Borderless

7 December 2019

Ander Europa

Abonneren op feed Ander Europa Ander Europa
www.andereuropa.org
Bijgewerkt: 44 min 24 sec geleden

Over de viering van de val van de Berlijnse muur

02/12/2019 - 15:10

door Jacques Pauwels (*) 2 december 2019   Het is onmogelijk om tegen de verdwijning van muren te zijn die mensen scheiden en het is daarom onmogelijk om de val van de Berlijnse muur in november 1989 niet toe te juichen, of om die reden niet uit te kijken naar de val van andere muren die vandaag, dertig jaar later, nog steeds staan of worden gebouwd. Maar het is legitiem om te onderzoeken of de val van het communisme in Oost-Europa en de Sovjet-Unie, ingeluid door de val van de Berlijnse muur, een overwinning voor de democratie is geweest. Daarbij moet worden bedacht dat democratie niet alleen een politiek maar ook een sociaal gezicht heeft: het is een systeem waarin de demos, de grote massa gewone mensen, niet alleen enige input kan leveren, b.v. via verkiezingen, maar ook enkele voordelen ontvangt, meestal in de vorm van sociale voorzieningen. Laten we de cruciale vraag stellen: cui bono ?, "Wie heeft van de val van de Berlijnse muur geprofiteerd?" Het antwoord zal u misschien verbazen.   [caption id="attachment_17989" align="aligncenter" width="650"] De Muur (Foto in publiek domein CC0, https://www.piqsels.com)[/caption]   Begunstigden van de zogenaamde revoluties in Oost-Europa waren ongetwijfeld de grondbezittende adel, de voormalige heersende klasse, en haar naaste bondgenoot, de Kerk, katholiek in het grootste deel van Oost-Europa maar orthodox in Rusland, voorheen ook een belangrijke landeigenaar. Als gevolg van de Oktoberrevolutie van 1917 in Rusland en de revolutionaire veranderingen die door de Sovjets in Oost-Europa in 1944/45 werden geïntroduceerd, hadden de adel en de Kerk hun uitgestrekte landerijen (en kastelen, paleizen, enz.) verloren, samen met hun eerder overweldigende politieke macht. In de jaren na de val van de Berlijnse muur waren echter niet alleen de adellijke families van de voormalige Duitse en Oostenrijks-Hongaarse keizerrijken, maar ook, en vooral, de katholieke Kerk, in staat om hun landbezit, dat gesocialiseerd was in 1945, terug te winnen. Het resultaat is dat de katholieke Kerk opnieuw de grootste landeigenaar is in Polen, Tsjechië, Hongarije, Kroatië, enz. Aan deze landheer moeten de Oost-Europese plebejers - bijv. Poolse pachtboeren en Sloveense kraamhouders op het kleine marktplein achter de kathedraal van Ljubljana - nu een veel hogere huur betalen dan in de zogenaamd 'slechte oude tijd’ vóór 1990. Veel voormalige aristocratische landeigenaren, zoals de dynastie van de Schwarzenbergs, zijn weer in het bezit van kastelen en grote domeinen in Oost-Europa en genieten opnieuw grote invloed en politieke macht, net als in de zogenaamd ‘goede oude tijd’ vóór 1914 en/of 1945. Over deze dingen is in onze reguliere media echter nooit iets gezegd of geschreven; integendeel, we werden overtuigd om te geloven dat Karol Józef Wojtyla, paus Johannes Paulus II, alleen met de aartsconservatieve Amerikaanse president Ronald Reagan en de CIA tegen de Sovjets samenwerkte om de democratie in Oost-Europa te herstellen. Dat het hoofd van de katholieke Kerk, een eminent ondemocratisch instituut, waarin de paus alles te zeggen heeft, en miljoenen gewone priesters en gelovigen helemaal niets, misschien een apostel van het democratische evangelie zou zijn, is een absurde gedachte. Als de paus echt voor democratie wilde vechten, had hij met de katholieke Kerk zelf kunnen beginnen. Dat Johannes Paulus II echt niets te maken wilde hebben met echte democratie blijkt maar al te duidelijk uit het feit dat hij de  bevrijdingstheologie veroordeelde en met hand en tand vocht tegen de moedige kampioenen van deze theologie - meestal gewone priesters en nonnen - die democratische verandering bevorderden in Latijns-Amerika, democratische verandering die daar veel meer nodig was dan in Oost-Europa. Inderdaad, in het grootste deel van Latijns-Amerika heeft de bevolking nooit geprofiteerd van goedkope huisvesting, gratis onderwijs, medische zorg of de vele andere sociale voorzieningen die in communistisch Polen en elders in Oost-Europa als vanzelfsprekend werden beschouwd. Natuurlijk was de katholieke Kerk in Latijns-Amerika altijd een grote landeigenaar geweest, wiens privileges en rijkdom - vruchten van de bloedige verovering van het land door de Spaanse veroveraars - misschien zouden zijn weggevaagd door een echte democratisering in het voordeel van boeren en andere proletariërs . Het is ongetwijfeld om deze reden dat de paus zich inspande voor verandering in Oost-Europa, maar zich hiertegen verzette in Latijns-Amerika. Hoe dan ook, in de overwegend katholieke landen van Oost-Europa, en met name in Polen, kon de katholieke Kerk veel van haar vroegere rijkdom en invloed terugkrijgen. Maar betekent dit een overwinning voor de democratie? Overweeg dit: democratie betekent gelijke rechten voor alle burgers, maar in Polen bestaat de scheiding van Kerk en staat nu alleen op papier, maar niet in de praktijk, een van de grote successen nochtans van de Franse revolutie, die gelijke rechten biedt aan alle burgers, ongeacht hun geloof, wat een realiteit was onder het communisme; Polen die toevallig niet katholiek zijn, evenals homoseksuelen en feministen, kunnen zich daar niet thuis voelen. Polen is in zekere zin teruggekeerd naar het zeer ondemocratische tijdperk van vóór de Franse revolutie, toen in zowat elk land een specifieke ‘staatsgodsdienst’ werd opgelegd aan alle burgers en er geen sprake was van religieuze vrijheid of tolerantie. In Rusland had de orthodoxe Kerk als gevolg van de revolutie van 1917 vrijwel al haar vroegere rijkdom en invloed verloren. Niettemin slaagde die erin om veel rijkdom en invloed te herwinnen nadat Gorbatsjov en Jeltsin het communistische systeem hadden ontmanteld, het resultaat van een Oktoberrevolutie die ook Kerk en staat had gescheiden. In het Russische hart van de voormalige Sovjet-Unie heeft de orthodoxe Kerk een bijna net zo spectaculaire terugkeer gemaakt als die van de katholieke Kerk in Polen. Het heeft vrijwel de gehele gigantische portefeuille van grond en gebouwen die het vóór 1917 bezat opnieuw in bezit genomen en de staat heeft royaal het herstel van oude (en de bouw van nieuwe) kerken gefinancierd ten koste van alle belastingbetalers, christenen of niet. De orthodoxe Kerk is opnieuw groot, rijk en machtig en nauw verbonden met de staat, precies zoals in het prerevolutionaire, quasi-middeleeuwse tsaristische tijdperk. Met betrekking tot religie heeft Rusland, net als Polen, een grote sprong terug gemaakt naar het Ancien Régime [efn_note] Het Ancien Régime was de periode waarin het Franse koninkrijk op absolutistische wijze werd geregeerd door het huis Bourbon, vóór de Franse Revolutie van 1789. [Noot van de vertaler] [/efn_note]. Wat gewone mensen betreft, is de situatie lang niet zo schitterend. In Rusland hadden de revolutionaire veranderingen die in 1917 werden ingeluid, enorme verbeteringen gebracht in het leven van een groot deel van een voorheen extreem arme en achtergebleven bevolking - niet onmiddellijk, maar zeker op de lange termijn. Tegen de tijd van de val van de Berlijnse muur had de Sovjetbevolking een redelijk behoorlijk niveau van algemene welvaart bereikt, en de meerderheid van de Sovjetburgers verlangde niet naar de ondergang van de Sovjet-Unie. Integendeel: in een referendum in 1991 stemden maar liefst driekwart van hen voor het behoud van de Sovjetstaat, en dat deden ze om de eenvoudige reden dat dit in hun voordeel was. Daarentegen bleek de ondergang van de Sovjet-Unie, voorbereid door Gorbatsjov en bereikt door Jeltsin, een catastrofe voor de meerderheid van de Sovjetbevolking. Het soort wijdverspreide, wanhopige armoede dat vóór de Oktoberrevolutie zo typerend was voor Rusland, kon daar in de jaren negentig een comeback maken, dat wil zeggen op het moment dat het kapitalisme werd hersteld onder de leiding van Jeltsin. Laatstgenoemde orkestreerde misschien wel de grootste zwendel in de wereldgeschiedenis: de privatisering van de enorme collectieve rijkdom, opgebouwd tussen 1917 en 1990, via bovenmenselijke inspanningen en ongekende offers, door de arbeid van miljoenen gewone Sovjetburgers, door wat het 'proletariaat' werd genoemd tot stand was gekomen. Die misdaad kwam ten goede aan een 'profitariaat', dat wil zeggen een kleine groep profiteurs, die superrijk werden, een soort maffia waarvan de bazen bekend staan ​​als 'oligarchen'. Balzac schreef ooit dat 'zich achter elk groot fortuin een misdaad verschuilt’; de grote misdaad die zich verbergt achter de lotgevallen van de Russische (en andere Oost-Europese) oligarchen was de privatisering van de rijkdom van de Sovjet-Unie onder leiding van Jeltsin, en gewone Sovjetburgers waren de slachtoffers van die misdaad. Het is dus niet zo verwonderlijk dat zelfs nu een meerderheid van de Russen de verdwijning van de Sovjet-Unie betreurt en dat in voormalige Oostbloklanden zoals Roemenië en Oost-Duitsland veel, zo niet de meeste mensen nostalgisch zijn over de niet zo slechte tijden vóór de val van de Berlijnse muur, zoals consequent wordt aangetoond door opiniepeilingen. Een belangrijke bepalende factor voor dit sentiment is het feit dat vitale sociale diensten zoals medische zorg en onderwijs, inclusief hoger onderwijs, niet langer gratis of erg goedkoop zijn, zoals ze vroeger waren. Vrouwen verloren ook veel van de aanzienlijke voordelen die ze onder het communisme hadden behaald, bijvoorbeeld met betrekking tot werkgelegenheid, economische onafhankelijkheid en betaalbare kinderopvang. Een meerderheid van de bewoners van voormalige Oost-Europese 'satellieten' van de Sovjet-Unie beleefde eveneens moeilijke tijden na de val van de Berlijnse muur. Deze landen werden gedeïndustrialiseerd, omdat privatisering ervoor zorgde dat westerse bedrijven en banken er zich vestigden en een 'shocktherapie' toepasten met massale ontslagen van werknemers in naam van efficiëntie en concurrentievermogen. Een voorheen onbekende gesel, werkloosheid, verscheen precies op het moment dat sociale diensten, voorheen als vanzelfsprekend beschouwd, werden opgeheven omdat ze niet in de neoliberale vorm pasten. Tegenwoordig is er geen toekomst in Oost-Europa voor jongeren, dus verlaten ze hun thuisland om hun geluk te beproeven in Duitsland, Groot-Brittannië en elders in het Westen. Deze Oost-Europeanen stemmen tegen het nieuwe systeem 'met hun voeten', zoals de Westerse media altijd triomfantelijk kraaiden wanneer dissidenten ten tijde van de Koude Oorlog uit communistische landen overliepen. Terwijl de communistische landen hun burgers uitgebreide sociale diensten en volledige werkgelegenheid boden, met andere woorden, een vrij hoog niveau van sociale democratie, was er zeker geen politieke democratie, althans niet in de conventionele westerse zin van het woord, dat wil zeggen met vrije  verkiezingen, vrije media, enz. In Rusland en Oost-Europa is er nu weliswaar veel meer vrijheid, maar, zoals een inwoner uit de oostelijke gebieden van Duitsland sarcastisch opmerkte, komt deze vrijheid meestal neer op "een vrij zijn van werk, van veilige straten, gratis gezondheidszorg en van sociale zekerheid." Met andere woorden, de politieke democratie is gepaard gegaan met de liquidatie van de sociale democratie; en zoals deze opmerking impliceert, zijn voor velen, zo niet de meeste mensen, voordelen zoals volledige werkgelegenheid, gratis onderwijs, gezondheidszorg, enz. kostbaarder dan de vrijheid die Amerikanen genieten om bijvoorbeeld een president te kiezen tussen de kandidaten van twee partijen, de Democraten en de Republikeinen, die niet zonder reden zijn omschreven als "twee rechtse vleugels van één enkele partij." (Het is niet verrassend dat een groot percentage Amerikanen niet de moeite neemt om te stemmen.) Oost-Europeanen zijn nu misschien vrijer dan vóór de val van de Berlijnse Muur, maar leven ze nu in werkelijk democratische, politieke systemen? Verre van ! Rusland heeft nooit het begin van een echte politieke democratie ervaren; niet onder Jeltsin en niet onder Poetin. Wat betreft de voormalige Sovjetsatellieten, steeds meer mensen daar zijn getraumatiseerd door het verlies van sociale voorzieningen en andere diensten die ze als vanzelfsprekend beschouwden onder het communisme, en niet hadden verwacht te verliezen bij de komst van het kapitalisme. Overtuigd door politici en media-wijsneuzen om hun problemen te wijten aan zondebokken zoals vluchtelingen, hebben ze in toenemende mate extreemrechtse partijen gesteund die autoritair, chauvinistisch, xenofoob, racistisch en soms openlijk neofascistisch of zelfs neonazi beleid bepleiten. Al te veel van de leiders van die partijen en zelfs regeringen in de postcommunistische staten zijn helemaal geen voorvechters van democratie, maar verheerlijken de ondemocratische en soms openlijk fascistische elementen die in hun landen regeerden in de jaren 1930 en/of samenwerkten met de nazi's tijdens de oorlog en monsterlijke misdaden in deze oorlog hebben gepleegd. In Oekraïne, bijvoorbeeld, trekken de neonazi's nu trots door de straten in fakkeloptochten met hakenkruisvlaggen en SS-symbolen. In een groot deel van Oost-Europa bloeit de democratie helemaal niet; ze wordt duidelijk bedreigd. We hebben gezien dat de adel en vooral de geestelijkheid, de voormalige heersende klassen, het dankzij de val van het communisme heel goed hebben gedaan in Oost-Europa en, tenminste wat de Kerk betreft, ook in Rusland. Maar de grootste begunstigden van de veranderingen, ingeleid door de val van de Berlijnse Muur, zijn de internationale elites van het bedrijfsleven, de grote banken en bedrijven. Dit zijn over het algemeen Amerikaanse, West-Europese of Japanse multinationals, en een multinational zijn betekent zaken doen in alle landen en in geen enkele belasting betalen, behalve misschien in belastingparadijzen zoals de Kaaimaneilanden, waar het belastingtarief minimaal is. Na de val van de Berlijnse Muur kwamen de multinationals triomfantelijk Oost-Europa binnen om hun hamburgers, cola, wapens en andere handelswaar te verkopen; om staatsbedrijven over te nemen voor een fooitje; om grondstoffen te graaien; om tegen lage lonen hooggekwalificeerd personeel in te huren, opgeleid op kosten van de staat, enz. (In Rusland leek dit mogelijk onder Jeltsin, lieveling van het Westen, maar Poetin blokkeerde nadien ten gunste van binnenlandse kapitalisten de geplande economische verovering van Rusland door het Westen, en dat is hem nooit vergeven.) De financiële en industriële elite van West-Europa en een groot deel van de westerse wereld in het algemeen is erin geslaagd om op nog een andere manier te profiteren van de val van het communisme. In de onmiddellijke nasleep van de Tweede Wereldoorlog werd de Sovjet-Unie, zelfs in West-Europa, nog steeds terecht beschouwd als de overwinnaar van nazi-Duitsland, en het sociaaleconomische model genoot een enorm aanzien. In deze context voerde de westerse elite haastig politieke en sociale hervormingen door – algemeen bekend als de 'verzorgingsstaat' – om radicalere, zelfs revolutionaire veranderingen te voorkomen, waarvoor zeker een potentieel bestond, het meest duidelijk in landen als Frankrijk en Italië. En tijdens de Koude Oorlog werd het noodzakelijk geacht om een ​​systeem van ‘welvaart’ en hoge werkgelegenheid te handhaven om de loyaliteit van werknemers te behouden tegenover de concurrentie van de communistische landen met hun beleid van volledige werkgelegenheid en uitgebreide systemen van sociale voorzieningen. Maar de verzorgingsstaat beperkte, niet drastisch maar tot op zekere hoogte, de mogelijkheden voor winstmaximalisatie, en 'neoliberale' intellectuelen en politici veroordeelden de regeling vanaf het allereerste begin als een snode staatsinterventie in de veronderstelde spontane en heilzame werking van de 'vrije' markt. ”De ineenstorting van het communisme in Oost-Europa bood de elite dan ook een gouden kans om de verzorgingsstaat en sociale zekerheidsstelsels in het algemeen te ontmantelen. Omdat er geen Sovjet-Unie meer was om mee te concurreren, stond het de elite vrij om straffeloos de sociale diensten terug te draaien, die verbonden waren aan de verzorgingsstaat in heel West-Europa. Daarover schrijft de Belgische historicus Jan Dumolyn:

“In de jaren na 1945 had de elite grote concessies gedaan aan de werkende bevolking uit angst voor het communisme,. . . om mensen stil te houden en de aantrekkingskracht van het socialisme achter het IJzeren Gordijn tegen te gaan. Het is daarom geen toeval dat de sociale voorzieningen na de val van de Berlijnse muur in 1989 zijn teruggedraaid. De dreiging was verdwenen. Het was niet langer nodig om de werkende bevolking te sussen.”

In West-Europa en elders in de westerse wereld is de elite nog steeds erg gefocust op deze taak, duidelijk in de hoop dat er binnenkort helemaal niets meer van de welvaartsstaat overblijft. De val van de Berlijnse muur maakte het mogelijk dat we nu getuige zijn van een terugkeer naar het ongebreidelde, meedogenloze kapitalisme van de negentiende eeuw, een catastrofe voor gewone mensen, voor de demos, en daarom een grote tegenslag voor de zaak van de democratie. De verliezers in het drama van de ineenstorting van het communisme in de Sovjet-Unie en Oost-Europa omvatten dus ook werkers en beambten in westerse landen, dat wil zeggen de meerderheid van de bevolking, die zichzelf ten onrechte als een ‘middenklasse’ beschouwt: hun relatief hoge lonen, gunstige arbeidsomstandigheden en sociale voorzieningen, geïntroduceerd na 1945, werden uitgeroepen tot ‘onbetaalbaar’. De loontrekkenden werd verteld om met minder genoegen te nemen, maar zelfs als ze ermee instemmen dat hun lonen worden verlaagd en hun voordelen worden ‘teruggedraaid’ in het kader van 'bezuinigingsmaatregelen' zien ze hun banen vaak verdwijnen in de richting van de lagelonenlanden van Oost-Europa en de landen van de Derde Wereld met nog lagere lonen. Na de val van de Berlijnse muur mochten de grote West-Duitse bedrijven, die tussen 1933 en 1945 zeer winstgevend met de nazi's hadden samengewerkt, Oost-Duitsland economisch plunderen. Aan de andere kant hebben de West-Duitse arbeiders gezien dat hun lonen - verlaagd door de nazi's maar onmiddellijk na 1945 gestegen - snel daalden, omdat de werkgelegenheid naar gebieden verder naar het oosten verhuisde en er scherpe concurrentie voor de resterende banen aankwam in de vorm van migranten uit Oost-Europa en vluchtelingen uit Syrië, Afghanistan, enz. Deze nieuwkomers worden door vele journalisten en politici beschuldigd van allerlei problemen; dit dient om de aandacht af te leiden van de werkelijke oorzaken van de problemen en biedt tegelijkertijd koren op de molen van allerlei neofascistische en andere extreemrechtse politieke bewegingen. De val van het communisme bleek zeer voordelig voor een minderheid, maar zeer nadelig voor de meerderheid van de bevolking aan beide zijden van de voormalige Berlijnse muur. Het had ook uiterst nare gevolgen voor miljoenen mensen in de Derde Wereld. In de jaren na 1945 boekte de zaak van de democratie daar aanzienlijke vooruitgang, omdat de bewoners van talloze koloniën hun droom van onafhankelijkheid konden waarmaken. Dat was mogelijk dankzij de steun van de anti-imperialistische Sovjet-Unie en ondanks koppig verzet van de westerse mogendheden die toevallig de koloniale meesters waren. De laatste begonnen moorddadige oorlogen tegen de vrijheidsstrijders. Frankrijk en de VS probeerden bijvoorbeeld (tevergeefs) revolutionaire bewegingen in Algerije en Vietnam te breken, waarbij miljoenen mensen werden afgeslacht. In veel kolonies die onafhankelijk werden, maakten de westerse mogendheden gebruik van moord (bijvoorbeeld president Lumumba in Congo), omkoping, embargo's, destabilisatie, staatsgrepen, enz. Ze zetten ook neprevoluties (‘kleurenrevoluties’) op touw om te zorgen dat socialistische experimenten werden voorkomen of tot falen gedoemd, en dat regimes aan de macht kwamen die de belangen van de voormalige koloniale meesters dienden. Maar het was niet gemakkelijk om neokolonialistische projecten na te streven zolang de Sovjet-Unie bestond, omdat Moskou aanzienlijke steun verleende, eerst aan revolutionaire krachten die vochten voor onafhankelijkheid in de koloniën en daarna aan onafhankelijke voormalige koloniën, vooral - maar niet uitsluitend  - wanneer ze kozen voor een Sovjetontwikkelingsmodel. Maar na de val van de muur en de implosie van de Sovjet-Unie vonden de westerse mogendheden, en vooral hun leider, de VS, het veel gemakkelijker om hun wil op te leggen aan de ex-koloniën. Dit betekende niet alleen dat het de voormalige koloniën niet langer was toegestaan het Sovjetvoorbeeld te imiteren en het socialistische pad naar ontwikkeling te volgen, dat nogal wat van hen oorspronkelijk hadden beoogd: voortaan was het ook verboten om een onafhankelijke economische koers te volgen, bijvoorbeeld door hun deuren te sluiten voor westerse exportproducten en investeringskapitaal en/of hun eigen grondstoffen zoals aardolie aan te wenden ten behoeve van hun eigen mensen in plaats van de winst van Amerikaanse en andere buitenlandse investeerders. Dit laatste was/is de grote zonde begaan door mensen als Saddam Hoessein, Bashar al-Assad, Nicolás Maduro en, recentelijk, Evo Morales. Neokoloniale doelstellingen kunnen nu worden bereikt via bombardementen, invasie en andere brute vormen van open oorlogvoering, zoals gebeurde in Irak, Afghanistan, Libië en Syrië, of middels economische oorlogvoering, bijvoorbeeld tegen Cuba en Venezuela. Deze oorlogen hadden een extreem ondemocratisch karakter, omdat ze het leven hebben gekost aan miljoenen, vooral arme mensen, waaronder talloze vrouwen en kinderen. En de regimes die door de overwinnaars zijn geïnstalleerd, zijn allemaal hopeloos ondemocratisch, impopulair, corrupt en soms zelfs niet in staat om een land te regeren. Hoewel deze oorlogen voor miljoenen mensen een catastrofe waren, zijn ze fantastisch geweest voor de (voornamelijk Amerikaanse) westerse producenten van geavanceerde en superdure wapens. De hoge kosten van deze oorlogen zijn gesocialiseerd, ze vallen onder de verantwoordelijkheid van de staat en dus van de gewone burgers die worden opgezadeld met een steeds belangrijker deel van de belastingen, terwijl de winsten worden geprivatiseerd, dat wil zeggen in de portefeuilles van aandeelhouders van (meestal multinationale) ondernemingen en banken terechtkomen, waarvan het belastingtarief consequent is gedaald tot belachelijk lage niveaus. De neokoloniale oorlogen, mogelijk gemaakt, of althans vergemakkelijkt, door de val van de Berlijnse Muur en de val van de Sovjet-Unie, vernietigen dus niet alleen het leven van miljoenen inwoners van arme derdewereldlanden, maar dragen ook bij aan het nog rijker maken van de weinige rijken en het nog armer maken van de vele armen in het westen. Deze oorlogen bestendigen niet alleen de rijkdommen, maar ook de macht van de rijken en machtigen: ze vormen een voorwendsel om de vrijheid van gewone mensen te beperken in naam van de nationale veiligheid en patriottisme. President George W. Bush bereikte dat met zijn repressieve Patriot Act; en het internet en vooral de sociale media worden in toenemende mate gebruikt voor het bespioneren (en dus intimideren) van de oi polloi  [efn_note] Grieks voor ‘de velen’ of in een strikte betekenis, ‘het volk’ [/efn_note] Dankzij de val van de Berlijnse muur is de één procent nu rijker en krachtiger dan ooit tevoren, terwijl de 99 procent armer en machtelozer zijn dan ooit. Als je tot de één procent behoort, ga je gang en vier de val van de Berlijnse muur, dertig jaar geleden. Maar vraag de rest van ons alsjeblieft niet om met je mee te vieren.   (*) Jacques R. Pauwels (1946) is een Belgisch-Canadees historicus, politicoloog en publicist. Hij studeerde geschiedenis aan de Rijksuniversiteit van Gent en behaalde in Toronto doctoraten in de geschiedenis en in de politieke wetenschappen. Zijn publicaties over de Eerste en de Tweede Wereldoorlog kregen talrijke vertalingen. Zijn nieuwste boek, De grote mythen van de moderne geschiedenis, verscheen in 2019 bij  uitgeverij epo. Het hier gepubliceerde artikel verscheen op 13 november 2019 op de site van GlobalResearch onder de titel The Fall of the Berlin Wall: To Celebrate or Not to Celebrate? De Nederlandse vertaling is van Ander Europa. We danken auteur J. Pauwels en M. Chossudovsky, uitgever van GlobalResearch, voor de toelating tot vertaling en publicatie.  

De contradicties van fiscaal Europa

01/12/2019 - 00:48

door Herman Michiel 1 december 2019   Zijn er regeringen die een bedrag van 14 miljard € voor hun schatkist zouden weigeren? Zeg niet dat het onmogelijk is, want de Ierse regering doet er alles aan om te verhinderen dat Apple een verschuldigde belasting van die grootte zou terugbetalen! De Europese Commissie had immers in 2016 berekend dat de Ierse belastingsregeling met de IT-gigant (in het Engels gepast een sweetheart deal genoemd) neerkwam op ‘illegale staatssteun’ ten bedrage van 13 miljard, som die moest vermeerderd worden met 1,3 miljard intresten. Dublin heeft ondertussen al meer dan 7 miljoen € aan consultants en juridisch advies uitgegeven om die 14.3 miljard toch maar niet te krijgen [efn_note] Zie The Journal, 17 sept. 2019, Ireland's appeal over €14.3 billion Apple tax bill to get under way in Europe today [/efn_note]. Maar wijs niet alleen Ierland met de vinger: op 28 november beslisten naast Ierland 11 andere EU-lidstaten iets gelijkaardigs dat over nog veel meer miljarden gaat. De Europese Commissie had in 2016 een richtlijn ter goedkeuring voorgelegd waardoor multinationale bedrijven met een omzet van minstens 750 miljoen euro hun winsten per land zouden moeten bekendmaken, alsook de belastingen die daarop betaald worden. Het voorstel is bekend als de country-by-country reporting directive. De toepassing ervan zou ons in staat gesteld hebben te weten hoeveel winst amazon in België maakte en wat ze daarvoor aan belastingen betaalde; idem voor de winsten van Apple in Ierland of die van Google in Nederland, enzovoort. Nu is het immers zo dat die internationale megabedrijven de winsten geboekt in land A boekhoudkundig kunnen transfereren naar land B, waar de vennootschapsbelasting veel lager is; een kleine operatie van profit shifting die het bedrijf miljarden kan opbrengen; een schatting is dat het de grote spelers jaarlijks 500 miljard $ oplevert (ca. 450 miljard €, het bbp van België). Anderzijds derft land A die miljarden aan staatsinkomsten, terwijl land B onrechtmatig belastingen int op opbrengsten waarmee het niets te maken heeft. Het Commissievoorstel werd echter verworpen door Cyprus, Estland, Ierland, Letland, Luxemburg (thuishaven van afscheidnemend commissievoorzitter Juncker), Malta, Oostenrijk, Kroatië, Slovenië, Tsjechië, Hongarije en Zweden [efn_note] Er is onenigheid tussen de juridische experts van Raad en Commissie of de richtlijn nu unanimiteit dan wel een gewone meerderheid vereist om goedgekeurd te worden! [/efn_note] . Duitsland onthield zich, de anderen waren voor [efn_note]Zie The Guardian, 28 november 2019, 12 EU states reject move to expose companies' tax avoidance [/efn_note].   Profit shifting: een deeltje van het verhaal Drie opmerkingen. Ten eerste had het voorstel van de Europese Commissie niet de bedoeling nu een eind te maken aan de sweetheart deals, maar alleen om publiek te maken hoeveel winst een multinational maakt in een bepaald land, en hoeveel belasting daarop betaald wordt (en dit alleen voor bedrijven met een omzet van minstens 750 miljoen euro). Een soort name and shame benadering dus, maar wetend dat bedrijven creaturen zijn zonder schaamtegevoel is het de vraag hoeveel dit zou uithalen. Maar goed, het was misschien een begin ... Ten tweede is er de schandalige verlaging van de vennootschapsbelasting zelf in de voorbije decennia en de nog verdere verlaging van de effectieve vennootschapsbelasting. De onderstaande grafiek toont de evolutie sinds 1981 van de gemiddelde ‘nominale’ (officiële) aanslagvoet op bedrijfswinsten in de OESO, de verzameling van rijkere economieën. Die aanslagvoet is dus gehalveerd, van 43% naar 22%. [caption id="attachment_17979" align="aligncenter" width="600"] Gemiddelde vennootschapsbelasting (% van de winst) in de OESO 1981-2017. Van 42-43% begin jaren '80 naar 22% nu.[/caption]   Maar dat is niet het tarief dat effectief aangerekend wordt als men rekening houdt met allerlei vrijstellingen, tegemoetkomingen enzovoort. Het verschil is eigenlijk ontstellend (wat bedrijven er niet van weerhoudt om zich te beklagen over de ‘loodzware fiscaliteit’ en te schermen met de nominale cijfers.) De onderstaande grafiek toont de kloof tussen nominaal en effectief voor een aantal landen.   [caption id="attachment_17980" align="aligncenter" width="1024"] De grote kloof tussen de nominale waarde van de belasting op bedrijfswinsten (zwarte balk) en de effectieve (grijze balk).[/caption]   In België bijvoorbeeld bedraagt het effectief tarief (14%) minder dan de helft van het nominale (33,99%, inmiddels verlaagd tot 29,58%, met 25% in het vooruitzicht vanaf 2020) . Derde opmerking: We hadden het tot nog toe over gederfde belastingsinkomsten ten gevolge van legale praktijken. Het is niet tegen de wet dat een multinational zijn winsten boekt in een land met zeer lage fiscaliteit, en verliezen in een met zeer hoge; het procédé heet gewoon profit shifting. Ook de basis waarop belastingen geheven worden kan variëren, en dat kan geoptimaliseerd worden. Zo bedraagt de vennootschapsbelasting in Ierland een schamele 12,5%, maar op patenten en intellectueel eigendom is het maar de helft daarvan. Een voorbeeld van base erosion... Legale praktijken dus, maar die zouden maar 15% uitmaken van het geheel aan gederfde belastingen. Met andere woorden: 85% van wat bedrijven niet betaalden aan belastingen was op illegale basis. Deze cijfers, die zoals alles in de criminele sfeer maar benaderend kunnen zijn, worden geciteerd in een rapport van de studiedienst van het Europees Parlement; daarin wordt over de uitspraak van gewezen Europees president Herman Van Rompuy, namelijk dat er “jaarlijks in de EU ongeveer duizend miljard euro verloren gaat tengevolge van belastingsontwijking en belastingsontduiking”, hetvolgende geciteerd uit een onderzoeksrapport: “(...) van het geschatte [jaarlijks] verlies van 1000 miljard euro, kunnen er 150 miljard toegewezen worden aan belastingsontwijking (de minimalisatie van de belastingen binnen het wettelijk kader), wat aangepakt kan worden door regelgeving en verplichtende maatregelen, terwijl het resterende verlies van 850 miljard euro het gevolg is van belastingsontduiking (het illegaal niet of te weinig betalen van belastingen).” U las dit correct, de man van de ‘rustige vastheid’ had het over 1000 (duizend) miljard euro die jaarlijks niet in de staatskassen terechtkomen. En zeggen dat er heroïsche gevechten plaatshebben tussen Parlement en Raad of de jaarlijkse EU-begroting 150,23 dan wel 164,48 miljard euro zal bedragen...   Hoe kan dit nu? Hoe valt dit te verklaren? Zijn politici onnozel? Of kwaadaardig? Omgekocht door de grote bedrijven? Elk van deze mogelijkheden zal wel op bepaalde individuen van toepassing zijn, maar de doorsnee politicus of politica - over alle traditionele politieke families heen – wordt geleid door een simplistisch riedeltje, dat goed samengevat wordt door Hilde Crevits, christendemocrate (CD&V) en minister van economie in de Vlaamse regering Jambon. In Humo (26 november 2019) wordt haar voor de voeten geworpen dat multinationals als ArcelorMittal en ExxonMobil volgend jaar voor 93 miljoen euro korting krijgen op hun energiefactuur, drie keer meer dan dit jaar. “Het gaat om energie-intensieve bedrijven die zich anders blauw betalen aan energie”, antwoordt Crevits. Als Humo opwerpt dat het bedrijven zijn die miljarden verdienen, terwijl gezinnen en kmo’s ook hoge energiefacturen hebben, verandert Crevits het geweer van schouder: “Ook in Duitsland, Frankrijk en Nederland krijgen die bedrijven zulke compensaties. Anders zijn ze in een vingerknip weg.” Maar een staalfabriek of olieraffinaderij verhuis je toch niet in een vingerknip, brengt Humo in. Crevits: “Als je wil dat ze hier blijven investeren, moet je hen koesteren. In ruil vragen we tegenprestaties qua tewerkstelling en ecologie.” Er zit meer venijn in dit riedeltje dan op het eerste gezicht lijkt. Want als bedrijven lagere energiefacturen (of belastingen...) krijgen ‘omdat ze anders in een vingerknip weg zijn’ en gezinnen krijgen die verlaging niet, is het blijkbaar omdat gezinnen niet zomaar kunnen verdwijnen. De minister zegt dus dat we door de grote bedrijven gechanteerd worden, en dat de overheid er daarom moet aan toegeven. Stel je de minister eens voor die deze redenering toepast op terrorisme... Er zit ook een flinke dosis boerenbedrog in de redenering. Als bedrijven zich alleen vestigden in de landen met de laagste belastingen, de laagste lonen, de zwakste vakbonden en de hoogste tegemoetkomingen, zouden België, Nederland, Duitsland of Frankrijk al lang geen industrie meer kennen: buitenlandse bedrijven zouden wegblijven, binnenlandse vertrekken. Maar dat is blijkbaar niet het geval. Maar er blijft toch een grond van waarheid in het argument dat een bedrijf dat de keus heeft tussen drie vestigingsplaatsen en, ceteris paribus, één biedt een nog lager belastingstarief dan de andere, dit laatste veel kans heeft om gekozen te worden? Hebben Crevits en consoorten dan toch gelijk? Merkwaardig, al die ‘goede Europeanen’ die zo graag paraderen voor een EU-vlag en in vervoering geraken als de Ode an die Fraude aangeheven wordt, al deze voorbeeldige Europese leiders en leidsters hebben zich neergelegd bij een eengemaakte munt, een eengemaakte vrijhandelspolitiek, een eengemaakte markt, maar ... worden kleine nationalistjes en steken in een gebaar van onmacht de armen in de lucht als het bedrijfsbelastingen betreft... De schuld van een aantal lidstaten of regeringen, zullen europeanisten zeggen, niet van de EU of haar instellingen; het was uiteindelijk de Europese Commissie die het voorstel voor een country-by-country reporting directive lanceerde en 12 leden van de Raad die het verwierpen. Wat deze europeanisten blijkbaar niet inzien, is dat dit net de EU karakteriseert. Het vrije verkeer van kapitalen, goederen, diensten en arbeidskrachten zit in het DNA van de EU, want het is in de verdragen van Rome ingeschreven. Fiscale concurrentie tegengaan daarentegen vereist unanieme instemming van alle lidstaten. In een constructie die op kapitalistische concurrentie – onder andere tussen lidstaten en hun wetgeving - gebaseerd is, is dit uitgesloten. Voor het kapitaal zijn de grenzen afgeschaft, maar wat sociale integratie betreft is de EU een nationalistische slangenpoel. Dit is nog veel meer het geval sinds Oost-Europese landen met veel minder concurrentiële economieën tot de EU toetraden. De fiscale politiek is één voorbeeld, er zijn er andere. Zoals sommige lidstaten hun lage vennootschapsbelasting uitspelen als ‘comparatief voordeel’ doen anderen (en vaak dezelfden) het met de lage loonkosten. Een hoop Oost-Europese landen (Polen, Bulgarije...) zijn tegen de opheffing van de loondiscriminatie van hun gedetacheerde werknemers, niet uit sadistisch genoegen, maar omdat dit de troef is die deze landen in concurrentieel Europa kunnen uitspelen. Zo sprak de sociaal-democratische Hongaarse eurocommissaris László Andor zich indertijd uit  tegen de gelijke betaling van gedetacheerde en inlandse werknemers, want dat zou neerkomen op het weggooien van het kind met het badwater... Crevits en Andor hebben dus gelijk, maar dan vanuit de kapitalistische concurrentielogica die de EU hanteert. Redenen genoeg dus om die logica te bestrijden!  

Actie tegen het Europees Defensieagentschap

30/11/2019 - 09:22

30 november 2019 – Op 27 november had in Brussel de jaarlijkse conferentie van het Europees Defensieagentschap plaats. Honderden vertegenwoordigers van de wapenindustrie werden uitgenodigd, maar alle aanvragen van het middenveld werden geweigerd wegens ‘space constraints’: de conferentiezaal zou helaas te klein zijn.

Dit ging niet ongemerkt voorbij. De nacht voor de conferentie verschenen er honderden posters in de straten van de Europese wijk in Brussel met foto’s van CEO’s van Europese en Belgische wapenbedrijven: ‘gezocht voor het plegen van oorlogsmisdaden’. Meer daarover bij Vredesactie.

Vredesactie maakte er een filmpje over. Je kan de foto’s van de actie ook bekijken op Flickr en het filmpje delen op Facebook.

 

Het economische beleid van Labour: Een hele uitdaging voor de boeg

28/11/2019 - 13:43

door Michael Roberts (*) 28 november 2019   Welke regering ook in het Verenigd Koninkrijk (VK) wordt gevormd na de verkiezingen van 12 december, deze staat voor een enorme uitdaging. De Britse economie is een puinhoop en haar samenleving is verscheurd door verdeeldheid. Na tien jaar bezuinigingsmaatregelen onder de conservatieve/liberaal-democratische regeringen zijn openbare diensten en sociale uitkeringen tot op het bot beperkt. Het Britse staatspensioen is het laagste in Europa! De National Health Service (NHS), na te zijn uitgehold door outsourcing en interne privatisering en vervolgens door gebrek aan geld, staat aan de afgrond. Sociale zorg voor ouderen en zieken is gedecimeerd en/of afschuwelijk duur. De groepsgrootte in schoolklassen is hoger dan ooit, hogescholen gaan failliet en studenten steken zich diep in de schulden. Het woningtekort is zo erg dat jongeren gedwongen worden om thuis te wonen bij hun ouders of in overvolle, ongeschikte particuliere huuraccommodaties. Vervoer is een dure nachtmerrie: de prijzen voor spoor, energie en brandstof behoren tot de hoogste in Europa. De ongelijkheid van vermogen en inkomen is even groot als in de jaren dertig. Terwijl Groot-Brittannië beschikt over 135 miljardairs, zijn 14 miljoen mensen officieel geclassificeerd als arm en leven 4 miljoen kinderen in armoede. Regionale verschillen in levensstandaard tussen Londen en het zuidoosten en de rest van het VK zijn de grootste in Noord-Europa. Miljoenen werken in de slecht betaalde zelfstandige ‘gig’-economie [efn_note] Een ‘gig economy’ is een economie waar tijdelijk werk normaal is en waarin zelfstandige arbeidskrachten voor een specifiek project worden ingehuurd, en vaste banen worden ingeruild voor kortlopende klussen. [/efn_note], en een miljoen mensen werken op nul-uren-contracten, vaak voor lonen onder het officiële minimumloon; terwijl gehandicapten en zieken worden teruggedrongen naar banen met lage lonen door het intrekken van uitkeringen. Dit alles, terwijl de Britten verdeeld zijn over de vraag of het beter is om de Europese Unie te verlaten of niet; of Schotland en Noord-Ierland met de Unie moeten breken; en of immigratie goed of slecht is voor de economie en de samenleving. Het belangrijkste is dat op economisch vlak de groei van de nationale productie in Groot-Brittannië vertraagt, terwijl de bevolking groeit, waardoor het steeds moeilijker wordt om de middelen te bieden om deze uitdagingen aan te gaan. De economische groei van Groot-Brittannië verdwijnt snel. De kapitalistische sector van de Britse economie is er niet in geslaagd te voorzien in de behoeften van mensen, hoewel het hogere winsten en huizenprijzen en een bloeiende aandelenmarkt voor de rijken heeft opgeleverd. Het reële beschikbare inkomen per hoofd is min of meer gestagneerd sinds het einde van de Grote Recessie, de langste periode in 167 jaar! (zie Fig. 1)   [caption id="attachment_17964" align="aligncenter" width="587"] Fig. 1 - Reëel besteedbaar inkomen (in Britse pond) per hoofd van de Britse bevolking, 1979 - 2017. 'Reëel' betekent gecorrigeerd voor inflatie, 'besteedbaar' is na aftrek van belastingen. Het betreft een gemiddelde per persoon over de hele bevolking. Bron ONS-IHXZ.[/caption]   Dat komt omdat investeringen van grote bedrijven krimpen (Fig. 2), deels vanwege de onzekerheid over wat er na de Brexit zal gebeuren en deels omdat zowel binnenlandse als buitenlandse investeerders niet langer veel rendement verwachten van investeringen in Groot-Brittannië. Door dalende investeringen ontstaat lage groei in wat elke werknemer in Groot-Brittannië kan produceren. En lage productiviteitsgroei betekent permanente lage economische groei.   Investeringen [caption id="attachment_17965" align="aligncenter" width="538"] Fig. 2 - De investeringen in het Verenigd Koninkrijk (VK) zijn laag, en verlagen nog systematisch. Getoond zijn de bruto investeringen in vaste activa (machines, fabrieksgebouwen...) als percentage van het bbp, 1970 - 2014. Groene curve: VK, blauwe: China, zwart: eurozone, grijs: OESO-gemiddelde. Bron: Wereldbank.[/caption]   De reële productie per gewerkt uur (Fig. 3) steeg tussen 2007 en 2016 met slechts 1,4%. Binnen de G7 presteerde alleen Italië slechter (-1,7%). Met uitzondering van het VK hebben de G7-landen deze periode een productiviteitsverhoging van 7,5% gekend, geleid door de VS, Canada en Japan. Bovendien is de ‘productiviteitskloof’ voor het VK - het verschil tussen de output per uur in 2016 en de trend van vóór de crisis - min 15,8%, terwijl die kloof voor de G7 (zonder het VK) min 8,8% is.   [caption id="attachment_17966" align="aligncenter" width="587"] Fig. 3 - Reële productie per gewerkt uur, 1995 - 2017. 'Reëel' betekent gecorrigeerd voor inflatie. De productie per gewerkt uur werd voor 2007 op 100 gesteld. Oranje curve : VK, grijze curve: de G7 zonder het VK.[/caption]   Het Britse kapitalisme is een ‘rentenierseconomie’, [efn_note] Zie Michael Roberts, The rentier economy.  [/efn_note] geconcentreerd op financiële diensten, onroerend goed en zakelijke dienstverlening, meer dan elke andere grote economie. De City of London heeft geholpen om de wereldwijde financiële crash en de enorme malaise in 2008-9 te activeren en heeft sindsdien niets gedaan om Britse bedrijven, met name kleinere, te ondersteunen. Leningen aan kleinere bedrijven zijn gedaald. In plaats daarvan zijn bankleningen in onroerend goed gestoken. De productieve sectoren van Groot-Brittannië (productie, professionele wetenschappelijke en technische activiteiten, informatie & communicatie en administratieve en ondersteunende diensten) zijn goed voor 28,7% van het reële bruto binnenlands product (bbp). Maar bankleningen aan deze vier sectoren bedragen slechts 5,5% van het bbp. Dit is minder dan het totaal van de uitstaande leningen aan bedrijven die onroerend goed kopen, verkopen en verhuren (6,9% van het bbp). Wat moet er bijgevolg gedaan worden? Het verkiezingsmanifest van de Britse Labour-partij [efn_note]Voor een overzicht ervan, zie Ander Europa, Het Labour Manifesto 2019: strijdros voor 12 december [Noot van de vertaler][/efn_note] gaat de uitdaging aan. Het belangrijkste onderliggende probleem waar het allemaal van afhangt, is het vinden van een manier om een verhoging tot stand te brengen op gebied van investeringen in meer productiviteitsverhogende projecten en in beter opgeleide en geschoolde werknemers, tewerkgesteld in fatsoenlijke omstandigheden en met een behoorlijk loon. In dit verband doet Labour serieuze pogingen om de achteruitgang van de Britse industrie te keren. Ten eerste wil het een Green New Deal starten die middelen weghaalt van niet-productieve activiteiten en zich in plaats daarvan richt op het terugdringen van de versnelling in het broeikaseffect door te investeren in duurzame energieprojecten en honderdduizenden stageplaatsen aan te bieden voor geschoolde banen in groene projecten. Ten tweede wil het plan van Labour de belangrijkste energie- en waterbedrijven weer in publiek bezit brengen, waardoor het plunderen van het publiek door de huidige particuliere monopolies wordt beëindigd. Spoor- en busvervoer zullen ook terugkeren naar de publieke sector, waardoor de verspillende anarchie van uitbestede routes en inefficiënte en dure lokale busdiensten wordt beëindigd. En Labour zal ernaar streven om binnen tien jaar gratis supersnel breedbandinternet aan elk huishouden te leveren, tegen de helft van de kosten die de particuliere sector zou uitgeven, door de breedbanddivisie van BT over te nemen. En het zou de Royal Mail terug in publiek eigendom brengen. Van de grootste bedrijven wordt verwacht dat zij hun werknemers aandelen in het bedrijf geven met vertegenwoordigingsrechten in ondernemingsraden. En collectieve onderhandelingsrechten zouden worden hersteld, waardoor de anti-vakbondswetten van Thatcher worden teruggedraaid. Deze maatregelen zullen  een nieuwe impuls geven aan investeringen en banen. En ten derde zal Labour de publieke investeringen uitbreiden om te compenseren voor het falen van bedrijven om te investeren. Labour zal een strategische investeringsraad instellen om R&D, commerciële diensten en informatiestromen te coördineren. Het zal een staatsinvesteringsbank oprichten om £ 25 miljard te investeren in projecten en infrastructuur. Het zal een nieuwe bankdienst voor kleine bedrijven starten op basis van het postkantoor. Hoe wordt dit allemaal betaald? Welnu, onder de bestaande omstandigheden is Labour van plan de inkomstenbelasting te verhogen voor de hoogste 5% van de inkomens (dat wil zeggen meer dan £ 80.000 per jaar). Bedoeld om de ontbrekende belastingen op te vangen die door ontduiking of weggesluisd via belastingparadijzen momenteel niet worden betaald door grote bedrijven en rijken - wat wordt geschat op $ 25 miljard per jaar! Labour zou bereid zijn om de overheidsleningen te verhogen om meer uitgaven aan gezondheidszorg, onderwijs en sommige van de projecten op langere termijn te financieren. Aangezien de rentetarieven het laagst in 60 jaar zijn, zullen de financieringskosten weinig toevoegen aan de jaarlijkse budgetkosten. Ook zullen geplande investeringen, een verhoogde productiviteit en groei meer belastinginkomsten moeten opleveren. Naar schatting zullen de kosten van nationalisatie van energie, spoor, water en telecommunicatie binnen zeven jaar met de inkomsten van deze sectoren kunnen worden gedekt. [efn_note]The Independent 14 nov. 2019, Nationalising water, energy and Royal Mail would pay for itself within seven years, research says  [/efn_note] In tegenstelling tot de reacties in de media, zou dit het VK niet de hoogste  overheidsuitgaven van de grote economieën bezorgen. Zoals de Resolution Foundation aantoont, zou de omvang van de overheidsuitgaven als aandeel van de totale jaarlijkse uitgaven tot ongeveer 45% van het bbp stijgen, iets boven het gemiddelde van de OESO-economieën (Fig. 4).   [caption id="attachment_17967" align="aligncenter" width="639"] Fig. 4 - Overheidsbestedingen als percentage van het bbp in 2018 (voor de US 2017). De rode baar betreft de Labourplannen voor 2023-2024; men ziet dat deze slechts lichtjes boven het OESO-gemiddelde en Duitsland uitkomen.[/caption]   Zoals Simon Wren-Lewis in een uitgebreide bericht zegt: "Een andere manier om het te stellen is dat het VK dichter bij het Europese gemiddelde zal komen en verder weg van het niveau van de VS en Canada." [efn_note] Zie mainly macro, Is Labour’s economic plan credible?  [/efn_note] Kan dit plan werken om van Groot-Brittannië een meer welvarende, meer gelijke en meer verenigde samenleving te maken? Veel hangt af van drie dingen. Ten eerste, kan slechts één staatsbank en investeringsraad echt genoeg zijn om de renteniereconomie van Groot-Brittannië om te turnen naar werkgelegenheid in meer productieve sectoren? Labour stelt niet voor om de grote vijf banken of de grote verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen onder publieke controle te brengen. [efn_note]Zie Banking as a public service [/efn_note] Toch zullen deze het grootste deel van de potentiële investeringsfinanciering blijven leveren (in het beste geval ongeveer 15% van het BBP vergeleken met hoogstens 4% vanwege de staat). Dat zal het vermogen van een Labour-regering om echte verbeteringen in investeringen, diensten en inkomens te leveren, verzwakken. [efn_note]Zie Models of public ownership [/efn_note] De belasting- en andere maatregelen van Labour om inkomsten en rijkdom van de superrijken naar de rest te verdelen, zijn ook zeer beperkt. Hoewel Labour van plan is de jaarlijkse toename van de uitgaven aan de NHS met 4% per jaar te verhogen, is dat inderdaad nog steeds minder dan onder de regering Blair en is het nauwelijks genoeg om te voorzien in de behoeften van een vergrijzende bevolking. En de maatregelen van Labour zullen slechts een kleine deuk veroorzaken in de extreme niveaus van ongelijkheid. Ten tweede is er de onvermijdelijke reactie van grote bedrijven en de media. Ze zullen vastberaden te keer gaan om de Labourplannen te dwarsbomen en om te keren, en elk teken van falen zal worden aangegrepen. En dus is er een serieus risico dat de relatief bescheiden plannen van Labour om de rijkdom en macht in het land weer in evenwicht te brengen, kunnen verzanden. Grote bedrijven en de rijken hebben al gedreigd hun investeringen en geld naar elders te brengen en de machtsovername van een radicale Labourregering kan heel goed leiden tot wat 'kapitaalvlucht' wordt genoemd, met een 'run' op de waarde van het pond als gevolg en een verhoging van de rente. Labour moet mogelijk ingrijpender maatregelen nemen, zoals kapitaalcontrole. Zonder controle op de grote banken zal de munt worden bedreigd door het financieel terrorisme. En ten derde, en het belangrijkste, is de grote kans op een nieuwe wereldwijde instorting van productie, investeringen en werkgelegenheid. De Grote Recessie ligt tien jaar achter ons, de grootste wereldwijde malaise sinds de jaren 1930. Een nieuwe recessie had zich normaal al moeten aandienen, maar er zijn tekenen dat ze eraan komt, [efn_note] Zie A global manufacturing recession[/efn_note] omdat de grote economieën aanzienlijk vertragen en de handels- en technologieoorlog tussen de VS en China intensiever wordt, [efn_note]Zie Global slump: the trade and technology trigger [/efn_note] waardoor de groei van de wereldhandel wordt weggevaagd. Volgend jaar rond deze tijd zou de nieuwe Britse regering geconfronteerd kunnen worden met Britse ondernemingen die failliet gaan, werknemers ontslaan en een investeringsstaking beginnen. De enige manier waarop de impact van een dergelijke recessie zou kunnen worden verminderd, is als Labour de controle overneemt over wat vroeger de ‘besturingscentra van de economie' werden genoemd: de banken, verzekeringsmaatschappijen, pensioenfondsen en de belangrijkste strategische sectoren in Groot-Brittannië, de belangrijkste productie-, energie- en andere productiesectoren. Alleen dan zou een nationaal plan voor investeringen en banen en de bestrijding van klimaatverandering mogelijk kunnen zijn, omdat het niet zou berusten op kapitalistische investeringen. Het huidige economische beleid van Labour voldoet daar niet aan. In plaats daarvan sluiten de leiders en adviseurs van Labour dergelijke drastische maatregelen uit omdat ze denken dat ze niet nodig zullen zijn en in plaats daarvan ‘een gereguleerd en beheerd kapitalisme’ nog steeds in de behoeften van het Britse volk kan voorzien. De geschiedenis leert ons anders.   (*) Michael Roberts is een marxistisch econoom, de auteur van The Great Recession: a Marxist view (2009) en The Long Depression: Marxism and the Global Crisis of Capitalism  (2016). Hij schrijft uitvoerig op zijn blog. waar ook dit artikel verscheen op 23 november 2019. Nederlandse vertaling door Ander Europa.  

De hersendood van de NAVO en de Hunnenrede van Frau AKK

27/11/2019 - 09:50

door Gerrit Zeilemaker 27 november 2019   Onlangs verkondigde de Franse president Macron in een interview met The Economist "de hersendood van de NAVO." Europa staat op de "rand van een afgrond", zegt hij, en moet zichzelf strategisch gaan beschouwen als een geopolitieke macht; anders zullen we "niet langer de controle hebben over onze bestemming." In zijn binnenlandse politiek, hardnekkig geblokkeerd door de Gele Hesjes [efn_note] Zie Ander Europa, Gele Hesjes vieren eerste verjaardag met oproep voor steun aan de vakbondsstakingen.  [/efn_note], probeert Macron in zijn buitenlandse politiek door provocatieve uitspraken op te vallen en zich aan te bieden als de visionaire politicus. Onder Macrons recente diplomatieke initiatieven valt te vermelden de blokkering van de uitbreiding van de EU op de Westelijke Balkan, en pogingen om directe gesprekken tussen Amerika en Iran tot stand te brengen. De onderliggende boodschap van Macron is dat Europa moet gaan denken en handelen als “strategische kracht”. Dat zou moeten beginnen met het herwinnen van "militaire soevereiniteit" en het heropenen van een dialoog met Rusland ondanks de achterdocht van Polen en andere landen die ooit onder Sovjetoverheersing stonden. [efn_note] Zie The Economist van 7 november 2019, Emmanuel Macron warns Europe: NATO is becoming brain-dead [/efn_note] Bondskanselier Merkel ontkende natuurlijk onmiddellijk dat de NAVO hersendood is, maar heeft zelf al eerder verklaard dat Europa niet langer volledig kan vertrouwen op zijn oude Britse en Amerikaanse bondgenoten, en dat de EU bereid moet zijn om "haar lot in eigen handen te nemen". [efn_note] The Guardian, 28 mei 2017, Angela Merkel: EU cannot completely rely on US and Britain any more [/efn_note] Macron’s initiatieven vallen dus samen met een voortstuwen van Europa als geopolitieke macht, wat natuurlijk vooral op militair gebied moet gebeuren. En toen deed  Annegret een duit in het zakje.   Annegret kan de hele wereld aan Een nieuwe Duitse minister van Defensie met de ietwat kneuterige naam Annegret Kramp-Karrenbauer (bekend als 'AKK') is aangetreden. Ze is opvolgster van de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen die het ministerie bedolf met miljoenenrekeningen van externe adviseurs. [efn_note] Zie Ander Europa, De kandidaten in het Europese banencarrousel: rechts, corrupt en onbekwaam  [/efn_note] AKK, die ook voorzitter is van de CDU, beschermelinge en beoogd opvolgster van bondskanselier Merkel, ging flink van start. Zo flink dat je gerust de naam Ministerie van Defensie in Ministerie van Oorlog kan veranderen.   [caption id="attachment_17947" align="alignleft" width="480"] De Duitse minister van defensie Annegret Kramp-Karrenbauer en NATO secretaris-generaal Stoltenberg, 31 juli 2019.
(Foto NATO, CC BY-NC-ND 2.0)[/caption] Zo stelde ze bij haar eerste optreden bij de NAVO voor om een internationale beschermingsmacht voor Syrië in te zetten. Ze werd geprezen door de EU-partners, maar meedoen willen ze niet. Ondertussen wist de regering in Duitsland nergens van. [efn_note] Der Spiegel, Ein bisschen Sympathie [/efn_note] De minister van Buitenlandse Zaken, de SPD-er Heiko Maas, noemde het voorstel een ‘beschadiging van de Duitse buitenlandse politiek’. Volgens hem was het voorstel noch in de regering noch in de CDU afgestemd’. [efn_note] Die Zeit, 5 november 2019,  Maas hält Kramp-Karrenbauers Syrien-Vorschlag für schädigend [/efn_note] Hoe ver men wil gaan met zo’n missie is ontstellend. De Duitse legerleiding kon zo 2.500 militairen leveren om een zone te bezetten met sectoren van 40 km breed en 30 km diep. Voor één zo’n sector zouden de Duitsers dan drie ‘robuuste’ bataljons beschikbaar stellen met een ‘compleet pakket’. Dit complete pakket zou bestaan uit verkenningstroepen, speciale eenheden, gepantserde voertuigen, zware bewapening, houwitsers, mijnenruimers, luchtsteun met Tornado-jachtvliegtuigen en een gewapende eenheid "Eurofighters". [efn_note] Der Spiegel, 25 oktober 2019, Bundeswehr plant Syrien-Szenario mit 2500 Soldaten [/efn_note] AKK hield vervolgens een rede aan de militaire academie in München. Ze positioneerde Duitsland als een op belangen  gebaseerde, wereldwijde grootmacht en militaire macht,  en zichzelf tegelijkertijd als kanselierskandidaat, als opvolgster van Angela Merkel. De rede is zowel verontrustend als verbazingwekkend door het openlijk imperialistisch karakter, gepaard met onverhuld militarisme. Ze schetste een "terugkeer van concurrentie van grote mogendheden rondom invloedssferen en overheersing". En allerlei bedreigingen van "Russische agressie in Oekraïne", wereldwijde netwerken van islamitisch terrorisme, de machtspolitieke opkomst van China, tot en met sociale fenomenen zoals 'klimaatverandering, demografie en digitalisering'. Op het gebied van digitalisering ziet ze cyberspace als een locatie voor nieuwe machtsstrijd. Vanwege de genoemde bedreigingen en uitdagingen moet Duitsland zijn rol als 'vormgevende macht' op zich nemen, die echter 'niet gratis' is. Dat “betekent allereerst dat Duitsland een houding moet ontwikkelen ten aanzien van alle kwesties die van invloed zijn op zijn strategische belangen.” Want “Duitsland heeft natuurlijk, zoals elke staat ter wereld, zijn eigen strategische belangen. Bijvoorbeeld als een wereldwijd netwerk van handelsnaties in het hart van Europa. Wij vertegenwoordigen onze belangen elke dag. Maar we moeten eindelijk beginnen dat toe te geven.” En verder “Wij zijn de enige continentale Europese natie die een leidende rol speelt in Enhanced Forward Presence [efn_note] Enhanced Forward Presence: een NAVO-machtsontplooiing in Oost-Europa gericht tegen het 'Russisch gevaar'.[/efn_note] voor de bescherming van Oost-Europa.” Duitsland levert bovendien de één na grootste troepenbijdrage aan de missie in Afghanistan, het trainen  van veiligheidstroepen in Mali en Irak. Zo neemt Duitsland ook deel aan “de strijd tegen het terrorisme in de Sahel, vooral in de handen van onze Franse vrienden - ook al worden wij in Duitsland even bedreigd door terreur en de gevolgen daarvan.” “Uiteindelijk omvat dit de bereidheid om, indien nodig samen met onze bondgenoten en partners, het spectrum van militaire middelen te benutten. Net zoals we al in Afghanistan hebben laten zien in de strijd tegen het terrorisme.” “Of een ander voorbeeld: Onze partners in de regio Indo-Pacific - vooral Australië, Japan en Zuid-Korea, maar ook India - voelen zich steeds meer onder druk gezet door China's machtspositie. Ze willen een duidelijk teken van solidariteit.(…) Het wordt de hoogste tijd dat Duitsland zo'n teken geeft door met onze bondgenoten in de regio aanwezig te zijn.” Het een en ander moet vooral door "versterking van de Europese defensiesamenwerking" geschieden die “helpt een sterk, verenigd Europa op te bouwen.” “Alle voorstellen ter versterking van de Europese capaciteit voor actie op het gebied van veiligheid en defensie versterken de Europese arm binnen de NAVO.” Dit ‘gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid van de EU’ moet een ‘strategisch kompas geven’ (…) “dat duidelijk aangeeft hoe wij Europeanen willen optreden en hoe we daar komen. Een kompas voor een zelfverzekerde Europese defensie-unie.” Voor AKK is “dit alleen mogelijk met een sterke Duits-Franse tandem, die de gemeenschappelijke Europese zaak dient in de geest van het Verdrag van Aken.” [efn_note]Grundsatzrede der Verteidigungsministerin en Ander Europa, De EU militariseert verder: het Verdrag van Aken [/efn_note].   Militaire aanwezigheid in Afrika… Zo worden Duitsland en andere Europese landen [efn_note] Ook Nederland werd door de Franse minister van defensie uitgenodigd om deel te nemen aan acties in de Sahel. Zie de Kamerbrief van 5 september 2019[/efn_note] in het kielzog van Frankrijk het Afrikaanse continent ingezogen. In de Tahoua-regio van Niger, ongeveer 200 kilometer van Niamey, trainen al speciale troepen van de Duitse strijdkrachten de toekomstige speciale troepen van het land. Duitsland financiert ook Nigers uitrusting, van de Toyota SUV’s tot gloednieuwe Kalashnikovs. Het is niet de enige trainingsmissie in zijn soort: in Tunesië (Fennek) en Jordanië (Arabische luipaard) zijn ook Duitse soldaten van het speciale commando van het leger of de gevechtszwemmers van de marine op militaire assistentiemissies. [efn_note] Bundeswehr im Sahel: Wahrscheinlich länger, vielleicht auch anders?  [/efn_note] Een andere missie van het Duitse leger vindt plaats in Mali in samenwerking met Frankrijk. Momenteel wordt goud gedolven in Mali, maar in het gebied tussen Gao en Kidal bevindt zich ook uranium, dat Frankrijk voor zijn talrijke kerncentrales wil vastleggen. Grote hoeveelheden aardgas en ruwe olie zijn beschikbaar in de regio, sommige transnationaal, maar in Mali wordt dit niet ontgonnen vanwege de onzekere situatie. Het naburige Niger is, en dit is waarschijnlijk de sterkste reden voor de Franse oorlog, momenteel de derde grootste uraniumleverancier ter wereld. Ruim 70 procent van het Franse uranium komt uit Niger, gewonnen door het Franse bedrijf Areva. Daarbij komt de aanleg van een 4000 kilometer lange pijpleiding van Nigeria via Niger naar Algerije (en dus naar de havens van de Middellandse Zee) onder andere gefinancierd door het Russische bedrijf Gazprom. Een 'failed state' Mali zou een bedreiging vormen voor al deze landen (en dus voor de winning van grondstoffen door westerse bedrijven). [efn_note]Frankreich und seine Intervention in Mali [/efn_note] Hoewel de Duitse soldaten in Mali tot nu toe een adviserende en ondersteunende rol hadden wil men nu nog 500 Duitse soldaten als opleiders Malinese soldaten bij ‘militaire operaties’ laten vergezellen. [efn_note]Die Zeit,  15 november 2019, Bundeswehr soll Mission in Mali und im südchinesischen Meer planen [/efn_note]   … en in het Midden-Oosten en Azie Naast inspanningen in Irak kunnen in Afghanistan als onderdeel van de ondersteunings- en trainingsmissie volgens het mandaat van de Bondsdag momenteel tot 1.300 troepen worden ingezet. De militaire missie in Afghanistan heeft de Duitse belastingbetaler reeds bijna tien miljard euro gekost en slokt nog jaarlijks meer dan 300 miljoen euro op. Het mandaat eindigt in maart 2020, maar zal volgens de plannen van de federale overheid verlengd worden. Bovendien bestaan er plannen om een Duits fregat de Zuid-Chinese Zee of de 180 kilometer brede zeestraat tussen Taiwan en het Chinese vasteland in te sturen. [efn_note] Der Spiegel, Neue Bundeswehr-Missionen in Afrika und Asien geplant  [/efn_note]   Hunnenrede… Opgemerkt moet worden dat de rede van AKK in conflict is met de Duitse Grondwet die in art. 26. 1 stelt dat “Handelingen die ertoe strekken en bedoeld zijn om de vreedzame coexistentie van volkeren te verstoren, met name om een agressieoorlog voor te bereiden, zijn ongrondwettelijk. Ze moeten worden gestraft." De straf wordt in het Duitse strafwetboek op levenslang of minstens tien jaar vastgesteld. Alleen zelfverdediging is geoorloofd. AKK heeft in haar rede de rol van de Bundeswehr omgedefinieerd als wereldwijd interventieleger en omgesmeed tot verdediging van economische belangen, wat vooral de belangen van de grote Duitse bedrijven zijn. (Bijvoorbeeld de Duitse wapenproducenten: Duitsland is volgens het SIPRI de vierde wapenexporteur van de wereld. [efn_note] SIPRI-jaarboek 2019 [/efn_note]) In Duitsland wordt de rede van AKK aan de militaire academie de Hunnenrede genoemd naar de zogenaamde Hunnenrede die de Duitse keizer Wilhelm II op 27 juli 1900 in Bremen hield. Hij sprak het expeditieleger toe dat een anti-imperialistische beweging, de Bokseropstand, in China moest verpletteren. Dat moest volgens de keizer in de stijl van de "Hunnen": alle Chinezen die zich verzetten, zouden moeten worden gedood - "gevangenen worden niet gemaakt". Het gaat bij AKK om het oude imperialisme verpakt in nieuwe Orwelliaanse taal. Er wordt niet gesproken van ‘oorlog’, maar van ‘missie’; niet van ‘militaire agressie’, maar van ‘aanwezigheid en houding’, niet van ‘bedreiging’, maar van ‘het gebruik van strategieën’. Het doden van mensen komt in de hele rede niet voor. [efn_note]Kramp-Karrenbauers Plädoyer für eine neue Bundeswehr – Beispiel für einen üblen Manipulationsversuch   [/efn_note] Zo schrijdt de militarisering van Europa steeds verder en raakt de Nobelprijs voor de Vrede die de EU in 2012 kreeg  een steeds gênantere aangelegenheid.  

Het Labour Manifesto 2019: strijdros voor 12 december

25/11/2019 - 22:33

door Herman Michiel 26 november 2019   Op 21 november stelde Jeremy Corbyn het ‘Labour Manifesto 2019’ voor. It’s Time for Real Change is een lijvig document waarmee Labour naar de verkiezingen van 12 december trekt. Niets bijzonders, zou men kunnen zeggen, iedere partij doet wel zoiets in de aanloop van verkiezingen, en is er nu zoveel te zeggen over het programma van een sociaaldemocratische partij die Labour uiteindelijk is?   Niet zomaar verkiezingen ... Ja, het is een belangrijk programma en het zijn belangrijke verkiezingen. Zoals wel vaker liggen de zaken in Groot-Brittannië ietwat anders dan bij ons. De Labour Party zelf is anders dan een doorsnee-sociaaldemocratische partij op het continent. De PVDA, de sp.a, de PS, de SPD, de PSOE… nemen een welbepaald segment in binnen het politieke spectrum; Labour daarentegen beslaat meerdere segmenten binnen dat spectrum, gaande van liberaal op zijn Tony Blair’s tot radicaal links. De reden is het Brits kiesstelsel, een meerderheidsstelsel waardoor kleine partijen haast geen kans hebben om in het Parlement vertegenwoordigd te zijn; het alternatief is dan zich inwerken in een grote partij. Wie het meeste stemmen haalt in een van de 650 kiesdistricten is er de enig verkozene; er is met andere woorden geen proportionaliteit. Een partij kan nationaal 20% van de stemmen behalen en toch weinig of geen verkozenen hebben. Het gevolg is dat de klassenstrijd en de politieke strijd links-rechts zich in feite deels binnen een partij als Labour afspelen. Zo komt het dat men politieke antipoden als Tony Blair en Jeremy Corbyn in dezelfde partij kan aantreffen. En dat is al een eerste reden waarom deze verkiezingen zo belangrijk zijn: de rechtervleugel van de partij hoopt dat Corbyn met zijn links programma zal afgestraft worden, terwijl de linkervleugel natuurlijk hoopt op een overwinning, zelfs op de intrede van Jeremy Corbyn in Downing Street 10, de ambtswoning van de Britse eerste minister. Deze verkiezingen zijn natuurlijk ook belangrijk omdat ze een duel zijn tussen de linkse Corbyn en de reactionaire leider van de Conservatieven (Tories) Boris Johnson. En achter deze twee figuren schuilen twee tegengestelde politieke projecten. Dat van Corbyn’s Labour is helder uiteengezet in het Labour Manifesto, waarvan we de grote lijnen verder nog zullen schetsen. Johnson daarentegen verbergt een reactionair project achter zijn driftig gegesticuleer rond Brexit; zijn taking back control gaat niet over meer democratie en een herovering van de volkssoevereiniteit, maar over nog meer uitbuiting van de werkende klasse. Dit is dan ook de grote uitdaging voor Labour: kiezers overtuigen dat de echte inzet gaat over werkersrechten, openbare diensten, gezondheidszorg, leefbare steden, klimaatbeheersing. Maar de brexitkwestie zelf kan men niet ontwijken, ze heeft het politieke leven drie jaar beheerst, en in een referendum heeft een meerderheid zich daarvoor uitgesproken. Geen gemakkelijke opdracht voor de leider van een partij waarvan de kiezers verdeeld stemden in het Brexitreferendum [efn_note].  Ongeveer 30% van wie in 2017 Labour stemde zou in 2016 voor Leave (uit de EU) gestemd hebben. [/efn_note]. Er is nog een derde reden waarom de Britse verkiezingen van 12 december meer dan nationaal belang hebben. Labour is in zijn duel met de Conservatieven momenteel de spits van het verzet tegen het neoliberaal beleid in Europa, zoals vijf jaar geleden SYRIZA dat was. Dat het een sociaaldemocratische partij betreft maakt het des te interessanter, want niettegenstaande de enorme verzwakking van de sociaaldemocratie blijft deze politieke stroming voor veel mensen de hoop op verandering en verbetering. Als Labour kan aantonen dat er overwinningen kunnen behaald worden op basis van een consequent reformistisch programma, zou dit van continentale betekenis zijn, veel meer dan de halfslachtige manoeuvres van Pedro Sánchez in Spanje. In de voorbije decennia hebben sociaaldemocratische partijen systematisch hun programma afgezwakt in de hoop meer kiezers te strikken, en er daarbij meestal alleen maar verloren. Met Corbyn als leider is Labour echter in linkse richting geëvolueerd en behaalde daarmee in 2017, tegen de verwachting van velen (en tegen de hoop van rechts, binnen en buiten Labour), een klinkende overwinning [efn_note]Met 40% van de stemmen in 2017, tegenover 30,4% in 2015, 29% en 2010, 35,2% in 2005 en 40,7% in 2001, respectievelijk onder Labourleiders Ed Milliband, Gordon Brown en Tony Blair in 2005 en 2001.   [/efn_note].   De Brexit-factor We zegden het al: de uitdaging voor Corbyn en Labour is de werkende bevolking ervan te overtuigen dat de inzet van deze verkiezingen de keuze is tussen een verdere neoliberale ontwikkeling, of een poging om het tij te keren en een beleid te voeren for the many, not for the few. Het probleem daarbij is natuurlijk dat er in Groot-Brittannië de laatste drie jaar over niets anders gepraat is dan over Brexit, en dat Boris Johnson er dreigt in te slagen velen ervan te overtuigen dat zijn Brexit een nieuw tijdperk zal inluiden van welvaart en sociale vooruitgang. Corbyn, als leider van een partij die verdeeld is over Brexit, heeft geprobeerd de kwestie zoveel mogelijk te ontwijken, onder andere door open te staan voor een tweede referendum. Dat zou kwalijke gevolgen kunnen hebben bij de stembusgang. In feite moet Labour zich niet meer uitspreken voor of tegen Brexit, want daar is in een referendum over besloten. Het is nu zaak bij deze verkiezingen om glashelder het verschil uit te leggen tussen de vrijhandels-Brexit van de Conservatieven en de People’s Brexit van Labour. Met het Manifesto 2019 beschikt Labour daarbij over heel wat troeven. Dat zal verderop nog blijken als we de inhoud ervan overlopen, maar er kan ook nog op het volgende gewezen worden. Een deel van de linkse Remainers (tegen Brexit), onder andere in de vakbonden, zien in de Europese Unie een beschutting tegen al te vergaande sociale afbraak. Dit kan vreemd lijken, maar de Britse arbeidersklasse heeft sinds het Thatchertijdperk heel zware klappen moeten incasseren; het stakingsrecht is er bijvoorbeeld aan uiterst restrictieve en repressieve regels onderworpen. De Conservatieven zijn de laatste jaren druk bezig om daar nog een schep bovenop te doen [efn_note] Zie bijvoorbeeld het artikel Biggest crackdown on trade unions for 30 years launched by Conservatives in The Guardian van 15 juli 2015. [/efn_note]. De twijfel aan de eigen krachten binnen de arbeidersbeweging verklaart ten dele waarom sommigen een hoop dan stellen op de Europese Unie. Maar hopen dat de EU het arbeids- en stakingsrecht garandeert komt er zo’n beetje op neer te hopen dat de Britse Queen de Republiek zou verdedigen... Een klinkende overwinning van Labour, en massale steun voor Corbyn’s progressief project, zijn veel betere waarborgen dan het Europees Sociaal Protocol en het antivakbondstropisme van de Europese Commissie als het op sociale vooruitgang aankomt. Nog een argument voor Brexit is de vraag hoe lang het zou duren alvorens een Corbyn-regering in botsing komt met Brussel als Labour zijn massaal openbaar investeringsprogramma en de hernationalisering van diverse diensten zou aanvatten. Het is in die zin dat Costas Lapavitsas schrijft: We need a Labour Brexit. Maar deze argumentatie is door Labour de voorbije jaren niet gehanteerd.   Het Labour Manifesto 2019 [caption id="attachment_17927" align="alignleft" width="290"] Klikken om te downloaden (pdf, 107 blz, 4,7 MB)[/caption] In tegenstelling tot de meeste continentale sociaaldemocratische programma’s liet het Labour Manifesto meteen stof opwaaien, en dat in verschillende richtingen. Voor de Financial Times is het een “recept voor terminale economische neergang” en vreest de Britse ondernemerswereld een “terugkeer van de staatsinterventie van de jaren 1970”. De Tories zetten er een nep-website over op waarin gezwaaid wordt met het schrikbeeld van ‘hogere belastingen’ en uitstel van Brexit. De rechtse, bij de Conservatieven aanleunende Daily Telegraph bloklettert: Elderly could face £100,000 bill for care homes under Jeremy Corbyn’s plans. De meer Labour gerichte Daily Mirror daarentegen stelt dat veel van de ‘radicale’ standpunten van het Manifesto elders gemeengoed zijn, en dat het in feite gaat om een inhaalbeweging voor de vele jaren afbraakpolitiek. De gewezen Griekse minister van financiën en leider van het DiEM- initiatief Yanis Varoufakis sprak op de BBC van een “zinnig, gematigd programma en goed gericht op de noden en mogelijkheden van Groot-Brittannië”. Dat sociale noden, naast Brexit, centraal staan bij deze verkiezingen bewijst ook het verkiezingsmanifest van de Tories dat op 24 november werd voorgesteld. De vos preekt er de passie: 50.000 meer verpleegsters, een miljard £ [efn_note] Het Britse pond is momenteel 1,17 € waard. [/efn_note] meer elk jaar voor zorg, een kwart miljard voor kinderzorg, pensioenbeloftes, gratis parkeren voor bepaalde groepen aan ziekenhuizen… Maar zoals het neoliberaal discours het voorschrijft mag dit zeker niet met verhoogde belastingen gepaard gaan; de Tories beloven een driedubbele grendel op de belastingen, “terwijl Labour die met 80 miljard £ per jaar wil verhogen”. Maar zelfs de rechtse Times weet dat de Labourplannen populair zijn, en dat mensen zich alleen afvragen of ze kunnen gerealiseerd worden.   Het Labourmanifest heeft vijf grote thema’s:

1.    Een groene industriële revolutie

2.    Heropbouw van de openbare diensten

3.    Armoede en ongelijkheid aanpakken

4.    Brexit

5.    Een nieuw internationalisme

  Het plan zou als volgt gefinancierd worden:
  • Een verhoging van de inkomstenbelasting van wie meer dan 80.000 £ per jaar verdient, wat 5,4 miljard £ moet opleveren. Inkomsten boven dat bedrag worden aan 45% belast, inkomsten boven 125.000 £ aan 50%. Dit zou dus alleen de hoogste inkomens treffen, 95% blijft ongemoeid.
  • De vennootschapsbelasting zou van de huidige 19% naar 26% gebracht worden, wat 23,7 miljard £ zou opbrengen. [efn_note] Om deze miljarden wat in perspectief te zetten: het Britse bbp was in 2018 ongeveer 2100 miljard £. [/efn_note]
  • Vermogenswinstbelasting verhoogd tot minstens 40%. Opbrengst 14 miljard £.
  • Verdere maatregelen betreffen een heffing op financiële transacties (‘Tobintaks’), btw op het schoolgeld voor private scholen, belasting op tweede verblijven, ingrepen in de erfenisbelasting en de banktaks.
Samen zou dit een goede 80 miljard £ opbrengen, waarbij het overgrote deel van de bevolking niet hoger belast wordt, ook niet via verhoogde BTW of sociale bijdragen.   De hoofdassen van het plan zijn de volgende [efn_note] In het Verenigd Koninkrijk zijn een aantal bevoegdheden toegewezen (‘devolved’) aan de regionale assemblees van Schotland, Wales, Noord-Ierland en Groot-Londen. Het betreft onder andere ziektezorg, onderwijs, huisvesting, deels transport enz. Op dat vlak zijn er aparte versies van het Labour manifest waarop we hier niet ingaan. [/efn_note]. [spacer] Groene industriële revolutie: Creatie van 1 miljoen jobs voor de duurzame transformatie van industrie, energie, transport, landbouw en gebouwen. Daarvoor wordt een ‘transformatiefonds’ aangelegd van 400 miljard £. Een op te richten nationale investeringsbank zal leningen toestaan onder strikte voorwaarden van compatibiliteit met het plan tot decarbonisatie van de economie en de creatie van goeie jobs. Bij deze plannen worden de werknemers en de vakbonden betrokken. Voor de energievoorziening worden 7000 windturbines op zee gebouwd en 2000 te land, een groot areaal zonnepanelen, de mogelijkheden van getijdencentrales, warmtepompen en waterstof worden verder geëxploreerd (maar er komen ook nieuwe nucleaire installaties ‘voor de energieveiligheid’). Fracking wordt onmiddellijk beëindigd. Er komen jobgaranties en herscholing van werknemers die door de energietransitie hun job verliezen. Het grootste deel van de 27 miljoen huizen wordt energie-efficiënt gemaakt. De toeleveringsbranche van de grote energieproducenten (the Big Six’) komt in openbare handen. Zowel voor geëxporteerde als geïmporteerde producten zal het Committee on Climate Change toezicht houden op de koolstofvoetafdruk. Er wordt geïnvesteerd in de uitbouw van de Britse productie van elektrische wagens. Wat transport betreft worden de spoorwegen gehernationaliseerd, de zwaar gehavende busdiensten worden terug uitgebouwd, met grote inbreng in het beheer ervan door de gemeenten, en gedeeltelijk (voor -25-jarigen) gratis gemaakt. Verder zijn er plannen voor milieubehoud zoals een Clean Air Act, bebossing, aanleg van nationale parken, hulp aan de landbouw, maatregelen tegen overstromingen, tegen overbevissing, voor gezonde voeding en dierenwelzijn... In een reactie spreekt Friends of the Earth van een geloofwaardig plan voorzien van de nodige middelen. Maar ze hadden ook een duidelijke toezegging gewild om de verkoop van benzine-en dieselwagens tegen 2030 (!) te verbieden, om de zwaveluitstoot te beëindigen, of om de aanleg van wegen en vliegvelden te herbekijken. [spacer] Heropbouw van de openbare diensten en openbare dienstverlening De verloedering van de Britse gezondheidszorg (de NHS, National Health Service) door jarenlang neoliberaal beleid heeft zulke proporties aangenomen dat zelfs Boris Johnson het nodig vond om hierover beloftes te doen in zijn campagne. Het is echt kwestie van de NHS te redden. Labour wil daarom de jaarlijkse financiering met 26 miljard £ verhogen (en zelfs de Tories voorzien daar 20 miljard voor!). Er moeten duizenden aanwervingen komen bij het medisch personeel (er ontbreken 40.000 verpleegsters), in de infrastructuur moet massaal geïnvesteerd worden. Labour zal een eind maken aan de privatisering in deze sector, terwijl de Conservatieven meer dan waarschijnlijk een vrijhandelsdeal willen met de Verenigde Staten zodat de gezondheidszorg te grabbel gegooid wordt voor Amerikaanse en andere investeerders. Ook op het gebied van onderwijs moet een grote inhaalbeweging gebeuren. De Labourplannen voorzien onder andere gratis maaltijden in de lagere school, afschaffing van het collegegeld aan de universiteiten (momenteel variërend van circa 9000 £ tot wel 40000 £ voor medische studies), de mogelijkheid tot zes jaar vorming naar keuze voor elke volwassene, verkleining van de klassen, massale aanwervingen en verbetering van de lonen. En gratis kinderopvang (2 – 4 jaar) gedurende 30 uren per week. Ook de diensten voor maatschappelijk welzijn (social care) moeten heruitgebouwd worden na jarenlang conservatieve hervormingen; er ontbreken bijvoorbeeld 100.000 maatschappelijk werkers. Wat betreft veiligheid wil Labour een versterking van de politie vooral op lokaal vlak, maatregelen tegen politionele vooringenomenheid tegenover etnische minderheden en versterking van de cybersecurity. In verband met beveiliging van de grenzen is het Manifest vaag; Labour wil een effectievere aanpak dan onder de Tories. Hervormingen bij Justitie moeten een einde maken aan de onderbemanning bij het gevangenispersoneel en de privatisering van het gevangeniswezen; gevangenisstraf moet zoveel mogelijk vermeden worden door preventie, alternatieve straffen of begeleiding. Er is uitdrukkelijk sprake van de band tussen armoede, problematische jeugd, ongelijkheid en criminaliteit. Er wordt een commissaris aangesteld voor de bestrijding van het geweld tegen vrouwen. Er komt openbaarheid rond historische justitiële onrechtvaardigheden en openbaar wanbeheer (zoals het Grenfelldrama). Lokale dienstverlening moet hersteld worden door meer armslag voor gemeentebesturen, middelen voor lokale bibliotheken, een eind aan de sluiting van postkantoren en het terugbrengen van het geprivatiseerde Royal Mail in publiek bezit; creatie van een publieke Bank van de Post. Onder de Conservatieven gingen 11.500 brandweerjobs verloren en werden tientallen brandweerkazernes gesloten. Labour wil 5000 nieuwe brandweermannen aanwerven. Een ‘spectaculair‘ voorstel kreeg in de media extra veel aandacht: tegen 2030 moet iedereen gratis breedbandtoegang tot het internet hebben via glasvezel.[spacer] Armoede en ongelijkheid: Er moet een einde komen aan de working poor, o.a. door een minimumloon van 10 £ per uur; kleine bedrijven worden daarbij geholpen met overheidsgeld. Werknemersdeelname in de winst bij grotere bedrijven. Steun aan kleine zelfstandigen (‘self employed people’). ‘The biggest extension of workers rights in history’ door o.a. de oprichting van een Ministerie voor Werknemersrechten, promotie van collectieve arbeidsovereenkomsten, verbod op nul-uurcontracten, uitbreiding ouderschapsverlof, eind aan de loondiscriminatie van vrouwen, minderheden, gehandicapten. Herstel van de vakbondsrechten, van het stakingsrecht, recht voor bonden op aanwezigheid en rekrutering in bedrijven. Wat de arbeidsduur betreft wil Labour op een periode van 10 jaar de gemiddelde arbeidsduur voor een fulltime job terugbrengen tot 32 uur per week, zonder loonverlies. Vrouwendiscriminatie wordt bestreden niet alleen door het dichten van de pay gap, maar ook door maatregelen tegen geweld op vrouwen (o.a. degelijke financiering van opvanghuizen), positieve discriminatie bij aanwerving waar aangewezen, verbeterde parlementaire vertegenwoordiging. Ook tegen discriminatie op basis van huidskleur, godsdienst, handicap of seksuele voorkeur zijn er specifieke maatregelen. In het hoofdstuk over immigratie wordt de economische rol daarvan onomwonden bevestigd: “Ons immigratiesysteem moet ons in staat stellen om de mensen te rekruteren die we nodig hebben (...) Werkvisa moeten alle gaten opvullen op gebied van vaardigheden en tekorten.” Maar Labour wil daarbij elke discriminatie tussen migranten en Britten opheffen. Aangezien voor Labour Brexit nog niet vaststaat, leest men er ook: ”If we remain in the EU, freedom of movement would continue. If we leave, it will be subject to negotiations, but we recognise the social and economic benefits that free movement has brought both in terms of EU citizens here and UK citizens abroad – and we will seek to protect those rights.” Labour zal het asielrecht volledig respecteren, waarbij een ruime interpretatie gegeven wordt aan de term vluchteling: slachtoffers van oorlogen, milieucatastrofes, honger of vervolging. Het Verenigd Koninkrijk moet meehelpen verdrinkingsdoden in de Middellandse Zee te vermijden. In het sociale zekerheidshoofdstuk zegt Labour het systeem dat door de Conservatieven werd ingevoerd te zullen afschaffen. Dit systeem, ‘Universal Credit’ (UC), was zogezegd een vereenvoudiging door het vervangen van een reeks specifieke tegemoetkomingen (huisvesting, loonondersteuning,...) door één ‘universele’ uitkering. Dit heeft volgens Labour tot grootschalige verarming geleid, en zal daarom vervangen worden door een alternatief dat een minimale levensstandaard moet garanderen. In afwachting van de invoering van het nieuwe systeem zullen noodmaatregelen getroffen worden om de ergste gevolgen van UC te bestrijden. Wat betreft pensioenen wil Labour iets doen aan het onrecht aan 3 miljoen vrouwen aangedaan door de Tories die plots de regels (pensioenleeftijd) veranderden, waardoor het pensioenbedrag verlaagde. Zoiets moet in de toekomst onmogelijk worden door wetgeving terzake. Labour wil de pensioenleeftijd op 66 jaar houden, en onderzoeken welke zware beroepen daarvan kunnen afwijken. Labour belooft een ambitieus huisvestingsplan, met de bouw van jaarlijks 100.000 ‘council houses’ (gemeentelijk) en 50.000 door huisvestingsmaatschappijen. Gemeenten zouden middelen krijgen om privaat verworven huizen terug te kopen. Nieuwe huizen moeten vanaf 2022 koolstofneutraal zijn. De belasting op tweede verblijven verdubbelt. Er worden maatregelen genomen ter bescherming van de 11 miljoen huurders. Op vijf jaar tijd wil Labour komaf maken met het bestaan van daklozen die buiten moeten slapen. Een ander beleid vereist ook andere wettelijke bepalingen. In het hoofdstuk ‘Constitutional Issues’ wordt dan bv. gedacht aan de vervanging van het onverkozen House of Lords door een verkozen Senaat, stemrecht voor al wie in het Verenigd Koninkrijk verblijft, verlaging van de stemgerechtigde leeftijd tot 16 jaar. [spacer] Over Brexit:  Na veel dubbelzinnigheid komt Labour nu op voor een tweede (bindend) referendum over Brexit, the final say of the people; een no-deal uitstap wordt uitgesloten. Deze deal moet zorgen voor een nauwe aansluiting bij de interne markt van de EU, deelname aan diverse Europese agentschappen en activiteiten (milieu, research, cultuur, veiligheid...). EU-burgers kunnen blijven wonen en werken in Groot-Brittannië. In het geval Brexit niet doorgaat zal een Labourregering ijveren, samen met Europese partners, voor een ‘radicale hervorming’ van de EU, met nadruk op klimaatbeleid, strijd tegen fiscale fraude en de beëindiging van het soberheidsbeleid en de ongelijkheid. [spacer] Een nieuw internationalisme: “Labour zal mensenrechten, internationaal recht en de klimaatkwestie als kern nemen van het internationaal beleid, en de Britse globale invloed aanwenden om, wat veiligheid betreft, een einde te maken aan het principe ‘eerst bombarderen, daarna praten’. Door een wetgevend initiatief wil Labour ook vermijden dat in de toekomst het Parlement gepasseerd wordt wanneer tot militaire actie besloten wordt. Er moet ook een audit komen over de impact van het Britse koloniaal verleden, en onderzocht worden welke rol het land speelde bij uitleveringen en folteringen. Wapenleveringen aan Saoedi-Arabië die gebruikt worden in Jemen, en aan Israel gebruikt tegen de Palestijnen moeten stopgezet. De Britse klimaatexpertise die grotendeels verloren ging onder de Conservatieven moet terug opgebouwd worden, en klimaatbeleid moet een essentieel deel worden van het Britse optreden in de internationale instellingen. De paragrafen gewijd aan het militair beleid dragen wel niet de stempel van antimilitarist Corbyn, en betekenen voor mij het dieptepunt van het Labour Manifest. Het land zal zich kwijten van zijn engagementen bij de NATO (o.a. door 2% van het BBP te besteden aan het militaire) en qua defensie nauwe banden blijven onderhouden met de Europese partners. Labour is voor de vernieuwing van Trident, het Britse kernwapenarsenaal ! Er is ook geen sprake van het omsmeden van zwaarden tot ploegscharen: “De defensieindustrie van het Verenigd Koninkrijk staat aan de wereldtop, en Labour zal voortgaan samen te werken met producenten, vakbonden en exportpartners in overeenstemming met Labours buitenlandse politiek om vernieuwing in deze sector te ondersteunen, zodat we blijvend verzekerd zijn van de hooggeschoolde werkkracht en opleidingsprogramma’s van wereldklasse.” Men heeft het raden naar de confrontaties met de legertop, vakbondsleiders en wie weet, elementen van de Britse deep state die aan deze standpunten ten grondslag liggen... Meer in de richting van Corbyn’s gedachtengoed is het laatste hoofdstukje over internationale solidariteit en sociale rechtvaardigheid. De verhouding met de landen van het Zuiden moet gebaseerd zijn op de principes van gelijkheid en herverdeling, in plaats van liefdadigheid en  imperialisme. Het budget voor ontwikkelingssamenwerking moet minstens 0,7% van het BBP bedragen. Het internationaal belastingssysteem moet veranderen, vakbonden moeten internationaal gesteund worden en het bindend VN-verdrag over ondernemingen en mensenrechten [efn_note] Zie Ander Europa, Mensenrechten vs. Bedrijfswinsten: en de winnaar wordt … [/efn_note] moet er komen. Sociale rechtvaardigheid en klimaatactie moeten ook terug te vinden zijn in investerings- en handelsverdragen, ondersteuning van het Zuiden tegen de klimaatopwarming en bv. ook het patentrecht, dat al te vaak een belemmering is voor de toegang tot medicatie. Conclusie Men kan allerlei bedenkingen hebben bij het Labour Manifest. Ik heb er bijvoorbeeld bij de plannen over kerncentrales, migratie in functie van de arbeidsmarkt, deelname van sommige werknemers in de winst van ondernemingen, de banden met de NATO, en dat verschrikkelijke zinnetje “Labour supports the renewal of the Trident nuclear deterrent” (het Brits kernwapenprogramma; de enige ‘vergoeilijking’ die men kan bedenken is dat ook Mélenchons La France Insoumise de Franse versie ervan ondersteunt). Natuurlijk, een partijmanifest is geen eenmanszaak maar de uitkomst van een ingewikkeld spel van krachten; we hebben in de inleiding gezegd dat die in Labour wel heel ingewikkeld liggen. Ook dit programma is een compromis. Maar er ligt toch een wereld van verschil tussen Blairs Derde Weg en dit Manifesto for the many, not for the few. En het is ook iets helemaal anders dan verklaringen van sociaaldemocratische leiders alhier die niet verder komen dan ‘positieve stappen in de goede richting’ of ‘een nieuw en wervend verhaal’ en dies meer. Het Manifest komt ook niet uit de lucht vallen, en is meer dan een electoraal gelegenheidsschriftje. Heel wat voorstellen waren ook al in het manifest van 2017 te vinden. Het is een evoluerende basis waarop verder kan gewerkt worden. De voorwaarde is natuurlijk dat Labour de verkiezingen van 12 december wint. Bestaat die kans? De polls van de laatste weken geven aan de Conservatieven een score van 40 à 45 %, tot zelfs 47%, Labour komt op 28 à 32%. Kan Labour dit bijbenen? Wie weet, polls moeten genomen worden voor wat ze zijn. In 2017 had ook niemand verwacht dat Labour met zijn links programma 40% zou halen (42,4% voor de Conservatieven onder Theresa May); voor velen was de afgang van Corbyn een zekerheid, maar ze kwamen bedrogen uit. Na 12 december komt er in Groot-Brittannië in ieder geval real change; of dit ten goede of ten kwade is zal van het verkiezingsresultaat afhangen. Het verschil tussen de twee alternatieven is in ieder geval zeer groot.  

Gele Hesjes vieren eerste verjaardag met oproep voor steun aan de vakbondsstakingen

20/11/2019 - 00:23

Door Richard Greeman (*) 20 november 2019 Verschenen in Counterpunch van 19 november Nederlandse vertaling: Ander Europa   Het voorbije weekend vierden de Gele Hesjes hun eerste verjaardag, met gezellige barbecues op rotondes in heel Frankrijk, gevolgd door directe acties zoals het bezetten van tolhuisjes. Hoewel het aantal demonstranten die een jaar geleden op 17 november opdaagden is gedaald tot ongeveer 10% van de geschatte 400.000  – ten gevolge van een jaar van gewelddadige politierepressie, mediavervorming en pure vermoeidheid – kwamen een verrassend groot aantal vrouwen en mannen uit la France profonde  terug ten tonele en trokken hun geel hesje weer aan voor 'Aflevering 53' van het wekelijkse Gele Hesjesdrama,  dubbel zoveel als de voorgaande weken. Recente peilingen geven aan dat 10% van de Fransen zichzelf 'Gele Hesjes' noemen en tweederde hen nog steeds steunt (hoewel een meerderheid wenst dat ze naar huis gaan!) De eerste verjaardag van de Gele Hesjes-opstand markeert een historisch moment: misschien de eerste keer in de geschiedenis dat een zelfgeorganiseerde, ongestructureerde, leiderloze, sociale beweging zo lang heeft overleefd. Dit weekeinde was er een heel enthousiaste discussie op de rotondes over de aanstaande onbeperkte algemene staking uitgeroepen door de CGT en andere vakbonden op 5 december. Twee weken geleden (1-3 november) riep de landelijke 'Assemblee van Assemblees' van de Gele Hesjes op tot ‘convergentie’ met de komende staking, en de leider van de CGT, die eerder de Gele Hesjes had afgewezen, reageerde door hen uit te nodigen om mee te doen. Dus na een jaar eenzaam, steeds gevaarlijker, fysiek verzet tegen de neoliberale contrahervormingen van de arrogante, impopulaire 'president van de rijken', openen zich plotseling nieuwe perspectieven voor de Gele Hesjes in hun ongelijke strijd met de machtige, verenigde, steeds autoritairdere, kapitalistische staat. (We zullen zo meteen op deze aantrekkelijke mogelijkheid terugkomen).   Deze revolutie zal niet op televisie worden uitgezonden Geen van de bovengenoemde gebeurtenissen werd uitgezonden op de Franse reguliere media, die zich zoals gewoonlijk concentreerden op twee onderwerpen: geweld en Parijs. In de hoofdstad deze zaterdag, zoals elke zaterdag, overtroffen brigades van politieagenten het aantal demonstranten en verhinderden ze dat ze daadwerkelijk marcheerden langs routes die (voor een keer!) eerder waren overeengekomen, terwijl een paar groepen zwart geklede casseurs (vandalen die op de een of andere manier nooit lijken te worden gearresteerd of beschoten) erin slaagden ruiten van banken in te gooien, een paar auto's in brand te steken. Het gebruikelijke. Ondanks het feit, alom erkend door sociologen, historici en analisten, dat de Gele Hesjes uniek zijn onder de revolutionaire bewegingen, omdat ze uit de provincies komen in plaats van uit Parijs, zou je dit nooit te weten komen van de Franse televisie. En inderdaad was het hoogtepunt van Channel 3's avondverslag van het landelijke Gele Hesjes-jubileum een verslaggeefster  die voor de Arc de Triomphe werd gefilmd, met op de achtergrond een volkomen lege Champs Elysées, uitvoerig bezig met het roemen van de 'ordestrijdkrachten' (zoals ze onveranderlijk worden genoemd) om deze rijke Parijse buurt veilig te houden door ze leeg te ruimen. Het topverhaal van de volgende dag citeerde een crimineel genaamd Costner, Macron's minister van Binnenlandse Zaken (politie), die de vandalen in Parijs 'misdadigers en gangsters' noemde. Niets nieuws dus. Op zondag zond Channel 5 een belangrijke, goed gemaakte, urenlange terugblik op de Gele Hesjes uit. Over de woorden 'convergentie' en 'Assemblee van Assemblees' (waarvan er vier zijn geweest) werd niet gesproken. Er werden clips van gewelddadige Gele Hesjes getoond, maar geen afbeeldingen van een ander taboeonderwerp: het systematisch buitensporige geweld van de regering tegen demonstranten, scherp veroordeeld door de mensenrechtencommissies van zowel de VN als de Europese Unie. Geen wonder dat "Zet je tv uit en kom met ons praten" een van de eerste slogans van de Gele Hesjes was.   Nieuwe perspectieven Twee weekends  geleden, op 1-3 november, hield de zelfgeorganiseerde Gele Hesjes-beweging haar vierde landelijke assemblee van de assemblees hier in Montpellier. Deze vergadering bracht 500 Gele Hesjes bijeen die werden gedelegeerd door meer dan 200 lokale groepen uit heel Frankrijk. [Auteur Greeman was zelf aanwezig als afgevaardigde van de Convergence34-groep van Montpellier].  Op het laatste moment bijeengekomen in een verlaten, futuristisch Landbouwmuseum, een kraakpand dat bekend staat als 'de schotel', was het een gezellig evenement, met voedsel geleverd door lokale soepkeukens, eindeloze discussies in kleine groepen en eindeloze goede wil, ondanks een zeker meningsverschil rond de kwestie van "convergentie" met de vakbonden, waarover veel Gele Hesjes achterdochtig zijn, omdat ze met politieke partijen verbonden zijn.   [caption id="attachment_17908" align="aligncenter" width="650"] Charleville-Mézières, 5 januari 2019 (Foto Carmelo DG, 20190105_151557, CC BY 2.0)[/caption] Montpellier werd gekozen tijdens de Derde Vergadering van Assemblees om de Vierde te organiseren, en de lokale organisatoren, een ietwat geheimzinnige groep, ontwierpen een structuur om plenaire zittingen en officiële oproepen uit te sluiten, bijvoorbeeld over een samenwerking met de vakbonden, waar velen van ons in Montpellier, net als elders, al maanden naar toe aan het werken waren. Al snel werd duidelijk, toen de resultaten van de discussies in kleine groepen werden samengevoegd, dat de grote meerderheid van de afgevaardigden, hoewel openlijk kritisch tegenover de bureaucratische leiders van de vakbonden, erop gebrand was zich aan te sluiten bij de georganiseerde arbeiders en te convergeren met de landelijke stakingen van onbepaalde duur, die gepland zijn vanaf 5 december. Op het laatste moment werden de inspanningen van de organisatoren om het debat te beperken overwonnen, en een bijna unanieme vergadering stemde voor de volgende oproep:

“Na een jaar van onvermoeibare mobilisatie heeft de situatie een keerpunt bereikt. Het is tijd voor convergentie met de wereld van werk en het netwerk van duizenden vakbondsleden die het, net als wij, niet accepteren. Alle geledingen van het Franse volk moeten samenkomen: boeren, gepensioneerden, jongeren, kunstenaars, gehandicapten, ambachtslieden, werklozen, uitzendkrachten, werknemers in zowel de publieke als de private sector...

Vanaf 5 december zullen honderdduizenden arbeiders staken en in algemene vergaderingen bijeenkomen om de voortzetting ervan te bekrachtigen totdat aan onze eisen is voldaan. De Assemblee van de Assemblees van Montpellier roept de Gele Hesjes op om in het hart van de beweging te staan, met hun eigen eisen en ambities, op hun werk of op hun rotondes met hun Gele Hesjes duidelijk zichtbaar!

De verijdeling van de pensioenhervormingen van de regering zou de weg vrijmaken voor andere overwinningen voor ons kamp. Iedereen de straat op vanaf 5 december, in staking, op rotondes of bij blokkades.”

Geïnterviewd op BFM/TV verwelkomde Philippe Martinez, de leider van de CGT-vakbondsfederatie, onmiddellijk de Gele Hesjesoproep om toe te treden tot de stakingsbeweging van 5 december. "Een zeer goede zaak." Hij voegde eraan toe: "We proberen al een jaar samenwerking te zoeken, en beetje bij beetje komen we er. We hebben dezelfde zorgen, de kosten van levensonderhoud, het milieu, de werkloosheid. " De Gele Hesjes Assemblee van Assemblees stemde ook unaniem voor internationale solidariteit met alle spontane, horizontale sociale bewegingen en opstanden over de hele wereld, waaronder Algerije, Chili, Irak, Catalonië, Libanon, Hong Kong, Ecuador, Sudan, Colombia, Haïti en Guinée -Conakry, evenals de Syrische Koerden, terwijl ze de zware verantwoordelijkheid van Frankrijk als een imperialistische macht en wapenproducent erkennen. De Gele Hesjes waren duidelijk trots en voelden zich aangemoedigd dat mensen over de hele wereld als het ware in hun voetsporen volgden.   Scheuren in het systeem Sinds de Gele Hesjes een jaar geleden voor het eerst opkwamen – in de nasleep van het kwalijk verzuim van de vakbonden om een ​​geloofwaardig verzet op te zetten tegen Macron’s wetgevingsstoomwals met een reeks neoliberale aanvallen op openbare diensten, lonen en sociale diensten – is de sociale crisis in Frankrijk alleen maar dieper geworden. De tekenen van scheuren in het systeem zijn overal, terwijl werkende mensen zich organiseren om weerstand te bieden. Er wordt al strijd gevoerd in de spoeddienst van ziekenhuizen, waar patiënten uren op brancards in gangen wachten en waar toegewijde artsen en verpleegkundigen protesteren tegen gebrek aan bedden en gebrek aan personeel; op scholen, waar de klassen overvol zijn, de hulpmiddelen van leerkrachten worden teruggeschroefd en onbegrijpelijke nieuwe programma's van bovenaf worden opgelegd, waardoor studenten worden gedwongen voor hun toekomst te kiezen op de leeftijd van 15 jaar; bij de spoorwegen, waar spoorwegmedewerkers voor het eerst in een generatie spontaan, zonder toestemming van het management of de vakbond, van het werk wegliepen na een noodgeval; en meest recent onder brandweerlieden, die tijdens hun demonstratie in Parijs door de politie op traangas werden onthaals; ze hebben nu een interprofessionele alliantie aangegaan met het stakende personeel van de spoeddiensten. De druppel die de emmer deed overlopen, was de recente onthulling door Macron van zijn voorgestelde 'hervorming' van het Franse pensioenstelsel, dat, zoals veel dat positief is in Frankrijk, dateert uit 1945, toen de Franse bezittende klasse in ongenade was vanwege de samenwerking met de nazi's en het door de communisten en socialisten geleide verzet nog krachtig was. Macron's pensioen'hervorming' zou een einde maken aan de vervroegde uittreding van werknemers in gevaarlijke of zware banen  (bijvoorbeeld spoorwegen) en zou het huidige systeem, waar het pensioeninkomen ongeveer 75% van het laatste arbeidsloon is, vervangen door een systeem op basis van 'punten'. Punten worden berekend op het totaal aantal weken dat iemand in zijn  leven heeft gewerkt. Dit bestraft bijvoorbeeld werknemers die werkloos zijn geweest en vrouwen die vrij hebben genomen voor hun kinderen. Elk punt zou een bedrag in euro’s waard zijn dat vastgelegd wordt door de regering die aan de macht is als je met pensioen gaat! Op basis van de huidige schattingen gaan mensen er daardoor gemiddeld rond de 30% vop achteruit. In hun arrogantie overschrijden Macron en de financiële groepen die hij vertegenwoordigt eindelijk een grens die zelfs Trump en de Republikeinen niet durven te overschrijden: pensioenen verlagen - de laatste druppel in hun systematische vernietiging van het (bewonderenswaardige) historische Franse sociale contract. Ze kunnen problemen verwachten. Sinds begin 2018 neemt in Frankrijk de woede en wrok toe, toen Macron zijn reactionaire decreten begon door te drukken en de vijftigste verjaardag van de opstand van studenten en arbeiders in 1968 weer in herinnering kwam. Toen de vakbonden er niet in slaagden de gelegenheid te baat te nemen, waren de gewone mensen zo boos en vol afkeer dat de pot overkookte, en in november verscheen de Gele Hesjesbeweging uit het niets op het toneel. Verre van "niets bereikt te hebben" door te weigeren te onderhandelen, haalden de Gele Hesjes meer uit Macron dan alle vakbonden: 1,7 miljard euro aan concessies afgelopen december, inclusief eindejaarsbonussen, belastingvoordelen voor de armen en intrekking van de belasting op benzine die de beweging in beweging bracht. Toen deze concessies de beweging niet stopten, lanceerde Macron als PR-stunt een 'groot debat' waar hij het meest het woord voerde en verdubbelde de politierepressie, maar de Gele Hesjes zijn er nog steeds en zingen nog steeds hun strijdlied: "We zijn hier!". Vandaag zijn Franse werknemers in bijna elke sector al in beweging, nog voor de geplande algemene staking, en de kwestie van pensionering - samen met gezondheid, onderwijs, openbare diensten - verenigt de hele bevolking tegen de overheid en de beperkte financiële belangen die deze vertegenwoordigt. De doelstellingen van de Gele Hesjes  – Macron's aftreden, fiscale rechtvaardigheid, economische gelijkheid en participerende democratie – zijn ronduit utopisch, en wanneer de algemene staking op gang komt, is het onwaarschijnlijk dat ze halverwege willen stoppen, wanneer Martinez en de vakbondsbureaucraten besluiten om de staking te regelen en te beëindigen zoals ze deden in 1936, 1945, 1968 en 1995. Nieuwe perspectieven?   (*) Richard Greeman is een marxistisch wetenschapper die sinds lang actief is op het gebied van mensenrechten, anti-oorlog, anti-nucleaire, milieu- en arbeidsstrijd in de VS, Latijns-Amerika, Frankrijk en Rusland. Greeman is vooral bekend om zijn studies en vertalingen van de Frans-Russische romanschrijver en revolutionair Victor Serge. Hij verdeelt zijn tijd tussen Montpellier en New York City.

Moeilijke tijden, ook voor de politieke klasse in Spanje

18/11/2019 - 17:15

door Brais Fernández (*) 18 november 2019 Artikel verschenen in El Salto van 8 november 2019 Nederlandse vertaling: Ander Europa  

Dit artikel werd geschreven vóór de Spaanse verkiezingen van 10 november, en vóór het principiële regeerakkoord tussen PSOE en Unidas Podemos bekend werd. Indien dit zeer algemene voorakkoord (dat reeds van meet af aan door de filter van het noodzakelijke "begrotingsevenwicht" is gehaald) tussen Unidas Podemos en de PSOE werkelijk uitloopt op een regering die op een meerderheid kan rekenen in de Cortes (of tenminste op de welwillende onthouding van de regionale partijen), dan nog zal dergelijke "linkse" regering rekening dienen te houden met de veel dieper liggende crisis van de Spaanse instellingen.

Brais Fernández schetst de verhoudingen, de spanningen en uitdagingen die het huidig politieke klimaat in Spanje beheersen.

  Na de verkiezingen van 10 november: de moeilijke weg naar de restauratie   Niet geloven aan samenzweringen wordt als blijk van politieke wijsheid en sofisticatie aangezien. Een gemeenplaats, maar zoals elke gemeenplaats bevat deze ook een belangrijk deel waarheid. De politiek van de politieke klasse is in feite altijd een synthese van tactiek (antwoorden op de toevallige omstandigheden van een structureel onstabiel systeem) en strategie (voorwaarden scheppen zodat die toevalligheden de reproductie van het systeem niet verhinderen). Sinds het begin van de Spaanse politieke cyclus, die aanving op 15 mei 2011 (Indignados, massabeweging met bezetting van de Spaanse pleinen, nvdr) stonden de grote partijen van het politiek systeem voor de keuze tussen twee strategische opties als antwoord op de tactische problemen, die de politieke instabiliteit stelde. Eenmaal Podemos haar initiële impuls verloren had en de reële mogelijkheid tot een of andere constitutionele breuk met het verleden steeds verder af lag, bleven er slechts twee opties over: die van de restauratie of die van de hervorming. Deze noodzaak blijft vandaag van kracht, want ondanks het wegebben van de aanzet tot een breuk met de grondwet doet de politieke klasse voort zonder haar organische crisis, de kloof tussen regeerders en geregeerden te kunnen afsluiten. De paradox is dat ondertussen de economische macht onaantastbaar blijft en in alle rust verder zaken doet. Heel even nam Pedro Sánchez  zich  voor de weg van een systeemhervorming te kiezen. Het ging er om even een bocht naar links te nemen, wat verloren sociaal terrein terug te winnen en door Podemos te integreren opnieuw een zekere basisconsensus te scheppen over de werking van het politiek systeem. Die mogelijkheid leek tijdens en na de verkiezingen van april werkelijkheid te zullen worden. De PSOE en Podemos knipoogden naar elkaar, de eersten leken voor het eerst bereid om de regeringsmacht te delen en de laatsten leken bereid om hun meest heikele programmapunten te laten varen om in een regering te treden. Maar plots wrong er iets.   De hervormingsoperatie blokkeert op twee centrale kwesties Men kan deze ommezwaai niet begrijpen indien men niet inziet dat de organische crisis van de politieke klasse bepaald wordt ("bepaald" in de zin dat er een oorzaak is die de autonomie van de politiek beperkt) door de fundamentele crisis die het kapitalisme als systeem doormaakt. Een nieuwe recessie staat er aan te komen. De werkloosheidsgraad neemt opnieuw toe. Op wereldschaal is er geen plaats meer voor "globale vrijheid van handel". Elke burgerij moet overgaan tot het devalueren van haar interne arbeidsmarkt om te kunnen overleven in een steeds competitiever wereldsysteem. Het toelaten van enkele minimale "sociaaldemocratische"  grillen als de economie in opgaande lijn gaat, is één ding, iets helemaal anders is de confrontatie aangaan met een nieuwe fase in de lange recessieve golf met Unidas Podemos in de regering. [spacer]  Clip gebruikt door Podemos tijdens de recente verkiezingscampagne. “Pedro no duerme tranquilo porque tiene un amor prohibido, porque Albert es más que un amigo" (Pedro [Sánchez] slaapt niet rustig want hij koestert een verboden liefde, want Alberto [Rivera, voorzitter van Ciudadanos] is meer dan een vriend) [spacer] Komt daarbij dat het Catalaans onafhankelijkheidsstreven verre van verslagen is. Er is geen marge meer voor een regering die geen rekening houdt met de stilzwijgende steun van de naties zonder staat. De hervormingsoperatie blokkeerde op de sociaal-economische en de territoriale kwestie, de twee kwesties die de politieke cyclus in Spanje bepalen, en er is geen marge meer. Pedro Sánchez trad aan en dwong de verkiezingen van 10 november af. Verblind door zijn bonapartistisch ego en door de goeroes van de kiespeilingen dwong hij nieuwe verkiezingen af om een weg naar de restauratie te forceren. Wat was het probleem? Het parlementaire rekenkundig plaatje klopte niet. Eenmaal de keuze voor een pact met Unidas Podemos en een weg naar hervormingen verlaten werd leek het althans op korte termijn even moeilijk dat rechts aan een meerderheid kon komen om een regering te vormen. Een restauratie van het systeem vereist bijgevolg een tactische alliantie tussen de sociaaldemocraten van de PSOE en de Partido Popular. Maar welke vorm zou dergelijke overeenkomst dan moeten hebben? Het leek er niet op dat het een "grote coalitie" zou worden(de twee grote partijen regeren samen). Daar waar het werd geprobeerd was het rampzalig voor de sociaaldemocraten en draaide het uit op een opgang van uiterst rechts, wat ook de conservatieven deed inbinden. Een neoliberaal parlementair systeem  heeft niet alleen nood aan sterke regeringen, maar tevens moet een overeengekomen afwisseling tussen links en rechts weer op gang komen. Daarom lijkt het meest waarschijnlijke perspectief een akkoord tussen de PSOE en de PP over een reeks staatsakkoorden (die de komende economische crisis moeten voor zijn, een klap toebrengen aan het Catalaans independentisme en meteen ook de burgerrechten beknotten) en over een grondwetshervorming, die borg kan staan voor toekomstige regeerbaarheid. In die richting zijn er meerdere opties: of het fameuze artikel 99 (zie kader) van de Grondwet herzien om te garanderen dat de lijst met de meeste stemmen kan regeren zonder een parlementaire meerderheid te vertegenwoordigen, of het kiesstelsel hervormen naar het Grieks model, zoals het daar ook bij de laatste verkiezingen weer toegepast werd. Daarbij krijgt de sterkste politieke formatie een bonificatie van zetels, zodat een politieke partij met ongeveer 30% van de stemmen toch een regering kan vormen. [spacer] [note note_color="#cccddd" class=" notitie90procent" ] Wat zegt Artikel 99 van de Spaanse Grondwet? Artikel 99 regelt de procedure voor de investituur van de president (premier) van de Spaanse regering. Na de verkiezingen komt de koning samen met de vertegenwoordigers van alle partijen met een parlementaire vertegenwoordiging en stelt hij een kandidaat voor het presidentschap voor. Eenmaal aangesteld, moet de kandidaat zijn regeringsprogramma presenteren in het Congres van Afgevaardigden (de Cortes) in een zogenaamde investituurzitting, en moet hij de steun krijgen van de Kamer van Afgevaardigden. Als hij bij de eerste stemming een absolute meerderheid behaalt, wordt hij tot president benoemd. Anders wordt 48 uur later een tweede stemming gehouden, waarbij een eenvoudige meerderheid volstaat om als president te worden beëdigd. Als ook dit niet wordt bereikt, kunnen voorstellen worden ingediend binnen maximaal twee maanden, waarna het congres (de Cortes) moeten worden ontbonden en opnieuw verkiezingen moeten worden uitgeschreven. Pedro Sánchez gaf bij zijn eerste presidentschap te kennen dat hij een pact wil tussen alle partijen om dit artikel geheel of gedeeltelijk te wijzigen om zo toekomstige blokkeringen en onbestuurbaarheid te vermijden. Het doel moet in elk geval zijn de aanvoerder van de lijst met de meeste stemmen tot president te maken. [Redactie Ander Europa] [/note] [spacer] "Ciudadanos", verworden tot een partijtje zonder veel toekomstperspectief, zou dergelijke handel kunnen aanvaarden: het zou de sleutel kunnen zijn om in ruil voor enkele ministerposten de PP of de PSOE een regering te laten vormen. De fameuze politieke blokkering zou van de baan zijn en uitlopen op een restauratie, waarbij alles op zijn plaats blijft. Deze optie stelt de politieke klasse toch voor enkele problemen. In de eerste plaats moet er een meerderheid gevonden worden voor een grondwetswijziging en de mechanismen om die ook te activeren. De mechanismen, die het zo moeilijk maken om iets aan de Grondwet te wijzigen bemoeilijken ook een door de Grondwet gedragen restauratie van het systeem. Zo moet nog bekeken worden of b.v. een bonificatie "op zijn Grieks" wel grondwettelijk is, aangezien de verkozen afgevaardigden moeten gebonden zijn aan een kiesomschrijving. Indien men die weg toch zou opgaan moet men in alle geval beducht zijn voor valstrikken zoals het toewijzen van zetels aan een (op te richten) centrale kiesomschrijving van de Staat als element in een proces van statelijke hercentralisering  dat de invloed van het onafhankelijkheidsstreven kan keren. Anderzijds zou een keuze voor deze optie anti-establishment ruimte open laten langs links en langs rechts. In feite heeft het ontstaan van een "extreem centrum" (Tariq Ali) in het merendeel van de Europese landen uiterst rechts versterkt, wat geen onverteerbaar probleem is voor het systeem zelf, maar wel voor haar politieke klasse. Een ander risico voor de politieke klasse is het mogelijks heropduiken van een massale volkse kracht met neosocialistisch karakter, zoals gebeurde in Griekenland, of in het Verenigd Koninkrijk met Jeremy Corbyn.   Wedden op verkiezingsmoeheid? Een kiessysteem met deze kenmerken zou opnieuw de mogelijkheid van een "sorpasso" (inhalen en voorbijsteken van de PSOE door een nieuwe linkse partij) openen, de linkerzijde zou de PSOE immers niet langer nodig hebben om een regering te vormen. Zij zou tot akkoorden kunnen komen met de Baskische en Catalaanse independentisten, onontkoombaar voor iedereen in de Spaanse staat die links aan de macht wil brengen. Maar het grootste probleem van deze optie is de linkerzijde zelf. Gedurende jaren in de ban van een strategie van meebeheren met de PSOE vergt deze draai een grondige vernieuwing van programma, leiding en repertorium, die zij niet in staat is door te voeren. De sectoren, die de wil daartoe hebben ontbreekt het aan kracht en zij die het aankunnen ontbreekt de wil. Deze paradox zou links weer doen verschrompelen tot het ondoordringbare ideologisch massief dat stagneert rond 10% van de stemmen en meer bezig is met haar apparaat dan met het tot stand brengen van een brede  grondwetgevende meerderheid  als aanzet naar een politieke revolutie. Samengevat: zowel een grondwetshervorming als een "grote coalitie" (PP-PSOE) plaatsen de politieke klasse voor grote problemen. een makkelijke uitweg is er niet. Ondertussen wordt er gewed op vermoeidheid: routineuze verkiezingen, het uitputten van de burger in afwachting van betere omstandigheden. Maar de ultieme en onverwachte factor die boven deze hypotheses zweeft is een spook dat door de wereld waart, het spook van de opstand. In tijden van organische crisis is die steeds impliciet in de toestand vervat. Het gebeurde in Frankrijk met de gele hesjes. Vandaag in Chili. Over de ganse wereld staat er een veelkleurige, wantrouwige en antipolitieke arbeidersklasse op, die plots inbreekt, de rechterzijde een dreun geeft en links ongemakkelijk maakt. Een van boven opgelegde parlementaire grendel zal de politieke en materiële wortels van de organische crisis, die we op het globale niveau doormaken niet elimineren. Meer nog, door het blokkeren van institutionele kanalen, waarin woede en de ontevredenheid tot uiting kunnen komen, zal het tijdelijke gevoel van opluchting in de politieke klasse slechts het voorspel zijn van nieuw "messianistisch" oproer (Walter Benjamin) van hen die niet vertegenwoordigd zijn. Het zijn geen makkelijke tijden. Ook niet voor onze decadente en rottende politieke klasse.   (*) Brais Fernández is publicist bij het magazine Viento Sur" en lid van de Spaanse beweging Anticapitalistas.  Deze beweging was betrokken bij de oprichting van Podemos, en maakt deel uit van de linkervleugel van de partij. Twee van de bekendste anticapitalistas zijn Teresa Rodríguez, secretaris-generaal van Podemos in Andalusië, en Miguel Urbán, in mei 2019 opnieuw verkozen voor Unidas Podemos in het Europees Parlement.

Pedro gokte verkeerd

14/11/2019 - 21:34

door Eckart Leiser (*) 14 november 2019 Na de verkiezingen van 28 april 2019 hield Pedro Sánchez - grote overwinnaar maar zonder meerderheid - niet op de zogezegd van nature aangewezen vorming van een socialistische regering te verkondigen, alhoewel de PSOE met haar 123 zetels in het parlement er 43 te kort kwam voor een absolute meerderheid. Hij eiste de 42 stemmen op van het linkse kiesverband Unidas Podemos (UP), maar zonder tegenprestatie, zonder dat hij daarbij aan een coalitie dacht. UP-onderhandelaar Pablo Iglesias wees erop dat de overweldigende meerderheid van de regeringen in Europa coalities zijn, en drong hardnekkig aan op een aangepaste evenredige deelname aan een ‘progressieve’ regering. Gedurende korte tijd gaf Pedro Sánchez dan toe, en bood het vicepremierschap en drie van de achttien ministerposten aan, die met de minste bevoegdheden en  in aantal maar de helft van wat aan UP toekwam op basis van het aantal zetels. Toen gevraagd werd naar een correctie zette Sánchez de onderhandelingen stop, en ook in september, na het parlementair reces, werden die niet hernomen. Waarschijnlijk waren de adviseurs van Sánchez, op basis van peilingen, tot het besluit gekomen dat de beste optie het uitschrijven van nieuwe verkiezingen was, waar de PSOE versterkt kon uitkomen, misschien zelfs met een absolute meerderheid. Vrij vlug gaf Sánchez dan zijn formatieopdracht terug en werden nieuwe verkiezingen voor 10 november uitgeschreven. Maar dan gebeurde er plots vanalles. Na de veroordeling van negen leiders van de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging tot langdurige gevangenisstraffen stond Catalonië bijna op zijn kop; op het nieuws was er ook niet langer sprake van welvaart en groei, maar van toenemende werkloosheid en een opkomende nieuwe economische crisis; daarbij riep de extreemrechtse partij Vox met haar Viva España in alle media op om het Spaanse vaderland te redden. [caption id="attachment_17890" align="alignleft" width="209"] Pablo Iglesias (r) en Pedro Sánchez (l): spil van een progressieve coalitie?[/caption] Daar kon de PSOE tijdens de verkiezingscampagne geen enkel overtuigend voorstel tegen inbrengen: niet voor de oplossing van het Catalaans probleem, noch voor een sociale uitweg uit de crisis. Tijdens een televisiedebat met de vijf belangrijkste kandidaten voor het premierschap kon Pedro Sánchez geen enkel nieuw idee naar voor brengen. Erger nog: bijna verveeld luisterde hij naar de fascistische uitvallen van Santiago Abascal, de kandidaat van het extreemrechtse Vox. Ook vanwege de Partido Popular en Ciudadanos kwam er in dit debat haast geen weerwerk tegen de fascistische boodschap. Hoe zou het ook kunnen? In drie autonome regio’s worden de coalitieregeringen van Partido Popular (PP) en Ciudadanos (Cs) door Vox gesteund. De lichtzinnige omgang met deze in franquistische stijl opererende partij gaat zover dat de PP-Cs-regering van de autonome regio Madrid een paar dagen voor de verkiezingen de duidelijk ongrondwettelijke eis van Vox tot het verbieden van de Catalaanse partijen ondersteunde. Men ziet nu wat het resultaat is van het politiek gegok van de PSOE: in plaats van te winnen verloor de PSOE drie zetels (van 123 op 120), Unidas Podemos verloor zeven zetels (van 42 op 35) waarvan drie aan de afsplitsing Más Pais. Daartegenover heeft het rechtse PP 22 zetels bij gewonnen (van 66 naar 88), het extreemrechtse Vox kon de score van april meer dan verdubbelen (van 24 naar 52), terwijl Ciudadanos - een paar jaar geleden ontstaan als ‘liberale centrumpartij’ - tot bijna niets herleid is (van 66 naar 10 zetels) en opgeslorpt werd door het fascistische Vox en de PP. Bovendien is het parlement nog meer gefragmenteerd. In plaats van 13 zijn er nu 16 partijen, en een ‘progressieve’ meerderheidsregering is minder dan ooit in zicht. Om een meerderheid te bereiken zonder PP en Vox (maar wel met de 10 overgeblevenen van Ciudadanos) zijn er minstens tien (10!) partijen nodig. Het enige stabiele ‘alternatief’ zou een ‘grote coalitie’ zijn van PSOE en PP. De beide partijen wijzen dit momenteel nog af, maar wie weet… Dat is niet het einde van de politieke aardbeving. Hoe moet de democratie functioneren in een land waarin 3.640.063 ‘erfgenamen van Franco’, nl. de Vox-kiezers, plotseling uit hun holen gekomen zijn en vertegenwoordigd worden door een partij die, in tegenstelling tot Alternative für Deutschland (AfD), ongegeneerd in fascistische stijl ageert en waartegen tot nog toe geen enkele rode lijn getrokken is? De politieke aardbeving zal ook in de autonome regio’s gevoeld worden. Het praktisch verdwenen Ciudadanos regeert samen met de PP in Andaloesië, Madrid, Murcia en Castilla y León. Hoe zal dat verder verlopen als hun kiezersbasis daar ook in rook opgaat? In Spanje zijn er onzekere tijden op komst. Niemand kan momenteel de kostprijs inschatten van het mislukte gokspel van Pedro Sánchez. (*) De Duitser Eckart Leiser werkt als psychotherapeut in Saragossa (Spanje). Zijn opinie over de bliksemsnelle regeringsvorming (12 november)  in Madrid verscheen op 12 november op nachdenkseiten. Nederlandse vertaling: Ander Europa. Voor een korte situering van in dit artikel vermelde partijen, personen en verkiezingsresulaten, zie het artikel Spaanse verkiezingen.

<p><img width="297" height="304" src=

11/11/2019 - 13:47

11 november 2019 - Om de discussies rond de problematische regeringsvorming in Spanje beter te kunnen volgen, geven we hier de (zo goed als volledige) resultaten van de algemene verkiezingen gisteren.   [caption id="attachment_17879" align="aligncenter" width="679"] Vergelijking van de verkiezingsuitslag van 10 november met die van 28 april 2019. De PSOE zijn de Spaanse socialisten van premier Sánchez; PP staat voor Partido Popular (christendemocratisch); Cs = Ciudadanos, liberaal-rechts; UP = Unidas Podemos, electoraal samengaan van Podemos en Izquierda Unida;  VOX  de uiterst rechtse afsplitsing (2014) van de PP; ERC = Esquerra Republicana de Catalunya, centrum-linkse partij van de tot 13 jaar gevangenisstraf veroordeelde Oriol Junqueras; JuntsxCat partij verleden jaar opgericht rond Puigdemont, Catalaans independentistisch; CUP (Candidatura d'Unitat Popular), links Catalaans independentistisch.  (Grafiek: Politico)[/caption] De verdeling van de 350 zetels in het Madrileens Parlement (Congreso de los Diputados) is als volgt:   [caption id="attachment_17881" align="aligncenter" width="542"] Zetelverdeling. De binnenste boog is het uitgaand parlement, verkozen in april 2019. De buitenste boog slaat op de verkiezingen van 10 november. De PSOE verliest 3 zetels, de PP wint er een derde bij. Ciudadanos valt terug van 57 op 10 zetels, terwijl VOX van 24 naar 52 zetels springt. Unidas Podemos verliest 7 van de 42 zetels.[/caption]   De verkiezingen van november werden uitgeschreven na die van april, omdat de winnende PSOE van premier Sánchez toch geen meerderheidscoalitie op de been bracht; daarbij werd door velen gedacht aan een samengaan met Podemos Unidas.  Met deze nieuwe verkiezingen is Sánchez in ieder geval niet beter af, en zowel het herstel van de PP als de spectaculaire vooruitgang van het uiterst rechtse VOX beloven niet veel goeds. Vanuit de Brusselse miradors zal verontrust richting Madrid gekeken worden, want stabiele regeringen zijn een basisvoorwaarde voor het ondernemersvertrouwen in Europa. (hm)                  

‘Europees Links’: niet goed bezig, jongens

10/11/2019 - 12:44

door Herman Michiel 10 november 2019    Op vrijdag 8 november ging ik naar de openingsmeeting van het 'European Forum' in Brussel. De locatie voor het drie dagen durende forum was goed gekozen, de auditoria van de Brusselse Koninklijke Musea voor Schone Kunsten zijn aangenaam en goed bereikbaar. Over de boodschap van dit European Forum ben ik minder enthousiast.     Het Forum is een initiatief van de Partij van Europees Links (European Left, EL), waar veel van de linkse (te begrijpen als links van de sociaaldemocratie en de groenen) partijen bij aangesloten zijn; zo onder andere Die Linke (Duitsland), het Griekse Syriza, de Franse en Spaanse communistische partijen, het Portugese Bloco de Esquerda en andere. Het initiatief startte in 2017 met het forum in Marseille, en kende een vervolg verleden jaar in Bilbao, en dit jaar dus in Brussel. Bedoeling van dit forum is een 'ontmoetingsplaats te zijn voor linkse, progressieve en ecologische partijen, voor vakbonden en sociale organisaties'. In theorie wordt de politieke kern ervan gevormd door de 'progressive caucus', bestaande uit een aantal leden van de radicaal-linkse (GUE/NGL), sociaaldemocratische (S&D),  en Groene (Greens/EFA) fractie in het Europees Parlement. Zoals ook de Brusselse uitgave van het Forum aantoont bestaat dit 'progressief samenwerkingsverband' eigenlijk alleen in de hoofden van een aantal kopstukken van de Partij van Europees Links. De groene inbreng beperkte zich tot een speech van Philippe Lamberts, vice-voorzitter van Greens/EFA, en uit het covoorzitterschap (samen met Pierre Laurent, van de Franse communistische partij) van de meeting door een lid van de (uiterst kleine) Griekse groene partij. Van sociaaldemocratische kant had men blijkbaar niemand bereid gevonden om het woord te nemen, en van enige aanwezigheid vanuit die hoek was ook niets te merken. De opkomst (ca. 150 mensen) gaf ook niet de indruk een Europees  initiatief te zijn waar drie politieke stromingen bij betrokken zijn. Nu heb ik misschien de indruk gewekt tegen de samenwerking van linksen, sociaaldemocraten, groenen en andere progressieve krachten te zijn. Dat is absoluut niet het geval, integendeel. Al deze actoren zouden veel vaker dan nu het geval is de krachten moeten bundelen om samen strijd te voeren rond welbepaalde doelstellingen. De gelegenheden daarvoor zijn legio, want men kan vanuit verschillende invalshoeken en achtergronden tot het besluit komen dat kernenergie moet beëindigd worden, dat de neoliberale vrijhandelsakkoorden nefast zijn, dat er moet geïnvesteerd worden in de openbare sector, dat er een eind moet komen aan de tragedie op de Middellandse Zee, enzovoort enzoverder. Maar wat de leiding van Europees Links nastreeft met de Europese fora is iets anders dan de samenwerking rond concrete objectieven. Als je de verschillende documenten naleest die in de aanloop van het forum geproduceerd werden (voor zover ik zie alleen door medewerkers van de leiding van Europees Links) komt daar de volgende analyse uit naar voor. Europa wordt bedreigd door een reeks diepgaande crisissen, maar het zijn de reactionaire rechtse krachten die daar dreigen hun voordeel uit te halen. Daarom moeten de linkse en progressieve krachten een "aantrekkelijk sociaal alternatief uitwerken, een cultuur van emancipatie en solidariteit, een alternatief dat de weg toont naar een aantrekkelijke toekomst" [efn_note] Ik citeer hier uit een document ter voorbereiding van een forumsessie over 'Vrede, hoeksteen voor een linkse Europese strategie'. Het werd geschreven door o.a. Gabi Zimmer, onder de voorbije legislatuur voorzitter van de linkse fractie GUE/NGL in het Europees Parlement.[/efn_note]. Een instinctieve reactie zou kunnen zijn: ja, waarom niet? Een breed gedragen links alternatief, wat wil je meer? Maar enig nadenken toont al vlug de onbezonnenheid van dit idee. Als ik me niet vergis is het toekomstbeeld, het streefdoel, het 'aantrekkelijk sociaal alternatief' van radicaal links het socialisme, de beëindiging van de kapitalistische winsteconomie, van het vrij ondernemerschap, vervangen door een democratische besliste productie. Dat is niet het toekomstbeeld van de groenen. Zij denken in de richting van een 'duurzaam kapitalisme', waar de ecologische uitwassen uit verdwenen zijn. Ecosocialisten zullen zeggen dat dit een illusie is, maar het heeft geen zin daarover een gemeenschappelijk standpunt te willen definiëren. In de huidige conjunctuur is het veel vruchtbaarder om te kijken welke concrete politieke doelstellingen samenkunnen nagestreefd worden door groenen en radicaal links. Dat is vrij vaak het geval; in het Europees Parlement bijvoorbeeld zijn er nogal wat wetsontwerpen en resoluties die alleen door groen en radicaal links worden goed- of afgekeurd. Een gelijkaardige houding is aangewezen tegenover de sociaaldemocratische stroming: waar samenwerking rond concrete  objectieven mogelijk is moet de kans aangegrepen worden, maar  'convergentie in de toekomstperspectieven' nastreven is een totale illusie. Door het jarenlange medebeheer van de burgerlijke staat door sociaaldemocratische partijen is de afstand misschien nog groter dan voor groenen. In het Europees Parlement bijvoorbeeld levert de  sociaaldemocratische fractie (S&D), de tweede grootste na de christendemocraten, vaak de nodige stemmen om rechtse voorstellen een meerderheid te bezorgen. Zowat het hele besparingsbeleid dat opgelegd werd in de loop van de financiële crisis werd mede door hen goedgekeurd, en het waren niet de sociaaldemocraten die de kastijding van Griekenland in de weg stonden, nietwaar meneer Dijsselbloem?  In de nationale politiek, in de lidstaten, zijn sociaaldemocratische regeringen of regeringspartners vaak de gangmakers of handlangers voor neoliberale 'oplossingen'. Dat wil niet zeggen dat links geen pogingen moet doen om de sociaaldemocratie publiek voor keuzes te stellen, haar te wijzen op haar historische wortels, te proberen de linkervleugel ervan tot betere standpunten te verleiden en waar mogelijk aan eenzelfde concreet zeel te trekken. Maar dat is iets helemaal anders dan samen met hen een 'aantrekkelijk alternatief' uit te werken zoals Europees Links voorstelt. Wie de grootste gemene deler neemt van links en sociaaldemocratie krijgt een smakeloos brouwseltje dat niemand lust. Als radicaal links niet langer de authentiek socialistische pool, hoe klein ook, is in het politieke spectrum is er geen enkele reden meer om deze pool te steunen. Meer nog dan uit een samenvatting van (soms nogal warrig geschreven) teksten kunnen we de achterliggende idee van de Europese fora afleiden uit de activiteit ervan. Deze beperkt zich eigenlijk tot het voorbereiden van ... het volgende forum. Zeker, er werd een hele inventaris opgesteld van wenselijke dingen als volledige tewerkstelling, een ecologische transitie, gelijkheid van vrouwen en mannen, vrede, een economie in het teken van het menselijk welzijn... Maar deze inventaris kennen we al lang, de vraag is hoe er iets van gerealiseerd kan worden. Strategie dus, een woord dat in de forumdocumenten vaak voorkomt maar geen enkele concrete invulling krijgt. Als er nu ook maar over één concreet doel afgesproken werd, bevestigend dat men in het komende jaar alles in het werk zal stellen om het  - nee, zelfs niet te realiseren maar - te  promoveren, en bij het volgend forum de balans op te maken van wat lukte en wat niet. Dat linksen, progressieve groenen en sociaaldemocraten in hun structuren zullen aandringen om het Europees budget te boycotten zolang er geld naar de militaire industrie gaat. Om maar iets te zeggen. Of om elk vrijhandelsakkoord dat sociaal en ecologisch nefast is (alle dus) met alle middelen te bestrijden, samen met actiegroepen en sociale bewegingen. Soms komt het op weinig aan om het verschil te maken en kan voluntaristisch activisme van partijgenoten iets uithalen; we gaven onlangs nog het voorbeeld van de resolutie in het Europees Parlement over het redden van levens in de Middellandse Zee, een resolutie die door toedoen van drie (!) sociaaldemocraten had kunnen goedgekeurd worden tegen de rechtse meerderheid in [efn_note] Zie Ander Europa, 25 oktober 2019, EVP: dat ze verdrinken, zolang ze niet binnenkomen. [/efn_note]. Natuurlijk heeft de aanpak van Europees Links een prijs. We vermeldden al het verlies van de eigen politieke identiteit als verdedigers van het socialistisch alternatief. Het is de aanpak van gewezen Europees Links-voorzitter Pierre Laurent, tevens gewezen voorzitter van de Franse Communistische Partij (PCF) die de eigen politieke identiteit inslikte om toch maar lokale coalities met de PS te kunnen aangaan. De gevolgen zijn gekend, de PCF bestaat ongeveer niet meer. Er is meer. De kritiek op de rechtse aspecten van de politiek van de 'partners' moet tot een minimum herleid worden [efn_note] In de reeds vermelde tekst over een vredesstrategie staat weliswaar dat er 'eerlijk en objectief moet gesproken worden over de rol van leidende sociaaldemocraten'. Alsof het probleem zich tot enkele individuen beperkt...  [/efn_note]. Zo was er niets te horen op de meeting over de onaanvaardbare repressie in Catalonië; de sociaaldemocraat Sanchez probeert zich immers door een hard optreden tot een even betrouwbaar verdediger van de  Spaanse staat op te werpen als de (extreem-)rechtse partijen . Geen woord overigens over Labour en Jeremy Corbyn, nochtans de sociaaldemocratische partij die momenteel  in de belangrijkste verkiezingsstrijd in Europa verwikkeld is. Maar ja, Groot-Brittannië en dus ook Labour verlaten binnenkort toch de EU en zijn dan nog van weinig tel in een electorale strategie. Opvallend was ook de afwezigheid van Varoufakis' beweging DiEM. Ik weet niet of die uitgenodigd was, maar als men een eenheid beoogt met groenen en sociaaldemocraten zou DiEM er zeker ook bij geweest moeten zijn. Er was één tussenkomst waarin ik me kon terugvinden: die van Raoul Hedebouw, die sprak in naam van de Belgische PVDA-PTB. Op een voorzichtige maar toch niet mis te begrijpen manier nam hij afstand van de lijn van het grote 'eenheidsfront van linksen en progressieven'. Hij had het over la vraie gauche dat de idee van de klassenstrijd moet terug propageren, en bij de uitwerking van alternatieven zich moet afvragen welke rol de markt nog moet spelen. "En daar wringt het schoentje, nietwaar meneer Lamberts" zei hij. Hedebouw verwees ook naar de regeringsonderhandelingen in Wallonië, waaruit de PTB zich terugtrok omdat een verdedigbaar akkoord met de PS niet mogelijk was [efn_note] Voor de opinie van een buitenstaander daarover, zie Hugues Le Paige, Politique, PS-Ecolo-PTB : Guerre de position(nement)[/efn_note]. Voorzitter Laurent onthield zich wijselijk van commentaar. De linkse fractie in het Europees Parlement heeft weliswaar een nieuwe leiding, maar over een nieuwe strategie om links terug aan zet te laten komen beschikt deze nog niet. Het electoraal debacle van mei 2019 zou nochtans het 'strategisch denken' een nieuw elan moeten geven.

Beste Christine Lagarde, beste Eurocraten

07/11/2019 - 10:26

door Helge Peukert 7 november 2019  

Helge Peukert is professor economie aan de universiteit van Siegen (Duitsland). Hij is ook lid van de wetenschappelijke raad van Attac-Duitsland. Naar aanleiding van het ambtsbegin van Christine Lagarde als voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB) schreef hij haar en haar medewerkers een open brief. Ander Europa brengt er de Nederlandse vertaling van.

  Beste Christine Lagarde, beste Eurocraten,   Het is goed dat jullie Europese Centrale Bank (ECB) bij het begin van de financiële crisis er mede voor zorgde dat het financieel wereldsysteem niet ineenstuikte, en dat er nu een vrouw aan de leiding komt. Maar we vinden het niet goed dat de ECB tot een niet democratisch gelegitimeerde politieke hoofdspeler is uitgegroeid die plaatsvervangend voor het hervormingsschuwe politiek establishment [efn_note] Ook verderop in de tekst zal blijken dat de auteur de term ‘hervormingen’ ironisch hanteert. Neoliberale leiders hebben de mond vol van ‘hervormingen’ van de arbeidsmarkt, van de pensioenstelsels en werkloosheidsvergoedingen. Voor hervormingen van het neoliberaal beleid zelf, van de regels voor banken en bedrijven, zijn ze eerder schuw. [Noot van de vertaler][/efn_note] aan politiek doet. Met alle respect voor uw grandezza, maar bij de benoeming voor deze belangrijke positie was er geen enkel maatschappelijk debat, want die benoeming had plaats achter gesloten deuren. Deze stijl van werken kennen we al van de manier waarop von der Leyen op de voorzittersstoel van de Europese Commissie belandde. Het mag jullie dan ook niet verbazen dat bijvoorbeeld Fridays for Future [efn_note] De internationale jongerenbeweging die opkomt voor een echt klimaatbeleid, bekend door de scholierenstaking en woordvoerders alsz Greta Thunberg.[Noot van de vertaler][/efn_note] of Extinction Rebellion [efn_note] Internationale beweging die door burgerlijke ongehoorzaamheid de eis voor een doorgedreven klimaatbeleid kracht bijzet; zoniet, aldus de beweging, dreigt het uitsterven van talloze levende soorten.[Noot van de vertaler][/efn_note]en anderen zich niet meer door jullie vertegenwoordigd zien en stilaan echt ongehoorzaam worden. Bij jullie wannebe elitarisme past ook jullie duur protserig gebouw, met zijn isolement en ontoegankelijkheid van gebouw en medewerkers. Bij de Duitse Bundesbank was dat nog anders. Jullie willen onder elkaar blijven, dat komt jullie waarschijnlijk het best uit. We zullen nog wel zien, Christine, of uw belofte van transparantie meer was dan een zoveelste holle verklaring. Ook al in de loop van de financiële crisis hebben wij tevergeefs gewacht op een zelfkritiek van de ECB. Hebben jullie de schuldenberg niet laten aangroeien zonder die vóór die krisis ook maar het minste halt toe te roepen? [caption id="attachment_17852" align="alignleft" width="400"] Christine Lagarde, Supergirl, synchroonzwemster en nu ook bankier der bankiers. Foto Wereldbank, 2016, Flickr[/caption] Na de financiële crisis hadden wij dan verwacht dat er toch een minimum aan hervormingsideeën zouden aan bod komen, en dat jullie zich bijvoorbeeld kritisch zouden afvragen of de banken het privilege van de geldcreatie [efn_note] Wanneer banken een lening toestaan, creëren ze geld door een positief saldo op een rekening in te schrijven. Daar staat slechts een klein bedrag eigen middelen tegenover. [Noot van de vertaler][/efn_note] zouden moeten behouden, aangezien de kredietzeepbellen die ze veroorzaken steeds vaker tot crisissen leiden. En het zou ook maar rechtvaardig en billijk geweest zijn dat de financiële wereld haar bijdrage had geleverd aan de opruimingskosten van de financiële crisis, bijvoorbeeld door een belasting op de financiële transacties [efn_note] Ook bekend als ‘Tobintaks’. [Noot van de vertaler][/efn_note], wat ook de derivatenhandel [efn_note] ‘Derivaten’ of afgeleide bankproducten zijn financiële producten afgeleid van andere financiële producten. Zo is een future een contract waardoor men op een datum in de toekomst een aandeel of andere waardetitel zal kunnen – of in andere gevallen moeten - kopen aan een vastgelegde prijs. Dit contract kan zelf verhandeld worden zoals een aandeel of obligatie. [Noot van de vertaler][/efn_note] had kunnen inperken. Maar jullie hebben jullie stem toegevoegd aan het koor van degenen die met afgezaagde argumenten daartegen waren. Jullie dachten ook in de verste verte niet aan de afbouw van de megabanken. In de plaats daarvan gingen jullie mee met de fantasietjes over een bankenunie. Geloven jullie werkelijk over het weekend een internationale megabank te kunnen afwikkelen zonder beroep te doen op belastingsgeld? Moeten we echt geloven dat Basel III en zijn voorschrift van 3 tot 5% eigen vermogen [efn_note] Basel III, het derde Baselakkoord, is een reeks internationale afspraken, gemaakt binnen het Basel Committee on Banking Supervision, over de reglementering van banken. Het gaat over kapitaal- en liquiditeitsvereisten, de wijze van ‘stresstesten’, enzovoort. Het eerste Baselakkoord Basel I kwam er in de jaren ’70, Basel II was nog in de implementatiefase toen de financiële crisis in 2008 uitbrak. Basel III zou moeten een antwoord bieden op de lessen van deze crisis... [Noot van de vertaler][/efn_note] een nieuwe crash zal voorkomen? Aan het schaduwbankieren [efn_note] Bij ‘schaduwbankieren’ verschijnen financiële operaties niet op de balans van een bank, en kunnen ze niet door een centrale bank of regulerende overheid gecontroleerd worden. Toch is deze handelwijze niet illegaal. De bank richt hiertoe een ‘financieel vehikel’ op dat zelf geen deposito’s ontvangt, en daardoor niet aan de bankregels onderworpen is.  [Noot van de vertaler][/efn_note] doen jullie overigens niets. Beelden jullie zich werkelijk in dat men zinvolle stresstests [efn_note] Stresstest van een bank: theoretische berekening van wat zou gebeuren als bv. de beurswaarden met een bepaald percentage dalen, als de olieprijs stijgt, de conjunctuur verandert, enzovoort. Het resultaat hangt natuurlijk sterk af van het wiskundig model dat men hanteert.[Noot van de vertaler][/efn_note] kan doorvoeren op de totaal ondoorzichtige balansen van de grootbanken met massale hoeveelheden derivaten en wegens belastingsvoordelen verspreid over tientallen landen? Streng en consequent waren jullie eigenlijk maar tegenover de zuidelijke lidstaten wanneer jullie optraden met de Troika en jullie bezuinigingsprogramma’s, en toen jullie de geldkraan dichtdraaiden naar Griekenland. Terzelfder tijd waren jullie zeer grootmoedig wat de financiële sector betreft. Door een politiek van nul-rente komt deze sector heel goedkoop aan ECB-geld. Jullie kochten veel toxisch waardepapier op [Noot van de vertaler]Toxisch waardepapier: daarmee worden bv. riskante leningen bedoeld waar de kans van terugbetalen gering is. [/efn_note], en aan de hoofdschuldigen van de financiële crisis strooiden jullie liquiditeiten uit. Uw voorganger, Christine, beloofde bijna alle banken uit het moeras te zullen trekken, “whatever it takes”. U hebt aangegeven deze weg verder te willen volgen, volledig naar het motto dat de centrale bank “de bank der banken” is. De ECB is de belangrijkste opkoper van staatsleningen geworden en ook van een aantal private leningen van grote bedrijven, die hun koers daardoor zagen stijgen en de balans van kredietinstellingen begunstigde. Of ze konden hun waardepapieren tegen een goede prijs aan de ECB als plaatsvervangende verzekeraar verder verkopen. Zo ontstond een monetaire centraal geleide economie met volledig vertekende prijzen. Dat opkoopprogramma zou ook na uw ambtsaantreden verdergezet worden. Tussen haakjes, jullie hebben er ook voor gezorgd dat men niet meer zonder risico’s kan sparen. Wie geld opzijzet en niet wil speculeren, verliest ieder jaar een deel. Daartegenover stijgt het vermogen, de aandelen, vastgoedwaarde etcetera van wie reeds veel bezit, dank zij jullie geldstroompolitiek. Als het echt de bedoeling is om geld te verspreiden onder de bevolking om de vraag te doen stijgen, geef dan toch iedere burger een paar duizend euro ‘helikoptergeld’, want jullie kunnen en mogen dat. Dat zou voor één keer geen herverdeling naar boven zijn. Maar ja, jullie vormen nu eenmaal een belangengemeenschap met de (grote) banken en het politiek establishment, dat waren we bijna vergeten. In samenwerking met de eurolanden, die door de hogere waardering van hun staatsleningen minder intrest moeten betalen, hebben jullie het voor mekaar gebracht dat de laatste tien jaar geen noemenswaardige hervormingen plaatsvonden. De staten kunnen zich verder in de schulden steken tegen lage kosten, dankzij jullie aankooppolitiek. Daardoor verhinderen jullie structuurhervormingen in de landen van de eurozone. Zonder probleem zouden deze schuldenvrij kunnen zijn als er een minimale belasting op ondernemingen, erfenissen en vermogens ingevoerd werd, en belastingsparadijzen opgerold werden. Maar bij het woord ‘hervormingen’denkt het politiek bedrijf slechts aan afbouw in de sociale sector en meer belastingen voor de 99%. Jullie denken er liever over na hoe bij een volgende crisis het fragiele kaartenhuis kan gered worden. Wij weten dat jullie -en samen met jullie een hele reeks Inside Job economen [efn_note] Inside Job is de titel van een met een Oscar bekroonde documentaire (2010) over de financiële crisis die uitbrak in 2007-2009. [Noot van de vertaler][/efn_note]- dan graag negatieve rentetarieven zouden invoeren, zodat men zonder enige democratische legitimatie ons spaargeld kan inpikken. Men moet dan alleen nog maar het baar geld afschaffen, zodat we noodzakelijkerwijze op het financieel systeem aangewezen zijn en het laatste beetje gegevensbescherming verloren zijn door het wegvallen van de anonimiteit van het contant geld. We weten dat bij het IMF, waar u, Christine, als voorzitter vandaan komt en waarvan de topposities niet zonder toestemming van de USA ingenomen kunnen worden, dat bij het IMF dus plannen klaarliggen hoe men het baar geld kan afschaffen. Ook bij de ECB liggen dergelijke plannen klaar. Wat we u echter het meest kwalijk nemen is uw totaal gebrek aan kennis over de zich voor onze ogen afspelende ‘ecocalyps’. U mengt zich, met het oog op uw mandaat, in talloze zaken, maar de belangrijkste vraag van deze tijd, het overleven van de menselijke beschaving en de biosfeer, staat niet op uw agenda. In plaats van over surrealistische bankenstresstesten zouden jullie zich in de eerste plaats een idee moeten vormen over de stress die de van jullie afhankelijke groeieconomie op het milieu uitoefent. Als machtige instantie, die over allerlei mogelijkheden beschikt via het geldbeheer, zouden jullie ook eens moeten nadenken over een ecologisch duurzame kredietverlening. Wat we nodig hebben is een intelligente ecologische kredietverlening om een halt toe te roepen aan verdere milieuafbraak, en de ombouw, of eerder de afbouw, van ons huidig economisch systeem zo snel mogelijk te bewerkstelligen. Een gematigde vorm van kredietcontrole hebben we zelfs al gekend in de tijd van het rentebeleid in West Duitsland. Als de ECB bij haar herfinancieringsoperaties en aankopen consequent de klimaatrisico’s zou incalculeren, zou ze een aanzienlijke invloed kunnen uitoefenen voor een groene toekomst. Het gaat niet over de neutraliteit of niet-neutraliteit van de ECB-politiek, maar over de vraag: moet de ECB ten dienste staan van de grote spelers van het financiewezen, of van het overleven van de biosfeer? Aanvankelijk zou de noodzakelijke inkrimping tot massale werkloosheid kunnen leiden. Daarom zou een ecologisch gerichte ECB geen geld voor de redding van de financiële machten op tafel moeten leggen, maar voor de creatie van sociaal-ecologische arbeidsplaatsen. Beste Christine, u beloofde een dubbele klimaatverbetering: transparantie en het ecologisch belang. Het is daarop dat we u zullen beoordelen, wel wetend dat er een systeemwissel nodig is in de richting van een post-groei-economie, iets wat met de nodige radicaliteit niet te verwachten is van een instelling die zich tot nog toe hoofdzakelijk als een verdeler van liquiditeiten en laatste reddingsboei voor de financiële sector heeft opgesteld. Als u toch voor een groene ECB zou kiezen, zou u als Supergirl de geschiedenis kunnen ingaan. Bonne chance! Helge    

Grensbewaking, een bloeiende sector

05/11/2019 - 16:14

5 november 2019 - Er zijn twee belangengroepen die hun voordeel halen uit de voorstelling van Europa als een belegerde vesting die van alle kanten bedreigd wordt door 'vreemdelingen'. De eerste groep zijn de rechtse en extreemrechtse partijen die er hun verkiezingsstrategie op gebouwd hebben. Minder in het oog springend zijn een hele reeks bedrijven die 'oplossingen' bieden voor  de beveiliging van de grenzen. Over deze laatsten brachten het Transnational Institute (TNI), Stop Wapenhandel en het Centre Delàs een rapport uit onder de titel ‘The Business of Building Walls’. Auteur is Mark Akkerman, onderzoeker bij Stop Wapenhandel; hij was ook al auteur van de studie Border Wars – The arms dealers profiting from Europe’s refugee tragedy,  geactualiseerd in  Border Wars II.  [caption id="attachment_17839" align="alignleft" width="227"] Klikken om down te loaden[/caption] Het bouwen van muren aan grenzen  heeft een hele technologische evolutie gekend. Wat het stalinistisch DDR-regime in Berlijn deed in 1961 was fundamenteel niets anders dan wat in China al gebeurde honderden jaren voor Christus, het waren muren in steen, mortel of later beton.  Maar de techniek stond niet stil , al in de 19e eeuw werden Amerikaanse prairies afgesloten met prikkeldraad. Wat vee kon binnenhouden kon ook mensen buiten houden, zo vond men al vlug, en met de prikkeldraadversperring  voegde de kapitalistische industrie een verkoopbaar product toe aan zijn uitgebreid gamma. Waar er vandaag in Europa materiële muren worden opgetrokken om indringers buiten te houden zijn het metershoge draadversperringen, met ordinaire prikkeldraad, en steeds meer met 'scheermesdraad' die wat verwondingen betreft beter presteert. Sinds 1990 hebben EU-lidstaten en Schengenlanden meer dan 1000 kilometer aan dergelijke 'muren' gebouwd, wat overeenkomt met zes keer de lengte van de totale Berlijnse Muur. ‘The Business of Building Walls’ berekende dat bedrijven sinds het eind van de Koude Oorlog minstens 900 miljoen € winst maakten aan dit soort constructies. Maar ook dit is maar een iets modernere versie van de Chinese Muur. Tegenwoordig stellen hoogtechnologische bedrijven een heel ander concept voor van grensbewaking en bieden een arsenaal middelen aan, of het nu te land, ter zee of in de lucht is. Camera's (natuurlijk ook voor nachtvisie), radar, patrouillevaartuigen, verkenningsvliegtuigen, helicopters, drones, IT-infrastructuur , communicatieapparatuur, herkenningssoftware, ... er zijn geen grenzen aan het technologisch vernuft. Behalve financiële: deze spullen zijn eerder duur. Maar de Europese Unie voorzag dan ook al aanzienlijke budgetten: 1,7 miljard € voor het External Borders Fund (2007-2013), 2,76 miljard voor het Internal Security Fund  (2014-2020), en vooruitziend als de Europese Commissie is worden nog veel grotere bedragen in het vooruitzicht gesteld: 8.02 miljard € voor het Integrated Border Management Fund (2021-2027), 11.27 miljard voor Frontex ... Het is misschien niet verwonderlijk dat de oorlog tegen indringers vooral zaak is van de ... oorlogsindustrie. ‘The Business of Building Walls’  wijst als grootste spelers op deze markt drie wapenproducenten aan: het Franse Thales (dat sterk in Nederland vertegenwoordigd is), het Italiaanse Leonardo (het vroegere Finmeccanica) en het Europese Airbus (naast vele anderen, o.a. Israel Aerospace Industries bekend voor zijn drones en de Nederlandse scheepsbouwers Damen) . Als deze hun degelijkheid kunnen bewijzen op het Europese 'slagveld' ligt een enorme markt voor ze open; de wereldwijde border security market woog in 2018 naar schatting 17,5 miljard €, en er wordt een jaarlijkse groei van 8% verwacht ... Een samenvatting van het rapport in het Engels kunt u hier downloaden of hier in het Nederlands. De volledige studie (PDF, 7,26 MB, 71 blz.) vindt u hier. (hm)  

Over de toekomst van Groot-Brittannië wordt binnen zes weken beslist

02/11/2019 - 18:38

door Dawn Foster (*) 2 november 2019   Bij de Britse verkiezingen van december liggen nog alle mogelijkheden open. De Tories zijn nerveus, maar Labour heeft geen gemakkelijke taak. Bovenal moet Labour de focus van het debat verleggen van het Brexit-melodrama naar de verwoestingen die het bezuinigingsbeleid veroorzaakte. De Britse kiezer gaat weer naar de stembus voor de vierde algemene verkiezingen in tien jaar. Terwijl het Parlement over de exacte datum ruzie maakt, belooft de decemberverkiezing een aantal primeurs: de eerste decemberverkiezing sinds 1923, de eerste winterverkiezing sinds 1974 en de eerste verkiezing die sinds 1931 niet meer op donderdag wordt gehouden. Maar het zou ook de eerste verkiezing kunnen zijn om na 2005 opnieuw een Labour-meerderheid op de been te krijgen. Peilingen blijven buitengewoon wisselvallig. Met slechts tien punten voorsprong bevinden de Conservatieven zich in een slechtere positie dan aan het begin van de campagne van 2017, waarin ze zetels en de meerderheid verloren, niettegenstaande ze aan het begin vierentwintig punten voorsprong op Labour hadden. De overmoed die Theresa May toonde bij het uitroepen van een tussentijdse verkiezing om te proberen haar meerderheid te vergroten, werd beloond met een nederlaag op de verkiezingsdag. Boris Johnson toont dezelfde overmoed, redenerend als Theresa May, dat hij een meerderheid nodig heeft om ervoor te zorgen dat Brexit wordt uitgevoerd. In de dagen voorafgaand aan de parlementaire stemming over een vroegtijdige verkiezing, meldden de Tories dat ze zonder meer verzekerd waren van een enorme Labour-nederlaag, en dat Johnson's persoonlijkheid miljoenen zal overtuigen om weer voor de Conservatieven te stemmen. Nu Labour met een verkiezing akkoord is gegaan zijn veel Tory-parlementsleden veel nerveuzer geworden; één spreekt zelfs van een 'zelfmoordmissie'. De Conservatieven weten dat dit een enorme gok is: kiezers voelen misschien dat er een loopje met ze genomen wordt en wisselen van partij. Maar het grootste risico voor de Tories is dat de Brexit-partij [van Nigel Farage] op honderden zetels staat. De Brexit-partij beweert dat Johnson er niet in is geslaagd Brexit te realiseren op de door hem vooropgestelde datum van 31 oktober, en de partij zal conservatieve stemmen wegpikken. Daardoor kan Labour het voortouw nemen in de kiesdistricten waar de Tories een marginale voorsprong hebben [efn_note] De Britse verkiezingen gaan volgens een meerderheidsstelsel. De kandidaat met de meeste stemmen is verkozen in elk van de 650 kiesdistricten. [Noot van de vertaler][/efn_note]. Maar Labour beschikt bovendien over een aantal troeven. De partij heeft veruit het grootste aantal jonge activisten, terwijl de Conservatieven er niet in slaagden om een jongerenbeweging te herstarten nadat de vorige jeugdvleugel van de partij ineenstortte ten gevolge van een vreselijk pestschandaal. Voor Labour zullen veel meer mensen folders bezorgen, op deuren kloppen en kiezers persoonlijk en telefonisch aanspreken. Momentum [efn_note]Momentum is een beweging in 2015 opgericht ter ondersteuning van Jeremy Corbyn en de vernieuwing van de Labour Party.[Noot van de vertaler] [/efn_note] is in staat om grote aantallen campagnevoerders te bezorgen aan districten die op de wip staan; de beweging speelde een beslissende rol in Labour's toegenomen aantal gekozen parlementsleden in 2017. De regels voor onpartijdigheid die van toepassing zijn op de publieke omroep [de BBC] hebben ook invloed op het bereik van de partij: beleid en programma  komen op een eerlijker wijze aan bod in de aanloop naar de verkiezingsdag. Labour zag haar score sterk stijgen in de opiniepeilingen toen deze regels twee jaar geleden tijdens de verkiezingen van kracht werden. Veel meer Labour-parlementsleden kregen zendtijd, en het gesprek was veel meer gericht op het politieke programma dan op ruzie in de parlementaire fractie van Labour. De meeste commentatoren hebben betoogd dat de verkiezing bijna volledig over de Brexit zal worden uitgevochten. Dat werd ook vorige keer beweerd, maar in werkelijkheid gingen de verkiezingen over de sociale en economische politiek. Labour deed het goed nadat hun radicale programma was gelanceerd, dat betrekking had op de National Health Service (NHS), scholen, openbare diensten en de economie. De Conservatieven waren verbaasd over de schade die hun plannen rond de zorg - de zogenaamde "doodsbelasting" genoemd - aan hun verkiezingen hebben toegebracht, en hebben veel minder werk in hun programma gestoken dan Labour in de jaren sinds de laatste verkiezingen. Het feit dat Johnson de Brexit tot nu toe niet heeft gerealiseerd en herhaaldelijk volhield dat hij het Verenigd Koninkrijk vóór 31 oktober uit de Europese Unie zou halen, zal door alle partijen tegen de Tories worden gebruikt. De Conservatieven mogen dan wel de meerderheid van de media aan hun kant hebben, Labour heeft de radicale ideeën die de kiezers zeer waarschijnlijk zullen aanspreken. Na negen jaar soberheidsbeleid moet de kiezers worden gevraagd wat het afgelopen decennium heeft opgeleverd voor hun gemeente, voor het gemeenschapsleven, de levensstandaard en de kansen en vooruitzichten van hun kinderen. Voedselbanken bestonden nauwelijks in het Verenigd Koninkrijk voordat de Conservatieven in 2010 aan de macht kwamen; nu voeden ze miljoenen en zijn iets alledaags geworden. De minderbedeelden hebben hun levensverwachting zien dalen, terwijl degenen aan de top hun inkomsten zagen toenemen en hun belastingen verminderen. Artsen melden ondervoeding en rachitis, ziekten die als iets van het Victoriaans tijdperk en uitgestorven werden beschouwd, maar nu terugkeren door de opzettelijke verarming van de arbeidersklasse. De Conservatieven kunnen winnen, maar Labour ook: alle mogelijkheden liggen nog open. De Tories zullen proberen de verkiezingen om te zetten in een referendum over Brexit, maar het land wil hoop voor de toekomst, in plaats van te worden meegesleept in de parlementaire ruzies van de rijke landheren en zakenmensen die de Conservatieve Partij bevolken. Labour presteerde veel beter dan verwacht in 2017, en met hard werken en een sterk programma kan de partij ervoor zorgen dat de Conservatieven van Boris Johnson tegen Kerstmis begraven zijn. (*) Dean Foster is medewerkster van Jacobin Magazine, schrijft ook voor The Guardian en is auteur van Lean Out, waarin ze afrekent met het ‘feminisme’ van de succesrijke zakenvrouw. Dit artikel verscheen op 29 oktober in Jacobin Magazine. Nederlandse vertaling door Ander Europa.

Mensenrechten vs. bedrijfswinsten: en de winnaar wordt …

01/11/2019 - 11:36

door Herman Michiel 1 november 2019   De onderhandelingen rond een ‘bindend VN-verdrag over bedrijven en mensenrechten’ zijn zowel belangrijk als interessant. Belangrijk, omdat een dergelijk verdrag heel wat onrechtvaardigheid uit de wereld zou kunnen helpen, of op zijn minst juridisch verweer, inclusief schadevergoeding, zou mogelijk maken voor de slachtoffers van mensenrechtenschendingen door multinationale bedrijven. Interessant, omdat de positie van de belangrijke spelers hier duidelijk tot uiting komt: die van regeringen, bedrijfslobbys, sociale organisaties, de Europese Unie (EU) ... Deze laatste bijvoorbeeld werpt zich graag op als de humanistische pool op het geopolitieke toneel, maar wanneer het op daden en politieke keuzes aankomt verraadt de EU zichzelf steeds door haar bedrijfstropisme. Dat is bij het genoemd VN-verdrag niet anders. Maar hoe belangrijk en interessant ook, de belangenstrijd achter de schermen rond dit verdrag is totaal onbekend bij het grotere publiek, want de media besteden er geen enkele aandacht aan. Een aantal niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) doen wat ze kunnen om hieraan te verhelpen. Zo organiseerde Tax Justice Nederland i.s.m. andere organisaties op 12 mei een debat over de kwestie met Europese kandidaten. En het Nederlandse SOMO is zelf betrokken bij de onderhandelingen en weet uitstekend waarover het gaat. Maar de beleidsmakers voelen zich veilig achter de grote muur van de stilte, en kunnen rustig hun hand- en spandiensten aan de bedrijfslobbys blijven leveren.   Waarover het gaat [caption id="attachment_17813" align="alignleft" width="260"] Foto Friends of the Earth, 2016[/caption] Even samenvatten waarover het gaat. Vooral in landen van het Zuiden gaan sommige internationale bedrijven op een drieste wijze te werk, trekken zich weinig of niets aan van milieu, gezondheid of veiligheid van werknemers, verrijken zich schandelijk en ... verwerpen elke verantwoordelijkheid als het fout gaat. In juni 2014 richtte de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties (UNHRC) een werkgroep op om een bindend VN-verdrag ‘Bedrijven en Mensenrechten’ uit te werken. Dat was op voorstel van Ecuador, dat zelf slachtoffer was van een enorme olievervuiling door Chevron [efn_note] Meer voorbeelden van catastrofes aangericht door bedrijven vindt men o.a. in de brochure The EU and the corporate impunity nexus, uitgegeven door o.a. het Transnational Institute.[/efn_note]. Sindsdien komt de werkgroep jaarlijks bijeen, krijgt steun van landen uit het Zuiden en ... wordt grotendeels geboycot door die van het Noorden, de Europese Unie en haar lidstaten incluis. Van 14 tot 18 oktober 2019 ging in Genève de vijfde onderhandelingsronde over dit verdrag door. De tekst die voorlag was een aanpassing van het ontwerpdocument (de zgn. zero draft) waarover vorig jaar onderhandeld werd [efn_note] Zie ons bericht daarover, Ander Europa 21 september 2018, Mensen beschermen tegen multinationals? Of multinationals tegen mensen?? [/efn_note], en was volgens diverse sociale organisaties een verbetering op een aantal punten, zonder evenwel sluitende garanties in te houden dat multinationale ondernemingen (MNO’s) zich niet langer straffeloos zouden kunnen misdragen. Bij deze vijfde onderhandelingsronde was er in vergelijking met 2018 minder afzijdigheid vanuit Europa en waren er enkele tussenkomsten van EU-lidstaten, o.a. België, Frankrijk en Nederland. Of dit reden tot juichen is, is een andere zaak. [spacer] Meer inschikkelijkheid bij de Europese Unie? Volgens sommigen is er binnen de Europese Unie een kentering aan de gang, van vijandigheid naar een meer positieve benadering. Zo meent Sharan Burrow, algemeen secretaris van de Internationale Vakbondsfederatie (ITUC [efn_note] ITUC: niet te verwarren met ETUC, het Europees Vakverbond, maar er zijn zeer nauwe banden tussen de internationale en de Europese vakbondskoepels; ze delen niet alleen hetzelfde gebouw in Brussel maar Luca Visentini is secretaris-generaal van allebei. [/efn_note] ) dat de EU (alhoewel het geen onderhandelingsmandaat had van de Europese Raad) “expliciet de dringende nood erkende om beter preventief op te treden en de negatieve gevolgen van ondernemingsactiviteiten op vlak van mensenrechten terug te dringen, en om toegang te verschaffen tot daadwerkelijke remediëring.” Samen met de andere actoren zou de EU er zich nu ten volle van bewust zijn “dat we op weg zijn naar bindende wetgeving”. Men zou natuurlijk niets liever willen dan dat de EU voortaan mensenrechten hoger zou schatten dan bedrijfswinsten, maar ik vrees – ik ben ervan overtuigd - dat ITUC-ETUC hun wensen eens te meer voor werkelijkheid nemen en al te vlugge conclusies trekken uit wat mooie woorden. Als er een kentering is in de opstelling van de EU, dan denk ik dat die gebaseerd is op de idee If you can’t beat them, join them! De EU weet inderdaad dat haar pro-business beleid op heel wat weerstand stoot. Getuige daarvan de campagnes tegen de vrijhandelsverdragen als TTIP en CETA, en in het bijzonder tegen ISDS, de op maat van de bedrijven bedachte ‘arbitrage’ via private rechtbanken. Meer dan 600.000 mensen tekenden een petitie tegen ISDS en voor een bindend VN-verdrag, zelfs het Europees Parlement drong herhaalde malen aan op een positievere inzet terzake van de EU. Botweg erkennen dat winsten boven mensenrechten gaan zou de EU te Trumpiaans kunnen laten overkomen, dat is Brussel ook gaan inzien. Natuurlijk kan dit geen aanleiding zijn om de fundamentele EU-waarden (bedrijfswinsten, vrije markt, ondernemersbelangen) te laten varen, maar een meer subtiele aanpak is nodig, zo zal men gedacht hebben.   Boycotten, maar dan subtieler  Wat die subtielere aanpak inhoudt is eigenlijk al heel duidelijk. Bedrijfslobbys en hun politieke spreekbuizen verwijzen zonder uitzondering naar de UNGPs, de UN Guiding Principles on Business and Human Rights. Dat is eveneens een tekst aangenomen binnen de Verenigde Naties (2011) en zoals de naam zelf zegt, over dezelfde aangelegenheid, maar ... niet bindend. Een morele aansporing aan de bedrijfswereld om zich deftig te gedragen. Men kent de draagwijdte van dergelijke verklaringen: nihil, behalve dat bedrijven ermee kunnen uitpakken om hun corporate social responsability (CSR) te bewijzen. Het is dan ook bijna hartroerend als men BusinessEurope, de grootste patronale lobbygroep in de EU, zijn bezorgdheid hoort uiten over de tekst die in oktober in Genève besproken werd: die brengt UNGP in gevaar want ondermijnt de brede consensus die daarover bestond! En wat zegt de Belgische regering in dit verband? Precies hetzelfde als BusinessEurope. Inderdaad, tijdens het Belgisch Kamerdebat van 17 januari 2019 zei  de directeur Mensenrechten en Democratie van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Betrekkingen: “Voor België en de EU vormen de UNGPs het uitgangspunt en de basis inzake ondernemingen en mensenrechten. Deze UNGPs werden aangenomen bij consensus, hetgeen niet gezegd kan worden van de resolutie waarbij de werkgroep [over het bindend verdrag] werd opgericht. Nergens in de ontwerpverdragstekst wordt verwezen naar deze UNGPs.” Tijdens hetzelfde Kamerdebat kwam ook Olivier Joris, woordvoerder van het Verbond der Belgische Ondernemingen (VBO), aan het woord. U raadt het: het VBO betreurt dat men overschakelt “van een aansporende naar een dwingende aanpak”. Waar bedrijfslobbys en de hun onderdanige regeringen niet naar verwijzen zijn de dwingende bepalingen in de ISDS-verdragen, waardoor bedrijven de ‘schendingen’ van hun bedrijfswinsten door overheden, of het vermoeden daarvan, via monsterboetes kunnen bestraffen. Tot mensenrechten moet aangespoord worden, voor bedrijfsbelangen moeten er uitzonderingsrechtbanken opgericht worden die miljardenboetes kunnen opleggen...   Level playing field Een ander argument dat door de bedrijfslobbys ingebracht wordt tegen het ontwerpverdrag in zijn herziene versie van 2019 speelt in op een listig rechtvaardigheidsargument, dat van het level playing field [efn_note]Letterlijk: vlak speelveld. Bedoeld is dat alle bedrijven aan dezelfde regels moeten onderworpen worden om tot een ‘rechtvaardige’ concurrentie te komen.  [/efn_note] voor alle bedrijven. Het bindend VN-verdrag is specifiek bedoeld om de machteloosheid van slachtoffers tegenover een ver, praktisch vaak ongenaakbaar, buitenlands bedrijf te doorbreken. De gerechtskosten en de juridische complicaties alleen al kunnen momenteel elke aanspraak op compensatie praktisch onmogelijk maken. Om het bij het reeds aangehaalde voorbeeld te houden: een zaak van Ecuador (BBP 2018: 108 miljard $) tegen Chevron (omzet 2018: 159 miljard $) is niet vanzelfsprekend. Zelfs een economische grootmacht als Duitsland zit opgescheept met een geschil met het Zweedse Vattenfall dat miljarden ‘schadevergoeding’ wil omwille van de Duitse kernuitstap. Niettegenstaande dat ISDS alleen kan ingeroepen worden door buitenlandse bedrijven, wil de bedrijfswereld dat de VN-tekst over alle bedrijven handelt. Level playing field! Die bedrijfswereld weet maar al te goed dat een dergelijk verdrag nog heel wat moeilijker ligt dan een dat alleen over buitenlandse investeerders handelt, en dat de kans op welslagen dan nog veel kleiner is. Maar het argument mist zijn doel niet, sociale organisaties zijn verdeeld. ITUC vindt dit een billijke eis (coverage of all business enterprises, regardless of size, sector, operational context, ownership and structure) terwijl de koepel stopcorporateimpunity (met o.a. Friends of the Earth, Via Campesina, Transnational Institute, diverse ATTACs...) stelt: “[W]e are concerned about the extension of the scope of the treaty to all companies because it has thereby lost its focus on the real need for such a treaty; that is, transnational corporations and their ability to circumvent national jurisdictions and preserve their impunity. As all of us in this process know, this change responds to the demands of actors and states that have actively challenged the construction of this treaty – such as the private sector, the EU delegation and other countries.” De groepen die achter een bindend verdrag staan hebben nog meer zorgen. In de voorliggende tekst wordt de verantwoordelijkheid te veel bij de overheden gelegd; het zal te veel van hun bereidheid en mogelijkheden afhangen of men bv. kan procederen tegen een bedrijf in het land van oorsprong ervan. Een internationaal gerechtshof zou hier op zijn plaats zijn, maar zulks ontbreekt in de tekst, en zal natuurlijk op grote weerstand stoten bij de bedrijfslobbys. Uitzonderingsrechtbanken voor bedrijfsbelangen: JA – een internationaal hof voor het algemeen belang: NEE, zo simpel is het. Een andere vaststelling tijdens de voorbije onderhandelingssessie was dat sommige staten de rol van ngo’s bij de onderhandelingen – tijdens en tussen de jaarlijkse sessies -  zoveel mogelijk willen beperken. Op dit vlak lieten vooral Rusland, China en Brazilië zich opmerken.   Alles wel beschouwd... ... zal er geen bindend verdrag komen dat beantwoordt aan de verwachtingen die eraan gesteld worden. De bedrijven zijn tegen, de Verenigde Staten zijn tegen en zeggen dit openlijk, de EU is tegen maar zegt dat niet openlijk. Onder die omstandigheden hopen dat goodwill, overredingskracht of petities de kansen zullen doen keren is natuurlijk een naieve illusie. Een verloren zaak? Niet noodzakelijk, maar dan moet de wereld van de arbeid zich vierkant tegen die van het kapitaal keren, in plaats van in elke stemnuance van de tegenstander een kentering te zien. Hopelijk moeten er geen tien Lubrizols zoals op 26 september in het Franse Rouen meer plaatsvinden opdat we ons echt realiseren wat 'onze' bedrijven zoal aanrichten op deze planeet.  

Thüringen: Pyrrhusoverwinning voor Die Linke?

28/10/2019 - 13:49

28 oktober 2019 - Bij de deelstaatverkiezingen gisteren in het Oost-Duitse Thüringen veroverde Die Linke de eerste plaats, en verdrong de CDU naar de derde. Op de tweede plaats echter komt de extreemrechtse Alternative für Deutschland (AfD). In vergelijking met de verkiezingen van 2014 verbeterde Die Linke haar score nog wat (van 28,2% naar 31%) terwijl de CDU van 33,5% naar 21,8% zakte. AfD zag het stemmenpercentage meer dan verdubbelen, van 10,6% naar 23,4%. De SPD zakte verder weg (van 12,4% naar 8,2%) terwijl Grünen rond de 5% bleven en de liberale FDP nu de kiesdrempel van 5% haalde. (Voorlopige resultaten, kleine verschuivingen mogelijk.) De 90 zetels van het deelstaatparlement (Landtag) krijgen daarmee de volgende verdeling: Die Linke 29, AfD 22, CDU 21, SPD 8, Grünen 5, FDP 5. Dit lijkt op het eerste zicht een serieuze opsteker voor Die Linke, dat op 1 september barslechte resultaten behaalde bij gelijkaardige verkiezingen in de deelstaten Brandenburg en Saksen. Maar daar moeten een aantal kanttekeningen bij gemaakt worden. Vooreerst zou het voorbarig zijn de resultaten in het kleine Thüringen (2,1 miljoen inwoners) te extrapoleren of als trendbreuk te bestempelen. Voorts waren de verkiezingen in Thüringen een soort duel tussen de lijsttrekkers van Die Linke,  Bodo Ramelow, en die van AfD, de verachtelijke Björn Höcke die het "als een groot probleem" beschouwt dat "Hitler afgeschilderd wordt als de incarnatie van het kwaad". Ten derde is het globale resultaat problematisch voor de Thüringse Linken. Zij vormden samen met Grünen en sociaaldemocraten (SPD) een 'rood-rood-groene' (rrg) coalitie die de deelstaat bestuurde onder aanvoering van Die Linke minister-president Bodo Ramelow. Door de verdere afgang van de SPD heeft rrg geen meerderheid meer (42 van de 90 zetels). De linkerzijde in Die Linke, die niet onverdeeld achter het zeer gematigde beleid van de rrg-formules staat, kan dit als een voordeel zien. De vraag is echter welke richting het dan wel uitgaat. De verkiezingskampanje en het beleid van Die Linke in Thüringen werden grotendeels bepaald door Bodo Ramelow, die zich met kwinkslagen en een zeer persoonlijke, weinig politieke stijl populair heeft gemaakt. In zijn kampanje ontbrak zelfs het partijlogo, en hij liet vaak horen  dat hij zich door partijprogramma's weinig gebonden voelt; zo moeten voor Ramelow migranten die zich in Duitsland willen vestigen ook het Duits machtig zijn alvorens ze het land binnenkomen. Het succes van 'Landesvater' Bodo zou wel eens de sociaaldemocratische stroming in Die Linke kunnen versterken. Zijn christendemocratische uitdager Mike Mohring liet deze morgen zelfs verstaan dat hij een coalitie van de CDU met Die Linke in Thüringen niet uitsloot. Duitsland blijft een politiek laboratorium; de ontwikkeling van giftige producten is niet uitgesloten. (hm)

EVP: dat ze verdrinken, zolang ze niet binnenkomen

25/10/2019 - 16:06

Door Herman Michiel 25 oktober 2019  

“... onze waarden, die we putten uit onze christendemocratische traditie: de waardigheid van de menselijke persoon, vrijheid, verantwoordelijkheid, gelijkheid, waarheid, rechtvaardigheid, solidariteit en subsidiariteit”

  Deze ronkende geloofsbelijdenis komt van de EVP, de Europese Volkspartij. De EVP is de grootste politieke fractie in het Europees Parlement, het trefpunt van alles wat gematigd is, degelijk, fatsoenlijk, waar Angela Merkels CDU bij aangesloten is zowel als onze Vlaamse CD&V, de Nederlandse CDA, de Spaanse Partido Popular... Het is waar dat Berlusconis Forza Italia er ook bij is, en Viktor Orbans Fidesz, maar Fidesz verloor in maart zijn rechten binnen de EVP wegens onvoldoende respect voor de hoge waarden die de christelijke familie eigen zijn. Niet links of rechts maar de gulden middenweg, ondernemingsgezind maar met oog voor de rechten van de werknemers, religieuze wortels maar zonder kwezelarij, de christendemocratische politieke familie blijft de toevlucht voor veel mensen die een politiek mandaat willen geven aan gezapige, bedachtzame bestuurders die zich ver houden van elk extremisme. Pech voor deze mensen, maar ze zouden hun gemandateerden wat scherper in de gaten mogen houden. Gisteren stemde de EVP in het Europees Parlement mee met extreem-rechts, en torpedeerde daardoor een resolutie die niets anders deed dan de waardigheid van de menselijke persoon in herinnering brengen van de Europese instanties. Het ging inderdaad over een aanmaning (niets meer dan dat) aan het adres van Europese Commissie, lidstaten en EU-agentschappen als Frontex om het nodige te doen om levens te sparen; dit jaar zijn er al weer meer dan duizend mensen verdronken in de Middellandse Zee. De aanbevelingen in de voorgestelde resolutie hielden o.a. in:
  • Openen van de havens voor reddingsschepen van ngo’s, en een eind aan de criminalisering van dergelijke ngo’s en hun medewerkers (cfr. de Aquarius);
  • Overbrenging van geredden naar een veilige plaats, niet naar Libië;
  • Herziening van de samenwerking met Libië;
  • Meer transparantie in het optreden van Frontex (Europees grens- en kustwachtagentschap), dat o.a. alarm zou moeten doorgeven aan alle schepen in de omgeving van een dreigende ramp.
Je zou denken dat zulke humanitaire call up door alle ‘beschaafde’ partijen zou ondersteund worden. En politiek gezien was het draagvlak inderdaad groot: sociaaldemocraten (S&D fractie), Groenen/EVA, Verenigd Links (GUE/NGL) maar ook liberalen (Renew, het vroegere ALDE) waren globaal voor (straks meer over de uitzonderingen). Waren naar verwachting tegen alle (extreem-)rechtsen die van een antimigranten-hetze hun partijstrategie gemaakt hebben: de Europese Conservatieven en Hervormers (ECR, met de Vlaamse N-VA, het Spaanse Vox, het Nederlandse Forum voor Democratie...) en Identiteit en Democratie (IDG, met het Vlaams Belang, Alternative für Deutschland ...) Maar ECR en IDG komen samen maar aan 135 parlementsleden, en zelfs als we er alle Niet-Ingeschrevenen (NI) bijtellen (waarvan niet alle extreemrechts zijn), kom men maar aan 189. [caption id="attachment_17793" align="alignleft" width="300"] Op de site van de CD&V, onder het kopje 'Een beschermend Europa'. Het is niet duidelijk of de foto aan de Middellandse Zee of aan de Noordzee genomen werd.[/caption] Nochtans werd de resolutie verworpen. Hoe? Door de stemmen van de christendemocraten van de Europese Volkspartij!! Nee, niet alleen die van de onfatsoenlijke Fidesz of van Berlusconi & Co, maar bv. ook die van Kris Peeters, tot voor kort Vlaams of Belgisch federaal minister, of Cindy Franssen, partijvoorzitter ad interim van de CD&V. Alle partijgenoten van Angela Merkel waren tegen, op drie na die hun stem niet uitbrachten. Zo ook bij de Spaanse PP-ers, op één na. Enzovoort. Een paar christendemocratische parlementsleden hadden de euvele moed te rebelleren tegen hun fractievoorschriften. Dat was bv. het geval bij de Waalse Benoît Lutgen (CDH) en Pascal Arimont uit Duitstalig België. Het moet helaas gezegd, ook bij Verenigd Links stemde één iemand tegen (Kateřina Konečná van de Tsjechische Communistische Partij). De Groene fractie steunde het voorstel wel unaniem. Dit alles samen resulteerde in een zeer krappe meerderheid om het voorstel tot resolutie te verwerpen: 288 voor, 290 tegen, 36 onthoudingen. Twee stemmen te kort, en het trieste is dat dit anders had kunnen verlopen indien ... drie Nederlandse sociaaldemocraten zo goed waren geweest een ja-stem uit te brengen in plaats van niet deel te nemen aan de stemming! Inderdaad, Mohammed Chahim, Paul Tang en Lara Wolters waren vóór, maar Agnes Jongerius, Kati Piri en Vera Tax namen niet deel aan de stemming (maar waren aanwezig volgens het verslag). Men kan de schuld ook op de Deense sociaaldemocraten steken, die zich alle drie onthielden, of op de vier Hongaarse sociaaldemocraten die als enigen binnen S&D tegen waren. Of op de 10 liberalen die tegen waren, of de 34 die zich afzijdig hielden bij de stemming. In ieder geval had de door sommigen zo gewenste ‘linkse eenheid’ (sociaaldemocraten, groenen en linksen) een kleine overwinning kunnen behalen, maar daarvoor ontbrak de nodige samenhangendheid. Een kleine overwinning, zeggen we, want zelfs al was de resolutie aangenomen, ze zou tot niets verplicht hebben aangezien het beleid dienaangaande door de Raad (Ministerraad, Europese Raad), de Commissie en de regeringen wordt bepaald. Maar zelfs voor deze beperkte morele overwinning was ‘links’ niet eendrachtig genoeg. Dat terwijl uiterst rechts zich in de steun van 'fatsoenlijk' rechts kon verheugen...  

Het imperiaal parlement van de Europese Unie

22/10/2019 - 23:16

22 oktober 2019 - Gisteren verwierp het Europees Parlement een voorstel van Groenen en Verenigd Links (GUE/NGL) om over de toestand in  Catalonië en in Chili te discussiëren. Op een paar stemmen na kwamen de voorstanders alleen uit de twee initiatiefnemende partijen; de sociaaldemocraten (S&D), die meestal als de derde poot van 'links' worden aangezien, keken weer eens naar rechts... Nu zijn er in Chili al wel een tiental doden gevallen, en het leger is er weer in de straten te zien;  maar "als de president een vriend van het Imperium is kijkt de EU de andere kant op", reageerde Sira Rego, in het EP verkozen  voor Unidas Podemos [efn_note] Ter informatie: de huidige Chileense president Sebastián Piñera verzette zich in 1998 tegen de aanhouding van zijn voorganger, generaal Pinochet ... [/efn_note]. Chili is wel erg ver van Brussel, zou men kunnen zeggen, maar als dat een bezwaar was zou het Parlement in januari ook niet de staatsgreep van Guaido tegen Maduro in Venezuela hebben kunnen erkennen. En al heeft het Parlement niets te zeggen over de opstelling van de EU tegenover Oekraïne, het heeft er heel wat woorden aan gewijd en delegaties op afgestuurd. Trouwens, deze week nog discussieert het EP over LGBTI-rechten in Oeganda...  Om maar te zeggen dat de weldenkende meerderheid van het Europees Parlement een nogal selectieve voorkeur heeft van zaken die het ter discussie wil stellen. Voor lidstaten van de EU zelf ligt het een beetje anders, want die hebben op zijn minst een delegatie in het Europees Parlement. De rechten van de Hongaarse 'illiberale' Fidesz-partij binnen de christendemocratische EVP-fractie werden bijvoorbeeld tijdelijk opgeschort, en ook het Poolse PiS-regime wordt (terecht) op de korrel genomen. Maar ook Spanje is een EU-lidstaat, en zoals men weet werden daar politici gevangen gezet op basis van beschuldigingen (misbruik van overheidsgeld, hoogverraad, rebellie) die vadertje Stalin niet beter had kunnen bedenken. En deze politieke gevangenen werden verleden week veroordeeld tot celstraffen gaande tot 13 jaar. Dertien jaar, alstublieft! Mefisto op Spaanse wijze , titelde Edi Clijsters in Uitpers. Het Europees Parlement wil het niet over Spanje hebben, het had het er ook niet over toen de Guardia Civil met Inquisitie-geweld inbeukte op stemlokalen en mensen die hun stem wilden uitbrengen tijdens het referendum van 1 oktober 2017. Het Europees Parlement, de 'tempel van de EU-democratie',  deed zelfs zijn deuren op slot  voor drie Catalanen, verkozen voor dit instituut ! Uit respect voor de Spaanse legaliteit, zei commissievoorzitster in spe von der Leyen, maar misschien wist die nog niet dat het Europees recht boven het nationale staat in de hiërarchie der rechten, zoals toegepast in het geval van vrijhandel of begrotingscontrole. De EU wil zogezegd niet tussenkomen in interne aangelegenheden van de lidstaten, maar geeft op deze manier wel haar steun aan de partij van het onverzettelijk Spaans staatsimperialisme, partij momenteel aangevoerd door de 'socialisten' (PSOE)  van Pedro Sánchez, maar voor hetzelfde geld kon het de semi-franquistische Partido Popular geweest zijn. Chili, Spanje: één Europese strijd van reactie tegen democratie... Opnieuw moet men hier vaststellen dat het rechtse, of zelfs uiterst rechtse krachten zijn die munt slaan uit deze ontwikkelingen, niet de sociaaldemocraten [efn_note]Ik gebruikte dit argument reeds in een beschouwing over de sociale politiek van de Poolse PiS. [/efn_note]. In België werpt de N-VA zich op tot de verontwaardigde verdediger van de Catalaanse zaak [efn_note]Maar de partij van Bart De Wever vond er geen graten in aan te sluiten bij de Europese ECR-groep, waar ook het uiterst rechtse en uiterst Spaans-unionistische  Vox toe behoort...[/efn_note]. Men hoeft helemaal geen voorstander te zijn van de Catalaanse onafhankelijkheid om zich met hand en tand te verzetten tegen de veroordeling van politieke gevangenen tot jarenlange gevangenisstraffen. Nu ja, het sociaaldemocratisch partijinstinct zal gezegd hebben dat steun aan kameraad Pedro Sánchez en zijn staatsimperialistische onverzettelijkheid tegen de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging de betere kaart is. Maar het sociaaldemocratisch partijinstinct is de laatste jaren meestal fout gebleken... (hm)  

Verplichte vakbondslectuur: Europese bedrijven in de Verenigde Staten

21/10/2019 - 23:24

21 oktober 2019 - De grootste Amerikaanse vakbondskoepel AFL-CIO [efn_note] AFL-CIO: American Federation of Labor-Congress of Industrial Organizations, telt 12,5 miljoen leden uit 56 aangesloten bonden.[/efn_note] publiceerde een interessante studie over het gedrag van Europese multinationals die zich in de zuidelijke staten van de VS vestigen. The Double Standard at Work: European Corporate Investment and Workers' Rights in the American South lijkt wel bedoeld om ook Europese werknemers een algemene achtergrond te geven over de verhoudingen in die zuidelijke staten - de voormalige slavenstaten van Texas tot Virginia over Louisiana, Tennessee, Mississippi, de Carolinas tot Florida, -  want er wordt eerst op zeer bevattelijke wijze een kader geschetst over levensomstandigheden, armoede, vakbondsaanwezigheid, sexisme, minimumlonen (if any), arbeidswetgeving enzovoorts. Wil je weten wat 'gerrymandering' betekent, wie of wat men bedoelt met 'Jim Crow', het wordt in de inleidende bladzijden uitgelegd. Gefundenes Fressen eigenlijk voor een vakbondsvorming die iets verder kijkt dan de eigen 'welvaartstaat'. Je kunt de studie downloaden (108 blz, pdf; klik op de afbeelding hiernaast). Ze werd in hoofdzaak geschreven door Lance Compa, Senior Lecturer, School of Industrial & Labor Relations (ILR), Cornell University, Ithaca, New York, die we moeten gelukwensen voor zijn uiterst leesbare tekst. Er was ook enige inbreng van het Europees Vakverbond (EVV) en van het Europees Vakbondsinstituut (ETUI). Wat het probleem van vakbondsactie is in de States, en a fortiori in de zuidelijke staten, kan niet beter geïllustreerd worden dan met enkele citaten uit de brochure: "Mississippi heeft een van de laagste vakbondspercentages van het land. Ik denk dat het statuut van 'recht om te werken-staat'  een van de concurrentievoordelen is van Mississippi  en ik ben van plan dat zo te houden." [Gouverneur Phil Bryant van Mississippi; de bewering is niet eens waar, want met 7% vakbondstegenwoordigheid ligt Mississippi boven het gemiddelde van de zuidelijke staten (6%)] "We ontmoedigen bedrijven met vakbondsaanwezigheid om naar South Carolina te komen, want we willen het water zuiver houden. Ze proberen het wel, maar het goede nieuws is dat het niet pakt. Je hebt me al vaak horen zeggen dat ik hoge hakken draag. Het is geen kwestie van een modeverschijnsel; het is omdat we dagelijks naar de vakbonden trappen, en dat zullen we blijven doen." [Nikki Haley, voormalige gouverneur van South Carolina, Amerikaans ambassadrice bij de Verenigde Naties in 2017-2018] 'Recht om te werken-staat' , right to work state, is blijkbaar een ingebakken term om het actieve optreden van de overheid tegen vakbondsaanwezigheid in de bedrijven aan te duiden. Ook de voormalige goeverneur van Alabama, Robert Bentley, prees zijn staat bij investeerders aan als right to work state.  En het moet gezegd, die gouverneurs - over het algemeen diepgelovige christenen van het een of andere soort - prediken niet in de woestijn. De investeerders komen, ook uit Europa, een continent met syndicaal besmette wateren,  maar waarvan de grote bedrijven hier in zuiver water kunnen vissen naar winst. De AFL-CIO brochure bevat een reeks case studies over grote Europese multinationals en hun optreden in de ex-slavenstaten: Airbus, Fresenius, Ikea, Nestlé, Volkswagen, Thyssenkrupp, ...     Laat ons het voorbeeld van IKEA nemen, een bedrijf dat zelfs hier vaak 'sympathiek en typisch Zweeds ' overkomt. De studie zegt over het optreden van het Zweeds bedrijf in de ex(?)-slavenstaten: "Wanneer werknemers van de IKEA-vestiging in Florida zich begin 2016 tot de UFCW [United Food and Commercial Workers] wendden voor hulp, reageerde het IKEA-management met een agressieve schrikaanjagende anti-vakbondskampanje die het op de rechten van vakbondsorganisaties gemunt had. Het ging onder andere over:
  • valse beschuldigingen dat de vakbondsvertegenwoordigers zich opwierpen als de vertegenwoordigers van alle IKEA-werknemers;
  • aantijgingen als zouden vakbondsvertegenwoordigers inbreuken plegen op de privacy door contact met werknemers op te nemen;
  • bespieding van de vakbondsactiviteiten;
  • de bedreiging dat het management een heksenjacht zou beginnen tegen vakbondsgezinden;
  • het aanbrengen van anti-vakbondspropaganda op aankondigingsborden overal in het bedrijf;
  • verspreiding van valse kleinerende geruchten over vakbondsgezinden;
  • 'team meetings' misbruiken als fora voor anti-vakbondspropaganda, met impliciete bedreigingen dat vakbondsinitiatieven negatieve gevolgen zouden hebben."
Wat de 'dubbele standaard' in de titel van de brochure betekent wordt glashelder uitgelegd in het geval van IKEA: "Het anti-vakbondsgedrag van IKEA in de vestiging in Florida is uiting van een choquerende hypocrisie. Het bedrijf trekt zich niets aan van de principes over 'sociale verantwoordelijkheid' die het claimt, wat instemming zou moeten betekenen met de normen van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) en die van andere organisaties. IKEA  heeft het graag over haar IWAY gedragscode ['IKEA Way of conduct] die minimumnormen oplegt in verband met milieu, samenleving en arbeidsvoorwaarden. "De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is een gemeenschappelijke basis voor iedereen. Bij IKEA zit dit steeds in het achterhoofd, en we zullen het respect voor deze rechten handhaven en promoten in alles wat we ondernemen." [efn_note] Zie IKEA “IWAY Standard” op https://www.ikea.com/ms/en_SG/pdf/IWAY_Standard_Ed_5-2.pdf. [/efn_note] Droog antwoord van de AFL-CIO studie: "De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens stelt dat iedereen het recht heeft op vreedzame wijze bijeen te komen en zich te verenigen, en dat iedereen het recht heeft vakbonden op te richten en erbij aan te sluiten om aldus zijn belangen te verdedigen. IKEA moet haar belofte nakomen door op te houden met de rabiate anti-vakbondskampanjes in Florida en elders."  Misschien zegt u dat we dit allemaal al wisten, of het toch konden vermoeden. Toch is het blikverruimend om eens 'onze' multinationals bekeken te zien vanuit een Amerikaans werknemersstandpunt; we beperken ons doorgaans tot onze blik op Amerikaanse of Japanse bedrijven die in Europa neerstrijken, en vergeten te vlug dat het kapitalisme een planetair systeem is. De AFL-CIO brochure is prima tegengif voor de EU-propaganda over 'ons sociaal systeem' dat een 'baken voor de hele wereld' moet worden. Het zou geen slecht idee zijn als vakbonden alhier de Amerikaanse studie vertaalden en onder de aandacht van hun leden brachten. In het voorwoord door voorzitter Richard Trumka van AFL-CIO en secretaris-generaal Luca Visentini van het Europees Vakverbond (EVV/ETUC) bevestigen de twee dat ze er alles aan zullen doen om 'sterke efficiënte vakbonden uit te bouwen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan', maar ze hadden er minstens mogen aan toevoegen dat werkerssolidariteit internationalistisch is, en dat vakbonden de arbeidersbelangen overal horen te verdedigen, in welke continenten dan ook.  (hm)  

Geen wapens meer voor Erdoğan?

17/10/2019 - 17:37

17 oktober 2019 - Alhoewel de EU er als dusdanig niet in slaagde een wapenembargo tegen Turkije uit te vaardigen, hebben de belangrijkste lidstaten-wapenuitvoerders de voorbije dagen aangekondigd dat ze momenteel geen wapens meer zullen leveren aan Erdoğan. In ons vorig bericht schemerde nog twijfel door over de Duitse bereidheid om de wapenleveringen aan Turkije stop te zetten, gezien de weifelende verklaringen van staatssecretaris Niels Annen, maar ondertussen heeft Duitsland zich bij het embargo aangesloten. Maar wat houdt het in? Het wordt steeds duidelijker dat Duitsland, de belangrijkste Europese wapenleverancier aan Turkije, zich in woorden als vredesduif voordoet, maar haar wapenindustrie daar zo weinig mogelijk  wil laten onder lijden. "Warum dieser Exportstopp ein Placebo ist", titelde Die Welt; het is immers gebleken dat alleen nieuwe goedkeuringen voor wapenexport zullen ingehouden worden, terwijl de reeds toegekende wel zullen uitgevoerd worden. Bovendien laat de nadruk die gelegd wordt op 'wapens die tegen de Koerden kunnen gebruikt worden' vermoeden dat er ook nieuwe goedkeuringen kunnen komen voor exporten die 'niet tegen de Koerden kunnen gebruikt worden'. Het Duits ministerie van economie wees er bv. uitdrukkelijk op dat de exporten van de eerste maanden van dit jaar maritiem materiaal waren, dat dus niet in Noord-Syrie kan ingezet worden. Van maatregelen gesproken tegen een oorlogsstoker... Maar ja, het is net aan die oorlogsstoker dat we ons vluchtelingenbeleid uitbesteedden, dat verklaart natuurlijk een en ander. Duitsland is niet alleen met deze PR-truc. Ook Finland beperkt zich tot het niet afsluiten van nieuwe leveringen aan Turkije, en wat Frankrijk precies besliste zou moeten verder uitgemaakt worden; in ieder geval slaat de Franse beslissing ook alleen op wapens 'die kunnen ingezet worden tegen de Koerden'. Wie beslist wat kan ingezet worden en wat niet ? Dat zijn kwesties waar veel kan van afhangen, eveneens de vraag wie de zelfopgelegde restricties zal controleren. Als onlangs bleek dat er in de Antwerpse haven grote munitietransporten naar Saoedi-Arabië gingen wisten de havenautoriteiten van niets, de Vlaamse overheid al evenmin... [caption id="attachment_17766" align="alignleft" width="400"] Model van de New Generation Fighter die door Airbus en Dassault voor 2035 gepland is. (Foto Wikipedia, CC BY-SA 4.0)[/caption] In een ruimer perspectief bekeken zijn de houdingen van de grote Europese wapenexporterende landen perfect begrijpelijk. Momenteel zitten drie ambitieuze militair-industriële projecten in de pijplijn, die in de eerste plaats door Duitsland en Frankrijk behartigd worden: een Europese militaire drone, een gevechtstank en een gevechtsvliegtuig (FCAS). Dit vereist investeringen die in de honderden miljarden lopen, en niet kunnen afgelost worden door de toekomstige bestellingen van alleen de Europese lidstaten. Er moet dus geëxporteerd worden, en de kandidaten daarvoor zijn bekend: Saoedi-Arabië in de eerste plaats, maar ook Turkije staat hierbij voorop. En dat terwijl de USA en Rusland zoveel betere relaties hebben met een hoop afnemers... Contractbreuk omwille van een militaire uitstap zou dus erg ongelegen zijn, en het komt er dus op aan de publieke opinie hier zoveel mogelijk de indruk te geven dat men alles doet om de vrede te herstellen, en ondertussen de wapenlobby zo goed mogelijk te bedienen. Dat laatste gebeurde nog gisteren  (16 oktober) op een gemeenschappelijke Duits-Franse ministerraad in Toulouse. Toulouse, niet toevallig de thuishaven van Airbus dat samen met Dassault het toekomstige Europese gevechtsvliegtuig ontwikkelt. In Toulouse zijn Macron en Merkel overeengekomen dat Duitsland zich niet zal verzetten tegen Franse wapenexporten zolang het aandeel Duits materiaal minder dan 20% bedraagt. Maar zelfs als dit aandeel de 20% overschrijdt zou Berlijn zich maar in uitzonderlijke gevallen verzetten. Is het niet roerend dat de twee voormalige aartsvijanden zich dank zij de Europese eenmaking verzoend hebben en het nu zo goed met elkaar kunnen vinden? (hm)  

Pagina's