Borderless

21 November 2019

Domweg gelukkiger in een volkswijk

Terwijl het aantal wachtjaren voor een betaalbaar optrekje in de hoofdstad in de dubbele cijfers loopt, proberen Amsterdamse woningcorporaties voormalige sociale huurwoningen te verkopen. Zonder succes: in plaats van welgestelde yuppen trekken krakers in de leegstaande huizen. Wat is er aan de hand op de Amsterdamse woningmarkt?

‘Degene die dat heeft verzonnen, die heeft een afwijking.' De grijze man wijst om zich heen. Overal wordt gewerkt, gebouwd, gesloopt en gerenoveerd. Hier in de Czaar Peterstraat, het hart van de kleine Amsterdamse Czaar Peterbuurt, is hij geboren. 'Echt, het was een prachtige buurt. De mensen kenden elkaar, er was saamhorigheid. Maar wat ze er nu van maken... ik snap er niks van.'
'Ze' zijn de gemeente en de woningbouwcorporaties. En dat wat ze ervan maken staat beschreven in een ambitieus 'Plan van aanpak' voor de Czaar Peterbuurt. Het document begint met de constatering dat de sociale samenstelling van de wijk te eenzijdig is. Kleine huishoudens met lage inkomens zijn relatief oververtegenwoordigd, evenals het aantal bewoners van Marokkaanse komaf. De meeste huizen zijn klein en in slechte staat. Daarom moeten in de komende jaren bijna vijfhonderd sociale huurwoningen plaatsmaken voor grotere huur- en koopwoningen, winkels en liefst ook wat cafés en restaurants. De nieuwe tramlijn door de Czaar Peterstraat is al bijna klaar voor gebruik.

Doorstroming
De Czaar Peterbuurt is een van de vele volkswijken in Amsterdam die op de schop gaat. De eenzijdige sociale samenstelling en de grote hoeveelheid goedkope huurwoningen in de buurten zijn de gemeente een doorn in het oog. Om de spreiding van verschillende inkomens- en bevolkingsgroepen over de stad te bevorderen mogen de verzelfstandigde woningbouwcorporaties snoeien in hun sociale huurwoningvoorraad. Vorig jaar verkochten de Amsterdamse corporaties meer dan duizend huurwoningen. Tot 2007 mogen ze van de gemeente in totaal bijna 29.000 panden van de hand doen. Met de opbrengst kunnen de corporaties naar eigen zeggen de resterende sociale woningbouw financieren.
De Amsterdamse Huurdersvereniging staat achter de verkoop van de panden, het liefst aan de zittende huurders. Volgens medewerker Bastiaan van Perlo is er grote behoefte aan koopwoningen in Amsterdam. 'Het gaat om de zogenaamde overmaat: mensen met hoge inkomens leven nu in woningen met een lage huurprijs. Er moet meer doorstroming plaatsvinden.'

Uitverkoop
Het lijkt een win-win situatie: de woningcorporaties blijven financieel gezond en armere buurten trekken mensen met meer geld. Door spreiding wordt de leefbaarheid vergroot en jonge mensen kunnen doorstromen naar duurdere woningen. Toch is er veel kritiek. Voor Jan Harink, actief voor comité Stop Afbraak Sociale Huisvesting (SASH), is de gang van zaken een gruwel. 'Er is al een tekort aan sociale huurwoningen. De wachttijd wordt geschat op ongeveer twaalf jaar. De plannen rond de verkoop van huurwoningen zijn gemaakt in de tijden dat het economisch wat voorspoediger ging. Daarom zijn de prijzen nu te hoog en is er leegstand. Dat zal de komende jaren alleen maar erger worden.'
Inmiddels zijn diverse leegstaande huurwoningen gekraakt. De nieuwe bewoners protesteren tegen wat zij noemen de 'uitverkoop van sociale huurwoningen'. De woningbouwcorporaties hebben inmiddels beterschap beloofd. Enkele woningen zijn teruggehaald in de sociale woningvoorraad. Voor het overige zeggen de corporaties langdurige leegstand in de toekomst te willen vermijden.
Jan Harink van SASH heeft weinig vertrouwen in de goede bedoelingen van de woningcorporaties. 'De corporaties gedragen zich steeds meer als een soort projectbureautjes. In plaats van dat ze achterstallig onderhoud in huurhuizen bijwerken, pakken ze liever grote projecten aan waarbij hele buurten op de schop gaan. Daar krijgen ze immers geld voor van de gemeente. Wat op dit moment plaatsvindt in Amsterdam zie je ook in steden als Parijs en Londen. Met een sjiek woord heet dat gentrification. Er ontstaan dure stadscentra waar alleen nog rijken kunnen wonen. De overige mensen trekken naar de buitenwijken, of vallen helemaal buiten de boot.'

Spreiding
Blijkbaar gaat het in Amsterdam om meer dan alleen het omzetten van huur- naar koopwoningen. Terwijl heel Nederland debatteert over de met veel bombarie verkondigde spreidingsplannen van het Rotterdam college, brengt de hoofdstad onderdelen hiervan al in de praktijk.
Tekenend in dat opzicht zijn twee recent verschenen documenten. In haar rapport 'Thuis in de Noordvleugel' bepleit de Amsterdamse Kamer van Koophandel (KvK) een radicale verandering van het woningbouwbeleid. De bedrijvenclub constateert dat er in Amsterdam teveel sociale huurwoningen zijn. Op dit moment hanteert de gemeente de norm dat dertig procent van de nieuwbouw sociale woningbouw moet zijn, wat reeds een enorme teruggang in betaalbare huisvesting betekent. Voor de KvK gaat zelfs dat niet ver genoeg. De armen moeten de stad uit, naar nieuwe wijken in Almere, Amstelveen en de Haarlemmermeer. Het woningbouwbeleid in Amsterdam dient zich te plooien naar de economische belangen van het bedrijfsleven en een rijke elite.
Dat de KvK een dergelijke koers voorstaat is vervelend, maar kan verwacht worden van een kapitalistische belangenclub. Veel schokkender is dat het Amsterdamse college dezelfde richting op lijkt te gaan. In een uitgelekte conceptnota, 'Amsterdam Creatieve Stad', wordt het beeld geschetst van een stad waar alleen de economisch 'waardevollen' mogen wonen. Concreet zijn dat rijke mensen en 'creatieven': kunstenaars, studenten en kenniswerkers.

Bevolkingspolitiek
De kwestie die hier centraal staat is welke functie de stad vervult in de samenleving. Staat zij in dienst van het grootkapitaal, of vormt de stad de ruimte waarbinnen mensen leven en zich ten volle kunnen ontplooien? Het bedrijfsleven en de gemeente kiezen voor de eerste variant. Om hun stad te bereiken bedrijven zij bevolkingspolitiek, met behulp van economische stuurmechanismen. De sociale woningbouw wordt drastisch beperkt. Tegelijkertijd investeert de gemeente enorme bedragen in prestigieuze megaprojecten, zoals de Zuidas en de Noord-Zuidlijn. De vrije markt doet de rest. De commercie slokt de laatste restjes publieke ruimte op. Wie naar het tot een pretpark voor toeristen en yuppen verworden centrum van Amsterdam kijkt, ziet dat het zogenoemde proces van 'cityvorming' al bijna is voltooid.
Het alternatief van de stad als sociale ruimte staat hier lijnrecht tegenover. De 'polis' vertegenwoordigt in deze traditie een radicaal-democratisch gemeenschapsideaal, zoals beschreven door Hannah Arendt in haar Vita Activa en nog wat radicaler overgedaan door Murray Bookchin in Urbanization without Cities. De weg naar dit utopische ideaal is ten dele al het doel. Door middel van lokale strijd van onderop wordt vormgegeven aan een stad die van iedereen is. Dat kan zijn uitdrukking vinden in kraken, buurtstrijd, linkse huurverenigingen of een radicaal-democratische inbreng in de gemeentepolitiek, zoals Amsterdam Anders probeert.

Uit de keuze voor het soort stad waarnaar wordt gestreefd, volgt een idee over hoe je een buurt leefbaar maakt. De gemeente Amsterdam zoekt het antwoord in spreiding van bevolkingsgroepen en inkomens. Dat wil zij bereiken door het sturen van de woningvoorraad. In de praktijk blijkt dat allerminst gunstig uit te pakken voor veel van de mensen waar het om zou moeten gaan: de bewoners van de oude buurten. Voormalige sociale huurwoningen staan leeg, in afwachting van rijkere kopers die vooralsnog weinig interesse tonen. Bovendien verkopen de steeds commerciëler denkende corporaties veel meer sociale huurwoningen in arme wijken, dan dat ze erbij bouwen in rijkere buurten. Het gevolg is dat de woonlasten sterk stijgen, en mensen met minder geld verdrongen worden. Spreiding van inkomensgroepen blijkt neer te komen op wijken voor de rijken.

Weemoed
Met leefbaarheid heeft dat weinig van doen. Maar de vraag naar hoe het dan wel moet is een stuk moeilijker. Zijn spreiding, diversificatie en doorstroming altijd slecht? Volgens Erik Schrijvers, voorzitter van de buurtgroep van de Czaar Peterbuurt, heeft de gemeente in ieder geval ongelijk als zij zegt dat duurdere woningen in arme wijken beter zijn voor de leefbaarheid. 'De buurt zit al precies zo in elkaar als de gemeente wil. Jong, oud, arm, rijk, autochtoon en allochtoon, alles woont hier naast elkaar.'
Het buurtgevoel in de Czaar Peterbuurt laat zich niet sturen door gemeentelijk woningbouwbeleid. De ironie wil dat juist in de teloorgang van het wijkje de wortel ligt van een nieuwe saamhorigheid. Een nostalgisch terugverlangen dat zelfs heeft geïnspireerd tot fraaie poëzie op het raam van het buurtgroeplokaal:
Weemoed
Op oude gronden
treuren wij
waar alles wordt vertrapt
Geschiedenis die niet meer telt
Het is hier ééns zo
mooi geweest
vertellen de verhalen.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren