Borderless

19 February 2020

Een belangrijke stap in de richting van het Antropoceen

We staan op een kruispunt in termen van de invloed die onze soort op de planeet heeft. De activiteiten  van de moderne mens, 'Homo sapiens' - wij dus - zijn bepalend om in de loop van de 21ste eeuw vast te kunnen stellen of de planeet waarop we samen met miljoenen andere soorten leven, bewoonbaar zal blijven of niet.

De opwarming van de aarde, voornamelijk veroorzaakt door CO2-uitstoot door het gebruik van fossiele brandstoffen, is aan het versnellen. Ieder jaar is er nu een volgend hitterecord. Vijftien van de zestien warmste jaren ooit gemeten, waren in deze eeuw. Het afgelopen jaar was met een ruime marge het warmste ooit. Er waren uitzonderlijke temperaturen in Spanje, Oostenrijk, in delen van Azië, Australië en Zuid-Amerika. In mei eiste een hittegolf in India, die als de vijf na dodelijkste werd gerangschikt, meer dan 2.000 levens. Een hittegolf in Zuid-Pakistan doodde meer dan 1.200 mensen. De lange lijst gaat verder met steeds extremere gebeurtenissen.

Een recente studie heeft aangetoond dat menselijke activiteit in de afgelopen 25 jaar een tiende van de resterende wildernis op aarde heeft vernietigd en als de trends doorzetten kan er binnen een eeuw niets meer over zijn.

Tegen deze rampzalige achtergrond is een unieke en belangrijke wetenschappelijke beslissing genomen door een weinig bekend (maar erg belangrijk) orgaan dat bekend staat als de Antropoceen Werkgroep (AWG), bestaande uit 38 aardsysteemwetenschappers  bijeengeroepen door geoloog Jan Zalasiewicz van de universiteit van Leicester. Het gaat om het accepteren van het 'Antropoceen' als een nieuw geologisch tijdperk.

Dit is een beslissing die, naar mijn mening, de volledige diepte weerspiegelt van (en een reactie is op) de ecologische- en klimaatcrisis en de gevolgen daarvan waar we nu voor staan.

Het idee werd in het jaar 2000 voor het eerst ontwikkeld door de Nederlandse atmosfeerchemicus Paul Crutzen - die in 1995 de Nobelprijs won voor zijn baanbrekende onderzoek naar het gat in de ozonlaag - en Eugene F. Stoermer, een bioloog aan de Universiteit van Michigan.

Wat zij naar voren brachten was (en is) dat de invloed van de mens op de planeet nu van zo’n grote betekenis is, dat het huidige geologische tijdperk, het Holoceen (de interglaciale periode), dat de afgelopen 11.700 jaar heeft bestaan, beëindigd zou moeten worden om vervangen te worden door het 'Antropoceen', ofwel het 'tijdperk van de mens'.

De indeling van de 4,5 miljard jaar geschiedenis van de aarde (in eons: ≥ 500 miljoen jaar, era’s: paar honderd miljoen jaar, periods: 10 tot 100 miljoen jaar en epochs: 10-tallen miljoenen jaren) wordt bepaald door de Internationale Geologische Tijdschaal, die door de Internationale Commissie voor de Stratigrafie wordt bepaald.

Het Holoceen, ons huidige tijdperk met een veel stabielere periode bevorderlijk voor de wereldwijde groei van de menselijke soort - en één van de twee tijdperken in de Kwartaire periode van het Cenozoïcum in de Phanerozoïsche eon - werd voorafgegaan door het Pleistoceen dat werd gekenmerkt door klimaatschommelingen en periodieke ijstijden op het noordelijk halfrond, waarvan de laatste 11.700 jaar geleden was.

Het aanname-proces

Praktische stappen in de richting van de vaststelling van het Antropoceen begonnen in 2009 toen de AWG (waarvan Crutzen lid is) werd gevraagd om het voorstel te bestuderen en een aanbeveling te doen.

De AWG is nu zover dat ze dit jaar (2016) een meerderheidsbesluit van 35 tegen 1 heeft genomen om de bevestiging van de wijziging in het Antropoceen voor te stellen. Ze kwam overeen dat het concept inderdaad wetenschappelijk en 'stratigrafisch' degelijk is en dat het Antropoceen formeel moet worden toegevoegd aan de Internationale Geologische Tijdschaal en tot een nieuw tijdperk verklaard.

Deze tamelijk dramatische ontwikkeling werd voorgelegd aan de 35ste plenaire vergadering van het Internationale Geologische Congres, die plaatsvond in Kaapstad van 27 augustus tot en met 3 september. Daarna benadrukte Chris Rapley, een klimaat-wetenschapper van het University College London, het belang van het besluit in een interview met de Guardian:

'Omdat de planeet ons levensondersteunend-systeem is - we zijn in wezen de bemanning van een enorm ruimteschip - is inmenging in de werking ervan op dit niveau en op deze schaal zeer belangrijk. Als u of ik de bemanning op een kleiner ruimtevaartuig zou zijn, zou het ondenkbaar zijn ons te bemoeien met de systemen die ons voorzien van lucht, water, voedsel en klimaatbeheersing. Maar de overgang naar het Antropoceen vertelt ons dat we met vuur spelen, een potentieel roekeloze gedragswijze waar we waarschijnlijk spijt van gaan krijgen, tenzij we grip op de situatie krijgen.’ (Guardian, 29 augustus 2016)

Hij heeft gelijk. Zo'n gewichtige beslissing, als ze uiteindelijk onderschreven wordt, zou betekenen dat er voor het eerst een geologisch tijdperk zou worden vastgesteld door de invloed van een enkele soort in plaats van door de belangrijkste flora- en fauna-samenstelling van de planeet of door geofysische gebeurtenissen. Het zou (terecht) impliceren dat de mensheid zelf inmiddels een geofysische kracht is geworden, gelijkwaardig aan enkele van de grote natuurkrachten zoals meteoorinslagen, vulkaanuitbarstingen en tektonische bewegingen die eerder enorme veranderingen teweeg hebben gebracht.

De stap die de AWG heeft gezet, is van cruciaal belang voor iedereen die het milieu op waarde schat en wil verdedigen en luidt de alarmbel op een duidelijke en onvermijdelijke manier met betrekking tot de volledige diepte en het karakter van de ecologische crisis en de antropologische drijvende kracht erachter. Elke neiging om het Antropoceen af te doen als een obscuur geologisch debat in de wetenschappelijke gemeenschap zou stevig moeten worden afgewezen. De wetenschappelijke gemeenschap heeft, en niet voor het eerst, een zeer belangrijke bijdrage geleverd aan de verdediging van de planeet.

In de loop van de beraadslagingen zijn er boeken gepubliceerd die de benadering die de AWG ontwikkelt, ondersteunen. Onder andere The Anthropocene: the Human Era and How it Shapes the Planet, door Christian Schwägerl (gepubliceerd in 2014 door Synergetic Press). Het voorwoord van Paul Crutzen beschrijft het boek als een 'navigatiesysteem voor de nieuwe wereld van het Antropoceen die voor ons ligt'.

De AWG publiceerde in 2014 haar eigen boek, A Stratigraphical Basis for the Anthropocene, waarin het bewijsmateriaal voor hun denken uiteengezet wordt. Routledge publiceerde in 2015 The Anthropocene and the Global Environmental Crisis, door Clive Hamilton, Cristophe Bonneuil en Francois Gemenne, dat een uitstekende introductie is tot een ingewikkeld onderwerp. Mijn recensie hiervan is hier te zien.

Aanbeveling

De aanbeveling van de AWG is natuurlijk niet het einde van het verhaal. Er moet nog steeds een strenge procedure worden afgerond voordat een nieuw tijdperk uiteindelijk door de wetenschappelijke gemeenschap kan worden aangenomen.

Het voorstel van de AWG vormt nu de basis van een aanbeveling aan de Subcommissie voor de Stratigrafie van het Kwartair (SQS). Als het daar wordt ondersteund zal het naar de Internationale Commissie voor Stratigrafie (ICS) gaan. Daarna moet het nog door het Uitvoerend Comité van de Internationale Unie van de Geologische Wetenschappen met een 60%-meerderheid worden geratificeerd.

Als dit alles met succes is doorlopen, zal het Antropoceen officieel worden toegevoegd aan de Geologische Tijdschaal.

Ondanks de complexiteit van deze procedure is de aanbeveling van de AWG (volgens degenen die in een positie zijn om dat te kunnen beoordelen) waarschijnlijk doorslaggevend en zou er binnen twee of drie jaar een officiële goedkeuring van het Antropoceen kunnen zijn.

Het begin van het Antropoceen

Misschien wel de meest controversiële vraag waar de AWG mee geconfronteerd werd, was het precieze moment waarop het Antropoceen-tijdperk moet worden geacht te zijn begonnen. Zij beschouwden een reeks voorstellen vanaf het moment dat de moderne mens 160.000 jaar geleden op het toneel verscheen, het begin van de landbouw, het begin van de industrialisatie, de uitvinding van de stoommachine en diverse momenten in het midden van de 20e eeuw.

Hierachter zat de noodzaak voor geologen om, op grond van hun regels en conventies, veranderingen in fossielen te identificeren in bijvoorbeeld sedimentair gesteente of gletsjer-ijs, die het punt waarbij de overgang plaatsvond markeren. Sommige AWG-leden pleitten ervoor om de plutonium-neerslag van kernproeven in de vroege jaren ‘50 te gebruiken. Er waren tal van andere mogelijkheden: plastic verontreiniging, roet van elektriciteitscentrales, betonrestanten en zelfs de botten achtergelaten door de wereldwijde verspreiding van de kip als voedsel.

De datering waar ze uiteindelijk mee kwamen was het midden van de 20ste eeuw (dat wil zeggen rond 1950), die samenvalt met wat zij omschrijven als de 'grote versnelling' van de menselijke invloed op de planeet.

Hoewel het noodzakelijk is om een precies moment aan het begin van het Antropoceen te verbinden, is het niet een enkele gebeurtenis maar een langdurig proces van milieuschade dat steeds meer onomkeerbaar wordt. Het persbericht van de AWG dat hun conclusie aankondigde, wijst hierop:

'Wijzigingen in het aardsysteem die het potentiële Antropoceen-tijdperk karakteriseren, omvatten een duidelijke toename van de snelheid van erosie en sedimentatie, grootschalige chemische verstoringen van de cycli van koolstof, stikstof, fosfor en andere elementen, het begin van belangrijke wijzigingen in het wereldwijde klimaat en het zeeniveau, en biologische veranderingen zoals een ongekend niveau van invasies van soorten over de aarde. Veel van deze veranderingen zijn geologisch langdurig en sommige zijn echt onomkeerbaar.'

Links en het Antropoceen

Naar mijn mening is het concept van het Antropoceen niet alleen in grote lijnen juist, maar raakt het ook de kern van het debat over de ecologische crisis van vandaag en heeft het gevolgen voor de aard van het ecosocialisme die van cruciaal belang zijn voor een succesvolle ecologische strijd in de 21ste eeuw.

Dat wil echter niet zeggen, dat het concept onder marxistische ecologen algemeen wordt geaccepteerd. In feite vindt er binnen links een heftig debat plaats met voor- en tegenstanders. Naomi Klein bijvoorbeeld is tegen het concept.

Argumenteren tegen het Antropoceen is naar mijn mening niet alleen verkeerd, maar onlogisch - aangezien het  in tegenspraak is met de nu algemeen aanvaarde opvatting dat klimaatverandering en de bredere ecologische crisis een antropologisch gegenereerd proces is. Waarom niet beweren dat klimaatverandering eerder een product is van het kapitalisme dan van menselijke activiteit.

Eén van de belangrijkste voorstanders van het Antropoceen is de marxistische ecoloog John Bellamy Foster, redacteur van Monthly Review en auteur van het prestigieuze Marx's Ecology - materialism and nature. Hij sprak over het onderwerp op het Marxisme 2016 festival van de SWP in juli.

De kern van zijn bijdrage was dat de logica van het Antropoceen betekent dat de term 'ecologische crisis' niet langer een adequate beschrijving van de huidige situatie is. Waar we vandaag mee worden geconfronteerd, zo betoogde hij, is 'een keerpunt in het aardsysteem'... 'een crisis van het hele aardsysteem zelf, veroorzaakt door de mens'. Dit betekent dat de mens een geologische kracht is geworden die zelf de aard van de planeet verandert, wat resulteert in een 'antropogene breuk’ in de biosfeer.

Een van de redenen dat hij daar graag wilde spreken was, zei hij, dat hij er bij heel links op aan wilde dringen om de kwestie veel serieuzer te nemen. Vooraanstaande sprekers van de SWP zeiden dit idee 'interessant' te vinden, maar zijn nog niet zover het te onderschrijven.

Camilla Royle, de adjunct-hoofdredacteur van International Socialism, die over het Antropoceen schrijft, vindt ook het Kapitaloceen een 'nuttig' voorstel, maar is ook nog niet toe aan volledige steun daarvoor. Een ander groot voorstander van het Antropoceen-idee is Ian Angus, de Canadese marxistische ecoloog en redacteur van de ecosocialistische website Climate & Capitalism. Hij heeft er diverse artikelen over geschreven en heeft een boek Facing the Anthropocene: Fossil Capitalism and the Crisis of the Earth System geschreven dat in oktober (2016) wordt uitgebracht. Dat heb ik nog niet gezien.

Het Kapitaloceen

De sterkste en meest coherente (maar volgens mij helemaal verkeerde) argumentatie tegen het Antropoceen wordt gegeven door marxistisch ecoloog (en  kameraad uit de Vierde Internationale) Andreas Malm van de Universiteit van Lund in Zweden. Het verzet tegen het Antropoceen, dat hij een 'mythe' noemt, vormt de conclusie van  zijn (overigens uitstekende) boek Fossil Capital — the rise of steam power and the roots of global warming, waar hij het aanmerkt als 'soort denken'. Mijn recensie van Fossil Capital is hier te vinden.

Het alternatieve voorstel van Malm voor het Antropoceen is het ‘Kapitaloceen’. Een dergelijke naamgeving, zo betoogt hij, zou gebaseerd zijn op 'de geologie niet van de mensheid, maar van kapitaalaccumulatie.’ (pagina 391) Stoommachines, zegt hij, ‘werden niet door rasvertegenwoordigers van de menselijke soort neergezet. Door de aard van de sociale orde van de dingen, konden ze alleen door de eigenaren van de productiemiddelen (cursief in het origineel) worden geïnstalleerd.’... 'Is er een reden om te overwegen het nóg representatiever te vinden voor 'de menselijke onderneming' dan de Luddites of de stekkertrekkers of de predikers van stoom-demonologie?’ We moeten 'niet kapitalisten met mensen verwarren' stelt hij. (pagina 267)

Het Antropoceen, stelt Malm: 'zou een nuttig concept en verhaal kunnen zijn voor ijsberen, amfibieën en vogels die willen weten welke soort zo’n verschrikkelijke ravage aanricht in hun leefgebieden, maar helaas, ze missen de capaciteit om te onderzoeken en op te staan tegen het menselijk handelen; voor degenen die dat wel zouden willen - andere menselijke wezens - leidt ‘soort-denken’ over klimaatverandering tot verlamming'. (pagina 272)

Camilla Royle zegt dat ze zich aangetrokken voelt tot zijn stelling, maar aangezien het woord ‘Antropoceen’ al ingeburgerd is, zou het wel eens te laat kunnen zijn om te beginnen met het voorstellen van alternatieve termen - een nogal vreemd argument, wanneer we het hebben over de definitie van een historisch tijdperk.

Marxisme of 'soort-denken'

Andreas Malm lijkt te suggereren dat het Antropoceen, of enige andere notatie van de beoordeling van de milieu-invloed van de moderne mens als soort op de planeet, in strijd is met een klasse-gebaseerde (of marxistische) analyse van de samenleving. Maar waarom? Het Antropoceen impliceert niet dat mensen allemaal even verantwoordelijk zijn voor hun invloed op de planeet. De wetenschappers die het voorstelden denken het niet. Malm lijkt te suggereren dat mensen geen verantwoordelijkheid voor onze eigen soort hebben zolang het kapitalisme bestaat en die verantwoordelijkheid alleen te veronderstellen nadat het kapitalisme verdwenen is.

In feite is het Antropoceen-concept volledig in overeenstemming met de benadering van het klassieke marxisme (Marx, Engels en Morris) van de mens als een levend onderdeel van de natuur en niet in strijd ermee. Zij aarzelden niet te praten over de invloed van de mens.

In De dialectiek van de natuur schreef Engels de volgende opmerkelijke passage: 'Bij elke stap worden we eraan herinnerd dat we op geen enkele wijze heersen over de natuur als een overwinnaar over een vreemd volk, als iemand die buiten de natuur staat - maar dat we met vlees, bloed en hersenen behoren tot de natuur en te midden van haar bestaan en dat al onze beheersing ervan bestaat in het feit dat we ten opzichte van alle andere schepsels het voordeel hebben in staat te zijn om haar wetten te leren en ze correct toe te passen'.

Met andere woorden, het kapitalisme zelf is een menselijke activiteit, zoals Jason Moore stelt: ‘menselijke activiteit produceert niet alleen veranderingen in de biosfeer, maar de relaties tussen de mens zelf worden geproduceerd door de natuur’.

Wij hebben dan ook de plicht om ons bezig te houden met de invloed van onze eigen soort op de biosfeer van de planeet, rekening houdend met de scherpe klassenscheidingen die er bestaan en het feit dat de rijken, de machtigen en de belangen van het bedrijfsleven de belangrijkste drijvende kracht ervan zijn en de belangrijkste verantwoordelijkheid dragen. Dit betekent echter niet dat wij de totale invloed van onze soort op de levensvatbaarheid van de planeet kunnen negeren. We zouden dat met gevaar voor onszelf doen.

Het idee van het Kapitaloceen is naar mijn mening niet alleen een wetenschappelijk verkeerd concept, maar kan leiden tot een onderschatting van de diepte en de reikwijdte van de ecologische crisis.

Links en ‘Kapitaloceen’

Niet dat Malm alleen staat op links bij het voorstellen van het Kapitaloceen. Zijn opvattingen komen sterk tot uiting in twee onlangs verschenen boeken: Anthropocene or Capitalocene, samengesteld door Jason W. Moore (Kairos, 2016) en The shock of Anthropocene door Christophe Bonneuil en Jean-Baptiste Fressoz (Verso, 2016).

Geen van deze twee boeken voegt echter naar mijn mening veel toe aan de stelling die oorspronkelijk door Malm is uiteengezet, dat wil zeggen dat het kapitalistische systeem en niet de moderne mens als soort verantwoordelijk is voor wat er met de planeet gebeurt. Beiden zijn terecht uitvoerig over de grove ecologisch destructieve aard van het kapitalisme. Het kapitalisme is inderdaad het meest milieu-vernietigende  maatschappijsysteem dat de moderne mens heeft geproduceerd - met de mogelijke uitzondering van het stalinisme. Daar bestaat geen twijfel over.

Maar dit is niet de kern van de zaak. De vraag is niet of het kapitalisme ecologisch destructief is, maar of de ecologische crisis kan worden gereduceerd tot het kapitalisme. Dat doen, is in mijn ogen een veel te beperkt perspectief van waaruit een oordeel geveld wordt over zowel het karakter van het tijdperk als de invloed van de moderne mens op de planeet. Tenslotte is het kapitalisme een menselijke activiteit.

Terwijl de ecologische vernietiging tijdens de industriële revolutie dramatisch toenam, is de destructieve invloed van de moderne mens op de planeet allang voorafgegaan aan de komst van zowel de industrialisatie als het kapitalisme. Ik ben het hierover eens met Camilla Royle als ze zegt dat ‘Het voorbarig lijkt om het Antropoceen zo strak met de industriële revolutie te verbinden'.

Ze wijst erop dat Crutzen en Stoermer duidelijk stelden dat hun voorstel voor de industriële revolutie als startdatum slechts een suggestie was en dat ze verwachtten dat er verder debat over de kwestie zou zijn. Ze gaat verder met te zeggen dat er enige rechtvaardiging is voor het dateren van het begin van het Antropoceen naar een tijd ‘toen de mens het uitsterven van veel grote zoogdieren veroorzaakte of zelfs naar het eerste overgebleven bewijs van enige menselijke activiteit’ (cursief in ‘t origineel). Ik ben het daar ook mee eens.

Buitenproportionele invloed

Ik betoog al een tijd dat mensen gedurende hun 160.000-jarige geschiedenis een buitenproportionele invloed op de planeet hebben gehad. Toen ze (dat wil zeggen, wij) migreerden uit Afrika, hebben zij het grootste deel van de megafauna weggevaagd. Grote landdieren en loopvogels die ze tegenkwamen, waren weerloos tegen hun enorme hersenen, opmerkelijke jachtvaardigheden en collectieve organisatie, die vaak ver buiten hun onmiddellijke behoeften ging. Eénvijfde van alle soorten werd op deze manier geëlimineerd. Dit was het geval in Australië, Nieuw-Zeeland, Madagaskar, Indonesië, Noord- en Zuid-Amerika en Europa. In Europa werd het middeleeuwse landschap onherkenbaar veranderd door ontbossing en het begin van landbouwmethoden.

Terwijl deze vernietiging geen uitdaging was voor het tijdperk (dat wil zeggen het Holoceen) als zodanig in die tijd, was het wel al duidelijk dat de moderne mens een enorme capaciteit had als  veranderingskracht. We waren een speciaal geval wat betreft ons vermogen om niet alleen het milieu te veranderen, maar het ook te vernietigen. We hadden ook een unieke destructieve relatie met andere soorten in die zin dat ze allemaal kwetsbaar waren voor onze activiteiten.

Vandaag de dag worden we geconfronteerd met het hoogste niveau van het uitsterven van soorten - de 'zesde ondergang' - sinds de ondergang van de dinosaurussen 65 miljoen jaar geleden. Veertig procent van alle zoogdiersoorten wordt nu geconfronteerd met de dreiging van uitsterven op korte tot middellange termijn tegen één per 700 jaar in het verleden. Amfibieën verdwijnen met een duizelingwekkende snelheid van 45.000 keer de snelheid in het verleden. Dit is een snelheid van uitsterven die uiteindelijk een bedreiging vormt voor alle soorten op de planeet met inbegrip, uiteindelijk, van onze eigen soort. Het uitsterven van soorten op deze schaal is niet alleen de kern van de ecologische crisis van vandaag, maar is de meest dwingende factor in het geval van het Antropoceen.

Industrialisatie

De belangrijkste vergissing die voorstanders van het Kapitaloceen maken, is om de industrialisatie en de opkomst van het kapitalisme te vermengen. De ecologische uitdaging van de industrialisatie zelf - dat wil zeggen, de uitvinding van de stoommachine, de interne verbrandingsmotor en de enorme uitbreiding van de productie en de bevolking die hierdoor mogelijk werd gemaakt - was, ongeacht de wijze van productie die aan de orde was, gigantisch.

Terwijl een socialistische maatschappij (of beter gezegd: een ecosocialistische samenleving) veel betere voorwaarden zou scheppen om de planeet te verdedigen, is de afwezigheid van het kapitalisme niet genoeg. Het grootste deel van de 20ste eeuw had het kapitalisme opgehouden te bestaan in meer dan een derde van de wereld, in de Sovjet-Unie, Oost-Europa en China, toch was de vernietiging van het milieu daar minstens zo schadelijk als die onder het kapitalisme was geweest.

Vernietiging van het milieu begon niet alleen lange tijd vóór het kapitalisme, maar zal nog een lange tijd daarna voortduren, tenzij er bewust wordt gevochten voor en gebouwd aan een levensvatbaar duurzaam alternatief. Dit is waar ecosocialisme over gaat. Niet alleen de strijd voor een socialistische samenleving, maar voor een ecologisch duurzame socialistische maatschappij. Een samenleving die het streven naar groei beëindigt en daarna omkeert en die in harmonie met de natuur en niet ten koste ervan leeft - een fundamentele verandering in onze relatie, als menselijke wezens, met de planeet die we bewonen.

Grote stap voorwaarts

De beslissing van de AWG om het Antropoceen aan te bevelen was een opmerkelijke prestatie van Crutzen en Stoermer, die met veel frustraties onderweg lang en hard campagne gevoerd hebben om deze beslissing te laten nemen. In 2011gaf Crutzen bijvoorbeeld, samen met de Duitse milieu-journalist Christian Schwägerl, blijk van zijn frustratie over de trage vooruitgang die geboekt werd:

'Het is jammer dat we officieel nog steeds in een tijdperk, het Holoceen genaamd, leven. Het Antropoceen - de menselijke dominantie van biologische, chemische en geologische processen op aarde - is al een onmiskenbare realiteit...

'Millennia lang heeft de mens zich gedragen als rebel tegen een grootmacht die we ‘Natuur' noemen. In de 20ste eeuw echter, veroorzaakten nieuwe technologieën, fossiele brandstoffen en een snel groeiende bevolking een 'grote versnelling' van onze eigen krachten. Hoewel onhandig, we nemen de controle over van het koninkrijk Natuur, van klimaat tot DNA. Wij mensen worden de dominante kracht voor verandering op aarde. Een lang gekoesterde religieuze en filosofische gedachte - de mens als meester van de planeet aarde - is veranderd in een grimmige realiteit. Wat we nu doen, heeft al invloed op de planeet van het jaar 3000 of zelfs 50.000.' (Climate Energy Policy and Politics pollution and Health Science and Technology Asia, Januari 2011)

Uiteindelijk had de volharding van Crutzen en Stoermer succes. En het resultaat zal, als de aanbeveling van de AWG inderdaad wordt aanvaard, een cruciale toevoeging zijn aan het arsenaal van degenen die strijden om de planeet te redden van de ecologische vernietiging. Het zal een waarschuwing zijn voor iedereen die twijfelt aan de diepte en de omvang van de ecologische crisis en hoe dicht wij bij het point-of-no-return zijn.

Camilla Royle citeert Ian Angus in termen waarmee ik het volledig eens ben: 'ecosocialisten moeten het Antropoceen-project benaderen als een gelegenheid om een ecologische marxistische analyse te verenigen met het meest recente wetenschappelijke onderzoek in een nieuwe synthese - een sociaal-ecologische verklaring van de oorsprong, de natuur en de richting van de huidige crisis in het aardsysteem'. En ik zou daar aan toevoegen - als basis voor wat we eraan doen.

Dit artikel verscheen eerder op Socialist Resistance. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren