots may arise around it. This cape was apparently taken. On 22 September, the Commission rejoiced that “the voluntary commitment of guarantees is an important expression of solidarity in the face of an unprecedented crisis”. When, a month later, a bank consortium, for an unknown fee, sold the ‘social bonds’ in no time and under impetuous enthusiasm from investors, it once again gave rise to enthusiastic statements from the Commission. After all, this enthusiasm proves the great confidence that the markets place in the creditworthiness of the EU…

In the meantime, the Commission published an overview of the loan amounts which could possibly be requested by various countries:

 

 

It will be noted that a whole series of countries (Germany, the Netherlands, Austria, Denmark, Finland, …) are missing. There is also a good reason for this: they borrow more cheaply on the market. According to the Financial Times (19 October), the Commission lent to approximately minus 0.24% [ii]. Belgium seems to be in an intermediate position, hoping to take some advantage of a ‘European’ loan.

All in all, if we look at the SURE programme globally, there is little reason to speak of a success of ‘Europe and its values of solidarity’. First and foremost, it concerns loans, which will be paid for by the national states and therefore largely by the working population. Secondly, as already mentioned, it is at most a correction to the self-imposed ban on direct loans by the ECB to the member states. Furthermore, one cannot speak of an emergency intervention when it takes more than six months to take a limited initiative in a dramatic context. After all, this is limited in any case: €100 billion, of which only €17 billion are disbursed now, while Europe is plunged into a second corona wave. One hundred billion is ultimately less than 1% of EU GDP.

So we shall see what really will happen. Perhaps the current governments of e.g. Italy, Spain and Portugal have become more desperate because of the second corona lockdown in their respective countries and are now willing to take up the SURE loans (which they did not not touch upon before). The situation in Italy is indeed very desperate. Maybe also other poorer countries will apply for these loans (e.g. Romania). However, the European Central Bank may act as a ‘counterweight’ to ‘light Keynesian spending’.

 

… enthusiasm among investors?

 If the EU speaks of an enormous success to gather support from financial markets for its SURE loan programme – this is true. Bonds were only offered for €17 billion, but the overwhelming demand amounted to €233 billion… The call was outstripped 13 times, and this at a negative interest rate!

This points to one of the great contradictions of neoliberal capitalism, and of the EU in particular. Since the financial crisis broke out 12 years ago, it has never been overcome. Investments are lagging behind, companies and financial institutions are sitting on a phenomenal mountain of money. But they see too few profit opportunities and an uncertain future. The ECB tried to do something about this by pumping thousands of billions of QE money into the system [iii].

Despite all these central bank ‘incentives’, companies and investors were building up even larger ‘piggy & shadow bank operations’. Instead of investing, they were engaging in further financialization such as share repurchases, financial investments, fat payouts to shareholders – and most notably, hoarding cash. Never before has the equity of German companies been so large, writes Thomas Fricke in Wenn Unternehmer zu viel Geld haben .  According to Fricke, ‘corporate liquid assets’ in Germany rose from some 6 per cent of GDP at the time of German ‘reunification’ (1990) to some 15 per cent in 2013. The same trend could be oberserved world wide – also in the U.S., Japan etc. – from the 1990ies onwards.

 

The increasing amount of cash in the assets of American non-financial firms, 1990-2012. Source: Federal Reserve of St. Louis Compustat Data, 2012.

 

 

Thus one arrives at the absurd situation that now central bank and government money is lent at negative interest rates, that thousands of billions are made available to companies and banks – but these are still hesitant to invest (in particular towards the social and environmental transitions, which are desperately needed). So the ‘market engine’ does not work, and the ECB does not even manage to reach its target of close to 2% inflation. Instead, the EU economy is very close to a deflationary spiral, with all its negative consequences.

 

The benefits of SURE: compassionate neo-liberalism at work

 SURE is presented as a social program that allows employees to keep their jobs in spite of the corona crisis. That investors also benefit from it, some will present as a win-win operation. However, the upshot is this: ‘tax payers’ (that is the ‘state’) bail out the corporates and provide the monies to them to keep workers financially somehow afloat.

The hope is: when a recovery should set in, corporations can rely on a qualified workforce that helps them to again boost their business opportunities. This may be also good for the work force – at least they do not immediately become unemployed (as in former times, such as the 1920ies/30ies). But the hardships (of income loss etc.) are imposed on the workforce – whereas the big corporations nearly get any state support which they demand.

So, if one looks at the broader picture, it is again – as was the case during the financial crisis – national governments that have to jump into the breach when the profit prospects of the private sector are threatened. Since national government debts and deficits have not yet recovered at all from the financial crisis, a disaster scenario is being built up here for many decades to come.

Shortfalls in national finances are always paid for by the working class, whether by wage restraint, higher taxes or reduced social security benefits. And this applies not only to the SURE program, but to all corona repair measures taken by the national and European authorities. Taking on more public debt, making wells to fill them, will take revenge on the working class.

 

Alternatives?

 Monetary financing seems a better idea: the ECB makes loans available to the member states with zero interest rate and a term of, for example, 1,000 years, which means that they do not have to be repaid. Sovereign debts do not increase. This is the idea behind the ‘perpetual bonds’ or the so-called ‘consols’ that were previously discussed [iv].

Of course this cannot be reconciled with the European treaties, but we are also not looking for a sustainable solution within these treaties, because it cannot be found there. But there is another objection. It is true that public debt does not increase, but once again a public instrument (the monetary power) is used to save the profit prospects of the private sector. This is reprehensible, not only from the point of view of social justice, but also from the point of view of economic efficiency.Why?

After all, apart from more sovereign debt and monetary financing, there is a third possibility: get the money where it is via taxes. This is, of course, more socially just, and it also addresses the concerns expressed now even by the IMF and the World Bank, namely the worldwide formidable inequality, the still growing gap between rich and poor. But as said, such an approach is also economically more efficient.

The aforementioned Thomas Fricke attributes the ‘hoardiness’ of capital owners to tax reforms, among other things, which make such practices more attractive. The logical consequence is that a heavy tax on the hoarded money of the financial actors will bring that money back into circulation. It will inevitably be invested rather than hoarded. Part of the investment may go to the labour force, a reduction in working hours without loss of wages, an increase in wages, which, unlike speculative investments, will return to the economic circuit in the shortest possible time, and in the long run cause some inflation (which the ECB is so feverishly and vainly looking for). Another part can ensure sustainable development, for example by investing in a fossil-free production apparatus.

The fiscal approach, as opposed to the monetary one, also has the advantage of being able to ensure redistribution. This also meets the objection that not all companies are equal, that some survive with difficulty and others do not know what to do with their money. An appropriate fiscal policy can do a lot about this. It would run counter to the neo-liberal thinking of the EU, but it hasn’t been said often enough: exceptional problems require exceptional measures.

So there are indeed alternatives to the EU’s market-oriented policy. However, there is no alternative to an intense, protracted, internationalist struggle to push through alternatives.

 

(*) Klaus Dräger was a longtime political adviser for the left-wing group in the European Parliament (GUE/NGL) on employment and social affairs. Herman Michiel is an editor of the Dutch-Flemish website Ander Europa.

[i] SURE: temporary Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency

[ii] A negative interest means that the financial markets are willing to pay a premium to get ‘safe’ bonds in their possession. This kind of upside-down world we are gradually getting used to, and it points to the fundamental crisis of the capitalist economy.

[iii] This is not a literary exaggeration. By the end of 2018, the ECB’s QE program (quantitative easing) had provided cheap money to the tune of €2600 billion, and a new program was launched in 2019.

[iv] See for example When European leaders speak of offering grants…

Hits: 2

Europees SURE initiatief: jobs redden of beleggers plezieren?

11/11/2020 - 18:12

door Herman Michiel en Klaus Dräger (*) 11 november 2020     Toen de Europese Commissie uiteindelijk doorkreeg dat er met corona toch wel iets ernstigs aan de hand was lanceerde ze onder andere een initiatief ter ondersteuning van de kortere werktijd, een maatregel die in veel landen ingevoerd werd. Op 2 april lanceerde ze  SURE [efn_note] SURE: temporary Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency  [/efn_note]; het idee was dat lidstaten goedkope leningen konden aangaan om daarmee een tijdelijke verkorting van de werktijd financieel te ondersteunen. Veel bedrijven werken immers maar met een deel van de capaciteit, en zonder overheidssteun dreigen ze veel werknemers aan de deur te zetten. Misschien zeg je: leningen zijn toch geen echte steun aan overheden, want lenen kunnen ze sowieso, en het betekent in ieder geval zich in de schulden steken? Het feit is wel dat de Commissie (EC) als uitvoerend orgaan van de EU goedkoper kan lenen dan veel lidstaten. Sinds de financiële crisis weten we dat dat zelfs waar is binnen de eurozone, waar bijvoorbeeld Griekenland veel meer moet afdokken voor een staatslening dan Duitsland. In het financieel jargon spreekt men van de spread, het verschil tegenover Duitsland in interestvoet voor staatsleningen. Het zou anders zitten als die lidstaten rechtstreeks konden lenen bij de Europese Centrale Bank (ECB), die voor iedereen hetzelfde lage tarief zou kunnen aanrekenen. Maar zoiets wordt door de Europese verdragen expliciet verboden. Overheden moeten dus lenen bij private banken en financiële instellingen, en die rekenen een ‘risicopremie’ aan die des te hoger is naarmate een land het economisch moeilijker heeft. Als de Europese Commissie haar SURE-initiatief (en andere gelijkaardige leningen in het kader van het corona-herstelbeleid) nu voorstelt als een schitterend voorbeeld van Europese ‘solidariteit‘ is dat toch maar een zeer gedeeltelijke correctie op een fundamenteel onsolidaire en op marktdiscipline gebaseerde constructie.   Een half jaar om te reageren op een noodsituatie Een ander gevolg van het verbod van ECB-leningen aan lidstaten is dat er omslachtige, tijdrovende manoeuvres moeten gebeuren als de EU nu (voor de eerste maal, en haar eigen regels overtredend) leningen aangaat om ze door te geven aan lidstaten. De ECB kan in een handomdraai miljarden ter beschikking stellen van banken, zoals bij ‘QE’ (quantitative easing) ook gebeurt. Het SURE- initiatief daarentegen, officieel gelanceerd op 2 april, deed er tot eind oktober, meer dan een half jaar dus, over om de eerste ‘solidaire’ leningen door te geven aan Italië (10 miljard), Spanje (6 miljard)  en Polen (1 miljard). De ‘support in an emergency’ komt dus rijkelijk laat. Hoe komt dit? Om te lenen moest de Commissie eerst zorgen voor een ‘waarborg’. Daartoe moesten alle 27 lidstaten akkoord gaan om zich borg te stellen voor een totaalbedrag van 25 miljard €, a rato van het nationaal inkomen van elke lidstaat. Pas op 22 september kon de Commissie melden dat deze operatie afgerond was, alhoewel er eigenlijk alleen toezeggingen moeten gebeuren, geen betalingen. Met deze waarborg op zak kon de Commissie dan voor een viermaal hoger bedrag gaan lenen (de zgn. leveraging of hefboomwerking ). Daarvoor moest een bankensyndicaat aangezocht worden dat instaat voor de uitgifte van obligaties, een operatie die via Barclays, BNP Paribas, Deutsche Bank, Nomura en UniCredit verliep. Voor toekomstige leningen (waarschijnlijk nog één in 2020, de volgende in 2021) moet deze procedure terug doorlopen worden.   Selectieve belangstelling van de lidstaten… In zekere zin, naar EU-standaarden gemeten, waren de waarborgtoezeggingen van de 27 lidstaten een 'succes'. Immers, in landen waar fulmineren tegen de ‘schuldenunie’ tot de identiteit van een aantal partijen behoort kunnen daar politieke rellen rond ontstaan. Deze kaap werd blijkbaar wél genomen en op 22 september jubelt de Commissie dan ook dat “the voluntary commitment of guarantees is an important expression of solidarity in the face of an unprecedented crisis”. Als een maand later een bankenconsortium, tegen een ongekende vergoeding, de ‘social bonds’ (obligaties) in een mum van tijd en onder onstuimig enthousiasme van de beleggers verkocht krijgt, is het opnieuw aanleiding tot enthousiaste verklaringen van de Commissie. Dit enthousiasme bewijst immers het grote vertrouwen dat de markten stellen in de kredietwaardigheid van de EU… Ondertussen publiceerde de Commissie een overzicht van de leningbedragen die diverse landen eventueel zouden aanvragen:     Men zal opmerken dat een hele reeks landen (Duitsland, Nederland, Oostenrijk, Denemarken, Finland,  …)  ontbreken. Daar is ook een goede reden voor: ze lenen goedkoper op de markt. Volgens de Financial Times (19 oktober) leende de Commissie aan ongeveer minus 0.24% [efn_note] Een negatieve interest dus, wat betekent dat de financiële markten bereid zijn een premie te betalen om ‘veilige’ obligaties in hun bezit te krijgen. Dit soort  omgekeerde wereld zijn we stilaan gewoon, en het wijst op de fundamentele crisis van de kapitalistische economie. [/efn_note], maar een reeks landen doen beter, zoals Duitsland (minus 0.61%) of Frankrijk (minus 0.33%); België lijkt een land op de wip te zijn, dat hoopt enig voordeel te halen uit een ‘Europese’ lening. Als we het SURE- programma globaal bekijken is er al bij al weinig reden om van een succes van ‘solidair Europa’ te spreken. Het gaat vooreerst om leningen, die door de nationale staten en dus grotendeels door de werkende bevolking zullen betaald worden. Ten tweede is het, zoals reeds vermeld, hoogstens een correctie op het zelfopgelegd verbod van rechtstreekse leningen door de ECB aan de lidstaten. Voorts kan men niet van een noodinterventie spreken als er meer dan een half jaar over gaat om in een dramatische context een beperkt initiatief te nemen. Want beperkt is dit in ieder geval: 100 miljard, waarvan er maar 17 miljard in 2020 uitbetaald worden, terwijl Europa volop in een tweede coronagolf beland is. Honderd miljard is uiteindelijk minder dan 1% van het EU-BBP We moeten dus afwachten wat er echt gaat gebeuren. Misschien zijn de huidige regeringen van bijvoorbeeld Italië, Spanje en Portugal wanhopiger geworden door de tweede corona lockdown in hun respectievelijke landen en zijn ze nu bereid om SURE-leningen op te nemen waar ze eerder niet op in zijn gegaan. De situatie in Italië is inderdaad zeer wanhopig. Misschien zullen ook andere armere landen, zoals Roemenië, deze leningen aanvragen. De Europese Centrale Bank lijkt ze wel in deze richting te sturen.   … maar enthousiasme bij beleggers Als de EU van een enorm succes spreekt voor haar eerste SURE-lening klopt dat wel, maar dan omwille van het enthousiasme van de beleggers. Er werden maar voor 17 miljard € obligaties aangeboden, maar de overweldigende vraag was goed voor 233 miljard… De uitgifte werd dertienvoudig overvraagd, en dit tegen een negatieve interest! Dat wijst op een van de grote contradicties van het neoliberaal kapitalisme, en van de EU in het bijzonder. Sinds de financiële crisis 12 jaar geleden uitbrak werd die eigenlijk nooit overwonnen. Investeringen blijven achterop, bedrijven en financiële instellingen zitten op een fenomenale berg geld, maar zien te weinig winstkansen en een te onzekere toekomst. De ECB probeerde daar iets aan te doen door duizenden miljarden QE geld in het systeem te pompen [efn_note] Dit is geen literaire overdrijving. Het QE-programma van de ECB had tot eind 2018 voor 2600 miljard euro goedkoop geld ter beschikking gesteld, en in 2019 werd een nieuw programma gelanceerd.[/efn_note], maar het enige gevolg was dat bedrijven en beleggers nóg grotere spaarpotten aanlegden, en in plaats van te investeren er financiële operaties mee aangingen zoals het terugkopen van aandelen, financiële beleggingen, vette uitbetalingen aan aandeelhouders, en het aanleggen van grote spaarpotten. Nog nooit was het eigen vermogen van Duitse bedrijven zo groot, schrijft Thomas Fricke in Wenn Unternehmer zu viel Geld haben. Volgens Fricke steeg het aandeel van liquide bedrijfsmiddelen (liquid corporate assets) van 6% van het BBP ten tijde van de Duitse hereniging (1990) naar 15% in 2013. Dezelfde trend kon wereldwijd vastgesteld worden, ook in de VS, Japan en elders, en dit vanaf het begin van de jaren ’90 (zie grafiek).   [caption id="attachment_19807" align="aligncenter" width="650"] Het stijgend aandeel van cash in de activa van niet-financiële VS-bedrijven, 1990 – 2012 (Bron: Federal Reserve of St. Louis Compustat Data, 2012) [/caption] En zo komt men tot de absurde situatie dat er geld van de centrale bank en de overheid wordt uitgeleend tegen negatieve rentetarieven, dat er duizenden miljarden ter beschikking gesteld worden aan bedrijven en banken, maar die zijn nog steeds terughoudend om te investeren (met name in de richting van de sociale en ecologische transities, die hard nodig zijn). De ‘marktmotor’ werkt dus niet en de ECB slaagt er zelfs niet in om haar doelstelling van bijna 2 procent inflatie te halen. In plaats daarvan is de economie van de EU zeer dicht bij een deflatiespiraal, met alle negatieve gevolgen van dien.   De rol van SURE: bedenkelijk neoliberaal medeleven  SURE wordt gepresenteerd als een sociaal programma dat werknemers in staat stelt hun baan te behouden ondanks de corona-crisis. Dat investeerders er ook van profiteren, zullen sommigen beschouwen als een win-win operatie. Maar het resultaat is dit: de belastingbetalers (de 'staat') redden de bedrijven en zorgen voor het geld om de werknemers op de een of andere manier financieel overeind te houden. De hoop is: als er een herstel komt, kunnen bedrijven rekenen op gekwalificeerde arbeidskrachten die hen helpen om hun zakelijke kansen weer te vergroten. Dit kan ook goed zijn voor de beroepsbevolking - zij worden tenminste niet onmiddellijk werkloos (zoals in vroegere tijden, zoals in de jaren 1920/30). Maar de ontberingen (van inkomensverlies etc.) worden aan de beroepsbevolking opgelegd - terwijl de grote bedrijven bijna elke vorm van overheidssteun krijgen die ze eisen. Als we dan naar het bredere plaatje kijken, zijn het opnieuw - zoals tijdens de financiële crisis - de nationale regeringen die in de bres moeten springen als de winstvooruitzichten van de particuliere sector in gevaar komen. Aangezien de staatsschulden en -tekorten nog helemaal niet zijn hersteld van de financiële crisis, wordt hier nog vele decennia lang een rampscenario opgebouwd. Tekorten in de nationale financiën worden altijd betaald door de arbeidersklasse, of het nu gaat om loonmatiging, hogere belastingen of lagere sociale uitkeringen. En dat geldt niet alleen voor het SURE-programma, maar voor alle coronaherstelmaatregelen van de nationale en Europese overheden. Het aangaan van meer overheidsschuld, het maken van putten om deze te vullen, het zal allemaal terechtkomen op de rug van de arbeidersklasse.   Alternatieven? Monetaire financiering lijkt een beter idee: de ECB stelt aan de lidstaten leningen ter beschikking met nul-interestvoet en een looptijd van bijvoorbeeld 1000 jaar, wat betekent dat ze niet terugbetaald moeten worden. De staatsschulden stijgen niet. Dit zijn de zgn. consols waarover vroeger reeds sprake was [efn_note] Zie bijvoorbeeld Europees relanceplan in quarantaine [/efn_note]. Natuurlijk valt dit niet te rijmen met de Europese verdragen, maar een duurzame oplossing zoeken we ook niet binnen deze verdragen, want daar is die niet te vinden. Maar er is een ander bezwaar. Weliswaar verhogen consols de staatsschuld niet, maar eens te meer wordt een overheidsinstrument (de monetaire bevoegdheid) ingezet om de winstperspectieven van de privésector te redden. Dit is laakbaar, vanuit het standpunt van de sociale rechtvaardigheid, maar ook vanuit dat van de economische efficiëntie. Er is immers een derde mogelijkheid: via belastingen het geld halen waar het zit. Dat is natuurlijk sociaal rechtvaardiger, en het gaat ook in op de bezorgdheid die recent zelfs door IMF en Wereldbank geuit wordt, namelijk de formidabele ongelijkheid, de nog groeiende kloof tussen arm en rijk. Maar zoals gezegd: een dergelijke aanpak is ook economisch efficiënter. De reeds genoemde Thomas Fricke wijst de ‘oppotzucht’ van de kapitaalbezitters onder andere toe aan belastingshervormingen die dat soort praktijken aantrekkelijker maken. Het logisch gevolg is dat zware belasting op het opgepotte geld van de financiële actoren dat geld terug in omloop zal brengen. Het zal noodgedwongen geïnvesteerd in plaats van opgepot worden. Een deel van de investering kan gaan naar de arbeidskracht, een verkorting van de werktijd zonder loonverlies, een verhoging van de lonen, die in tegenstelling tot speculatieve beleggingen in de kortste keren terug in het economisch circuit terechtkomen, en op den duur voor wat inflatie zorgen (waar de ECB zo koortsachtig en tevergeefs naar op zoek is). Een ander deel kan voor duurzame groei zorgen, door het bijvoorbeeld te investeren in een fossielvrij productieapparaat. De fiscale aanpak, in tegenstelling tot de monetaire, heeft ook het voordeel voor herverdeling te kunnen zorgen. Daarmee komt men ook tegemoet aan het bezwaar dat niet alle bedrijven gelijk zijn, dat sommige met moeite overleven en andere niet weten waar met hun geld naartoe. Een aangepaste fiscale politiek kan daar veel aan doen. Die zou dwars staan op het neoliberaal denkkader van de EU, maar is het al niet vaak genoeg gezegd: uitzonderlijke problemen vereisen uitzonderlijke maatregelen. Er bestaan dus wel degelijk alternatieven voor het marktgericht beleid van de EU. Er bestaat echter geen alternatief voor een intense, langdurige, internationalistische strijd om alternatieven door te drukken.   (*) Klaus Dräger werkte als adviseur voor tewerkstelling en sociale zaken voor de linkse fractie (GUE/NGL) in het Europees Parlement.

Het niet zo propere zieltje van de Europese Investeringsbank

09/11/2020 - 15:19

9 november 2020 - De Europese Investeringsbank (EIB) is de financiële arm van de Europese Unie (EU) [efn_note] De EIB mag niet verward worden met de Europese Centrale Bank (ECB), die de euro beheert. Naast de EIB als dusdanig is er ook de EIB-groep die naast de EIB ook het Europees investeringsfonds omvat. [/efn_note] en mag natuurlijk niet verward worden met de Europese Centrale Bank (ECB). De Investeringsbank bestaat sinds 1958,  dus zolang als de Europese constructie zelf; de lidstaten zijn er de aandeelhouders van. De zetel is gevestigd in het Groothertogdom Luxemburg, Werner Hoyer is voorzitter van de EIB. De bank verstrekt leningen in de eerste plaats voor projecten en bedrijven binnen de EU, maar ook daarbuiten; de EIB wordt daarom ook als de ‘ontwikkelingsbank’ van de EU beschouwd. Winst is geen oogmerk van de bank, die er vooral zelf van overtuigd is “te investeren in een duurzame toekomst voor iedereen”. De geafficheerde prioriteiten behelzen klimaat, milieu, innovatie en vaardigheden, infrastructuur, kmo’s, cohesie en ontwikkeling (“ duurzame ontwikkeling, vermindering van armoede en ongelijkheid en de verbetering van het leven over de hele wereld”). Als grote instellingen zichzelf zoveel lof toezwaaien, is het altijd goed dat er kleine ‘luizen in de pels’ zitten die een en ander natrekken, en meestal tot een veel genuanceerder beeld komen. Dat is ook het geval met de Europese Investeringsbank. Vandaag verschijnt een uitgebreide studie door twee ngo’s, Counter Balance en CEE Bankwatch Network die de EIB sinds een kwarteeuw opvolgen. In “Can the EIB become the EU development bank? – A critical view on EIB operations outside Europe”  worden heel wat vraagtekens geplaatst bij de EIB als een bank die zich belangeloos inzet voor de ontwikkeling in de wereld.   Samengevat komen de bevindingen op het volgende neer:
  1. De EIB ondersteunt projecten die mensenrechten schenden wegens gebrek aan zorgvuldigheid en een jarenlange verwaarlozing door het bestuur van de EIB.
  2. De bank schenkt weinig aandacht aan de impact van haar operaties op het vlak van ontwikkeling. Ze heeft daarvoor ook onvoldoende expertise en aanwezigheid op het terrein.
  3. De aandacht gaat vooral uit naar ontginning (extractivisme) als ontwikkelingsmodel, met verwaarlozing van infrastructuur die zou bijdragen tot sociale en milieurechtvaardigheid.
  4. Het financieel model dat gehanteerd wordt door de EIB berust op het gebruik van schaarse openbare middelen om daarmee private investeringen te bevorderen, wat neerkomt op het subsidiëren van grote bedrijven en multinationals zodat die winsten kunnen opstrijken in de armste regio’s van de wereld.
  5. Het gebruik van financiële ‘tussenschakels’ werd gekenmerkt door een gebrek aan transparantie, onvoldoende controle over de fondsen met het risico op corruptie en fraude als gevolg.
Vernoemen we ter illustratie maar een paar gevallen van projecten waarin mensenrechten zeker geen prioriteit waren. Bij een project voor een wegaanleg Mombasa-Mariakani in Kenia werden mensen zonder consideratie uit hun woning verdreven. De EIB trok zich weliswaar uit een project voor een verbrandingsoven in Belgrado terug wegens milieuoverwegingen, maar achteraf bleek dat de EIB het project indirect verder steunde via een ander fonds. Op Madagascar was de EIB medefinancier van de Ambatovy nikkel-cobaltmijn, maar deze veroorzaakte gezondheidsproblemen voor de lokale bevolking en was een ramp voor de boeren. Een rapport spreekt over ‘omgekeerde ontwikkeling’. (hm)    

Een ‘stralende’ Europese Green Deal?

07/11/2020 - 16:19

door Herman Michiel 7 november 2020   “De Europese Commissie zal niets in de weg leggen van landen die voor de bouw van nieuwe kerncentrales opteren”, zei onlangs Europees commissaris Frans Timmermans, verantwoordelijk voor de Europese Green Deal. De vraag naar de toelaatbaarheid van kerncentrales kreeg een nieuw elan, vooral onder invloed van de kernlobby, in het licht van de klimaatdoelstellingen. Kernsplijtstof is immers geen fossiele brandstof, en veroorzaakt geen directe uitstoot van CO2; de torenhoge witte wolken die geloosd worden door kerncentrales zijn waterdamp, en bevatten dus geen koolstofdioxide.   Geen CO2, maar … De gevaren verbonden aan kernenergie zijn echter al lang bekend, en sinds de rampen in de centrales van Tsjernobyl en Fukushima zijn het geen theoretische bespiegelingen meer, maar catastrofes die we nog niet achter de rug hebben. Maar zelfs als we op lichtzinnige wijze de rampenscenario’s verwaarlozen, blijft er een levensgroot onopgelost probleem: de kernafval. Die bestaat enerzijds uit de restafval van de splijtstof tijdens de gewone operatie van de centrale, anderzijds uit de gigantische hoeveelheden radioactief materiaal dat ergens naartoe moet als een kerncentrale wordt afgebroken. Terwijl voor laag- of middelactief afval moet rekening gehouden worden met een ‘afkoelingsperiode’ van ‘slechts’ enkele honderden jaren alvorens het radioactief gevaar [efn_note] Radioactiviteit, of ‘ioniserende straling’, bestaat uit brokstukken van atomen en hoogenergetische lichtdeeltjes (fotonen) die uit het radioactief materiaal geslingerd worden en indien gecapteerd door organismen schade kunnen berokkenen aan hun cellen. Bij de mens kan dit aanleiding geven tot kanker en mogelijks tot genetische afwijkingen bij de voortplanting. [/efn_note] geweken is, bedraagt die periode honderdduizenden jaren voor het hoogactief afval. Honderdduizenden jaren, dat zijn tienduizenden generaties. De mainstream politici hebben het unisono over de ontoelaatbare belasting van de komende generaties als er niet driftig gesnoeid wordt in de pensioenuitgaven, maar over het vooruitzicht om tienduizenden generaties te belasten met hoogst gevaarlijke smeerlapperij halen ze de schouders op. Daarover willen we het hier verder hebben. Kernenergie is een grensoverschrijdend probleem in de Europese Unie en wereldwijd, en het is een materie waar de Europese constructie van in het begin (als E.E.G.) regulerend optrad, met het Euratom-verdrag van 1957. Voor zover een Europese Green Deal een globale aanpak zou moeten betekenen van de milieu- en klimaatproblematiek kan kernenergie niet buiten beschouwing blijven.   De EU en kernenergie Dat de Europese constructie zich van in den beginne inliet met kernenergie zou een goede zaak kunnen geweest zijn. Het was immers absoluut duidelijk dat de risico’s de landsgrenzen niet zouden respecteren. En ook in de vijftiger jaren waren de ingenieurs al perfect in staat te schatten welke radioactieve afvalbergen zouden ontstaan bij massaal gebruik van kernenergie, en men wist ook al dat die bergen gedurende vele duizenden jaren een zware bedreiging zouden blijven vormen. Het Euratom-verdrag van 1957 rept daar echter niet over; het gaat over de bevoorrading in splijtstoffen, de meldingsplicht aan buurlanden als er een radioactieve besmetting is, en het delen van de wetenschappelijke en technische kennis ter zake, maar wel met de volste aandacht voor de intellectuele eigendomsrechten van privébedrijven. Een rationele aanpak, voor zover die zou geopteerd hebben voor deze risicovolle energiebron, zou meteen ingezien hebben dat privébedrijven niet kunnen instaan voor een verantwoordelijkheid die zich over duizenden generaties uitstrekt. Maar de enige vermelding van afvalstoffen in het Euratom-verdrag is in artikel 37; “Iedere lidstaat is gehouden, aan de Commissie de algemene gegevens te verstrekken van elk plan voor de lozing van radioactieve afvalstoffen, in welke vorm ook, om vast te kunnen stellen of de uitvoering van dat plan een radioactieve besmetting van het water, de bodem of het luchtruim van een andere lidstaat ten gevolge zou kunnen hebben.” Het Euratom- verdrag is naderhand ook nooit bijgestuurd, niettegenstaande de afvalproblematiek zich steeds duidelijker liet gelden. Wat zegt de EU vandaag in 2020, nu er een milieuplan, ‘Green Deal’, vastgelegd wordt met implicaties voor de komende 30 jaar? Er zitten rationele elementen in dit plan, zoals de steun aan de lidstaten uit een Just Transition Fund (JTF) om zich te ontdoen van hun fossiele elektriciteitsvoorziening. Het precieze bedrag daarvan ligt nog niet vast [efn_note] In juni 2020 was er sprake van maximaal 107 miljard voor de komende zeven jaar, maar de betwistingen tussen de instellingen over het coronaherstelfonds en de meerjarenbegroting zijn momenteel nog niet achter de rug.  [/efn_note], maar men zal zeker niet kunnen spreken van een historische inspanning. Positief is dat kernenergie niet zou in aanmerking komen voor steun uit het JTF, maar gas - ongetwijfeld een fossiele brandstof – wél. Over het al dan niet duurzaam zijn van kernenergie lanceerde de Commissie trouwens een onderzoek, maar wel door haar eigen onderzoekscentrum. De resultaten zouden volgend jaar bekendgemaakt worden. Over deze gang van zaken kwam er groen protest wegens het gebrek aan onafhankelijkheid. Er is echter nog een andere belangrijke manier waardoor de EU sturend kan optreden bij de keuze van energiebronnen in de lidstaten, namelijk door het al dan niet toelaten van staatssteun. Het is in dit verband dat commissaris Timmermans zijn uitspraak deed dat “de Europese Commissie niets zal in de weg leggen van landen die voor de bouw van nieuwe kerncentrales opteren”. Hier had de Commissie nochtans een zeer belangrijk instrument in handen als ze de kernuitstap wou stimuleren, want zonder staatssteun is de bouw van kerncentrales praktisch uitgesloten. Helaas, Green Deal of niet, de EU blijft net zoals in het verleden de staatssteun voor deze achterhaalde energiebron goedkeuren. Als men dan ook nog eens in overweging neemt dat de Europese Unie de drijvende kracht is achter het Energiecharterverdrag, dat het mogelijk maakt dat landen miljardenvergoedingen moeten betalen aan privébedrijven wanneer ze overschakelen op duurzame energie, kan men zich ernstig afvragen hoe groen de Europese deal eigenlijk is. Een processie van Echternach? Daar worden tenminste nog drie stappen vooruit en twee achteruit gezet, niet omgekeerd…   Wie zal de boel opruimen? Over de schrikwekkende janboel die kernenergie voor de komende duizenden jaren achterlaat verscheen zopas een gedetailleerde studie, niet door de diensten van de Europese Commissie, maar door een team van onafhankelijke experten, en gefinancierd door een aantal Duitse ngo’s (o.a. de Heinrich Böll Stiftung) en de groene fractie in het Europees Parlement. The World Nuclear Waste Report 2019 – Focus Europe kan hier gedownload worden, en er is ook een samenvatting (ook versies in het Duits, Frans, Turks en Tsjechisch). Er is nu al een volume van 2,5 miljoen kubieke meter laag- en middelactief afval, maar op termijn, als de centrales afgebroken moeten worden, zal het gaan over 6,6 miljoen m3, een voetbalveld vol opgestapeld tot bijna 1000 meter. Er is geen enkele goede oplossing voor dit probleem, laat staan dat de kernenergiesector de nodige fondsen zou aanleggen om gedurende duizenden jaren de veiligheid te garanderen. Nu reeds zijn er enorme blunders begaan, zoals in het Duitse Asse en Morsleben. Oude zoutmijnen, waarin sinds de jaren ’60 radioactief afval gedumpt werd. Natuurlijk volledig veilig, volgens de toenmalige geraadpleegde experten, maar instabiliteit en waterinsijpeling maken er ondertussen een nachtmerrie van. In Asse moet het radioactief afval uit de 750 meter diepe mijn teruggehaald worden, maar gezien ook massa’s zout bestraald zijn is het volume nu vervijfvoudigd… Daarnaast zijn er in Europa zelf nog honderden miljoenen m3 laag radioactief afval rond vroegere uraniummijnen, om niet te spreken van wat er elders in de wereld ligt, nu de splijtstof grotendeels wordt ingevoerd. De keuze van energiebronnen voor elektriciteitsproductie moet volledig rationeel gebeuren, zei klimaatcommissaris Timmermans. Maar is het niet volledig irrationeel dat de Commissie tot op een tiende procent na meent de kosten van de vergrijzing in 2060 te kunnen berekenen, maar geen enkele moeite doet om de kosten te evalueren van het verderzetten van kernenergie?    

De vrienden van wie? Van Europa; de ‘Vrienden van Europa’

02/11/2020 - 23:02

door Herman Michiel 2 november 2020   ‘Friends of Europe’: veel kans dat u van deze club nog niet gehoord hebt, al is het een van de grote ‘think tanks’ die zich tegen de Europese Unie aanschuren. Deze ‘vrienden van Europa’ opereren dan meestal ook niet onder de ogen van het grote publiek. Maar ze herbergen wel grote namen als Jean-Claude Juncker (en een reeks andere ex-eurocommissarissen), Herman Van Rompuy, ex NATO-baas Solana, ex-voorzitter van het Verbond van Belgische Ondernemingen baron Daniel Jansen en vele anderen. Over enkelen ervan zullen we nog een woordje zeggen. Maar laten we het eerst hebben over de ideeën binnen dit hoog gezelschap in verband met de toekomst van de gezondheidszorg in Europa, een onderwerp dat ons allen nu zozeer bezighoudt.   Slim (des-)investeren in de gezondheidszorg In 2018 bracht Friends of Europe een rapport uit onder de titel Smart (Dis-)investment choices in Healthcare [‘Slimme (des-) investeringskeuzes in de gezondheidszorg']. Vanaf de eerste bladzijden wordt de toon aangegeven:

“Er is een overweldigende evidentie dat er meer zorg kan verleend worden tegen een lagere kost. Terzelfder tijd is er dringend nood om de gezondheidssystemen grondig te hervormen, want ze werden grotendeels uitgetekend en uitgebouwd in de jaren 50. Een fundamentele uitdaging is de financiering. De economische crisis was aanleiding tot zware besparingen in de gezondheidszorg bij de meeste lidstaten van de EU, en alhoewel de budgetten terug zijn beginnen stijgen, zijn ze nog beneden het niveau van voor de crisis. Er is een mooie kans om het geld beter uit te geven, minder te verspillen en de inefficiëntie te verminderen door de middelen te heroriënteren van interventies met lage waarde naar dingen die echt werken en een beter gezondheidsresultaat opleveren.”

Economen van de OESO inroepend schetst het rapport een weinig fraai beeld van de bestaande gezondheidssystemen: 1 € op de 5 is verspild of inefficiënt, één op de 10 patiënten loopt schade op bij de verzorging, 6% van de gezondheidsuitgaven gaat verloren door fraude of vergissingen, meer dan een derde van de burgers denken dat de gezondheidszorg corrupt tot zeer corrupt is…   via de Europese Commissie Friends of Europe heeft ideeën om dit te veranderen en ziet ook het kanaal waarlangs dit kan gebeuren: via de Europese Commissie. De Europese Unie heeft weliswaar niet veel zeggenschap over gezondheidszorg, die bevoegdheid ligt grotendeels bij de lidstaten, maar juist daardoor kan de EU “as a neutral player in national healthcare debates” als lanceerder van nieuwe ideeën fungeren. De Commissie moet een rol spelen “door het organiseren van open discussies over gezondheidsdesinvestering [sic], door de gezondheidspelers uit hun gesloten wereldje [out of their silos] te halen en in contact te brengen met andere sectoren.” Let wel: Friends of Europe zegt niet zonder meer dat de gezondheidsbudgetten naar beneden moeten. Op het ene terrein moet gedesinvesteerd worden, en de vrijgekomen middelen kunnen dan voor nieuwe, liefst ‘disruptieve’ strategieën gebruikt worden. Dit moet niet verbazen, want aan het rapport werd meegeschreven door heel wat ‘spelers’ uit de bedrijfswereld [efn_note] Zo door medewerkers van Merck&Co, GlaxoSmithKline Pharmaceuticals, Medical Nutrition Industry International, Edwards Lifesciences, Celgene, Sanofi … [/efn_note]; die hebben er natuurlijk niets op tegen dat er veel geld wordt uitgegeven aan gezondheidszorg, op voorwaarde evenwel dat het bij hen terecht komt.   Digitalisering! Artificiële intelligentie! Big Data! En daar stuurt het rapport op aan.”The health sector is the most labour-intensive element of the economy”, staat er, en daar heeft de medische industrie natuurlijk niets aan. Nergens is er bij de Friends of Europe dan ook sprake van de nood aan meer verplegend personeel; daarentegen moet digitalisering voor een radicaal nieuwe aanpak zorgen:  “automatisering kan het zorgproces stroomlijnen”. Het rapport geeft het voorbeeld van het Verenigd Koninkrijk waar in een pilootproject virtuele medewerkers met behulp van artificiële intelligentie een achtmaal hogere productiviteit haalden bij routinetaken in vergelijking met medisch personeel. Een andere krachtlijn van het rapport van Friends of Europe is Big Data: het massaal in kaart brengen via elektronische databanken van gezondheidsparameters, inclusief de individuele dossiers van patiënten. Er wordt verwezen naar ‘het Finse voorbeeld’:

“Op alle niveaus van de openbare gezondheidsdiensten moeten de persoonlijke details van patiënten systematisch verzameld worden en naadloos kunnen bewegen door het hele systeem”.

Big Data moet niet alleen een beter inzicht geven in de efficiency van behandelingen, maar ook in de kostenefficiëntie van de tussenkomsten. Al deze ‘disruptieve vernieuwingen’ zouden niet zorgen voor een win-winoperatie, maar voor een win-win-winoperatie: de best mogelijke zorg voor de patiënt, een vermindering van de ongelijkheid in de toegang tot gezondheidszorg in heel Europa (want een internetraadpleging kan evengoed uit een afgelegen uithoek als vanuit een stedelijke agglomeratie), en ten derde creëert men daardoor ruimte voor economische groei en de zo nodige aanmoediging voor de Europese medische technologie-industrie! Die aanmoediging moet er trouwens ook komen door intellectuele eigendom (patenten) en marktstimulansen, die voor bedrijven een “omgeving creëren die aanzet tot investeren in de onbeantwoorde noden van de samenleving”.   Pre-Covid inschattingsfout? Moeten we niet wat tolerant zijn voor een rapport dat eind 2018, helemaal buiten de coronacontext,  geschreven werd? Stelt niet iedereen die toekomstplannen smeedt zich bloot aan de brutaliteit van onverwachte evoluties? Dit blijkt toch niet uit latere publicaties van de Friends. Op 22 oktober 2020 publiceert Jean-Luc Lemercier, ‘Corporate Vice-President of Europe, Middle East, Africa, Canada & Latin America at Edwards Lifesciences’ bij de Friends of Europe een artikel Re-imagining healthcare systems in COVID times; het gaat er onverstoord verder over ‘smart investment in innovation’, ‘transform healtcare’, en digitalisering als bron van meer efficientie. De Vrienden van Europa weten waar ze heen willen, corona of niet. Nu is het zeker niet zo dat de bestaande gezondheidssystemen niet voor verbetering vatbaar zijn; en het klopt wel wat in het rapport vermeld staat dat een deel van de gezondheidszorg erin bestaat schade te herstellen die opgelopen werd door de medische verzorging zelf (ten gevolge van de medicatie, van infecties in het ziekenhuis, van foute diagnoses of domme vergissingen). Maar als men ziet uit welke middens de hervormingsvoorstellen van de Friends of Europe komen, kan men ze (de voorstellen) maar best bij het medisch afval gooien en ze aan hoge temperatuur verbranden. Bij hun denkoefeningen hadden de Friends op geen enkel ogenblik nood aan de ervaringen van het personeel zelf in de ziekenhuizen, laat staan van vakbonden en mutualiteiten.   Merkwaardige vrienden van de Friends We vermeldden reeds, en zonder enige verbazing, hoge omes als Jean-Claude Juncker, Herman Van Rompuy, baron Jansen, Javier Solana en tutti quanti als uitgelezen Vrienden van Europa. Maar is het niet merkwaardig dat men in dit gezelschap ook ‘alternatievelingen’ opmerkt zoals Jesse Klaver, fractievoorzitter voor GroenLinks in de Nederlandse Kamer, Petra De Sutter van de Vlaamse Groenen (sinds 1 oktober 2020 minister van Ambtenarenzaken in de nieuwe Belgische regering-De Croo) en Frank Vandenbroucke, de ‘slimste Vlaamse sociaaldemocraat’ en eveneens sinds 1 oktober vicepremier en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid in de Belgische federale regering? Petra De Sutter weet bovendien een en ander over de gezondheidszorg, als prof geneeskunde aan de Universiteit Gent en afdelingshoofd in het Universitair Ziekenhuis. Maar niet alleen omwille van de standpunten over gezondheidszorg zou men denken dat deze ‘alternatievelingen’ een flinke social distance zouden bewaren tot de Friends of Europe. De Friends zijn ook een echokamer voor de NAVO, met niet alleen Javier Solana aan boord, maar ook een tweede ex-NAVO-baas, Jaap de Hoop Scheffer. Wie wil nu lieden in zijn vriendenkring die niet alleen een gevaar zijn voor de volksgezondheid, maar ook voor de vrede?    

Pagina's