Borderless

7 December 2019

De toegewijde tuinier

Een prettig nevengevolg van het einde van de Koude Oorlog, is dat het genre van de spionageroman tot vernieuwing gedwongen werd. Je kunt vandaag niet meer aankomen met KGB-complotten. John le Carré, destijds al de onbetwiste grootmeester, is in zijn nieuwste roman 'De toegewijde tuinier' opnieuw de meest radicale vernieuwer. Een spannend, boos en betrokken boek.

Le Carré is zich van de politieke veranderingen in de wereld bewust. In De laatste spion (1990) blikt zijn meesterspion George Smiley terug:

'Het was de mens die een einde heeft gemaakt aan de Koude Oorlog, voor het geval dat jullie nog niet was opgevallen. Niet de wapens, of de technologie, of de legers of de veldtochten. Alleen de mens. En ook nog niet eens de mens uit het Westen, maar onze gezworen vijand uit het Oosten, die de straat opging, zich recht tegenover de kogels en de wapenstokken opstelde en zei: wij hebben er genoeg van. (...) Misschien komt er nog eens een dag dat de geschiedenis ons laat weten wie er werkelijk heeft gewonnen. Als er een democratisch Rusland verrijst - nu, dan zal Rusland de winnaar zijn geweest. En als het Westen stikt in zijn eigen materialisme, dan kan het Westen nog steeds de verliezer blijken te zijn.'

Le Carré is nooit kritiekloos pro-westers geweest, en de 'nieuwe wereldorde' levert hem daarom genoeg nieuwe stof op. Zijn 'naoorlogse' boeken zijn niet alleen onverminderd spannend, diepzinnig en geestig, maar ook scherpe aanklachten tegen de wereld van de overwinnaars. In Vrij spel (1995) voert hij de lezer mee naar de bergen van het door het westen vergeten Ingoesjetië, waar de held van het verhaal zich verbroederd met de onafhankelijkheidsstrijders. In Single & Single (1999) beschrijft hij de lucratieve diensten die een keurig Brits advocatenkantoor levert voor de Russische maffia. Het verschil tussen kapitalisme en misdaad blijkt hoogstens een kwestie van methode: het verschil tussen de roof van Russische olievoorraden middels frauduleuze contracten en de liquidatie van een zakenpartner in Turkije.
De toegewijde tuinier, zijn nieuwste boek, speelt zich grotendeels af in de Britse ambassade in Nairobi, Kenia. Le Carré beschrijft, zoals alleen hij dat kan, de wereld van verveelde diplomaten, lusteloze ambassadefeestjes, politieke manipulatie en geroddel. De wereld van eenzame diplomatenvrouwen en zonen-van-diplomaten-die-daarom-ook-maar-diplomaat-werden. Allen geestelijk verminkt door de Britse kostscholen:

'Mildren, zweterig, te dik, vierentwintig jaar en de privé-secretaris van de Britse ambassadeur. kwam uit Essex zoals je aan zijn accent kon horen, dit was zijn eerste post - en natuurlijk werd hij door het lagere personeel Mildred genoemd.
Ja, erkende Woodrow, hij was alleen. Hoezo?
‘Er is iets gebeurd, Sandy. Ik vroeg me af of ik even langs kon komen.’
‘Kan het niet wachten tot na de dienst?’
‘Nee, dat geloof ik eigenlijk niet... nee, dat kan niet,’ zei Mildren, gaandeweg met meer overtuiging. ‘Het gaat om Tessa Quayle, Sandy.’

Dit soort achteloze persoonsbeschrijvingen maken de romans van le Carré zo levensecht en prettig-spottend. Tessa Quayle, de levensgezellin van ambassadeur Sandy Woodrow blijkt gruwelijk vermoord te zijn aan de oever van het Turkanameer. Wat deed zij daar? Waarom reisde een blanke diplomatenvrouw alleen met de Afrikaanse arts Arnold Bluhm? Hadden ze een affaire? Waar is Bluhm gebleven? Heeft hij haar vermoord? Zo niet, wie dan? En waarom frustreert de home-office in London de naspeuringen van Woodrow? Stof genoeg voor een spannend verhaal.
Woodrow's speurtocht voert ons langs Tessa's wereld van ontwikkelingswerkers in Afrika, Internet-activisme en het wanordelijke kantoortje van HIPPO, een Duitse NGO die zich bezig houdt met onderzoek naar de activiteiten van de farmaceutische industrie.

Het blijkt allemaal te draaien om Dypraxa, een medicijn dat door de multinational Threebees in Kenia wordt verkocht als wondermiddel tegen tuberculose. Er is iets mis mee, ernstig mis, en Tessa wist te veel.
Woodrow de saaie bureaucraat, en Tessa de vurige activiste, leken aanvankelijk een onwaarschijnlijk stel, maar in de loop van zijn avontuur gaat Woodrow haar verontwaardiging begrijpen. Een verontwaardiging die le Carré deelt. In het nawoord schrijft hij: 'Dypraxa bestaat niet. (...) Maar ik kan u dit vertellen. Naarmate mijn reis door de farmaceutische jungle vorderde, ben ik tot het besef gekomen dat mijn verhaal, vergeleken met de realiteit, zo tam was als de tekst van een op vakantie verstuurde prentbriefkaart.'

De titel van het boek, op het eerste gezicht een verwijzing naar de aan Tessa toegewijde Woodrow, en naar zijn nieuwe hobby, deed mij ook denken aan een uitspraak van de Verlichtingsfilosoof Rousseau: 'Je moet je eigen tuin onderhouden'. Zo bezien wijst Carré de overwinnaars van de Koude Oorlog, op de enorme balk in hun ogen. De toegewijde tuinier is een krachtige aanklacht tegen de gewetenloosheid van de farmaceutische multinationals.

Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren