Borderless

22 October 2019

De waarheid, drama en bedrog

Terwijl de oorlog en chaos in Afghanistan en Irak voortduren, en de vijfhonderd gevangenen in Guantánamo Bay al sinds 2002 zonder aanklacht vast zitten, worden ook in de VS de burgerlijke vrijheden onderuit gehaald. Deze maand kreeg Bush het Amerikaanse congres zover om de Patriot Act te verlengen. Amerikaanse filmmakers reageren allemaal anders op het oorlogsklimaat: met de waarheid, met drama en met bedrog.

In Grenzeloos 85 schreef ik lovend over Jarhead, de film die zich afspeelt in Koeweit tijdens de oorlog in 1991. Deze maand trok ook George Clooneys Syriana belangstelling. ‘Syriana’ is de naam die in Amerikaanse militaire kringen wordt gegeven aan een fictief land in het Midden-Oosten waar de Verenigde Staten olie- en andere strategische belangen hebben. Beide films zijn prachtige dramafilms die op overtuigende wijze iets zeggen over de politieke realiteit in de wereld. Dergelijke films zijn niet alleen boeiend omdat de regisseurs in hun verontwaardiging geïnspireerd werden tot bijzondere prestaties; dergelijke films zijn ook gewoon bittere noodzaak. Immers, zoals het gezegde luidt, in tijden van oorlog is het eerste slachtoffer de waarheid.
Maar niet alleen de waarheid heeft het zwaar te verduren momenteel, ook pure fictie ligt onder vuur. Hoe anders kun je verklaren dat, nog voordat de film uit is, er op internet al een haatcampagne wordt gevoerd tegen World Trade Centre, een drama over de twee mannen die als laatste levend onder het puin van het WTC vandaan werden gehaald? Het zal er wel mee te maken hebben dat Oliver Stone de regisseur is. Mocht de beste man in 1991 nog vrijuit speculeren over de moord op Kennedy, nu moet hij kennelijk op z’n tellen passen. Over 9/11 mag maar één – patriottische – waarheid bestaan.

Fictie, document en provocatie
Het maken van een dramafilm over belangrijke maatschappelijke gebeurtenissen is een veel gebruikte, en meestal veilige strategie. Voor progressieve filmmakers is fictie een manier om binnen de conservatieve mores van Hollywood, toch iets van hun ideeën kwijt te kunnen. Bovendien is er voor veel filmmakers nog een reden om voor fictie te kiezen. Realisme, en zeker politiek realisme, is moeilijk interessant te maken. Fictie biedt meer mogelijkheden. Brokeback Mountain, die succesvolle film over twee cowboys in een homoseksuele relatie, is een goed voorbeeld: het fictieve verhaal biedt regisseur Ang Lee ruimte om de kijker emotioneel te betrekken bij de personages. Dat doet hij met allerlei cinematografische ingrepen: er is een dramatische verhaalontwikkeling; er is een protagonist; er wordt gemanipuleerd met muziek; enzovoort. Ook films als Syriana en Jarhead gebruiken die fictieve elementen, maar koppelen dat aan een actuele politieke realiteit - en dat is knap.
Maar politiek drama is zeker niet de enige interessante filmschool. Ieder jaar is er gelegenheid om op het IDFA Documentaire Festival (23 november tot 3 december dit jaar!) of het Amnesty International Filmfestival te genieten van prachtige documentaires. Zij bewijzen dat het wél kan: interessant politiek realisme. In 2004 was er bijvoorbeeld The Take (met een script van de bekende andersglobaliste Naomi Klein) over een fabrieksbezetting in Buenos Aires. Daarin kwam zoiets non-cinematografisch als arbeiderszelfbestuur perfect tot leven. Of wat te denken van The Corporation uit 2003: een vrijwel complete theoretische verhandeling over het moderne kapitalisme. Met 140 minuten aan de lange kant, maar een knappe prestatie. Het zijn twee documentaires die meteen ook bewijzen dat de globaliseringsbeweging en alternatieve mediastrategieën als Indymedia grote invloed hebben gehad. Beide films zijn trouwens via internet te bestellen.
Er is nog een derde categorie filmmakers. Dat zijn de mensen die doelbewust fictie en realiteit door elkaar halen, en daarmee enorm veel discussie oproepen. Michael Moore heeft zeker invloed gehad op de kleine opleving van het genre. Zijn informele en spottende documentairestijl liet zien dat je als filmmaker niet altijd aan de zijlijn van de evenementen hoeft te staan.

Mockumentaries
In die derde categorie, passen twee mockumentaries die in april ook in Nederland te zien zijn.
Even recapituleren: In 1984 verscheen er een documentaire over een heavy-metal band met de naam Spinal Tap. Het verhaal over een band die in de jaren zestig een hit had met ‘Listen to the Flower People’ en drummer ‘John Stumpy’ Pepys verloor tijdens een onverklaarbaar tuiniersongeluk, werd, naarmate de documentaire vorderde, steeds vreemder. Tegen de tijd dat de documentaire fragmenten vertoonde van het Spinal Tap concert waarin een aantal dwergen rond een vijftig centimeter hoge replica van Stonehenge dansten, begon een groot deel van het toenmalige publiek nattigheid te voelen. Toen daarop de gevoelige rockballad ‘Lick My Love Pump’ ten gehore werd gebracht, lag iedereen onder de stoel van het lachen. De mockumentory was geboren. Later verschenen er nog briljantere faux documentaires. Op de BBC wordt eens in de zoveel tijd Dark Side of the Moon (William Karel, 2002) uitgezonden. Daarin wordt met talloze filmfragmenten, documenten en interviews ‘bewezen’ dat de landing op de maan nooit heeft plaatsgevonden. In werkelijkheid kreeg regisseur Stanley Kubrick, na het voltooien van 2001: A space odyssey , opdracht van de NASA om – in het diepste geheim – de beroemde beelden van Neil Armstrongs eerste stappen te fabriceren! Een kostelijke film die vooral werkt dankzij mensen als Buzz Aldrin, Alexander Haig, Henry Kissinger en Christiane Kubrick die allemaal met een stalen gezicht het spelletje meespelen. Of herinnert u zich Einstein´s Brain (1994) nog, de zoektocht van professor Kenji Sugimoto van de Kinki University in Japan naar de resten van Einsteins geniale hersenkwabben?
Het was natuurlijk te voorspellen dat het genre ook meer politieke onderwerpen zou oppakken. En dus is daar CSA: The Confederate States of America. Net uit in de VS en tussen 19 en 26 april te zien op het Amsterdam Fantastic Filmfestival. Vroeg in de documentaire krijgen we een zwijgend zwart-wit filmpje te zien waarin Abraham Lincoln, vermomd als neger, naar Canada probeert te ontsnappen. Het celluloid registreert het ‘historische’ moment van zijn aanhouding, ergens rond 1865. Wat is er mis gegaan? De Britten en de Fransen hebben de kant van de geconfedereerden gekozen in de Amerikaanse burgeroorlog. De slavernij werd opnieuw ingevoerd. Niet het noorden, maar het zuiden won. De natte droom van menig Clansman, ongetwijfeld, maar zou het de loop van de geschiedenis wezenlijk veranderd hebben? Regisseur Kevin Willmott maakte met csa.: the confederate states of america een hilarische mockumentary met een nogal ongemakkelijk antwoord. Aan de hand van ‘authentieke’ filmfragmenten, ‘oude’ overheidsinformatiefilmpjes, commercials van het Slave Shopping Network en echte fragmenten uit de geschiedenis van de Verenigde Staten, wordt het verhaal verteld van de Geconfedereerde Staten van Amerika, die verdacht veel lijken op de VS zoals we die vandaag kennen.
Tijdens het Sundance Filmfestival 2004 stond de film garant voor fikse controverse, en het duurde lang voordat IFC Films de film durfde te distribueren. De sardonische humor werd daarentegen enthousiast ontvangen door militante zwarte cineasten als Spike Lee en Melvin van Peebles, de oervader van blaxploitation-cinema.

September tapes
Nog verwarrender wordt het in September Tapes. In 2002 reist documentairemaker Don Larson naar Afghanistan. Woedend over de aanslagen op 9/11 gaat hij op zoek naar hoofdverdachte Osama Bin Laden. De tocht voert hem, samen met zijn cameraman en vertaler, door het Afghanistan dat achterbleef nadat de VS er het Talibanregime verdreven. Slechts gewapend met een eenvoudige camera stellen ze de verkeerde vragen en komen op het spoor van Al Qaeda. En dan, opeens, is Larson verdwenen. Wat rest zijn enkele uren filmmateriaal…
Of toch niet? Don Larson is in werkelijkheid acteur George Calil. De vertaler blijkt een rol van een Amerikaanse acteur van Afghaanse komaf, Wali Razaqi. September Tapes is, kortom, een nepperd. Rambo III meets The Blair Witch Project, met dien verstande dat de Taliban in de Rambofilm nog als ‘nobele vrijheidsstrijders’ werden geportretteerd.
Maar ook dat blijkt niet de gehele waarheid. Want het script voerde Calil en Razaqi daadwerkelijk naar Afghanistan, samen met regisseur Christian Johnston. De drie reisden van Kaboel naar Khowst, filmden nietsvermoedende Afghanen en werden begeleid door echte militieleden van de Noordelijke Alliantie.
Een cameraploeg in Afghanistan die speelt dat een cameraploeg in Afghanistan op zoek is naar Bin Laden, dat is vragen om moeilijkheden. Die kregen de makers niet alleen in de vorm van zeer reële fluitende kogels, maar ook in de vorm van bittere beschuldigingen bij terugkeer. ‘Oorlogsporno’, ‘exploitatie van 9/11’ en ‘onpatriottisch’ waren slecht enkele van de recensies. Bovendien nam het Amerikaanse Ministerie van Defensie ruim dertien uur filmmateriaal in beslag. En zo is de cirkel rond: de mockumentary die té dicht bij de waarheid kwam.

Bekijk vooral ook eens de trailers:
csathemovie
septembertapes

 

Voor meer informatie over vertoning van die films: afff

Andere recente artikelen:
Film
05-04-2006 Radicale democraten in Hollywood 25-01-2006 The Grizzly Man, King Kong, The March of the Pinguins 25-01-2006 oorlog en film 21-11-2005 Kong! Kong! Kong! 21-11-2005 Stukjes barbarij, smakelijk opgediend 24-09-2005 Het grote herkauwen

Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren