Borderless

22 November 2019

Durf en democratie

Socioloog Willem Schinkel werpt in zijn nieuwe boek De nieuwe democratie, Naar andere vormen van politiek een oneerbiedige blik op het verschijnsel ‘democratie’ in Nederland en de Westerse wereld. De zoveelste rellerige analyse, waarin ‘taboes ter discussie worden gesteld’? Nee dus, Schinkel maakt een intelligente analyse van het Nederlands en Europees politiek bestel. Er staat veel in het boek dat discutabel is maar altijd worden er wezenlijke vragen gesteld.

Eén van de eerste dingen die Schinkel vaststelt is dat er geen gebrek aan pessimistische analyses is. Schinkel zegt zelf ook zo’n pessimistische analyse te geven, maar ziet zijn boek ook als een poging dit pessimisme te ontkrachten. Het is die laatste doelstelling die het grootse deel van De nieuwe democratie een dynamiek en een passie geeft, die er voor zorgen dat je het boek blijft lezen. Schinkel ziet heel goed dat één van de grootste problemen in Nederland – zowel bij links als rechts- ‘sociale hypochondrie’ is, een houding van mensen die meer gefascineerd zijn door problemen dan door oplossingen.

Schinkel wijst er op dat dit geen toeval is: Europa en Nederland zijn musea geworden, samenlevingen die vastzitten in conservatief-regressieve neigingen. Een plaats die alleen een verleden heeft om op te bogen, die zijn ‘cultuur’ verdedigt en beveiligt met muren, poortjes en suppoosten. Schinkel wil een bijdrage leveren aan de ontmusealisering van Nederland door op zoek te gaan naar utopisch verander-potentieel.

Een dergelijke houding kan natuurlijk ontaarden in een oppervlakkige oproep om in actie te komen, om ‘de problemen’ maar eens op te lossen. Schinkel doet dat niet. Het eerste deel van zijn boek is vooral een beschrijving hoe in Nederland een proces van depolitisering plaatsvindt, waarbij elk alternatief voor het neoliberalisme uit naam van ‘de vrijheid en de democratie' bij voorbaat afgeserveerd wordt. Schinkel stelt zich de vraag wat dat eigenlijk voor een democratie is, waarin het maken van keuzes voor iets anders dan de bestaande orde, door politici van links tot rechts vermeden wordt.

Een belangrijk onderdeel van de neoliberale consensus is dat politici en niet-politici het er bijna allemaal over eens zijn dat er bezuinigd moet worden. Groepen die zich verzetten tegen een bepaalde maatregel stellen bijna nooit de logica van bezuinigingen an sich ter discussie. Ik denk dat die discussie belangrijk is. Ook een blad als Grenzeloos lijkt er vaak vanuit te gaan dat door verzet tegen bezuinigingen als vanzelfsprekend een nieuwe linkse beweging gaat ontstaan. Maar is het dringende karakter van dergelijk verzet ook niet een excuus om niet meer over een toekomst voorbij het neoliberalisme na te denken? Over wat we dan wél willen?

Wilders functioneert in dit bestel onder andere als een afleidingsmanoeuvre. Politici distantiëren zich graag van de manier waarop Wilders iets brengt, maar zitten vast in dezelfde racistische ideeën als de PVV. De manier waarop Schinkel beschrijft hoe het bestaan van racisme in Nederland door iedereen ontkend wordt, is één van de sterkste delen van het boek.

Problematisch aan Schinkels analyse is zijn stelling dat ‘de’ maatschappij niet bestaat,dat er alleen maar deelsystemen bestaan. Daarin is Schinkel niet erg consequent, hij wijst er bijvoorbeeld op dat ons handelen in Nederland altijd gevolgen heeft voor mensen ergens anders,bijvoorbeeld voor arbeiders in Bangladesh die voor de Europese markt werken. Dat bewijst dus juist dat bijna alle vormen van menselijk leven in de eenentwintigste eeuw met elkaar verbonden zijn, door de kapitalistische wereldmarkt. Binnen die wereldmarkt bestaan relatief autonome subsystemen – zoals nationale economieën - waarbinnen bepaalde groepen mensen worden uitgebuit. Hoe die uitbuiting er uit ziet, hoe geldstromen lopen, wie er profiteert van de politieke consensus, daarvan maakt Schinkel helaas geen analyse.

Omdat Schinkel weinig oog heeft voor de concrete belangentegenstellingen binnen de Nederlandse maatschappij en wereldwijd kan hij op het einde van zijn boek ook met de wat merkwaardige suggestie komen dat er een progressieve inhoud aan Nederlands nationalisme gegeven moet worden. Tegelijkertijd heeft toch ook dit idee zijn charme. Academici stellen al jaren dat ‘de’ natie niet bestaat. In de praktijk betekent dit vaak echter dat mensen tussen zichzelf en de wereldmarkt geen enkel collectief meer zien waarin ze een rol kunnen spelen.

Dat is mogelijk ook een reden dat mensen in Nederland zo klagerig zijn: over het verval van de natie kan geklaagd worden – maar een nieuw project dat wel geluk kan brengen, kan niet geformuleerd worden. Oude vormen van collectieve solidariteit zijn ondermijnd zonder dat daar iets voor in de plaats is gekomen. Wat rest zijn individuen, overgeleverd aan de markt. Schinkel’s keuze voor een links nationalisme is een keuze om te durven dromen over geluk. Dat zou links vaker moeten doen.

Willem Schinkel. De nieuwe democratie. Naar andere vormen van politiek. 224 pagina’s. € 19,50

Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren