Borderless

17 October 2019

Ander Europa

Abonneren op feed Ander Europa Ander Europa
www.andereuropa.org
Bijgewerkt: 50 min 58 sec geleden

Geen wapens meer voor Erdoğan?

5 uur 1 min geleden

17 oktober 2019 - Alhoewel de EU er als dusdanig niet in slaagde een wapenembargo tegen Turkije uit te vaardigen, hebben de belangrijkste lidstaten-wapenuitvoerders de voorbije dagen aangekondigd dat ze momenteel geen wapens meer zullen leveren aan Erdoğan. In ons vorig bericht schemerde nog twijfel door over de Duitse bereidheid om de wapenleveringen aan Turkije stop te zetten, gezien de weifelende verklaringen van staatssecretaris Niels Annen, maar ondertussen heeft Duitsland zich bij het embargo aangesloten. Maar wat houdt het in? Het wordt steeds duidelijker dat Duitsland, de belangrijkste Europese wapenleverancier aan Turkije, zich in woorden als vredesduif voordoet, maar haar wapenindustrie daar zo weinig mogelijk  wil laten onder lijden. "Warum dieser Exportstopp ein Placebo ist", titelde Die Welt; het is immers gebleken dat alleen nieuwe goedkeuringen voor wapenexport zullen ingehouden worden, terwijl de reeds toegekende wel zullen uitgevoerd worden. Bovendien laat de nadruk die gelegd wordt op 'wapens die tegen de Koerden kunnen gebruikt worden' vermoeden dat er ook nieuwe goedkeuringen kunnen komen voor exporten die 'niet tegen de Koerden kunnen gebruikt worden'. Het Duits ministerie van economie wees er bv. uitdrukkelijk op dat de exporten van de eerste maanden van dit jaar maritiem materiaal waren, dat dus niet in Noord-Syrie kan ingezet worden. Van maatregelen gesproken tegen een oorlogsstoker... Maar ja, het is net aan die oorlogsstoker dat we ons vluchtelingenbeleid uitbesteedden, dat verklaart natuurlijk een en ander. Duitsland is niet alleen met deze PR-truc. Ook Finland beperkt zich tot het niet afsluiten van nieuwe leveringen aan Turkije, en wat Frankrijk precies besliste zou moeten verder uitgemaakt worden; in ieder geval slaat de Franse beslissing ook alleen op wapens 'die kunnen ingezet worden tegen de Koerden'. Wie beslist wat kan ingezet worden en wat niet ? Dat zijn kwesties waar veel kan van afhangen, eveneens de vraag wie de zelfopgelegde restricties zal controleren. Als onlangs bleek dat er in de Antwerpse haven grote munitietransporten naar Saoedi-Arabië gingen wisten de havenautoriteiten van niets, de Vlaamse overheid al evenmin... [caption id="attachment_17766" align="alignleft" width="400"] Model van de New Generation Fighter die door Airbus en Dassault voor 2035 gepland is. (Foto Wikipedia, CC BY-SA 4.0)[/caption] In een ruimer perspectief bekeken zijn de houdingen van de grote Europese wapenexporterende landen perfect begrijpelijk. Momenteel zitten drie ambitieuze militair-industriële projecten in de pijplijn, die in de eerste plaats door Duitsland en Frankrijk behartigd worden: een Europese militaire drone, een gevechtstank en een gevechtsvliegtuig (FCAS). Dit vereist investeringen die in de honderden miljarden lopen, en niet kunnen afgelost worden door de toekomstige bestellingen van alleen de Europese lidstaten. Er moet dus geëxporteerd worden, en de kandidaten daarvoor zijn bekend: Saoedi-Arabië in de eerste plaats, maar ook Turkije staat hierbij voorop. En dat terwijl de USA en Rusland zoveel betere relaties hebben met een hoop afnemers... Contractbreuk omwille van een militaire uitstap zou dus erg ongelegen zijn, en het komt er dus op aan de publieke opinie hier zoveel mogelijk de indruk te geven dat men alles doet om de vrede te herstellen, en ondertussen de wapenlobby zo goed mogelijk te bedienen. Dat laatste gebeurde nog gisteren  (16 oktober) op een gemeenschappelijke Duits-Franse ministerraad in Toulouse. Toulouse, niet toevallig de thuishaven van Airbus dat samen met Dassault het toekomstige Europese gevechtsvliegtuig ontwikkelt. In Toulouse zijn Macron en Merkel overeengekomen dat Duitsland zich niet zal verzetten tegen Franse wapenexporten zolang het aandeel Duits materiaal minder dan 20% bedraagt. Maar zelfs als dit aandeel de 20% overschrijdt zou Berlijn zich maar in uitzonderlijke gevallen verzetten. Is het niet roerend dat de twee voormalige aartsvijanden zich dank zij de Europese eenmaking verzoend hebben en het nu zo goed met elkaar kunnen vinden? (hm)  

Overwinning Pools PiS: les voor Europese sociaaldemocratie

14/10/2019 - 15:16

14 oktober 2019 - Bij de wetgevende verkiezingen in Polen verleden zondag 13 oktober behaalde het aartsreactionaire PiS ('Recht en Rechtvaardigheid') een uitstekend resultaat, dat de score van 2015 (37%) nog aanzienlijk verbetert. Met rond de 45% van de stemmen (onvolledige resultaten) verwerft de PiS van Jaroslaw Kaczynski waarschijnlijk de absolute meerderheid in de Sejm, de Poolse Kamer. Wat kan een links commentator hierover zeggen? Zwijgt hij/zij niet beter in afwachting van betere tijden? Ik denk het niet. Het Poolse verhaal van de laatste jaren houdt een belangrijke les in voor links, een les die men niet moet vergooien door het alleen over  Kaczynskis homo-, xeno- en andere fobieën te hebben. "De ultraconservatieve partij van de grijze zetbaas Jaroslaw Kaczyński dankt zijn winst vooral aan de cascade aan sociale programma’s die PiS sinds 2015 heeft uitgerold. Een hoger minimumloon? Beloofd en uitgevoerd. Een forse kinderbijslag? Razend populair. De pensioenleeftijd? Verlaagd, tegen de Europese trend in. Medicijnen voor ouderen? Voortaan voor niks", schrijft De Volkskrant. De krant spreekt in dit verband over 'sociale giften', maar verwoordt daarmee eerder het standpunt van de geneoliberaliseerde PvdA  voor wie 'gratis' niet bestaat. Uiteindelijk spreekt men over subsidies, belastingscadeaus en wetgeving ten voordele van de bedrijfswereld ook niet als over 'asociale giften'. De sociaaldemocratie is overal in Europa op zoek naar een 'formule' om terug aan zet te komen. Men kijkt daarbij al te vaak naar de anti-migratiestandpunten van de reactionaire 'illiberale' partijen, maar als ze zich nu ook eens opwierpen als de consequente verdedigers van een cascade aan sociale programma’s ? (hm)  

Noorwegen, een alternatief voor Brexit?

12/10/2019 - 18:13

12 oktober 2019 - Brexit heeft binnen Europees links over het algemeen een slechte naam, want verbonden met die van figuren als David Cameron, Nigel Farage, Theresa May en Boris Johnson. Onder de zeldzame linkse pleitbezorgers voor een uitstap uit de EU moet de Grieks-Britse politoloog en militant Costas Lapavitsas vernoemd worden, die sinds jaar en dag verdedigt dat een programma van progressieve economische hervormingen onmogelijk is binnen het kader van de Europese verdragen [efn_note] Zie bv. zijn The Left Case Against the EU.[/efn_note]. Daarmee gaat hij in tegen de strategie van Labourleider Jeremy Corbyn, die opkomt voor een blijvende douane-unie en een nauwe band met de Europese eenheidsmarkt. Er wordt daarbij vaak verwezen naar Noorwegen, een Europees land dat geen lid is van de Europese Unie, maar wel toetrad tot  de Europese Economische Ruimte (European Economic Area, EEA). [caption id="attachment_17753" align="alignleft" width="300"] CC BY 4.0, Link.[/caption] Maar die Europese Economische Ruimte is niet zomaar een douane-unie, maar legt ook het hele keurslijf van neoliberale verplichtingen op ter vrijwaring van de 'vrije markt'. Eén van de gevolgen is dat er voor het reizigersvervoer per spoor concurrentie moet zijn, zoals vastgelegd in het 'vierde spoorwegpakket' [efn_note] Zie bv. Ander Europa, EU liberaliseert reizigersvervoer per spoor[/efn_note]. Daartegen protesteerden de Noorse spoormannen op 9 oktober met een staking van twee uur, waarbij verdere acties aangekondigd werden voor 31 oktober. Linkse Brexiteers in Groot-Brittannië hebben daar uitvoerig naar verwezen. De kwestie illustreert dat Lapavitsas en medestanders fundamenteel gelijk hebben als ze stellen dat een project van progressieve sociaal-economische hervormingen niet verenigbaar is met de EU-verdragen. Daar volgt wel niet automatisch uit dat een linkse regering eerst uit de EU moet stappen alvorens een begin gemaakt kan worden aan een links project. Hierover ontspon zich een interessante discussie tussen de linkse Ierse politoloog Andy Storey en Costas Lapavitsas; zie bv. Storeys Navigating the Brexit Strait en een uitvoerig antwoord van Lapavitsas, Learning from Brexit. (hm)  

Reacties op Turkse inval in Syrië

11/10/2019 - 18:59

11 oktober 2019 - De inval van het Turks leger in Noord-Syrië om er af te rekenen met de Koerden leidde tot tal van verontwaardigde reacties, maar de voorstellen van wat moet ondernomen worden door onze regeringen lopen nogal uiteen. In naam van de linkse fractie (GUE/NGL) in het Europees Parlement verwijst Özlem Demirel (Die Linke; zelf van Koerdische origine) naar de nauwe banden die de EU met het  Erdoğan-regime verbinden. Het zijn bondgenoten in NAVO-verband, en door de Europese 'uitbesteding' van het vluchtelingenprobleem door miljardenbetalingen aan Ankara heeft de Unie haar eigen positie ondergraven. De linkse fractie stelt economische sancties voor, en de stopzetting van geplande samenwerkingsprojecten als de Turkse agressie niet onmiddellijk ophoudt. De EU zou het democratisch streven van de Koerden moeten ondersteunen, ingaande tegen de criminalisering van hun organisaties. [caption id="attachment_17746" align="alignleft" width="420"] V.l.n.r. Europees Commissievoorzitter Juncker, Turks president Erdogan, Europees 'president' Donald Tusk (25 mei 2017) [Foto Flickr, (CC BY-NC-SA 2.0)][/caption]Zowat alle Europese regeringen veroordelen de inval (Spanje lijkt daar evenwel niet mee gehaast geweest te zijn),  maar of er aan de woorden ook daden zullen gekoppeld worden is een andere zaak. In Duitsland bijvoorbeeld eisten zowel Die Linke als de Grünen de stopzetting van wapenleveringen aan Turkije; in de eerste helft van 2019 waren er reeds voor 23 miljoen euro Turkse militaire bestellingen door de  Bondsregering goedgekeurd. Maar staatssecretaris Niels Annen lijkt daar weinig voor te voelen. "Turkije is een NAVO-partner en een strategisch belangrijk land. Men kan zich vragen stellen over wapenexporten, maar dat zal het huidig conflict niet oplossen", aldus de SPD-er. De Nederlandse SP "pleit voor een wapenembargo tegen Turkije en wil dat in Navo-verband wordt gepleit voor het opschorten van het lidmaatschap van Turkije. Ook is het de hoogste tijd voor sancties tegen Turkije. Turkije dient zich onmiddellijk terug te trekken uit Syrië. Alle inzet moet gericht zijn op vrede in Syrië." Het standpunt van de Belgische PVDA-PTB daarentegen blijft erg op de vlakte en baart verwondering door de afwezigheid van concrete voorstellen, behalve dan dat België  "in de VN-Veiligheidsraad aandringt op de noodzaak van dialoog en onderhandelingen" en een oproep voor "onverkort respect voor het internationaal recht". Een paar reacties gaan eigenlijk dieper in op de kwestie dan het artikel zelf.  Een partijstandpunt verleden jaar over de aanvallen op Afrin had in ieder geval meer om het lijf.  (H. Michiel)  

Olie en CO2: 50 jaar verstikkende winsten

10/10/2019 - 16:42

10 oktober 2019 - The Guardian publiceerde gisteren een becommentarieerde lijst van de 20 oliebedrijven die samen aan de basis liggen van  een derde van alle CO2-uitstoot sinds 1965, zo een 480 miljard ton. De krant verwijst naar een pas verschenen studie van het Amerikaans CAI, het Climate Accountability Institute gevestigd in de Amerikaanse staat Colorado.

(De tabel beslaat de periode 1965-2017. MtCO2e staat voor miljoen ton CO2 equivalent; sommige gassen als methaan zijn zelfs nog nadeliger dan CO2, en hun effect wordt omgerekend naar het equivalent in tonnen CO2.) In totaal werd dus het equivalent van 1354 miljard ton CO2 uitgestoten in de 52 beschouwde jaren; 35,5% daarvan was afkomstig van de olie geproduceerd door de 20 bovenvermelde 'kampioenen'. Men zou kunnen denken dat die bedrijven ook pas de laatste decennia konden weten dat hun producten voor een klimatologische ramp konden zorgen, maar dat is niet het geval. Het CAI rapport citeert de fysicus Edward Teller die in 1959 het Amerikaans Petroleum Instituut waarschuwde dat 10% verhoging van het atmosferisch CO2-gehalte de poolkappen kon doen smelten en New York doen onderlopen. De wetenschappelijke raad die president Lyndon Johnson adviseerde zei in 1965 dat de toename van het CO2 gehalte 'nefast kon zijn voor de mens', en dat het tijd was om er iets aan te doen.  Shell en British Petroleum zelf begonnen vanaf 1970 onderzoek te doen naar het probleem ... Waarom gingen ze dan onverminderd door met de productie van olie en exploratie naar nieuwe bronnen? De reden is simpel: van 2001 tot 2011 maakten de vijf grootste oliemaatschappijen (BP, Chevron, ConocoPhillips, ExxonMobil en Shell) samen een winst van meer dan 1000 miljard $. Ludo De Witte parafraserend kunnen de aandeelhouders zeggen: als de laatste druppel is getankt eten we ons geld wel op. (hm)  

Een nieuwe geringonça in Portugal?

07/10/2019 - 17:02

7 oktober 2017 - De resultaten van de wetgevende verkiezingen in Portugal van zondag 6 oktober zijn zo goed als volledig bekend. Ovewinnaar is de Socialistische Partij (PS) van Eerste Minister António Costa, die haar score van 2015 (32,3% van de stemmen) verbeterde naar 36,7% en 106 van de 230 zetels binnenhaalt. Er waren de laatste weken polls die een absolute meerderheid van de PS voor mogelijk hielden, maar dat is dus niet uitgekomen. Een coalitieregering is in dergelijke gevallen de gewone gang van zaken, maar tijdens de voorbije legislatuur was er een Portugees alternatief : een minderheidsregering, maar kritisch gesteund door partijen links van de PS. De formule kreeg de spottende bijnaam la geringonça, wat zoveel betekent als 'het spulletje'. De steun kwam van het Links Blok (Bloco de Esquerda) en de Portugese Communistische Partij (PCP) die in 2015 respectievelijk 10.2% en 8,3% haalden. De geringonça verliep niet zonder strubbelingen, maar het Troikabeleid dat Portugal geteisterd had werd verlaten, en onder linkse druk kwamen er enkele progressieve maatregelen. Zo verhoogden lonen en pensioenen (het minimumloon verhoogde met 20%), een aantal geplande belastingsverhogingen werden ongedaan gemaakt, er kwam een sociaal elektriciteitstarief en goedkoper openbaar vervoer. In tegenstelling tot wat de Europese Commissie voorspelde verminderde de werkloosheid van 13% naar 6%, 'niettegenstaande' de loonsverhogingen. Aangezien bij de verkiezingen van verleden zondag de rechtse partijen achteruit gingen [efn_note] Extreem rechts maakte evenwel zijn intrede in het Portugees parlement met één verkozene voor Chega ('Genoeg'). [/efn_note]  en de linkse globaal vooruit (PS+Bloco+PCP van 50,8% naar 52,9%, maar met een flink verlies voor de PCP en een klein voor het Bloco) is een heruitgave van de geringonça niet onwaarschijnlijk; premier Costa zei trouwens dat "de Portugezen houden van het spulletje". Een vergelijking van de verkiezingsresultaten van 2019 en 2015 vindt men in volgende grafiek:   Een woordje uitleg over de verschillende partijen. De 'PàF' die in 2015 de hoogste score haalde was een coalitie van rechtse partijen, de PPD/PSD (PSD staat voor Partido Social Democrata, maar is niet eens een sociaaldemocratische partij, maar een rechts-liberale partij, die van gewezen Commissievoorzitter Barroso) en de CDS; laatstgenoemde partij kwam in 2019 dus alleen op. BE is de Bloco de Esquerda, de grootste formatie links van de PS, de derde grootste partij in het Portugese parlement. Het lichte verlies kan misschien genuanceerd worden door het feit dat de partij bij de verkiezingen van 2011 haar stemmenpercentage zag verdubbelen, van 5,2% naar 10,2%. PCP-PEV is het samengaan van de Portugese communisten en de (kleinere) groenen. PAN staat voor Pessoas–Animais–Natureza (Mensen-Dieren-Natuur), een linkse ecologische partij opgericht in 2009. CH is het reeds vernoemde extreemrechtse Chega, Uit de zetelverdeling blijkt dat PS+BE+PCP wel degelijk een meerderheid hebben, maar aangezien dit opnieuw geen echte coalitie zou zijn en de geringonça maar kan gedijen mits voldoende linkse steun van BE en PCP, zou Costa opnieuw een minderheidskabinet aanvoeren. De zetelverdeling (laatste kolom, er zijn momenteel nog 4 zetels te verdelen) is als volgt:   Er moet opgemerkt worden dat er weinig animo was voor deze verkiezingen; slechts 54,5% van de kiesgerechtigden nam deel, de laagste participatie in het post-dictatoriale tijdperk. Dat rechts een nederlaag leed en de sociaaldemocraten een aanzienlijk succes boekten,  is natuurlijk een opsteker voor links in een steeds verrechtsend Europa. Dat radicaal links in Portugal naar alle waarschijnlijkheid opnieuw een belangrijke, zij het een indirecte vanuit de oppositiebanken, rol gaat spelen in de uitstippeling van het beleid, kan misschien opnieuw enkele successen opleveren, wat meegenomen  zou zijn. Maar de 'spulletjesformule Costa' voorstellen als een grote  sociaaldemocratische overwinning, en het bewijs dat een links beleid mogelijk is binnen het kader van de neoliberale EU, is zijn wensen voor werkelijkheid nemen. Portugal kon zich enerzijds optrekken aan een verbeterde internationale economische conjunctuur; anderzijds is er geen begin gemaakt van een duurzamer sociaal-economisch model. In een interview op Jacobin met Bloco-medeoprichter Francisco Louçã wordt gesteld dat er in de voorbije jaren niet geïnvesteerd werd in Portugal; in 2016 waren de overheidsinvesteringen zelfs negatief, wat inhoudt dat ze geen tred hielden met de ontwaarding van de openbare infrastructuur. Ook het probleem van de overheidsschuld, nu ongeveer 130% van het bbp na de verdubbeling ervan tengevolge van de bankencrisis,  wordt momenteel verdoezeld door de historisch lage rente.  Bloco had voor een herschikking van die schuld gepleit, maar daar is niets rond gebeurd. Dan zijn er de ingrepen in de arbeidswetgeving, de grootste bron van onenigheid tussen PS en de gedoogkrachten op haar linkerflank. Volgens Francisco Louçã had de PS tijdens de verkiezingscampagne méér afgegeven op het Bloco dan op de rechtse PSD. De geringonça is blijkbaar meer een electoraal verstandshuwelijk (of verstands-LAT-relatie) dan een echte bundeling van linkse krachten. Dat zal binnenkort wel opnieuw blijken als er tussen PS en Bloco-PCP onderhandeld wordt; het Bloco wil het hebben over verdere verhoging van de lonen en pensioenen, programma's voor huisvesting en openbaar vervoer, of nationalisering van de Post. (hm)

Europarlementariërs en de militarisering van de EU

02/10/2019 - 23:43

[spacer] door Laëtitia Sédou (*) 2 oktober 2019 [spacer] Vandaag werd de Franse Sylvie Goulard gehoord door leden van het Europees Parlement met het oog op haar benoeming   tot commissaris voor de binnenmarkt. Ook de sponsoring met Europees belastingsgeld van de wapenindustrie zou tot haar bevoegdheden behoren. Na alles wat daarover reeds bekend werd is er reden genoeg voor ongerustheid. Goulard - die een maand minister van defensie was onder Macron en aftrad wegens een onderzoek naar geknoei met Europese middelen - zou daarom  serieus aan de tand moeten gevoeld worden over de plaats die de EU wil toekennen aan de militaire industrie, en over de taken van het nieuwe directoraat-generaal (DG) voor Defensie-industrie en Ruimtevaart. Momenteel is nog niet bekend of het Europees Parlement haar kandidatuur goedkeurde.   Hieronder een standpunt daarover van het Europese Netwerk tegen Wapenhandel (ENAAT). [spacer] Europarlementsleden met een hart voor vrede moeten zich zorgen maken over het nieuwe DG Defensie-industrie en Ruimtevaart [spacer] Op 2 oktober hoort de commissie Industrie, Onderzoek en Energie (ITRE) van het Europees Parlement de Franse kandidaat-commissaris Sylvie Goulard, wiens portfolio voor de interne markt een nieuw directoraat-generaal voor defensie-industrie en ruimtevaart zal bevatten. Haar nominatie is al controversieel vanwege beschuldigingen van mogelijk misbruik van EU-middelen tijdens haar lidmaatschap van het Europees Parlement. Zonder de ernst van dergelijke beschuldigingen te bagatelliseren zijn er meer problematische kwesties waar ITRE-leden zich zorgen over moeten maken. [caption id="attachment_17716" align="alignleft" width="295"] Sylvie Goulard, lid van het Europees Parlement sinds 2009 in de liberale fractie. Ze maakte zich 'verdienstelijk' bij het ontstaan van het 'sixpack', de Europese wetgeving rond het soberheidsbeleid. Ze was één maand Frans minister van defensie, maar kwam in nauwe schoentjes wegens de fictieve tewerkstelling van medewerkers in het Europees Parlement. Ze verdiende - als europarlementslid - gedurende jaren ook zo 'n 10.000 € per maand bij als consultante voor de Amerikaanse think tank Berggruen.[/caption] Om te beginnen zet de oprichting van een DG voor de defensie-industrie de deur nog verder openen voor de wapenindustrie om de EU-agenda te domineren. De wapenindustrie pleit al lang voor de oprichting van een dergelijk DG, ook het nieuwe EU-defensiefonds is sterk door de belangen van de wapenindustrie gestuurd. De zaak van de Group of Personalities (GoP) spreekt voor zich: deze werd in 2015 opgericht door industriecommissaris Elżbieta Bieńkowska en 9 van de 16 leden vertegenwoordigden industriebelangen (wapenbedrijven, onderzoekscentra en ADS). Het Europese Defensie Actieplan, dat de Commissie in november 2016 gepresenteerde, was grotendeels een integratie van de aanbevelingen van deze GoP in het EU-beleid. Dat geldt met name voor de specifieke EU-fondsen voor militair onderzoek en ontwikkeling.   Tegenwoordig nemen op één na alle wapenbedrijven en onderzoekscentra die deel uitmaakten van de GoP deel aan projecten in het kader van de Voorbereidende Actie (PA) voor Defensieonderzoek (een proefproject van het Defensiefonds dat loopt van 2017 tot 2019). Samen ontvangen ze 40% van het toegewezen budget. ITRE-leden moeten zich zorgen maken dat dit nieuwe DG grotendeels zal dienen om overheidssubsidies te verstrekken aan de defensie- en ruimtevaartsector: geld voor defensie dat komt bovenop 27 nationale defensiebudgetten, waarmee de gezamenlijke EU-landen al op de tweede plaats staan van wereldwijde defensie-uitgaven. Uitgaven die nog steeds groeien. Het EU-geld zal er niet toe leiden dat EU-landen stoppen met het bevoordelen van hun nationale wapenbedrijven en zal er ook niet toe leiden dat er doublures zijn in de productie van wapensystemen in Europa. Het maakt de defensieuitgaven niet efficiënter.   En vanwege de regels die door het vorige Parlement zijn aanvaard, kunnen ITRE-leden hun normale toezicht- en controletaak over het gebruik van het Defensiefonds tot 2017 niet uitoefenen: De parlementariërs zouden Goulard moeten vragen of dit deel uitmaakt van het "speciale partnerschap met het Europees Parlement" uit haar missiebrief. Ze moeten zich er zorgen over maken of er geen Doos van Pandora wordt opent, waardoor lidstaten in de EU-pot kunnen graaien zonder de normale parlementaire controle: een soortgelijke wijziging van het parlementaire recht op budgetcontrole is nu ook al voorgesteld in het kader van een civiel programma (de Connecting Europe Facility).   Een andere zorgelijke ontwikkeling is dat onderzoek en productie van wapens nu als een normale onderneming wordt beschouwd en zelfs prioriteit krijgt binnen een breed scala van EU-domeinen: niet alleen komt het EU-Defensiefonds tussen 2021 en 2027 met 13 miljard euro bovenop nationale militaire uitgaven (en dat is meer dan EU-uitgaven voor humanitaire hulp), de Commissie heeft ook een groot aantal civiele financieringsprogramma's opengesteld voor wapenbedrijven als onderdeel van haar industriebeleid: van regionale, sociale en cohesiefondsen tot het COSME-programma ter ondersteuning van het MKB, en zelfs de studentenuitwisseling van Erasmus +, om wapenbedrijven te helpen hoogopgeleide werknemers te trekken.   Overbodig te zeggen dat ook de ontwikkeling van een nieuwe generatie wapens, de integratie van kunstmatige intelligentie en digitale technologieën, en de militarisering van de ruimte hoog scoren in financieringsmogelijkheden. Defensie en ruimtevaart zullen niet alleen onder één directoraat worden gegroepeerd, maar zoals glashelder staat in de missiebrief aan Goulard: ze heeft nadrukkelijk de taak "de cruciale link tussen ruimtevaart en defensie en veiligheid te verbeteren". Wetende dat de Europese wapenindustrie sterk afhankelijk is van export en dat ongeveer 40% van de wapenexportvergunningen door EU-lidstaten worden verleend voor landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, en wetende dat de praktijk van het gemeenschappelijk EU wapenexportbeleid problematische export toelaat naar landen die betrokken zijn bij conflicten of ernstige interne repressie, zoals Saoedi-Arabië of Egypte, moeten ITRE-leden zich er zorgen over maken dat de EU gaat bijdragen aan het aanjagen van een wapenwedloop en een bedreiging gaat vormen voor vrede. In plaats van diplomatie en dialoog te stimuleren of te focussen op grondoorzaken van conflicten. Waar dient dit allemaal voor? Het beleid richt zich op het aanvullen van veronderstelde militaire tekorten, zowel van de militaire industrie als van militaire capaciteiten. Het beoogt ook de militaire infrastructuur te stimuleren (een actieplan voor militaire mobiliteit moet moet met 6,5 miljard euro grensoverschrijdende troepenverplaatsingen vergemakkelijken). Dit wordt verpakt in een retoriek van angst, veiligheidsdreigingen en een 'existentiële behoefte' aan EU machtsvertoon van een 'EU die beschermt en verdedigt'.   De leden van het Europees Parlement moeten vooral verontrust zijn omdat de EU bezig is met ideologische, politieke, industriële en materiële voorbereiding op oorlog, ongeacht de vorm van conflicten in de toekomst. Met andere woorden, de EU ondergaat een groots militariseringsproces (dat is iets complexer dan het al dan niet hebben van een ‘EU-leger’). Gekozen vertegenwoordigers moeten zichzelf en Sylvie Goulard vragen of dit echt is wat Europese burgers van de EU verwachten. (*) Laëtitia Sédou is EU-programmamedewerker van het Europese Netwerk tegen Wapenhandel (ENAAT). Dit artikel verscheen in het Engels op de site van Euractiv  en in Nederlandse vertaling op Vreedzaam Europa , een blog van Stop Wapenhandel.  Met dank voor de toelating tot overname.

De kampioen van het Wirtschaftwunder : naziprofiteur Ludwig Erhard

27/09/2019 - 15:37

door Gerrit Zeilemaker 27 september 2019   Zeventig jaar geleden werd de eerste Bondsregering beëindigd onder Konrad Adenauer. Als minister van economische zaken benoemde hij Ludwig Erhard. In heel Duitsland zijn straten en scholen naar Erhard vernoemd, en zelfs een museum draagt zijn naam. Een volledige biografie ontbreekt echter tot nu toe en daar is een goede reden voor. Ofschoon zijn Wikipedia-pagina vermeldt dat Erhard weigerde om lid te worden van nationaalsocialistische organisaties zodat zelfs zijn carrière er onder leed, is van dit laatste niets aan. Dezelfde pagina vermeldt: “Hij staat bekend om zijn leidinggevende rol in het hervormen en het herstellen van de Duitse naoorlogse economie, van het Wirtschaftswunder, Duits voor 'economisch wonder', toen hij in de regering van Konrad Adenauer minister van Economische Zaken was, voordat hij zelf in 1963 kanselier werd.” Ook daar is veel op af te dingen. De journaliste van de Berlijnse Tageszeitung, Ulrike Herrmann, deed zopas een boekje open: Deutschland ein Wirtschaftsmärchen (Duitsland een Economiesprookje).  In een voorpublicatie voerde ze Ludwig Erhard ten tonele [efn_note] https://taz.de/Ueberfaelliger-Denkmalssturz/!5624636/ [/efn_note]. Erhard voerde zichzelf op als een politicus, een 'professor' die boven de partijen stond. en suggereerde dat hij in de nazitijd een soort verzetsstrijder was geweest. Maar Erhard was een profiteur van het nazi-regime en heeft goedbetaalde rapporten geschreven voor Gauleiters en voor Himmler. Zo beweerde Erhard dat hij van een 'academische carrière' afstand moest doen,  omdat hij geen nazi was. De waarheid is minder vleiend: de inhoud van zijn proefschrift was zo slecht dat Erhard het werk liever niet inleverde. Tijdens het naziregime leverde Erhard regelmatig rapporten over de waardering van ‘volksvijandige vermogens’ , dat wil zeggen: Joodse vermogens . En hij bestempelde in een rapport de uitroeiing van de Poolse elite als evacuatie van zogenaamde Poolse intelligentsia. Erhard was trots dat zijn voorlopige rapport door Hermann Göring werd geprezen: "Voor uw succesvolle werk, betuig ik mijn speciale waardering en dank aan u allen." In mei 1943 bestelden Himmlers medewerkers nog een ‘aanvullend rapport’. Het dossier van Erhard heeft echter de oorlog overleefd. Nergens is bewijs dat Erhard zich bij een nazi-organisatie heeft aangesloten. Hij bleef nochtans economisch beleidsadviseur van Gauleiter Bürckel in Lotharingen, waarvoor hij in januari 1943 van de Führer het Kriegsverdienstkreuz 2er Klasse kreeg. In 1944 kreeg Erhard opdracht om te onderzoeken hoe de gigantische overheidsschulden verminderd konden worden. Om zijn rapport toe te lichten ontmoette Erhard de SS-generaal Ohlendorff, die voor 90.000 liquidaties in 1951 als oorlogsmisdadiger terechtgesteld is. Nog in 1949 probeerde hij de teruggave van een ‘arisierte’ porseleinfabriek aan een Joodse eigenaar te voorkomen, maar daar trapten de Amerikaanse autoriteiten niet in. Hoewel Erhard aan de "arisierungen" veel verdiend heeft, wordt vandaag nog steeds de legende verspreid dat Erhard veel Joden heeft gesteund: "Waar hij kon helpen, hielp hij", zegt de Ludwig Erhard Stiftung.  

Guardia Civil arresteert Catalaanse onafhankelijkheidsmilitanten

27/09/2019 - 13:12

27 september 2019 – We ontvingen vanuit links-independendistische Catalaanse kringen het verzoek om ruchtbaarheid te geven aan een brutaal optreden van de Spaanse Guardia Civil op 23 september jl. Negen Catalanen werden gearresteerd, en ze riskeren gevangenisstraffen tot 30 jaar wegens ‘rebellie’. De vraag om het publiek te informeren is zeker gepast, want men vindt er in de media ongeveer niks over. Hieronder de Nederlandse vertaling van een bericht van de CUP (Candidatura d'Unitat Popular), een linkse Catalaanse pro-onafhankelijkheidspartij.     Aanhoudingen in een grootschalige politieoperatie tegen de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging   23 sept 2019 – We werden deze morgen vroeg gewekt met het schokkend bericht dat negen mensen gearresteerd waren in verschillende Catalaanse steden op bevel van de Audiencia Nacional [efn_note] De Audiencia Nacional is een speciale in Madrid gevestigde rechtbank, bevoegd voor het hele Spaanse grondgebied, die misdaden behandelt in verband met terrorisme, valsmunterij, delicten tegen de Kroon etc. [/efn_note], in het kader van de terrorismebestrijding. De legitimiteit van deze rechtbank werd in vraag gesteld vanaf het ontstaan ervan in 1977, want het is de voortzetting van de Rechtbank voor de Openbare Orde (Tribunal de Orden Público) onder Franco. De beschuldiging aan het adres van de negen gearresteerden is insubordinatie, rebellie en terrorisme, en ze werden naar Madrid overgebracht. Volgens de Spaanse terrorismewet kunnen ze de eerste 48-72 uur met niemand contact hebben en worden ze daarna voor de rechter gebracht. De grootscheepse operatie van de Guardia Civil is een poging om de gearresteerden in verband te brengen met explosieven, maar in werkelijkheid betreft het vuurwerk, niets ongewoons in deze festivalperiode. Het lijkt er helemaal naar dat het scenario door de politie is ineengezet, net voor de uitspraak in het proces van de Catalaanse politieke gevangenen omwille van de organisatie van het referendum. Het is een operatie die probeert een link te leggen tussen de CDR’s (Comités voor de Verdediging van de Republiek, een autonome niet-partijgebonden beweging) en terroristisch geweld, hoe ongeloofwaardig dit ook is, want er is absoluut geen geweld. Maar men wil de populaire onafhankelijkheidsbeweging als gewelddadig voorstellen, om zo de uitspraak in het proces te rechtvaardigen, schrik aan te jagen, mobilisatie te verhinderen en de vraag naar zelfbeschikking te delegitimeren. Het is een herhaling van het scenario dat we een jaar geleden meemaakten met Tamara Carrasco en Adrià Carrasco, aanvankelijk beschuldigd van terrorisme, wat naderhand afgezwakt werd tot openbare ordeverstoring. Tamara mocht een jaar lang niet in haar geboortestad komen, Adrià is momenteel in ballingschap in Brussel. De achtergrond van dit alles is de tweede verjaardag van het referendum (1 oktober 2017), de uitspraak in het proces van de politieke gevangenen en het begin van de nieuwe verkiezingscampagne na het mislukken van de regeringsvorming. Het is duidelijk dat het politieoptreden gericht is op het zaaien van verdeeldheid, en de verhindering van mobilisatie en zelforganisatie tegen de repressie door de Spaanse staat.

Dakloosheid in Europa

26/09/2019 - 16:25

26 september 2019 -  Het European Social Policy Network (ESPN) bracht een studie [efn_note] Fighting homelessness and housing exclusion in Europe, ESPN, september 2019.[/efn_note] uit over dakloosheid in Europa. ESPN werd in 2014  opgericht door de Europese Commissie om haar "kwalitatieve,  tijdige en onafhankelijke informatie, adviezen, analyses en expertise te verschaffen over sociaal beleid in de EU en de omliggende landen". ESPN is dus geen club van linkse tafelspringers, en er is weinig reden om aan te nemen dat ze overdreven pessimistisch zullen zijn in hun bevindingen. Het is des te verontrustender als men in dit rapport leest dat  de dakloosheid de voorbije tien jaar toenam in 24 van de 28 lidstaten van de EU. Alleen in Finland was er een merkbare verbetering. De onderzoekers kunnen niet zeggen hoeveel daklozen er bij benadering zijn, want  statistieken daarover zijn niet de eerste bekommernis van de autoriteiten. Er is ook geen eensluidende definitie van wat onder dakloosheid verstaan wordt. Maar onderstaande grafiek geeft toch een alarmerend beeld van de evolutie:   Een toename van de dakloosheid met 203% in Ierland in de periode 2014-2018, met 104% in het Duitse Noordrijn-Westfalen, 71% in Nederland, 30% in het Brusselse... Dat er een hoop miserie niet in de grafiek zichtbaar is blijkt bijvoorbeeld uit het geval Griekenland. De trend zou er 'decreasing' zijn, maar de gehanteerde definitie van dakloosheid sluit 'illegalen' uit de telling uit (cfr. pag. 25 van het rapport). De onzekerheid over deze cijfers zegt op zich al veel over de aard van de Europese Unie. Er zijn betwistingen tussen de Commissie en lidstaten of hun begrotingstekort nu 1,90% dan wel 2,10% is, maar op een paar duizend daklozen komt het niet aan. De ondertitel van het rapport is trouwens 'A study of  national policies'. De Commissie kan inderdaad haar handen in onschuld wassen, want het sociaal beleid is haast uitsluitend een nationale bevoegdheid. Precies de tweespalt tussen enerzijds de draconische macht die de EU-instituties zich toegeëigend hebben (met instemming van de nationale regeringen) op het gebied van concurrentie, vrijhandel, budgettaire obsessie en vrij-ondernemerschap, en anderzijds het laissez-faire op sociaal gebied,  karakteriseert het EU-regime. Het zou interessant zijn de bevindingen van het ESPN-rapport te vergelijken met die van een in maart 2019 verschenen studie van FEANTSA (Fédération Européenne d'Associations Nationales Travaillant avec les Sans-Abri) in samenwerking met de Fondation Abbé Pierre [efn_note] FEANTSA en Fondation abbé Pierre, Fourth overview of housing exclusion in Europe 2019, maart 2019. [/efn_note] die aan dezelfde problematiek gewijd is. Er is merkwaardigerwijs geen enkele verwijzing in de ESPN-studie naar dit onderzoek, dat toch een half jaar eerder verscheen. Wie met kennis van zaken hier kan op ingaan bieden we graag plaats binnen onze kolommen. (hm)

Griekenland: staking tegen Mitsotakis’ hervormingen

25/09/2019 - 11:43

25 september 2019 - Gisteren bleven de ferries in de Griekse havens, het openbaar vervoer lag grotendeels plat, er werd gestaakt in het onderwijs en in de openbare diensten. Hiertoe was opgeroepen door ADEDY, de vakbond voor het overheidspersoneel, als verzet tegen de geplande hervormingen van de arbeidsmarkt.  De in juli aangetreden nieuwe premier Kyriakos Mitsotakis, leider van het rechtse Nea Dimokratia, wil de vakbonden aan banden leggen door verplichte registratie,  beperkingen op het stakingsrecht, ingrepen in collectieve arbeidsovereenkomsten enz. Hij kondigde meteen bij zijn ambtsopname nieuwe privatiseringen aan en een gunstig klimaat voor investeerders; zo werd de antifraude-brigade afgeschaft. (hm)

Remain, Brexit of … een einde aan het neoliberalisme

24/09/2019 - 15:05

door Gerrit Zeilemaker 24 september 2019   ‘Zes stemmingen, zes nederlagen’ luidde de kop van de Britse krant The Guardian van 10 september. Nu heeft ook nog de Scottisch Court of Session (het hoogste burgerlijk rechtorgaan in Schotland) de verdaging van het parlement ‘onwettig’ verklaard. Alexander Boris de Pfeffel Johnson, zoals zijn volledige naam luidt, komt steeds meer in het nauw. De rechtse coup lijkt gierend tot stilstand te komen. Het in 2016 gehouden referendum was een noodgreep van de toenmalige premier David Cameron om het geruzie over de EU in zijn Tory-partij te beëindigen. De uitslag kwam als een volkomen verrassing voor de Tories, zelfs voor de voorstanders. De conservatieve regering had dan ook geen plannen gemaakt voor een eventuele Brexit. Een maand lang herhaalde zijn opvolgster Theresa May: ‘Brexit betekent Brexit’. Een soort bezweringsformule, maar de uitslag verdween niet en ze had geen idee hoe het nu verder moest. Zelfs haar nieuwe speciale Brexitministers hadden vervolgens zes maanden lang vrijwel niets te melden. Dit tot verbazing van de Europese onderhandelaars die een slim Brits plan hadden verwacht. Het was een vreemde situatie: de regerende elite beheerste de ontwikkelingen niet en was compleet op het verkeerde been gezet door het referendum. Pas in januari 2017 kon de premier een concrete uitspraak doen. Ze wilde met de EU onderhandelen over een ‘gedurfde en ambitieuze vrijhandelsovereenkomst’. Uiteindelijk werd een onderhandelingsresultaat aan het Britse Lagerhuis voorgelegd, maar dat werd voortdurend weggestemd. Exit May. En toen kwam dus Alexander Boris de Pfeffel Johnson, Tory van het uiterst rechtse soort. De vijfde economie van de wereld werd toevertrouwd aan een clowneske blaaskaak die rechtstreeks op een harde Brexit afstevende met een mateloze onverschilligheid voor de gevolgen. Wat is hier nu echt aan de hand? Laten we een aantal opties de revue passeren.    Singapore aan de Theems? De Britse economische elite lijkt verdeeld in een groep die sterk op de EU georiënteerd en voor Remain is [efn_note] Zie Ander Europa, Brexit en de Britse patroons [/efn_note] en een groep die zich richt op een sterkere band met de Verenigde Staten van Trump. De laatste groep is voor Leave en schrikt niet terug voor een harde Brexit. Ze droomt zelfs van een Singapore aan de Theems; Singapore, het neoliberale paradijs zoals Milton Friedman het zich wenste. Enthousiast constateerde Friedman dat Singapore het mogelijk maakte “om een  economisch systeem van vrije markt te combineren met een dictatoriaal politiek systeem". Onafhankelijke vakbonden, stakingen en werkonderbrekingen bestaan in Singapore niet. De lonen zijn er laag en het gebruik van goedkope arbeidsmigranten is wijdverbreid. De inkomensongelijkheid is groot en de overheidsuitgaven zijn minder dan de helft van die van Groot-Brittannië. [efn_note] The Guardian, 2 januari 2019, Why the Singapore model won’t work for the UK post-Brexit [/efn_note] Waarom zou je geld verspillen aan overheidsuitgaven, staatspensioenen en openbare gezondheidszorg? Dit is een mening die vooral te vinden is onder de snelle jongens van het financiële centrum in Londen, de City.    De Britse economie valt terug, maar blijft enorm Groot-Brittannië staat wat betreft nominaal Bruto Binnenlands Product (bbp) op de vijfde plaats wereldwijd, en op de tweede in de EU. Maar had Groot-Brittannië in 2015 nog 30 bedrijven in de top 500, nu zijn het er nog maar 20. Terwijl de wereldwijde directe buitenlandse investeringen (FDI) daalden met 13% in 2018 (de derde opeenvolgende jaarlijkse daling), daalden ze in Groot-Brittannië volgens de UNCTAD met 36% naar £ 64 miljard, voornamelijk als gevolg van de onzekerheid rond Brexit. Groot-Brittannië heeft in Londen met de City het tweede financiële centrum van de wereld, een positie die het met of zonder Brexit zal behouden. De City droeg in 2016 voor 22% bij aan het Britse bbp. De City heeft een aantal belangrijke troeven die door anderen moeilijk te evenaren zijn, zoals natuurlijk de taal - veel financiële overeenkomsten worden volgens Engels handelsrecht geregeld - de grote kennis van een reeks financiële producten en de geografische locatie. Het laatste komt doordat Londen uitstekend tussen de tijdzones gelegen is in tegenstelling tot New York. Afgezien van de Brexit, heeft de City ook te maken gehad met een algemene neergang van financiële transacties met Europa in de afgelopen jaren, een gevolg van de bredere economische crisis. Brexit zal dit nog erger maken, vooral als in Groot-Brittannië gevestigde banken geen ‘paspoort’ krijgen om met andere banken in de EU af te rekenen. Anderzijds is het belang van Azië in de financiële markten sterk toegenomen en velen zien dat als reden om meer afstand tot Europa te nemen en zich meer op Azië te concentreren. Vooral onder deze groep zijn veel aanhangers van een harde Brexit. In de imperialistische pikorde van Tony Norfield [efn_note]T. Norfield, Economics of Imperialism. De vijf factoren waarop Norfield de imperialistische macht van een land bepaalt zijn: nominaal BBP, militaire uitgaven, de hoeveelheid directe buitenlandse investeringen, de omvang van internationale banken in een bepaald land en het wereldwijde gebruik van de valuta van dat land in internationale deviezenreserves. [/efn_note] staat Groot-Brittannië in 2018 echter nog steeds op de tweede plaats achter kampioen USA. Op derde plaats staat China, vooral dankzij de snelle groei van het Chinese bbp.    Valt Groot-Brittannië uit elkaar?  De algemene crisis rond Brexit verhoogt het misnoegen onder de Schotten en de inwoners van Wales, om over die van Noord-Ierland nog niet te spreken. [efn_note] Een nieuwe peiling suggereert dat een meerderheid van de mensen die in het noorden van Ierland wonen, zou stemmen voor aansluiting bij de Republiek Ierland als er een referendum was. Peilingen in Schotland geven een meerderheid van 52% voor afscheiding en zelfs onder Labouraanhangers is 40% voor een zelfstandig Schotland[/efn_note]. De leiding van Labour heeft al verklaard zich niet te verzetten tegen een afscheiding van Schotland als dat de wens is van een Schotse meerderheid. Bovendien zijn er redenen voor. Zo heeft Schotland een bevolkingsgrootte vergelijkbaar met Denemarken met dezelfde natuurlijke bronnen, infrastructuur en talenten, maar het bbp per persoon in Schotland is $ 33.000 tegen $ 63.000 in Denemarken. De nationalist Graig Murray verwijt Londen ‘het aftappen van menselijke en fysieke bronnen door de eeuwen heen’. Een onderzoek van de chef-econoom van de Bank of England, Andy Haldane, bevestigt de verschillen tussen de regio’s in Groot-Brittannië. De kloof tussen de armste en de rijkste regio is ongeveer 150%, bijna twee keer groter dan in Frankrijk en driekwart groter dan in Duitsland. Dit wordt ook weerspiegeld in de gezondheid. De kloof tussen de hoogste en laagste levensverwachting op regionaal niveau is ongeveer 3,4 jaar, of 4,2% van het Brits gemiddelde. De rijkste regio in Groot-Brittannië, de regio Zuidoost Engeland met Londen als centrum, lijkt het meest te profiteren van de waardeoverdracht.   Labour en Jeremy Corbyn: het is het neoliberalisme stupid! De leider van Labour, Jeremy Corbyn, heeft de koers van Labour met betrekking tot Brexit helder uiteengezet in de Britse Guardian. Eerst verkiezingen, dan een overeenkomst met de EU, die vervolgens naast de optie Remain aan de kiezers wordt voorgelegd. Met de belofte de uitkomst uit te voeren. Een opstelling die de keuze van de kiezer respecteert. Met eerst verkiezingen verlegt Labour de strijd tegen het neoliberalisme terug naar sociale strijd. In een toespraak voor de Britse vakbonden stelde Corbyn dat de regering van Boris Johnson “onder de dekmantel van No Deal onze openbare diensten zal verkopen, de regels zal afschaffen die ons beschermen en de rechten van werknemers zal ondermijnen”. Een Labourregering zal de grootste uitbreiding van de rechten voor werknemers realiseren die het land ooit heeft gezien. Hogere lonen, meer zekerheid en meer zeggenschap. Verder wil Labour de vakbonden meer macht toekennen: “Zij zijn de grootste democratische organisaties in het land, geworteld in de werkplek. Waarom zou er een einde komen aan de democratie als je op je werk komt? Waarom zou de plek waar je het grootste deel van je dag doorbrengt als een dictatuur moeten voelen?”. Labour zal een minimumloon van minimaal £ 10 per uur voor alle werknemers invoeren vanaf de leeftijd van 16 jaar, actie ondernemen om de loonkloof tussen mannen en vrouwen te dichten, gelijke rechten voor alle werknemers garanderen vanaf de eerste dag en een eind maken aan de nul-uurcontracten. Labour zal werknemers in bedrijfsbesturen plaatsen en het personeelsbestand een belang van 10% geven in grote bedrijven; werknemers kunnen een dividend tot £ 500 per jaar krijgen. En Labour zal huurders meer rechten geven, inclusief maxima op huurverhogingen. Labour zal het spoor, de post, water en elektriciteit in publiek eigendom brengen, dus de essentiële diensten waar mensen van afhangen zullen worden beheerd door en voor het publiek, niet alleen voor de aandeelhouders. [efn_note] Zie de speech van Corbyn op het Trades Union Congress, 10 september 2019. [/efn_note]. Na zijn speech werd de Labourleider bedankt met ‘oh, Jeremy Corbyn’, een strijdkreet die beroemd werd tijdens de algemene verkiezingscampagne eerder dit jaar.   Project Angst en de realiteit Ondertussen houden de Tories, de Liberaal-Democraten en de Blairites vast aan het centraal stellen van de keuze tussen Remain en Brexit. Het ‘uitgelekte’ Yellow Hammer rapport van de regering heeft het over grootscheepse opstoppingen bij grensovergangen en voedsel- en medicijntekorten bij een harde Brexit. Wat koren op de molen is van Remain bij LibDems en Blairites. Maar klopt dit ook? De gevolgen moeten in ieder geval in perspectief gezien worden. Zoals we eerder stelden: “Het verlies van inkomen per persoon als gevolg van de crisis van 2008 en zijn nasleep was voor de Britten in 2016 al zo’n 14%. De economische gevolgen van de Brexit worden in een onderzoek tussen een afname van 2,2% en een toename van 1,6% van het bbp geschat. Het meest realistische scenario wordt tussen de -0,8% en +0,6% BBP geschat. In 2030! “ Welnu, volgens een recent rapport van de OESO, de club van rijke landen, zou een no-deal Brexit het bbp in 2020 met 2% doen dalen, maar in 2021 zou dit al terug gaan groeien. De gevolgen zouden bovendien kunnen gemilderd worden door openbare investeringen en een stimulus door de Bank of England. De OESO verwacht dat in het geval van een deal vóór 31 oktober de Britse economie zou blijven groeien, zij het aan een iets lager tempo (+0,9% in 2020 tegenover +1,0% dit jaar, zeer vergelijkbaar met de voorspellingen voor de eurozone: een teruggang van 1,2% naar 1,1%.) Zelfs onder een ‘harde’ Brexit lijkt Groot-Brittannië dus niet af te stevenen op een Armageddon. Ook het laatste IMF-landenrapport voorspelt voor de komende jaren een groei van 1,5 procent voor Groot-Brittannië. Een economische crisis die zich op dit moment opbouwt en waar de economische ‘experts’ zich nauwelijks druk over maken zal veel harder toeslaan.    De inzet van Bojo’s donateurs is hoog  Nog een pikant detail waarmee de Brexit-belangenspaghetti gekruid wordt. Volgens de gegevens van zowel de kiescommissie en het Register van Financiële Belangen, ontving Boris Johnson tussen 10 mei en 23 juli £ 655.500 aan donaties. Hiervan was tweederde afkomstig van hedgefondsen [efn_note] Hedgefonds zijn beleggingsfondsen die open staan voor een beperkt aantal grote investeerders. [/efn_note], handelaren uit de City, het financiële centrum in Londen, of zeer vermogenden. Toen Johnson op 16 mei aankondigde dat hij zich kandidaat stelde voor het leiderschap van de Conservatieve partij nam het aantal ‘shortposities’ ingenomen door hedgefondsen met sprongen toe. [efn_note] Een trader gaat een shortpositie aan in de hoop op een dalende markt. Met een shortpositie verkoopt hij bijvoorbeeld aandelen of obligaties die hij niet bezit, maar leent van bijvoorbeeld een pensioenfonds tegen een vorm van rente. Hij leent bijvoorbeeld 1000 aandelen wanneer de marktprijs ervan 100 euro bedraagt; hij verkoopt ze dan ook aan 100 euro per stuk. Binnen de leentermijn moet hij de 1000 aandelen teruggeven aan de uitlenende partij. Maar als zijn gok correct was en de markt ondertussen daalde kan hij ze kopen aan bijvoorbeeld 90 euro per stuk. Hij verdient dan 1000 maal 10 euro, 10.000 euro waar weliswaar de rente voor de uitlening moet van afgetrokken worden. [/efn_note] Volgens het IMF kan een worst-casescenario een wanordelijke exit uit de EU zijn. In een dergelijk scenario kan een plotselinge verschuiving van de voorkeur van beleggers voor Britse activa leiden tot een scherpe daling van de activaprijzen. De bedrijven die de afgelopen zes maanden shortposities ingenomen hebben zijn vrijwel allemaal bedrijven die doneerden aan de Vote Leave-campagne in 2016. Momenteel zijn er voor £ 4,6 miljard geaggregeerde shortposities op een ‘no deal’ Brexit opgenomen door hedgefondsen die de leiderschapscampagne van Boris Johnson direct of indirect hebben gefinancierd. Bovendien is £ 8,3 miljard aan geaggregeerde shortposities ingenomen door hedgefondsen die verbonden zijn met Johnson’s naaste adviseur Dominic Cummings. De inzet voor deze speculanten is dus hoog. Als hun leentermijn verloopt moeten ze leveren, maar als de daling niet heeft plaatsgevonden kunnen ze alles kwijtraken. Een “no deal’ Brexit moet wat deze gokkers betreft dus koste wat het kost plaatsvinden. Aan Labour om dit te voorkomen en om de Britten een leefbare toekomst te bieden. Of zoals Jonathan Cook het stelt: “De Brexit-vete is een eindeloze theatrale afleiding van de echte vragen die we onder ogen moeten zien.” De echte vragen? Het einde van het neoliberalisme! De BoJo-caricatuur is het werk van DonkeyHotey (CC BY 2.0 licentie)  

Het draagvlak voor een écht klimaatbeleid omspant de hele planeet

24/09/2019 - 11:27

24 september 2019 – Politieke leiders verschuilen zich vaak achter het ‘gebrek aan draagvlak’ als ze niet geneigd zijn een initiatief te nemen. Wat betreft de dringende noodzaak voor een doortastend klimaatbeleid zal dat argument alleszins niet kunnen gebruikt worden. De voorbije dagen ontrolde zich iets historisch voor onze ogen: wereldwijd, maar dan werkelijk van Zuid naar Noord, van Oost naar West, kwamen mensen op straat, staakten, voerden actie in bedrijven en scholen met als glasheldere boodschap: wij willen dat de politieke leiders het klimaat even ernstig nemen als wij! Nooit eerder in de menselijke geschiedenis kwam er een dergelijke mondiale consensus tot stand onder ‘gewone’ burgers, nooit eerder kregen de beleidsmakers een dergelijk ‘draagvlak’ aangeboden. Bekijk de reportages: grote betogingen in Berlijn, Londen, New York, Sydney, Brussel, Freiburg … Prima, maar we zouden niet minder verwachten. Maar dit rijtje kan verdergezet worden met minder bekende namen: Haiderabad in Indië, Makerere in Oeganda, Kaboel in Afghanistan (onder begeleiding van zwaar bewapende militairen!), Nepal, Angola, Jakarta en vele andere. De geschiedenis van deze eerste planetaire rebellie moet nog geschreven worden, maar vast staat dat het draagvlak onder de burgers voor een andere, zorgzame en duurzame economische orde al de hele planeet omspant en steeds breder wordt. Nu nog een draagvlak bij de politieke leiders … (hm)

Tienduizenden in Slowakije tegen abortus

23/09/2019 - 13:01

23 september 2019 – Er wordt wel eens beweerd dat Europa haar identiteit dankt aan haar christelijke wortels, maar regelmatig blijkt dat Europa de Europese identiteit van humaniteit en mensenrechten vooral dankt aan het doorknippen van de christelijke wortels.
Dat bleek afgelopen weekend maar weer eens in Slowakije waar tienduizenden mensen betoogden tegen het recht op abortus. Volgens een opiniepeiling zou 34,6 procent van de bevolking voor beperking van het recht op abortus zijn, en een meerderheid van 55,5 procent tegen. Maar dat belette de betogers gesteund door de Rooms katholieke kerk niet een totaalverbod op abortus te eisen.
Slovakije is een overwegend katholiek land. Het is niet uitgesloten dat de regerende sociaaldemocraten hun oren naar de conservatieve katholieken laten hangen en het recht op abortus inperken. Zij hebben alvast beloofd homohuwelijken en adoptie door koppels van hetzelfde geslacht te verbieden. (fs)

Grünen en Klimaat in Stuttgart

23/09/2019 - 12:41

23 september 2019 – Afgelopen weekend kwamen de Groenen van de Duitse deelstaat Baden-Württemberg in congres bijeen. Baden-Würrtemberg met de hoofdstad Stuttgart ligt in het zuidwesten van Duitsland, en is wat betreft bevolking en economie het derde Duitse Länd. Het is ook daar dat de Groenen voor het eerste een minister-president voor een deelstaat leverden.
Het congres van de Groenen leverde dus de noodzakelijke aandacht op. Niet toevallig was het klimaat er een hot topic. De groene minister-president Winfried Kretschmann erkende dat de enorme mobilisaties van de laatste dagen mogelijk hadden gemaakt wat hem tot voor kort nog politiek onhaalbaar leek. Toch bleef het groene congres voorzichtig, en werd voorgesteld dat deze belangrijke industriestaat klimaatneutraal moest zijn tegen… 2040. Dat vond een 17-jarige scholier die er de woordvoerder was van Fridays for Future maar slappe kost. Daarop beslist het congres de datum 2040 te vervangen door ‘zo snel mogelijk’. Niet erg overtuigend, toch? (fs)

Duits klimaatplan

22/09/2019 - 10:12

22 september 2019 – “Schokkend tandeloos en laf“, zo noemde Patrick Graichen van de denktank Agora Energiewende de met veel poeha aangekondigde klimaatplannen van de Duitse regering. Nu moet u die denktank zelf maar eens opzoeken: respectabeler en regimetrouwer vindt u er geen. Het klimaatplan van de grootste lidstaat van de Europese Unie wordt, buiten de regering, door zowat niemand serieus genomen.

Angela Merkel en haar sociaaldemocratische coalitiepartners proberen het publiek te overbluffen met het cijfer van 50 miljard euro dat in de klimaatplannen zou worden geïnvesteerd. Dat geld zou echter verdiend worden met belastingen op vervuilende activiteiten, want de begroting mag niet in het rood komen. Dat betekent dan wel dat deze vervuilende activiteiten niet verdwijnen, want anders verdwijnen ook de belastingopbrengsten, of ontgaat ons iets? Het plan is een schoolvoorbeeld van de illusie via belastingen de markt geleidelijk bij te sturen naar een klimaatvriendelijk model, zonder de confrontatie aan te gaan met gevestigde belangen. De heilige auto-industrie moet de tijd krijgen over te schakelen naar elektrische auto’s, om zo haar dominante positie op de wereldmarkt te handhaven. De Duitse spoorwegen kondigden al triomfantelijk aan dat zij dank zij de regeringsplannen dertig nieuwe treinen konden aankopen. Dertig!

Voor een overzicht in het Engels van de Duitse plannen vind je artikels op Politico hier en hier. (fs)

ECB: dubieuze rentevoeten

20/09/2019 - 14:39

20 september 2019 – Rentevoeten op de financiële markten verschillen in functie van allerlei factoren (looptijd, onderpanden, munt waarin wordt gehandeld,…). Maar ondanks de verschillen, zijn de rentevoeten toch met elkaar verbonden. Daar zorgen de financiële markten voor: is een rentevoet relatief gunstig of ongunstig, dan verhuizen financiële kapitalen, en zo wordt de situatie bijgestuurd.

De Europese Centrale Bank (ECB) heeft een zekere autonomie ten opzichte van de financiële markten. Zij heeft een relatieve autonomie om rentevoeten vast te leggen om de financiële markten te sturen. Maar zij probeert de schijn hoog te houden dat zij dit niet willekeurig doet. Anders zou men de indruk kunnen krijgen dat niet economische wetten, maar belangen de economie sturen. Toch valt de ECB soms uit haar rol, zoals tijdens de Griekse crisis.

Een recente beslissing van de ECB verdient ook nader onderzoek.

Europese banken zijn verplicht een bepaalde reserve aan te houden, om schokbestendig te zijn. Zij plaatsen die reserve bij de ECB. Hun reserves kunnen hoger liggen dan het verplichte minimum. Indien banken echter meer dan het verplichte minimum plaatsen bij de ECB krijgt dit een negatieve rente van – 0,5 procent. Dus de bank betaalt om geld te plaatsen bij de ECB. De banken doen dit toch, want cash zelf beheren is ook duur. Met deze negatieve rente wil de ECB banken onder druk zetten middelen liever uit te lenen dan ze te plaatsen bij de ECB.

In dit systeem werd een nieuwe element ingevoerd: bedragen tot zes maal het verplichte minimum kunnen banken bij de ECB plaatsen aan een rente van 0 procent. Dit werd ingevoerd omdat banken door de zwakke economie met te veel middelen blijven zitten, en al deze middelen afstraffen met een negatieve rente van 0,5 procent zou de banken al te zwaar treffen.

Anderzijds heeft de ECB beslist opnieuw geld te pompen in de economie via TLTRO’s, een vorm van quantative easing met vaste vervaltermijnen: banken (en nu ook bedrijven) die deze vorm van middelen opnemen moeten die bedragen op een vaste termijn terugbetalen. Dat is niet het geval voor de quantative easing zoals de Federal Reserve in de VS die toepast.

Deze TLTRO’s hebben een negatieve rentevoet van -0,5 procent. De ECB betaalt dus banken die geld bij haar ontlenen. De hoop is dat banken dit geld dan makkelijker gaan ontlenen, en verder de economie in pompen aan aantrekkelijke rentevoeten.

Deze TLTRO’s kunnen echter de reserves van de banken ook weer doen toenemen. Een bank waarvan de reserves op die manier onder 6 maal het minimum blijven, kunnen deze extra-reserve dan weer plaatsen bij de ECB aan 0 procent. Dus je leent aan -0,5 procent, en plaatst het terug aan 0 procent. Zo wordt geld verdienen wel heel makkelijk.

Maar gezonde banken met reserves hoger dan 6 maal het verplichte minimum kunnen dan niet profiteren van dit systeem? Als zij die middelen weder plaatsen bij de ECB draagt dit ook een negatieve rente van 0,5 procent? Dat is buiten de bankiers gerekend. Die bank zal dan een bank opzoeken waarvan de reserves wel onder 6 maal het minimum liggen, de middelen naar die bank sluizen, en de opbrengst wordt dan eerlijk verdeeld. Dat zou volgens economen een geldstroom in Europa van Noord naar Zuid op gang kunnen brengen.

Maar als dit geld uiteindelijk weer terecht komt in de koffers van de ECB, hoe helpt dit dan de economie? Goede vraag. De beste uitleg die ik gevonden heb is dat dit de banken winstgevender maakt, en dus beter bestand tegen de schokken die gaan komen. Winstgevende banken zouden dan ook makkelijker geld kunnen lenen aan minder solide klanten.

Of het gaat werken is alles behalve zeker. Vast staat wel dat de ECB er kapitaal bij kan inschieten, en dat de banken er in alle geval beter van worden. (fs)

Stabiliteits- en Groeipact hervormen?

20/09/2019 - 12:23

20 september 2019 – Met het zogenaamde Stabiliteits- en Groeipact (SGP) houdt de Europese Commissie de begrotingen van de lidstaten in de gaten. Dat pact staat nu ter discussie. Het Europees Begrotingscomité, een adviesorgaan, deed onlangs wat voorstellen. De discussie zal vast nog wel een tijdje duren, maar toch is het interessant te kijken wat mogelijk in de pijplijn zit.

Een eerste voorstel is dat de regels eenvoudiger en duidelijker moeten worden. Er zijn nu te veel uitzonderingen en uitzonderingen op uitzonderingen. Het gevolg is dat de Europese Commissie veelal politieke en andere overwegingen laat meespelen bij het toepassen van de regels. Dat is een probleem, omdat de Europese Commissie niet echt de democratische legitimiteit heeft om in te grijpen in het begrotingsbeleid van de lidstaten: “waar bemoeien ze zich eigenlijk mee?” Het Europees despotisme kan enkel werken als het zich verschuilt achter de schijnbaar neutrale toepassing van gemeenschappelijk overeengekomen regels: “Wij beslissen niet dat jullie moeten bezuinigen, het zijn nu eenmaal de regels.” Het doel van de voorgestelde eenvoudigere en duidelijkere regels is de begrotingsregels strikter te kunnen handhaven. Natuurlijk zijn niet alle lidstaten daar blij mee.

Een tweede voorstel is de totale omvang van de overheidsschuld een grotere rol te laten spelen. Nu spelen twee regels: enerzijds mag het jaarlijks tekort op de begroting van een lidstaat niet groter zijn dan 3 procent van het bbp van die lidstaat, en anderzijds mag de totale overheidsschuld niet groter zijn dan 60 procent van dat bbp. Is die schuld groter, dan moet die geleidelijk worden afgebouwd in de richting van 60 procent. België heeft bijvoorbeeld een overheidsschuld die schommelt rond de 100 procent van het bbp. Nu wordt deze tweede regel in de praktijk weinig toegepast: ook landen met een grote overheidsschuld laten hun jaarlijks tekort aanschuren tegen de 3 procent bbp, zodat de totale overheidsschuld niet wordt afgebouwd. Het strikter toepassen van deze tweede regel zet landen met een grote overheidsschuld onder extra druk, met name België, maar gelukkig voor België ook twee grote lidstaten, Frankrijk (100 procent) en Italië (130 procent). Nu reeds is de openbare ruimte in België verkrot onder decennia van bezuinigingen, dat zou er dus niet beter op worden.

Het derde voorstel is dat de primaire uitgaven in de begroting niet sneller mogen stijgen dan de economische groei van de lidstaat in kwestie. De ‘primaire’ uitgaven zijn de uitgaven zonder de rentelasten die betaald worden op de overheidsschuld, dus de uitgaven voor het normale functioneren van de overheid. Opvallend is dat een rem wordt voorgesteld op de uitgaven, en niet op het tekort. Een land zou immers kunnen beslissen de uitgaven sneller te laten stijgen, en dit te compenseren door een verhoging van de inkomsten via belastingen, zodat het tekort per saldo binnen de norm blijft. Dat lijkt echter niet te bedoeling. Deze ‘vereenvoudiging’ van de regels zou de beleidsmarge van de lidstaten dus verder beperken.

Ten slotte wordt voorgesteld bepaalde investeringen van de overheid niet mee te tellen als uitgave. Dat beantwoordt enerzijds aan de roep naar meer investeringen door de lidstaten, om via keynesiaanse weg een anticyclisch economisch beleid te voeren. Die roep klinkt nu luider omdat de monetaristische recepten, geld pompen in de economie, niet blijken te werken. Bovendien wordt gesuggereerd als criterium voor deze investeringen in te voeren dat ze moeten aansluiten bij Europese investeringsplannen. Dat sluit dan weer naadloos aan bij de roep de Europese Unie niet enkel te bouwen op marktregels, maar een waarlijk Europees economisch beleid te ontwikkelen, dat de EU wapent voor de (economische) oorlogen die eraan komen met de VS en China.

Uit het lijstje voorstellen blijkt dat het nog enige discussie zal vergen voor de hervorming van het Stabiliteits- en Groeipact een feit is, al zal de komende recessie misschien helpen om vaart te zetten achter de discussie. De inzet is in elk geval belangrijk. (fs)

Het Hulk-gezicht van Sociaal Europa

19/09/2019 - 22:03

door Herman Michiel 19 september 2019   Wie durft te beweren dat Sociaal Europa dood is en dat de Europese Unie geen zier geeft om de arbeidsomstandigheden van de werkende mensen? Op 1 augustus 2019 werd een Europese richtlijn van kracht waarvan uittredend commissaris Marianne Thyssen zei dat dit “zeer concrete en positieve effecten zal hebben voor ongeveer 200 miljoen werknemers in de EU. Dit is waar het in een sociaal Europa om gaat." De commissaris voor Werkgelegenheid en Sociale Zaken had het over de “Richtlijn betreffende transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in de Europese Unie” [efn_note]De tekst ervan is te vinden op : https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=CELEX:32019L1152. [/efn_note]. De ontwerptekst ervan werd in december 2017 door de Commissie gelanceerd “met het oog op het versterken van de sociale dimensie van Europa en als onderdeel van de uitrol van de Europese pijler van sociale rechten.” De richtlijn is inmiddels goedgekeurd door de Raad en door het Europees Parlement. De bedoeling was een antwoord te bieden op de’ flexibelere arbeidsverhoudingen’ en de ”atypische vormen van werk, d.w.z. alle banen die niet voltijds en voor onbepaalde tijd zijn, gaande van ‘klassiek’ deeltijdwerk tot oproepcontracten zonder gegarandeerde werkuren.” U begrijpt het al, het gaat over de kwalijke evolutie in de arbeidswereld naar nul-uurcontracten [efn_note] Bij een dergelijk contract is er geen enkele garantie op een bepaald aantal uren werk. De ‘werknemer’ wordt opgeroepen, soms op zeer korte termijn, als het bedrijf er nood aan heeft. [/efn_note], naar chaotische uurschema’s en een onvoorspelbare agenda voor de werknemer. Wat is er uit de bus gekomen om dergelijke scheefgroei in de EU te voorkomen? Een verbod op nul-uurcontracten? Minimale tijdspannes tussen oproep en prestatie? Een verplichting tot leefbare werkschema’s? Niets van dit alles! Men moet de term ‘transparante arbeidsvoorwaarden’ letterlijk nemen; die voorwaarden mogen afschuwelijk zijn, maar dat moet transparant gecommuniceerd worden... De werkgever is bijvoorbeeld verplicht om een minimumgarantie over het aantal betaalde uren te vermelden, maar dat minimum kan nul uur zijn. Bovendien is er niets vastgelegd over de periode waarin deze minimumgarantie moet gerespecteerd worden; de oproepwerker kan in zulk geval wekenlang geen oproep krijgen om dan plots een hele week te moeten presteren. De werkgever moet ook contractueel vastleggen hoeveel er betaald wordt voor prestaties boven de minimumgrens, maar dat hoeft niet af te wijken van de ‘gewone’ bezoldiging. De nul-uurwerker kent dus geen overuren. Maar niet geklaagd, Sociaal Europa verbiedt voortaan dat een werkgever aan een oproepwerker het verbod oplegt om zich als oproepwerker bij een tweede bedrijf te melden! Misschien kan hij zich met twee hondenbaantjes wel in leven houden? In de titel van de richtlijn is er ook sprake van de ‘voorspelbaarheid’, een zeker houvast dus voor de werknemer en zijn tijdsbesteding. Maar het is zeer twijfelachtig of deze er veel zal aan hebben dat er een ‘redelijke minimumtermijn voor kennisgeving’ moet zijn ‘die kan variëren naargelang van de behoeften van de betrokken sector’. Een ander probleem van voorspelbaarheid is dat een werkgever een toegezegde opdracht kan terug intrekken. De richtlijn verbiedt dit niet, maar spreekt over een ‘passende schadevergoeding’ bij ‘late’ verwittiging. Aangezien het gaat over een Europese richtlijn moeten de lidstaten deze nog in nationale wetgeving omzetten, uiterlijk tegen 1 augustus 2022. Hierbij hebben ze nog wat keus. Zo kunnen ze zelf invullen wat een’ late verwittiging’ is bij het wegvallen van een opdracht: een kwartier, een uur, een dag?  Bovendien kunnen de lidstaten besluiten de richtlijn niet toe te passen op werknemers die minder dan gemiddeld drie uur per week werken. Misschien denkt u nu dat deze Europese richtlijn op gejuich werd onthaald in werkgeverskringen en op tandengeknars bij de Europese vakbonden. Mis! Het voorstel van ded Europese Commissie werd nog maar in de EMPL-commissie van het Europees Parlement (werkgelegenheid en sociale zaken) besproken of de UEAPME (federatie van de Europese kmo’s) bekloeg zich al dat de richtlijn “ondernemers kan ontmoedigen om aan te werven”, en betreurde dat werknemers vanaf dag één moeten geïnformeerd worden en dat het principe van voorspelbaarheid werd geïntroduceerd. Het Europees Vakverbond (EVV) daarentegen dacht dat de stemming in de EMPL-commissie “aantoont dat de EU in staat is om in te spelen op de behoeften van kwetsbare werknemers die gevangen zitten in abusieve flexibele contracten" [efn_note]Zie VLEVA, 25 oktober 2018. [/efn_note]. Ook nu deze schandalige richtlijn in detail bekend en goedgekeurd is spreekt het EVV van een”‘stap in de goede richting maar zwakker dan verwacht.” Misschien moet het EVV eens een cursus ‘belangenbehartiging’ gaan volgen bij de UEAPME?  

Corbyn over de Brexit

18/09/2019 - 21:44

18 september 2019 – Zondag begint de jaarlijkse conferentie van het Britse Labour. Na een vergadering van de partijleiding heeft Jeremy Corbyn in The Guardian zijn positie toegelicht. Kernpunt: Labour eist verkiezingen, eenmaal de dreiging van een no deal Brexit van tafel is. Verder schrijft hij over de Brexit: “Een regering van Labour zou een redelijke deal sluiten gebaseerd op de punten waar we sinds lang voor pleiten, met inbegrip van een nieuwe douane-unie met de EU, een nauwe relatie met de gemeenschappelijke markt, en waarborgen voor de rechten van werknemers en voor de bescherming van het milieu. Vervolgens zouden we dit akkoord aan de bevolking ter goedkeuring voorleggen, naast de optie van remain. Ik beloof als Labour premier uit te voeren welke keuze het volk ook maakt.
De volledige tribune van Corbyn vind je hier. (fs)

Pagina's