Borderless

22 November 2019

De vermarkting van de natuur

De natuur tot koopwaar maken om het te beschermen, die gedachte staat centraal in besprekingen zoals de Rio +20 top. Maar deze 'duurzame markt' is niet alleen niet duurzaam, het opent ook de mogelijkheid voor 'greengrabbing': het uitsluiten van lokale bevolkingen van grondstoffen.

Melissa Leach

Wat is 'green grabbing'?

Het woord is van toepassing op alle manieren waarop ecosystemen te koop worden gezet. Bijvoorbeeld het Adopt an Acre programma van de African Wildlife Foundation: voor elke donatie van 50 dollar ontvang je een certificaat voor een hectare aan beschermde savanne. Of het kan ecotoerisme zijn, zoals in het geval van milieuorganisaties in Guatemala die samen met het leger en toerismebedrijven een 'Maya vakantiepark' openden.

Het centrale principe in dit soort plannen is de gedachte dat om de natuur te beschermen, we deze moeten verkopen. Voorstanders hiervan beweren dat schade toegebracht aan bossen, het wildleven en biodiversiteit en vervuiling elders gecompenseerd kunnen worden. In de aanloop naar de Rio+20 top lag de nadruk op het vermarkten van de natuur. Met de juiste duurzame investeringen zou het redden van het milieu en economische groei gelijk op kunnen gaan. In praktijk loopt dit echter al te vaak uit op 'green grabbing'; het inpikken van grondstoffen en land, ten nadele van eerdere gebruikers. Het maakt deel uit van het grotere patroon van landgrabbing, van landjepik waarin met een 'groen' excuus land word ingepikt om bijvoorbeeld biobrandstoffen te produceren.

Kan je voorbeelden geven?

Het themanummer van het Journal of Peasant Studies over greengrabbing dat ik heb helpen samen stellen geeft een heleboel voorbeelden. Wat opvalt zijn de gevallen rond de Reducing Emissions Deforestation programma's, REDD en REDD+. Daarbij draait het om het beschermen van bestaande bossen en het planten van nieuw bos ter compensatie van de uitstoot van CO2. In de praktijk kan dit er op neer komen dat mensen de toegang tot het bos ontzegd wordt, met alle negatieve gevolgen van dien. De onderzoeker Kyla Tienhaara geeft een voorbeeld uit Liberia. Een in Groot Brittannië gevestigd bedrijf verwierf de controle over 400.000 hectare aan ongerept bos. Maar in dit gebied woonden mensen die het land gebruikten voor bijvoorbeeld landbouw. Het akkoord bood helemaal geen voordeel aan die lokale gemeenschappen. Uiteindelijk ging de overname niet door omdat activisten aantoonden dat de bevolking er niet bij gebaat was maar in veel gevallen loopt het anders af.

Diana Ojeada laat zien hoe de bescherming van het Tayrona National Park, aan de Caribische kust van Colombia, gepaard gaat met de criminalisering en uitsluiting van mensen die al tientallen jaren in dit gebied wonen en werken. Het parkbestuur werkte samen met paramilitairen die met geweld het park 'opruimden' en ze heeft delen van het park verpacht aan een toerismebedrijf.

Deze gevallen laten hoe zien diep de kloof is tussen de effecten van de nieuw gecreëerde, 'groene' markt en de lokale omgeving, landgebruik, bestuur en landbouw. Zelfs het milieu gedraagt zich soms anders dan de 'groene markt' wil, bijvoorbeeld met het opkomen van nieuwe soorten onkruid en ziektes als gevolg van de aanleg van grote plantages waar alleen palmolie verbouwd wordt.

Wat is de motivatie achter green grabbing?
In zekere zin is het geen nieuw fenomeen maar een voortzetting van een lange traditie van koloniale en neokoloniale overnames in naam van het milieu. In milieubeschermingsplannen van de jaren zeventig en tachtig werd de lokale boerenbevolking vaak slechts beschouwd als een bedreiging voor het milieu en hun recht op gebruik van het land werd ontkend. Maar we zien nu nieuwe ontwikkelingen. Ten eerste zijn er veel meer spelers betrokken bij deze nieuwe 'groene markten', zoals pensioenfondsen, durfkapitalisten, legers, NGO's en bezorgde consumenten. Duurzaamheid speelt een hoofdrol in het maatschappelijk debat en is big business geworden.

Wetenschap, technologie en politiek proberen de milieuschade uit te drukken in meetbare eenheden en hebben CO2 tot koopwaar gemaakt en biobrandstoffen als duurzaam afgeschilderd.

Een gevoel van crisis, zowel van de economie als van het milieu, leidt tot een denkwijze die zo efficiënt mogelijk gebruik wil maken van de natuur. Dit betekent vaak de privatisering van openbaar bezit, zoals bossen of gemeenschappelijke landbouwgrond. Dat gebeurt met de steun van regeringen die nieuwe investeringen willen aantrekken, ook al gaat dit ten koste van de zekerheid en het levensonderhoud van de armen.

De financialisering van de economie betekent dat aspecten van het leven die er eerst buiten lagen, nu betrokken worden bij speculatie en de financiële sector. Er is een markt gegroeid voor 'duurzame' producten, een markt gekenmerkt door speculatie en onderonsjes tussen grote bedrijven. Hierdoor is een bos niet langer waardevol omdat het mooi is of een lokale gemeenschap ervan afhankelijk is voor hun levensonderhoud, wat nu telt is het potentieel ervan om CO2 vast te houden, zonne-energie te absorberen. Nu wordt er gekeken hoeveel biobrandstoffen er geproduceerd kunnen worden met de grond en het water, hoeveel rechten om CO2 uit te stoten de bomen waard zijn en hoeveel de biodiversiteit waard is in het aantrekken van subsidies of ecotoerisme.

Een paar jaar geleden kwamen veel progressieve intellectuelen op voor het toekennen van economische waarde aan de natuur. Wat is er misgegaan?

In de jaren tachtig stond voor de meest vooruitstrevende ecologische economen het toekennen van waarde aan vaak genegeerde grondstoffen centraal. Er zijn een paar dingen misgegaan. Net zoals alle andere markten, is de 'groene markt' gebaseerd op sociale en politieke verhoudingen, met winnaars en verliezers. Beloftes van lokale verbeteringen blijken vaak loos te zijn. Verder zijn niet langer alleen de grondstoffen onderdeel van deze marktmechanismen, ook processen als het absorberen van CO2 is vermarkt. Dat zou niet mogen gebeuren. Het klinkt misschien logisch om een waarde toe te kennen aan het ecosysteem als we het willen beschermen maar bedrijven die gestript en verkocht worden hebben ook een waarde. Zodra het potentieel van de natuur tot koopwaar is gemaakt, kan het ook gestript worden. Ten derde wordt het potentieel van het ecosysteem in een bepaalde regio als compensatie van milieuschade elders gezien. De uitstoot van broeikasgassen zou bijvoorbeeld gecompenseerd kunnen worden door een plantage. Hierdoor krijgen gebieden een waarde toegekend en kan er gesproken worden over 'niet-optimaal' gebruik van een ecosysteem, waardoor het in waarde zakt. De aandacht voor de consumptie- en productieprocessen die in de eerste plaats tot milieuschade leiden wordt afgeleid. De valse belofte van compensatie elders maakt het makkelijk om de noodzaak van het wijzigen van het productieproces te negeren.

Waarom is deze ideologie zo succesvol en overgenomen door regeringen, bedrijfsleven, milieuorganisaties en de Verenigde Naties?

De 'groene economie' is een gemeenschappelijke noemer die het mogelijk maakt om privébedrijven, op zoek naar winsten, milieuorganisaties, lokale elites en internationale instituten voor te stellen als partners die hetzelfde willen. Maar als je iets verder kijkt, zie je grote meningsverschillen over hoe zo'n 'groene economie' er uit zou moeten zien. Bijvoorbeeld of deze zou moeten groeien en of zo'n economie ook sociaal rechtvaardig moet zijn. Ik denk dat de privésector poogt om munt te slaan uit de nieuwe populariteit van groene ideeën. Sommige milieuactivisten en NGO's denken dat de 'groene economie' een manier is om kapitalisme in het belang van zowel de armen als het milieu te laten werken. Uit een soort pragmatisme denken veel NGO's dat dit de enige manier is om grote bedrijven aandacht aan het milieu te laten besteden. We zien nu de eerste negatieve gevolgen daarvan.

Heeft het idee van een 'groene economie' potentieel?

Ik denk dat er in principe in de markt ruimte is voor hervormingen, voor meer transparantie en de belangen van de lokale bevolking. Rechtvaardigheid, eerlijkheid en lokale betrokkenheid en controle zijn principes die, indien ze juist worden toegepast, een groene markt in het belang van de armen kunnen laten werken. We kunnen niet alle 'groene markten' zomaar wegwuiven, er is ruimte voor iets als de Fair Trade beweging, het herstructureren van de markt in het belang van de lokale bevolking.

Maar we moeten ook de beperkingen van de markt inzien als het om duurzaamheid gaat. Het gebruik van 'groene markten' om business as usual voort te zetten en om te compenseren voor milieuschade is niet duurzaam. Klimaatverandering moet aangepakt worden door de bouw van een meer efficiënt energiesysteem en mensen te helpen om meer effectief binnen ecologische grenzen te leven. Dat betekent lagere groeicijfers, vooral in het rijke Noorden van de wereld, en het omleiden van investeringen naar levensonderhoud, werkgelegenheid en een gezonde relatie met het ecosysteem waar we deel van uit maken. We hebben een nieuwe aanpak nodig, een die van onderop begint. Een hoofdstuk in het blad bespreekt West Afrika en het gebruik van de bodem door inheemse gemeenschappen. Deze verbranden houtskool waardoor een anders weinig vruchtbare bodem veel productiever wordt. Met extra middelen kunnen dit soort ervaringen uitgebreid worden.

Internationale instituten bekijken de 'groene markt' op grote schaal, en zien de handel in emissierechten als een wondermiddel, waardoor aandacht voor het lokale niveau onmogelijk wordt. Er bestaat een groot verschil tussen het voortbouwen op basis van lokale verhoudingen en deel uit blijven maken van het plaatselijke ecosysteem en deze processen vermarkten. Er bestaat geen magische oplossing, we moeten op zoek naar een veelvoud aan kleine acties die rekening houden met de lokale context.

Melissa Leach is verbonden aan het Instituut voor Ontwikkelingsstudies aan de Universiteit van Sussex. Ze is een van de samenstellers van het themanummer 'Green grabbing: a new appropriation of nature?' van het 'Journal of Peasant Studies'. Dit is een bewerkte versie van een interview dat eerder verscheen op de website van het Transnational Institute (TNI), www.tni.org.

Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren