Borderless

13 November 2018

De strijd voor een ander Europa

Het NEE in Frankrijk en Nederland is een belangrijke overwinning. Een stap in het blokkeren van een Europese Grondwet die bedoeld was om het neoliberale karakter van de Europese Unie vast te leggen. Maar slechts een eerste stap. Op basis van deze overwinningen kan de strijd voor een ander Europa doorgezet worden.

Het referendum liet zien dat er een flinke basis bestaat voor een ander Europa. Maar het maakte ook duidelijk dat de krachten om die strijd aan te gaan - initiatieven te nemen, acties aan te zwengelen - zeer beperkt zijn. Dat komt door de zwakte van links en van de globaliseringsbeweging in Nederland, maar ook door het ontbreken van een visie op Europa. Voor velen is Europa ver weg. De noodzaak en mogelijkheid van Europa als strijdterrein worden niet voldoende gezien.
Dat werd in deze campagne pijnlijk duidelijk. Een groot deel van de linkse beweging zag het belang van het referendum niet in. Men geloofde niet dat het referendum te winnen was, en opteerde niet voor een duidelijk linkse campagne. De linkse nee campagne was een succes, maar had een smal organisatorisch draagvlak.
De afzijdige houding van veel linkse activisten en organisaties was deels het gevolg van een verkeerde analyse van de huidige politieke situatie in Nederland. Het beeld overheerst dat er in Nederland alleen maar sprake is van verrechtsing en dat links het moet hebben van kleine radicale groepen. Ook het feit dat de grote sociale bewegingen - de vakbeweging voorop – door hun leiders gekaapt werden voor de ja campagne, zonder veel verzet van de leden, speelde een rol.
Ook het Comité Grondwet Nee - dat als een van de weinigenàweinige een actieve, op brede lagen van de bevolking gerichte, linkse campagne voerde – slaagde er niet in een brede organisatorische basis te creëren. Grondwet Nee had in plaats van een afzonderlijk clubje veel meer een samenwerkingsverband, een bundeling van verschillende initiatieven moeten worden. Een aantal initiatieven die dat hadden kunnen stimuleren werden niet genomen. Er werd geen gezamenlijke ‘coming out’ van Groenlinksers tegen de Grondwet georganiseerd. Er werd niet tijdig een initiatief ‘vakbondsleden tegen de Grondwet’ op gezet. Er had meer getrokken moeten worden aan het organiseren van plaatselijke Grondwet Nee groepen en meer samenwerking met anderen worden gezocht. Natuurlijk waren deze zwakheden niet allemaal te vermijden, maar het is goed ze te onderkennen en er van leren.
Een eerste aanzet voor een vervolgcampagne is inmiddels gedaan door het opzetten van een overleg van mensen van X-Y, TNI, Attac, Euromarsen en Grondwet Nee. Daar wordt gekeken welke verdere acties voor een ander Europa mogelijk zijn.

Een visie op Europa
Behalve het bundelen van krachten - waartoe dit initiatief pas een eerste aanzet is - is het belangrijk om een veel duidelijker visie op Europa te ontwikkelen. Het afwijzen van de huidige Europese Unie is één ding, maar we moeten ook veel meer en systematischer nadenken en discussiëren wat voor Europa of wat voor Europese samenwerking we wel willen.
Ook binnen het linkse Nee kamp lopen de opvattingen daarover sterk uiteen. Sommigen willen de Europese samenwerking beperken tot samenwerking tussen de lidstaten zonder enige vorm van supranationale macht of zeggenschap. Zij pleitten in de campagne vooral voor het behoud van het vetorecht van afzonderlijke landen en een grote invloed van nationale parlementen. Anderen leggen de nadruk op het ontbreken van democratie op het supranationale vlak. Dat leidde tot een pleidooi voor meer democratie en een grotere macht voor het Europese parlement. Een derde benadering legt de nadruk op het inhoudelijke beleid van de EU en ziet weinig in discussies over structuren en bevoegdheden van verschillende Europese organen.
Die verschillende benaderingen sluiten elkaar niet per se uit, laat staan dat ze gezamenlijke acties in de weg staan. Maar ze moeten wel veel meer en duidelijker benoemd en bediscussieerd worden. Niet om tot één gezamenlijke visie te komen, maar omdat meer duidelijkheid en discussie tot een sterker gezamenlijke optreden kan leiden. En er is meer dat ons bindàbindt dan dat ons scheidt.

Een Europese beweging
Daarnaast is het van belang om de verdere beweging internationaal op te bouwen. Want ook dat was een duidelijke zwakte van de nee campagne. Zelfs met Frankrijk waren de contacten minimaal. Inmiddels is daar iets aan verbeterd, door deelname aan een conferentie in Parijs (zie kader), een spreken van Grondwet Nee in Luxemburg, de internationale Attac-vergadering in Brussel, contact met een delegatie van Deense Roodgroene Alliantie en dergelijke. De komende tijd zullen deze internationale contacten verder uitgebouwd moeten worden. Dat is om praktisch/organisatorische redenen (samen sta je sterker), maar vooral om politieke redenen van belang. Het maakt immers duidelijk dat wij geen nationale - laat staan nationalistische – oplossingen voor staan, maar een versterkt internationalisme.
En dan gaat het niet om mooie passages in mooie verklaringen, maar om praktische coördinatie en gezamenlijke initiatieven. Want dat is wat er de komende tijd vooral nodig zal zijn: gezamenlijke campagnes en initiatieven op Europees vlak.
In de eerste plaats tegen pogingen om de Grondwet er toch op de een of andere manier door te drukken. Daarvoor zijn de nationale referenda die er nog kunnen komen van belang. Op dit moment is alleen in Luxemburg besloten dat het referendum doorgaat. (Als deze krant uitkomt is dat referendum inmiddels achter de rug). In andere landen waar referenda gepland stonden is het zeer onzeker of en wanneer die doorgaan. In veel gevallen worden er campagnes gevoerd om de bevolking de kans te geven zich over de Grondwet uit te spreken. Het heeft op het eerste gezicht iets tegenstrijdigs om eerst te stellen dat de Grondwet na het Franse en Nederlandse nee als dood moet worden beschouwd en vervolgens voor een volksraadpleging over de Grondwet te pleiten. Toch is dat belangrijk, want juist de Franse en Nederlandse ervaringen maken duidelijk dat de betrokkenheid en belangstelling voor de Europese problematiek enorm toenemen als mensen er zich over uit kunnen spreken in een referendum. Men gaat zich dan pas echt realiseren hoe het met het huidige Europa is gesteld.

Concrete actiepunten
De strijd voor een ander Europa zal niet echt van de grond komen als hij zich beperkt tot een algemene kritiek op dit ondemocratische, neoliberale en militaristische Europa. Die algemene kritiek moet verbonden worden met de strijd over concrete actiepunten, voortkomend uit de Europese politiek.
In de eerste plaats geldt dat voor de acties tegen de dienstenrichtlijn. Want ook dat was een opvallende zwakte van de referendumcampagne. Daarin werd veel te weinig de band gelegd met de acties tegen de dienstenrichtlijn. Dat leidde er zelfs toe dat - met name vanuit de hoek van de PvdA - de Grondwet als een soort garantie tegen de Bolkenstein-richtlijn afgeschilderd kon worden. Juist dat soort concrete maatregelen maken duidelijk waar het in dit Europa om gaat. Het bestaan van een redelijk breed platform tegen de dienstenrichtlijn (www.dienstenrichtlijn.nl), waaraan onder andere de FNV deelneemt, geeft mogelijkheden om de algemene kritiek op dit Europa concreet te maken.
Daarnaast zijn er een aantal andere (internationale) campagnes waarbij aangesloten kan worden, zoals de campagne tegen de militaristische kant van Europa van onder andere Kerk en Vrede; de campagne over luchtkwaliteit van Milieudefensie; de campagne van de Wereldvrouwenmarsen en dergelijke.
Welke vorm de beweging voor een ander Europa de komende tijd aan zal nemen is nog niet te zeggen. Wel is het duidelijk dat zij voort moet bouwen op het succes van het nee, zonder daarbij mensen en organisaties uit te sluiten die voor de grondwet waren maar wel een ander Europa willen. Plaatselijke, nationale en Europese sociale fora kunnen een belangrijke rol spelen in het verder opbouwen van deze beweging. Een ander Europa is mogelijk, en zoals het referendum heeft laten zien is daar ook in Nederland een breed draagvlak voor.

Ondertussen in Frankrijk
In tegenstelling tot Nederland werd in Frankrijk de nee campagne gedragen door honderden lokale comités waarin tienduizenden mensen uit sociale bewegingen als Attac, vakbonden, de Euromarsen samenwerkten met leden van politieke organisaties. Vooral de Communistische Partij PCF en onze zusterorganisatie de LCR waren daarin actief, maar ook dissidente sociaal- democraten, groenen en leden van kleinere linkse organisaties.
Op een vergadering in Nanterre op 25 juni hebben deze comités besloten door te gaan met de strijd voor een ander Europa. (De tekst van deze verklaring vind je hier).
Op 24 en 25 juni vond in Parijs een Europese conferentie van het nee kamp plaats. Uit een groot aantal Europese landen waren vertegenwoordigers van sociale bewegingen aanwezig: Attac, Euromarsen, Grondwet Nee organisaties en linkse politieke organisaties. De aangenomen verklaring doet een aantal voorstellen voor acties die vooral ingebracht zullen worden in het Europese Sociaal Forum. (Zie voor de slotverklaring deze link).
Interne democratie
Een groot aantal maatschappelijke organisaties hebben zich - over het algemeen zonder veel interne discussie – uitgesproken voor de Grondwet, en hebben - al dan niet in verkapte vorm – een ja campagne gevoerd. Uit de uitslag van het referendum blijkt dat een groot deel van hun basis heel anders over de Grondwet dacht. Dat is reden om vraagtekens te zetten bij de interne democratie van de betreffende organisaties.
De federatieraad van het FNV heeft op 6 juni over het referendum gesproken. Daar werd vastgesteld dat de oud-voorzitter van de FNV, Lodewijk de Waal, geen juiste invulling heeft gegeven aan het FNV-standpunt - wij geven geen stemadvies - omdat zijn toevoeging ‘maar ik ben voor’, door vriend en vijand als een stemadvies is opgevat.
Dat is een duidelijk en correct standpunt. Maar het maakt niet duidelijk waarom de oud-voorzitter zo veel ruimte kreeg of nam en hoe een dergelijke kaping in de toekomst voorkomen kan worden.
Ook concludeerde de federatieraad uit het referendum dat de FNV de komende tijd intensief met haar achterban moet gaan communiceren over Europa en wat we daar mee willen. Hopelijk wordt dat communiceren nu wel een tweezijdig proces.
Voor kritische vakbondsleden is het daarbij van belang om contacten met leden van andere Europese bonden, die vaak veel kritischer staan tegenover dit Europa, verder aan te halen. Europese vakbondssamenwerking moet niet beperkt blijven tot de top, maar juist aan de basis vorm en inhoud krijgen.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren