Borderless

14 November 2019

De winnaars van de crisis

De kredietcrisis deze zomer toonde opnieuw hoe kwetsbaar de economische voorspoed van de laatste decennia is. Maar in plaats van zich te wentelen in hun eigen gelijk kunnen antikapitalisten zich beter bezighouden met de vraag wie opdraait voor de puinhopen.

Stel je voor: een bijstandmoeder, laten we haar Marijke noemen, loopt bij de bank naar binnen voor een lening. Zoon Tom van acht is er op miraculeuze wijze in geslaagd de koelkast te slopen. Een goede tweedehands kost veel geld - geld dat Marijke niet heeft. Helaas: bij de bank krijgt ze nul op het rekest. Ze heeft onvoldoende inkomen en er is bovendien een oud akkefietje rond een eerder krediet. Een lening krijgen is voor Marijke vrijwel onmogelijk. Tenzij ze zich wendt tot schimmige kredietverstrekkers met rentepercentages die, als ze op de temperatuur zouden slaan, tot volle stranden leiden.
Misschien haal je hierover je schouders op. Eigen schuld, dikke bult, luidt het moderne credo immers. Of niet? Want wat voor bijstandmoeders en andere mensen met een ‘lage kredietwaardigheid’ geldt, gaat niet op voor banken en investeerders met miljoenenwinsten, zo bleek afgelopen zomer.
Kredietcrisis
Wat was er aan de hand? Jarenlang maakten Amerikaanse hypotheekverstrekkers megawinsten met uiterst risicovolle, dure leningen aan huizenkopers. Het gaat om zogenoemde subprime hypotheken, een kwart van de totale markt, vaak met variabele rente. Deze zijn verstrekt aan huizenkopers met weinig inkomen. Zulke huishoudens zijn er door de erbarmelijke ontwikkeling van de lonen de laatste decennia steeds meer. Omdat de huizenprijzen naar verwachting toch wel bleven stijgen, konden zij bovendien alvast leven van de overwaarde op hun snel in waarde gestegen, nog niet afbetaalde woning.
Dat ging goed zolang de huizenprijzen stegen, de hypotheekrente laag bleef en mensen het geld konden terugbetalen. Daar kwam dit jaar verandering in. Over de sociale ellende die dit opleverde - de huisuitzettingen, de dakloosheid - ging het de afgelopen maanden zelden. Het waren de gevolgen voor de hypotheekverstrekkers en de financiële wereld die alle aandacht kregen. Die gevolgen werden extra breed gevoeld, omdat van de risicovolle hypotheken inmiddels ook verhandelbare financiële producten waren gemaakt. Tal van investeerders zagen de waarde van hun beleggingen in subprime hypotheken verdampen. De ene na de andere financiële instelling kondigde verliezen aan. Sommige fondsen vielen om. De crisis werd groter door de onzekerheid onder beleggers over waar de problemen precies zaten. Ineens durfde geen bank of kredietverstrekker nog aan een collega-onderneming te lenen. Wie weet zat die ook tot haar nek in de risicovolle beleggingen en kon zij straks het geld niet meer terugbetalen.
Achilleshiel
Na ingrijpen van de centrale banken is de eerste paniek bezworen. Maar de hypotheekkwestie is niet opgelost. Datzelfde geldt voor diverse andere, structurele problemen die de wereldeconomie kwetsbaar maken. Die wordt vaak vergeleken met een gemeenschap waarin één persoon alles uitgeeft en opeet wat de rest spaart en maakt. Op soortgelijke wijze importeren de Verenigde Staten al jarenlang meer goederen dan dat ze er uitvoeren. De grootste economie ter wereld kampt hierdoor met reusachtige tekorten op de betalingsbalans en een almaar oplopende buitenlandse schuld. Die wordt voor een belangrijk deel gefinancierd uit de spaarcenten van aanzienlijk minder consumerende Aziatische burgers en bedrijven. Het uit zich in een sinds 2000 aanhoudende koersval van de dollar. Het Centraal Planbureau spreekt over ‘de achilleshiel van de globalisering’. Vroeg of laat gaan de Aziaten iets anders doen met hun spaargeld, valt de dollar nog dieper en moeten de Amerikanen bezuinigen. Dit kan geleidelijk gebeuren of door een plotselinge dollarcrash, waarbij het eerste scenario waarschijnlijker is.
Misschien nog wel een groter gevaar is het teveel aan goedkoop geld in de wereldeconomie. Dat klinkt bizar, maar het is een serieus probleem. Het is een kwalijk gevolg van de zogenoemde ‘financialisering’ van de economie. Deze ontwikkeling heeft niets te maken met de mythes die soms opduiken over een minderwaardig, lui Angelsaksisch speculantenkapitalisme. Het is simpelweg het gevolg van de huidige wereldwijde overproductie. Denk aan de razendsnelle opkomst van China met zijn talloze fabrieken en goedkope producten. Daardoor is het voor investeerders eenvoudigweg niet interessant om geld in nieuwe fabrieken of bedrijven te steken. Wie de centen heeft, investeert het liever op de beurs of in andere financiële producten. Daar komt bij dat de rente al jarenlang erg laag is, wat het geld nog goedkoper maakt.
Maar de kapitaalbezitters weten van gekkigheid niet wat ze met al dat geld moeten doen. Een van de gevolgen is het ontstaan van een gigantische handel in zogenoemde derivaten. Onder die term valt een keur aan financiële producten, het ene nog merkwaardiger dan het andere. De handel in risicovolle hypotheken is hier slechts één voorbeeld van. Bij opties, termijn- en ruilcontracten kunnen sommigen zich nog wat voorstellen, maar zelfs de risico’s die al deze handel met zich meebrengt, zijn op zichzelf staande financiële producten geworden. Ieder risico kan tegenwoordig verhandeld worden, van de groei van het aantal breedband-internetaansluitingen tot de weersvoorspelling.
De onderliggende waarde van alle derivaten bedraagt inmiddels honderdduizenden miljarden dollars, een veelvoud van de totale omvang van de wereldeconomie. Veel van deze producten worden bovendien met geleend geld aangeschaft. Dat klinkt niet als een zeepbel, het ís er een. De vraag is slechts wanneer hij uiteen gaat spatten, en wat de gevolgen zijn voor de rest van de economie.
Kredietjunkies
Het kapitalisme zit kortom flink in de penarie. Maar dat is geen reden om te juichen. Het zijn op dit moment allerminst de rijken die hiervoor bloeden, laat staan dat het economisch systeem in zijn voortbestaan bedreigd wordt. Juist de gewone vrouw en man draaien op voor de schade.
Dat zit zo. De afgelopen maanden hebben de centrale banken met record-geldinjecties de crisis proberen af te wenden. Om de banken te steunen, leenden zij deze tegen zeer zachte voorwaarden honderden miljarden uit hun reserves. Kom daar maar eens om als gedupeerde Amerikaanse huizenbezitter. Alleen al de Europese Centrale Bank pompte rond de 250 miljard euro in de markt. De Amerikaanse bank accepteerde als onderpand voor deze goedkope leningen ook de beruchte hypotheekobligaties. Zo verhuizen de risico’s van particuliere banken naar de overheidsbalans. Als het mis gaat, draaien we er straks allemaal voor op.
Bovendien houden de centrale banken de rente nu laag, net als bij eerdere crises in 1987, in 1998 en in 2000. Het is de omgekeerde wereld. Als werknemers een procentje meer loon eisen, komen werkgevers en overheid direct met het inflatiespook op de proppen. Als het bedrijfsleven in de problemen komt, is dit blijkbaar heel wat minder een gevaar. Maar let op: bij de loononderhandelingen zal die lage rente, bedoeld om de winsten van het bedrijfsleven overeind te houden, ingezet worden als argument tegen inflatie stimulerende loonsverhogingen.
Kortom: de financiële jongens falen, de burgers betalen. En de boodschap die de centrale banken uitdragen met hun hulpoperatie is dat ondernemingen kunnen doorgaan met hun risicovolle praktijken. ‘De patiënt is door een forse dosis morfine rustig geworden, maar niet genezen. Het risico is dat hij verslaafd raakt’, concludeerde NRC Handelsblad na de eerste ronde leningen van de centrale banken. Natuurlijk is het in ieders belang dat een crisis vermeden wordt en de centrale banken interveniëren. De vraag is op welke manier dat moet gebeuren.
Wie betaalt de crisis?
De tijd dat antikapitalisten dachten enkel te hoeven afwachten tot de hele kladderadatsj in elkaar stortte, is voorbij. Niet alleen vallen de echte slachtoffers van crises zelden onder de allerrijksten, maar het kapitalisme heeft ook aangetoond dat het hierdoor niet altijd in de problemen hoeft te komen. Sterker nog: het neoliberalisme bleek de afgelopen drie decennia superieur in het managen en manipuleren van crises, concludeert sociaal geograaf David Harvey in zijn Brief History of Neoliberalism.
Bedrijven maken enorme winsten door onverantwoorde risico’s te nemen, in de wetenschap dat als het mis gaat de staat hen te hulp schiet. Met publiek geld, stelt Harvey. Zo kostte de crisis van ’87-’88 de Amerikaanse belastingbetaler naar schatting 150 miljard dollar. De prijs voor de ineenstorting van het hedgefonds Long Term Capital Management tien jaar later bedroeg 3,5 miljard. De verantwoordelijke bestuurders mogen ondertussen hun megawinsten en topsalarissen houden.
Alle neoliberale dogma’s ten spijt, schiet de overheid het bedrijfsleven keer op keer te hulp als diens belangen in gevaar komen. Het is een bizarre waarheid. De rijken der aarde maken in tijden van economische voorspoed megawinsten, strijken topinkomens en superbonussen op. Zij dragen bovendien steeds minder bij aan de publieke kas, als gevolg van een ongekende reeks belastingverlagingen, tax holidays en gegoochel met hoofdvestigingen op de Kaaiman Eilanden. Zelfs als de boel als gevolg van hun onverantwoorde handelen in elkaar stort, betaalt de samenleving, niet zij. Sterker nog: ze worden er alleen maar rijker van!
Tijd voor schuldsanering
Voor triomfgevoelens over het antikapitalistische gelijk is dan ook geen enkele reden. Met een crisis begint de politieke strijd pas. De vervuiler betaalt, is het standpunt van de milieubeweging. Op dezelfde wijze moet bij economische crises gelden dat de veroorzaker betaalt. Juist als banken en bedrijven zich noodgedwongen tot de staat wenden voor hulp, zijn ze kwetsbaar. Voor de Marijkes van deze wereld is er de keiharde, verplichte schuldsanering. Ontwikkelingslanden dienen zich te onderwerpen aan de dictatoriale neoliberale maatregelen van IMF en Wereldbank. En het bedrijfsleven?
Op dit moment maakt dat zich met groot succes schuldig aan chantage. Als de samenleving niet bijspringt, velt de crisis ons allemaal, is de gedachte. Dat dreigement moet om te beginnen omgekeerd worden. Wie een beroep doet op de samenleving, zal er ook verantwoording aan moeten afleggen. Jullie willen hulp? Verander dan allereerst je gedrag, gehoorzaam aan de regels die de maatschappij je oplegt en betaal fors meer aan de publieke sector waar je nu een beroep op doet.
Eerder dit jaar laaide in Nederland de discussie op over het aan banden leggen van de praktijken van hedgefondsen en privat equity-firma’s. De recente kredietcrisis bood een uitgelezen mogelijkheid om de stoere woorden waar te maken en de anders zo onkwetsbare financiële partijen aan banden te leggen. Dat de centrale banken zonder ook maar één voorwaarde te stellen met hulpgelden over de brug kwamen, is onvergefelijk. Alleen zware publieke druk kan ervoor zorgen dat het bij de volgende crisis anders loopt.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren