Borderless

21 October 2018

Ander Europa

Abonneren op feed Ander Europa
www.andereuropa.org
Bijgewerkt: 14 min 52 sec geleden

Open grenzen? Onze welvaartstaat eerst? Een Duitse synthetische visie

17/10/2018 - 23:02

Hans-Jürgen Urban/redactie 17 oktober 2018   Wie op zoek is naar een politiek en ethisch verantwoorde houding in het debat rond asiel en migratie wordt vaak heen en weer geschud tussen tegenstrijdige standpunten. Wie zijn wij om anderen uit te sluiten van onze (relatieve) welstand door hen desnoods met prikkeldraad buiten te houden? Solidariteit kent toch geen grenzen? Maar anderzijds staat onze welvaartsstaat, resultaat van generaties sociale strijd, ­ zwaar onder druk en zal misschien niet weerstaan aan de aanspraken van een ongecontroleerde migratie-instroom; een 'laks' beleid zou bovendien koren op de molen zijn van rechts en extreemrechts, die van hun anti-immigratiestandpunt een geducht electoraal wapen hebben gemaakt...   Hans-Jürgen Urban: Het migratiedebat mag geen splijtzwam worden binnen links [caption id="attachment_15701" align="alignleft" width="270"] Hans-Jürgen Urban[/caption] Onlangs publiceerde Hans-Jürgen Urban, bestuurslid bij de Duitse vakbond IG Metall en auteur van talrijke interessante tussenkomsten in het publiek debat, een uitgebreid artikel [note] Hans-Jürgen Urban, augustus 2018,  Epochenthema Migration: Die Mosaiklinke in der Zerreißprobe? Hier online beschikbaar.[/note] dat poogt het beste te halen uit beide posities, een soort synthese van de argumenten van de adepten van open borders en de tegenkantingen in naam van de verdediging van de welvaartsstaat. De auteur houdt daarbij ook een pleidooi voor een stevig, maar constructief debat binnen links, niet in het minst binnen Die Linke, waar "conflicten rond programma en strategie buitengewoon hard worden uitgevochten". Het ene kamp, rond mede-partijvoorzitster Katja Kipping, beschuldigt het andere, rond mede-fractievoorzitster in de Bundestag Sahra Wagenknecht, van racisme, waarop geantwoord wordt met het verwijt geen oog te hebben voor de verliezers onder het neoliberalisme, die daardoor in de armen van de rechtspopulisten gedreven worden. Maar ook buiten het partijverband, binnen maatschappelijk links, is de kloof tussen de twee kampen zeer groot, in die mate dat Urban vreest dat de uitbouw van een pluralistisch links [note] Urban stelde enkele jaren geleden het begrip Mosaiklinke voor. Links heeft maar een toekomst als haar verschillende culturen en tradities zich vrij kunnen ontwikkelen, maar daarbij aan een gemeenschappelijk project werken, zoals de steentjes van een mozaïek hun individualiteit bewaren maar samen uitdrukking geven aan het geheel. [/note] zou kunnen kelderen op de migratiekwestie. Het leek ons de moeite om Urbans artikel samen te vatten. Het is een linkse stem uit het middenveld, uit het Europees land dat de meeste vluchtelingen opnam [note] Medio 2018 telde men in Duitsland 1,1 miljoen mensen die er in de voorbije jaren een of andere vorm van bescherming gekregen hadden; daarnaast nog 400.000 die op een beslissing wachten. [/note], met een sterke solidariteitsbeweging (cfr. de monsterbetoging op 13 oktober ll. in Berlijn), maar waar ook racisme en xenofobie voeding geven aan extreemrechtse formaties als Alternative für Deutschland (AfD) en Pegida.   Migratie op de politieke scene Het rechtspopulisme van het politieke centrum, zoals het door de Beierse CSU en met stilzwijgende sympathie in kringen van de CDU bedreven wordt, zoekt niet naar legale wegen voor immigranten, zodat ze niet uitgeleverd worden aan de gevaren van de Middellandse Zee en de terreur van criminele bendes. De rechtspopulisten beofenen een activisme dat indruk moeten maken op een rechts kiezerspubliek; Urban verwijst daarbij naar het migratie 'masterplan' van Horst Seehofer (CSU), de voormalige minister-president van Beieren en sinds een half jaar Merkels binnenlandminister. Over de criminalisering van initiatieven zoals Lifeline, waarmee al vele levens op zee gered werden, zegt Urban dat Europese regeringen er het laatste restje moreel kapitaal mee vergooid hebben. Wat zich rechts van het politieke centrum bevindt betrekt uit de discreditering van de vluchtelingenpolitiek 'een permanente energietoevoer'. Hun rechtspopulisme kan bestempeld worden als een "regressieve en geënsceneerde rebellie tegen de sociale, politieke en culturele negatieve gevolgen van de neoliberale transformatie van het kapitalisme": regressief omdat er een verhaal aan gekoppeld wordt dat een achteruitgang betekent tegenover de eerder bereikte standaarden over politieke democratie en culturele diversiteit, geënsceneerd omdat de eigendoms- en verdelingverhoudingen van het kapitalisme niet in vraag gesteld worden. Dit rechtspopulisme krijgt uitdrukking in een sociale beweging met mensen uit alle maatschappelijke lagen, aangestuurd door een geprofessionaliseerde ideologische rechtse elite. Traditioneel reformistisch links blijkt niet in staat en ook niet van plan een progressief antwoord te bieden op de vraag naar bescherming tegen sociale achteruitgang en naar een hedendaagse groepsidentiteit. Door zijn neoliberalisering of elitair kosmopolitisme is het niet in staat om voeling te houden met de belevingswereld van de verliezers onder het neoliberalisme. Daar speelt het rechtspopulisme op in met linkse retoriek, maar de rechtse strategen herdefiniëren de sociale tegenstellingen tot een tegenstelling tussen Duitsers en migranten. Bij eigenlijk links dreigt de migratiekwestie echter tot een breuk te leiden. Het is niet gemakkelijk de tegenstrijdige posities op een correcte manier weer te geven, want men moet veel tussen de regels lezen en het draait te vaak uit op personenkwesties in plaats van inhoudelijke argumenten. Tot de essentie herleid kan men echter twee tegengestelde posities onderkennen. De ene positie vertrekt van het universalisme van de mensenrechten: iedereen heeft recht op een goed leven, op een zelfgekozen plaats op aarde; dit houdt dus het standpunt van open grenzen in en een onvoorwaardelijk antiracisme. Op de discussie over economische, sociale en politiek-culturele moeilijkheden of eventuele beperkte absorptiecapaciteit van de aankomstlanden wordt weinig ingegaan. Aanhangers van dit universalisme vindt men vooral in de antiglobaliseringsbeweging, professionele hulporganisaties en postmoderne wetenschappers en activisten in de kapitalistische centra. De andere positie vertrekt in de eerste plaats vanuit het perspectief van de nationale welvaartsstaten in de kapitalistische centra en hun idealen van sociale democratie en binnenstatelijke solidariteit. Er is grote bekommernis om de mogelijke of reële gevolgen van ongereguleerde migratie voor de arbeidsmarkten en de sociale zekerheidssystemen van de aankomstlanden. Men staat geen beperkingen  voor van het recht op asiel voor vluchtelingen, maar wijst vrije arbeidsmigratie af. Dit standpunt gaat meestal samen met de verdediging van geprecariseerde en met sociale achteruitgang bedreigde bevolkingsgroepen in de welvaartsstaten. Meer recent wordt dit standpunt soms aangevuld met pleidooien voor de bescherming van een lokale identiteit; de auteur verwijst hierbij naar de bekende Duitse sociale wetenschapper Wolfgang Streeck [note]W. Streeck, Ein Weltbürger ist nirgendwo Bürger, Die Zeit, 21 juni 2018.  [/note]. Naast de vaak emotionele en persoonsgerichte twisten tussen beide kampen wijst Urban op leemtes in beider argumentatie. Het open-grenzenkamp toont dan wel een grote empathie met de vluchtelingen en een sterke motivatie om het migratieprobleem aan te pakken, "maar de onverschilligheid tegenover de economische, sociale en culturele voorwaarden voor deze universalistische solidariteit is hoogst verbazend." Het is niet ongeoorloofd om de belangen van de loontrekkenden in de aankomstlanden en de mogelijke conflicten bij het ter beschikking stellen van middelen in de discussie te betrekken; bij vele interventies uit het open grenzen kamp stoort ook de houding van morele onfeilbaarheid. Wat de 'welvaartsstaatoriëntatie' betreft, deze is niet blind voor de materiële en culturele aspecten voor het opbrengen van solidariteit, en men mag terecht verwijzen naar lokale en regionale identiteit van mensen. Maar het 'lokaal patriottisme' kan ook snel ontsporen; mensen hebben een 'plurale identiteit' die zowel lokale als universele verankering kan inhouden. Een te eenzijdige blik op de welvaartsstaat kan ook het inzicht van het historisch karakter van het huidig migratieprobleem en de aandacht voor de mensenrechten in de weg staan.   Sociale klassenpolitiek en links internationalisme Na in grote trekken de uiteenlopende posities over migratie binnen links geschetst te hebben probeert Urban vervolgens een synthese te maken "van de rationele en progressieve elementen van de elkaar bekampende partijen", in de hoop tot een objectief debat te komen en een stap vooruit te zetten met het oog op een pluralistisch links ('Mosaiklinke') perspectief. Hij doet dit in zeven punten.
  1. Het uitgangspunt moet een onvoorwaardelijke solidariteit zijn met de mensen die hun toevlucht nemen tot de kapitalistische welvaartsstaten, waar een aanzienlijk niveau van welvaart kon veroverd worden. We zijn er tegen om ons af te sluiten van degenen die door rechts bestempeld worden als een gevaar voor onze geprivilegieerde positie.
  1. Deze stellingname voor de vluchtelingen en tegen racisme betekent echter niet dat kritische analyses van de gevolgen van een humaan migratiebeleid binnen de kapitalistische samenlevingen kunnen van de hand gewezen worden. Ook de economische, sociale en culturele voorwaarden van een solidair beleid moeten in het debat betrokken worden. Urban stelt dat daarbij moet beroep gedaan worden op een 'klassenpolitieke' herverdeling, op de grote vermogens en inkomens, wat niet betekent dat een bijdrage vragen van de loontrekkenden en middenklassen principieel moet uitgesloten worden; maar dat kan niet de kern van een herverdelingspolitiek zijn, na drie decennia van neoliberale herverdeling van onder naar boven.
  1. Aangezien het rond de welvaartsstaat is dat binnen links de geesten zich scheiden kan men deze kwestie niet uit de weg gaan; Urban heeft ook weinig begrip voor het misprijzen voor wat rest van de welvaartstaat binnen bepaalde libertaire milieus. Hij vindt integendeel dat er voor een solidaire migratiepolitiek een omvorming moet komen van de sociale zekerheidssystemen; deze moeten meer open staan voor mensen die (nog) niet konden bijdragen aan de financiering ervan via premies en belastingen. Even belangrijk is een beleid van sociale integratie van de vluchtelingen, op het gebied van arbeidsmarkt, onderwijs en sociale zekerheid. Op gemeentevlak moet geïnvesteerd worden in de sociale infrastructuur, niet alleen voor de opvang van vluchtelingen, maar voor iedereen, zodat het argument van de benadeling van de eigen bevolking ontkracht wordt.
  1. De bevestiging van een menselijk recht op een goed leven mag er niet toe leiden dat elk model van gereguleerde migratie meteen van racisme verdacht wordt. Nadenken over verantwoorde migratieregels is niet alleen legitiem maar ook noodzakelijk, gezien de complexiteit van de kwestie. Dit kan ook gaan over de gespannen verhouding tussen open grenzen en de financieerbaarheid van de welvaartsstaat. Een gespannen verhouding betekent echter geen tegenstelling, zoals een bepaald neoliberaal nationalisme poneert met de slogan "Sozial geht nur national" [note] Rainer Hank, National sozial, in: Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung, 15 juli 2018. [/note]. Een links antwoord stelt oplossingen voor via integratie van de immigranten in de arbeidsmarkt en een correcte belasting van winsten, vermogens en hoge inkomens.
  1. Links moet het er ook over eens zijn dat er in het migrantendebat geen tegenstelling moet gezocht worden tussen een klassenbenadering en de problematiek van de erkenning als persoon (zoals die zich ook stelt bij vrouwen, LGBTQ etc.) Daarover zijn al heel wat inzichten verworven, onder andere doorheen de analyses rond intersectionaliteit in de sociale wetenschappen, en in het Amerikaans feminisme, bijvoorbeeld in het werk van Nancy Fraser. Deze analyses hebben de kritiek op het kapitalisme verrijkt met nieuwe inzichten over macht, onderdrukking, (niet-)erkenning en uitsluiting. Dat is ook van belang voor het begrijpen van het rechtspopulisme.
  2. Het klassenaspect van de migratiekwestie moet er voor links in bestaan dat het gros van de vluchtelingen beschouwd wordt als behorend tot een wereldwijde klasse van afhankelijk werkenden en levenden; de gemeenschappelijke belangen kunnen aldus de basis vormen voor een solidaire politiek waarmee de sociale en culturele verschillen kunnen te boven gekomen worden. Er ligt hier een belangrijke taak voor de vakbonden, die er moeten over waken dat er geen subproletariaat ontstaat. Maar ook die migranten die door taalproblemen, geringe beroepskwalificatie of traumatische ervaringen buiten de arbeidsmarkt vallen hebben recht op materiële ondersteuning en sociale integratie. Bij de integratie van migranten moet men zich ook hoeden voor elk paternalisme, hoe goed bedoeld ook. De aanpak moet gericht zijn op zelfontplooiing en autonomie, door inschakeling in solidaire belangenverbanden.
  1. In het linkse migratiedebat is er ook nood aan een vernieuwd internationalisme, dat zich zowel richt op degenen die vluchtten als zij die dat niet deden. De oorspronglanden van de migratie zijn in veel gevallen het slachtoffer van Westerse machtspolitiek, of van een verstoord milieu en klimaat waar het Westen ook de hand in heeft. Maar Urban wijst zeer terecht de pose van het "bestrijden van de vluchtoorzaken" als antwoord op de migratiekwestie categoriek van de hand als een "vijgenbladargument van rechtse migratiecritici".
  Voorlopige conclusie We citeren integraal de voorlopige conclusie die Hans-Jürgen Urban uit zijn analyse trekt: Een mozaïek-linkse strategie van globale klassensolidariteit heeft met de open grenzen-positie het universalisme van de mensenrechten gemeen en een daarop berustende solidariteit met de vluchtelingen. Maar deze strategie verwerpt de houding van morele onaantastbaarheid, en ontkent de inspanningen niet die van de ontvangstlanden gevraagd worden. Van de aanhangers van de welvaartstatelijke solidariteit neemt ze de verwijzingen over naar de economische, sociale en culturele voorwaarden voor een op normen gebaseerde solidariteit. Maar ze heeft kritiek op de analytische beperktheid, de politieke ambiguïteit en de emotionele kilte rond oorzaken en gevolgen van het vluchten. De linkse strategie koppelt daaraan de vraag naar een grondige sociale hervorming, die de traditionele, op staatsburgerschap gebaseerde structuren van de welvaartstaat open gooit. Op die manier geeft ze een politiek-economische basis aan een universele moraal. Urban beweert niet dat hiermee voor links de migratiekwestie 'opgelost' is. Er stellen zich nog heel wat vragen, bijvoorbeeld hoe de rechtse instrumentalisering van het migratiefenomeen kan gecounterd worden, of hoe er een maatschappelijk draagvlak kan gecreëerd worden voor een humaan migratiebeleid. Om te zoeken naar antwoorden op deze vragen vindt Urban het essentieel dat er binnen links een nieuwe discussiecultuur komt, niet bang voor controverse, maar waarbij minder vlug beroep gedaan wordt op het verwijt v an racisme. Hij vindt het ook belangrijk dat er voeling onderhouden wordt met kritische sociale wetenschappers, die een belangrijke inbreng kunnen hebben in op feiten gebaseerde standpunten. Ten slotte vindt Urban dat de migratiekwestie ook een gelegenheid moet zijn om het kapitalisme zelf in vraag te stellen, want de door de financiële markten aangedreven kapitaalsaccumulatie leidt niet tot solidariteit, maar telkens opnieuw tot precarisering en sociale dumping.  

2018: nu al 1783 mensen verdronken

16/10/2018 - 00:01

Dank zij de nieuwsbrief van Migrants at Sea kunnen we de sinistere cijfers over de slachtoffers van het Europese migratie- en vluchtelingenbeleid bijhouden.
In 2018 betaalden tot op heden 1.783 mensen voor dit beleid met de verdrinkingsdood in de Middellandse Zee. Zij vormen het leeuwenaandeel van de in totaal 2.806 mensen die wereldwijd in 2018 vermist werden tijdens hun migratie.
Ook in 2018 werden tot nog toe 14.156 mensen door de Libische kustwachten van de zee geplukt en terug gebracht naar Libië. Men weet welk lot hen daar te wachten stond. De Libische kustwachten opereren de facto in opdracht van de EU.
Overigens rijkt de Europese arm verder dan Libië. De buitengrens van de EU ligt nu in Niger, waar het regime in ruil voor Europese steekpenningen verpakt als ontwikkelingshulp migranten tegenhoudt, criminaliseert, en de klandestiniteit in duwt. De vertegenwoordiger van de Verenigde Naties voor de mensenrechten heeft de EU hier op aangesproken, maar dat raakt de Europese koude kleren niet. Het resultaat is niet dat de migratie gestopt wordt, maar dat ze ondergronds gaat en andere wegen zoekt.
Zo is Spanje nu het land waar de meeste mensen toekomen, via Marokko. Maar geen nood: de Europese Commissie heeft al extra fondsen vrij gemaakt om ook Marokko in te schakelen in het dicht timmeren van de Europese muren voor mensen op de vlucht.
De Europese Commissie stelt ook voor dat de Europese grenswacht Frontex actief wordt in landen die niet grenzen aan de EU.
Wie denkt dat de EU geen vluchtelingen- en migratiebeleid heeft vergist zich. Het recht asiel aan te vragen in de EU wordt de facto opgeheven. Luchtfietsen over “humane opvang in de regio” is hier geen antwoord op. (fs)

Honderdduizenden in Berlijn tegen racisme en voor een menselijk asielbeleid

15/10/2018 - 23:53

15 oktober 2018   Zaterdagmiddag (13 oktober) werd de omgeving van de Berlijnse Alexanderplatz overspoeld door een enorme betoging onder het motto #unteilbarHiermee wordt zowel gewezen op de eensgezindheid  rond solidariteit met vluchtelingen en verzet tegen racisme, als de ondeelbaarheid van de mensenrechten, wat ook hun afkomst of kleur is . De opkomst lag ettelijke malen hoger dan wat de organisatoren gehoopt hadden: niet 40 à 50 duizend maar meer dan 200 duizend mensen (242.000 volgens de organisatoren) waren op het appèl (een cijfer dat door de openbare zender ARD bevestigd wordt). De oproep voor de manifestatie, "Voor een open vrije samenleving: solidariteit, geen uitsluiting!", was ondertekend door vele duizenden individuen en organisaties, gaande van Amnesty International, Attac tot de  Zentralrat der Muslime.  Veelbetekenend in deze oproep is het statement dat men niet zal toelaten dat het argument van de welvaartstaat uitgespeeld wordt tegen asielzoekers en migranten. Dit is inderdaad een valstrik die in heel Europa gespannen wordt door rechtse politici; ze hebben zich in het verleden al zeer ijverig getoond in de afbraak van die welvaartstaat, maar schamen er zich nu niet voor om hun xenofoob gestook als een verdediging van de welvaartstaat voor te stellen. Maar ook binnen de linkerzijde bestaan ernstige meningsverschillen rond migratie. Opvallend was bijvoorbeeld dat de pas opgerichte beweging Aufstehen rond Die Linke politica Sahra Wagenknecht de #unteilbar-oproep niet mee ondertekende, wat in de Duitse media niet onopgemerkt bleef.  Duitsland, het Europese land dat de meeste vluchtelingen opnam, is waarschijnlijk ook het land waar de interessantste discussies over migratie gevoerd worden. Ander Europa is dan ook van plan de komende  weken aandacht te besteden aan dit debat. Hieronder een fotoreportage van de massademonstratie (foto's onder licentie CC BY 4.0,  door #unteilbar)  

 

 

 

 

 

 

 

 

Honderdduizenden in Berlijn tegen racisme en voor een menselijk asielbeleid

14/10/2018 - 23:36

Zaterdagmiddag (13 oktober) werd de omgeving van de Berlijnse Alexanderplatz overspoeld door een enorme betoging onder het motto #unteilbarHiermee wordt zowel gewezen op de eensgezindheid  rond solidariteit met vluchtelingen en verzet tegen racisme, als de ondeelbaarheid van de mensenrechten, wat ook hun afkomst of kleur is . De opkomst lag ettelijke malen hoger dan wat de organisatoren gehoopt hadden: niet 40 à 50 duizend maar meer dan 200 duizend mensen (242.000 volgens de organisatoren) waren op het appèl (een cijfer dat door de openbare zender ARD bevestigd wordt).

De oproep voor de manifestatie, “Voor een open vrije samenleving: solidariteit, geen uitsluiting!”, was ondertekend door vele duizenden individuen en organisaties, gaande van Amnesty International, Attac tot de  Zentralrat der Muslime.  Veelbetekenend in deze oproep is het statement dat men niet zal toelaten dat het argument van de welvaartstaat uitgespeeld wordt tegen asielzoekers en migranten. Dit is inderdaad een valstrik die in heel Europa gespannen wordt door rechtse politici; ze hebben zich in het verleden al zeer ijverig getoond in de afbraak van die welvaartstaat, maar schamen er zich nu niet voor om hun xenofoob gestook als een verdediging van de welvaartstaat voor te stellen.

Maar ook binnen de linkerzijde bestaan ernstige meningsverschillen rond migratie. Opvallend was bijvoorbeeld dat de pas opgerichte beweging Aufstehen rond Die Linke politica Sahra Wagenknecht de #unteilbar-oproep niet mee ondertekende, wat in de Duitse media niet onopgemerkt bleef.  Duitsland, het Europese land dat de meeste vluchtelingen opnam, is waarschijnlijk ook het land waar de interessantste discussies over migratie gevoerd worden. Ander Europa is dan ook van plan de komende  weken aandacht te besteden aan dit debat.

Hieronder een fotoreportage van de massademonstratie (foto’s onder licentie CC BY 4.0,  door #unteilbar)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zorgt Mélenchon voor opheldering binnen Europees radicaal links?

08/10/2018 - 23:27

Door Herman Michiel 8 oktober 2018   Voor diegenen die "linkse eenheid" als de alleenzaligmakende formule zien om vooruitgang te boeken in de strijd tegen rechts zal de koers die Mélenchons beweging La France Insoumise (LFI) inslaat ongetwijfeld als een zware vergissing overkomen. In de voorbije maanden heeft LFI op diverse wijzen te kennen gegeven het niet eens te zijn met de algemene politieke lijn van de GUE/NGL, de politieke fractie in het Europees Parlement van wat zich links van de sociaaldemocratische S&D-fractie bevindt. Zo legde de Parti de Gauche, waar de beweging LFI mee verbonden is, begin dit jaar een motie voor aan de Partij van Europees Links (PEL, waar de meeste partijen van GUE/NGL toe behoren) om het Griekse Syriza, de partij van Alexis Tsipras, uit de PEL te weren, wegens het "slaafs volgen van de dictaten van de Europese Commissie" [note]Zie ons bericht Orde op zaken bij Europees Links? van 2 februari 2018. [/note]. Een volgende stap werd gezet in april 2018; La France Insoumise, het Spaanse PODEMOS en het Portugese  Bloco de Esquerda gaven een gemeenschappelijk "manifest van Lissabon" uit, En nu het volk,  (Ahora el pueblo / Maintenant le peuple / Agora o povo) waarmee ze aankondigden de krachten te bundelen tegen de Europese soberheidspolitiek [note] Zie ons bericht En nu het volk”: Frans-Spaans-Portugese linkse samenwerking van 30 april 2018.[/note]. Op 27 juni 2018 voegden zich drie Scandinavische partijen bij de drie hogergenoemden: de Deense Rood-Groene Alliantie (Enhedslisten), de Zweedse Linkspartij (Vänsterpartiet) en de Finse Linkse Alliantie (Vasemmistoliitto). [note] Zie het bericht op de site van La France Insoumise. [/note]. Het manifest En nu het Volk werd aangevuld met de "Verklaring van Brussel", waarin zeven concrete strijdpunten worden vermeld: fiscale rechtvaardigheid, sociale rechten, strijd tegen klimaatverandering, gelijkheid en vrouwenrechten, eerlijke handel, migratiebeleid, vrede en ontwapening. Elke deelnemende partij zou een campagne rond een van deze thema's coordineren, LFI rond de militarisering van de EU. Mélenchons beweging heeft ook aangekondigd dat ze van de Europese verkiezingen een 'referendum tegen Macron' wil maken. Ondertussen blijkt steeds duidelijker dat En nu het Volk om meer kan gaan dan een tijdelijk samenwerkingsverband in het kader van de Europese verkiezingen van mei 2019. Het zou trouwens moeilijk te begrijpen zijn waarom  er een aparte krachtenbundeling moet komen om te strijden rond de thema's van het manifest van Lissabon of de aanvulling ervan met de Verklaring van Brussel, thema's die breed ondersteund worden door de hele linkerzijde. Een en ander wordt echter duidelijker als we nagaan wie als mogelijke bondgenoot beschouwd wordt in de strijd tegen het EU van het kapitaal. Zoals reeds vermeld was de weg die Syriza insloeg in juli 2015, met de aanvaarding van een nieuw Troikamemorandum, voor LFI een onaanvaardbare stap, terwijl de leiding van de europarlementsfractie  en de Partij van Europees Links dit veeleer voorstellen als een jammerlijke nederlaag na een moedig gevecht. Een nieuw gegeven zal de krachten achter En nu het Volk zeker niet afbrengen van hun wantrouwen in de huidige leiding van de officiële radicale linkerzijde in de EU. Dimitris Papadimoulis, europarlementslid voor Syriza en vice-voorzitter van het Europees Parlement, ziet een gevaarlijke toenadering van rechts tot extreemrechts en roept daarom op tot de vorming van een brede alliantie van democraten, gaande van Tsipras tot Macron, met inbegrip van Verhofstadts liberalen en gematigde christendemocraten.[note]Zie Euractiv 10 september, Papadimoulis: A broad pro-EU alliance can block EPP right wing-far right entente. [/note]. Mélenchons LFI wil van de Europese verkiezingen een 'referendum tegen Macron' maken, Papadimoulis wil dezelfde Macron in een soort antifascistisch front opnemen... En Papadimoulis vertolkt blijkbaar méér dan een persoonlijk ideetje, ook Tsipras liet zich in deze zin uit bij zijn Future of Europe speech van 11 september voor het Europees Parlement [note] Zie de video van minuut 18 tot 19.[/note]. Ik hoor het geweeklaag al over een zoveelste blijk van linkse verdeeldheid. Nochtans denk ik dat deze politieke twist heilzaam is, ja, noodzakelijk om tot een krachtdadiger linkerzijde te komen. Het toedekken van grondige meningsverschillen omwille van de 'eenheid' en numerieke sterkte van een parlementsfractie is uiteindelijk geen strategie. Men kan opwerpen dat Mélenchon en zijn France Insoumise politiek ook niet zo zuiver op de graat zijn. Klopt! Het lijkt er bijvoorbeeld sterk op dat het migrantenstandpunt om opportunistische redenen afgezwakt wordt [note] Zie Roger Martelli, Kritische bedenkingen over Links in Europa en immigratie [/note]; en LFI zal dan wel in het kader van de Verklaring van Brussel een campagne tegen de militarisering van de EU coördineren, maar houdt halsstarrig vast aan de Franse force de frappe, ja, de Franse atoombom [note]Zie bv. Médiapart 18 april 2017, Pour une France insoumise au nucléaire civil et militaire. [/note]. Men kan zich in gedachten 'zuiverder' voorvechters van een linkse Europese strategie inbeelden dan Mélenchon en zijn LFI, maar het politiek gebeuren verloopt nu eenmaal niet volgens je persoonlijke voorkeur. Laten we dus maar hopen dat de polarisering binnen Europees radicaal links tot opheldering en versterking van het verzet leidt.  

Boekbespreking: Ferdi De Ville, “Winnaars en verliezers – De politieke economie van Europese integratie”

03/10/2018 - 22:19

Door Herman Michiel 3 oktober 2018   Ferdi De Ville is professor politieke wetenschappen aan het Centrum voor EU-studies aan de Rijksuniversiteit Gent; hij is ook actief in de denktank Minerva. Twee jaar geleden was hij co-auteur van een kritische studie over TTIP, het (voorlopig gesjeesde) vrijhandelsverdrag tussen de EU en de VS [note]  Ferdi De Ville en Gabriel Siles-Brügge, TTIP, het Transatlantisch Handels- en Investeringsverdrag - een nuchtere analyse van beloftes en kritieken, Academia Press, 2016, 156 blz.,  20 €.  [/note]. Zijn nieuwe boek,  Winnaars en verliezers – De politieke economie van Europese integratie [note] Ferdi De Ville,  Winnaars en verliezers – De politieke economie van Europese integratie, verschenen eind september 2018 bij Pelckmans Pro, 179 blz., 25€. Een randbemerking over deze uitgave: in de eerste hoofdstukken vindt men systematisch en misschien wel twintig maal de woordcombinatie trentes glorieuses, waarmee de 'golden sixties' bedoeld worden. Het is vreemd dat ook de uitgever deze spelfout van het Frans (het moet natuurlijk zijn: trente glorieuses) niet opmerkte. In de hoge prijs van dit niet al te volumineuze boek zou men dan toch mogen onderstellen dat de diensten van een corrector of correctrice inbegrepen zijn?[/note] is veelomvattender; het gaat  "op zoek naar verklaringen voor de huidige onvrede" bij de Europese integratie, en bekijkt daarvoor zowel de geschiedenis van de Europese integratie (Deel I, Geschiedenis), het gevoerde beleid (Deel II, Asymmetrische integratie, met hoofdstukken over de interne markt, competitiebeleid, landbouwbeleid, monetair beleid, fiscaal beleid en sociaal beleid) en de grote sociaal-economische verscheidenheid van de lidstaten (Deel III, Verscheidenheid). In het afsluitend Deel IV wordt de eurocrisis beschreven als een illustratie én gevolg van het soort Europese integratie gevolgd door de Europese Unie, en worden een aantal ideeën gelanceerd om de tekorten te remediëren.   Plussen Ik wil onmiddellijk vermelden dat ik het boek lezenswaard vind, dat het geen onleesbaar product is vol jargon, dat het de lezer niet verveelt met een zoveelste voorstelling van de instellingen en verdragen van de EU en dat het geen platvloers Europa hoera boekje is (zoals De Villes academische collega Prof. Hendrik Vos pleegt te produceren [note] Zie de onverbloemde commentaar van Piet Lambrechts in Als een Vos de Europese passie preekt. [/note]. De Ville weerlegt of nuanceert een aantal van de standaardmythes van het EU-epos, en komt vaak kritisch uit de hoek. Ook al zijn deze kritieken meestal niet nieuw, het feit dat ze uit een academische pen komen en dat de auteur van sociaaldemocratische signatuur is, verleent ze een interessante zeggingskracht en een bepaald politiek gewicht. Laat me kort enkele interessante punten van De Villes analyse belichten.
  • Zoals reeds vermeld weerlegt of nuanceert De Ville een aantal van de Europese mythes. Zo toont hij in Hoofdstuk 3 aan dat de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS, 1951) - traditioneel voorgesteld als een geniaal idee van de Vaders van Europa om oorlog ten allen tijde onmogelijk te maken - op een meer prozaïsche wijze paste in de industriële noden van onder andere België, Luxemburg en Frankrijk. Ook over de voorstelling van de oprichting van de interne markt als een troostprijs voor het mislukken van de pogingen tot politieke integratie (met  o.a. de Europese Defensiegemeenschap) zegt De Ville dat het niet klopt; de interne markt was wel degelijk van meet af aan vervat in de Europese blauwdruk.
  • Hoofdstuk 16, "De eurocrisis: alles komt samen" toont op een paar bladzijden helder aan dat de Europese eenheidsmunt een ingebouwde splijtzwam is die, in plaats van de economische integratie en convergentie te vergemakkelijken, ze onmogelijk maakt. Ook de mythe dat, met uitzondering van Griekenland, onverantwoorde overheidsuitgaven aan de basis van de crisis zouden liggen, wordt terecht van de hand gewezen. Jammer dat de auteur ook niet de behandeling van Griekenland door de Europese leiders vanaf 2015 aangreep als het 'alles samen komen' van wat de Europese Unie in petto heeft op politiek vlak.
  • Waarom de roep naar een 'sociaal Europa' een roep in de woestijn zal blijven wordt kernachtig geformuleerd (pag. 89): "De combinatie van een taakverdeling waarbij het Europese niveau zich bezighoudt met het vestigen van een eenheidsmarkt via liberalisering en het nationale niveau sociale bescherming verzorgt, en het principe van 'suprematie' van Europese wetten zoals gestipuleerd door het Hof van Justitie van de EU, betekent dat sociale bescherming juridisch ondergeschikt is geworden aan vrije competitie."
  • De rol van de informele maar zeer machtige patronale lobbygroep ERT (European Round Table of Industrialists) bij het totstandkomen van de interne markt (pag. 47) en van de bij de ERT aanleunende AMUE (Association for the Monetary Union of Europe) bij het totstandkomen van de eenheidsmunt (pag. 73) wordt meestal maar vermeld door linkse eurokritische auteurs, maar krijgt ook hier de aandacht die dat verdient. De Ville citeert gewezen eurocommissaris Peter Sutherland (1985-89, onder commissievoorzitter Delors): "Men kan stellen dat de hele voltooiing van het interne marktproject niet geïnitieerd is door overheden maar door de ERT."
  Minnen Anderzijds stelt het boek mij nogal teleur door het gebrek aan diepgang in de politieke analyse en de zwakte van de remedieringsvoorstellen die in de conclusies aan bod komen. Vooral door de ondertitel van het boek, politieke economie van de Europese integratie, zijn de verwachtingen nogal hooggespannen. Maar de analytische 'toolbox' van de auteur bevat weinig scherpe werktuigen. Hij heeft het over 'groepen' in de samenleving, terwijl Max Weber het al over sociale klassen had; er is geen sprake van een tegenstelling kapitaal/arbeid, of bezittende klasse/werkende klasse maar van "mobiele en minder mobiele actoren". Ook de termen 'winnaars' en 'verliezers' waar het boek zo'n beetje rond geconstrueerd is komen over als een soort geslachtloze wezens. Hetzelfde kan gezegd worden over de schematiseringen van 'types markteconomieën' (liberale, gecoördineerde, staatsgeleide, mediterrane, afhankelijke) die hoogstens een beperkte beschrijvende waarde hebben. De karakterisatie van de Europese Unie zelf blijft eigenlijk volledig buiten het bestek van het boek. Terwijl men het met hem kan eens zijn dat "de Europese Unie die we vandaag kennen niet de uitkomst is van een complot van neoliberale krachten uit de jaren 1950" (pag. 165) zoekt men in een 'politieke economie van Europese integratie' toch naar een minimale indicatie van wat die EU-machine eigenlijk is. Een neutrale constructie die de kleur aanneemt van de toevallige politieke meerderheid? Een poging tot samenwerking tussen staten van het naoorlogse Europa, later gekaapt door neoliberale krachten? De toevallige resultante van politieke actoren en lobbygroepen? Misschien was het niet de ambitie van het boek om hier enige aandacht aan te besteden, maar dan kan men ook moeilijk spreken van 'politieke economie'. Ook de politiek tout court ontbreekt bijna volledig in het boek: hoe verloopt het politieke spel, hoe verhouden zich de grote politieke families in de EU, wat is de rol van de sociaaldemocratie  in de neoliberalisering van de EU (volgens veel analisten toch een belangrijk element in de huidige onvrede over de EU, zelfs in het oprukken van extreemrechts). Dit is verwonderlijk, want zoals ik verderop nog zal aantonen ontbreekt het de auteur niet aan kritische inzichten hierover, en heeft hij vroeger al diepgaandere analyses gemaakt van de aard van de EU en het politiek gebeuren daarin.   Welk bilan? Ondanks bepaalde hiaten ontbreekt het in het boek niet aan scherpe observaties, en men is dan ook benieuwd wat de auteur in zijn concluderend hoofdstuk zal naar voor schuiven. Maar dat valt tegen. De Ville baseert zijn bilan op een analyse in termen van 'output-legitimiteit' en 'input-legitimiteit'. Het eerste berust op de vraag of de EU leidt tot een meer efficiënte productie; dat de crisis in Europa veel langer duurde dan elders (en ik zou eraan toevoegen: dat de landen van de eurozone het er slechter vanaf brachten dan de lidstaten zonder euro) bewijst voor De Ville dat het argument van de output-legitimiteit niet langer kan ingeroepen worden. Hervormingen zijn daarvoor nodig. De Ville verwijst daarbij instemmend naar niemand minder dan ... de vleesgeworden Europese christendemocratische hypocrisie, Herman Van Rompuy, en citeert een van diens wollige uitspraken: "Het is van essentieel belang dat de Unie zich ook van haar beschermende kant laat zien. Het is hoog tijd dat duidelijk wordt gemaakt dat de Unie er niet alleen is voor de ondernemingen, maar ook voor de werknemers", enzovoort (pag. 167). Bijna even wollig zijn De Villes voorstellen, om "afspraken te maken over fiscaal en sociaal beleid, bijvoorbeeld om de vennootschapsbelasting, het minimumloon of de werkloosheidsuitkering in elk van de landen niet onder een bepaald niveau te laten zakken". Als succesvolle sociale politiek bedrijven kon herleid worden tot het 'maken van afspraken' vraagt men zich af waarom de sociaaldemocratie daar tot nog toe niet in geslaagd is. En als het niet lukt met die afspraken ziet De Ville nog een andere mogelijkheid: "de economische vrijheden en de begrotingsregels wat terugschroeven om ruimte te laten aan nationale overheden om opnieuw meer naar eigen goedvinden kunnen nationale fiscale en sociale keuzes te maken", waarbij zelfs "vormen van kapitaalcontrole" kunnen ingevoerd worden. De Ville weet nochtans zeer goed - en legt dat in het boek ook uit - dat er in de EU niet gespot wordt met de economische vrijheden. Als het echt de bedoeling is om linkse, of zelfs maar consequent-reformistische politiek te bedrijven en tegen de neoliberale EU in te gaan, is de les die we in Griekenland geleerd hebben dat men niet onbeslagen op het ijs kan komen. De badinerende toon waarop de auteur zijn voorstellen doet lijkt er echter niet op  te wijzen op dat deze  les geleerd werd. Wat de 'input-legitimiteit' betreft, die ervoor zou moeten zorgen dat burgers een echte keuze hebben tussen duidelijke beleidsalternatieven, wordt eveneens op luchthartige toon een en ander voorgesteld."De besluitvorming op Europees niveau kan aangepast worden, zodat fundamentele bijsturingen gemakkelijker (bij meerderheid) kunnen worden genomen."  Er wordt ook een tweede mogelijkheid geopperd, een optie "om de cirkel te doorbreken" waarmee Herman Van Rompuy het zeker niet zou eens zijn, en die we nogal in extenso willen citeren: "dat landen er unilateraal voor kiezen om Europese regels te overtreden. Dat zou het resultaat kunnen zijn van een verkiezingsoverwinning van radicale partijen, zoals in Griekenland of Italië. Een dergelijke regering zou bijvoorbeeld kunnen beslissen om de begrotingsregels naast zich neer te leggen, of kapitaalcontroles invoeren om hoge belastingen op mobiele factoren te heffen. Op die manier zouden ze op korte termijn beleidsautonomie herwinnen. Wanneer dat dreigt een nieuwe crisis uit te lokken, omdat financiële markten nieuwe twijfels zouden krijgen bij het voortbestaan van de eurozone, zou het de huidige status opschudden en meer ingrijpende bijsturingen wel mogelijk kunnen maken. Momenteel hebben sommige lidstaten er weinig belang bij om van koers te veranderen. Maar als het alternatief een nieuwe crisis is, waarbij zij ook grote verliezen dreigen te lijden, bijvoorbeeld omdat een land zijn leningen niet zou terugbetalen, dan kan dat de onderhandelingsmacht en dynamiek veranderen in het voordeel van zij die verandering willen." Nu wordt het interessant, hier wordt een strategische aanzet gegeven, maar hier precies eindigt het boek... Beste Ferdi, misschien moet uw volgend boek hier beginnen?   Ambities gemilderd? Zelfs als ze het over "de feiten" eens zijn trekken mensen daaruit meestal uiteenlopende politieke conclusies. Ik vind De Villes voorstellen om tot een ander beleid te komen in Europa niet erg geloofwaardig [note] De Ville verwijst in voetnoot 105 ook naar enkele "concrete, uitgewerkte voorstellen die passen bij mijn dubbele bijsturing". Het is hier niet de plaats om deze documenten te becommentariëren, maar men is toch verbaasd dat de auteurs grotendeels uit de gangbare Europese machtscentra komen: beleidsmedewerkers  van de Europese Centrale Bank, politici uit PASOK of  Ciudadanos, verre van linkse denktanks als Bruegel, Fondation Robert Schuman, Peterson Institute ... Ook dat draagt niet onmiddellijk bij  tot de geloofwaardigheid. [/note], maar dat zou omgekeerd ongetwijfeld ook zo zijn. Eigenaardiger is dat hij drie jaar geleden, wat mij betreft, een scherpere analyse maakte en politiek relevantere suggesties deed, die niet in het boek terug te vinden zijn. Ik heb het over zijn essay "Sociaaldemocratie moet zich uit Europese dwangbuis wringen" [note]Ferdi De Ville,  Sociaaldemocratie moet zich uit Europese dwangbuis wringen, Res Publica n° 3, 2015, pag. 353-368, beschikbaar op https://biblio.ugent.be/publication/6956198/file/6956203 .  [/note] geschreven in het 'Griekenlandjaar' 2015.  Hier is er wél sprake van de in het kader van een politieke economie hoogst relevante feiten als het 'socialisme van de Derde Weg', de onbenutte meerderheid van sociaaldemocraten in de EU eind jaren 90, de  "schade toegebracht aan de sociaaldemocratie in Europa door het mercantilistisch beleid van de Duitse sociaaldemocraten", "de strategie van telkens compromissen te zoeken met de conservatieven van de Europese Volkspartij",  enzovoort. Er wordt ook gesproken over kapitaal versus arbeid, eerder dan groepen van winners  en verliezers. Het belangrijkste lijkt me nog  De Villes  opmerking over het belang van strategie: "Helaas hebben sociaaldemocraten hun hoop voor een sociaaldemocratische wederopstanding op het Europese niveau geprojecteerd zonder een duidelijk plan hoe de Europese Unie dan wel sociaal en democratisch moest gemaakt worden. Door dit gebrek aan strategisch inzicht en de gebeurtenissen van eind jaren 80 (de val van de Berlijnse muur en de overhaaste invoering van de euro en uitbreiding van de Unie in reactie daarop) is de Europese Unie uiteindelijk een constructie geworden, die de natte droom van neoliberalen als Friedrich Hayek benadert." Jammer dat er in De Villes nieuwe boek zo weinig terug te vinden is van strategisch denken op het Europese politieke vlak. Ook het herhaald wijzen naar vakbonden die zich onvoldoende ingespannen hebben om loonmatiging  op te leggen om aldus het concurrentievermogen op te tillen [note] Enkele voorbeelden. Over de Belgische socialistische vakbond: "een militante vleugel die minder bereid was tot constructieve opstelling" (pag. 124); "sociale partners slaagden er niet in om loonmatiging af te spreken, en de concurrentiepositie van de Belgische economie verslechterde (pag. 125); "In Zuid-Europa zorgden de verdeelde vakbonden, die vooral in de afgeschermde sectoren sterk staan, ervoor dat de rest van de economie competitiviteitverlies leed, en de industrie versneld teloor ging. " (pag. 157). Over Duitsland wordt gezegd dat het land opnieuw competitief werd door de medewerking van de vakbonden bij het matigen van de lonen, onder meer door de Hartzhervormingen (pag. 156), maar anderzijds (pag. 163) wordt vermeld wat ook andere waarnemers genoteerd hebben: de loonmatiging leidde niet systematisch tot een daling van de prijzen van producten waar toch voldoende vraag naar was, met alleen een hogere winstmarge als resultaat.  [/note]  lijkt een terugvallen te zijn op formules die hun ondeugdelijkheid bewezen hebben.  

Frans manifest voor het onthaal van de migranten

28/09/2018 - 15:57

  Op 26 september publiceerden de Franse bladen Regards, Politis en Mediapart een manifest ondertekend door 150 Franse intellectuelen, kunstenaars, militanten van NGO's en vakbonden, en een aantal personaliteiten uit de civiele maatschappij. Ze pleiten voor een echt onthaalbeleid voor migranten, en verzetten zich met klem tegen de exploitatie van het migratiethema door extreemrechts. Ander Europa brengt de Nederlandse vertaling van het manifest; de lijst van ondertekenaars vindt men onderaan. [su_spacer] [su_note note_color="#cccddd" class=" notitie90procent"] Manifest voor het onthaal van de migranten   Overal in Europa gaat extreem rechts erop vooruit. Het streven naar gelijkheid wordt verdrongen door een identitaire obsessie. De schrik om zich niet meer thuis te voelen haalt de bovenhand op de keuze om samen te leven. Verantwoordelijkheidszin en de wil om te delen worden vertrappeld onder een hang naar orde en gezag. Het elk voor zich haalt het op de gemeenschapszin. De zondebokken worden weer van stal gehaald, wat er toe leidt dat het financieel gesjacher, de onophoudelijke vermarkting, de toenemende ongelijkheid, discriminatie en precarisering aan het oog onttrokken worden. In weerwil van de feiten zou de 'migratiedruk' de oorzaak zijn van onze kwalen, zo wordt beweerd. En dan is het nog maar een kleine stap, die door al te velen gezet wordt, om te beweren dat we een beter leven tegemoet gaan door de migratiestromen een halt toe te roepen. Dat aanvaarden wij niet. De wortels van onze hedendaagse kwalen moet men niet zoeken in de migratie van mensen, maar in de onbeperkte heerschappij van concurrentie en governance, in de financiële dictatuur en de technocratische blindheid. De loonmassa wordt niet gedrukt door de arbeidskrachten uit de migratie, maar door de steeds verder oprukkende wet van de competitiviteit, rentabiliteit en precariteit. Het is een illusie te denken dat men de migratiestromen zal kunnen beperken, laat staan ze tot stilstand brengen. Wie dat beoogt moet steeds verdergaande maatregelen treffen. Regulering wordt scherpere politiecontrole, de grens wordt een muur. En wie zegt afsluiting, zegt geweld, en een toename van haveloze clandestienen die tot alles bereid zijn. De huidige globalisering laat toe dat kapitalen en waren zonder controle en zonder dwang kunnen voortbewegen, maar mensen zouden het niet mogen. Het vrij verkeer van mensen is geen geloofsartikel van het Kapitaal, niet van het Kapitaal van destijds, noch van dat van vandaag. In de komende jaren zal de migratie toenemen, zowel de vrijwillige als de gedwongen. Dat zal te zien zijn op onze kusten, en ook ons land zal, net zoals vandaag, zijn migranten kennen. Er zullen meer vluchtelingen zijn, voortgestuwd door oorlogen en klimaatcatastrofes. Wat moet er dan gebeuren? Verder gaan in het afsluiten van grenzen en de armsten laten opvangen door de iets minder armen? Dat is ethisch verwerpelijk en rationeel gezien stupide, struisvogelpolitiek. Na ons de zondvloed? Maar de zondvloed komt eraan voor iedereen! Aan het extreemrechts gedachtengoed, dat al te vaak door rechts werd overgenomen en zelfs een deel van links bekoort, moet geen enkele toegeving worden gedaan. Wij, intellectuelen, kunstenaars, militanten in verenigingen en vakbonden en bovenal: burgers, wij bevestigen dat we het hoofd niet zullen buigen. We zullen geen compromissen sluiten met het gedachtegoed van extreemrechts. Migratie is slechts een kwaal in samenlevingen die niet willen weten van verdelen. De vrijheid van beweging en de gelijkheid van de sociale rechten voor immigranten in de onthaallanden zijn fundamentele rechten van de mensheid. Aan extreem rechts gunnen we het cadeau niet om te laten geloven dat ze de juiste vragen stellen. Wij verwerpen die vragen, zowel als hun antwoorden. [/su_note] [su_spacer] De 150 ondertekenaars: Christophe AGUITON sociologue, Christophe ALEVEQUE humoriste et auteur, Pouria AMIRSHAHI directeur de Politis, Ariane ASCARIDE comédienne, Jean-Christophe ATTIAS universitaire, Geneviève AZAM économiste, Bertrand BADIE politiste, Sébastien BAILLEUL DG du CRID, Josiane BALASKO comédienne, Étienne BALIBAR philosophe, Ludivine BANTIGNY historienne, Pierre-Emmanuel BARRE auteur, humoriste, Lauren BASTIDE journaliste, féministe, Christian BAUDELOT sociologue, Edmond BAUDOIN auteur, dessinateur de BD, Alex BEAUPAIN auteur, compositeur, interprète, François BEGAUDEAU écrivain, Yassine BELATTAR humoriste, Hourya BENTOUHAMI philosophe, Alain BERTHO anthropologue, Pascal BLANCHARD historien, Romane BOHRINGER comédienne, Benoît BORRITS chercheur militant, Patrick BOUCHAIN architecte, Alima BOUMEDIENE-THIERY avocate, Rony BRAUMAN médecin, cofondateur de MSF, Michel BROUE mathématicien, Valérie CABANES juriste internationale, Hélène CABIOC’H présidente de l’Ipam, Julia CAGE économiste, Robin CAMPILLO réalisateur, Aymeric CARON écrivain, journaliste François CHAIGNAUD chorégraphe, Patrick CHAMOISEAU écrivan, Paul CHEMETOV architecte, Monique CHEMILLIER-GENDREAU juriste, Mouhieddine CHERBIB Respect des libertés, Jean-Louis COHEN historien, Christel COURNIL enseignante-chercheuse, Marie COSNAY écrivaine, Annick COUPE syndicaliste, Alexis CUKIER philosophe, Jocelyne DAKHLIA historienne, Jean-Michel DAQUIN architecte, Françoise DAVISSE réalisatrice, Philippe DE BOTTON président de Médecins du monde, Laurence DE COCK historienne, Catherine DE WENDEN politologue, Christine DELPHY féministe, Christophe DELTOMBE président de la Cimade, Rokhaya DIALLO journaliste, écrivaine, Georges DIDI-HUBERMAN philosophe, Bernard DREANO président du Cedetim, Michel DRU anesthésiste-réanimateur, Françoise DUMONT présidente d’honneur de la LDH, Annie ERNAUX écrivaine, Éric FASSIN sociologue, anthropologue, Corentin FILA comédien, Geneviève FRAISSE philosophe, Bernard FRIOT économiste, Isabelle GARO philosophe, Amandine GAY réalisatrice, Raphaël GLUCKSMANN essayiste, Yann GONZALEZ réalisateur, Robert GUEDIGUIAN réalisateur, Nacira GUENIF sociologue et anthropologue, Janette HABEL politologue, Jean-Marie HARRIBEY économiste, Serge HEFEZ psychanalyste, Cédric HERROU militant associatif, Christophe HONORE réalisateur, Eva HUSSON réalisatrice, Thierry ILLOUZ auteur et avocat pénaliste, Pierre JACQUEMAIN rédacteur en chef de Regards, Geneviève JACQUES militante associative, Chantal JAQUET philosophe, JULIETTE chanteuse parolière et compositrice, Gaël KAMILINDI pensionnaire de la Comédie-Française, Pierre KHALFA syndicaliste et coprésident de la Fondation Copernic, Cloé KORMAN écrivaine, Bernard LAHIRE professeur de sociologie à l’ENS de Lyon, Nicole LAPIERRE anthropologue et sociologue, Mathilde LARRERE historienne, Henri LECLERC président d’honneur de la LDH, Raphaël LIOGIER sociologue et philosophe, Isabelle LORAND chirurgienne, Germain LOUVET danseur étoile de l’Opéra de Paris, Gilles MANCERON historien, Philippe MANGEOT enseignant, Patrice MANIGLIER philosophe, Philippe MARLIERE politologue, Roger MARTELLI historien et directeur de la publication de Regards, Christiane MARTY ingénieure-chercheuse, Corinne MASIERO comédienne, Gustave MASSIAHaltermondialiste, Nicolas MAURY comédien, Marion MAZAURIC éditrice, Caroline MECARY avocate, Philippe MEIRIEU pédagogue, Phia MENARD jongleuse performeuse et metteure en scène, Céline MERESSE présidente du CICP, Guillaume MEURICE auteur et humoriste, Pierre MICHELETTI médecin et écrivain, Jean-François MIGNARD secrétaire général de la LDH, Véronique NAHOUM-GRAPPE anthropologue, Stanislas NORDEY directeur du Théâtre national de Strasbourg, Ludmila PAGLIERO danseuse étoile à l’Opéra de Paris, Willy PELLETIER sociologue, Nora PHILIPPE auteure et réalisatrice, Thomas PIKETTY économiste, Edwy PLENEL journaliste et cofondateur de Mediapart, Emmanuel POILANE président du CRID, Thomas PORCHER économiste, Didier PORTE humoriste, Mathieu POTTE-BONNEVILLE philosophe, Olivier PY auteur metteur en scène et directeur du Festival d’Avignon, Bernard RAVENEL historien, Éric REINHARDT écrivain, Prudence RIFF co-présidente du FASTI, Michèle RIOT-SARCEY historienne, Vanina ROCHICCIOLI présidente du Gisti, Paul RODIN directeur délégué du festival d’Avignon, Marguerite ROLLINDE politologue spécialiste du Maghreb, Alexandre ROMANES cofondateur du cirque Romanès, Délia ROMANES confondatrice du cirque Romanès, Paul RONDIN directeur délégué du Festival d’Avignon, Alain RUSCIO historien, Malik SALEMKOUR président de la LDH, Sarah SALESSE avocate, Christian SALMONécrivain, Odile SCHWERTZ-FAVRAT ex-présidente de la Fasti, Denis SIEFFERT président de la SAS Politis, Catherine SINET directrice de la rédaction de Siné Mensuel, Evelyne SIRE-MARIN magistrat, Romain SLITINE enseignant à Sciences Po, Pierre TARTAKOWSKY président d’honneur de la LDH, Lilian THURAM fondation Lilian Thuram-Éducation contre le racisme, Sylvie TISSOT sociologue, Michel TOESCA acteur et réalisateur, Marie TOUSSAINT militante associative et présidente de Notre affaire à tous, Assa TRAORE comité Adama, Enzo TRAVERSO historien, Catherine TRICOT architecte-urbaniste, Aurélie TROUVE porte-parole d’Attac, Fabien TRUONG sociologue, Michel TUBIANA président d’honneur de la LDH, Dominique VIDAL-SEPHIHA journaliste, Jean VIGREUX historien, Thierry VILA écrivain, Arnaud VIVIANT écrivain et critique littéraire, Sophie WAHNICH historienne, Jacques WEBER comédien, Serge WOLIKOW historien. [su_spacer] Ondertekenende organisaties:
Assemblée citoyenne des originaires de Turquie (ACORT), Auberge des migrants, Bureau d’accueil et d’accompagnement des migrants (BAAM), CCFD - Terre solidaire 93, Centre d’études et d’initiatives de solidarité internationale (CEDETIM), Centre international de culture populaire (CICP), Coalition internationale des sans-papiers et migrants (CISPM), Comité pour le Respect des Libertés et des Droits de l’Homme en Tunisie (CRLDHT), Coordination 75 des sans-papiers, Coordination 93 de lutte pour les sans-papiers, CSP92, DIEL, Fédération des associations de solidarité avec tous·te·s les immigré·e·s (Fasti), Fédération des tunisiens pour une citoyenneté des deux rives (FTCR), Gisti, Initiatives pour un autre monde (IPAM), La Cimade, Ligue des droits de l’homme, Respect des Libertés et des Droits de l’Homme en Tunisie, Roya citoyenne, Syndicat des avocats de France (SAF), Union juive française pour la paix (UJFP), Utopia 56.

Labour blijft koersen op Peoples’ Brexit

27/09/2018 - 17:57

door Frank Slegers 27 september 2018   Het congres van het Britse Labour afgelopen weekend kende vele debatten. In deze bijdrage concentreren we ons toch weer op de Brexit. Dat gaat ons immers rechtstreeks aan: het gaat oók over onze relatie met de mensen aan de andere kant van het Kanaal.   Andere debatten De andere debatten op het congres gingen onder meer over het beleid van een toekomstige Labourregering: daarover bestond grote eensgezindheid, al liet allicht niet iedereen het achterste van zijn tong zien. Meer debat was er over de versterking van de interne democratie in Labour. In Labour spelen drie groepen een rol: de individuele leden, de vakbonden, en de parlementsleden. De individuele leden, belichaamd door Momentum, wilden een grotere rol spelen in de verkiezing van de partijleider, het aanduiden van kandidaat-parlementsleden, en dergelijke. De parlementsleden zeggen echter dat zij hun legitimiteit niet enkel putten uit Labour, maar ook uit de kiezers die hen verkozen hebben. Zo verdedigen zij hun groot gewicht, ook in het inwendig partijleven. Hun argument snijdt ergens wel hout, maar de vraag is dan wie deze electorale legitimiteit uiteindelijk beheert: het individuele parlementslid, of de partij? En dan zijn we weer bij af... Veel linkse leden willen afrekenen met parlementsleden die hun macht misbruiken tegen Corbyn. Maar electorale populariteit kan je niet zomaar overhevelen van de ene kandidaat naar de andere, en bovendien dreigt al een tijdje een afsplitsing van de meest rechtse parlementsleden. Dus werd een compromis bereikt, dat weliswaar een democratische verbetering is van een aantal regels, maar toch ver achterblijft bij de doelen die een groep als Momentum zich had gesteld. Zij vonden de vakbonden op hun weg die geen scheuringen willen nu regeringsmacht binnen handbereik lijkt.   De Brexit De Brexit dan. Gedurende het congres was er veel aandacht voor de vraag of Labour desgevallend een nieuw referendum steunt. In de aanloop naar het congres was dat wat betreft Jeremy Corbyn zeker niet het geval. Het referendum werd onder meer gepromoot door de Peoples’ Vote campagne. Hierover kunnen we kort zijn: het is de vleugel van Labour die het referendum over de Brexit zonder meer wil terugdraaien om terug te keren in de moederschoot van de EU, en om als vanouds mee te werken aan dit neoliberaal project. Ze verschillen in niets van de sociaaldemocraten in onze contreien. Veel andere voorstanders van een nieuw referendum hadden echter andere motieven : vrees dat de Brexit wordt ingevuld door de Conservatieven of dat de Brexit in de kaart speelt van nationalisme en xenofobie, of geloof dat de strijd voor een ander Europa beter gevoerd kan worden in de EU dan via een Verenigd Koninkrijk dat zijn eigen koers vaart. Jeremy Corbyn en de zijnen verklaarden zich geen voorstanders van een nieuw referendum. Ook hier spelen vele argumenten. Er is het democratisch argument: je kan referenda niet herhalen tot de mensen stemmen zoals jij het wil (binnen de EU zoals geweten een kwalijke gewoonte). Er is het electoraal argument: veel kiezers van Labour hebben leave gestemd, en zouden  zich verraden voelen als hun partij deze stem de rug toe keert. En er is het strategisch argument: Labour ruikt zijn kans om van de Brexit gebruik te maken om een krachtdadig links regeringsbeleid door te drukken. Daarom verkiest de leiding van Labour verkiezingen boven een nieuw referendum. Het valt op dat veel voorstanders van een nieuw referendum ervan uitgaan dat de meerderheid ditmaal remain zal stemmen. Maar is dat wel zo? Uit alle peilingen blijkt dat de kiezers niet van mening zijn veranderd. Zullen de kiezers die de vorige keer thuis bleven dan dit keer de doorslag geven? Dat valt af te wachten. De vorige keer voerden alle grote partijen, het bedrijfsleven, enz., campagne tegen de Brexit. Dat zou deze keer iets anders liggen... Nieuwe verkiezingen daarentegen bieden wel degelijk een unieke kans voor Labour. Het gevolg van de Brexit en de chaotische aanpak ervan is dat alles open lijkt te liggen: een breed gedeeld gevoel in Groot-Brittannië is dat het nu of nooit is om een nieuw begin te maken. Daar speelt Labour op in, niet alleen met haar vernieuwend programma en voorstellen, maar ook met de taal en beelden die het stuurt naar de bevolking. Gemakkelijk zal het natuurlijk niet zijn, want het vertrekpunt is een economie die draait op lage lonen en de City... Uiteindelijk beslsite het congres de optie van een nieuw referendum niet uit te sluiten mits nieuwe verkiezingen niet afgedwongen kunnen worden. Er was ook nog wat discussie over de inhoud van een dergelijk referendum: moet remain een optie zijn, of wordt er enkel gestemd over een akkoord met de EU? Als er ooit een nieuw referendum komt wordt de vraag bepaald door het parlement, waar de Conservatieven vooralsnog de meerderheid vormen...   En nu? Tot nader order blijft het initiatief in handen van de Europese leiders aan de ene kant, en Theresa May aan de andere kant. De eerste vraag is of het uiterlijk in november tot een akkoord komt. Het standpunt van de EU-leiders (de vier vrijheden van de Gemeenschappelijke Markt zijn ondeelbaar) en dat van Theresa May (het zogenaamde Chequers-plan, dat enkel het Britse goederenverkeer binnen de Gemeenschappelijke Markt wil houden) zijn onverzoenbaar. Maar het was al duidelijk dat deze knoop pas zal 0ntward worden ná de formele scheiding in maart 2019. Het volstaat dus een voldoende wazig akkoord af te sluiten op de Europese Top in november, met een schijn van oplossing voor de Ierse kwestie. Omdat echt niemand gebaat is bij een scheiding zonder akkoord, wat tot een langdurige kortsluiting zou kunnen leiden, blijft het dus goed mogelijk dat in november een of andere vorm van formeel akkoord wordt ondertekend over de scheiding in maart 2019. Vervolgens moet dit akkoord worden goedgekeurd in het Britse parlement. Het is niet duidelijk hoe May, die regeert met een overschot van 19 zetels, de Noordierse unionisten van de DUP inbegrepen, aan een meerderheid kan komen. De Britse conservatieven zijn tot op het bot verdeeld. Samengevat komt het hier op neer: hoe gemakkelijker toegang je wil tot de Europese markt, hoe meer je gebonden wordt aan Europese regels. Voor de harde Brexiteers gaat Chequers al te ver, omdat de productie van goederen in het Verenigd Koninkrijk onderworpen blijft aan Europese regels, en er weinig ruimte zou zijn voor het vrij afsluiten van handelsverdragen met de rest van de wereld. Zij stellen een handelsakkoord met de EU voor zoals het akkoord dat de EU sloot met Canada. Maar dat vindt de andere Conservatieve vleugel dan weer te weinig, omdat het de kwestie van de grens tussen Ierland en Noord-Ierland onoplosbaar maakt, en geen waarborgen biedt voor een vlotte integratie van het Brits productieapparaat in Europa. Rekenkundig lijkt het voor May dus niet mogelijk een meerderheid te halen: ze kan niet beide vleugels tevreden stellen. Toch is het niet uitgesloten: als het akkoord met de EU vaag genoeg is, en door te dreigen met een val van de regering en nieuwe verkiezingen, en/of een no deal Brexit, valt het niet uit te sluiten dat de overlevingskunstenaar May ook deze horde haalt. Het congres van de Conservatieven komend weekend zal ons vast veel leren. Jeremy Corbyn heeft al aangekondigd dat Labour mits een aantal voorwaarden vervuld zijn in het parlement voor een akkoord tussen May en de EU zal stemmen. Allicht is deze verklaring niet meer dan een manoeuver, om zichzelf op te werpen als iemand die een positieve uitweg uit de Brexit zoekt. Je kan er gif op nemen dat May het niet overleeft als zij een akkoord door het Parlement krijgt dank zij de steun van Labour, tegen een deel van haar eigen partij in. Opvallend in de verklaring van Corbyn was wel dat hij eist dat een akkoord deelname aan de Europese douane-unie inhoudt, maar de Gemeenschappelijke Markt niet vermeldt. Betekent dit dat hij overtuigd blijft dat een Peoples’ Brexit niet mogelijk is als je je onderwerpt aan de Gemeenschappelijke Markt? Met een douane-unie zou het probleem van de Ierse grens gedeeltelijk opgelost zijn, maar ook niet helemaal, want vrij verkeer van goederen vereist meer dan enkel het afschaffen van douane-tarieven. Je hebt ook allerlei regels op het vlak van gezondheid, veiligheid,... Maar dat valt op te lossen. En als oppositieleider kan je je een zekere flou artistique veroorloven. De komende dagen zullen ons leren of Labour inderdaad een kans krijgt als regering de Brexit in te vullen for the many, not the few. Er resten dus nog enkele weken voor alle krachten op het continent die ijveren voor een ander Europa na te denken hoe zij een Peoples’ Brexit kunnen inzetten om dit ander Europa dichterbij te brengen.

EU: zwarte lijst van belastingsparadijzen is oogverblinding

24/09/2018 - 16:04

Als het over belastingparadijzen gaat, blijkt de Europese Unie (EU) met haar ‘zwarte lijst’ op een splinter te wijzen, wat ertoe leidt – of dient – om de balk in eigen oog aan het zicht te onttrekken. Dat is de conclusie die men kan trekken uit een studie van het Tax Justice Network die pas werd voorgesteld. De in de zwarte lijst vermelde exotische oorden zijn verantwoordelijk voor één procent van de financiële geheimhouding die het innen van belasting in de EU treft, terwijl 34% afkomstig is uit de EU zelf. Koploper in het onder de duiven schieten van EU-partners is het Koninkrijk op de Amstel, Ruttes o zo nette Nederland.

Die zwarte lijst zelf was eigenlijk al een merkwaardig  ding. Er moesten eerst miljoenen bladzijden van Panama papers, Luxleaks, Paradise papers e.d. voor de neus van politieke leiders gehangen worden tot er enige reactie kwam. En welke! In december 2017 publiceerden ze eindelijk een “blacklist of non-cooperative tax jurisdictions”, fiscale overheden dus die niet willen meewerken in het uitwisselen van de nodige informatie om fiscale fraude tegen te gaan. De lijst bevatte 17 overheden, gaande van Amerikaans Samoa over Panama tot Trinidad. Maar zie, nog geen twee maanden later werd de lijst gehalveerd, onder andere Panama werd geschrapt; acht van de zeventien zondaars hadden beloofd hun leven te beteren en werden meteen witgewassen. Ook in maart en mei van dit jaar werden opnieuw penitenten van de lijst geschrapt, zodat er momenteel nog zeven overblijven 1.

Het Tax Justice Network becijferde dus dat deze zwarte lijst verantwoordelijk is voor één procent van het achterhouden voor EU-staten van financiële informatie (‘ financial secrecy services facing EU member states’). Met andere woorden: de lijst laat 99% van de schuldigen buiten beschouwing!

In volgorde van belangrijkheid zijn volgens het Tax Justice Network de 15 hoofdschuldigen :

Rang Jurisdictie Aandeel in de financiële geheimhouding naar EU toe Op de zwarte lijst
van de EU? 
1 Verenigde Staten 4.7% Nee 2 Nederland 4.0% Nee 3 Luxemburg 3.8% Nee 4 Zwitserland 3.7% Nee 5 Kaaimaneilanden 3.4% Nee 6 Duitsland 3.3% Nee 7 Japan 2.3% Nee 8 Frankrijk 2.3% Nee 9 Verenigde Arabische Emiraten 2.1% Nee 10 Hong Kong 2.1% Nee 11 Turkije 2.0% Nee 12 Bermuda 2.0% Nee 13 Jersey 1.9% Nee 14 Taiwan 1.9% Nee 15 Guernsey 1.9% Nee

Onze trouwe transatlantische partner dus in de eerste plaats, en direct gevolgd door ‘eerbare’ EU-landen als Nederland, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk… Geen enkele van deze fiscale parasieten komt voor op de Europese zwarte lijst. Het onderzoeksrapport vermeldt dat Nederland meer dan drie maal zo veel geheimdoenerijdiensten verleent aan Duitsland dan Panama, en Duitsland op zijn beurt meer dan twee maal zoveel als Panama aan Nederland. Rijke Zweden onttrekken voor 144 miljard dollar (!) aan de Zweedse fiscus door het in de USA te parkeren. Enzovoort…

De onderzoekers van het Tax Justice Network doen ook enkele aanbevelingen om aan de situatie te verhelpen, onder andere een voorheffing van 30% voor alle transacties naar niet-coöpererende belastingsentiteiten, de Verenigde Staten in de eerste plaats. Het ontbreekt niet aan mogelijkheden om iets te doen aan deze tergende onrechtvaardigheid, maar dat is natuurlijk geen prioriteit voor een Unie van en voor het Kapitaal.

Wie durft nog vol te houden dat we “Europa nodig hebben” (bedoeld is eigenlijk de Europese Unie) “om ons te weer te stellen tegen de wilde globalisering” ? (hm)

 

Mensen beschermen tegen multinationals? Of multinationals tegen mensen ??

21/09/2018 - 10:06

door Herman Michiel 21 september 2018   "We zijn bezorgd en teleurgesteld als we moeten vaststellen dat de Europese Unie er vlugger bij is om nieuwe handelsovereenkomsten af te sluiten, zoals onlangs met Ecuador en nu met het Mercosurblok, dan om de eerbiediging van fundamentele mensenrechten te garanderen, zelfs wanneer die geschonden worden door bedrijven met hoofdkwartier in Europa." Aan het woord is de Peruviaanse kardinaal Pedro Barreto, die op 20 september met een delegatie van Latijns-Amerikaanse kerkelijke leiders en twee vertegenwoordigers van de inheemse gemeenschappen een ontmoeting had met leiders van de EU "om te discussiëren over de toekomst van het Amazonegebied en de hoogdringendheid om de natuur en de mensen die haar verdedigen beter te beschermen." De prelaat wijst erop dat van de 207 moorden op milieu- en landhervormingsactivisten in 2017 er 60% in Latijns-Amerika plaats hadden. De kardinaal heeft ook een zeer concreet verzoek:  "Ik kom naar Brussel om de EU-leiders aan te sporen om een constructieve houding aan te nemen bij de onderhandelingen binnen de Verenigde Naties voor een bindend verdrag over transnationale bedrijven. Via dit instrument zou er een internationaal gerechtshof kunnen opgericht worden waardoor slachtoffers van mensenrechtenschendingen zich tot het gerecht zouden kunnen richten in de rechtsgebieden van grote transnationale bedrijven, wat een cruciale stap zou zijn voor de bescherming van de rechten van gemeenschappen." Over dit bindend VN-verdrag voor transnationale bedrijven hoort men in onze media bitter weinig, en dat zullen die transnationale bedrijven prima vinden. Het gaat er immers over om iets te doen tegen de straffeloosheid waarmee die bedrijven allerlei rechten (mensenrechten, sociale rechten, milieurechten…) kunnen aan hun laars lappen. Het is niet verbazend dat Ecuador in 2014 het voortouw nam om binnen de Verenigde Naties tot een dergelijk verdrag te komen. Chevron richtte in dit land een enorme olievervuiling aan, maar jaren procederen door de Ecuadoraanse overheid leidden tot niets. Dit is maar één voorbeeld onder de vele, en het hoeft niet te verbazen dat het Ecuadoraans voorstel meteen door 85 vooral Zuiderse lidstaten van de VN positief werd onthaald. Maar het werd verworpen door de Verenigde Staten, Japan, Zuid-Korea en … alle lidstaten van de EU. In tegenstelling met handelsverdragen kan de EU, met name de Commissie, binnen de Verenigde Naties niet optreden in naam van de lidstaten. Maar haar diplomatieke vertegenwoordiging aldaar, met een 'waarnemerstatus',  fungeert als een soort informele coördinatie voor het verzet van die lidstaten tegen elk obstakel dat 'hun' multinationals zou kunnen in de weg gelegd worden [note] Zie hierover een artikel in MO*, Saboteert de EU een VN-mensenrechtenverdrag? [/note]. Zo maakte de delegatie van de Europese Unie zich 'nuttig' bij het Comité 5 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, het comité dat zich met de begroting bezighoudt, door te pogen een eind te maken aan de financiering van de intergouvernementele werkgroep van de Raad voor Mensenrechten [note] Zie ons bericht van 20 december 2017.  [/note]. De EU die in haar handelsverdragen (TTIP, CETA…) steevast ISDS-clausules wil inlassen, waardoor multinationals via uitzonderingsrechtbanken overheden kunnen aanklagen en beboeten als ze denken dat hun winsten bedreigd worden, diezelfde EU dus wil niet weten van maatregelen die het misbruik door multinationals enigszins aan banden zouden kunnen leggen.   [caption id="attachment_15614" align="aligncenter" width="500"] Vervuiling in de Lago Agrio oliewinning, Ecuador 2007. Het olieveld bracht Chevron (overnemer van Texaco) naar schatting 25 miljard dollar winst op, maar het bedrijf deed niets om de schade te herstellen; in de regio werd trouwens een verhoogd aantal kankergevallen vastgesteld. De Ecuadoraanse regering eist sinds jaren een schadevergoeding van 9,5 miljard dollar, maar dit liep voorlopig op niets uit. "We will fight until hell freezes over and then fight it out on the ice”, zei een Chevron-woordvoerder daarover...
[foto Julien Gomba , Wikimedia][/caption]  Omdat de EU-boycot toch niet volledig aan de openbaarheid was ontsnapt – in Frankrijk dringt een brede groep parlementairen aan op de goedkeuring van dergelijk VN verdrag  - verlegden EU-leiders het geweer van schouder. Er wordt nu deelgenomen aan de onderhandelingen, maar veel wijst erop dat het alleen is om stokken in de wielen te steken. Ze willen dat ook de bedrijven als 'stakeholders' aan de onderhandelingen deelnemen, ze betwisten de onpartijdigheid van werkgroepvoorzitters, en volgens Die Zeit van 19 september zou onder druk er zelfs geen sprake meer zijn van een internationaal gerechtshof. Een subtiel manoeuvre bestaat erin dat het verdrag volgens de EU niet alleen op transnationale bedrijven [note] Noteer dat het verdragontwerp niet alleen betrekking zou hebben op transnational corporations maar ook op other business enterprises, voor zover die een of andere transnationale link hebben, bijvoorbeeld lokale bedrijven die in onderaanneming werken voor een multinational. [/note] moet betrekking hebben, maar ook op nationale. "Zoniet zouden lokale bedrijven kunnen een competitief voordeel hebben tegenover de multinationals" [!], aldus het EU-bezwaar. [note] Zie een samenvattende nota van de studiedienst van het Europees Parlement (pag. 7) ([/note]. De EU maakt daarvan blijkbaar een breekpunt en hoopt op die manier de 'dreiging' te kunnen afweren. Ze spreekt van 'incoherentie' als alleen multinationals geviseerd worden, terwijl lokale bedrijven ook veel misbruiken plegen. Maar de incoherentie ligt bij de EU: terwijl lokale bedrijven zich niet kunnen onttrekken aan de nationale rechtspraak, kunnen transnationale dat wel, dat hebben ze reeds tot in den treure bewezen. Door het toepassingsdomein van het verdrag enorm uit te breiden, met allerlei juridische complicaties als gevolg, probeert de EU het gewoon te ondergraven. Al zult u het niet in uw krant of op tv merken, over de kwestie van het VN-verdrag voor multinationals is er momenteel in de leidende Europese kringen heel wat te doen. Op 19 september kwam de werkgroep mensenrechten van de Europese Ministerraad bijeen; naar verluidt wilden de Duitse vertegenwoordigers er verhinderen dat de EU half oktober zou deelnemen aan de volgende (vierde) onderhandelingsronde over het verdrag, terwijl een aantal andere lidstaten zouden voor zijn. Het Europees Parlement steunde in verschillende resoluties het idee van een bindend verdrag (maar heeft in deze materie geen beslissingsmacht, het zijn de lidstaten die stemmen in de Algemene Vergadering van de VN). Aan EU-critici wordt vaak verweten dat ze altijd maar tegen zijn, nooit voor. Hier is een goede gelegenheid om dit tegen te spreken. We zijn voor de enthousiaste steun van de EU en haar lidstaten aan een bindend VN-verdrag dat de straffeloosheid van multinationals begint aan banden te leggen. Overal zouden initiatieven moeten ontstaan zoals in Frankrijk, waar een coalitie met onder andere de Liga voor de Mensenrechten, een aantal vakbonden (CGT, Solidaires) en NGO's (Attac, ActionAid, Aitec, Les Amis de la Terre, CCFD-Terre-solidaire, Sherpa …) de Franse regering wil onder druk zetten om het verdrag goed te keuren. Een paar sites van campagne-initiatieven: Dismantle corporate power Global Network in support of the Binding Treaty The treaty alliance Business & Human Rights Resource Center  

Bedrijfslobby: Klimaat? My ass!

19/09/2018 - 13:01

“We stellen ons eerder positief op in het debat over klimaatdoelstellingen, zolang het maar een politiek statement betreft, zonder gevolgen voor de Europese wetgeving over 2030 doelstellingen.”

Dit is een citaatje uit een uitgelekte nota (13 september) van BusinessEurope, de grootste bedrijfslobby van het continent.  De captains of industry maken zich zorgen over een mogelijke aanpassing van de EU-doelstellingen voor 2030, als actualisering na de klimaatconferentie van Parijs (COP21, december 2015) en als inbreng op de klimaatconferentie COP24 van december 2018 in Polen.  De Europese Commissie overweegt de broeikasgasuitstoot tegen 2030 met 45% te verminderen t.o.v. 1990, terwijl de huidige norm 40% bedraagt, ook het streefcijfer voor het aandeel  hernieuwbare energie zou lichtjes verhoogd worden naar 32%.

Terwijl klimaatwetenschappers deze ambities niet eens voldoende vinden, zet de bedrijfswereld zich schrap en doktert een communicatiestrategie uit om het ‘gevaar’ te bezweren. “We gebruiken de bekende argumenten”, raadt BusinessEurope aan, “die van de level playing field [ Europese bedrijven zouden oneerlijk beconcurreerd worden als ze hogere normen moeten respecteren], en de onmogelijkheid dat wij, Europese producenten, méér moeten doen om de onwil van anderen te compenseren”. Ze zullen ook aandringen op “meer transparantie in de berekeningen” [waarschijnlijk transparanter dan de Volkswagencijfers over dieseluitstoot…] en wijzen op “de risico’s voor instabiliteit”. “Enzovoort”, zegt de BusinessEurope nota, die blijkbaar verwijst naar een in de sector welbekend en goed ge-olied  propagandainstrumentarium.

In een reactie (19 sept) roept Greenpeace de Europese Commissie op om niet toe te geven aan deze “spin, de leugens en de vertragingsmanoeuvers van de Europese bedrijfsdinosauriërs”. De dinosauriërs hebben echter ook bondgenoten onder de homo sapiens,  onder andere bij de Duitse regering. Angela Merkel sprak zich reeds uit tegen een actualisering van de Europese klimaatdoelstellingen. Op veel transparantie in de touwtrekkerij tussen regeringen, Commissie en bedrijfslobby moet men evenwel niet rekenen. (hm)

 

 

TUC en Brexit

12/09/2018 - 15:16

De Britse vakbondskoepel TUC hield deze week haar jaarlijks congres, en sprak daar natuurlijk ook over de Brexit. Wat op dit vakbondscongres beslist werd zal zeker wegen op de komende conferentie van Labour, binnen twee weken in Liverpool.

De TUC roept op tot een grote mobilisatie indien een no deal Brexit dreigt, of indien het komt tot een akkoord met de EU dat niet beantwoordt aan de minimumeisen van de TUC (geen achteruitgang van arbeidsrechten en behoud van vlot handelsverkeer met de EU).

Het doel van deze mobilisatie is dan het afdwingen van nieuwe verkiezingen. Daarmee sluit de vakbond aan bij de lijn van Labour, dat ook aanstuurt op verkiezingen indien de onderhandelingen van Theresa May met de EU leiden tot een onaanvaardbaar akkoord.

De TUC laat echter ook de optie open van een nieuw referendum, dat niet uitgesloten wordt als optie indien de onderhandelingen tot een onaanvaardbaar resultaat leiden. De leiders van de TUC maakten echter meteen duidelijk dat zij zich ver houden van de Peoples vote campaign. Zij willen niets te maken hebben met Labourfiguren als Tony Blair of parlementslid Chuka Umunna, die alleen maar een referendum willen om zo gans de Brexit terug te draaien, en remain alsnog te laten winnen.

Dat belooft dus voor het komende Labourcongres.

Overigens is het laatste nieuws dat de harde brexiteers in de conservatieve partij het noorden kwijt zijn, zodat de kans groot is dat Theresa May er in slaagt aan te blijven, en in november een vaag akkoord te sluiten met de EU dat de deur opent voor een onderhandeld Brexit in maart 2019. De echte vraag is of dit akkoord daarna ook door het Britse parlement raakt: een coalitie van rechtse eurofielen in Labour en harde brexiteers binnen de Conservatieven zou dan alsnog een akkoord kunnen kelderen. Maar of het tot dergelijk diabolisch verbond komt vlak voor de fatidieke scheidingsdatum in maart 2019 is moeilijk voorstelbaar, en daarom lijkt het risico op een nieuw referendum ook klein.

Indien het akkoord wel door het Britse parlement raakt beginnen na maart 2019 de echte onderhandelingen over de toekomstige relatie van het Verenigd Koninkrijk met de EU, wat Jeremy Corbyn de gelegenheid zou geven bij de volgende Britse verkiezingen volop te gaan voor zijn Peoples’ Brexit. (fs)

Kritische bedenkingen over Links in Europa en immigratie

12/09/2018 - 11:52

Door Roger Martelli (*) Verschenen op 9 september 2018 op Regards.fr onder de titel "Gauche européenne et immigration : la réponse de Roger Martelli à Djordje Kuzmanovic" Vertaling uit het Frans door Ander Europa Met dank aan Regards voor toelating tot overname 12 september  2018   In een interview verschenen op de site van l'Obs geeft Djordje Kuzmanovic zijn steun aan de analyses van de Duitse Sahra Wagenknecht, een van de belangrijkste figuren van de partij Die Linke; Kuzmanovic is raadgever van Jean-Luc Mélenchon en eventueel de kandidaat van France Insoumise [note] France Insoumise: de beweging opgericht door Jean-Luc Mélenchon in de aanloop naar de Franse presidentsverkiezingen van 2017. [/note] bij de Europese verkiezingen van 2019. Hij wil "de migratiestromen afremmen, zelfs doen opdrogen" door beroep te doen op een "solidair protectionisme" en neemt daarbij "het goede linkse geweten" op de korrel. "Als je links bent en over immigratie hetzelfde verkondigt als het patronaat, dan is het toch een probleem", beweert hij. Maar moet men er zich niet nog meer over verbazen als men zich links noemt en stellingen verdedigt die men kan beschouwen als aanleunend bij het discours van extreemrechts? Maar laat het ons hebben over de gebruikte argumenten, eerder dan misplaatste polemieken te voeren. 1. Is het kapitalisme vandaag voorstander van het vrij verkeer van personen, zoals het voor het vrij verkeer van handelswaar en kapitaal is? Dat is alleen op papier zo: in de praktijk is de arbeidskracht de enige waar die niet volledig vrij circuleert. De fundamentele doelstelling van het kapitaal is de competitiviteit te maximaliseren door een globale vermindering van de loonkosten. In een gemondialiseerde wereld gebeurt die vermindering vooral in zones met een lage arbeidskost, in de landen van het Zuiden, met inbegrip van de zogenoemd opkomende landen. Het is de massale arbeidskracht in Azië, Afrika en Latijns-Amerika die de grootste druk uitoefent voor een relatieve verlaging van de loonmassa. Migranten doen dit in de marge. Op de keper beschouwd zouden ze eerder tot een tegengestelde tendens, tot verhoging van de lonen, kunnen bijdragen wanneer ze zich inschakelen in de regio's met hogere lonen. Zo beschouwd is het de werkkracht van het Zuiden welke in het Zuiden blijft die de loonmassa bij ons neerwaarts doet neigen; daar bevindt zich het echte arbeidsreserveleger.   De hersenschim van de controle der grenzen 2. Wat de kapitalisten interesseert is niet zozeer de migranten, maar de clandestienen, die men alles kan laten doen. En een clandestiene is vooreerst het product van de logica van de gesloten grenzen. Wat betreft het kapitalisme hier in het Westen is het geïnteresseerd in het meest opgeleide deel van de migratie, de minst berooiden, die tevreden zijn met een lagere vergoeding ook al zijn ze even gekwalificeerd. De rijke landen onthalen zowel de minst arme legale migranten als de minder talrijke clandestienen die tot zeer precaire omstandigheden veroordeeld zijn. De logica van het kapitaal ligt niet in het vrij verkeer, maar in de polarisatie van de migratiestromen: de minst armen onder de armen naar de rijken, de armsten naar de reeds armen… Het enige model voor de controle van migratie is het politieparadigma zoals het in Europa opgelegd wordt door de specialisten van Frontex: steeds meer toezicht, repressie, materiële of technologische barrières. Dit paradigma kost veel geld, maar dat verhindert niet dat grenzen en muren overschreden worden. Het enige resultaat is dat er meer clandestienen zijn. 3. Vermindert ontwikkelingshulp de migratiestromen? Dat kan men niet bevestigen. In een eerste fase, die lang kan duren, stimuleert ontwikkelingshulp de emigratie bij de opkomende landen. Oorlogen en klimaatcatastrofes liggen aan de basis van migratie uit de extreme miserie, maar een minder tragisch vertrek is in het algemeen gemakkelijker bij bevolkingsgroepen die over een minimum aan middelen beschikken en deze willen ten nutte maken op plaatsen die aantrekkelijker lijken. Ontwikkeling zal ongetwijfeld de gedwongen migratie verminderen, maar niet de migratie in het algemeen. 4. Migranten die zich binnen de OESO-landen willen vestigen erbuiten houden? Dat is precies wat er gebeurt. Zo bestaat de Europese praktijk van de hotspots erin de migranten die Europa willen binnenkomen vast te houden op de rand ervan. Het is aan Turkije, Libië en de Sahel-landen om de immigratiekandidaten te sorteren bij hun vertrek en de ongewensten tegen te houden. Een verderfelijke methode die ontwikkelingshulp afhankelijk maakt van de regulering van de migratiestromen door de betrokken landen. Dit belet de clandestiene verplaatsingen niet en wakkert ze zelfs aan (Libische verantwoordelijken onderhandelen rechtstreeks met de netwerken van mensensmokkelaars). De Europese aanpak is een enorm schandaal. Het zijn de landen van het Zuiden die vandaag het leeuwenaandeel van de vluchtelingen onthalen. Het zijn de armen die de armsten ontvangen, terwijl de rijken hun enkele kruimels beloven en de situatie nog verergeren.   Men mag zich niet van strijd vergissen 5. Het opzet om de opkomst van extreemrechts in te dijken mag er absoluut niet toe leiden dat men dit rechts gedachtengoed gaat onderschrijven. De druk op de arbeidsmarkt wordt niet uitgeoefend door de migratie, maar door de alomtegenwoordige deregulering, die het direct en indirect loon vermindert, in naam van de flexibiliteit de levensomstandigheden verergert, de hulp aan de minstbedeelden vermindert (zogezegd om rechtvaardigheidredenen) en solidariteit wil vervangen door een verzekeringsideologie. Wie beweert dat een regulering van de migratie meer welzijn zal creëren verspreidt dus een gevaarlijke leugen. Men kan het vergelijken met de verklaringen indertijd van de Europese sociaal-democratie die zei dat de winsten van vandaag de lonen van morgen zouden betekenen, of dat het monetarisme en de anti-inflatie politiek op termijn ten goede zouden komen aan de Europese weddetrekkenden. 6. Men moet zich zeker verzetten tegen de vrije beweging van koopwaar en financiële stromen die de ongelijkheid en de vervreemding alleen maar versterken. En.gerichte protectionistische maatregelen voor kwetsbare gebieden mag men zeker niet uitsluiten; het kapitalisme heeft er vaak genoeg beroep op gedaan en doet er nog steeds beroep op. Maar door water en vuur te verbinden in een formule als "solidair protectionisme" doet men ongeveer hetzelfde als pleiten voor een "kapitalisme van het algemeen belang" [capitalisme des communs]. Op geen enkele manier is protectionisme in staat het belangrijkste probleem in te dijken: de desastreuze spiraal van financialisering, deregulering en universele vermarkting. Deze strijd is niet in de eerste plaats lokaal, nationaal of supranationaal: hij is zowel lokaal, nationaal als supranationaal. Beweren dat de oplossing zou liggen bij meer governance, meer federalisme of integendeel meer soevereiniteit, is een illusie. En bedrogen illusies leiden op termijn tot desillusie, frustratie en rancune. In het beste geval belandt men uiteindelijk in wat het modieus taalgebruik vandaag het illiberalisme noemt, en wat in het slechtste geval het fascisme is. Voor het ogenblik zijn het de nazaten van het fascisme die de plak zwaaien. 7. Het is niet het "goede geweten" dat links naar een crisis leidde, maar de capitulatie van de sociaaldemocratie, ingezet in Frankrijk met François Mitterrand in 1982 - 83. Zoals de toegevingen aan het liberalisme de liberale contrarevolutie niet ingedijkt hebben in de jaren 1980 - 90, zo ook zullen links en de kritische sociale bewegingen de opkomst van extreemrechts en geradicaliseerd rechts niet tegenhouden door te flirten met een deel van haar discours. Donald Trump met zijn America first staat niet aan de kant van het Amerikaanse volk, maar van de multinationals en de Amerikaanse miljardairs. De ploeg die in Rome aan het bewind gekomen is staat niet ten dienste van de volkse klassen, maar verdeelt het volk, doodt de solidariteit en zal Italië naar een sociale en morele ramp leiden. Niet de migratie ligt aan de basis van de huidige malaise, maar het duivels trio bestaande uit concurrentie, de beheerdersmentaliteit [note] "la gouvernance" [/note] en de identitaire obsessie. Wie hierop niet de nadruk legt bevordert deze tendenzen alleen maar.   Gelijkheid, burgerschap, solidariteit 8. Het discours van Djordje Kuzmanovic is een lappendeken bestaande uit mooie linkse principes en neigingen die er resoluut tegen ingaan. Het is een stap achteruit als men, zoals Kuzmanovic, de "maatschappelijke kwesties" met fluwelen handschoenen aanpakt in naam van het primaat van het "sociale". Dat leidt tot verdeeldheid in de kritische beweging, ondermijnt de pogingen om alle gevechten voor emancipatie te laten convergeren en zal ten slotte tot nog meer verdeeldheid en versplintering leiden onder de volkse lagen, iets wat aan de basis ligt van de crisis van de historische arbeidersbeweging. Als er één initiatief is dat mensen bijeen brengt, is het het centraal stellen van de waarden die historisch gezien hun dynamiek verleend hebben aan de volkse arbeidersbeweging en aan links: gelijkheid, - wat iets anders is dan identiteit - , burgerschap en solidariteit. Daarvan afwijken leidt tot een impasse en geeft cadeaus aan het kapitaal, aan rechts en extreemrechts. Niet het "goede geweten" is vandaag irrealistisch, maar het cynisme van de realpolitik. 9. Eensgezindheid rond het migratievraagstuk kan volgens mij niet op basis van het discours van Djordje Kuzmanovic. De migratiestromen "afremmen" of "doen opdrogen" is niet mogelijk en ook niet wenselijk. Het gaat in tegen het proces van vermenselijking en beantwoordt niet aan wat men redelijkerwijze in de toekomst kan verwachten. De mensenstromen, waarvan we weten dat hun omvang niet mag overdreven worden, zullen zich verderzetten, op eigen initiatief of onder druk. Ze zullen een sociaal feit uitmaken, waarvan de positieve of negatieve gevolgen niet zullen afhangen van de omvang, maar van het sociale milieu waarin ze zich zullen afspelen. Als de overheersende logica die blijft van de huidige globalisering, zal migratie aanleiding geven tot regressieve fenomenen, waarvan migranten zelf geen schuld dragen. Er is dus geen andere oplossing dan komaf te maken met de dereguleringsmechanismen, met de wilde concurrentie en de vervreemding die een rem betekenen voor de relaties tussen mensen en volkeren, die de werkers tegen elkaar opzetten en bevolkingsgroepen atomiseren die steeds meer herleid worden tot een arbeidsmarkt. De sleutel tot de dynamiek die we moeten op gang brengen ligt in de uitbreiding van de rechten voor iedereen, een diepergaande bescherming, de erkenning van stabiele statuten voor de loontrekkenden, de permanente vorming, de democratisering van de arbeid en de stad, de strijd tegen discriminatie. Deze doelstellingen zijn de tegenpool van een terugplooien op zichzelf, van wantrouwen tegenover nieuwkomers, de schrik om niet meer "bij ons" te zijn, de communautaire opsluiting en etnisch- nationaal egoïsme.   Strijden voor universele rechten 10. "Wij kunnen niet iedereen opnemen", zei Emmanuel Macron enkele maanden nadat hij aan de macht kwam. Zodoende gaf hij zijn steun aan de administratieve politionele aanpak van Gérard Collomb [note]G. Collomb is een overloper van de Parti Socialiste naar Macrons beweging En Marche, en is de huidige Franse minister van Binnenlandse Zaken, [Noot van de vertaler] [/note], zoals François Hollande onmiddellijk beroep deed op de repressieve aanpak van Manuel Valls. Hoe kan een kracht die mensen wil bijeenbrengen tegen de politiek van het Elysée, van Matignon en van de Place Beauvau [note] Dit duidt respectievelijk op de residenties van de Franse president, de Franse premier en het Ministerie van Binnenlandse Zaken.[Noot van de vertaler] [/note] hetzelfde uitgangspunt aannemen als de huidige president? Djordje Kuzmanovic wil dat zijn standpunt realistisch is, maar het is verward en staat haaks op de werkelijkheid. Wat zouden degenen doen die op basis hiervan aan de macht kwamen? Welke houding zouden ze aannemen bij de vaststelling dat hun politiek niet in staat is om de migratiestromen in te dijken? Gaan ze meezingen in het repressieve securitaire koor? Zullen ze doen "zoals de anderen"? Zullen ze per slot van rekening het ontoelaatbare rechtvaardigen, zoals anderen het vóór hen deden? Hoe men het ook bekijkt, wat vandaag in Berlijn of Parijs gezegd wordt is noch realistisch noch in overeenstemming met het linkse gedachtengoed. Er bestaat geen goede techniek voor een "redelijk" beheer van de migratiestromen. Het huidig en toekomstig belang van migratie verplicht bijgevolg elk volk om na te denken over de mogelijke maatschappelijke keuzes. Naar mijn weten zijn er vandaag maar drie coherente mogelijkheden: (1) de mondialisering van de koopwaar, de financiën en de beheersfuncties [governance]; (2) een kortzichtig egoïsme gesteund op de bescherming van de rijken of pseudo-rijken; (3) de aanvaarding dat duurzame ontwikkeling voor iedereen een wereldwijd gebeuren is. Als er geen strijd gevoerd wordt voor de derde optie zal dit in de toekomst tot catastrofes leiden. De kant van het volk kiezen is in de eerste plaats de waardigheid ervan bevorderen, en dus strijden voor de universaliteit van de rechten. Dat moet ons alfa en omega zijn. (*) Roger Martelli is historicus en redacteur bij het linkse Franse coöperatief beheerde magazine Regards (met een papieren en een elektronische versie.)  Hij behoorde tot 2008 tot de leiding van de Franse communistische partij (PCF), waar hij deel uitmaakte van de hervormingsgezinde vleugel. Voor de hier voorgestelde stellingname is het nuttig te weten dat Martelli bij de Franse presidentsverkiezingen in 2017 opriep om voor Mélenchon te stemmen.

Een insider-relaas over het trojkabeleid in Griekenland

07/09/2018 - 12:45

Ashoka Mody doceert economie aan Princeton University en was vice-directeur van het Europa-departement bij het Internationaal Muntfonds (IMF). In die functie was hij nauw betrokken bij de Europese financiële ‘reddingsoperaties’ door het beruchte trio bestaande uit de Europese Centrale Bank, de Europese Commissie en het IMF, de zgn. Trojka. Eerder dit jaar publiceerde Mody EuroTragedy: A Drama in Nine Acts, waarin hij het vele slechte dat over de Europese eenheidsmunt kan gezegd worden met economische, politieke en historische argumenten onderbouwt.

Interessant is ook dat zijn relaas ons een blik toelaat op het gekonkel binnen het IMF en de Europese leidende kringen tijdens de afhandeling van de Griekse crisis. Verschillende IMF-medewerkers  (o.a. hoofdeconoom Olivier Blanchard) waren vanaf 2010 voor een onmiddellijke en drastische herschikking van de Griekse schuld, o.a. op grond van de ervaringen met de Argentijnse schuldcrisis. Maar de IMF-eindverantwoordelijke Poul Thomsen had geen boodschap aan de de argumenten van zijn wetenschappelijke staf: “Schuldherschikking ligt niet ter tafel”, aldus Thomsen, die zich achter het standpunt van de Europese Centrale Bank schaarde: het zou tot paniek en financiële ineenstorting kunnen leiden…

Een ander voorbeeld van tijdens het eindspel tussen de Europese eurozoneministers en hun Griekse ‘collega’ Varoufakis in juni 2015. Varoufakis vroeg op een meeting waar ook IMF-topvrouw Christine Lagarde aanwezig was: “Een vraag voor Christine. Kan het IMF formeel bevestigen dat het plan dat door de Griekse regering moet goedgekeurd worden [nl. het derde Memorandum, vol  zware bezuinigingen, privatiseringen etc.] de Griekse schuld  houdbaar zal maken?” Maar nog voor Lagarde kon antwoorden deed Jeroen Dijsselbloem dat in haar plaats: “Het voorstel is te nemen of te laten, Yanis” …

Wie geïnteresseerd is in Mody’s insider-relaas van de Griekse episode hoeft niet noodzakelijk het lijvige boek (672 blz.) te kopen. De auteur publiceerde hierover een kort essay 1, gebaseerd op zijn boek, op opendemocracy.net.

 

De nieuwe kapitaalregels voor de banken verhinderen crisissen even weinig als de vorige

05/09/2018 - 13:16

door Norbert Häring (*) Verschenen op 29 augustus 2018 op de website van de auteur Vertaling uit het Duits door Ander Europa Met dank voor toelating tot overname 5 september  2018     Traditioneel heeft het bankentoezicht zich toegespitst op de garantie dat elke bank een solide balans vertoont. De in 2007 uitgebroken financiële crisis heeft aangetoond dat dit niet volstaat. Na het bankroet van Lehmann Brothers in 2008 liepen haast alle grote banken in het Westen het risico om failliet te gaan. Hieruit leert men dat het financiële systeem vaak op een crisis afstevent zonder dat dit uit de balans van de individuele banken blijkt. De toezichthouders zijn daarom internationaal overeengekomen ook een zogenoemd macroprudentieel toezicht uit te oefenen. De term 'prudentieel' stamt uit het Engels en betekent 'verstandig/voorzichtig'. Maar in de praktijk is er niet zoveel verstandigs aan de nieuwe regels, het gaat vooral om oogverblinding. De macroprudentiële regelgeving moet verhinderen dat er zich opnieuw iets voordoet als in de aanloop naar de crisis in de Verenigde Staten en Zuid-Europa. De banken gaven heel veel krediet, vooral voor de aankoop van immobiliën. Dat deed de prijzen stijgen en leidde tot nog meer kredietopname bij de kopers. Als de prijzen ophielden te stijgen en de kredietnemers failliet gingen, barstte de bel uiteen. De prijzen stortten ineen. Veel banken kwamen in de moeilijkheden omwille van afgesprongen hypoteekleningen, andere door de instorting van de koers van gesecuritiseerde leningen [note] Bij securitisatie verkoopt een bank een deel van zijn activa als waardepapier aan beleggers. Van hypothecaire leningen bijvoorbeeld wacht de bank niet het einde van het leencontract af, maar doet ze voortijdig van de hand. Meestal wordt een mengsel van dergelijke activa (autoleningen, consumentenkrediet … ) op die manier gebundeld en als financieel ‘product’ aangeboden. Hoeveel ‘rommelkredieten’ de koper daarbij in handen krijgt is nauwelijks nog te achterhalen. [Noot van de vertaler] [/note], nog andere omdat ze leningen verstrekt hadden aan wankelbare banken. Aan de bron van de crisis lag niet het optreden van individuele banken, maar dat van de banken als groep. Als antwoord daarop voorzien de nieuwe regels dat de nationale toezichthouders hun banken bijkomend eigenvermogen opleggen wanneer het kredietvolume in het land sterk toeneemt. Dit laatste wordt immers als een aanwijzing voor toenemend systeemrisico geïnterpreteerd. Het vereiste bijkomend eigenvermogen moet de kredietverstrekking afremmen en garanderen dat er voldoende kapitaal is om verliezen te dekken in het geval er problemen optreden. Op het einde van een boom in de kredietverlening kan het bijkomend kapitaal terug vrijgegeven worden, zodat er opnieuw gemakkelijker leningen kunnen verstrekt worden. De indicator voor systeemrisico die in de huidige regelgeving Basel III toegepast wordt [note] Basel III, het derde Baselakkoord, is een reeks internationale afspraken, gemaakt binnen het Basel Committee on Banking Supervision, over de reglementering van banken. Het gaat over kapitaal- en liquiditeitsvereisten, de wijze van 'stresstesten', enzovoort. Het eerste Baselakkoord Basel I kwam er in de jaren '70, Basel II was nog in de implementatiefase toen de financiële crisis in 2008 uitbrak. Basel III moet een antwoord bieden op de lessen van deze crisis, maar is ook nog niet volledig van toepassing. [Noot van de vertaler] [/note] is het kredietvolume in verhouding tot het bruto binnenlands product (BBP). Deze indicator stijgt wanneer het kredietvolume sterker toeneemt dan de economische groei. Maar men gaat ervan uit dat het schuldvolume trendmatig zal verhogen.  En de toezichthouders kijken slechts naar wat er zich bovenop deze trend voordoet; de trendmatige verhoging van het kredietvolume in verhouding tot het BBP wordt dus in mindering gebracht. Daar moet men zich kritische vragen bij stellen. Is het werkelijk zo onschuldig als de schuld in het economisch systeem van jaar tot jaar toeneemt, zoals het na de liberalisering van de financiële markten in de jaren 80 gebeurde? Een studie door Yves Schüler, econoom bij de Bundesbank, laat nog een ander probleem zien. Zelfs als men instemt met het in mindering brengen van de trendmatige verhoging van de schuld blijft het probleem dat de grootte van deze verhoging niet bekend is. Men moet dit bedrag afleiden uit de variatie in het verleden. In Basel III wordt daarvoor de zogenoemde Hodrick-Prescott-Filter (HP) methode aanbevolen. Eenvoudig voorgesteld komt het erop neer dat men een gemiddelde maakt over meerdere jaren van de groeipercentages, een vaak gebruikt maar niet onomstreden procedure in de conjunctuuranalyse. Maar er is een probleem: bij conjunctuuranalyse heeft men het over kortere cyclussen van 6 tot 9 jaar, terwijl financiële cyclussen langer zijn. Basel III stelt dan maar voor cyclussen tot 30 jaar aan te nemen bij de aanwending van het HP-filter. Men heeft echter geen ervaring in het filteren over zo lange periodes. Hoe betrouwbaar is de indicator voor systeemrisico dan nog, gedefinieerd als het 'cyclisch gedeelte', namelijk het verschil tussen de actuele schuldratio en de berekende trend?   Cyclussen worden onzichtbaar   Schüler heeft nu aangetoond dat de door Basel III aanbevolen methode kunstmatige langetermijncycli oplevert en daardoor reële kortetermijncycli  onzichtbaar maakt. Maar deze kunnen zeer relevant zijn om het ontstaan van onevenwichtigheden aan het licht te brengen, alvorens een bankencrisis uitbreekt, aldus de econoom. Dat geldt des te meer wanneer financiële crisissen zich ophopen en de financiële cycli korter worden. James Hamilton van de Universiteit van Californië in San Diego raadt in een artikel in het gerenommeerde Quarterly Review of Statistics aan om die reden het Hodrick-Prescottfilter niet te gebruiken. Merijn Knibbe, professor economische statistiek aan de Amsterdamse Hogeschool Van Hall Larenstein, schrijft de ontoereikendheid van de  indicator van de toezichthouders toe aan een gebrekkige theoretische uitwerking van de dynamiek van financiële zeepbellen. "Recent onderzoek toont aan dat meer eigenkapitaal van de banken het gevaar op crisissen niet vermindert", stelt hij vast, al geeft hij toe dat beter gekapitaliseerde banken tot een vlugger herstel leidden na de crisis. Bij de centrale banken en de toezichthouders is men er doorgaans van op de hoogte dat hun belangrijkste macroprudentiële indicator heel weinig deugt. Zo wordt gesteld in een verklaring van de Bundesbank dat er een betrouwbare indicator nodig zou zijn om de kapitaalbuffers vast te leggen volgens vaste regels, maar "een dergelijke indicator bestaat momenteel noch op theoretisch noch op praktisch vlak". Een van de problemen van de schuld-BBP verhouding is dat dit veel te traag reageert. Daarom is het correct, schrijft de Bundesbank om in het geval van crisrisico de kapitaalbuffer meteen te verlagen, nog voor de indicator in het rood gaat. Nochtans zijn de theoretische inzichten vandaag niet meer zo troosteloos als de Bundesbank in 2015 schreef. Schüler heeft in 2017 samen met de economen Paul Hiebert en Tuomas Peltonen een voorstel gedaan voor een alternatieve indicator. Deze houdt meer rekening met de theoretische inzichten en zou in de praktijk beter moeten functioneren. "Wanneer men het niveau van de kredietverlening combineert met de activaprijzen komt men tot een vrij betrouwbare alarmindicator voor financiële crisissen", schrijven de drie economen. Aan de basis ligt de overweging dat een zichzelf versterkende schuldenzeepbel pas dan ontstaat wanneer een toegenomen kredietverstrekking voor de aankoop van immobiliën of aandelen hun prijs in de hoogte drijft en de gezinnen hun daardoor toegenomen vermogen als onderpand beschouwen voor nog meer kredietopname. Bij een zeepbel komt daar nog bij dat de vaststelling dat de prijzen stijgen voor velen een motivatie is om op speculatieve wijze huizen en aandelen te kopen op krediet. In een dergelijk scenario stijgen de kredietverlening en de activaprijzen terzelfdertijd aan een hoog tempo. Wanneer de leningen niet gebruikt worden voor de aankoop van bestaande activa, maar voor consumptie, dan stijgt de inflatie en er is geen zelfversterkend effect. Worden ze hoofdzakelijk gebruikt voor investeringen om de productiecapaciteit te verhogen, dan is er ook maar een gering crisisgevaar. En ook wanneer de waarde van de activa stijgt zonder verhoogde kredietverlening zou er geen groot probleem ontstaan. Richard Werner van de Universiteit van Southampton stelt op basis hiervan het uitgangspunt van de centrale banken in vraag. Hij pleit ervoor dat ze leningen in de eerste plaats voor productieve toepassingen toekennen, inplaats van zonder rekening te houden met het doel van de leningen het totale niveau ervan binnen een aanvaardbaar niveau te willen houden. Maar een dergelijke kredietpolitiek is taboe, zowel voor de banken als voor de regeringen. Die geven er de voorkeur aan naar buiten toe, en tegen beter weten in, te doen alsof ze met de macroprudentiële regelgeving een probaat middel gevonden hadden tegen financiële crisissen.   REFERENTIES: Yves Schüler: Detrending and financial cycle facts across G7 countries: mind a spurious medium term! Yves S. Schüler, Paul P. Hiebert and Tuomas A. Peltonen: Characterising the financial cycle: a multivariate and time-varying approach. James D. Hamilton: Why you should never use the Hodrick-Prescott filter. (*) Norbert Häring is een Duitse econoom en journalist bij Handelsblatt. Hij schreef verschillende boeken, o.a. Markt und Macht (Engelse vertaling  Economists and the Powerful ). Hij is medeoprichter van de World Economics Association (WEA), die een pluralistischer aanpak van het economisch onderzoek nastreeft. Op zijn website publiceert hij regelmatig kritische analyses over politiek-economische onderwerpen, o.a. over het beleid van de Europese Unie.

Eindspel Brexit nadert. Maar niet helemaal…

03/09/2018 - 15:29

door Frank Slegers 3 september 2018   In maart 2019, dus binnen een goed half jaar, is het zo ver: dan verlaat het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie. Het ritme van de onderhandelingen wordt opgevoerd. Er zijn nu in diverse formaten al Europese Toppen gepland in september, oktober, november en december, dus elke maand eentje!   De onderhandelingen Zowel de Britse regering als de Europese Unie willen een onderhandeld akkoord over de scheiding. Een no deal Brexit is geen optie. Dat dreigt immers tot chaos te leiden, en tot langdurige bittere verhoudingen. De Britten zijn te belangrijk om dergelijk risico te nemen. Het theater rond het risico van een no deal is niet meer dan een tactisch spel om de tegenpartij onder druk te zetten. Ongelukken zijn natuurlijk nooit uitgesloten. Ook leidende elites kunnen zichzelf in de voet schieten, zoals de Brexit zelf genoegzaam heeft aangetoond. Wat werkelijk in de pijplijn zit is een formele scheiding tegen maart 2019, waarbij alles voorlopig bij het oude blijft. Na de formele scheiding is er dan nog enkele jaren tijd om verder te onderhandelen over de toekomstige relaties.   Ierland De enige potentiële struikelsteen voor dit scenario is de grens tussen Noord-Ierland en de Ierse Republiek. De Europese Unie wil dat er daar in geen geval weer een echte grens komt met grenscontroles. Zo niet stuit elk akkoord binnen de EU op een Iers veto. Noord-Ierland moet de facto deel blijven uitmaken van de Europese douane-unie. Maar dan komt de douanegrens te liggen in het Verenigd Koninkrijk zelf, ergens in de zee tussen Noord-Ierland en de rest? Daar willen de Britten dan weer niet van horen. Dan maar gans het Verenigd Koninkrijk in de douane-unie houden? Voor de echte Brexiteers is dit vloeken in de kerk. Niet getreurd, de Europese onderhandelaar Michel Barnier heeft al een konijn uit zijn hoge hoed getoverd: Noord-Ierland blijft voorlopig in de douane-unie, voor de rest van het Verenigd Koninkrijk verandert in de overgangsperiode na de formele afscheiding ook niets, dus laten we die douanegrens tussen Noord-Ierland en de rest van het Verenigd Koninkrijk dedramatiseren. Na maart 2019 wordt verder onderhandeld over een breed en diepgaand handelsverdrag, dat de Ierse kwestie binnen enkele jaren vanzelf oplost. Aldus Michel Barnier. De vraag is of de Brexiteers in de Conservatieve Partij zich door de mooie ogen van dit konijn laten verleiden.   Reiken Europese regeringsleiders Theresa May helpende hand? Michel Barnier die namens de Europese Unie onderhandelt met de Britten heeft steeds strak vastgehouden aan de ondeelbaarheid van de Gemeenschappelijke Markt en zijn vier fundamentele vrijheden. Je kan niet afstappen van het vrij verkeer van arbeid, en hopen dat je wel kan genieten van het vrij verkeer van goederen, diensten of kapitaal. Dat is nu eenmaal Europees evangelie. Even hoopten de Britten dat de EU zich soepeler zou opstellen eenmaal de regeringsleiders in de slotfase, vanaf september, zelf het heft van de onderhandelingen in handen nemen. Barnier moet zich houden aan de Europese regels, maar de regeringsleiders zouden zich een meer ‘politieke’ opstelling kunnen veroorloven, en echt gaan dealen. Zo was er even sprake van het Jerseymodel: vrij verkeer van fysieke goederen, zodat douanecontroles niet in de weg staan van grensoverschrijdende just-in-timeproductie. Die hoop bleek echter al snel ijdel: de Europese Unie kan het zich eenvoudigweg niet veroorloven te tornen aan de samenhang van haar eigen regels: het neoliberaal despotisme van de boven de politieke democratie verheven regels van de vrije markt, wat de grondslag zelf vormt van de Europese Unie, staat of valt er mee. Dat betekent dat de Britse premier Theresa May haar plannen nog zal moeten bijsturen. Maar men gaat ervan uit dat tegen maart 2019 zoveel mist gespoten zal zijn dat niemand meer weet wat nu eigenlijk overeengekomen is, onder het motto dat de echte beslissingen sowieso zullen vallen in de onderhandelingen achteraf.   Europese linkerzijde geeft niet thuis  Voor linkse partijen op het continent lijkt de Brexit niet echt een thema. Waarom eigenlijk niet? EU-gezinde linkse partijen hopen allicht op een mislukking van de Brexit. Ze verkneukelen zich heimelijk of openlijk in het weinig verheffende spektakel dat de Britse politiek momenteel biedt. Voor hen gaat de stabiliteit van de EU voor op al de rest: daarom steunen zij stilzwijgend de aanpak van Michel Barnier. ‘Nationalisten’ op links anderzijds, zoals de Nederlandse SP, Wagenknecht in Duitsland of Mélenchon in Frankrijk, kijken misschien niet verder dan hun neus lang is. Het treurige resultaat is in elk geval dat links volledig afwezig is in een van de belangrijkste crises die de Europese Unie gekend heeft. Er wordt zo goed als geen poging gedaan om een gemeenschappelijk Europees perspectief te openen samen met de Britse linkerzijde. Dat is jammer.   Terugdraaien Brexit onwaarschijnlijk Het is immers weinig waarschijnlijk dat de Brexit wordt teruggedraaid. Dergelijk terugdraaien zou door grote delen van de Britse bevolking als een regelrecht verraad worden ervaren, wat dan weer koren op de molen zou zijn van Brits nationalistisch rechts. Kan je je voorstellen dat de Britten met gebogen hoofd terugkeren in de Europese schappsstal, en gedwee zich weer schikken naar de neoliberale orakels in Brussel? Ook een tweede referendum lost dit niet op: waarover gaan de kiezers stemmen? Over het resultaat van de onderhandelingen? En als ze dat verwerpen, wat is het alternatief? Terug in de EU? Of een no deal Brexit? Nieuwe onderhandelingen, met welk mandaat? Gekker moet het niet worden. Daarom lijkt de Brexit onomkeerbaar, ook al gaat het in tegen de wensen van de overgrote meerderheid van het Britse kapitaal en het Britse regime. Ook de Europese Unie lijkt er zich bij te hebben neergelegd. In die zin moet het voorstel begrepen worden van de Franse president Emmanuel Macron: een Europese kern met daarrond een tweede cirkel, waartoe het Verenigd Koninkrijk zou behoren: een nieuw evenwicht, een constructie met de nodige soepelheid waarin iedereen zich kan vinden. Daarover wordt na maart 2019 onderhandeld. Met andere woorden: ook na de Brexit blijven de Britten niet alleen in Europa, maar ook binnen de invloedssfeer van de Europese Unie. Daarom is het bizar dat de Europese linkerzijde volledig afwezig is in het debat over hoe deze nieuwe verhouding, en dus de Europese Unie, er moet uitzien.

De PVDA op zoek naar een Europese strategie

01/09/2018 - 16:53

Door Herman Michiel 1 september 2018   In het lentenummer van Lava formuleerde Marc Botenga onder de titel De illusies van de "lexit" een aantal overwegingen over een strategie voor links in Europa. Botenga is actief lid van de Belgische PVDA/PTB waar hij mee gestalte geeft aan de Europese opstelling van de links-radicale partij. Hij werkt als politiek adviseur voor de linkse fractie (GUE) in het Europees Parlement. Nu zijn artikel ook toegankelijk is voor wie niet op Lava geabonneerd is [note] Zie Lava nr. 4, p. 79-97, https://lavamedia.be/de-illusies-van-de-lexit/ [/note] wil ik graag ingaan op een aantal van zijn standpunten. Enerzijds is het een verademing dat het 'Europees debat' uiteindelijk ook doorgedrongen is tot in onze contreien; anderzijds ben ik het niet met alles eens, of vind ik dat een aantal discussiepunten zouden opgehelderd moeten worden. In ieder geval is het belangrijk dat er met de PVDA/PTB voor de eerste maal in de Lage Landen een (voorlopig nog kleine) partij is die het 'Europees strategisch debat' ernstig neemt.   Een strategische eenheidsformule ? Als we spreken over een 'strategisch debat' binnen links in de Europese context dan gaat het over de vraag hoe linkse partijen zich daarin moeten opstellen om zich te weer te stellen tegen het neoliberale EU-keurslijf en linkse overwinningen mogelijk te maken. De situaties kunnen sterk uiteenlopen. Er zijn landen die de euro hebben aangenomen, en er zijn andere; sommige behoren tot de 'kern' (onder andere die met een sterk handelsoverschot zoals Duitsland en Nederland) , anderen tot de mediterraanse (Griekenland, Spanje, Portugal…) of Oost-Europese 'periferie'; meestal zijn linkse partijen in een minderheidspositie, maar zoals het Griekse SYRIZA heeft aangetoond is het niet uitgesloten dat ze via de parlementaire weg de politieke leiding nemen van een EU-lidstaat. Als we daarbij ook rekening houden met de uiteenlopende graad van sociale mobilisatie, sterkte van extreem rechts enerzijds en radicaal links anderzijds, en particuliere omstandigheden (Catalonië, Brexit, vluchtelingen…), dan is het weinig waarschijnlijk dat er een soort eenheidsformule bestaat voor links, toepasbaar in elke lidstaat, onafhankelijk van context en politieke conjunctuur. Het is echter wel naar een dergelijke one-fits-all formule dat Botenga lijkt op zoek te zijn. "Moeten we de strijd Europees voeren en de Unie democratiseren? Of moet een linkse regering gaan voor een 'lexit' (linkse eur-exit), zich bevrijden van het eurokeurslijf door uit de eurozone of zelfs uit de EU te stappen?", schrijft hij bij de inleiding van zijn artikel. Hij verwerpt beide opties omdat ze "in essentie de strategische horizon van links tot een beter beheer van het kapitalisme beperken", en hij lijkt een beter strategisch alternatief te zullen voorstellen. Daarover verder meer, maar door meteen en in algemene termen een exit van de hand te wijzen, stelt zich de vraag: wat zou een linkse regering in Griekenland anno 2015 hebben moeten doen? We zullen verder nagaan wat Botenga hierover denkt, want het is een essentieel probleem voor elke linkse strategie die verder kijkt dan vandaag. Zou een euro-uitstap van Griekenland zoals o.a. Lapavitsas die voorstelde alleen maar tot "een beter beheer van het kapitalisme" geleid hebben? Het is natuurlijk iets helemaal anders om voor een lexit te gaan in de dramatische omstandigheden van Griekenland anno 2015,  en exit voortaan als hét links ordewoord te beschouwen voor alle 19 landen van de eurozone, als sine qua non voor elke vooruitgang. Maar ik denk niet dat men, ­ op uitzonderingen na misschien, ­ van de lexiteers een dergelijke karikatuur kan maken. Ook eerder karikaturaal is een uitspraak als "Als ieder in eigen lidstaat opkomt voor een uitstap, krijgen Europese samenwerking en sociale eisen op Europees vlak een tweederangsstatus". Dit lijkt ingegeven door een soort Kantiaanse categorische imperatief: een standpunt is maar juist als het univeraliseerbaar is. Nochtans heeft het politiek gevecht meer van een Gramsciaanse stellingenoorlog die alle kansen benut zoals ze zich aandienen. (We laten buiten beschouwing of Europese samenwerking en sociale eisen momenteel  een eersterangsstatus hebben, nu alleen de Britten opkomen voor een uitstap.) Geen categorische imperatief, maar wel een aantal algemene principes moeten aan de basis liggen van een strategie van linkse partijen en bewegingen in de EU: solidariteit, internationalisme, sociale vooruitgang, enz. Maar het is contraproductief te zoeken naar een one fits all opstelling, een exit bij voorbaat te excommuniceren; daarvoor is het politieke landschap in Europa te heterogeen.   Europees Links als beperkend kader van het debat?   Toeval of niet, het vlakaf verwerpen van lexit in alle omstandigheden, en het omzeilen van een grondige discussie over de weg die de SYRIZA-regering insloeg, is de positie ingenomen door de meerderheid van de Partij van Europees Links (EL) [note] De Partij van Europees Links, kortweg EL (European Left), is het Europees samenwerkingsverband van een reeks Europese  partijen die zich links van de sociaal-democratie opstellen. Maken er onder andere deel van uit: Die Linke (Duitsland), PCF en Parti de Gauche (Frankrijk), Syriza (Griekenland), Bloco de Esquerda (Portugal) en andere. Sommige van deze partijen hebben verkozenen in het Europees Parlement, en maken er deel uit van de parlementaire groep (fractie) Europees Unitair Links/Noords Groen Links (beter bekend als GUE/NGL of kortweg  GUEGauche Unitaire Européenne). Sommige partijen, zoals de Nederlandse SP, maken wel deel uit van de GUE, maar zijn niet aangesloten bij EL. [/note]. Sommige leiders van EL geven blijk van een wel groot politiek 'realisme'. Voormalig EL-voorzitter en PCF-leider Pierre Laurent bleef ook na de Griekse capitulatie spreken over de "moed van de Griekse regering"; huidig EL-voorzitter Gregor Gysi (Die Linke) behoort eveneens tot de reformistische vleugel van zijn partij (Die Linke), en is bv. voorstander van rot-rot-grün (coalitie SPD/Die Linke/Grünen). De leiding van EL heeft in ieder geval weinig rekening gehouden met de standpunten van aangesloten partijen voor wie uitstap uit de euro geen taboe is, of die een kritischer bilan maken van de regering Tsipras. Het is misschien begrijpelijk dat een kleine partij als de PVDA/PTB, die nog geen Europese verkozenen heeft (ze is wel 'geassocieerd lid' van de linkse fractie in het Europees Parlement) nog geen controversiële standpunten inneemt binnen het complex wereldje van Europees links. Nochtans zal opheldering op den duur wel nodig zijn, wil men niet van politiek opportunisme beschuldigd worden. De vraag naar meer duidelijkheid binnen EL wordt trouwens al een beetje duidelijker gesteld, nadat Jean-Luc Mélenchon de kat de bel aanbond en voorstelde om SYRIZA omwille van haar beleid sinds medio 2015 uit EL te zetten. Daar werd geen gevolg aan gegeven, en Mélenchons Parti de Gauche besloot ondertussen EL te verlaten. Het zou interessant zijn te weten hoe de PVDA oordeelt over deze kwestie. Botenga houdt het echter voorzichtig, en polemiseert met de zeer interessante maar politiek weinig doorslaggevende  auteurs als Cédric Durand, Frédéric Lordon en Costas Lapavitsas [note] Cédric Durand doceert economie aan de Université Paris-XIII, Frédéric Lordon is filosoof en onderzoeksdirecteur bij de Franse wetenschappelijke overheidsorganisatie CNRS.  [/note]. Nochtans stelde ook Mélenchon het eurolidmaatschap van Frankrijk in vraag en had hij het in de aanloop van zijn presidentiële campagne over een 'Plan B'.   Het Griekse drama is een grondiger debat waard! Botenga besteedt veel meer woorden aan het verwerpen van de lexit-voorstellen van Costas Lapavitsas [note] De Griek Costas Lapavitsas  (° 1961) is professor politieke economie aan de University of London. Een overtuigd marxist (o.a. een specialist wat betreft het marxisme in Japan), gewezen parlementslid voor Syriza (tot de aanvaarding van het derde memorandum met de Troika) en sinds altijd een tegenstander van de euro. Hij publiceerde heel wat artikels en boeken over de rol van de euro en over een linkse uitstapstrategie. [/note] dan aan de capitulatie van Tsipras; bovendien worden Lapavitsas' voorstellen op een weinig correcte manier weergegeven [note] Dat is zeker ook zo in het geval van Frédéric Lordon. Botenga beweert dat Lordon "de euro wil ontbinden en een gemeenschappelijke munt zonder Duitsland creëren". Het klopt dat Lordon (en een aantal andere auteurs) aangetoond heeft dat er aantrekkelijke alternatieven voor de euro bestaan. Een bepaalde vorm van 'gemeenschappelijke munt' zou aanzetten tot solidariteit in plaats van het huidige Europese monetaire egoïsme. Hij pleit ervoor een dergelijke munt in te voeren in landen waar een crisis tot Griekse toestanden dreigt te leiden, en er zoveel mogelijk een coöperatief project van te maken. Dat is iets anders dan te beweren dat Lordon de ontbinding van de euro als een politiek project zou voorstellen. Botenga geeft (pag. 82) ook de indruk dat Lordon een van die "voorstanders van de uitstap" is met veel illusies in verkiezingsoverwinningen en weinig aandacht voor de opbouw van een sociale tegenkracht. Dat is zeker in het geval van Lordon zeer onterecht. Tijdens de Nuits Debout begeesterde hij duizenden studenten en scholieren met zijn welbespraakte tirades tegen de El Khomrihervormingen. [/note]. Lapavitsas' scenario zou "vertrekken van de wijdverspreide illusie dat het volstaat om via verkiezingen tot een formele verwerping van de Europese verdragen te komen", een bewering die nergens op steunt. Integendeel, Lapavitsas is altijd overtuigd geweest van EU-represailles tegen een lidstaat die te ver uit de pas loopt, en heeft gedetailleerde scenario's uitgewerkt voor een regering die een dergelijk risico zou lopen. Het weinige dat Botenga hiertegen inbrengt is dat "maatregelen om de economische schade van dergelijke uitstap te beperken waarschijnlijk te laat komen" en dat nationalisering "een essentieel instrument is, maar geen wondermiddel."  Wie nu nog niet de daver op het lijf heeft voor een exit moet nog weten dat "de prompte devaluatie van de nieuwe munt, noch de controle op kapitaal en bankactiviteiten tekorten zullen verhinderen, van toiletpapier tot geneesmiddelen, van voedingsmiddelen tot benzine."  Tja, veel hoop geeft dit niet om ooit uit de Europese wurggreep te geraken… Het is ook nogal opvallend dat Botenga alleen spreekt over het 'falen' van de Griekse regering, maar dat deze het OXI-referendum van 5 juli 2015 platweg naast zich neerlegde terwijl het een kernelement was voor een doorgedreven linkse strategie komt helaas niet ter sprake. Botenga geeft wel een échte 'oplossing' wanneer hij stelt: "Het is niet de euro of de Europese Unie, maar het kapitalisme dat de huidige economische, ecologische, democratische en culturele crisissen met elkaar verbindt. Enkel een totaal andere samenlevingsorganisatie, bevrijd van de dogma's van de concurrentie en de markt, kan deze crisissen oplossen."  Zeer juist, volledig akkoord, alleen het socialisme (het echte dan) biedt afdoende antwoorden op de meeste van onze huidige problemen. Maar ondertussen zijn er wel mensen en organisaties die proberen partiële en voorlopige antwoorden te bieden en aan sociale noden enigszins tegemoet te komen. Ik durf zelfs beweren dat de PVDA/PTB een dergelijke organisatie is, een partij die het socialisme als einddoel ziet, maar ondertussen ijvert voor betere lonen, pensioenen, geneeskunde, ook al zal dit de kapitalistische crisissen niet verhinderen. En als Botenga vindt dat "eenzijdig de nadruk leggen op de vele gebreken van de euro of de Europese Unie het noodzakelijk debat over het economisch en politiek systeem kan ondersneeuwen", zou je dat ook kunnen toepassen op de vele gebreken van de Belgische regering waartegen zijn partijgenoot Hedebauw in het nationaal halfrond meesterlijk van leer trekt, zonder vrees blijkbaar dat dit de mensen zou afleiden van de werkelijke strijd tegen het kapitalisme. Even terzijde: de dooddoener van It's capitalism, stupid brengt ons bij de volgende vraag: alle calamiteiten die Botenga (terecht) ziet plaatsvinden bij de uitstap van een lidstaat uit de euro zullen tot een hogere macht verheven worden als een land of een groep landen wil uitstappen uit het kapitalisme, een perspectief dat de PVDA (gelukkig) nog steeds genegen is. Is dat in een zo onnoemelijk verre toekomst dat we er ons geen zorgen moeten over maken? Of is het dan zo zeker dat op zijn minst een heel continent gelijktijdig van het kapitalisme af wil? Nog over de calamiteiten bij een uitstap moet iets opgemerkt worden dat bijna volledig buiten het blikveld van links gebleven is, maar waar net Lapavitsas mogelijkheden in zag. De Duitse minister van financiën en 'eurozone-tsar' Wolfgang Schäuble heeft herhaald laten verstaan dat hij voor een op zijn minst tijdelijke uitstap van Griekenland uit de euro gewonnen was, en dat dit op een geordende manier zou kunnen gebeuren [note] In een interview met Lapavitsas in Jacobin staat dat Schäuble dit aanbod reeds vanaf 2011 deed. [/note]. Daar werd over het algemeen, ook door linkse commentatoren, zeer verontwaardigd over gedaan, als een aanval van rechts Europa op links, als een zoveelste brutaliteit van tsar Schäuble. Maar verontwaardiging is niet altijd de beste leermeester; weinigen aan de linkerzijde zagen in dat hier een kans lag, een uitstap uit de euro zonder dat de hele hemel instort. Ik ken er eigenlijk maar drie: Costas Lapavitsas, Statis Kouvelakis [note]Zie New Left Review nr 97, jan-feb 2016, Syriza's rise and fall.  [/note] en Susan Watkins, redacteur van New Left Review [note] Zie haar Oppositions in NLR nr. 98, maart-april  2016.[/note]. Misschien belemmert niet alleen de verontwaardiging, maar ook het zoeken naar een 'strategische eenheidsformule' voor links de opmerkzaamheid voor opportuniteiten zoals ze zich voordoen. Greep niet ene Illitch Oeljanov een dergelijke kans toen een verzegelde Duitse trein hem in april 1917 naar Petersburg bracht? Voorwaar een politiek initiatief dat aan geen enkele categorische imperatief beantwoordde! Tenslotte nog een opmerking om het hoofdstuk Griekenland te besluiten. Los van alle mogelijke kritiek die men op het beleid van SYRIZA kan hebben is het niet zeer duidelijk of Botenga al dan niet voor de vorming van een regering SYRIZA gewonnen was. Hij lijkt de partij te verwijten (pag. 82) dat ze de "absolute voorrang gaf aan regeringsdeelname, ten koste van partijopbouw en de organisatie van mensen als tegenkracht". Nu kan in het geval van Griekenland 2015 de kwestie van 'regeringsdeelname' van SYRIZA niet op dezelfde manier benaderd worden als de deelname van sociaaldemocratische of linkse partijen aan burgerlijke regeringen; SYRIZA nam niet deel aan een regering, maar vormde de regering [note] In een coalitie weliswaar met een kleine en rechtse partner, ANEL, maar dit heeft nooit een belangrijke rol gespeeld. Een alliantie met de Griekse communististen van de KKE (tot voor enkele jaren een 'zusterpartij' van de PVDA/PTB) zou veel natuurlijker geweest zijn, maar deze sektarische partij is daar nooit willen op ingaan. [/note]. Bedoelt Botenga dat SYRIZA in januari 2015 niet sterk genoeg stond om de regeringsverantwoordelijkheid te nemen? Dit is een mogelijk (en vrij origineel) standpunt, maar zou dan ook expliciet moeten geformuleerd worden. En zou het de linkse zaak in Griekenland en Europa zoveel geholpen hebben als een linkse partij de overwinning behaalt, maar zich excuseert bij zijn kiezers want "sorry, we zijn er niet klaar voor" ?   Strijd op nationaal vlak? Strijd op Europees vlak? We komen nu tot de strategische beschouwingen met een meer directe betekenis voor links in de 'kern' van de EU. Er is veel sociale achteruitgang, armoede, ongelijkheid, maar geen acute crisis zoals die zich voordeed in Griekenland, of zelfs maar in Spanje, Portugal of Ierland. Uitstapscenario's zijn niet aan de orde. Toch leeft het besef dat het beleid van onze neoliberale regeringen, geïnspireerd en geactiveerd via de instellingen van de EU, een neergaande spiraal betekent waaruit we moeten ontsnappen vooraleer we de bodem bereiken . Hoe? Wat te doen? Alhoewel Botenga het vooral over lexit heeft, bevat zijn artikel ook diverse aanduidingen die op kern-Europa betrekking hebben. Als de hamvraag is (en dat is ze volgens mij) welke praktijk linkse organisaties moeten uitoefenen, welke articulatie tussen strijd binnen het nationaal kader en op het Europees vlak wenselijk en mogelijk is, wat internationalisme vandaag in de context van de Europese Unie betekent, dan moet ik vaststellen dat Botenga de hamvraag uit de weg gaat. In plaats van in te gaan op deze praktische vraag, vervangt hij ze door een andere, meer theoretische: wat is de aard van de nationale staat? Dat gebeurt zo (pag. 83): "De strijd voor de bescherming van sociale rechten wordt inderdaad meestal, hoewel lang niet altijd, nationaal uitgevochten. Dat zegt echter weinig of niets over de nationale staat." Dan volgen allerlei beschouwingen waarmee men het zonder probleem eens kan zijn: het is door klassenstrijd binnen de natiestaten dat rechten werden afgedwongen, zodra ze kunnen zullen de leidende klassen dergelijke verworvenheden terugschroeven, geen enkele van onze Staten is werkelijk sociaal of echt democratisch, enzovoort. Niet alleen verschuift aldus de praktische vraag (hoe moeten we strijden?) naar een theoretische (de aard van de natiestaat), maar Botenga situeert zijn opponenten, ten onrechte, binnen het kamp van degenen die allerlei illusies koesteren over de natiestaat: "Het exit-argument sluit aan bij de mythe die beweert dat men de macht kan teruggrijpen op nationaal niveau", "exit-campagnes promoten de facto een klasseloze abstractie van de natiestaat", enzovoort. Er worden hier twee dingen door elkaar gehaald: illusies in de nationale soevereiniteit enerzijds [note] Die illusies bestaan zeker, maar het is misplaatst te insinueren dat kritische geesten als Lapavitsas en  Durand (beide doorgewinterde marxisten) of Lordon er niet tegen gewapend zijn [/note], en anderzijds de vaststelling dat verzet tegen de kapitalistische dominantie zich voor het overgrootste deel afspeelt binnen de arena's van de nationale staten, of men dit nu betreurt of niet. Ik heb elders al eens geprobeerd dit onderscheid tussen nationalisme en strijd op nationaal vlak te verduidelijken [note] H. Michiel, Ander Europa, 19 februari 2017, Europa of terug naar de natiestaat? [/note], ik zal het hier bij een praktische overweging houden. In een hele reeks Europese landen staan dezelfde bekommernissen op de strijdagenda van radicaal links: tegen de aftakeling van het arbeidsrecht, meer loon en pensioen, verdediging van sociale zekerheid en openbare diensten, rechtvaardiger belastingen, betere gezondheidszorg enzovoort. De PVDA/PTB zet zich in op al deze terreinen. Hoe? Door een gecoördineerd optreden in Europees verband met gelijkgestemde krachten? De vraag stellen is ze beantwoorden: hoe 'logisch' dit ook lijkt, het beantwoordt niet aan de bestaande intra-Europese verhoudingen, ook de PVDA/PTB voert de strijd haast uitsluitend binnen de nationale grenzen. Er is zeker meer internationale samenwerking mogelijk, en het is de verdomde plicht van links om daar al het  mogelijke voor te doen, maar wie strijd wil voeren doet dit met de middelen die ter beschikking staan, en die zijn voor het allergrootste deel nationaal [note] Misschien wat gewaagd, maar men zou hier het Europees principe van de 'subsidiariteit' kunnen inroepen: beleid moet gevoerd worden op het niveau waar dit meest geëigend is. Europese betogingen van het EVV in Brussel halen niets uit, consequent 'nationaal' verzet tegen maatregelen van een regering (soms) wel. [/note]. Dat is zelfs zo in eminent transnationale aangelegenheden zoals de strijd tegen klimaatverandering, vrijhandelsverdragen of meer defensie-uitgaven: beginnen doe je door je eigen regering op de korrel te nemen. Misschien wordt het ooit anders. Misschien ageert links binnen 20, 40 of 100 jaar stelselmatig onmiddellijk op het Europese, of waarom niet: op het globale niveau, maar het zou een enorme illusie zijn dat nu reeds als strategisch uitgangspunt te nemen. Met alle respect voor Yanis Vaoufakis en zijn DiEM25, die deze weg gekozen heeft, maar ik vrees dat hij vooral zal bewijzen dat het een onvruchtbare aanpak is. Ik ben het ook absoluut niet eens met Botenga waar hij de eventuele 'uitstap' van een lidstaat als een aantasting en belemmering ziet voor de internationale solidariteit. We citeerden reeds de uitspraak: "Als ieder in eigen lidstaat opkomt voor een uitstap, krijgen Europese samenwerking en sociale eisen op Europees vlak een tweederangs status" (pag. 88). Vooreerst zal niet iedere lidstaat dit doen, maar ook als slechts één het doet, en vooral in een duidelijk linkse context (wat men van Brexit niet kan zeggen), zou dit hopelijk een golf van solidariteit kunnen opwekken. Alle verhoudingen in acht genomen: niemand heeft de bolsjewiki een gebrek aan solidariteit en internationalisme verweten omdat ze op hun eentje uit het kapitalistisch systeem stapten; integendeel, het bracht een golf van enthoesiasme en solidariteit op gang, de Britse dokwerkers weigerden zelfs munitie te laden die zou ingezet worden tegen de Sovjets. En wat te zeggen van Lapavitsas' argumenten dat zelfs het reformistische programma van Corbyns Labour niet kan uitgevoerd worden binnen de Europese eenheidsmarkt [note] Zie de Nederlandse vertaling van een interview met Lapavitsas in Jacobin, Jeremy Corbyns Labour versus de Eenheidsmarkt. [/note] ? Is daar niets van aan? Is het een uitvinding van 'soevereinisten' dat de EU de lidstaten in een neoliberaal keurslijf dwingt? Aan internationalistische solidariteit moet permanent verder gewerkt worden [note] Botenga geeft (pag. 89) een aantal voorbeelden van geslaagde internationale coöperaties waarover elke rechtgeaarde linkse zich moet verheugen: het verzet tegen de havenrichtlijn, tegen de vrijhandelsverdragen, de petitie tegen Monsanto en zijn glyfosaat, de grote actie van klimaatactivisten in Bonn, enz.  [/note] maar een linkse regering die haar strategie zou baseren op de hypothese van een grootse internationale solidariteitbeweging is onverantwoord lichtzinnig. Een eventuele exit kan men voorbereiden, een internationale solidariteitsbeweging nauwelijks. Over de kracht van die internationale solidariteit geeft Botenga trouwens nogal tegenstrijdige interpretaties. Enerzijds zegt hij (terecht me dunkt) dat men niet al te zeer moet hopen op "een spontane Europese opstand volgend op de uitstap van één land, dat temidden de chaos een meer sociaal beleid zou pogen te voeren". De solidariteit met de strijd in Griekenland was inderdaad nogal mager. Anderzijds dicht hij de Europese arbeidersbeweging een krachtpositie toe waarvan men alleen kan dromen. Zo stelt hij (pag. 96) dat de Audi-fabriek in Vorst (bij Brussel) alleen nog bestaat dankzij de solidariteit van de Duitse arbeiders… Een ernstige inschatting van de krachtsverhoudingen kan men dit niet noemen. Vakbondssolidariteit aanmoedigen is één zaak, de krachtsverhoudingen tussen arbeiders en patronaat omkeren is een andere. Botenga moet daarbij de ogen sluiten voor een levensgroot probleem voor de werkerssolidariteit: de vakbondsbureaucratie en de sociaaldemocratische (in sommige gevallen, christendemocratische ) greep op de vakbonden. Zo schrijft hij, verwijzend naar Lordon: "Sommigen gaan zelfs zover dat ze insinueren dat de Duitse vakbonden, of meer in het algemeen de Duitse werkers, voorgoed hebben gecapituleerd voor de Duitse export-en surplusstrategieën. Hoezeer dat onzin is, toonde in januari 2018 nog de grote stakingsbeweging van honderdduizenden Duitse werknemers uit de metaalsector doorheen Duitsland." Enige overdrijving (de Duitse werkers voorgoed, gecapituleerd) is blijkbaar nodig om het argument kracht bij te zetten, maar men moet helaas geen antisyndicalist zijn om de remmende invloed van de SPD op de Deutsche Gewerkschaftsbund te erkennen [note] Eén voorbeeldje: de bocht van de DGB- leiding in verband met het vrijhandelsakkoord met Canada (CETA). Zie CETA: DGB-leiding gerold door SPD? [/note]. De   PVDA meende zelfs dat de “Duitse strijd voor de 28-urenweek het Europese patronaat doet beven”, terwijl die zgz. 28-urenweek in de eerste plaats een patronale overwinning is op het vlak van flexibiliteit. [note]Zie Duits vakbondsakkoord: een voorbeeld voor heel Europa? [/note]. Over de absoluut ondermaatse prestaties van het Europees Vakverbond (EVV, of ETUC), die een sleutelrol zou moeten spelen in de Europese werkerssolidariteit, vernemen we evenmin iets.   Ter afronding Ik beschouw deze commentaren op Marc Botenga's artikel niet als een evaluatie van 'de' Europese strategie van PVDA/PTB, maar veel meer als een bijdrage in het debat ter linkerzijde over een dergelijke strategie. Men kan tot genoegdoening vaststellen dat dit debat binnen de PVDA aan de gang is en dat er uiteenlopende standpunten circuleren. Botenga's partijgenoot Johan Somers bijvoorbeeld blijkt meer begrip te hebben voor een 'Plan B' en een exitstrategie  [note] Zie Na Griekenland, welke strategie voor Europese verandering? [/note]. Partijvoorzitter Mertens spreekt zeer duidelijk over een confrontatie met de EU [note]Zie Peter Mertens (PVDA): “Een confrontatie met de EU” [/note] en hij blijkt in het OXI- referendum van 5 juli 2015  een "duidelijk mandaat om Neen te zeggen" te zien. Als dit nuances zijn, zijn het toch belangrijke. Overigens doorkruist het 'Europees strategisch debat' zowat alle linkse formaties in Europa. Men vindt het terug in Die Linke en in Podemos, in ATTAC en de trotskistische stroming. De hoger vermelde Cédric Durand bijvoorbeeld behoort tot deze laatste strekking, maar daartoe behoren bijvoorbeeld ook Michel Husson, Catherine Samary of Ozlem Onaran, die standpunten innemen die vrij dicht bij die van Botenga aanleunen. Is dat geen aansporing om een open, verhelderend en vruchtbaar debat in de hele linkerzijde te voeren? ■  

Leugenachtige propaganda van de Europese Centrale Bank

25/08/2018 - 20:15

door Herman Michiel en Koen Meul 25 augustus 2018   De Europese Centrale Bank (ECB) lanceerde begin augustus de blijde boodschap dat haar beleid van de afgelopen jaren de ongelijkheid in de eurozone verminderd heeft (How the ECB’s policy has reduced inequality). Wie enigszins vertrouwd is met de publicaties van onze Centrale Bank denkt waarschijnlijk aan een ellenlang Engelstalig document vol wiskundige formules en verwijzingen naar nog meer documenten vol formules. Mis! Het gaat om een videofilmpje van nog geen twee minuten, dat via Youtube verspreid wordt, met ondertiteling gaande van Bulgaars over Nederlands tot Zweeds. Het format lijkt dus meer op dat van een commercieel reclamefilmpje of verkiezingspropaganda van een of andere partij. En inderdaad, het gaat om platte en zelfs leugenachtige propaganda. "Nieuw onderzoek toont aan dat het ECB-beleid de ongelijkheid in de eurozone verminderde", aldus de aankondiging, maar men doet zelfs niet de moeite om te zeggen over welk "nieuw onderzoek" het gaat. Het filmpje neemt het expliciet op tegen "sommige critici" die beweren dat het Europees monetair beleid de ongelijkheid deed toenemen. Is dat zo? "Het korte antwoord luidt: nee", aldus de spindoctors van de ECB, maar het eerste argument dat ze aangeven wijst op het … tegendeel. "Door onze bijzondere maatregelen is de waarde van de financiële activa gestegen. Het klopt dat vooral mensen die dergelijke activa bezitten hiervan profiteren", geven de spindoctors toe. Maar door de lage rentestand kon je goedkoper lenen, en daarvan profiteren net degenen die veel moeten uitgeven aan het terugbetalen van schulden! Voilà, de rijken profiteerden van hun aandikkende aandelenportefeuille [note]Wie dit graag in grafiekvorm ziet kan zijn licht hier opsteken. [/note], maar de sukkelaars moesten minder aan de bank betalen voor hun hypotheeklening. Voor elk wat wils dus, zo wordt de ongelijkheidsbalans in evenwicht gehouden, en het is dan nog een kleine stap om die zelfs te zien overhellen richting minder ongelijkheid… Misschien ben je toch niet helemaal overtuigd? Ha, de ECB heeft nog een tweede ("belangrijker") argument: "de maatregelen van de ECB hebben de banengroei in het eurogebied sterk gestimuleerd, 7 miljoen nieuwe banen erbij sinds 2013"! En daar profiteren vooral de "huishoudens met een laag inkomen" van ! Een grafiek bevestigt het: bij de laagste inkomens daalde de werkloosheid met een volle 2%, bij de hoogste slechts met 0,3% !! De ECB doet blijkbaar aan positieve discriminatie, hopelijk wordt dit door de verwaarloosde houders van aandelenportefeuilles niet ten euvel geduid… En het filmpje loopt nu ten einde, de conclusie zal wel iedereen duidelijk zijn: Men zou zich afvragen waarom academische onderzoekers die de ongelijkheid proberen in kaart te brengen het altijd zo moeilijk maken, met Gini-coëfficiënten, decielen en percentielen, en dit terwijl een  ECB-filmpje van 109 seconden volstaat om een ondubbelzinnig antwoord te geven ! Maar dat dit ECB-filmpje leugenachtige propaganda is kan gemakkelijk aangetoond worden. Niemand minder dan Mario Draghi himself, de voorzitter van de ECB, zei op 26 juni 2017 in Lissabon dat "de groeiende ongelijkheid in Europa enorm destabiliserend is" en dat de inkomensongelijkheid in de eurozone toegenomen is sinds het uitbreken van de financiële crisis. Het klopt dat de werkloosheid gedaald is, maar dat heeft niets te maken met het beleid van de ECB,  wel met de economische conjunctuur. Bewijs? Die daling had even goed plaats in de EU-landen buiten de  eurozone (zie de grafiek van Eurostat); sterker zelfs: de werkloosheid is systematisch kleiner in de EU-landen die de euro niet als munt hebben! De "7 miljoen nieuwe banen" zijn net goed om (na bijna een decennium) het banenverlies tijdens de crisis goed te maken, maar het gaat heel vaak om minderwaardige jobs, waarvan de belangrijkste functie is dat ze de werkloosheidsstatistieken beter doen ogen. Een document van de Europese Commissie zelf bevestigt dat er nu 5 miljoen méér part-time jobs zijn dan in 2008, en 1,5 miljoen full-time jobs minder. We deden de moeite om na te gaan op welk 'nieuw onderzoek' de spindoctors van de ECB zich beroepen om hun propaganda 'wetenschappelijk' te funderen. Het gaat klaarblijkelijk om Discussion Paper 2170 van 18 juli 2018 (maar de ECB wast haar handen in onschuld: op de voorpagina staat meteen een disclaimer, het gaat om de opinie van de auteurs, niet die van de ECB. ) Als men zich na lectuur ervan afvraagt: is hier aangetoond dat het beleid van de ECB de ongelijkheid in de eurozone deed afnemen, dan luidt het korte antwoord: neen. De 'onderzoekers' hebben het over het grote belang van de indirecte gevolgen van het beleid (de directe gevolgen zijn lage inkomsten uit spaargeld en hoge uit aandelen en obligaties), namelijk een verbeterd economisch klimaat, hogere tewerkstelling, meer inkomen uit arbeid, en bijgevolg zou de inkomensongelijkheid verminderen. Maar de 'onderzoekers' moeten zelf toegeven: However, the overall effects of monetary policy on income inequality are modest, compared to its observed secular trend. Met andere woorden: het zeeniveau zie je niet dalen als kinderen er een paar emmertjes uit scheppen. De 'onderzoekers' suggereren  zelfs (tegen alle logica en empirische studies in) dat het ECB-beleid de ongelijkheid in rijkdom (wealth inequality) zou kunnen verminderd hebben, maar these effects are particularly small. Het getuigt werkelijk van een mateloos cynisme dat uitgerekend de Europese Centrale Bank probeert met een leugenachtig Youtube-filmpje zich een menselijk gelaat aan te meten, terwijl ze de koploper was (en is) van een hard neoliberaal beleid dat miljoenen mensen in Europa, de Grieken vooraan, in de armoede stortte. Het wordt trouwens ook duidelijk, zoals o.a. aangetoond door SOMO, dat het 'non-standard' monetaire beleid van de ECB ook zware gevolgen heeft voor ontwikkelingslanden. Dat zal Draghi & Co natuurlijk worst wezen.

Spaanse regering in de kou

30/07/2018 - 13:34

Sinds begin juni wordt Spanje bestuurd door een sociaaldemocratisch minderheidskabinet onder premier Pedro Sánchez. Dit gebeurde nadat het vorige kabinet Rajoy een vertrouwensstemming niet overleefde; Rajoys rechtse Partido Popular kon zich niet langer handhaven in de niet aflatende stroom van corruptieschandalen  en gevallen van illegale partijfinanciering.

De regering Sánchez beschikt met de PSOE echter slechts over 84 van de 350 zetels in het Spaanse parlement. De Partido Popular (PP) heeft er 134, de nieuwe rechtse ‘burgerbeweging’ Ciudadanos 32. Aan de linkerzijde is er Unidos Podemos, de verkiezingscoalitie rond Podemos met Izquierda Unida (IU, waarin de Spaanse communistische partij) die samen met enkele kleinere formaties 67 zetels heeft.

Het deel van het Spaanse politieke spectrum gaande van de PSOE tot IU heeft één eigenschap gemeen: een viscerale afkeer van de hautaine rechtse, corrupte en soms Franco-nostalgische PP en dito leiders als Aznar en Rajoy. Maar het linkerdeel van dit spectrum heeft ook een groot wantrouwen in de sociaaldemocraten van de PSOE. De regeringen Gonzalez (1982-1996) en Zapatero (2004-2011) hebben zich te veel gedragen als beheerders van het Spaans kapitalisme en uitvoerders van het Europees soberheidsbeleid.

In die omstandigheden hebben de linkse formaties in juni wijselijk besloten geen coalitie met de PSOE aan te gaan.  Wel hebben ze een voorwaardelijke inschikkelijkheid toegezegd om het minderheidskabinet vanuit de oppositie te steunen, voor zover het geen antisociale maatregelen wil opleggen. Deze ‘goodwill onder condities’ is vergelijkbaar met de positie van links in buurland Portugal. Sinds eind 2015 wordt het land daar ook geregeerd door een sociaaldemocratisch minderheidskabinet met Antonio Costa  als premier. Het Bloco de Esquerda (Links Blok) en de Portugese Communistische Partij (PCP) traden er evenmin tot de regering toe, maar sloten een akkoord over een aantal te nemen beleidsmaatregelen, en over niet te overschrijden rode lijnen, in ruil voor parlementaire steun. Over de pro’s en contra’s van een dergelijke opstelling wordt binnen radicaal links in Europa nogal wat gediscussieerd.

In Spanje komt de formule van kritische steun aan het sociaaldemocratisch minderheidskabinet reeds na twee maanden fel onder druk. Vrijdag (27 juli) kreeg Sánchez zijn budgetvoorstellen voor  2019 niet goedgekeurd door de onthouding van Unidos Podemos en de Catalaanse independentisten, en door de tegenstemmen van PP en Ciudadano. Het land staat onder EU-toezicht en moet in oktober aan Brussel een begroting voorleggen die bewijst dat Spanje “op het juiste spoor” is om de Europese “afspraken” te halen.

Podemos wilde niet alleen een verhoging van de begrotingsuitgaven, maar zou volgens Euractiv door zijn onthouding ook protesteren tegen de weigering van de PSOE om een onderzoek te starten naar gesjoemel van de voormalige koning Juan Carlos.

Sánchez lijkt voorlopig niet van plan zijn budget te herzien, en wil de begroting volgende maand opnieuw ter stemming voorleggen. (hm)

Het andere Beieren tegen de ‘politiek van de angst’

23/07/2018 - 15:05

Gisteren zondag 22 juli hebben in de Beierse hoofdstad München tienduizenden mensen betoogd als protest tegen de xenofobe hetze tegen vreemdelingen en asielzoekers. Deze hetze wordt niet alleen door uiterst-rechts (AfD, Pegida) aangewakkerd, maar ook door de Beierse christendemocraten van de CSU, Beierse zusterpartij van Merkels CDU.  Volgens de politie waren er 25.000 aanwezigen op de slotbijeenkomst op de Königsplatz, en volgens de organisatoren hebben, niettegenstaande de stromende regen, wel 50.000 mensen aan de betoging deelgenomen, véél meer dan ze hadden verwacht.

 

Vele tientallen organisaties hadden opgeroepen tot deze betoging tegen de politiek van de angst, waaronder vluchtelingenorganisaties, kerkgroepen, vrouwenbewegingen, antifascistische groepen, partijen (SPD, Grüne, Die Linke, DKP), vakbonden, sociale bewegingen …

In hun oproep herinnerden ze aan het volgende:

  •  In plaats van de waarden van onze democratische basisorde te vertegenwoordigen, worden ze ontmanteld, vluchtelingen worden gecriminaliseerd, geïnterneerd in deportatiekampen, gedeporteerd naar oorlogsgebieden en wie hen helpt wordt verdacht gemaakt;
  •  In plaats van onderwijs en informatie te verstrekken en misdaadstatistieken eerlijk te communiceren, wordt angst op een massale schaal aangewakkerd. En in Beieren is de strengste politiewet (PAG) in werking getreden die de Bondsrepubliek Duitsland ooit heeft gezien;
  • In plaats van eerlijke wereldhandel te bevorderen en de oorzaken voor wegvluchten weg te nemen, worden inhumane regimes met geld en wapens ondersteund en worden oorlogen uitgevochten;
  • In plaats van sociale problemen aan te pakken, zoals de noodsituatie in de verpleegkunde, armoede onder ouderen en onzekere arbeidsomstandigheden, in plaats van betaalbare huisvesting te creëren en een redelijk minimumloon op te leggen, vinden er culturele schijn-debatten plaats, zoals Söders verplichting om kruisbeelden op te hangen in openbare gebouwen (Kreuz-Erlass), of debatten over de islam versus de dominerende cultuur;
  •  In plaats van volledige gelijkheid te bevorderen, ongeacht seksuele geaardheid en sekse, wordt een achterhaalde kijk op de wereld ondersteund.

 

 

Pagina's