De tragedie van Afghanistan

06.07.2021
Malala Maiwand, een van de 10 in 2020 vermoorde journalisten.

Afghanistan verkeert in een staat van chaos sinds op zijn minst de heropstanding van de Taliban in 2006 en meer recent de intrede van IS (Daesh). Er zijn niet alleen aanslagen gepleegd op Afghaanse politie-eenheden en militaire doelen van de VS, maar ook op gevangenissen, scholen, begrafenissen en kraamafdelingen in het hele land. Begin 2017 schatte de VN dat er alleen al sinds 2015 zo'n 18.000 burgers waren gedood. [leestijd 10 minuten]

Taliban-schutters vielen in januari 2018 het Intercontinental Hotel in Kabul aan. Daesh viel kantoren en medewerkers van internationale ngo's aan. Vrouwen en mannen die met die organisatieshebben samengewerkt, waren  het doelwit van dreigbrieven en sommigen van moordaanslagen.

Begin 2020 schatte de VN dat er de afgelopen tien jaar zo'n 100.000 burgers waren gedood, voornamelijk door militanten maar ook door Afghaanse en Amerikaanse militaire aanvallen. [1] Meer aanslagen vonden plaats nadat de regering-Trump de terugtrekking van de Amerikaanse troepen had aangekondigd en de regering-Biden bevestigde dat de terugtrekking op 11 september 2021 voltooid zou zijn.

In mei 2020 vond een gruwelijke aanslag plaats op een kraamafdeling in Kabul. In de ochtend van 10 december 2020 werd Malala Maiwand, de eerste vrouwelijke tv-presentatrice van Enikass News in de provincie Nangarhar, samen met haar chauffeur gedood toen gewapende mannen in de buurt van Jalalabad het vuur op hun auto openden. Twee vrouwelijke rechters van het Afghaanse hooggerechtshof werden in januari 2021 doodgeschoten.

Begin maart schoten gewapende mannen drie vrouwen die voor Enikass News werkten, dood. Zeven sjiitische Hazara-arbeiders werden vermoord bij een kunststoffabriek in Jalalabad.

In april vond een zelfmoordaanslag plaats in de Afghaanse provincie Logar, waarbij meer dan 20 burgers om het leven kwamen. In mei werd een meisjesschool aangevallen in een voor het merendeel sjiitisch Hazara-district van Kabul, waarbij ten minste 30 doden vielen.

Kosten van de interventie

Deze litanie van tragedies en misdaden in Afghanistan herinnert ons – vooral degenen onder ons die de gebeurtenissen sinds 1978 hebben gevolgd – aan de gevolgen van buitenlandse militaire interventies. Afghanistan blijft een van de landen met de laagste menselijke ontwikkeling en de hoogste graad van onveiligheid.

Is het een wonder dat duizenden jonge Afghaanse mannen, samen met vele jonge Afghaanse gezinnen, hun heil in Europa proberen te zoeken? Of dat ik in de loop der jaren beëdigde verklaringen heb opgesteld voor pro deo-advocaten die Afghaanse vrouwlijke professionals vertegenwoordigen die asiel zoeken in de Verenigde Staten?

Dit is Afghanistan, 20 jaar nadat het Bush-regime in de nasleep van 9/11 een militaire aanval lanceerde om de Taliban te straffen voor het herbergen van Osama bin Laden en jaren nadat de regering Obama opdracht gaf tot troepenuitbreidingen en drone-aanvallen.

Maar de wortels van de onveiligheid en instabiliteit van Afghanistan gaan verder terug, naar het noodlottige besluit van de regering Carter in 1978-80 en de regering Reagan in 1980 om een door de Sovjet-Unie gesteunde moderniserende linkse regering te ondermijnen en een tribaal-islamistische opstand te bevorderen. In de nadagen van de Koude Oorlog beschouwden Amerikaanse politici, wetenschappers en zelfs voorvechters van de mensenrechten het communisme als een grotere bedreiging dan de politieke islam – ondanks wat ze zagen gebeuren in de Islamitische Republiek Iran.

De aanslag op het Intercontinental Hotel trof me omdat ik daar in januari-februari 1989 in Kabul verbleef, toen de laatste Sovjettroepen Afghanistan verlieten. Ik was gekomen om onderzoek te doen naar het sociale beleid van de regering, met name haar inzet voor alfabetisering, onderwijs voor meisjes en de gelijkheid van vrouwen.

Ik ben geboren in Iran en heb met Afghanen kunnen praten – van hotelbedienden en winkeliers tot leden van de regerende Democratische Volkspartij van Afghanistan (PDPA) en medewerkers van de verschillende agentschappen en organisaties die ik bezocht. Ik vond de meesten van hen trots op wat er tot dan toe bereikt was ondanks het bijna tien jaar durende geïnternationaliseerde burgerconflict. Maar ze waren ook onzeker over de toekomst, gezien het feit dat hun belangrijkste bondgenoot zich aan het terugtrekken was.

De Democratische Republiek Afghanistan (DRA) en haar leger bleven nog drie jaar in het zadel, maar moesten uiteindelijk in april 1992 het onderspit delven tegen de opstand van de Mujahideen, die werd versterkt door islamistische strijders uit andere landen, wapens die de Verenigde Staten via Pakistan leverden en fondsen uit Saoedi-Arabië.

Vrijwel onmiddellijk begonnen de Mujahideen-commandanten elkaar te bevechten, waardoor het land nog verder in chaos werd gestort, totdat de Taliban binnenvielen, die uiteindelijk in 1996 de Mujahideen uit de weg ruimden en hun eigen, nachtmerrie-achtige versie van stabiliteit creëerden. Zal hetzelfde gebeuren nadat de laatste van de Amerikaanse en NAVO-troepen in september vertrekken?

Herinneringen aan het revolutionaire Afghanistan

In 1978-79 was ik een student, eerst in Canada en daarna in de Verenigde Staten, vastbesloten om terug te keren naar Iran, naar wat wij linksen hoopten dat een democratisch socialistisch Iran zou worden. Ik was op de hoogte van de revolutie in buurland Afghanistan, maar was volledig gericht op de revolutie van Iran.

​​​​​​​​​​​​​​Het ging van kwaad tot erger met Iran – met standrechtelijke executies van ambtenaren uit het Pahlavi-tijdperk, executies van de eerste groep linksen in augustus 1979, het gijzelingsincident in de Amerikaanse ambassade, het opleggen van de verplichte hejab [hoofddoek], de oorlog met Irak in de jaren tachtig, de arrestaties en moorden op talrijke dissidenten en de zelfverbanning van andere dissidenten. Ik richtte mijn aandacht op de gebeurtenissen en ontwikkelingen in Afghanistan.

Hier was het linkse alternatief dat we in Iran hadden gezocht, ook al was het halverwege de jaren tachtig duidelijk dat het Afghaanse experiment werd bedreigd. Ik begon te lezen wat ik kon, met inbegrip van teksten van de Afghaanse regering en Sovjet-publicaties, academische studies en persverslagen. Zowel de verslagen van de Amerikaanse pers als die van de academische wereld en de 'mensenrechten' rapporten getuigden van een soort voorspelbaar anticommunisme dat logischerwijs tot sympathie voor de islamitische rebellen leidde. De uitzending van jonge Afghanen naar scholen en  universiteiten in de Sovjet-Unie werd afgedaan als 'Sovjetisering'. [2]

Omdat ik op het punt stond te beginnen aan een postdoctorale beurs waarvoor ik het genderbeleid in Iran en Afghanistan zou vergelijken, besloot ik een bezoek te brengen aan de Afghaanse missie bij de VN in New York om contacten in Kabul te vragen. Ik sprak ook met Inge Kaul, destijds werkzaam bij het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP), die twee jaar in Kaboel had doorgebracht. Ze gaf een positieve beoordeling van wat de Afghaanse regering onder president Babrak Karmal had proberen te bereiken.

Wat de Afghaanse regering in de jaren na haar machtsovername in april 1978 heeft geprobeerd tot stand te brengen, is het vermelden waard: landhervorming en herverdeling, gratis en verplicht onderwijs, rechten voor vrouwen en gelijkheid voor alle etnische groepen (met inbegrip van de onderdrukte sjiitische Hazara). [3] Er moet op gewezen worden dat het programma van de DRA elementen bevatte die in Iran al waren verwezenlijkt en veel eerder, zij het onder een staatsbestel dat al veel langer sterk en gecentraliseerd was.

In 1978 had de DRA het voordeel van een loyaal leger en een regerende partij die zich inzette voor de modernisering van het land. Het nadeel lag in de rivaliteit binnen de partij en de tegenstand van maoïstische groeperingen en landheren op het platteland, die de inspanningen van de regering verzwakten. [4] De vijandigheid van de Verenigde Staten en Pakistan verergerde de interne crisis en elementen binnen de regeringspartij deden verschillende malen een beroep op de Sovjet-Unie om hulp, die uiteindelijk in december 1979 kwam. [5].

De regering Carter, die de 'Sovjetinvasie' aan de kaak stelde, maakte haar heimelijke destabilisatieprogramma openlijker. De regering-Reagan intensiveerde het nog meer, waardoor de aanwezigheid van het Sovjetleger en het lijden van het Afghaanse volk werd verlengd. [6]

Niettemin, toen ik begin 1989 Kabul bezocht, heb ik geëngageerde partijleden en regeringsmedewerkers ontmoet en geïnterviewd, overal in de stad plakkaten gezien die het alfabetiseringsprogramma presenteerden of opriepen tot vrede en verzoening, een fabriek bezocht, gewinkeld in de bazaar, een bijeenkomst van de vrouwenorganisatie bijgewoond, een persconferentie van president Najibullah (de derde en laatste president van de DRA) bijgewoond en een alfabetiserings- en opleidingscentrum voor vrouwen bezocht.

Na mijn terugkeer in de Verenigde Staten probeerde ik een artikel te publiceren over mijn bezoek aan Afghanistan, maar dat werd onderbroken door de zaak Salman Rushdie; de verschrikkelijke fatwa van Ayatollah Khomeini [die Rushdie ter dood veroordeelde wegens vermeende 'afvalligheid' – redactie] maakte een einde aan mijn pogingen om in de mainstream media een ander beeld van Afghanistan te schetsen. Mijn academische geschriften gingen echter door. [7]

Het is de moeite waard je voor te stellen hoe Afghanistan er vandaag had kunnen uitzien, als de regering Carter/Brzezinski zich had onthouden van pogingen om de Afghaanse regering te destabiliseren – die aan de macht was gekomen door een militaire staatsgreep in april 1978 – en de regering Reagan geen 'Vietnam-quagmire' [moeras] had gecreëerd voor de Sovjet-Unie, die troepen had gestuurd om het Afghaanse leger te versterken na oproepen van de regering. [8]

De DRA-regering had zeer waarschijnlijk de opstand van de islamitische stammen kunnen neerslaan en haar sociale hervormingsprogramma kunnen voortzetten, vooral na de meer gematigde 'tweede fase' (marhaleh dovvom) van de DRA onder Babrak Karmal, de tweede president van de DRA. Het programma zou de staatsinstellingen hebben versterkt, alfabetisering, onderwijs en gezondheidszorg hebben bevorderd, wegen en een spoorwegnet hebben aangelegd en de ontwikkeling van het bedrijfsleven, de landbouw en de industrie hebben gestimuleerd.

Natuurlijk zou de wereldwijde verschuiving naar een neoliberaal economisch model dergelijke initiatieven hebben afgezwakt, zoals in veel ontwikkelingslanden het geval was, maar er zou tenminste enige schijn van goed bestuur en infrastructurele ontwikkeling zijn overgebleven en het land zou niet zijn geteisterd door aanvallen van de Taliban.

​​​​​​​Wat nu?

Dat de 'investering' van de VS in Afghanistan een volslagen mislukking is geweest, kan niet worden ontkend. Het recente rapport van de Afghaanse studiegroep van het Congres beschrijft de financiële en menselijke kosten, hoewel het oproept tot een verlenging van de terugtrekkingsdatum. De VN-bijstandsmissie in Afghanistan, UNAMA, heeft een studie gepubliceerd, 'Afghanistan Protection of Civilians in Armed Conflict 2021 First Quarter Report', waarin 1.783 burgerslachtoffers worden gedocumenteerd (573 doden en 1.210 gewonden).

UNAMA voegt daaraan toe: 'Bijzonder zorgwekkend is de stijging met 37% van het aantal gedode en gewonde vrouwen en een stijging met 23% van het aantal kindslachtoffers in vergelijking met het eerste kwartaal van 2020. De VN-missie tweette op 28 april: 'UN steadfast in support of inclusive peace process, with meaningful participation of women & youth for a lasting peace’(VN standvastig in ondersteuning van inclusief vredesproces, met zinvolle deelname van vrouwen en jongeren voor een duurzame vrede.) Hoe kan dit, gezien het aanhoudende geweld, tot stand komen?

De aanbeveling van de Congressional Study Group van een 'regionale diplomatieke strategie die op de langere termijn wordt uitgevoerd' is goed, evenals de nadruk die UNAMA legt op de participatie van vrouwen en jongeren. Daartoe zouden de Verenigde Staten een eerlijke bemiddelaar moeten worden en zich moeten onthouden van het ondermijnen van een regionale strategie die noodzakelijkerwijs Iran, Rusland, China, India en Pakistan (en eventueel de Centraal-Aziatische staten Tadzjikistan, Oezbekistan en Turkmenistan) zou moeten omvatten.

Er moet wellicht een regering van lopende zaken met een brede basis worden gevormd als aanvulling op een regionale vredesmacht. De Verenigde Staten zouden ervoor moeten zorgen dat hun bondgenoot Pakistan niet langer steun verleent aan anti-regerings extremisten. Voorts zijn de volgende stappen nodig:

1) De aanwezigheid van Afghaanse vrouwenrechtengroeperingen bij vredesbesprekingen en betrokkenheid van de internationale feministische vredesbeweging. Dit zal ervoor zorgen dat programma's en beleid voor de fysieke veiligheid en het onderwijs van vrouwen en meisjes in alle beraadslagingen en slotdocumenten worden opgenomen.

2) Een speciaal fonds voor de wederopbouw en sociale ontwikkeling van Afghanistan, te beheren door het bevoegde VN-agentschap.

3) Een ruimer mandaat voor UNAMA tot na september 2021, zodat het zijn activiteiten op het gebied van vredesopbouw, humanitaire hulp en bestuur kan voortzetten. [9]

Staten die het meest betrokken zijn geweest bij de destabilisatie van Afghanistan en de decennialange militaire conflicten hebben de verantwoordelijkheid om te helpen bij het bevorderen en financieren van vrede, verzoening, wederopbouw en ontwikkeling – met de rechten en participatie van vrouwen en meisjes in het middelpunt van alle programma's, projecten en beleid.

Voetnoten

[1] PBS News Hour, 22 februari 2020 VN: UN: 100,000 civilians casualties in Afghanistan in 10 years.

[2] Een uitstekend voorbeeld van dergelijk voorspelbaar anticommunisme is Jeri Laber, 'Afghanistan's Other War,' The New York Review, 18 dec. 1986. Voor een uitstekend overzicht van eenzijdige en misleidende berichtgeving in de pers, zie Erwin Knoll, 'Journalistic Jihad: Holes in the coverage of a holy war,' The Progressive (mei 1990): 17-22.

[3] Zie Fred Halliday, 'Revolution in Afghanistan,' New Left Review 112 (nov.-dec. 1978).

[4] Zie Fred Halliday, 'War in Afghanistan,' New Left Review 119 (jan.-feb. 1980).

[5] Een korte tijdlijn: De militaire interventie van de Sovjet-Unie vanaf 24 december 1979 volgde op een periode van toenemende destabilisatie-inspanningen van de VS en factiestrijd tussen en binnen de Khalq- en Parcham-fracties van de Democratische Volkspartij van Afghanistan. De moord in september 1979 op de secretaris-generaal van de PDPA, Nur Mohammad Taraki, was het werk van Hafizullah Amin, die op zijn beurt werd vermoord en vervangen door Babrak Karmal van de Parcham-factie toen de Sovjettroepen binnenvielen. In het daaropvolgende decennium financierden de Verenigde Staten, Pakistan en Saoedi-Arabië fundamentalistische islamitische strijders tegen het regime, onder wie met name Osama bin Laden, met alle tragische gevolgen voor Afghanistan, de Verenigde Staten en de wereld van dien - ATC

[6] Een re-enactment van dit scenario deed zich voor in Syrië na de protesten van 2011.

[7] Ik bespreek het sociale hervormingsprogramma in Modernizing Women: Gender and Social Change in the Middle East (Boulder, CO: Lynne Rienner Publishers, 1993, first ed., ch. 7), en 'Revolution, Religion, and Gender Politics: Iran and Afghanistan Compared,' Journal of Women's History (vol. 10, no. 4, winter 1999): 172-195. Voor mijn kritiek op anticommunisme en cultureel relativisme zoals toegepast op Afghanistan in de jaren tachtig, zie Peuples & Monde (2003): 'Globalizing the Local: Transnational Feminism and Afghan Women's Rights,'.

[8] Over de berekeningen van de VS en de Sovjet-Unie, zie David Gibbs, Critical Asian Studies, 38:2 (2006): 239-263, 'Reassessing Soviet Motives for Invading Afghanistan: A Declassified History'.

[9] Zie ook de verklaringen van Code Pink en Massachusetts Peace Action.

Dit artikel stond op Against the Current. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Soort artikel
Reactie van:

Peter

di, 07/06/2021 - 17:17

De steun van de VS en bondgenoten in de jaren 1980 voor de Afghaanse mujahedin was zeker afschuwelijk. Toch vind ik het jammer dat dit artikel geen enkele kritiek heeft op het PDPA-bewind, dat allesbehalve democratisch was, een repressief beleid voerde tegen linkse critici, en binnen enkele jaren allerlei concessies deed aan landeigenaren, reactionaire islamitische stromingen enz.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.