Dekolonisering is geen metafoor

22.04.2021

Dekolonisering is vandaag alom tegenwoordig in het publieke debat. Steeds meer organisaties en publieke instellingen voelen een toenemende druk van onderuit om te ‘dekoloniseren’. Musea, universiteiten, scholen en zelfs steden springen allemaal op de kar. [leestijd 10 minuten]

Tezelfdertijd zien we ook een tegenreactie ontstaan, niet in het minst vanuit extreemrechtse hoek, met de zogenaamde ‘War on Woke’, waarbij debatten over dekolonisering, maar ook over racisme en seksisme, gezien worden als doorgeschoten vormen van politieke correctheid en zelfs aanvallen op de ‘vrije meningsuiting’.

Het gemak echter waarmee bepaalde instellingen en individuen zich met dekolonisering identificeren en de manier waarop het door reactionaire stemmen als een karikatuur voor de eigen politieke kar wordt gespannen, dreigt de betekenis ervan volledig uit te hollen. Dekolonisering wordt dan een marketingstrategie, een interessante carrièremove of louter een goedkope zondebok.

Het gaat echter over veel meer dan enkel en alleen een strijd om woorden en beelden, over wat men wel of niet mag zeggen. De koloniale geschiedenis heeft bijgedragen tot machtsstructuren en uitsluitingsmechanismen die vandaag nog steeds doorwerken. Denk aan het racisme in onze samenleving, maar ook aan de ongelijkheid tussen Noord en Zuid en daaraan gerelateerde kwesties zoals de vluchtelingencrisis. Dekolonisering is de effectieve ontmanteling van die structuren en mechanismen. En dus ook: het fundamenteel raken aan de belangen van diegenen die ervan profiteren.

Stay Woke

Als je vandaag racisme, discriminatie en sociale ongelijkheid aankaart, en dit linkt aan dekolonisering, ‘dan ben je ‘woke’‘. ‘Woke’ of ‘Stay Woke’, oorspronkelijk een Afro-Amerikaanse uitdrukking, verwijst naar het bewustzijn over kwesties die te maken hebben met sociale en raciale rechtvaardigheid. De term bestaat al veel langer maar werd in de 21ste eeuw weer populair dankzij de Black Lives Matter-beweging en het ‘I stay woke’-refrein in het nummer Master Teacher Medley van R&B zangeres Erykah Badu.

De term wordt vandaag echter ook gebruikt als scheldwoord, en maakt deel uit van een bredere meta-politiek en cultuurstrijd met de bedoeling om ‘emancipatorische bewegingen te ondergraven‘ en het dekoloniseringsdebat zelf weg te zetten als overgevoelig, intolerant en zelfs extreem.

De terechte eis van vele dekoloniseringsactivisten en sociale wetenschappers om maatschappelijk meer aandacht te besteden aan de Europese koloniale geschiedenis en haar hedendaagse impact probeert men opzettelijk te verdraaien en van betekenis te veranderen.

Alleen al aandacht vragen voor een geschiedenis die decennia, zelfs eeuwen, werd genegeerd – of ‘gecancelled’ (om het met een modern woord te zeggen) – zou dan deel uitmaken van een antiwesters sentiment, een ongepast academisch activisme en een regelrechte aanval op de ‘vrije meningsuiting’. De (voormalige) overwinnaars schrijven niet langer de geschiedenis en dat stoort hen mateloos.

Een individualistische morele kritiek?

Dat wil niet zeggen dat er geen terechte frustratie is met de manier waarop het debat vandaag soms gevoerd wordt aan progressieve zijde. Een overdreven focus op de individuele emoties en het persoonlijke gedrag van vooral witte mensen gaat eveneens voorbij aan de structurele onderdrukking van geracialiseerde mensen, hun systematische uitbuiting, de plundering van hun grondstoffen en de onteigening van hun land, vooral in het Zuiden.

Wanneer het probleem wordt vernauwd tot een kwestie van individueel gedrag op basis van witte vooroordelen en louter iets van geracialiseerde mensen hun perceptie, zo stelt de Nederlandse antropologe Miriyam Aouragh, dan ‘verdwijnen kwesties als macht en structurele uitbuiting uit ons gezichtsveld’.

In deze egocentrische framing wordt racisme gereduceerd tot een individuele verantwoordelijkheid, een persoonlijke ervaring (de zogenaamde identity-politics) en een vals gevoel van witte fragiliteit. ’Als witte mensen zich vooral moeten bezighouden met het checken van hun privilege, kunnen ze niets doen. Dat wordt weer ‘bewijs’ dat ze zo weinig praktische verandering brengen’, schrijft Aouragh.

Bovendien, zo stelt ze vast, zien we ook een conservatieve tendens binnen de antiracisme-beweging waarbij men zich vastpint op een ‘hiërarchie van kleur’ (zwart > bruin > wit). Zij die ‘niet ‘echt’ zwart zijn’ hebben dan ‘minder recht van spreken over racisme’. Als privilege in de plaats komt van onderdrukking en solidariteit wordt vervangen door positionaliteit, dan dreigt dit volgens Aouragh betekenisvolle coalities te ondermijnen en deuren te sluiten voor een gezamenlijke sociale strijd.

Welke (de)kolonisering?

Wat kan dekolonisering dan wel betekenen? En wat bedoelen we met kolonisering? Deze termen sijpelen meer en meer binnen in het publiek debat en onze instellingen beweren ermee aan de slag te gaan. Maar ze kiezen al te vaak voor manieren waarop deze begrippen worden uitgehold tot iets aanvaardbaars en haalbaars zonder dat het de maatschappelijke verhoudingen al te drastisch op hun kop zet.

Het is belangrijk om het koloniale verleden te erkennen, maar sommigen vragen zich toch openlijk af waarom we het altijd alleen maar hebben over de Europese geschiedenis. Is kolonisering niet iets van alle tijden en plaatsen? Er wordt bijvoorbeeld aangedragen dat het huidige Spanje destijds toch ook gekoloniseerd werd door Arabische overheersers. De impliciete ondertoon: Spanje zeurt daar vandaag toch ook niet meer over?

Op die manier wordt (de)kolonisering echter losgekoppeld van hedendaagse kwesties zoals institutioneel racisme (en ook seksisme), structurele ongelijkheid (ook tussen Noord en Zuid) en migratie (‘zij’ zijn hier omdat ‘wij’ daar waren).

Het gaat niet enkel en alleen over een historisch onrecht. De huidige dekoloniseringsdebatten gaan over historische gebeurtenissen die vandaag nog altijd doorwerken. Over ideologische denkkaders en sociale structuren die in onze samenlevingen nog steeds doorleven en een impact hebben op de machtsverhoudingen tussen mensen, landen en regio’s.

Het werk van filosofen, historici en sociale wetenschappers zoals Achille MbembeOlivia RutazibwaGloria WekkerSven Beckert en wijlen Samir Amin, om er maar een paar te noemen, toont juist aan dat onze moderniteit en onze globalisering fundamenteel mede vorm kregen door het Europese koloniseringsproject. Ze wijzen er ook op hoe Europese kolonisering een belangrijke rol heeft gespeeld in hedendaagse problemen van armoede, uitsluiting en sociale ongelijkheid (wat niet hetzelfde is als beweren dat het de enige oorzaak is voor die problemen).

Juist daarom gaat het niet over alle vormen van kolonisering. De huidige politieke, economische en sociale problemen in Spanje hebben niets te maken met een erfenis van ‘gekoloniseerd zijn’. Die van landen als Congo, Haïti of Pakistan juist wel.

Voorbij #decolonize

Dekolonisering is dus niet gewoon de erkenning van het koloniale verleden, het herinrichten van een museum, een nieuw modewoord voor mensenrechten of sociale rechtvaardigheid, of zelfs het teruggeven van gestolen kunstgoederen.

Aandacht hebben voor een grotere diversiteit in de universitaire curricula, verklarende bordjes plaatsen bij standbeelden of het veranderen van straatnamen is een belangrijke stap maar nog geen dekolonisering op zich. Een groter bewustzijn alleen zorgt nog niet voor meer sociale rechtvaardigheid en de rechtzetting van gestolen goederen, land en levens.

Dekolonisering is ook geen claim van onderuit om ‘erbij te horen’, om ‘aanvaard te worden’ als gelijken. Het is juist eigen aan structureel racisme dat bepaalde mensen er nooit helemaal bij kunnen of zullen horen, hoezeer ze ook ‘hun best doen’ of ‘zich aanpassen’.

Dekolonisering is in de eerste plaats een radicaal politiek project. Een project met grootschalige gevolgen die niet zomaar te vatten zijn in een #hashtag. Dekolonisering is een claim voor een radicaal nieuw humanisme en een radicaal andere wereld.

De verbeelding aan de macht

In hun invloedrijk artikel ‘Decolonization is not a metaphor’, gepubliceerd in 2012, herinneren onderzoekers Eve Tuck en Wayne Yang hun lezers er in de eerste plaats aan hoe verstorend en destabiliserend dekolonisering kan en ook moet zijn. Dekolonisering, zo schrijven ze, gaat in de eerste plaats om de volledige teruggave van inheems land en het herstel van inheems leven.

Zij focussen op het voorbeeld van de Verenigde Staten en de nog steeds voortdurende onteigening en plundering van Native American land. Op het eerste gezicht lijkt deze invulling van dekolonisering onmogelijk, onverzoenbaar en zelfs absurd. Vandaag zou dit concreet betekenen dat meer dan 99 procent van de Amerikanen hun land moeten teruggeven aan de minder dan 1 procent Native Americans. Maar het is juist vanuit die ogenschijnlijke onverzoenlijkheid dat de auteurs willen vertrekken.

Voor Tuck en Yang is dekolonisering niet alleen het ongedaan maken van een historische roof die tot op vandaag doorwerkt maar eveneens de ontmanteling van alle bestuurlijke, juridische en economische mechanismen die deze roof faciliteerden en legitimeerden.

De invoering van privé-eigendom maakte integraal deel uit van het Europese koloniale project en werd gebruikt als juridisch en statelijk instrument om het merendeel van de wereldbevolking te onteigenen. Dit beperkte zich trouwens niet alleen tot het Globale Zuiden maar vond ook plaats in Europa zelf, met de invoering van de zogenaamde ‘Enclosures’ (de privatisering van de ‘commons’ of gemeenschappelijke gronden vanaf de 13de eeuw).

Dus in een gedekoloniseerde Amerikaanse samenleving zouden we vandaag niet alleen spreken van een volledige teruggave van inheems land maar eveneens van de afschaffing van privé-eigendom in het algemeen. En dat opent de deur naar een heel nieuwe manier van samenleven.

Voorbij de ‘grenzen’ van de status quo

Naima Charkaoui’s open grenzen manifest start vanuit een gelijkaardige radicale verbeelding. ‘Denken over dekolonisering’, schrijft ze, ‘kan (…) niet zonder na te denken over grenzen’. Ze roept de lezer op om te veranderen van uitgangspunt: laten we dodelijke grenzen niet langer als onvermijdelijke noodzaak accepteren – ‘de Europese buitengrens staat intussen bekend als de dodelijkste grens op aarde’ – en laten we het debat voeren met open grenzen als nieuw vertrekpunt.

Charkaoui confronteert ons met de absurde realiteit van onze globalisering: een wereld waarin commerciële producten, kapitaal en mensen met het juiste paspoort vrij kunnen circuleren terwijl de overgrote meerderheid van de wereldbevolking botst op opgetrokken muren, prikkeldraad en gemilitariseerde grenswachten.

Dit is niet toevallig zo geëvolueerd. Ook de invoering van moderne staatsgrenzen overal in de wereld maakte integraal deel uit van het Europese koloniale project. En de enorme beperking van de mobiliteit van mensen in het Zuiden, mede mogelijk gemaakt door die koloniale staatsgrenzen, is de realiteit waarop onze economische globalisering vandaag is gestoeld.

Zoals ik elders schreef samen met een aantal collega’s van de vakgroep Conflict en Ontwikkelingsstudies: ‘Het idee dat er verschillende economieën op verschillende snelheden bestaan klopt niet: er is één wereldeconomie met een hiërarchie van productieprocessen en arbeidsvoorwaarden. (…) De rijkdom van het Noorden hangt intrinsiek samen met de vervuilende mijnbouw en de delokalisering van klassieke industrieën gebaseerd op lage lonen, slechte arbeidsomstandigheden en heel vaak ook gewapend conflict en oorlog’.

In zo’n wereld worden open grenzen onbestuurbaar. Maar Charkaoui verplicht haar lezers juist om voorbij deze status quo te denken en te vertrekken van een andere verbeelding van de wereld: ‘Open grenzen zijn geen tovermiddel om gedwongen migratie helemaal uit de wereld te helpen. Maar ze kunnen wel de druk verhogen op rijke landen om meer verantwoordelijkheid te nemen, zowel in het aanpakken van mondiale problemen, waarin ze vaak een disproportioneel aandeel hebben, als in het mogelijk maken van kwalitatieve opvang (…). Die machtige landen kunnen zich dan niet meer – letterlijk – verschansen achter hun grens om hun verantwoordelijkheden te ontlopen.’

In een wereld zonder grenzen kan iedereen gaan en staan waar men de beste toekomst kan garanderen voor zichzelf en voor familie en kinderen. In een wereld zonder grenzen kan iedereen uitbuiting, ongelijkheid en een gebrek aan kansen – letterlijk – ontlopen. Vrije mobiliteit kan dan juist een stimulans zijn voor een sociaal rechtvaardige globalisering. Charkaoui’s manifest is een aanzet voor iets veel groters, iets veel hoopvollers, een eerste dekoloniale stap.

De onbestuurbare crisis van het koloniale heden

Maar waarom zouden we die stap überhaupt willen nemen? Enkel en alleen omdat we naïef geloven in een mondiale solidariteit en een wereld zonder onrechtvaardigheid? De Libanees-Australische antropoloog Ghassan Hage draait die redenering om. Volgens hem is die stap niet zetten juist naïef.

In zijn boekIs racism an environmental threat?, vergelijkt hij de hedendaagse migratiecrisis en het probleem van structureel racisme in onze Westerse maatschappij met de mondiale ecologische crisis. Beiden zijn het gevolg van de dominante manier waarop we de aarde de laatste vijf eeuwen bewonengebruiken en bezetten.

Met het Europese koloniale project werd ook het kapitalistisch systeem, gebaseerd op permanente groei, verspreid over de hele wereld. Kolonies waren grondstoffenleveranciers, arbeidsreservoirs en afzetmarkten die de Europese industriële honger moesten stillen. Kolonies droegen bij aan de globalisering van een systeem dat, enerzijds, steeds meer natuurlijke grondstoffen opsoupeert en het klimaat vernietigt en, anderzijds, afhankelijk is van goedkope levens, land en arbeid. Nationale grenzen en de beperking van de mobiliteit van mensen uit het Zuiden waren bedoeld als beleidsinstrumenten om vooral dat laatste onderdeel onder controle te houden, te besturen zeg maar.

Dat is wat Hage verstaat onder de koloniale relatie: de creatie van welvaart, groei en vooruitgang door middel van de overheersing van de Ander (zowel mens als natuur). En de manier waarop we de natuur domineren, toe-eigenen en domesticeren is gelijkaardig aan de manier waarop we (geracialiseerde) mensen domineren, uitbuiten en onteigenen.

Het zijn die koloniale machtsrelaties die vandaag de onbestuurbare crisissen van klimaatverandering en armoede/migratie/racisme hebben gecreëerd. Het ecologische vraagstuk is onbestuurbaar geworden binnen ons huidig systeem van permanente groei en haar hedendaagse mythe van de groene economie. Het migratie-/racisme-vraagstuk is onbestuurbaar geworden binnen de koloniale relatie waarin onze welvaart nog altijd afhankelijk is van de uitbuiting en uitsluiting van anderen.

Het wordt steeds waarschijnlijker dat we de opwarming van het klimaat niet meer onder controle krijgen. Het wordt ook steeds duidelijker, schrijft Charkaoui, dat het geweld aan de Europese grenzen geen neveneffect is van ons migratiebeleid maar een doelbewuste strategie om mensen op de vlucht af te schrikken. Het legt de ware contradictie bloot tussen onze zogenaamde universele waarden en het (in)directe geweld van ons politiek-economisch systeem.

Naar een dekoloniale politiek

Kunnen we dus een wereld verbeelden die niet meer gebaseerd is op de plundering van andere mensen en de vernietiging van de natuur? En kunnen we daar ook naar handelen? Kunnen we verder gaan dan het aanpassen van geschiedenislessen en bijvoorbeeld nadenken over herstelbetalingen, het beëindigen van de verstikkende debt trap waarin vele landen in het Globale Zuiden vastzitten, de effectieve ontmanteling van structureel racisme of een duurzame en rechtvaardige transitie naar een andere soort van economie meer algemeen?

Er zijn genoeg voorbeelden om vanuit te vertrekken. Vele dekoloniale activisten wijzen ons vandaag de weg. Nieuwe vormen van strijd zoals de antiracistische Black Lives Matter-beweging en de waterbeschermers van de Standing Rock Nation zijn exponenten en inspirerende voorbeelden van een veel bredere en mondiale strijd die sinds 2011 nieuw leven werd ingeblazen door de Arabische opstanden en het ‘spook van Tahrir‘.

Hun strijd is niet enkel een pleidooi voor gelijke rechten. Ze gaan veel verder dan dat. Deze verzetsbewegingen staan voor de radicale verdieping van waarden en normen die het koloniale heden en de witte wereld confronteert met de inconsequenties van haar eigen idealen en de manier waarop deze idealen afhangen van mechanismes van uitsluiting en uitbuiting. Ze bieden hoop en geven een nieuwe betekenis aan begrippen als vrijheid, gelijkheid en duurzaamheid voor iedereen.

Koenraad Bogaert is docent aan de Vakgroep Conflict- en Ontwikkelingsstudies en lid van de Middle East and North Africa Research Group (MENARG) aan de Universiteit Gent. Hij doet onderzoek naar politieke verandering in de Arabische wereld, meer specifiek Marokko, in relatie tot globalisering, verstedelijking, ongelijke ontwikkeling en sociaal protest.

Dit artikel is overgenomen van De Wereld Morgen.

Soort artikel

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.