Borderless

20 November 2017

Ander Europa

Abonneren op feed Ander Europa
www.andereuropa.org
Bijgewerkt: 36 min 11 sec geleden

Leedvermaak over Theresa May is geen oplossing

16/11/2017 - 15:43

door Frank Slegers, 16 november 2017   De onderhandelingen over de Brexit vormen een bizar spektakel. Aan de ene kant staat de EU, standvastig, met een klare lijn: eerst duidelijkheid over de financiële afwikkeling, het toekomstig statuut van EU-onderdanen in Groot-Brittannië en de grens in Ierland, pas dan kan er gepraat worden over de toekomstige relatie. Aan de andere kant van de tafel zit een zieltogende zwalpende Britse regering, die niet lijkt te weten wat ze wil. Dat is in elk geval het beeld dat men ons graag wil laten zien.   Zwalpende Britse regering Het is niet raar dat het een zootje is aan de Britse kant. Om te beginnen wilde het Britse regime - het bedrijfsleven en de politieke elite - helemaal geen uittrede uit de Europese Unie. De Brexit is het gevolg van een referendum dat de toenmalige Britse conservatieve premier David Cameron uitschreef om de eenheid in de eigen partij te herstellen, en dat hij dacht makkelijk te winnen. Een rampzalige mislukte gok! Theresa May, die Cameron als premier opvolgde, deed ook een verkeerde gok, door vervroegde verkiezingen uit te schrijven. Jeremy Corbyn van Labour deed het in die verkiezingen zo goed dat May haar politieke krediet verloor, en verder moest met een flinterdunne parlementaire meerderheid. Het succes van Corbyn had met de Brexit overigens niets te maken, maar wel met een duidelijk verhaal tegen het neoliberalisme. Men kan het May moeilijk kwalijk nemen dat zij dit niet had zien aankomen, want hoe lang is het niet geleden dat de mainstreampartijen nog iemand als Corbyn hebben voortgebracht? Theresa May moet nu dus schipperen met een erg wankele politieke meerderheid. Het volstaat dat enkele aanhangers van een 'harde Brexit' (volledige breuk om Groot-Brittannië om te vormen tot een gedereguleerde vrijhaven voor het internationaal kapitaal) of enkele 'remainers' (die de banden met de EU, goed voor de helft van de Britse handel, zo veel mogelijk willen behouden) zich van haar afkeren, en zij heeft geen meerderheid meer. Zij is nu verplicht ook rekening te houden met Labour. Toegevingen Zo moest zij enkele dagen geleden toegeven dat het Britse Parlement nog zal kunnen stemmen 0ver het uiteindelijk resultaat van de onderhandelingen met de EU. Een grote toegeving is het niet, want als het Parlement het akkoord met de EU verwerpt verlaat Groot-Brittannië de EU zonder akkoord. Nieuwe onderhandelingen zijn uitgesloten, en in maart 2019 verlaten de Britten sowieso de EU. Het Parlement zal dus 'kiezen' met het mes van een 'harde Brexit' op de keel. Binnen enkele dagen wordt gestemd over het wettelijk vastleggen van de precieze datum in maart 2018 van de Brexit, weer een gevaarlijke klip voor de parlementaire meerderheid van May.   Schadenfreude over May Het leedvermaak over de moeilijke positie van  May druipt er in onze media van af. Toen de Britse premier op het congres van de Conservatieven wegens een schorre keel (?) niet door haar toespraak raakte kon de pret niet op. Heel onschuldig is dat allemaal niet. Van de weeromstuit bevestigt dit het beeld van een sterke Europese Unie, met een duidelijke koers. Gelouterd door een opeenvolging van crises lijken de Europese elites de hoop te hebben opgegeven de harten en de zielen van de Europeanen te winnen voor hun project. De tijd ligt ver achter ons dat de nieuwbakken voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker pleite voor een meer 'politieke' Commissie. De fiscal board van de Commissie pleit nu voor een neutrale automatische toepassing van de begrotingsregels. Niemand gelooft nog dat Europa staat voor 'waarden'. De keuze lijkt nu te zijn: de Europese Unie als een technocratische machine, efficiënt en onweerstaanbaar, zonder alternatieven. Nationale en identitaire sentimenten worden aan de lidstaten gelaten. De Grieken hebben het gemerkt, en ook de Britten zullen de doelgerichte macht van Brussel aan den lijve ervaren. Tot meerdere lering van wie lid blijft van de club.   Het gaat ook ons aan Liever dan zich te verkneukelen in het problemen van Theresa May zou links op het continent zich zorgen moeten maken over deze ontwikkelingen. Om te beginnen schieten we er niets mee op wanneer een mislukte Brexit aan de overzijde van het Kanaal een verbitterd en verscheurd land achterlaat. Vervolgens is het niet uitgesloten dat Jeremy Corbyn eerstdaags aan zet is. Toen onlangs 40 Tories in een 'geheime' brief May de wacht aanzegden zou volgens een aantal media hun berekening wel eens kunnen zijn de hete aardappel van de Brexit via verkiezingen naar Corbyn door te schuiven, om dan zelf in de oppostie de Conservatieve Partij te helen. [caption id="attachment_14703" align="alignleft" width="220"] Jeremy Corbyn, bruggenhoofd tussen Brits en continentaal links?[/caption] Voor welke keuze staat een toekomstige premier Corbyn dan? Misschien wel deze: ofwel aanvaarden dat de Britten lid blijven van de Gemeenschappelijke Markt, met alle gevolgen vandien, want in die Markt heerst de Europese Commissie. Alexis Tsipras heeft al getoond wat het betekent zich te onderwerpen aan het gezag van de neoliberale despoten die in de EU de dienst uitmaken. Ofwel maakt Corbyn zijn belofte van een peoples' Brexit waar, door de nieuw verworven politieke ruimte van de Brexit te gebruiken voor socialistische alternatieven. Dit laatste is niet zo makkelijk in een land dat door Thatcher en Blair werd omgebouwd tot een bolwerk van het financieel kapitaal en een economie die draait op lage lonen. In elke geval zou dan de hel losbarsten, want socialistische alternatieven moeten mislukken. Actieve solidariteit van de linkerzijde in Europa wordt dan een voorwaarde om te lukken, zoals eerder in Griekenland. Eerder dan zich te verkneukelen in de Conservatieve rampspoed komt het er daarom nu op aan banden aan te knopen met de Britse linkerzijde. Onze alternatieve media zouden correspondenten kunnen sturen, en op alle niveaus kunnen de banden worden aangehaald. Het klopt dat de Britse linkerzijde zelf een sterke eilandmentaliteit heeft, maar dat hoeft ons niet tegen te houden.

Göteborg: sociale top of sociale flop?

16/11/2017 - 12:57

door Herman Michiel, 16 november 2017   Op vrijdag 17 november is er in het Zweedse Göteborg een Europese 'sociale top'. Staats- en regeringsleiders en 'sociale partners' zullen het er hebben over 'groei en faire jobs'. Het paradepaard wordt echter de Proclamatie van de Europese Pijler van Sociale Rechten, de 'EPSR'.   Commissievoorzitter Juncker hoopt daarmee de geschiedenis in te gaan als de Europese sociale Batman; beloofde hij immers niet bij zijn aantreden in 2014 om aan de Europese Unie een 'sociaal AAA statuut' te geven? Ernstige waarnemers zien in de EPSR niet veel meer dan een public relations oefening, maar zoals sommigen tot op gevorderde leeftijd blijven geloven in Sinterklaas zijn er ook EPSR-believers. Het Europees Vakverbond bijvoorbeeld. Hoed af voor de Zweedse regering die de Europese sociale top voorstelde, schrijft EVV confederaal secretaris Esther Lynch,  verwijzend naar de gewezen vakbondsleider en huidig sociaaldemocratisch Zweeds premier Stefan Löfven. De Pijler van Sociale Rechten bestaat uit "20 sleutelprincipes en rechten, waaronder het recht op een eerlijk loon, een hoge graad van bescherming van gezondheid en veiligheid op het werk en het recht op gepaste sociale bescherming". En een grote innovatie: het voorkomen van precaire arbeidsverhoudingen zoals nul-uurcontracten. "Het is niet het beloofde AAA sociaal Europa, maar een fatsoensdrempel waar niemand in de EU mag onder gaan", aldus de EVV-woordvoerster. Nochtans komen vanuit sociaaldemocratische zijde, anders wel een broeihaard voor Sinterklaas-believers, kritischer geluiden over EPSR dan vanwege het Europees Vakverbond. In een brief aan haar sociaaldemocratische collega's van het Europees Parlement waarschuwt Pervenche Berès (Franse PS) voor het kapen van het Europees sociaal aureool door drie figuren van de concurrerende christendemocratische EVP (commissievoorzitter Juncker, raadvoorzitter Tusk en europarlementsvoorzitter Tajani). Laat ons voor het ogenblik voorbijgaan aan Berès' expliciete verwijzing naar de Europese verkiezingen van 2019, en kijken naar haar argumenten waarom de Europese Pijler van Sociale Rechten een lege doos is:

"Er is een nauwkeurige analyse nodig van wat de EPSR is en wat het niet is, alvorens er voorbarig enthousiasme ontstaat in onze rangen. Het is geen sociaal protocol dat aan de Verdragen toegevoegd wordt, iets wat we al zo lang vragen. Er is vandaag ook geen reden om aan te nemen dat de Pijler later een Protocol zou worden [wat het een juridische basis zou geven, hm]. En dan nog, wat zou de toegevoegde waarde ervan zijn, aangezien de principes die in de Pijler vermeld worden essentieel reeds voorkomen in het Verdrag en het Handvest. EPSR is geen nieuw stelsel van sociale rechten, en levert op wetgevingsvlak geen vooruitgang voor een sociaal Europa. "

Wie reeds langer de Europese scene volgt zal vaststellen dat deze kritiek reeds veel langer geuit werd door tegenstanders van de 'Europese Grondwet' (2005). Ook daarin was er een Handvest van de Grondrechten , dat niets meer was dan een poging tot oogverblinding. In die tijd werd kritiek op oogverblinding nog door sociaaldemocraten afgedaan als extreemlinks negativisme, maar goed, men is nooit te oud om te leren;  ook catastrofale verkiezingsresultaten  kunnen daartoe aanzetten. [caption id="attachment_14697" align="alignleft" width="400"] EVV voorstel voor een sociaal 'actieplan'[/caption] We zouden echter de Europese vakbondsleiders onrecht aandoen als we beweerden dat ze een onvoorwaardelijk geloof hebben in een of andere plechtige proclamatie. Confederaal secretaris Lynch verwijst naar een actieplan dat door de Europese Commissie aan de proclamatie zou moeten gekoppeld worden opdat het geen holle fraseologie zou blijven. Het actieplan houdt investeringen en arbeidsbeschermende wetgeving in, dringt aan op 'eerlijke lonen' en vrije loononderhandelingen. (Misschien is het ironisch bedoeld, maar erop aandringen dat deze eerlijke lonen en vrije loononderhandelingen 'even enthousiast gepromoot worden als de begrotingsregels' lijkt me niet aangewezen in een vakbondsstandpunt.) Ook Luca Visentini, de algemeen secretaris van het EVV, wijst in een bijdrage in Social Europe Journal op de noodzaak de 'pijler te schoren' met investeringen en wetgeving. De grote zwakte van het EVV is echter dat het zelf geen 'actieplan' heeft om de Europese Commissie aan te zetten tot het uitbrengen van een pijleronderstuttend actieplan… Het EVV maakt mooie rapporten, het lobbyt bij bevriende partijen, het deelt EU-vriendelijke pluimpjes uit (Visentini: Citizens need to know that the EU exists to promote social justice and wellbeing), maar met deze aanpak heeft het in zijn meer dan veertigjarig bestaan zo goed als niets bereikt, terwijl de werkende klasse zeer veel incasseerde. Het EVV beschikt zelfs niet over voldoende eigen financiële middelen om niet van de EU-goodwill afhankelijk te zijn. Dit is niet het failliet van een vakbondsstrategie, het is het failliet van het ontbreken daarvan.  

Vakbonden en ‘eerlijke handel’

15/11/2017 - 10:21

door Herman Michiel, 15 november 2017   Het Europees Vakverbond (EVV) en de Europese vakbondskoepel voor de industrie (IndustriAll-European Trade Union) gaven deze week een haast  jubelend communiqué uit, waarin ze hun tevredenheid uitdrukken over een 'antidumpingsvoorstel' van de Europese Commissie. Indien goedgekeurd door het Europees Parlement en de Raad zou het voorstel een drastischer optreden toelaten tegen goedkope Chinese producten die de Europese markt 'overspoelen'. Met name Chinees staal dat door overheidssubsidies aan een onklopbare prijs aangeboden wordt zou geweerd kunnen worden, en zo honderdduizenden Europese banen redden. Het hele dossier draait rond het al dan niet toekennen van de status van 'markteconomie' aan de Aziatische industriële gigant. Totnogtoe werd China in handelsverdragen beschouwd als een NME, een non market economy, wegens de tussenkomst van de overheid in de prijsvorming van de exportproductie. China dringt aan op de toekenning van het statuut van markteconomie, waardoor de Europese Unie en de Verenigde Staten minder beperkingen zouden kunnen opleggen  aan Chinese import. Voor de vakbonden draait het om banen, en dat is natuurlijk een zeer lovenswaardige bekommernis. Maar men kan toch heel wat vraagtekens plaatsen bij de manier waarop EVV en IndustriAll hun zaak bepleiten, en nogal vlug victorie kraaien over een 'historisch akkoord ' waardoor 'het niet respecteren van arbeidsrechten  juridisch kan ingeroepen worden bij handelsdisputen'. Voor IndustriAll staat 'eerlijke handel' (fair trade) centraal; oneerlijk is de subsidiëring van bedrijven of bedrijfstakken door overheden, "want daardoor kunnen ze hun producten op onze markten dumpen". Men merkt hier reeds een zekere identificatie van de werkersbelangen met die van 'onze markten'. Maar de implicatie is ook dat de wereldwijde concurrentiestrijd tussen private bedrijven wél eerlijk is. Het is net door die concurrentiestrijd dat bedrijven delocaliseren, werknemers aan de deur zetten, de productie robotiseren, hun fiscale strategie 'optimaliseren', enzovoort. Het is trouwens de vraag waarom overheidssubsidies aan de industrie oneerlijk zijn, maar overheidsingrijpen in de lonen geen inbreuk op de vrije markt zouden vertegenwoordigen. In dit verband gedragen de Europese vakbondsleiders zich, al dan niet bewust, naïef. In hun verzet tegen de erkenning van China als 'markteconomie' hebben ze het o.a. over 'verstoorde lonen', waarbij expliciet gestipuleerd wordt dat dit het geval is wanneer de lonen niet het resultaat zijn van vrije onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers [note]"The fact that ‘wages are distorted’ (e.g. in case wages are not resulting from free bargaining between employers and employees) will also be considered as a substantial distortion." [/note]. IndustriAll verheugt zich op de stok waarmee China zal geslagen kunnen worden, waar inderdaad vrije loononderhandelingen geen kans maken, maar hierover zal geoordeeld worden door dezelfde Europese Commissie die een fervent verdediger is van het verstoren van de lonen in Europa. In tal van lidstaten, de mijne o.a., heeft een rechtse regering loonblokkeringen ingevoerd. Wie de Europese Commissie al heeft horen protesteren tegen het verstoren van de Belgische (of Duitse, of Griekse, of …) lonen mag de vinger opsteken. Vakbonden die het liberaal discours over 'eerlijke concurrentie' overnemen zetten zichzelf schaakmat in het ideologisch gevecht tegen de dictatuur van de markt. Nochtans zou er op een meer verantwoorde manier kunnen ingegaan worden tegen dumpingpraktijken, zonder daarom  willekeurige protectionistische maatregelen te bepleiten. In het debat over 'eerlijke handel' wordt bijvoorbeeld veel te weinig rekening gehouden met ecologische argumenten [note]De fair trade beweging van o.a. Oxfam-Wereldwinkels is van een ander kaliber. De bedoeling ervan is betere lonen te garanderen aan bv. koffie- of cacaoboeren. Toch kan ook hier de vraag gesteld worden of handel, zij het 'eerlijke' handel, niet al te eenzijdig voorgesteld wordt als perspectief voor economische ontwikkeling. [/note]. Buitenlandse handel impliceert altijd transport, vaak over lange afstanden. Bedrijven houden geen rekening met de externe kost daarvan, niet alleen de tonnen CO2 die ermee gepaard gaan, maar ook de enorme uitstoot van zwaveldioxide bij maritiem transport, de overheidsuitgaven voor havens, dokken, vliegvelden, enzovoort. Een deel van de buitenlandse handel is onvermijdelijk en noodzakelijk, maar het grootste deel ervan is het resultaat van bedrijfseconomische beslissingen, zeg maar: winstoverwegingen. De import van Chinees staal afwijzen omwille van ecologische overwegingen houdt dus een kritiek in op de kapitalistische winstlogica, is systeemkritisch, terwijl de argumentatie van de Europese vakbonden systeembevestigend is en hun in feite de mond snoeren tegenover het liberaal marktdiscours. Over oneerlijkheid spreken omdat er overheidssubsidies in het spel zijn is instemmen met de  ' mededingingsbepalingen' van de EU die opleggen dat overheidsbedrijven, spoorwegmaatschappijen bijvoorbeeld, gerund moeten worden volgens de kapitalistische bedrijfslogica. Vanzelfsprekend moeten dezelfde criteria gelden voor export door 'onze' bedrijven. Maar de Europese Unie heeft haar landbouwoverschotten gedumpt op de Afrikaanse markt en daar ware ravages aangericht; we hebben het dan nog niet over de ravages veroorzaakt door onze  wapenexport… Echt emanciperend vakbondswerk kan daarvoor de ogen niet sluiten.

Nederlands regeerakkoord, migratie en politieke moed

03/11/2017 - 16:26

door Frank Slegers, 3 november 2017   Bij het lezen van het Nederlands regeerakkoord was ik verbaasd hoeveel het gaat over identiteit-vluchtelingen-migratie-terrorisme (voor hen allemaal hetzelfde). De Nederlandse regering gaat meer investeren in veiligheid, onderwijs en zorg. In die volgorde! Idem dito elders in Europa: in Frankrijk, Duitsland, Italië, Oostenrijk, en ik vergeet er vast nog een paar, overal leken deze kwesties de centrale inzet van verkiezingen. Waar het me om gaat is de proportie, de dominantie in het beleid die in geen enkele verhouding lijkt te staan tot de realiteit die je afleest in cijfers en serieus maatschappelijk onderzoek. Ik ben er altijd van uitgegaan dat de heersende klasse weliswaar schoften zijn, maar rationele schoften, met een goede inschatting van het eigen belang. Eerst dacht ik dus dat het regime tegen heug en meug toegaf aan de (electorale) druk van een deel van de bevolking (denk aan Angela Merkel). Maar je kan er niet omheen dat vandaag vanuit het regime zelf deze politieke evolutie meer en meer actief wordt gepromoot (denk aan Sybrand Buma of Mark Rutte). Wat bezielt hen? Hebben ze echt geen belangrijker katten te geselen?   Wat bezielt hen? Het antwoord lijkt te liggen in de ontwikkeling van de globalisering: de productie zelf wordt geglobaliseerd, maar deze wereldwijde verknoping heeft geen duidelijke hiërarchie meer. Er is geen onbetwiste leider meer: de VS, China, Japan, Europa,…, Allen tegen allen met de daarmee gepaard gaande instabiliteit is de orde van de dag. Maar isolationisme is dus geen oplossing. Als het Nederlands regeerakkoord een zin bevat die de nagel met de kop slaat is het wel deze: “We verdienen een groot deel van ons inkomen in het buitenland”. Terugplooien is dus geen optie, integendeel, meer dan ooit moet je je tanden laten zien op het wereldtoneel. De paradox is dan deze: om de bevolking mee te krijgen in deze wereldwijde ratrace helpen een sterk identiteitsdiscours en een stevige portie vreemdelingenhaat. De crisis met minister Jeanine Hennis over de investeringen in defensie kwam ook mooi op tijd. Het probleem van de Europese Unie is overigens juist de afwezigheid van een sterke Europese identiteit. Als er al zoiets bestaat als een Europese identiteit zou het wel eens die van losers kunnen zijn, de vrees het onderspit te delven tegen nieuwe opkomende machten. De onderhuidse sociale crisis die het gevolg is van decennia neoliberaal beleid wordt op het conto geschreven van de oneerlijke concurrentie door werkende mensen van elders. Voor een Rutte of Buma is het dus moeilijk laveren tussen Nederlandse en Europese identiteit.   Vrijhandel en apartheid De migratie die het politieke debat beheerst is nauw verbonden met het hoger beschreven beeld van de globalisering. Kijk maar waar de migranten vandaan komen: uit onder druk van de neoliberale globalisering uiteengevallen staten, failed states in het jargon - het ontwikkelingsmodel rond sterke staten uit de jaren 1950 is door de neoliberale profeten illegaal verklaard, enkel landen zoals China legden dit verbod naast zich neer; of uit landen getroffen door wat verkeerdelijk burgeroorlogen worden genoemd, in feite oorlogen aangejaagd door mondiale en regionale machten die elk hun eigen milities bewapenen, het soort proxy-militaire interventies waar de arabische lente het slachtoffer van werd. Arbeidsmigratie gaat niet meer om contingenten Marokkaanse of Turkse arbeiders die in overleg met hun regeringen naar hier worden gehaald om de steenkoolmijnen draaiend te houden Op de keper beschouwd is ook de arbeidsmarkt vandaag wereldwijd geïntegreerd: Chinese arbeiders blijven in China om de productiekosten van een Ipad in de hand te houden. Met tewerkstellingsvergunningen en Blue Cards wordt een zekere overloop van arbeidskrachten gereguleerd. Maar globaal gezien functioneert de globalisering met een gesegregeerde arbeidsmarkt, wat in andere tijden apartheid werd genoemd. 'Illegale' arbeidsmigratie is dan een soort lek in dit systeem, veroorzaakt door ineengestorte staten en uit de hand gelopen proxy-oorlogen.   Kijken naar het globale plaatje De discussie over wat een arbeidsmigrant is, en wat een échte vluchteling, is geen zinloze haarkloverij. Het beschermen van het statuut van vluchteling is belangrijk, nu de Conventie van Genève over vluchtelingen van alle kanten onder vuur ligt. Het zou een vergissing zijn dit specifieke gevecht niet te voeren onder voorwendsel dat alle mensen die naar hier komen daar een goede reden voor hebben, of dat alle mensen sowieso recht van vrij verkeer moeten hebben net zoals goederen of kapitaal. Maar een links programma moet steunen op het globale plaatje. Dat begint al met de manier waarop je kijkt naar mensen die van elders komen. In België of Nederland werken bijvoorbeeld heel wat Polen. Je kan die mensen bekijken als instrumenten van sociale dumping: ze hebben hier niet zelf voor gekozen, dus we gaan ze niet belagen, maar het zou toch fijn zijn als ze weerkeren naar hun eigen land. Je kan ze daarentegen ook bekijken als een kans: in de strijd voor een ander Europa hebben we een groot land als Polen nodig, en de grote aantallen Polen hier bieden een kans voor grensoverschrijdende solidariteit en organisatie. Het scheelt met andere woorden een slok op een borrel hoe je kijkt naar mensen uit Polen (of uit Senegal, China,… Misschien staan we op een keerpunt, te vergelijken met de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Er heerste toen een sterk nationalistische sfeer, soldaten paradeerden in een feestelijke sfeer op weg naar de grote slachtpartij waar ze nog geen vermoeden van hadden. De sociaaldemocratie bleek niet opgewassen tegen deze nationalistische druk, en stemde de oorlogskredieten. Politiek links stapt vandaag in de regel niet mee in het racistisch discours, maar toch valt op hoe delen niet thuis geven als het gaat over de drama’s in de Middellandse Zee, of meedenken met fantasmen zoals ‘opvang in de regio’. Gebrek aan politieke moed, of erger?   Frank Zappa Tijdens het schrijven van dit artikel luisterde ik op Spotify naar de Halloween sessies van Frank Zappa, onder meer over Bobby Brown en diens American dream. Wat een geweldige muzikant was dat toch. (fs)

Verhofstadt rekent op ‘Tsjechische Trump’ om EU te hervormen

02/11/2017 - 16:38

 

Guy Verhofstadt, de leider van de Europese liberalen, staat bekend als een ‘bevlogen’ federalist. Met donderpreken veegt hij de EU-vijandige krachten de mantel uit, maar ook de EU-leiders zelf moeten het vaak ontgelden wegens te zwak en te passief. Verhofstadt, de blauwe ridder die de liberale waarden van democratie en vrijheid in Europa zal overeind houden. “De geloofwaardigheid van de Europese Unie staat op het spel als Europese leiders een dubbelzinnige houding aannemen tegenover figuren als Erdoğan, Poetin, Trump of autocraten als de Hongaarse premier Orbán“, donderde hij nog onlangs, en wie zou hem daarin ongelijk geven?

Maar hoe zit het met de geloofwaardigheid van meneer Verhofstadt en zijn liberale vrienden? Gisteren (1 nov.) verkondigde hij dat toekomstig Tsjechisch premier Andrej Babiš en zijn ANO-partij, de winnaar van de verkiezingen van 21 oktober, “een bondgenoot zullen zijn om de nodige hervormingen van de EU door te voeren na Brexit“. Wij hier in West-Europa zijn niet overgeïnformeerd over dat verre Tsjechië, het is dan ook nuttig wat elementaire feiten over deze Babiš en zijn ANO-partij op te diepen.

Andrej Babiš was in de jaren tachtig lid van de Tsjechische communistische partij, maar dat zal Verhofstadts liefdesverklaring niet gemotiveerd hebben. Heden ten dage is Babiš echter wel een multimiljardair: zijn fortuin van meer dan 3 miljard $ heeft hij opgebouwd door een zakenimperium in de chemie, de landbouwsector en de media. In 2011 stichtte hij de partij ANO, die het land moest bevrijden van corruptie en inefficiëntie. Maar ondertussen is Babiš (‘Babisconi’ voor sommigen, de ‘Tsjechische Trump’ voor anderen) betrokken in een aantal schandalen, wegens belangenvermenging als minister van financiën en onrechtmatige toeëigening van Europese subsidies.

Dit belette de ex-communist/neo-liberaal niet om eind oktober een grote verkiezingsoverwinning te behalen. Zijn ANO-partij,  ­ lid van de liberale ALDE-fractie in het Europee Parlement, ­ kreeg bijna 30% van de stemmen, terwijl de sociaaldemocraten ineenstortten (van 20,5% naar 7,3%) en de communisten halveerden (naar 7,8%). Babiš werd pas aangesteld om een regering te vormen, en dat was dus aanleiding voor Verhofstadt om een nieuwe bondgenoot te begroeten voor zijn Europese hervormingsplannen. Na de Franse verkiezingen kreeg ALDE al die andere hervormer, Emmanuel Macron met zijn En Marche, achter zich. Alhoewel Babiš geen vertrouwen heeft in de euro, terwijl Macron in de eurozone het hart van Europa ziet, zullen ze het waarschijnlijk gemakkelijker eens zijn over een verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt en de privatisering van wat nog openbaar bezit is.

Babiš is ook een bondgenoot van alle Europese regeringen die het Fort Europa willen afsluiten tegen de oprukkende horden migranten. Hij is niet alleen radicaal tegen elk idee van herverdelingsquota voor asielzoekers, maar in dat verband zei hij ook dat “de NATO moet omgevormd worden van een defensieve in een offensieve alliantie“…

Het ziet er niet goed uit met de geloofwaardigheid van de Europese Unie als het met dergelijke bondgenoten is dat ze zal hervormd worden. (hm)

Oei, Nederland bijna vol!

01/11/2017 - 22:20

Een kort bericht van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bracht rechts-populistisch Nederland in beroering: de Nederlandse bevolking is in 2017 alweer met 80.000 zielen gegroeid, waarvan 66.000 ten gevolge van migratie. En er is al zo weinig plek!

Voor de krant De Telegraaf was het voorpaginanieuws, en het weekblad Elsevier wijdde er een uitgebreide analyse aan. Volgens Elsevier raakt Nederland echt vol, en dit geeft serieuze problemen. Zo is er het fileleed, dat dus niet het gevolg is van te veel auto’s, maar van het grote aantal Syrische vluchtelingen. Ook swingen de huizenprijzen de pan uit, door al die migranten die onderdak zoeken. Ook het leefmilieu wordt voor de goede zaak van stal gehaald.

Dr. Jan van de Beek, een ‘serieuze’ stem uit de rechts-populistische hoek, twittert naar aanleiding van de vermelding in het CBS-bericht dat sinds 2014 71.000 Syrische vluchtelingen naar Nederland kwamen: dat is zoveel als een stad als Gouda. Klopt, maar het CBS-persbericht zelf citeert de spreiding van deze vluchtelingen: 2.536 in Amsterdam, 2.463 in Rotterdam, 1.533 in Den Haag,… Best leefbaar dus. Als Nederland al vol raakt zal het toch meer aan het toerisme liggen dan aan de migratie. (fs)

Criminaliseren hulpverleners vluchtelingen

31/10/2017 - 14:15

Het is vandaag precies drie jaar geleden dat Italië onder druk van de Europese Unie een einde maakte aan Mare Nostrum, de operatie in de Middellandse Zee gericht op het redden van vluchtelingen. In 2014 werden dank zij deze operatie nog 130.000 mensen op zee gered.
In een opiniestuk beschrijven Frank Barat en Ben Hayes hoe in reactie hierop ngo’s en anderen de taak van de overheid dan maar overnamen, wat hen niet in dank werd afgenomen. In dit interessante stuk wordt gedetailleerd beschreven hoe in drie jaar tijd het Europese verhaal veranderde. Drie jaar geleden konden vrijwillers en hulpverleners nog rekenen op warme woorden van waardering van Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker. Vandaag worden diezelfde mensen weggezet als criminelen en vervolgd.
Opvallend daarbij is dat deze vervolging deels gebeurt op basis van een Europese richtlijn tegen mensensmokkel die uitdrukkelijk bepaalt dat zij niet van toepassing is op hulpverleners met menslievende motieven. Maar we weten al langer dat regels erg plooibaar zijn in de handen van de neoliberale despoten die in de EU de dienst uitmaken.
TNI waarmee Ben Hayer verbonden is komt binnenkort met een uitgebreidere publicatie over de criminalisering van hulpverleners. (fs)

George Monbiot en Brexit

31/10/2017 - 13:48

Ik ben geen fan van George Monbiot, de columnist van de Britse krant The Guardian, die onlangs een nieuw boek publiceerde, Out of the wreckage, over hoe we af kunnen komen van het neoliberalisme. Maar wat hij zegt over Brexit in een interview in het oktobernummer van Down to Earth, het fijne maandblad van Milieudefensie, is het citeren waard. Hij is weliswaar geen voorstander van de Brexit, maar zegt over de voorstemmers in het referendum het volgende:

Dit referendum was de eerste mogelijkheid die mensen hier hadden om iets te doen dat voelde als een echte politieke keus. Natuurlijk is dit een irrationele koers als je ziet wat er op het spel staat, maar wat betreft het uitoefenen van je macht als burger, was het een heel rationele keuze. Jarenlang hebben we een politiek gehad met een diep geloof in de liberale agenda, die helemaal gaat over het verminderen van politieke keus en in plaats daarvan alles aan de economie wil overlaten. (…) Toen kregen we plots de mogelijkheid onze stem te laten horen. Maar als je die macht wilde behouden, was ‘leave’ stemmen de enige optie. ‘Remain’ stemmen was een stem voor de status quo (…). Ik heb gestemd voor blijven, maar ik begrijp ‘leave’-stemmers heel goed.”

Waaraan ik zou willen toevoegen dat de feiten sindsdien de ‘leave’-stemmers geen ongelijk hebben gegeven. Zelden heeft zich dergelijke kans voorgedaan voor de mensen in Groot-Brittannië hun lot in eigen handen te nemen. (fs)

RESET Europa: een boeiend debat tussen Peter Mertens en Paul De Grauwe

26/10/2017 - 18:06

door Herman Michiel, 26 oktober 2017   Op 17 oktober had in Overijse een goed bijgewoond debat plaats over de Europese Unie. In de clinch traden twee wel heel verschillende figuren: Peter Mertens, voorzitter van de Belgische radicaal linkse PVDA, en professor economie Paul De Grauwe, ooit nog senator voor de liberale VLD, nu verbonden aan de London School of Economics. Vooral in Nederland zal de verbazing misschien nog groter zijn als we erbij vermelden dat dit een initiatief was van de christelijke bediendenvakbond LBC-NVK.  Om het nog wat gekker te maken: het leek er aanvankelijk naar dat de twee debaters het zowat over alles eens waren in hun scherpe kritiek op de Europese Unie! Prof. De Grauwe begon zich af te vragen wat zijn liberale vrienden zouden denken van zijn instemming met heel veel van wat zijn communistische opponen' zei ... Dat het tot dergelijk open gesprek kwam met verwonderlijk veel onderlinge instemming heeft een aantal redenen. De twee sprekers hebben een evolutie achter de rug die verklaart dat dit debat (en een gelijkaardig, 5 jaar geleden) geen steriele confrontatie was tussen twee dogmatici. De Grauwe heeft herhaaldelijk toegegeven dat zijn  onvoorwaardelijk liberaal vertrouwen in 'de markt' als sociale regulator fout was. Hij blijft weliswaar geloven dat het kapitalistisch systeem voor een veralgemeende welvaart kan zorgen, maar ook de overheden moeten daarbij een belangrijke rol spelen. Openbare diensten, rechtvaardige fiscaliteit, arbeidswetgeving, keynesiaans anticyclisch beleid, behoorlijke lonen ..., dit zijn voor De Grauwe vanzelfsprekendheden. Het Europees beleid, zeker het soberheidsbeleid sinds het uitbreken van de financiële crisis, wijst hij bijgevolg categoriek af. Wat de foute euro-architectuur betreft heeft hij  al eind jaren '90 onheilsscenarios geschetst die 10 jaar later maar al te realistisch bleken. In zijn economische opvattingen is De Grauwe geëvolueerd naar wat vroeger sociaaldemocratisch reformisme heette, terwijl de huidige sociaaldemocraten evolueerden naar het neoliberalisme; vandaar de merkwaardige positie van deze 'liberale' professor. Peter Mertens kende samen met de Partij van de Arbeid (PVDA, PTB in franstalig België), waarvan hij voorzitter is, ook een belangrijke evolutie. Van een vrij sectarische mao-stalinistisch geïnspireerde organisatie evolueerde de PVDA in de 21e eeuw tot een kleine maar energieke linkse partij; in het Belgisch politiek landschap is ze de enige die een socialistisch programma verdedigt. De zenuwachtige banvloeken van centrum-rechts en centrum-links tegen deze luis in de pels zeggen veel over het groeiend succes van de PVDA.  Dat Mertens boeken (Hoe durven ze? 2012, Graailand, 2016) ook in Vlaanderen op veel belangstelling mogen rekenen in kringen van de christelijke vakbond, traditioneel het wingewest van christendemocratische stemmenschooiers, moet inderdaad nogal verontrustend zijn. En zo baart het geen buitengewoon opzien meer als een afdeling van de christelijke vakbond Peter Mertens uitnodigt om het over Europa te hebben. Ook deze evolutie binnen de christelijke vakbond, zij ze nog schoorvoetend en zeker niet in de hele beweging merkbaar, is er een die een evenement als dit debat mogelijk maakte. In haar korte inleiding nam Lut Cromphout, sinds mei 2017 voorzitter van de christelijke bediendenvakbond LBC-NVK, geen expliciet standpunt in t.o.v. de Europese Unie, maar haar twijfels over de sociale intenties ervan en over de houding die een vakbond er moet bij innemen getuigen van de groeiende bekommernis hierover in de vakbondswereld. Het eerste deel van het debat, een goed uur, kunt u in de opname hieronder beluisteren (om technische redenen verpakt in een youtube-filmpje met statisch beeld).  De moderator, VTM-journalist Jelle Frencken, legde beide sprekers een aantal actuele kwesties voor: Catalonië, rechts succes bij de verkiezingen in Oostenrijk, wat aanleiding gaf tot beschouwingen over het optreden van de EU in Griekenland, de band tussen het Europees soberheidsbeleid en het succes van nationalistische partijen, de politiek van de Europese Centrale Bank. Verder de 'modernizering van de arbeidsmarkt' (waarbij Mertens het o.a. heeft over Post.nl) en de vraag hoe een 'ander' Europa er dan eigenlijk zou moeten uitzien.     Daarna volgden een aantal tussenkomsten en vragen vanuit de zaal. Pas hier kwamen enkele grondige meningsverschillen tussen de twee sprekers aan de oppervlakte:
  • Vluchtelingen. Ook in zijn tussenkomst in het eerste deel van het debat had Paul De Grauwe nogal tegenstrijdige ideeën geuit. Als liberaal is hij voorstander van 'open grenzen', maar wegens het verzet van grote delen van de bevolking is dit, op gevaar af van nog meer nationalistische reflexen, niet mogelijk. De meestal genuanceerde De Grauwe bleek hier een spreekbuis te zijn van de demagogen  die ons continent zien overspoeld worden door "honderden miljoenen mensen" (sic). Er moeten bijgevolg limieten gesteld aan de immigratie; meer ontwikkelingshulp moet de druk doen afnemen. [su_spacer size="10"] Mertens daarentegen zag in het vluchtelingenprobleem een "spiegel van onze imperialistische wereld". De vluchtelingenstromen uit Irak, Syrië, Libië zijn wel het gevolg van de bombardementen uitgevoerd door het Westen (De Grauwe geeft toe dat dit in het geval van Irak inderdaad een Westerse dwaasheid was). Het klimaatprobleem is in belangrijke mate het gevolg van de industrialisering in het Westen.  Wij hebben dus een grote verantwoordelijkheid voor de gevolgen hiervan. Het is ook niet zo dat mensen er zo maar van dromen om naar Europa te komen, en niet liefst zouden leven waar ze geboren zijn en hun familie hebben. De meeste vluchtelingen bevinden zich trouwens buiten Europa, in landen als Libanon, Jordanië, Turkije.Prof. [su_spacer size="10"] De Grauwe vond dat Mertens het met zijn imperialistisch argument "veel te ver drijft". We hebben zeker een bepaalde verantwoordelijkheid, maar we zijn  - een halve eeuw na de dekolonisatie - niet verantwoordelijk voor de dictators in Afrika die hun land op ergerlijke wijze uitbuiten. De multinationals de schuld geven klopt volgens de professor niet, "want zie, na de oorlog streken in Vlaanderen toch ook heel wat Amerikaanse bedrijven neer, die voor een grote economische welvaart gezorgd hebben, zonder de corruptie die we in Afrika meemaken". Zeer terecht wees Peter Mertens op het grondige verschil tussen de Belgische situatie, met meer dan honderd jaar industrialisering en een strijdvaardige arbeidersbeweging, en de weerloosheid van landen in de Derde Wereld wanneer daar de Westerse kapitalistische gieren neerstrijken. Professor De Grauwe was tevreden dat hij nu aan zijn liberale vrienden toch een meningsverschil kon melden met Peter Mertens. [su_spacer]
  • Globalisering.  Daarmee was ook het onderwerp neoliberale globalisering aangesneden. De Grauwe ziet in de liberalisering van de wereldhandel vooral positieve effecten, met China als een overduidelijk voorbeeld. "Als China in 1980 het economisch ontwikkelingspeil van Afrika had en nu staat waar het staat, is dit aan de globalisering te danken en aan niets anders".  Mertens counterde dit met de nefaste liberaliserings- en privatiseringspolitiek in Latijns-Amerika, en de vaststelling dat in China niet de grootbedrijven beslissen over de economische politiek, maar de overheid. Bijna grappig was dat het de nazaat was van een maoïstische organisatie die er de liberaal De Grauwe op wees dat er in China nu ook steeds meer tegenstellingen ontstaan tussen industriële groeipolen en achtergebleven landelijke regio's. Het globaliseringsdebat kon natuurlijk in het korte tijdsbestek niet grondiger uitgewerkt worden.[su_spacer]
  • Strategie.  De belangrijke vraag: wat te doen ? werd door een vrouw uit het publiek als volgt geformuleerd. Over heel veel kwesties zijn de twee sprekers het eens, hun kritiek op het Europees beleid loopt vaak gelijk. Maar wat over de weg naar een ander Europa? Hoe kunnen we er geraken, wat kunnen/moeten we doen? Professor De Grauwe spreekt over "mensen overtuigen", maar wij als vakbondsmilitanten denken ook aan machtsverhoudingen.[su_spacer size="10"] In zijn tussenkomsten had Mertens daarover al gezegd dat hij geen enkele hoop stelt in de Europese instellingen. Hij voegde er nu aan toe dat het misschien wel mooi zou zijn als over de toekomst kon beslist worden via een rationeel proces, maar dat het - of men het graag heeft of niet - niet zo maar gaat over goede ideeën, maar over tegengestelde belangen in de maatschappij. Bijgevolg moeten er krachtsverhoudingen uitgebouwd worden. Vakbonden spelen hierbij een eersterangsrol, ook al zullen ze zich deels opnieuw moeten uitvinden. Een geslaagd initiatief in die zin had Mertens gezien in Nederland. De vakbondskoepel FNV  heeft er een jaar lang actie gevoerd naar de  buitenlandse, vooral Oosteuropese truckchauffeurs, rond de kwestie van gelijk loon voor gelijk werk en tegen elke xenofobe interpretatie van de uitbuiting. Meer in het algemeen zal de verandering van onderuit moeten komen, "van de mensen zelf"; politici kunnen daar in het beste geval een ondersteunende rol in spelen.[su_spacer size="10"] Over deze politiek-strategische kwestie had econoom De Grauwe weinig te zeggen. Hij erkent dat verandering vanuit de Europese instellingen moeilijk zal zijn, "want die zijn al te rigide". Maar politici zouden toch moeten voor de weg vooruit kiezen. Hij hoopt ook door zijn boeken en tussenkomsten een aantal mensen aan het denken te zetten. [su_spacer]
Dit initiatief van LBC-NVK verdient een pluim. Hier heeft men begrepen dat de militanten en leden meer gediend zijn met een tegensprekelijk debat dan met een door de EU gesponsord bezoek aan het Parlement in Straatsburg, onder begeleiding van een europarlementariër van de 'bevriende' partij. Misschien moesten de collega's van de socialistische vakbond hier ook eens over denken?      

Video: EU, vluchtelingen en de wapenlobby

25/10/2017 - 12:24

Het ontsnapte indertijd aan onze aandacht, maar misschien ook aan de uwe: een interessante documentaire (april 2017) over de rol van de wapenlobby in het Europees vluchtelingenbeleid. “The EU Commission, the defense lobbies and the refugee crisis”  is het verslag (50 minuten) van het werk van onderzoeksjournalisten van Investigate Europe, gefilmd door Vice Greece.

De film (met eerst enkele seconden reclame) is in het Grieks. De Engelse ondertiteling schakelt u in door onderaan het beeld op het icoontje CC te klikken, volledig scherm  via Full screen symbool  (pijltjes) rechtsonder.

Hoe de wapenindustrie het Europees defensiebeleid kaapt

17/10/2017 - 14:42

door Bram Vranken, Vredesactie 17 oktober 2017   Vredesactie brengt vandaag een rapport uit dat "de symbiotische relatie documenteert tussen de wapenindustrie en de Europese instellingen, en het effect dat deze relatie heeft gehad op de creatie van een Europees militair onderzoeksprogramma en het Europees Defensie Fonds". Hier volgt een korte voorstelling van het rapport door auteur Bram Vrancken, overgenomen van de website van Vredesactie. Het rapport zelf (32 blz, pdf 2,3 MB) kunt u hier downloaden.   40 miljard euro. Dat is het bedrag dat de Europese Unie de volgende tien jaar wil spenderen aan onderzoek, ontwikkeling en aankoop van nieuwe wapens. Het is een nooit eerder geziene versnelling van de militarisering van de Europese Unie met één doel: de defensie-industrie rendabel houden. De vraag welke wapens ontwikkeld moeten worden en of ze nodig zijn, wordt niet gesteld. De besluitvorming hierover werd gedomineerd door private belangen. De 'civil society' noch het Europees Parlement hadden enige substantiële inspraak. Op basis van interne documenten toont Vredesactie met dit rapport hoe de wapenindustrie toegang had tot elk niveau van het proces: van het bepalen van de agenda tot het uitschrijven van de modaliteiten van de subsidiepotten. Het documenteert de symbiotische relatie tussen de wapenindustrie en de Europese instellingen en het effect dat deze relatie heeft gehad op de creatie van een Europees militair onderzoeksprogramma en het Europees Defensie Fonds.   [caption id="attachment_14612" align="alignleft" width="310"] Klik op de afbeelding om de brochure te downloaden[/caption] Enkele opmerkelijke feiten uit het rapport:
  • Het lobbybudget van de grootste tien Europese wapenbedrijven is op vijf jaar tijd verdubbeld van 2,8 miljoen euro naar 5,6 miljoen euro per jaar.
  • Vredesactie stelde op basis van de Europese wet op openbaarheid van bestuur, vragen naar ontmoetingen tussen de Europese Commissie en de wapenindustrie. Hieruit blijkt dat de Commissie de afgelopen drie jaar minstens 36 maal aan tafel zat met de wapenindustrie om te praten over de Preparatory Action on Defence Research. De correspondentie tussen de industrie en het Europees Defensie-Agentschap is zo volumineus dat een doorlichting van die correspondentie gezien werd als 'een te zware administratieve last' voor de beleidsmedewerkers om ze aan Vredesactie te bezorgen.
  • De 'Group of Personalities on Defence Research', het adviserend orgaan dat de belangrijkste teksten uitschreef, bestond uit zestien leden waarvan tien leden rechtstreeks gelinkt waren aan de wapenindustrie: zeven vertegenwoordigers van defensie-bedrijven, twee vertegenwoordigers van private onderzoeksinstellingen die zouden kunnen profiteren van een Europees militair onderzoeksprogramma en één parlementslid, Michael Gahler, lid van een lobby-organisatie die parlementsleden samenbrengt met de defensie-industrie. Onafhankelijke stemmen waren niet vertegenwoordigd.
  • Door te werken met een 'Group of Personalities' heeft de EU elke vorm van transparantie ontweken. Een Group of Personalities staat immers niet geregistreerd als een expertengroep die verplicht is om vergaderdata, agenda's en verslagen openbaar beschikbaar te maken.
  • Een analyse van de beleidsvoorstellen van het Defensie Actieplan toont dat deze bijna letterlijk gebaseerd zijn op adviezen van de wapenindustrie.
  • Ondanks het feit dat onderzoek in het kader van de Preparatory Action voor honderd procent gefinancierd zal worden door de EU, zullen alle onderzoeksresultaten eigendom worden van de betrokken wapenbedrijven (met enkel toegangsrechten voor de lidstaten indien zij een ontwikkelde technologie verder willen ontwikkelen). De meeste andere Europese projecten onder bijvoorbeeld het onderzoeksprogramma Horizon 2020 zijn tachtig procent gefinancierd door de EU en twintig procent gefinancierd door de deelnemers.
De buitensporige invloed van de wapenindustrie op het Europese besluitvormingsproces roept niet alleen vragen op over de legitimiteit van deze besluitvormingsstructuren. Het houdt ook het gevaar in dat het Europees buitenlands beleid militariseert. De militaire technologieën die nu worden ontwikkeld, bepalen mee de oorlogsvoering van de toekomst. De Europese Unie is reeds gestart met de ontwikkeling van autonome wapens. Een wezenlijk publiek debat over de wenselijkheid van deze technologieën blijft uit, ondanks waarschuwingen van wetenschappers en van het Europees Parlement. Hoe deze technologieën veiligheidsuitdagingen tegemoet komen, is eveneens onduidelijk. Wapenprogramma's op grote schaal ontwikkelen en wapensystemen aankopen zijn noodzakelijk om de defensie-industrie rendabel te houden, is het nieuwe adagio van de EU. Hiermee ondersteunt ze enkel de bedrijfsbelangen van een militair industrieel complex. De vragen welke wapens dan ontwikkeld moeten worden en of ze nodig zijn, worden blijkbaar niet meer gesteld. Het Europees Defensiefonds bestaat uit twee delen:

1. Een militair onderzoeksprogramma van 500 miljoen euro per jaar. De Commissie wil hiermee de ontwikkeling van controversiële technologieën zoals drones en killer robots ondersteunen.

2. Een 'capaciteitsfonds' van 5 miljard euro per jaar om de gezamenlijke ontwikkeling en de aanschaf van wapensystemen door de lidstaten te garanderen. De financiering wordt voor 80 procent door de lidstaten gedragen. Europa staat in voor de overige 20 procent als de lidstaten zich verbinden tot het kopen van het eindproduct. Bovendien moeten de lidstaten de aankoop van wapens via het Europees defensiebudget niet meerekenen in hun begrotingstekort. Met andere woorden, lidstaten moeten besparen op sociale voorzieningen, onderwijs, justitie en gezondheidszorg om de EU begrotingsnormen te halen. Maar miljarden uitgeven aan nieuwe wapensystemen wordt beloond.

perscontact: Bram Vranken: +32 (0) 497 13 14 64 – bram@vredesactie.be

Een linkse visie op de onafhankelijkheid van Catalonië

12/10/2017 - 10:30

door Henri Goldman (*) Artikel oorspronkelijk verschenen op 9 oktober op de site van het tijdschrift Politique Vertaling uit het Frans door Ander Europa Met dank voor de toelating tot overname   Naast het Vlaams Belang en de N-VA steunt ook een deel van radicaal links enthousiast de Catalaanse onafhankelijkheid. Een ander deel van links verwerpt het 'independentisme van de rijken'. De vergelijkingen (met Schotland, Vlaanderen, Québec…) gaan alle richtingen uit. Help !   Vertrekkend vanuit deze vaststellingen springt één ding in het oog: de Catalaanse kwestie is geen wit-zwart aangelegenheid, met goede Catalanen en slechte Spanjolen, of omgekeerd. Aan beide zijden lopen de ideologische en sociaal-economische argumenten fel uiteen, aan beide zijden vindt men wat van 'links' en wat van 'rechts'. Om te begrijpen hoe het zover is kunnen komen is het zeker nodig in detail de gebeurtenissen op een rijtje te zetten die tot de huidige crisis hebben geleid. Men kan zeker ook de ogen niet sluiten voor het ongelofelijke irrationele geweld dat door de regering Rajoy werd ontketend om het referendum te verhinderen waartoe besloten was door de Catalaanse regering. Men had kunnen denken dat Spanje volledig de weg van de liberale democratie had gekozen, maar de recente gebeurtenissen geven wel de indruk dat het Spaans politieke bestel nog volop doordrongen is van het franquistisch autoritarisme [note] Op de site van Politique zal weldra een artikel verschijnen van Grégory Mauzé, die tot andere conclusies komt. [/note]. Maar naast een gedetailleerde analyse moeten we ook aandacht schenken aan een aantal algemene principes die ten grondslag liggen aan het 'zelfbeschikkingsrecht der volkeren', een recht dat ook door de meest radicale tak van de socialistische arbeidersbeweging erkend werd van bij haar ontstaan in de 19e eeuw [note] Dit was veel minder duidelijk voor de gematigde stromingen in de sociaaldemocratie, die in grote mate achter het toenmalig koloniaal beleid stonden. [/note]. Over dit recht waren er talrijke theoretische debatten en praktische ervaringen; ze kunnen ons helpen om de huidige Catalaanse crisis correcter te evalueren.   Definities Vooreerst: wat is een volk (of een natie, het onderscheid tussen de twee termen is zeer vaag en verschilt van taal tot taal)? In De nationale kwestie en de sociaal-democratie (1913) schetste Stalin, die toen nog geen stalinist was, een normatieve definitie: "De natie is een historisch gevormde stabiele menselijke gemeenschap, ontstaan op basis van een gemeenschap van taal, grondgebied, economisch leven en geestelijke gesteldheid die tot uiting komt in een cultuurgemeenschap." Een te strakke definitie met merkwaardige kantjes (wat is 'geestelijke gesteldheid'?) maar die toch globaal slaat op de hedendaagse realiteit. Maar ook al erkent men het zelfbeschikkingsrecht der volkeren, het recht op afscheiding incluis, dit betekent niet dat links uit principe moet gunstig staan tegenover elk separatisme en de opdeling zonder einde van de Staten volgens nationale breuklijnen. We moeten de analyse een stukje verder doorvoeren. In alle historische debatten over deze kwestie waren de volkeren aan wie links dit recht wilde toekennen steeds nationaal onderdrukt. Het ging dan natuurlijk over de gekoloniseerde volkeren, maar ook over degene die, zonder er zich ooit voor uitgesproken te hebben, opgenomen waren in grotere staatsverbanden waar hun eigen cultuur met voeten getreden werd, en waar hun grondgebied bestuurd werd door bewindslui van de overheersende natie [note] Het klassieke voorbeeld is tsaristisch Rusland, de "kerker der volkeren". [/note]. In dergelijke omstandigheden is afscheiding een noodzakelijke, maar niet voldoende, etappe op weg naar emancipatie.   Onderdrukte volkeren? Maar in de ontwikkelde Westerse landen waar in de voorbije periode-opstoten van onafhankelijkheidsstreven voorkwamen gaat het niet meer hierover. Bijna alle multi-natiestaten hebben dergelijke crisissen gekend. Ze waren nochtans alle voorzien van federale structuren die aan de verschillende nationaliteiten een verregaande autonomie toekenden. Er was volledig respect voor hun taal en cultuur, het politiek systeem was deels autonoom, er was in grote mate zelfbeheer van het grondgebied, soms zelfs met diplomatieke bevoegdheden, ook al ging dat altijd gepaard met spanningen met de centrale overheid. Québec, Vlaanderen, Kroatië, Schotland… en Catalonië: kan men hier nog spreken van onderdrukte volkeren? Dat lijkt me onverdedigbaar. Wat in grote mate het huidig onafhankelijkheidsstreven motiveert is een combinatie van twee andere criteria. Enerzijds een 'nationalisme van de rijken' wanneer het gaat om voorspoedige regio's die zich willen onttrekken aan de solidariteit met arme regio's van hun Staat. Dat was duidelijk het geval in Kroatië, in Noord-Italië en dat blijft het geval in Vlaanderen, met de nuance dat de Vlamingen, die een meerderheid uitmaken in de Belgische Staat en de overheersende neoliberale rechtse krachten leveren, hun doel ook kunnen bereiken via de federale structuren die ze op democratische wijze kunnen controleren. Anderzijds hebben Quebec ­ waar tijdens de 'stille revolutie' een welvaartstaat naar Europees model werd uitgebouwd ­ en Schotland duurzame solidariteitstructuren van het sociaal-democratisch type ontwikkeld die haaks staan op het neoliberalisme dat in grote mate overweegt in Canada en het Verenigd Koninkrijk. In deze twee regio's is het het verlangen naar een andere maatschappij, die onmogelijk bereikt zou kunnen worden binnen het overkoepelende staatsbestel, dat voeding gaf aan de onafhankelijkheidsdrang [note] Ook het Waals streven in de jaren '60 naar federalisme en 'structuurhervormingen' kan hiertoe gerekend worden; dit kon onmogelijk veroverd worden in het toen nog unitaire België.[/note]. Men kan dan ook begrijpen dat linkse krachten dit streven deelden.   En Catalonië? In Catalonië is er waarschijnlijk een combinatie van de twee criteria. Enerzijds heeft Catalonië om historische redenen een diepgaand democratische cultuur, republikeins en altijd afkerig van het franquisme. Het was de plaats van een van de meest begeesterende revolutionaire ervaringen van de 20e eeuw die sporen naliet in het collectieve geheugen. Maar terzelfdertijd gaf dit aanleiding tot een veel minder archaïsche burgerij dan in de rest van Spanje, veel beter geïntegreerd in de Europese en wereldmarkt en erop gericht haar concurrentieel voordeel uit te spelen zonder de beperkingen van het Madrileens politiek systeem en de compromissen binnen de Spaanse Staat. Het samengaan van de twee criteria verklaart het verregaand hybride karakter van het Catalaans politiek landschap. Naargelang men de voorkeur geeft aan het eerste of tweede criterium zal men ter linkerzijde eerder gunstig of afkerig staan tegenover de Catalaanse onafhankelijkheid. Maar we moeten nog met twee andere, actuele elementen rekening houden. Ten eerste: het 'Catalaanse volk' is niet meer wat het geweest is. De samenleving in de betrokken regio's is 'etnisch' steeds minder homogeen ten gevolge van binnenlandse en internationale migraties en de huwelijken die eruit voortvloeien. Het nationalistisch elan  ­ vlaggen, geschiedenis, tradities ­ spreekt niet alle inwoners van het huidige Catalonië meer op dezelfde manier aan. Uit deze heterogeniteit vloeit voort dat, om een eventuele onafhankelijkheid af te kondigen, méér nodig is dan een nipte meerderheid van 50,1% of 55%, die al bij de eerste moeilijkheden kan omslaan. Ten tweede: onafhankelijkheid impliceert in het kader van de mondialisering ­ neoliberaal of 'alter' ­ niet meer dezelfde gevolgen op het vlak van de soevereiniteit. Men zal niet teruggekomen op het vrije verkeer van goederen, kapitalen en mensen, toch niet binnen de Europese ruimte. Maar anderzijds kan men wel in een hogere versnelling gaan voor wat betreft de onderlinge concurrentie tussen sociale systemen, en bijgevolg tussen werknemers. Ik vrees dat Catalaanse onafhankelijkheid daarop zou uitdraaien, want alleszins in een eerste periode zou liberaal rechts er zoals vandaag aan het roer blijven. Er is geen enkele reden waarom die zich anders zou gedragen dan liberaal rechts elders. Deze overwegingen doen zeker geen afbreuk aan het recht op zelfbeschikking, een recht waarop de Catalanen beroep kunnen doen net zoals elk ander volk. Ethisch was de raadpleging gerechtvaardigd, wat men ook moge beweren over de grondwettelijkheid en de legale implicaties. Wat mij betreft leun ik aan bij het standpunt van Ada Colau, de burgemeester van Barcelona die aan het hoofd staat van een alternatieve linkse coalitie. Ze steunde het recht van de Catalanen om zich uit te spreken in een referendum, maar stemde 'nee'.   (*) Henri Goldman is de hoofdredacteur van het tijdschrift Politique, "revue belge d'analyse et de débat". Politique verschijnt vier maal per jaar en brengt sinds 1997 grondige, kritische, linkse politieke analyses en opinies.

De EU en de hete glyfosaat-aardappel.

10/10/2017 - 18:12

Op 15 december 2017 vervalt de huidige Europese toelating voor het gebruik van glyfosaat, de chemische stof die door Monsanto in zijn onkruidverdelger RoundUp gebruikt wordt. Hernieuwing van de toelating is de voorbije jaren steeds feller bediscussieerd geworden, aangezien wetenschappelijk onderzoek wijst op het mogelijks kankerverwekkend en  hormoonverstorend karakter van glyfosaat. De Monsanto-lobby doet er natuurlijk alles aan om dit als larie van de hand te doen en haar kip met de gouden eieren het eeuwig leven te geven. Ook gesjoemel met ‘wetenschappelijke’ studies behoort tot het arsenaal, wat bekend werd als de ‘Monsanto papers‘. Maar steeds meer burgers en milieuorganisaties mengen zich in deze discussie; zo kreeg een  Europese petitie (‘burgerinitiatief’) om glyfosaat te verbieden meer dan de vereiste miljoen handtekeningen, zodat de Europese Commissie verplicht wordt om uiterlijk op 8 januari 2018 een standpunt in te nemen over deze eis.

De houding van de Commissie is echter wel al duidelijk in het standpunt dat ze momenteel door de ministerraad en het Europees Parlement wil laten goedkeuren: een verlenging van de toelating met … 10 jaar. Regeringen zitten met de zaak verveeld. Er is enerzijds een publieke opinie die steeds meer de indruk krijgt dat de winsten van grote bedrijven het halen op de gezondheid, anderzijds zien de landbouwlobbys geen teelt meer mogelijk als die niet met RoundUp kan bespoten worden; aan de ontwikkeling van alternatieven had de industrie natuurlijk geen boodschap zolang de kip haar gouden eieren legde. Dat leidt tot merkwaardige situaties. In België is het gebruik van glyfosaathoudende producten sinds juli voor particulieren verboden, maar de verkoop ervan niet. In de hobbyzaken kun je dan ook volle rekken met RoundUp vinden.

Morgen 11 oktober wordt in de commissies milieu en landbouw (ENVI-AGRI) van het Europees Parlement een discussie gehouden over de voornoemde Monsanto papers. Explosief materiaal, in feite, want er blijkt maar al te duidelijk uit dat het bedrijf zelf sinds lang weet heeft van het kankerverwekkend risico van zijn product. Het wordt interessant om op te volgen hoe EU-instellingen en lidstaten met deze hete aardappel zullen omspringen. (hm)

 

 

Amnesty: Stop met het terugsturen van asielzoekers naar Afghanistan

05/10/2017 - 12:01

Amnesty International Nederland 5 oktober 2017  

Terwijl het aantal burgerdoden in Afghanistan naar recordhoogte stijgt, dwingen Europese landen steeds meer uitgeprocedeerde Afghaanse asielzoekers terug te keren naar hun land. Daar lopen ze een reëel risico gemarteld, ontvoerd of gedood te worden. Dit blijkt uit het rapport Forced Back to Danger: Asylum-Seekers Returned from Europe to Afghanistan, dat Amnesty International vandaag publiceert. Amnesty roept Nederland en andere Europese landen op te stoppen met het uitzetten van Afghanen naar hun thuisland.

Onder de naam ‘Joint Way Forward’ sloot de Europese Unie in oktober 2016 afspraken met de Afghaanse overheid om uitgeprocedeerde asielzoekers terug te nemen. De Nederlandse overheid brengt de deal in de praktijk en zet mensen, onder wie ook kwetsbare mensen zoals gezinnen met kinderen, gedwongen uit naar Afghanistan. Daar lopen ze een groot risico om slachtoffer te worden van mensenrechtenschendingen zoals bomaanslagen, marteling of ontvoering.   Toename onveiligheid én uitzettingen Het aantal uitzettingen vanuit Europa naar Afghanistan neemt toe. Europa claimt dat Afghanistan veilig genoeg is om mensen naar terug te sturen. De cijfers spreken dit tegen: met 11.418 burgers die gedood of verwond werden is 2016 een van de gevaarlijkste jaren voor burgers in het land. 2017 is hard op weg dit aantal nog te overtreffen: alleen al in de periode tussen 1 januari en 30 juni 2017 werden er 5.243 burgers gedood of verwond. Ondanks deze aantallen zetten Europese landen aanzienlijk meer Afghanen uit naar hun thuisland (van 3.290 in 2015 naar 9.460 in 2016). Het aantal toegekende asielvergunningen nam drastisch af. In september 2015 werd nog 68 procent toegekend, in december 2016 was dat nog maar 33 procent. Amnesty’s rapport beschrijft de situatie van Afghanen die vanuit Nederland, Noorwegen, Zweden en Duitsland werden uitgezet. Zij vertellen over de levensbedreigende en erbarmelijke omstandigheden waarin ze sindsdien verkeren. Zo waren Sadeqa (niet haar echte naam) en haar gezin naar Noorwegen gevlucht nadat haar echtgenoot ontvoerd, mishandeld en uiteindelijk tegen betaling van losgeld vrijgelaten was. De Noorse autoriteiten bepaalden dat het gezin teruggestuurd moest worden naar Afghanistan. Een paar maanden nadat ze terug waren, werd haar man vermoord.   Stop met uitzetten Het terugsturen van uitgeprocedeerde asielzoekers naar een onveilig land waar zij risico lopen slachtoffer te worden van ernstige mensenrechtenschendingen is een schending van het internationaal recht. Amnesty International roept overheden daarom op onmiddellijk te stoppen met het uitzetten naar Afghanistan zo lang het nog zo onveilig is.   Meer informatie Zie ook het bericht van Amnesty België over de inzet van Soedanese identificatieteams in Brussel, en over uitlatingen van staatssecretaris Francken aan het adres van Amnesty

Spanje : de grondwet als joker

04/10/2017 - 18:36

In het conflict tussen Catalonië en de Spaanse Staat schermen Rajoy en zijn Partido Popular, maar ook de Spaanse en Europese sociaaldemocraten en liberalen 1,  met het argument van de rechtsstaat, de wettelijkheid en in het bijzonder het respect voor de Spaanse grondwet.

Maar grondwettelijkheid blijkt een zeer rekbaar begrip. Zo werd in 2006 een Autonomiestatuut voor Catalonië goedgekeurd zowel door het Catalaanse parlement (Generalitat) als het Spaanse; het werd daarna nog bekrachtigd door een 78% goedkeuring in een Catalaans referendum. Dat lijkt een vrij stevige democratische legitimering. Maar het was tegen de zin van de Partido Popular; de PP richtte zich tot het Grondwettelijk Hof, dat er 4 jaar over deed om te besluiten dat een reeks artikels van de wet ‘ongrondwettelijk’ waren 2.  Een handvol rechters woog zwaarder dan twee parlementaire goedkeuringen en een referendum. Niet zo verwonderlijk is de autonomiekwestie sindsdien steeds meer een kwestie van afscheiding geworden. De Catalaanse ‘independentistas’ konden zich geen betere steun gedroomd hebben!  Of misschien toch: de beelden van de robocops van de Guardia Civil die op 1 oktober als stieren in een arena tekeer gingen tegen stembussen en kiezers…

Een ander voorbeeld van de rekbaarheid van het grondwettelijk argument. In een artikel in Social Europe Journal zoekt de Catalaanse econoom Jordi Angusto naar mogelijkhden om het conflict op te lossen. Onafhankelijkheid is er één van. Om het ‘netjes’ te laten verlopen zou een wijziging van de Spaanse grondwet nodig zijn. Maar, zo merkt Angusto fijntjes op, in minder dan een week kon de grondwet gewijzigd worden om het Europese Begrotingsverdrag mogelijk te maken, waardoor de prioriteit van schuldafbetalingen grondwettelijk vastgelegd werd…

Veeleer dan het fundament van de wettelijkheid blijkt de grondwet een jokerkaart te zijn die ad libitum kan ingezet worden  naargelang het de politici van het ‘extreme centrum’ uitkomt.  (hm)

 

Catalonië: de wapenstok en rubberkogels tegen stembusgangers

01/10/2017 - 23:39

Of je nu voor of tegen de onafhankelijkheid van Catalonië bent, voor of tegen de organisatie van een referendum daarover, wat vandaag in Catalonië gebeurde is een schanddaad die herinneringen aan het Francoregime wakker maakt. Een politiek conflict werd met bruut politiegeweld en rubberkogels beantwoord, en daarbij vielen honderden gewonden onder vreedzame stembusgangers. Als er een ruit van een bank of warenhuis sneuvelt tijdens een vakbondsbetoging spreekt men van vandalisme; vandaag kon men zien hoe de Spaanse politie de ruiten van scholen verbrijzelde. Niet om terroristen onschadelijk te maken, maar … om stembussen mee te nemen. Het is een goede les voor al wie lichtzinnig de oude linkse analyse van de burgerlijke staat wegwuift: de staat is in laatste instantie een bende gewapende mannen.

De Europese leiders houden zich op de vlakte, want het zou gaan om een interne aangelegenheid van een lidstaat waarin de EU niet kan/mag tussenkomen. Hola, maar als er in Griekenland een referendum aangekondigd werd over een nieuw Trojka-memorandum, kwam de EU onmiddellijk tussen. De Europese Centrale Bank legde het geldverkeer lam en stuurde binnen het paar uur aan op de organisatie van de chaos in het land. Maar daar ging het natuurlijk tegen de (toen nog) ietwat  tegendraadse regering Tsipras, niet over de o zo trouwe ‘Europeaan’ Rajoy, die met zijn gewelddadig optreden zijn corrupt regime wil promoten.

Van de Europese instellingen moeten burgers weinig steun verwachten als het op hun democratische rechten aankomt. Het is daarom een wijze beslissing van de Catalaanse vakbond CGT om  op 3 oktober een algemene staking te organiseren voor de vrijwaring van die rechten. (hm)

CGT Catalunya: oproep tot algemene staking op 3 oktober

29/09/2017 - 16:31

Het optreden van de Spaanse Staat tegen het Catalaans referendum van zondag 1 oktober gaat gepaard met de aantasting van fundamentele burgerrechten. De Catalaanse vakbondsfederatie CGT roept daarom op tot een algemene staking op dinsdag 3 oktober. We publiceren hier het perscommuniqué [note]Onze vertaling van het oorspronkelijk communiqué is gebaseerd op de Franse vertaling die verscheen in A l'Encontre.)[/note] dat de Catalaanse CGT publiceerde op 27 september. [su_spacer] Perscommuniqué   Tot de algemene staking wordt opgeroepen in alle productiesectoren. In de voorbije jaren hebben de werkneemsters en werknemers van Catalonië een aanzienlijke aftakeling van hun bestaansvoorwaarden meegemaakt. We ondergingen een veralgemeende verlaging van de lonen. We hebben gezien hoe de hervormingen van het arbeidsrecht in 2010 en 2012 tot stijgende machteloosheid tegenover het patronaat hebben geleid, met steeds precairdere verhoudingen tot gevolg en verslechtering van de arbeidsomstandigheden over de hele lijn. Terzelfdertijd nam de repressie toe. Stakers en sociale militanten werden voor het gerecht gesleept, boetes werden opgelegd in het kader van de 'muilkorfwet' [note]Zie Ander Europa, 22 juli 2015, De Spaanse ‘muilkorfwet’ of de dreiging van de Staat [/note], enzovoort. In de voorbije dagen en weken hebben we gezien hoe deze repressie zich uitbreidde naar andere sectoren van de samenleving, wat neerkomt op een algemene tendens van opheffing van de burgerrechten door de Staat. Dit waren de redenen die het Confederaal Comité van de CGT van Catalonië, bijeen op dinsdagavond 27 september, met vertegenwoordigers van bijna alle territoriale en sectoriële federaties, er toe aanzette om op te roepen tot een algemene staking op 3 oktober aanstaande. Deze stakingsoproep wil concreet de volgende drie thema's naar voor schuiven:
  1. Een eind stellen aan de opheffing van de burgerrechten zoals we meemaakten de laatste dagen (met huiszoekingen, sluiting van websites, inbreuken op het briefgeheim, verbod op bijeenkomsten en vergaderingen, enzovoort). Deze burgerrechten waren reeds aanzienlijk afgezwakt bij de laatste hervormingen van het strafrecht en de aanname van de 'muilkorfwet'. De inperking van deze rechten tast de bescherming aan van de werkende klasse op alle domeinen, in het bijzonder op de werkvloer.
  2. De weigering om eenheden van de politie en het leger te zien verschijnen op talrijke arbeidsplaatsen, zoals het geval was in de voorbije weken in talrijke drukkerijen, scholen en koerierbedrijven [note] De Spaanse staat verbood de verspreiding van propaganda- en stemmateriaal. [/note].
  3. De afschaffing van de arbeidswethervormingen van 2010 en 2012.[su_spacer]
Deze algemene staking situeert zich in het kader van de algemene oproep van onze organisatie en van andere bewegingen en sociale collectieven. Ze richt zich tot de hele bevolking ter verdediging van de openbare vrijheden. Ze wil dus een brede sociale mobilisatie bevorderen.   Het permanent secretariaat van het Confederaal Comité van de CGT van Catalonië, 27 september 2017  

Naar de krachtproef van 1-O : Het conflict tussen Catalonië en de Spaanse staat (2)

25/09/2017 - 11:59

 [su_spacer size="50"] DEEL 2: “Zonder economische soevereiniteit is een onafhankelijk Catalonië pure fictie.” 25 september 2017   In een eerste deel belichtte Diosdado Toledano de drijfveren voor het Catalaans onafhankelijkheidsstreven. In dit tweede deel geeft hij een zeer kritische analyse van de manier waarop Catalaanse politieke partijen daarop inspelen. Hun onderwerping aan de Europese regels kan alleen tot een schijnsoevereiniteit leiden. Toledano schetst een radicaal links alternatief, dat breekt met de euro en de EU.   Diosdado Toledano   Het opgeven van de economische soevereiniteit ten gevolge van de invoering van de euro kon steunen op een brede consensus en medeplichtigheid onder de politieke elites van de Spaanse staat én van Catalonië. Dit verklaart ook de oorverdovende stilte van de leidende elite over de beslissende rol van de Europese Unie in het beheren van de crisis en het opdringen van economische recepten die voorrang geven aan de terugbetaling van de schuld. In deze context slaagde het kamp van de onafhankelijkheid erin de verantwoordelijkheid voor de sociale malaise en de economische crisis uitsluitend op Madrid als symbool van de Spaanse staat, te schuiven. Het hypocriete cynisme van de meerderheid van de independentisten, verenigd in 'Junts pel Si' komt nog eens tot uiting in de kadering van haar soeverein project in de  Europese Unie, goed wetende dat de EU-verdragen dit uiterst moeilijk indien niet onmogelijk maken [note] Zie in dit verband het artikel 49 van het Verdrag van Lissabon over de toetredingsprocedure tot de EU voor nieuwe lidstaten. [/note] Mocht het mirakel van een Catalaans lidmaatschap van de EU zich toch voltrekken zou de openbare schuld van de nieuwe Catalaanse staat 75 miljard euro bedragen, waaraan nog een deel van de Spaanse schuld moet worden toegevoegd, plus haar aandeel in de (private en openbare) buitenlandse schuld, die oploopt tot 1911 miljard euro. De omvang van deze schuld zou de soevereiniteit en onafhankelijkheid van de nieuwe (lid)staat van de EU (die door de rechtse independentisten tot het uiterste wordt verdedigd) van meet af aan hypothekeren door de verplichting de dictaten van Brussel en Berlijn te moeten ondergaan op gevaar van bestraffing en chantage zoals in Griekenland. Bepaalde sectoren van radicaal links hebben het nationale conflict sterk geïdealiseerd door abstractie te maken van de voorwaarden die de EU oplegt, en ze koesteren de droom dat het de gelegenheid wordt om een revolutionair proces te ontketenen dat het kapitalisme zal overstijgen. Zij houden geen rekening met het feit dat de politieke hegemonie over de onafhankelijkheidsbeweging berust bij partijen en organisaties, die – op een minderheid in de CUP [note]Zie Deel 1. De CUP (Candidatura de Unidad Popular) is een radicaal linkse partij met 8,20% van de stemmen, die haar steun geeft aan de huidige Catalaanse regering zolang deze afstevent op onafhankelijkheid. Maar tegelijk hielp de CUP ook de Catalaanse antisociale begroting van 2017 goedkeuren. [/note]na – het kapitalisme verdedigen of niet openlijk in vraag stellen en dat de sectoren die zich mobiliseren overwegend voortkomen uit de stedelijke en rurale kleine burgerij en middenklasse. De meerderheid van de werkende klasse houdt zich afzijdig en zal zich niet laten gebruiken als kanonnenvlees in een onafhankelijkheidsavontuur. Zij heeft de politiek van bezuinigingen en tegenhervorming van de regerende rechtsliberale CIU (Convergència i Unió, ondertussen PdeCat, Catalaanse Democratische Partij of Partit Demòcrata Català) nog vers in het geheugen. Een politiek, die de ongelijkheid op tergende wijze heeft doen aangroeien. Bovendien vreest een groot deel van de Catalanen niet zonder reden dat in een economisch sterk geïntegreerde maatschappij als de Spaanse – wat blijkt uit het handelsverkeer tussen Catalonië en de rest van de Spaanse staat - de onafhankelijkheid zware gevolgen  zou hebben voor de algemene welvaart, in het bijzonder voor de werkende en meest kwetsbare klassen. Niet alleen dat de Spaanse staat haar markt zou afschermen tegen de Catalaanse export, maar vooral dat de rest van de Spaanse staat eenvoudigweg niet beschikt over voldoende middelen om de Catalaanse producten te kopen, tenzij ten koste van een zware en op termijn onhoudbare schuld. En dan houden we niet eens rekening met de vernietigende gevolgen voor de totale respectievelijke schuld en haar geloofwaardigheid op de markten ...   Tegenover de voorspelbare nederlaag van het onafhankelijkheidsstreven met teleurstelling als gevolg: zijn er alternatieven?  In de naderende botsing van krachten zal het machtigste kamp de overhand krijgen. Dit is het kamp, dat de controle over de centrale staat, de representatieve instellingen, het Grondwettelijk Hof en de veiligheidstroepen in handen heeft, dat de steun geniet van de meerderheid van de bevolking in het geheel van de Spaanse staat en internationaal, in het bijzonder van de EU, die het niet zal riskeren een proces te legitimeren, dat besmettelijk kan zijn en zich kan uitbreiden naar andere staten van de EU. De krachtproef zal uitdraaien in het voordeel van de Spaanse staat.  

  De regering van de Generalitat en de independistische krachten gaan het conflict aan met een verdeelde maatschappij, waar de meerderheid weliswaar tegen onafhankelijkheid is, maar waar het deel dat zich voor onafhankelijkheid positioneert het sterkst weet te mobiliseren. In het Catalaanse Parlement kan de keuze voor onafhankelijkheid rekenen op de meerderheid van de parlementaire groepen. Junts pel Si en de CUP hebben samen 72 zetels van de 135, maar door de niet strikt proportionele kieswet is dit geen trouwe afspiegeling van de sociale meerderheid, die onafhankelijkheid afwijst. Binnen de coalitie aan de macht moet leerling-tovenaar en ex-president Artur Mas, waartegen de CUP haar veto had gesteld, samen met zijn Partido Demòcrata Catalan (PDeCAT) toekijken hoe zijn electorale basis verschrompelt, moet hij afrekenen met overlopers en dreigt hij irrelevant te worden ten voordele van regeringspartner Catalaans Republikeins Links(ERC). In het andere kamp tracht de Partido Popular (PP) met premier Mariano Rajoy de afwijzing van de onafhankelijkheid in de Spaanse maatschappij te kapitaliseren door zich te presenteren als het bolwerk van de Spaanse eenheid, terwijl het in feite net haar onverzettelijkheid is die het streven naar onafhankelijkheid in de hand werkt. Ondanks de evidente risico's in de ontknoping van dit conflict wacht de Spaanse rechterzijde en de centralistische krachten zeker geen totale en duurzame overwinning. De slijtage van de PP zal zich voortzetten vanwege haar talrijke corruptie-affaires en een zogenaamd economisch 'herstel', dat helemaal niet ten goede komt aan de sociale meerderheid, die ten prooi blijft aan enorme werkloosheid, werkonzekerheid en armoede onder werkenden. De nakende politieke crisis ten gevolge van het conflict met Catalonië zal zich eerder vroeg dan laat tegen de regerende PP keren, en leiden tot nieuwe verkiezingen. Dit zou een regeringswissel veroorzaken, die de PP naar de oppositie kan verwijzen. Anderzijds zal een verbieden van het referendum van 1 oktober een deel van de Catalanen sterken in hun slachtoffergevoel en hun streven naar onafhankelijkheid in een onbepaalde toekomst blijven voeden.   Zonder economische soevereiniteit is een onafhankelijk Catalonië zuivere fictie De huidige Catalaanse weg naar onafhankelijkheid is onsamenhangend en bereid een zware teleurstelling voor. Het heersende Catalaanse onafhankelijkheidsstreven belijdt een complete onderdanigheid aan de Europese Unie en geeft daarmee haar economische onafhankelijkheid op. Dat blijkt onder meer uit de recente door PdeCat, ERC en CUP gesteunde wet, die de overgang naar een nieuwe republiek en een nieuwe Grondwet moet regelen. Waarom wordt er nergens expliciet het eerder vernoemde beruchte artikel 135 van de Spaanse Grondwet verworpen? Het antwoord is dat deze wet bepaalt dat de normen van de Europese Unie die van kracht waren in de Spaanse staat gewoon van kracht blijven in de nieuw op te richten Catalaanse staat. Zonder discussie worden ook eventuele nieuwe wetten van de Europese Unie automatisch ook in Catalonië van kracht. Wees niet bang, Angela Merkel! Catalaanse independentisten zijn brave jongens en meisjes, die de nodige sociale hakbijl wel zullen hanteren voor het terugbetalen van de schulden en jouw regels trouw opvolgen om het staatsdeficit op de begroting te beperken! Hier wensen wij als internationalistisch, soevereinistisch en revolutionair links op te komen voor een oprechte en realistische strategie. Oprecht, want bewust van het verraad, het verzaken en het verlies van de soevereiniteit zowel in Catalonië als in Spanje in het kader van de Europese Unie. Realistisch, want om het conflict tussen Catalonië en Spanje democratisch en bevredigend op te lossen is het nodig om een linkse politieke en sociale kracht uit te bouwen die sterker is dan de rechtse en centralistische krachten. Het gezond verstand zegt zich niet in de afgrond van een referendum te storten, dat niet de minste garanties biedt voor een democratisch debat over alle alternatieven. Al lang worden meningen en alternatieven die een federalisme van vrije toetreding voorstaan stelselmatig uitgesloten door de media die onder invloed of controle staan van de Generalitat. Deelnemen aan het referendum met een Neen-stem zal door de independentisten gebruikt worden om het bindende referendum en een daaropvolgende eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring te legitimeren. In feite speelt men daarmee het spel van de Catalaanse regeringspartijen PdeCAT en ERC, van wie de werkelijke politieke doelstellingen al gauw aan het licht zullen komen. Als alternatief voor dit hypocriet en bedrieglijk scenario dat tot onmacht en teleurstelling zal leiden dienen wij een alliantie van de volkeren in de Spaanse staat in het leven te roepen die de economische en politieke soevereiniteit en een reële democratie instelt, die een overstijgen van de crisis mogelijk maakt en de sociale en arbeidsrechten in ere herstelt. Voorwaarde daartoe is het breken met de Euro en de Europese Unie. Dan kan een grondwetgevend proces opstarten dat breekt met het huidige regime en de monarchie, en dat een federale grondwet opstelt waartoe elke regio vrij kan toetreden, en waarin het recht op zelfbeschikking van de volkeren erkend wordt. In broederlijke dialoog kunnen de diverse naties van Spanje in een gemeenschappelijk en vrij gedeeld project hun zelf gekozen plaats vinden. Parallel daarmee moeten we de gelijke, rechtvaardige en solidaire samenwerking met de andere landen van de EU bevorderen, in het bijzonder met die van Zuid-Europa. Het Spaans-Catalaanse regeringsconflict dat voor de deur staat en dat belangrijke sectoren van de bevolking zal meesleuren voert ons door onbekend en onvoorspelbaar terrein.  

Pieperdepiep, lobbyen in het geniep

21/09/2017 - 21:58

Begin april brachten we een berichtje over een ontwerpresolutie over de controle van EU-subsidies aan niet-goevernementele organisaties (ngo’s). Het was opgesteld door een europarlementariër van de Europese christen-democraten (EVP), de CDU-er Markus Pieper. Pieper was niet te spreken over steun aan ngo’s “die honderden miljoenen euros ontvangen van de Europese Commissie” en dan nog durven het Europees handelsbeleid aan te vallen”. Een van de geviseerden was trouwens het in Amsterdam gevestigde Transnational Institute (TNI), dat zich verdienstelijk maakt in o.a. het verzet tegen TTIP en CETA. Meneer Pieper deed ook een aantal voorstellen om “misbruiken” in de toekomst te vermijden. Zo zou er geen geld meer mogen zijn “voor groepen waarvan de doelstellingen tegengesteld zijn aan de fundamentele waarden van de Europese Unie, democratie, mensenrechten en/of strategische doelstellingen van de Europese instellingen in verband met het handels- en veiligheidsbeleid“.

Euractiv brengt vandaag enkele aanwijzingen die licht werpen op de ijver van de heer Pieper en medestanders. Op 27 juni patroneerden EVP en Europese Conservatieven (ECR) een conferentie in het Europees Parlement onder de titel “Evaluating Impact: EU funding to NGOs”. Onder de sprekers een vertegenwoordiger van NGO Monitor, een in Jerusalem gevestigde organisatie die het gemunt heeft op ngo’s “die beweren mensenrechten en humanitaire aangelegenheden te bevorderen”. Volgens Gerald Steinberg, de voorzitter van deze lobby, gaan er miljoenen euros naar radicale politieke ngo’s die het beeld versterken van de Palestijnen als slachtoffers en Israelis als onderdrukkers. Daardoor steunt de EU de boycott en isolering van Israel.

Een tweede slachtoffer van het al te gulle subsidiebeleid aan radicale ngo’s kwam eveneens aan het woord: de glyfosaat-industrie, in casu Monsanto. Informeel woordvoerder voor deze belangen was David Zaruk, een communicatiespecialist van de Université Saint-Louis (Brussel).

Het is bijna grappig dat deze duistere krachten, die het coulissenwerk verrichten voor commerciële of geostrategische belangen, hun manoeuvres in het teken plaatsen van “meer transparantie”. Nu ja, het hele Europese handels- en veiligheidsbeleid staat tenslotte ook in het teken van het welzijn van de burgers… (hm)

 

Naar de krachtproef van 1-O : Het conflict tussen Catalonië en de Spaanse staat

18/09/2017 - 18:48

 [su_spacer size="50"] DEEL 1: Opkomst en oorzaken van het onafhankelijkheidsstreven 18 september 2017   Wij publiceren de bewerkte neerslag van een interventie van Diosdado Toledano op het Internationaal Forum in Chiancano-Terme (Italië) op 1 september 2017. Koen Meul zorgde voor de vertaling uit het Spaans [note]De volledige toespraak in het Spaans is hier te vinden.[/note], bewerkte de tekst die we in twee delen publiceren, en voegde verduidelijkingen toe waar nuttig voor de lezer uit de Lage Landen.   Toledano is activist bij 'Salir del Euro' ('Uit de Euro') en bij de Catalaanse partij 'En Comu Podem', een alliantie van Podemos, Izquierda Unida (UI) en bredere krachten die verenigd werden onder Ada Colau, huidige  burgemeesteres van Barcelona. Toledano is een uiterst kritisch voorstander van het referendum; hij onderzoekt de argumenten en posities van de linkse en rechtse 'independentisten' (voorstanders van de Catalaanse onafhankelijkheid), hun positie t.o.v. de EU en haar soberheidspolitiek, en doet ook een poging de krachtsverhoudingen in het sociale en politieke veld in te schatten. Voor hem bestaat de enige uitweg in een door de diverse naties breed gedragen, vrij gekozen federalistische plurinationale staat met vrije toetreding, die breekt met de soberheidspolitiek en de EU.   Diosdado Toledano In het institutioneel kluwen van de grote en uiterst complexe Spaanse staat (49 miljoen inwoners en 17 min of meer autonome gemeenschappen) met een verleden van dictatuur en onderdrukking, waarmee nooit grondig werd afgerekend, met een diep ingewortelde corruptie in de hoogste kringen en een grote politieke instabiliteit, is het voor de buitenstaander niet eenvoudig zich te oriënteren in het conflict tussen een schijnbaar onverzettelijk Catalonië en de Spaanse staat. Deze staat kent een vorm van decentralisatie door het toekennen van een beperkt autonomiestatuut aan 17 regio's of nationaliteiten(en 2 steden), wat inhoudt dat zij een eigen parlement en regering kunnen kiezen, maar hun bevoegdheden zijn over het algemeen beperkt tot onderwijs, zorg, taal en cultuur, erfgoed, sociale hulp, ruimtelijke ordening, milieu, openbaar vervoer en landbouw. Essentiële bevoegdheden als economie, belastingsregime, sociale bescherming, arbeidswetgeving, buitenlandse politiek en defensie blijven prerogatieven van de centrale staat.   [caption id="attachment_14510" align="alignleft" width="505"] Barcelona, 11 september 2012[/caption] Als gevolg van de mondiale crisis  van 2007-2008 wordt de bevolking geteisterd door massale werkloosheid, besparingen en ontmanteling van voorzieningen en zorg. Uit deze crisis en de massabeweging van de 'marea's' [note] Marea betekent golf. Er ontstond een  marea verde (‘groene golf’), een vorm van verzet van onderuit tegen de besparingspolitiek in het onderwijs die hierin onderwijzend personeel, leerlingen en ouders betrok. Marea blanca (‘witte golf’) is gelijkaardig in de ziekenzorg. Er zijn naderhand mareas ontstaan in allerlei kleuren, tegen de privatisering van het drinkwater, tegen de afbouw van de openbare bibliotheken, enz.[Noot van de vertaler][/note], de Indignados en de beweging tegen de huisuitzettingen ontstond vanaf 2014 bovendien (Unidos) Podemos, een partij-beweging, die in het geheel van Europese bewegingen of partijen die het ongenoegen en verzet tot uiting proberen te brengen, als uniek kan worden beschouwd, niet alleen door haar duizelingwekkende groei, door de verovering van meerderheden in grote steden als Barcelona, Madrid, Zaragoza, A Coruña of Cadiz, maar ook door haar wel heel aparte organisatie-opbouw. In elk geval ontstond een explosieve cocktail, die de sociale consensus heeft doen ontploffen, waarop het centralistische post-Franco regime van 1978 was gebouwd. Op 1 oktober organiseert de Catalaanse “Generalitat” – hiermee wordt tegelijk regering, parlement, president en administratie van de autonome regio “Catalunya” aangeduid - het omstreden referendum over de onafhankelijkheid van de regio tegenover de Spaanse staat. Op 6 september bekrachtigde het Catalaanse Parlement definitief de wet op het houden ervan op 1 oktober 2017 (in Catalonië aangeduid als '1-O'), reeds op 7 september ongrondwettelijk verklaard door het Spaanse Grondwettelijk Hof. De Spaanse regering tracht het houden van het referendum nog te verhinderen door het inzetten van haar gerechtelijk apparaat (openbare aanklager, vervolging van burgemeesters die het referendum organiseren), het blokkeren van de Catalaanse begroting, door te dreigen met inzet van Guardia Civil, enz. Maar op de Diada van 11 september, het Catalaanse nationaal feest, betoogden opnieuw honderdduizenden in diverse Catalaanse steden voor het referendum en voor een Si aan de onafhankelijkheid. De vraag waarover de Catalanen zich zullen buigen luidt : “Wilt U dat Catalonië een onafhankelijke staat zou zijn in de vorm van een republiek? Ja of Neen.” De uitslag van het referendum zal bindend zijn voor Catalonië! Toch is niet meer dan een gewone meerderheid vereist, daar waar een 'gewone' hervorming van de Catalaanse Grondwet normaal een tweederde meerderheid voorziet. Er is geen minimale opkomst vereist.   Wat zijn de posities van de partijen, hoe liggen de kaarten? De huidige Generalitat wordt geleid door een coalitie van 'Junts pel Si'  (Samen voor ja) en de 'CUP' met aan het hoofd president Carles Puigdemont. Junts pel Si is een kieskartel tussen de liberale Catalaanse Democratische Partij (PdeCAT), Catalaans Republikeins Links (ERC), andere independentistische organisaties en onafhankelijken (waaronder de bekende voetbaltrainer Pep Guardiola). De CUP( Candidatura de Unidad Popular) is een radicaal linkse partij met 8,20% van de stemmen, die haar steun geeft aan de huidige Catalaanse regering zolang deze afstevent op onafhankelijkheid. Maar tegelijk hielp de CUP ook de Catalaanse antisociale begroting van 2017 goedkeuren. De regeringscoalitie streeft via dit referendum naar zelfbeschikkingsrecht door het uitroepen van Catalonië als onafhankelijke staat. Anders gezegd: het zelfbeschikkingsrecht in het kader van een Spaanse federatie komt voor haar niet meer ter sprake. Toch moeten we blijven onderscheid maken tussen de diverse posities tegenover het al dan niet houden van het referendum en het al dan niet stemmen voor onafhankelijkheid. Vooreerst wordt het referendum betwist door de Spaanse regering, momenteel in handen van de oude hogelijk gediscrediteerde Volkspartij (Partido Popular) van Rajoy en gesteund door de liberale Ciudadanos en de oude elite van de Spaanse Socialistische Arbeiderspartij (PSOE). Unidos Podemos pleit in dit conflict voor een light versie van het recht op zelfbeschikking, verwerpt het bindend karakter, streeft naar een onderhandelde oplossing en verwerpt bijgevolg een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring. De PSOE onder de nieuwe leiding van Pedro Sanchez streeft naar een moeilijke, zo niet onmogelijke, herziening van de Grondwet in federale zin, en is tegen het referendum. Hoe kunnen we de opinie van de Catalanen inschatten? Volgens de laatste peilingen gaat het geheel van partijen die oproepen om voor onafhankelijkheid te stemmen er op achteruit (van 45,3% naar 44,3%), terwijl de partijen, die de onafhankelijkheid verwerpen vooruitgaan, van 46,8 naar 48,5%. Ook de voorstanders van het referendum gaan erop achteruit:van 85% naar 73%. De openbare opinie in de andere regio's van de Spaanse staat heeft hoegenaamd geen sympathie voor dit referendum en de reacties gaan van ongeloof tot regelrechte vijandigheid, mocht het werkelijk op onafhankelijkheid uitdraaien.   Waar liggen de oorzaken van de opkomst van het Catalaanse onafhankelijkheidsstreven?  Tot 2009 toonden opiniepeilingen dat niet meer dan 20% van de Catalanen voorstander was van onafhankelijkheid, meer dan 70% gaf de voorkeur aan een autonome en federalistische oplossing in het kader van de Spaanse staat. En tot 2011 bedroeg de steun voor het independentisme nooit meer dan 30%. De opinie slaat om in 2012 wanneer voor de eerste maal het onafhankelijkheidsstreven met 45,3% meer haalt dan de tegenstanders(44,3%). Maar vanaf dan gaat de populariteit van het independentisme weer achteruit tot 34,6% in het tweede kwartaal van 2017. De groei en neergang van dit streven kan niet los worden gezien van een hele reeks juridische, maar vooral sociaaleconomische en politieke gebeurtenissen:[su_spacer]
  1. Het Spaanse Grondwettelijk Hof verklaart in 2010 de nieuwe Catalaanse Grondwet ongrondwettelijk; deze werd bij referendum goedgekeurd met 74% (deelname van 49,4%). Het ongenoegen hierover, dat des te groter is aangezien gelijkaardige schikkingen in Valencia en Andalucia geen bezwaar uitlokten, komt tot uiting in de 1 miljoen betogers van juli 2010.
  2. De verscherping van de economische crisis en een groeiend sociaal en politiek onbehagen.Vanaf 2009 doet de wereldwijde economische crisis de  werkloosheid stijgen tot 4,7 miljoen einde 2010. De bezuinigingspolitiek o.l.v. de PSOE en Zapatero in de Spaanse Staat en o.l.v.  Artur Mas in Catalonië leidt tot het ontstaan van de Indignado-beweging van 15 maart ('15M').
  3. Wanneer de uitgedunde Partido Popular in 2011 toch weer aan de macht komt is dit voor Catalaans nationalistisch rechts het ideale excuus om de strijd voor het zelfbeschikkingsrecht te doen losbranden. Onder het motto "Spanje besteelt ons” en het “onhervormbare, aftandse Spanje” wenden zij alle propagandamiddelen aan, de controle over de Catalaanse televisie in het bijzonder, om begrotingscijfers te manipuleren en de Spaanse staat te beschuldigen van de plundering van Catalonië ten bedrage 16 miljard Euro jaarlijks (8,5% van het Catalaanse BNP). Later blijkt dat het om 1,5% van het BNP ging. Hun boodschap aan de Catalanen: als we de totale in Catalonië voortgebrachte rijkdom onder de burgers verdelen en niet zouden bestolen worden door de Spaanse Staat zou het niveau van sociaal welzijn van de Catalanen bij het hoogste van de Europese Unie horen.Door het opzettelijk verdonkeremanen van de werkelijke cijfers over de export/import-balans tussen Catalonië en de overige Spaanse regio's (een enorm overschot van van 17,5 miljard Euro in 2016) en van dezelfde import/export-balans tussen Catalonië en de buitenlandse markten (een tekort van 12,7 miljard Euro of 6,2% van het Catalaanse BBP) kon de regering een deel van de bevolking ervan overtuigen dat onafhankelijkheid de uitweg was voor het herstel van haar welvaart. [su_spacer size="10"]Daarbij mag nooit worden vergeten dat voor een meerderheid van de Catalanen de verwerping van de conservatieve regeringen na Franco diep ingeworteld is in de historische herinnering aan de burgeroorlog, de dictatuur, de regering van Aznar en diens inzet in de Irakoorlog, Aznars verzet tegen het beperkte autonomiestatuut, enz. Daarbij kwam nu de brutale antisociale politiek van de regering Rajoy, die de volle steun kreeg van de rechtse Catalaanse regering van Artur Mas. De Catalaanse Generalitat onder leiding van Mas wist de afkeer tegenover Madrid te instrumentaliseren om de aandacht af te leiden van haar eigen antisociale politiek van bezuinigingen en stijgende werkloosheid, en van de talrijke corruptiezaken waarin ook zij verwikkeld was. Het in gang zetten van een hypocriete campagne voor het zelfbeschikkingsrecht en onafhankelijkheid was voor de Generalitat het ideale alibi om een begrotingswet te stemmen, die volledig paste in de begrotingsdwangbuis van de EU en die bovendien de Spaanse staat het recht gaf om in te grijpen in de begroting van de regionale regeringen als deze niet in overeenstemming waren met de bepalingen inzake schulden en begrotingstekorten. Aldus versterkte de Catalaanse regering zelf de hercentralisatie van de Spaanse staat. De campagne van de Generalitat, met steun van organisaties uit de civiele maatschappij, ressorteerde het beoogde effect. Vanaf september 2012, met rond 1 miljoen betogers in de straten en meer nog vanaf november 2014 met een niet bindend referendum (1,8 miljoen van de 5,3 miljoen kiesgerechtigden stemt voor onafhankelijkheid) zou de mobilisatie voor onafhankelijkheid steeds in stijgende lijn gaan.
  4. De destabiliserende en ontbindende rol van de Europese Unie is fundamenteel om het succes van het nationaal onafhankelijkheidsstreven te begrijpen. En dat niet enkel in de Spaanse staat, want ook andere andere lidstaten van de EU kennen dergelijke irredentistische bewegingen. Denken we aan regio's als Venetië, Noord-Italië (“Padania”), Corsica, Sicilië, Vlaanderen, Baskenland, Noord-Ierland, … .
De eenheidsmunt betekende het opgeven van economische soevereiniteit, in gang gezet met het Verdrag van Maastricht en stelselmatig opgedreven door het verdrag van Lissabon, door het Euro-pluspact, door het Begrotingsverdrag en door het beruchte artikel 135 van de Spaanse Grondwet. Hierdoor werd de verplichting tot begrotingsevenwicht ingeschreven in de Spaanse Grondwet. Dit artikel, een ware dwangbuis, werd ingevoerd via een akkoord zonder voorgaande tussen de toenmalige socialistische regering van Zapatero en de Partido Popular, toen in de oppositie, nu (opnieuw) aan de leiding.  (einde van Deel 1)  

Pagina's